Verstedelijking

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Binnenlandse migratie in Nederland

Verstedelijking of (Romaans) urbanisatie is de geleidelijke uitbreiding van intensief bewoonde gebieden, als gevolg van bevolkingsgroei en veranderingen in het levenspatroon van de bevolking. Sinds de 21e eeuw leeft voor het eerst de meerderheid van de wereldbevolking in een stad. De voedselvoorziening wordt daarmee verzorgd door een steeds kleiner deel van de bevolking, wat de kwetsbaarheid van de voedselbevoorrading vergroot. Daarnaast neemt de arbeidsreserve af die in het verleden snelle economische expansies mogelijk maakte. De verhoogde levensstandaard vergroot de ecologische voetafdruk.

Geschiedenis en oorzaken[bewerken]

Geürbaniseerd deel van de bevolking per land (2006).
Percentages stads- en plattelandsbewoners op de gehele wereldbevolking.

Hoewel er nog in de oudheid zeer grote steden bestonden zoals Rome anno 100 n.C. met 650.000 inwoners, kon pas ten tijde van de industriële revolutie de grote groei van de steden beginnen. Betere landbouwtechnieken lieten toe met kleinere mankracht grotere opbrengsten te realiseren, waardoor meerdere mensen buiten landbouw tewerkgesteld konden worden. Dankzij ontwikkelingen binnen het domein van vervoer werden de steden minder afhankelijk van hun directe omgeving, want het voedsel voor het groeiende aantal stedelingen kon van grotere afstand aangevoerd worden. Tegelijkertijd eisten fabrieken steeds meer arbeiders. Verstedelijking was dus tegelijkertijd zowel het gevolg als de oorzaak van de industriële revolutie.

Van de totale bevolking leefde rond 1900 zo'n 225 miljoen mensen in steden, 12 tot 15 procent. Tegen 1950 lag dit rond de 30 procent en rond 2000 was dit met een kleine drie miljard mensen bijna de helft. Deels bestond deze groei uit migratie vanaf het platteland, maar sinds de sanitaire revolutie waren steden in staat te groeien door een eigen geboorteoverschot. De levensverwachting in de steden werd in een aantal gevallen ook hoger dan op het platteland, een groot contrast met vroeger tijden. Rond 1750 reduceerde de sterfte in Londen bijvoorbeeld de bevolkingsgroei in het gehele land met de helft.

Deze verstedelijking begon in de westerse wereld. Daar werd het eerste stadium van verstedelijking tegen jaren dertig tot vijftig van de twintigste eeuw voltooid. Het Westen werd gevolgd door de Sovjet-Unie en Latijns-Amerika. In sommige Latijns-Amerikaanse landen is zij bijna voltooid, in andere Latijns-Amerikaanse en Aziatische landen is zijn nog volop op de gang met de nodige krottenwijken tot gevolg waar vroegere boeren in hoop op beter leven komen wonen. In China stimuleerde de overheid het platteland, maar na 1980 vond daar de grootste en snelste verstedelijking ooit plaats. In vele Afrikaanse landen is de verstedelijking nog niet begonnen.

Gevolgen[bewerken]

Over de gehele wereld ontstonden steden met soms tientallen miljoenen inwoners. Het leven in de stad vergde andere omgangsvormen dan die in dorpen en had daarmee een grote invloed op alle facetten van het dagelijks leven. In plaats van traditionele plattelandsgezinnen, waar meerdere generaties onder één dak woonden, kwam er een gezin bestaande uit een man, zijn vrouw en hun kinderen. Dat heeft ook in meer individualisme geresulteerd doordat familiebanden losser werden. Persoonlijk vertrouwen kon niet meer aan de basis staan, waarmee een groter beroep werd gedaan op het rechtssysteem, politie en opvoeding. Reacties daarop varieerden van de vorming van straatbendes tot buurtverenigingen. Hoewel op veel van de stadsproblemen nog geen bevredigend antwoord is gevonden, had het stadsleven dusdanig veel voordelen dat het mensen aan bleef trekken. Oorzaken lagen bij werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg en uitgaansleven.

Waar kinderen op het platteland nog bij kunnen dragen in het dagelijks onderhoud door bijvoorbeeld het hoeden van dieren, geldt dit in de stad in veel mindere mate, terwijl meisjes in steden meer kans op onderwijs hebben. Dit alles stimuleerde een geboortedaling die zich rond 1970 zo ver had doorgezet in Duitsland en Japan dat het geboortecijfer dermate laag werd dat de bevolking kromp. Na 1980 was dit ook het geval in Rusland en de Oekraïne. Mogelijk worden steden door deze trend opnieuw demografische zwarte gaten, deze keer niet door een hoog sterftecijfer, maar door een laag geboortecijfer.

Suburbanisatie[bewerken]

Toch wil het niet zeggen dat sinds de jaren vijftig de evolutie van verstedelijking in Europa en Amerika gestopt is. Na het eerste stadium komt de tweede die onder de naam suburbanisatie (van suburb, Engels voor buitenwijk) bekend is. Nu gaat de mensenstroom in andere richting. Mensen willen uit de stad om gebrek aan ruimte, lawaai, luchtvervuiling en dergelijke te ontvluchten (stadsvlucht). Hoewel mensen dus ogenschijnlijk buiten de stad gaan wonen, is dit proces ook een resultaat en een onderdeel van verstedelijking, want de voorstadsinwoners zijn zeker geen plattelandsmensen van vroeger. Ze doen niet aan landbouw (hoogstens een tuintje met wat bloemen), en ze zijn nog steeds afhankelijk van de stad, die nog steeds hen "bedient" in werkgelegenheid, onderwijs en cultuur.

Gevolgen voor het milieu[bewerken]

Stedelijk milieu

Verstedelijking lijkt op het eerste gezicht slecht te zijn voor het milieu. Men ziet veel verkeer, asfalt, productie van fijn stof, en relatief weinig groen. Echter als je kijkt naar het effect van verstedelijking op het milieu vanuit een relatief perspectief dan wordt duidelijk dat het tegenovergestelde juist waar is. In stedelijke gebieden is per inwoner de hoeveelheid asfalt, het aantal personenauto's en het oppervlakte bebouwd terrein een aanzienlijk stuk lager dan in niet-stedelijke gebieden. In onderstaande figuur is duidelijk de relatie te zien van de individuele impact van inwoners van Nederlandse gemeentes op het milieu en stedelijkheid.

Verstedelijking heeft vaak nadelige gevolgen voor de waterhuishouding in een gebied. De neerslag die er valt kan niet langer in de bodem infiltreren en komt versneld tot afstroming in de rivieren en beken die het gebied doorkruisen. Die krijgen daardoor te maken met hogere debieten, waardoor de kans op overstromingen en dijkdoorbraken in de benedenloop van de rivier groter wordt.

Bibliografie[bewerken]

  • Vries, J. de (1984): European Urbanization, 1500-1800, Cambridge Massachusetts;
  • Hohenberg, P.M.; Lees, L.H. (1995): The Making of Urban Europe, 1000-1950, Cambridge, oorspr. 1985;
  • Benevolo, L. (1993): De Europese stad, Amsterdam, oorspr. Italiaans.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

urbansciences.eu (officiële engelstalige site, gesubsidieerd door NWO en onder leiding van hoogleraar architectuurgeschiedenis Prof. Dr. Ed Taverne)