Productiviteit (economie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het begrip productiviteit verwijst in de economie naar de relatie tussen efficiëntie en effectiviteit waarmee een organisatie of een hele economie de productiemiddelen ("offers") om weet te zetten in resultaat.

Berekening[bewerken]

Productiviteit kan worden uitgedrukt als het quotiënt van het Resultaat en de Offers (P = R / O). De productiviteit van een fietsenfabriek kan bijvoorbeeld worden weergegeven door het aantal fietsen (Resultaat) dat per arbeidsuur (Offer) wordt gemaakt.

Ontwikkeling[bewerken]

Ontwikkelingen in de productiviteit kunnen het gevolg zijn van het verschuiven van de verhouding tussen kapitaal en arbeid. Door additionele investeringen in kapitaalgoederen, bijvoorbeeld in informatietechnologie, kan de arbeidsproductiviteit toenemen. Een werknemer kan dan per uur een hoger resultaat (output) genereren.

Anderzijds kan door een forse toename van banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, de gemiddelde arbeidsproductiviteit afnemen.

Invloed[bewerken]

De productiviteit is dan ook van grote invloed op de totale economische groei. Een stijging van de werkloosheid met 5%, zegt niets over de economische groei als de productiviteit tegelijk met 10% stijgt. Om die reden worden productiviteitscijfers door macro-economen nauw gevolgd.

Tijdens de internethype aan het eind van de twintigste eeuw waren sommige economen er van overtuigd geraakt dat de nieuwe revolutie in informatietechnologie er toe zou leiden dat de arbeidsproductiviteit continu zou blijven toenemen. Dit effect werd geschat zo sterk te zijn, dat het de tot dan toe geldende cyclische perioden van groei en krimp zou overvleugelen, waardoor een permanent groeiende economie zou ontstaan. De wereldwijde recessie die na het einde van de internethype ontstond toonde aan dat deze veronderstelling in ieder geval tijdelijk, onjuist was.

Referenties[bewerken]

  • J. in 't Veld (2002). Analyse van organisatieproblemen, Wolters-Noordhoff.