19e eeuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Overzicht van de jaren in en rond de 19e eeuw
Jaren 90 1790 1791 1792 1793 1794 1795 1796 1797 1798 1799
Jaren   0 1800 1801 1802 1803 1804 1805 1806 1807 1808 1809
Jaren 10 1810 1811 1812 1813 1814 1815 1816 1817 1818 1819
Jaren 20 1820 1821 1822 1823 1824 1825 1826 1827 1828 1829
Jaren 30 1830 1831 1832 1833 1834 1835 1836 1837 1838 1839
Jaren 40 1840 1841 1842 1843 1844 1845 1846 1847 1848 1849
Jaren 50 1850 1851 1852 1853 1854 1855 1856 1857 1858 1859
Jaren 60 1860 1861 1862 1863 1864 1865 1866 1867 1868 1869
Jaren 70 1870 1871 1872 1873 1874 1875 1876 1877 1878 1879
Jaren 80 1880 1881 1882 1883 1884 1885 1886 1887 1888 1889
Jaren 90 1890 1891 1892 1893 1894 1895 1896 1897 1898 1899
Jaren   0 1900 1901 1902 1903 1904 1905 1906 1907 1908 1909

De 19e eeuw (van de christelijke jaartelling) is de 19e periode van 100 jaar, dus bestaande uit de jaren 1801 tot en met 1900. De 19e eeuw behoort tot het 2e millennium. De negentiende eeuw is een tijd van overgang en kenmerkt zich door weergaloze vorderingen der wetenschappen. In de overtuiging dat zaken ‘berekenbaar’ zijn (rationalisering) streven geleerden naar nauwgezette vaststelling van feiten en naar exact feitenonderzoek (positivisme). De eeuw der techniek roept een materialistische levensbeschouwing op, gelooft in vooruitgang en beoordeelt de dingen op nuttigheid (utilitarisme). Het Europese platteland ondergaat metamorfoses op het vlak van de landbouwtechnologie én op het vlak van het grondbezit. Burgerlijke levensvormen ontwikkelen zich en de bestuurscentralisatie (bureaucratisering) helpt bij de vorming van imperialistische mogendheden en voor de Europeanisering van de wereld. Politieke revoluties maken komaf met het absolutisme en leggen de grondslag voor democratische klassenstaten en de volkssoevereiniteit. Deze staatsidee (voor het eerst verwezenlijkt in Noord-Amerika en verspreid sinds de Franse Revolutie in Europa) bestrijdt de oude machten en het régime van Napoleon en stelt het politieke nationaliteitsgevoel in de plaats.

Historici hanteren in hun periodisering vaak de term "lange negentiende eeuw" als kenmerkend tijdvak tussen de Franse Revolutie (1789) en het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914). Dit in tegenstelling tot de "korte twintigste eeuw" (1914-1989).

Gebeurtenissen en ontwikkelingen[bewerken]

Een hoge bi
Europa
Nederland en België
  • Nederland wordt een eenheidsstaat. De oude provincies blijven gehandhaafd, en ook Limburg en Noord-Brabant krijgen eindelijk die status. De Heerlijke rechten worden afgeschaft en het verschil tussen stad en platteland verdwijnt in het bestuur: ze worden gemeenten. Ook de rechtspraak wordt voor het hele land uniform geregeld.
  • De Belgische Opstand van 1830 leidt in 1831 tot onafhankelijkheid de facto, gesteund door Frankrijk en beschermd door het Verenigd Koninkrijk. Na jarenlang touwtrekken over de grens en over de verdeling van de staatsschuld wordt België in 1839 bij het Verdrag van Londen door Nederland erkend.
  • Het Europese revolutiejaar 1848 brengt veel onrust maar weinig verandering. Nederland wordt een parlementaire democratie.
  • Het Unitarisme leidt in 1804 ook tot een eenheidsspelling van de Nederlandse taal. De spelling-Siegenbeek is niet naar ieders zin, zo fulmineert de letterkundige Willem Bilderdijk tegen de "lange ij". In het onafhankelijke België wordt Siegenbeek in 1844 vervangen door de Willems-spelling. In 1863 stellen De Vries en Te Winkel een woordenlijst op ten behoeve van het Woordenboek der Nederlandse Taal. Hun spelling, een combinatie van Siegenbeek, Bilderdijk en Willems, wordt eerst in België en later in Nederland erkend als officiële schrijfwijze. Maar al in 1891 pleit de Amsterdamse leraar Kollewijn voor een volgende verandering: van bosch naar bos en van visch naar vis.
Amerika
  • Onafhankelijkheidsoorlogen in Latijns-Amerika. De Franse bezetting van het moederland Spanje brengt vanaf 1810 het verzet op gang, dat in twintig jaar het hele subcontinent in zijn greep krijgt. De door Simón Bolívar gedroomde 'Verenigde Staten van Zuid-Amerika' komen er echter niet. Het subcontinent wordt de rest van de eeuw geteisterd door oorlogen, burgeroorlogen, revoluties en staatsgrepen.
  • De Verenigde Staten weigeren zich te bemoeien met Europa en staan niet toe dat Europa zich bemoeit met Zuid-Amerika. Deze Monroedoctrine laat hen de mogelijkheid om zichzelf verregaand te bemoeien met de zuiderbuurlanden, die ze in toenemende mate als hun achtertuin gaan zien.
  • De USA zijn diepgaand verdeeld over de kwestie van de slavernij. De slavenhoudende staten in het zuiden en de slavenvrije staten in het noorden houden elkaar in evenwicht tot de verkiezing van Abraham Lincoln als president. De Amerikaanse Burgeroorlog van 1861 tot 1865 leidt wel tot een wettelijke afschaffing van de slavernij, maar niet tot burgerrechten voor de vrijgelaten plantageslaven. Hun integratie wordt verhinderd door obscure organisaties als de Ku Klux Clan en door de Jim Crow Wetten.
  • De verovering en bezetting van het westen van de Verenigde Staten begint na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog in 1865. Rond 1890 worden de Stille Oceaan en het al eerder gekoloniseerde Californië bereikt. Hiermee houdt het Wilde Westen op te bestaan.
  • De Kastenoorlog (Guerra de Castas) is een oorlog van de oorspronkelijke Mayabevolking van Yucatán tegen de blanke elite en de Mexicaanse regering. De Kastenoorlog duurt van 1847 tot 1901 en kost aan meer dan 300.000 mensen het leven.
Azië
  • Na twee eeuwen van afzondering opent Japan zich weer voor de buitenwereld. In 1802 wordt Nikolaj Rezanov de eerste gezant van de Tsaar. Een halve eeuw later dwingt de Amerikaanse commodore Matthew Perry de Japanse regering om zijn havens te openen voor handelsschepen uit het westen. In 1867 komt een einde aan het shogunaat en begint de Meijiperiode.
  • Ook China moet zijn havens openen, maar het oude keizerrijk moet tevens westerse handelskolonies ("concessies") in zijn kuststeden dulden. Het wordt zelfs in twee opiumoorlogen gedwongen om de Engelse handel in het verdovende middel te gedogen.
  • Frankrijk bezet Indo-China
  • Nederlands-Indië komt in 1816 rechtstreeks onder gezag van de Nederlandse regering. Het Cultuurstelsel genereert grote winsten en brengt het moederland er financieel weer bovenop. Wel moet regelmatig oorlog worden gevoerd met weerspannige eilanden en vorstengebieden.
  • The Great Game: Rusland en het Verenigd Koninkrijk wedijveren om macht en invloed in Afghanistan.
  • Gedurende de Kadjaren-dynastie verkrijgen Europese grootmachten zoals het Verenigd Koninkrijk en Rusland geleidelijk relatief veel invloed in Perzië, maar het land blijft wel onafhankelijk.
Afrika
  • De Britten nemen het verversingsstation van de VOC Kaapkolonie in 1806 met geweld over en geven het na de Napoleontische tijd niet terug. De nieuwe Britse heersers raken met de Boeren in conflict als Groot-Brittannië in 1834 de slavernij afschaft. Zo begint de Grote Trek naar het binnenland, waar de Afrikaanders de Boerenrepublieken stichten. Na wat conflicten krijgen ze Engelse erkenning. Die erkenning houdt op als in de landjes goud wordt gevonden.
Industrie en handel
Sociaal-economisch
Wetenschap
Tekening van verschillende soorten schildpadden in Ernst Haeckels Kunstformen der Natur (1904), die dient om het principe van genetische variatie uit de evolutietheorie te illustreren.
  • De Evolutietheorie en van daaruit de leer van de natuurlijke selectie heeft grote invloed op de wetenschap als geheel en op de levensbeschouwing van de 19e eeuwer. Die wordt bepaald door een Materialistisch standpunt dat alle verschijnselen in de natuur zijn te herleiden tot natuurwetten.
  • Als reactie op de Franse Revolutie ontstaat het Duits Idealisme, dat een organische ontwikkeling van de maatschappij nastreeft. Het is nauw verbonden met de Romantiek en vindt zijn oorsprong bij Hegel, die zo de filosofie van Immanuel Kant verder wil ontwikkelen. Andere belangrijke vertegenwoordigers zijn de filosofen Fichte en Schelling en de theoloog Schleiermacher.
  • De Romantiek leidt in de kunst tot sterke gevoelsuitingen. Er ontstaat vraag naar een verhaal in de geschiedenis. Liefde voor de natuur en voor het eigen land voert tot nationalisme. In de multiculturele Donaumonarchie ontstaan aan alle kanten afscheidingsbewegingen.
  • De opkomst van het Frans als diplomatieke en culturele wereldtaal en het Duits als wetenschapstaal, dit ten koste van het Latijn.
  • Craniometrie (schedelmeting) wordt toegepast ter ondersteuning van antropologisch en etnologisch onderzoek (zie culturele antropologie). Men denkt dat men aan de hand van de maten en bulten op de schedel uitspraken kan doen over de persoon (frenologie).
Kunst en ontspanning
Godsdienst


Innovatie
Verkeer en communicatie
  • Uitvinding van de telegraaf aan het begin, en de telefoon aan het eind van de eeuw maken de wereld kleiner dan hij was.
  • Couranten vinden, vooral na de afschaffing van het dagbladzegel, grote verspreiding onder de gezeten burgerij. Zij brengen berichten van alle plaatsen die voor de handel belangrijk zijn.
  • Spoorwegen worden aangelegd in heel Europa, en vervolgens ook daarbuiten. Het principe van geleiding over rails wordt ook gebruikt voor de paardentram en later de stoomtram.
  • Treinen nemen het interlokaal postvervoer over van de postkoets. In alle steden komen postkantoren. De Engelse vinding van de postzegel wordt snel overgenomen op het vasteland van Europa.
  • De ballonvaart komt tot ontwikkeling als een hobby van de rijken; zo ook de vélocipède.
Wetenschap
Gezondheidszorg
  • De toepassing van hygiënische maatregelen in de operatiekamer door Ignaz Semmelweis, de ontdekking van de bacterie door Louis Pasteur en het onderzoek door Joseph Lister leiden tot een scherpe daling in de post-operatieve sterfte in ziekenhuizen.
  • Onder leiding van directeur Jean-Martin Charcot wordt het Hôpital de la Salpêtrière in Parijs het Europese centrum voor onderzoek naar hysterie en dissociatieve aandoeningen. Er wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar de toepassing van hypnose. Ook worden neurologische aandoeningen als epilepsie, amyotrofe laterale sclerose en multiple sclerose bestudeerd en beschreven.
  • Het in de middeleeuwen door Willem Arntsz in Utrecht gestichte dolhuis wordt tussen 1830 en 1860 door Schroeder van der Kolk geheel gereorganiseerd. Niet langer is het een plek waar krankzinnigen worden "opgeborgen", maar het hoofddoel van de behandeling en verpleging is genezing. In Nijmegen verzorgt het echtpaar Johannes van Duuren en Maria van Vulpen in het Cellebroederhuis psychiatrische patiënten op een geheel nieuwe manier. Patiënten mogen vrij lopen in plaats van opgesloten te worden. Ze krijgen normale kleding en een normaal bed. Er wordt gezocht naar een zinvolle dagbesteding, waarbij gekeken wordt naar (werk)ervaring. In plaats van dwang wordt geprobeerd de geesteszieke te laten functioneren in een beschermde wereld.
  • Onder de gegoede stand raakt het verblijf in kuuroorden in zwang. Artsen kunnen vaak niet meer doen dan rust en frisse lucht voorschrijven, en daarvoor wordt een verblijf aan zee, in de bossen of in de bergen ideaal geacht. Bij de Ardennen worden de oude Thermen van Spa verder ontwikkeld, in Valkenburg wordt het Kurhaus Huis ter Geul gebouwd en op Scheveningen het Kurhaus. In Oost-Europa en de Verenigde Staten ontdekt men het Turks bad.
Sport
  • In Duitsland vestigt Friedrich Ludwig Jahn in 1811 de eerste Turnplatz. Het turnen verbreidt zich en in 1830 worden in Nederland en België de eerste turnclubs opgericht. De sport heeft dan nog een semi-militair karakter.
Stad en land
  • Napoleon classificeert de wegen in zijn rijk als rijkswegen, provinciale wegen en buurtwegen. Deze indeling wordt overgenomen door Willem I, die de bestrating van de rijksstraatwegen onderbrengt in een eerste rijkswegenplan.
  • De ontwikkeling van het geschut en de ballistiek maken de verdediging van steden binnen hun wallen zinloos. De stadsmuren en stadspoorten worden gesloopt en op de wallen verrijzen vaak de eerste stadsparken.
  • Tussen 1850 en 1880 worden de meeste provinciale wegen verhard met Steenslag, een variant op de Engelse Macadamwegen. Hiervoor wordt het puin van de afgebroken stadsmuren aangewend. In het oosten gebruikt men keien, die men door werklozen tot keislag laat kloppen. Ook wordt grint gewonnen bij de rivierverbetering, en worden bazaltblokken uit Duitsland geïmporteerd.
  • Rond 1829 worden de domeingronden in Twente en elders verkocht, meest aan de tot dan toe horige boeren. In Drenthe worden de veenkolonies geopend. In de tweede helft van de eeuw worden de gemeenschappelijke markengronden gesplitst en verkocht om ontgonnen te worden.
  • In huis zorgen de Argandse lamp en later de petroleumlamp voor betere verlichting met minder bijverschijnselen. het eerste gaslicht op straten en pleinen wordt vanaf 1812 aangebracht in Londen en op het vasteland in Freiberg. Pas wanneer na 1850 overal gasfabrieken worden gebouwd, komt een behoorlijke openbare verlichting van de grond en uit de grond: de gasleidingen zijn meestal de eerste ondergrondse voorzieningen. Vanaf 1878 wordt bovendien geëxperimenteerd met elektrische booglampen.
  • De Europese steden beginnen met de aanleg van waterleiding en riolering. Uit Engeland komt de vinding van het watercloset, het toilet met waterspoeling. De hygiëne wordt door dit alles sterk verbeterd en epidemieën komen minder vaak voor. Ook de aanleg van begraafplaatsen buiten de steden komt de volksgezondheid ten goede.
  • Terwijl de verstedelijking doorgaat en meer dan de helft van de bevolking in steden woont, ontstaat onder de burgerij een trek naar buiten. Die beperkt zich tot een dagtochtje met de Jan Plezier, de speciale pleziertrein of aan het eind van de eeuw, met de vélo. Op de Veluwe en in Limburg ontstaan de eerste pensions.
Dieren
  • Het economisch gebruik van dieren is algemeen, maar uitwassen worden soms tegengegaan. De introductie van de stoommachine maakt het molenpaard overbodig. De trekschuit verdwijnt, maar nieuw zijn de door paarden getrokken omnibus en de paardentram. Trekhonden zijn in Nederland en België overal in gebruik, maar in Frankrijk en Engeland worden ze tegengegaan. Wrede volksvermaken als "katknuppelen" en "palingtrekken" worden verboden en de dierenbescherming wordt opgericht.
  • In belangrijke steden worden dierentuinen gesticht. Deze beogen de burgerij kennis bij te brengen van de natuurlijke historie, maar krijgen geleidelijk ook een recreatieve functie.
  • Er ontstaan in Engeland en Frankrijk overal circussen. Vaak zijn het complete families die een eigen circus oprichtten en hiermee hun brood proberen te verdienen. Zo is er in Frankrijk het circus Franconi en in Engeland het circus van de gebroeders Sanger. De circustraditie waait ook over naar Amerika. Daar ontstaat het eerste reizende tentcircus rond 1830. Hier worden wilde dieren, zoals leeuwen en tijgers, in het circusprogramma geïntroduceerd.

Belangrijke personen van de 19e eeuw[bewerken]

Laatste Nederlandse 19e-eeuwers[bewerken]