Recessie
Recessie betekent letterlijk 'teruggang' of 'achteruitgang'. In de economie betekent dit dat de economische groei daalt en lager is dan gemiddeld. In de praktijk wordt meestal van een recessie gesproken als de groei van het bruto nationaal product gedurende twee opeenvolgende kwartalen negatief is (Hebbink & Van Velthoven, 2003, p. 153). Wanneer de productie van een economie langdurig en sterk daalt, is er sprake van een depressie.
In de conjunctuurbeweging van een economie is de recessie onderdeel van een laagconjunctuur. Ten gevolge van een recessie vinden vaak reorganisaties en meer ontslagen plaats bij bedrijven. Er wordt minder geld uitgegeven aan extra scholing, en er kunnen bedrijven failliet gaan. Het landelijke werkloosheidscijfer zal hierdoor stijgen.
Als gevolg van een recessie kan er bij de overheidsfinanciën een financieringstekort ontstaan of sterk oplopen, omdat de belastinginkomsten van de overheid teruglopen en de uitgaven stijgen.
[bewerken] Recessie in Nederland
In Nederland wordt door het Centraal Planbureau de definitie gehanteerd dat er is sprake van een recessie als er twee achtereenvolgende kwartalen met economische krimp zijn. Nederland heeft sinds de jaren 30 van de vorige eeuw vier recessies gekend:
- 2011: (raming)[1] als gevolg van de Europese staatsschuldencrisis.
- 2009: de grootste krimp ooit (zie Recessie in Nederland ten gevolge van de kredietcrisis)
- 1981-1982: hoge inflatie, een sterk gestegen werkloosheid en grote overheidstekorten. Met een krimp van respectievelijk 0,8 en 1,2 procent waren 1981 en 1982 zeer slechte jaren.
- 1958: lichte recessie, na een sterke economische opleving van de wederopbouw. Het bruto binnenlands product kromp toen met 1 procent
- jaren 30: Grote Depressie
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties:
- Hebbink, G.E. & Van Velthoven, B.C.J. (2003). Macro-economie en stabilisatiepolitiek. Groningen: Stenfert-Kroese.