Kredietcrisis
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Kredietcrisis is de aanduiding voor een crisis op de financiële markten die in de zomer van 2007 ontstond.[1]
De crisis werd in belangrijke mate geïnitieerd doordat door de stagnerende huizenmarkt in de Verenigde Staten de als obligaties verpakte gebundelde hypotheken in het laagste segment (subprime) in een snel tempo minder waard werden. Hierdoor kwamen financiële instellingen in problemen en werden er uiteindelijk honderden miljarden afgeschreven op gekochte obligaties. Doordat onduidelijk was welke instellingen hierdoor in de problemen zouden komen droogde de interbancaire geldmarkt op, banken leenden elkaar geen geld meer. Verschillende banken zijn genationaliseerd, failliet gegaan of overgenomen. Het opmerkelijke aan de kredietcrisis is dat verschillende negatieve ontwikkelingen op deelmarkten elkaar versterkten.
De ontwikkelingen bedreigden al snel het ongestoord functioneren van het internationale financiële systeem, en ingrijpen van nagenoeg alle centrale banken bleek noodzakelijk. Vanaf oktober 2008 namen diverse overheden op grote schaal rechtstreeks deel in het risicodragend kapitaal van banken.
Door de interferentie tussen deelmarkten is niet exact aan te geven welke gebeurtenissen elkaar op welke wijze beïnvloedden. In het algemeen kan gesteld worden dat problemen rond Amerikaanse hypotheken de onmiddellijke aanleiding vormden tot de crisis, die oversloeg op de markt voor daaraan gerelateerde complexe financiële producten. Een en ander werd versterkt doordat de bij de waardebepaling van dergelijke complexe financiële producten gebruikte wiskundige formules op drijfzand waren gebaseerd. De achterliggende oorzaken van de crisis zijn zo complex dat het nagenoeg onmogelijk is om een helder volledig beeld van de situatie te krijgen. Analyses van de problemen en de fundamentele oplossingen zijn vaak gericht op slechts een beperkt onderdeel van de crisis.
De aanduiding "kredietcrisis" dekt niet de gehele lading van de crisis. Er was niet uitsluitend sprake van een kredietcrisis in de zin van een beperkte beschikbaarheid van liquiditeiten en (langer lopend) kapitaal, doch op een aantal momenten ook van een algehele vertrouwenscrisis in de financiële sector.
[bewerken] De oorzaak en de aanleiding: de Amerikaanse woning- en hypotheekmarkt
Vanaf 2001 had de Amerikaanse woningmarkt een sterke opleving laten zien, waarvoor diverse oorzaken zijn aan te wijzen. Na de aanslagen van 11 september 2001 dreigde (aanvankelijk) een recessie, wat voor de Federal Reserve (het Amerikaanse stelsel van centrale banken) aanleiding vormde om de officiële rente in een aantal stappen sterk te verlagen, tot een historisch laag niveau van 0,25%. (Zie grafiek hieronder.) Hierdoor werden leningen (waaronder hypotheken) duidelijk goedkoper. Dit gold met name voor hypotheken met een variabele rente.
Een tweede factor werd gevormd door een toename van de hoeveelheid liquiditeit in het financiële systeem, enerzijds veroorzaakt door injecties door centrale banken en anderzijds door een toevloed van voor belegging beschikbaar kapitaal, met name vanuit Azië.
Een derde factor werd gevormd door de ontwikkeling van een groot aantal nieuwe hypotheekvormen in de VS. Dit had betrekking op de volgende aspecten:
- de verificatie van inkomensgegevens van hypotheekaanvragers werd versoepeld, variërend van het hanteren van summiere inkomensgegevens (bekend als low-doc loan) tot het geheel afzien van verificatie (bekend als no-doc loan)[2];
- het verstrekken van een groter leenbedrag in verhouding tot de waarde van het onderpand, waarbij tevens de aankoopkosten werden medegefinancierd (bekend als piggyback loan);
- het hanteren van een lage aanvangsrente die na enige tijd zou stijgen (bekend als step-up loan);
- het hanteren van de mogelijkheid dat gedurende de eerste periode de rente slechts gedeeltelijk betaald werd, en het niet-betaalde deel aan de hoofdsom werd toegevoegd (bekend als negative amortization loan, dus lening met negatieve aflossing of pay-option loan, dus lening met een keuze ten aanzien van het te betalen bedrag).
Verder werd, aanmerkelijk meer dan voorheen, gekozen voor een hypotheek met variabele rente (adjustable rate mortgage of ARM). In de VS houdt dit in dat de rente gedurende een klein aantal jaren na de aanvang vast staat en daarna variabel wordt. Vaak is de rente vast voor een periode van twee jaar ("2/28") of vijf jaar ("5/25").
De meest ingrijpende verandering had echter betrekking op de kredietwaardigheid van de hypotheekaanvrager. In de Verenigde Staten wordt hierbij veel waarde gehecht aan de credit score van de aanvrager: een cijfer dat is gebaseerd op zijn betalingsgedrag in het verleden. Debiteuren met een slechtere krediethistorie worden hierbij aangeduid als "subprime" ("minder dan eerste klas"); vanaf circa 2002 werden ook aan deze categorie huiseigenaren hypotheken verstrekt.
Het gevolg van deze ontwikkelingen was een gestage stijging van de huizenprijzen. Dit leidde tot een grotere belangstelling, hetgeen wederom tot een prijsstijging leidde. Het eigen huis werd niet langer gezien als onderkomen, doch als speculatieobject: het oogmerk van steeds grotere groepen huizenkopers was, een huis te kopen teneinde dit na (vrij) korte tijd met winst door te verkopen. Door de tamelijk lage "instaprente" kon men aanmerkelijke bedragen lenen, doch het huis diende dan wel verkocht te worden voordat de "normale" rente in zou gaan. Men had dus groot belang bij een tijdige verkoop. Dit proces van herhaalde aankopen en verkopen stond bekend als "flipping".
De huizenprijzen in de VS ontwikkelden zich als hiernaast weergegeven[3].
Achteraf bleek dat in een niet gering aantal gevallen leningen waren verstrekt die achteraf gezien slechts, zowel vanuit het oogpunt van de huiseigenaar als vanuit dat van de financier bezien, als uitermate roekeloos te kwalificeren waren[4]. Onder meer bleek dat er op grote schaal was uitgegaan van onjuiste gegevens omtrent de financiële positie van de aanvrager. Deels kwam dit doordat er 'stated-income' hypotheken verstrekt werden, waarbij de aanvrager zonder enig bewijs te hoeven overleggen, zijn inkomen kon opgeven. Anderzijds waren ook hypotheekadviseurs en -tussenpersonen verantwoordelijk voor het verschaffen van onjuiste informatie om een grotere hypotheekproductie en dus premies te kunnen realiseren. Opgemerkt moet worden dat het risico voor de huizenbezitters kleiner is dan dat in Europa zou zijn: in een groot aantal staten in de V.S. kan men "de sleutel inleveren" bij de bank als de hypotheekschuld hoger is dan de waarde van het huis; de restschuld wordt niet verhaald op de (voormalige) huiseigenaar.
Zolang de huizenprijzen bleven stijgen, ging echter alles goed. Door de gestegen huizenprijzen kon men zijn huis met winst verkopen en een groter huis kopen, of kon men op basis van dat extra onderpand geld lenen, en de vrijgekomen middelen aanwenden voor consumptieve bestedingen. Beide activiteiten vormden, in die jaren, een duidelijke positieve conjuncturele impuls. Ook werden huizen gekocht voor uitsluitend speculatieve doeleinden.
Door een aantal oorzaken stagneerde dit proces vanaf medio 2006. Een exact tijdstip is moeilijk te geven, mede door verschillen in regionale deelmarkten in de VS. De woningmarkt in Californië gedroeg zich anders dan die in, bijvoorbeeld, Wyoming. Een van de oorzaken was een serie renteverhogingen door de Federal Reserve, hetgeen een stijging van de hypotheekrente met zich meebracht. Een tweede factor was dat de woningprijzen een zodanig niveau bereikten dat ze voor steeds grotere groepen huizenkopers onbetaalbaar werden.
Vanaf medio 2006 namen betalingsachterstanden duidelijk toe, met name bij de subprime-hypotheken. Tevens bereikte een toenemend aantal leningen het einde van hun rentevaste periode, en werden de huiseigenaren geconfronteerd met een aanmerkelijk hogere rente: in het typische geval met circa 2 tot 2,5 procentpunt. Hun lasten namen daarmee sterk toe. Bij leningen met een lage instaprente kon deze stijging nog aanmerkelijk groter zijn. Bij de negative amortization loan kon tevens de mogelijkheid tot negatieve aflossing vervallen. In sommige situaties kon hierdoor sprake zijn van een verveelvoudiging van de maandelijkse lasten.
Door deze oorzaken daalde de belangstelling voor (steeds grotere en/of duurdere) huizen, hetgeen onder meer tot uitdrukking kwam in een afname van het aantal nieuw gebouwde woningen, en in een afname van het aantal verkopen van bestaande woningen. Het aantal gedwongen verkopen ("foreclosures") nam sterk toe.
Vanaf eind 2006 moest een toenemend aantal (meestal kleinere, doch ook een aantal grotere) hypotheekbanken zijn activiteiten inkrimpen of soms geheel staken.
Vanaf begin 2007 verscherpten (alle) hypotheekbanken hun leningsvoorwaarden, hetgeen tot gevolg had dat het verkrijgen van nieuwe zowel als vervangende hypotheken steeds moeilijker en duurder werd.
De getroffen huiseigenaren waren in sommige gevallen genoodzaakt onderdak te zoeken in geïmproviseerde tentenkampen[5].
[bewerken] Ontwikkelingen op woning- en hypothekenmarkten elders
De hierboven beschreven ontwikkelingen deden zich ook, in soms mindere mate, voor op woning- en hypotheekmarkten elders. Met name in het Verenigd Koninkrijk waren huizenprijzen ook sterk gestegen, doch vanaf circa maart 2008 trad een daling op, hetgeen leidde tot een toename van het aantal te koop staande woningen [6]. Ook hier speelde een rol dat (in dit geval Britse) hypotheekverstrekkers niet alleen hun rentetarieven verhoogden, maar ook hun leningsvoorwaarden aanscherpten. Tevens speelde in het Verenigd Koninkrijk het verschijnsel buy to let een rol: het door particulieren kopen van een woning met het doel deze, vaak na een renovatie, met winst te verhuren. Bij een dergelijke investering speelt de verhouding tussen de te betalen hypotheekrente en de te ontvangen huur (minus de kosten van onderhoud en eventueel renovatie) een grote rol. Indien dergelijke beleggingen niet meer aantrekkelijk gevonden worden, leidt dat tot een sterke daling van de vraag naar daarvoor in aanmerking komende woningen. Ook is hierbij van belang dat het grootste deel van Britse hypotheken een rente heeft die gekoppeld is aan de geldmarktrente, zodat rentewijzigingen door de Bank of England (de Britse centrale bank) direct doorwerken in de hoogte van de hypotheekrente.
In Canada, waarvan de economie in hoge mate afhankelijk is van de export naar de Verenigde Staten, kwam de stijging van de huizenprijzen vanaf het begin van 2008 tot stilstand[7].
Ook in Ierland is sprake van een daling van de huizenprijzen. Hierbij speelt een rol dat Ierland sedert het midden van de jaren '90 van de twintigste eeuw een sterke economische groei had vertoond. Met name in en rond Dublin hadden zich vele buitenlandse bedrijven gevestigd, mede onder invloed van fiscale faciliteiten. Dit had geleid tot een sterke vraag naar woningen in die regio, wat de huizenprijzen sterk had opgedreven.
In Nederland was tot circa medio 2007 sprake van een gestage stijging van de huizenprijzen, die in het vierde kwartaal van 2007 enigszins afvlakte. Vanaf het derde kwartaal van 2008 begonnen de huizenprijzen te dalen; in het eerste kwartaal van 2009 zette de daling zich voort[8].
[bewerken] Toename van uitstaande leningen in het algemeen, en afname daarvan vanaf circa eind 2008
Niet alleen het uitstaande bedrag aan woninghypotheken (in de VS en elders) was toegenomen, ook andere typen leningen lieten in de loop der jaren een sterke toename zien. Dit gold ook voor leningen aan commerciële ondernemingen, vaak in het kader van leveraged buy-outs, voor leningen aan financiële instellingen, en voor staatsleningen en andere leningen aan lagere overheden. Deze toename dient uiteraard gecorrigeerd te worden voor de inflatie die in de loop der jaren is opgetreden, maar ook na deze correctie is sprake van een duidelijke toename van de verhouding van de totale schuld versus het nationale inkomen. Dit verschijnsel deed zich in de gehele (geïndustrialiseerde) wereld voor. Het gevolg was dat de financiële sector een steeds groter aandeel in de totale economie kreeg. (In een extreme vorm bleek dit in IJsland het geval te zijn.) Het gevolg was dat steeds meer partijen in de economie (relatief) steeds grotere bedragen leenden en uitleenden, en dat er, over de breedte van de economie gezien, steeds meer sprake was van "leverage": het verschijnsel dat er, gegeven een bepaald "eigen vermogen" sprake is van steeds grotere bedragen aan geleend geld enerzijds, en vorderingen (uitgeleend geld) en (overige) bezittingen anderzijds. De netto financiële positie werd daarmee steeds meer gevoelig voor (mogelijk niet parallelle) veranderingen in de componenten van die balans. De totale schulden van de diverse sectoren in de VS ontwikkelden zich sinds 1975 als hiernaast aangegeven. Voor andere landen en regio's zijn geen vergelijkbare cijfers voorhanden, maar op basis van een vergelijking van cijfers van deelgebieden kan worden aangenomen dat dit verschijnsel zich ook elders, mogelijk in mindere mate, heeft voorgedaan.
Vanaf ongeveer eind 2008 bleek echter sprake te zijn van een omslag in dit proces: het totaal aan uitstaande leningen nam minder toe, en soms zelfs af. (In hoeverre dit een kwestie is van afgenomen bereidheid van financiers om leningen te verstrekken, of van mindere geneigdheid van debiteuren om leningen op te nemen, is voor discussie vatbaar. De toegenomen spaarquote in de VS doet vermoeden dat beide factoren een rol speelden.) Het gevolg van dit proces was dat de reeds ingezette contractie van de economie in ieder geval niet verminderd werd.
"However, far more serious than this decline in growth, we have the durably lower level of expenditure related to credit: purchases of real estate, durable goods (cars, etc.). [...] This contraction in demand is a far more serious development than the decline in the long-run growth in demand, and one fails to see how economic policies could prevent it."
Patrick Arthus, Natixis, Flash Economics, 15 December 2008 - No. 571
Sedert het begin van de kredietcrisis is in de VS een stabilisatie van het bedrag aan uitstaand hypothecair krediet te zien. (De cijfers voor 2009 zijn per eind eerste kwartaal 2009.) Ook de ontwikkeling van het totale bedrag aan consumptief krediet (met name auto loans en credit cards) liet, na een jarenlange gestage stijging, vanaf eind 2008 een stabilisatie zien, later gevolgd door een lichte daling. Een afname van het bedrag aan opgenomen geld wordt aangeduid als "deleveraging", waarbij de oorzaak zowel kan zijn gelegen in een mindere beschikbaarheid van krediet als in een afname van de vraag naar krediet. Het effect op de reële economie kan echter zeer negatief zijn.
De macro-economische effecten waren voor de Amerikaanse overheid om een grootschalig stimuleringsprogramma op te zetten. Men kondigde op 12 november aan voornemens te zijn de nog resterende $ 350 miljard van het reddingsplan van $ 700 miljard waartoe begin oktober 2008 werd besloten te willen gebruiken voor het vlot trekken van de markt voor consumentenleningen, autoleningen en studieleningen[9]. (Later werd dit plan echter weer verlaten.)
Op 19 december 2008 berichtte de Federal Reserve voornemens te zijn om voor $ 200 miljard aan laagrentende leningen te verstrekken aan beleggingsinstellingen, waaronder begrepen hedge funds, op voorwaarde dat die hiervoor gesecuritiseerde "consumer loans" zouden kopen. Op 7 februari werd de verdere uitwerking van dit plan, aangeduid als Term Asset-Backed Securities Loan Facility, bekend gemaakt[10].
[bewerken] Complexe financiële producten
De hypothecaire leningen werden door hypotheekbanken niet zelf gefinancierd maar werden relatief snel door de hypotheekbanken aan derden doorverkocht. Dit proces staat bekend als securitization, en de daaruit resulterende obligaties als mortgage backed securities (MBS). Een verdere innovatie vond plaats door middel van collateralized debt obligations (CDO's), waarbij binnen een pakket obligaties een onderlinge rangorde werd aangebracht ten aanzien van de volgorde waarin betaling van rente en aflossing zou worden ontvangen. Door de ingewikkelde constructies met derivaten werd het moeilijk om in te schatten wat de waarde hiervan was.
[bewerken] Waarderingsproblemen
Bij iedere vorm van beleggen wordt regelmatig de waarde van de investeringen vastgesteld. Meestal kan hierbij gebruik worden gemaakt van een beurskoers. Bij de hier genoemde CDO's was vaak geen beursnotering aanwezig. Zonder beurskoers dient de waarde geschat te worden door gebruik te maken van de koers van (vergelijkbare) staatsleningen, gecorrigeerd voor enerzijds het (algemene) verschil in kredietwaardigheid (de "credit spread") en anderzijds de vermoedelijke kans op wanbetaling ("default"). Voor het schatten van de kans op wanbetaling werden statistische technieken losgelaten op historische gegevens omtrent het betalingsgedrag van huiseigenaren.
Deze techniek, waarbij een belegging werd gewaardeerd aan de hand van een rekenmodel, noemt men "marking to model" (waardering op basis van beurskoersen noemt men "marking to market"). Het gevaar van waardebepaling op basis van een model is dat het kwetsbaar is voor fouten en manipulatie en het bovendien schijnzekerheid biedt.
Het nadeel van "marking to market" is echter dat als de markt in een bepaald type activa tot stilstand is gekomen (er op die markt niet of nauwelijks transacties tot stand komen) er geen goed aanknopingspunt voor de waardebepaling van activa voorhanden is. De (Amerikaanse) Federal Accounting Standards Board stelde in maart 2009 voor om het "mark to market"-principe niet meer onverkort toe te passen[11].
[bewerken] Voortgaande twijfel aan waarderingen
In de daaropvolgende weken nam de twijfel omtrent de correcte waardering van dergelijke beleggingen toe. De betalingsachterstanden namen dusdanige vormen aan dat de op het verleden gebaseerde modellen niet langer bruikbaar werden geacht. Tevens bleek dat steeds minder partijen bereid waren om een markt te onderhouden in de betreffende obligaties. Dit betekende dat noch marking to model, noch marking to market tot een correcte waardebepaling zou kunnen leiden.
In juli 2007 meldde een dochter van de Franse bank BNP Paribas dat zij van drie door haar beheerde beleggingsfondsen niet in staat was de waarde vast te stellen, aangezien "The complete absence of liquidity in certain market segments of the U.S. securitization market has made it impossible to value certain assets fairly regardless of their quality or credit rating." Vergelijkbare berichten of vermoedens waren reeds eerder van of omtrent andere partijen vernomen. Daarnaast rezen er twijfels over de credit ratings zoals die zijn afgegeven door Standard & Poor's en Moody's.
In de daaropvolgende dagen en weken nam de onzekerheid in de markt toe, en werden steeds meer twijfels geuit omtrent de waarderingsmodellen van derivaten in het algemeen. Een groot deel van de op de financiële markten verhandelde derivaten wordt niet op een beurs verhandeld maar onderling in "the over-the-counter" markt, dus over de toonbank.
De twijfel omtrent de waardering van beleggingen werd in de loop van de crisis niet weggenomen. Vanaf circa medio 2008 werden steeds meer vraagtekens geplaatst bij de waardering van ook "normale" financiële producten waarbij hypotheken betrokken waren, vanwege de gebrekkige liquiditeit van dergelijke leningen. Dit probleem bleef regelmatig de kop opsteken.
[bewerken] Rol van hedgefondsen
In juni 2007 meldde de Amerikaanse bank Bear Stearns dat twee door haar beheerde hedgefondsen[12] in de problemen waren geraakt. De beide hedgefondsen belegden onder andere in CDO's en waardeerden hun beleggingen (marking to model) te hoog in vergelijking met de waardering in de markt (marking to market). De verliezen door de afboekingen waren dusdanig dat Bear Stearns zich gedwongen zag in te grijpen[13]. Dat het hier hedgefondsen betrof, heeft op zich weinig met de kredietcrisis te maken; de problemen vloeiden voort uit de aard van de beleggingen. Het is echter wel zo dat mezzanine CDO's, en in sterkere mate equity tranche CDO's, door hun risicoprofiel in meer dan gemiddelde mate voor hedgefondsen interessant waren. In de periode voordat de kredietcrisis losbarste was er discussie in de media over de rol van hedgefondsen. Tijdens de kredietcrisis bleek de rol van hedgefunds vrij klein te zijn. Door toegenomen onzekerheid over de wijze van functioneren van de financiële markten trokken spaarders hun tegoeden terug uit fondsen. Aangezien de hedgefondsen en beleggingsfondsen hun beleggers moeten uitkeren, moet een gedeelte van de portefeuille verkocht worden. Het vroegtijdige verkopen van grote positie's versterkte de koersbewegingen op de beurzen.
In november 2008 moesten enkele hedgefund-managers, waaronder George Soros en John Paulson voor het Amerikaans Congres verschijnen om vragen te beantwoorden over de rol van hedgefondsen in de crisis. Volgens Soros hebben de fondsen bijgedragen aan de bubble in de financiële markten, die nu is gebarsten, maar de Federal Reserve en regulators lieten het gebeuren. Hij voorspelde dat 50% tot 75% van de hedgefund-'industrie' door de crisis zal verdwijnen en pleitte voor meer regulering.[14]
[bewerken] "Credit crunch" op de interbancaire geldmarkt
Een belangrijke rol in het mondiale financiële systeem wordt gevormd door de interbancaire geldmarkt: de markt waarbij (vooral) banken elkaar, voor korte perioden, variërend van één dag tot twee jaar, vaak omvangrijke leningen verstrekken. Met behulp van deze leningen kunnen banken in hun behoefte aan liquide middelen voorzien, en kunnen zij overtollige liquiditeiten voor korte perioden rentedragend beleggen. Voor een soepel functioneren van deze markt is het vertrouwen in een correct nakomen van de verplichtingen uiteraard essentieel. Centrale banken opereren tevens op deze markt in het kader van hun monetaire beleid, waarbij, door het verstrekken van liquiditeiten of door het (geforceerd) afromen van liquiditeiten, de geldhoeveelheid en de rente op de geldmarkt gestuurd kan worden. De vraag of dit sturingsinstrument steeds correct werkt, wordt hier verder buiten beschouwing gelaten, evenals de vraag of dit tot ongewenste neveneffecten leidt. In dit verband wordt wel opgemerkt dat een beleid waarbij centrale banken (naar verwacht wordt steeds) in problemen verkerende financiële instellingen te hulp zullen komen, kan leiden tot roekeloos gedrag: in geval van problemen zal men wel geholpen worden. Dit staat bekend als moral hazard.
Op 9 augustus 2007 bleek dat er zich binnen het Europese bankwezen kennelijk een crisis dreigde voor te doen: de geldmarkttarieven stegen plotseling scherp. De ECB kondigde een eendaagse liquiditeitssteun aan, waarbij Europese banken tegen 4,00% onbeperkt geld konden lenen (doch wel tegen een toereikend onderpand). Hierop werd voor € 95 miljard toegewezen. Niet bekend is of er banken in een liquiditeitscrisis verkeerden, en zo ja, welke banken dat waren: toezichthouders plegen hierover geen mededelingen te doen. In de daaropvolgende dagen werd nogmaals een dergelijke extra faciliteit gebruikt, doch voor lagere bedragen: op 10 augustus € 61 miljard, en op 13 augustus € 7,7 miljard. (Deze faciliteiten vervingen steeds de eerdere faciliteit; deze bedragen kunnen niet bij elkaar opgeteld worden.) Andere centrale banken verstrekten ook dergelijke kortlopende faciliteiten, doch voor kleinere bedragen.
Op de Amerikaanse geld- en kapitaalmarkt deed zich eveneens een "credit crunch" voor. Beleggers bleken niet langer bereid om (onbeperkt) leningen van hypotheekbanken over te nemen, zodat het hierboven beschreven proces van securitization stokte. Hypotheekbanken bleken verder geconfronteerd te worden met de noodzaak, bij gedwongen verkopen huizen zelf in te kopen, aangezien er geen voldoende belangstelling voor bestond. Deze hypotheekbanken waren echter grotendeels met kortlopende leningen gefinancierd. De gesignaleerde problemen waren echter voor de verstrekkers van die leningen reden zeer terughoudend te zijn met voortgezette verstrekking daarvan. Het gevolg was een snel toenemend financieringsprobleem, bij een toenemend aantal hypotheekbanken. Een aantal hypotheekbanken vroeg surseance aan; andere banken dienden terug te vallen op leningsarrangementen bij hun huisbankiers, tegen onbekende doch vermoedelijk hoge rentes.
Op 17 augustus 2007 verlaagde de Federal Reserve zijn discount rate, het toptarief waartegen banken van de Amerikaanse centrale bank kunnen lenen, van 6,25% tot 5,75%.
Naast het opdrogen van de interbancaire geld- en depositohandel is er ook de toegenomen argwaan van grote zogenaamd liquide ondernemingen om hun tegoeden bij "verdachte" banken te plaatsen. Trouwe cliënten, die al heel lang hun overtollige middelen bij hun huisbank plaatsen laten hun vervallende deposito's niet meer verlengen bij diezelfde bank maar overboeken naar een instelling waarvan de rating/kredietwaardigheid nog AAA (triple A) is.
[bewerken] Bonuscultuur
Voor het hoofdartikel over bonuscultuur klik hier.
In de kredietcrisis heeft de bonuscultuur bij grote banken een niet onbelangrijke rol gespeeld. Topbestuurders en succesvolle handelaren ontvingen in de jaren voorafgaande aan de kredietcrisis zeer grote bonussen. Dit leidde, naarmate de kredietcrisis voortschreed, tot kritiek. In het artikel Bonuscultuur wordt hier nader op ingegaan.
[bewerken] Ongenoegen
Naarmate de kredietcrisis verder voortschreed ontstond in de samenleving steeds meer ongenoegen omtrent de vermeende[15] rol die het bankwezen had gespeeld bij het ontstaan van de crisis. Op diverse momenten werd dit ongenoegen geuit, onder meer door het beschadigen van de woning van het huis van de voormalige bestuursvoorzitter van RBS, Sir Fred Goodwin, en bij demonstraties op 1 april 2009 in de Londense City.
De toegenomen onmin in de samenleving omtrent het functioneren van het bankwezen leidde er tevens toe dat de Nederlandse bankensector in juni 2009 aankondigde een gedragscode te zullen opstellen, in samenwerking met het ministerie van Financiën; de code zou in een wet worden vastgelegd[16].
[bewerken] Verdere gebeurtenissen in hoofdlijnen
Na medio augustus 2007 moest een groot aantal banken en andere financiële instellingen afwaarderingen op beleggingen rapporteren. In diverse gevallen bleken reddingsoperaties noodzakelijk. In een aantal gevallen werden nieuwe aandelen geplaatst bij Sovereign Wealth Funds in Azië of het Midden-Oosten. Centrale banken moesten meerdere keren (met name in september 2007 en december 2007) voor zeer aanmerkelijke bedragen aan liquiditeitssteun verlenen aan het bankwezen. Niet in alle gevallen kon daarmee een debacle voorkomen worden; de Britse hypotheekbank Northern Rock werd in september 2007 geconfronteerd met een "run on the bank", het verschijnsel dat rekeninghouders massaal hun tegoeden opnamen. De situatie op de Amerikaanse woningmarkt verslechterde alleen maar, en het tempo daarvan nam zelfs toe. Het aantal gedwongen verkopen bereikte bijna elke maand een nieuw recordniveau. Amerikaanse banken, gestimuleerd door de Amerikaanse overheid, presenteerden diverse programma's die beoogden het aantal gedwongen huizenverkopen te beteugelen, doch zonder veel resultaat. Uiteindelijk presenteerde de Amerikaanse regering in januari 2008 een pakket steunmaatregelen van circa $ 160 miljard. Centrale banken verlaagden diverse malen de officiële rentetarieven, waarbij de Federal Reserve zeer forse verlagingen doorvoerde. Voorts introduceerde de Federal Reserve diverse nieuwe leningsfaciliteiten, waarbij ook andere dan staatsleningen als onderpand werden geaccepteerd. Opmerkelijk was dat naarmate de tijd verstreek, problemen bij diverse typen beleggingen elkaar gingen versterken. De ramingen van de totale omvang van de schade als gevolg van de crisis stegen gestaag, van enkele tientallen miljarden dollars aan het begin ervan, tot meerdere honderden miljarden dollars, tot ruim een biljoen dollars in juni 2008.
Centrale banken raakten steeds meer betrokken bij de negatieve gevolgen van de activiteiten van bancaire instellingen, in de vorm van steeds grotere voorschotten aan banken. Hoewel dergelijke voorschotten bedoeld zijn om voor (desnoods opeenvolgende) korte perioden verstrekt te worden, nam dit steeds sterker een min of meer structurele vorm aan[17]. Opmerkelijk was dat ook andere onderpanden dan de tot dan toe gebruikelijke typen zekerheden (staatsleningen en daarmee gelijk te stellen leningen) in toenemende mate als onderpand werden geaccepteerd. De met deze voorschotten gemoeide bedragen waren zeer aanmerkelijk.
In 2008 was sprake van een regelmatig terugkerend patroon, waarbij een groot aantal financiële instellingen ieder kwartaal nieuwe afwaarderingen moesten rapporteren.
De daling van huizenprijzen in de VS ging in 2008 gestaag voort, en ook elders (met name in het Verenigd Koninkrijk en in Ierland) daalden huizenprijzen. De toenemende terughoudendheid van banken om kredieten te verstrekken had hierop vermoedelijk een versterkend effect.
[bewerken] Escalatie vanaf september 2008
Vanaf september 2008 was sprake van een escalatie van de problemen: diverse grote banken kwamen in problemen, het bancaire systeem dreigde vast te lopen door een grotendeels bevriezen van de interbancaire geldmarkt. Vanaf begin oktober 2008 beheerste de crisis het dagelijkse nieuws, mede vanwege sterke dalingen van aandelenmarkten.
De financiële positie van hypotheekbanken Freddie Mac en Fannie Mae bleek op 7 september 2008 aanleiding voor de Amerikaanse regering, beide instellingen in "conservatorship" te plaatsen, waarmee de zeggenschap op de overheid overging.
In het weekeinde van 13 en 14 september leidden onderhandelingen tussen de Amerikaanse overheid en een aantal grote banken niet tot overeenstemming omtrent een reddingsplan van de grote effectenbank Lehman Brothers, die daags daarop surseance van betaling ("Chapter 11") aanvroeg. Een andere grote effectenbank, Merrill Lynch, werd overgenomen door Bank of America. Een tiental grote banken bracht een bedrag van $ 70 miljard bijeen, teneinde daarmee liquiditeitssteun te kunnen verlenen aan banken die anders gedwongen zouden zijn beleggingen tegen slechte prijzen te verkopen. Op 16 september 2008 verstrekte de Federal Reserve een lening van $ 85 miljard aan verzekeraar AIG, teneinde AIG in staat te stellen te komen tot een verkoop van activa "op een ordelijke wijze". De Amerikaanse overheid verkreeg 79,9% van de aandelen van AIG[18]. In het weekend van 20 en 21 september kondigde de Amerikaanse overheid plannen aan om tot een bedrag van $ 700 miljard slechte leningen van Amerikaanse banken (en andere financiële instellingen op te kopen[19]. Na onderhandelingen tussen de Amerikaanse regering en het Congres werd op 28 september op hoofdlijnen overeenstemming bereikt. Enkele dagen daarvoor ging de Amerikaanse hypotheekbank Washington Mutual ten onder. Aanvankelijk stemde het Huis van Afgevaardigden tegen, en de Senaat voor, doch op 3 oktober 2008 werd een enigszins gewijzigd wetsvoorstel alsnog door het Huis van Afgevaardigden aangenomen, en diezelfde dag als wet uitgevaardigd, de Emergency Economic Stabilization Act[20]. Een nieuw Departement voor Financiële Stabiliteit werd opgericht, en minister van Financiën Henry Paulson benoemde Neel Kashkari op 6 oktober als interimhoofd van het departement[21]. Van dit bedrag werd enkele dagen later een groot deel aangewend voor het versterken van risicodragend kapitaal van Amerikaanse banken[22].
Diverse landen besloten tot een uitbreiding van de garantie van tegoeden van particuliere spaarders, teneinde een algehele systeemcrisis te voorkomen.
De interbancaire rentetarieven stegen aan het eind van september tot record-niveaus, terwijl de bereidheid van banken om elkaar leningen te verstrekken tot een minimum afnam. Centrale banken verschaften op ruime schaal liquiditeitssteun aan banken.
Op 12 oktober kwamen de Europese ministers van financiën een omvangrijk pakket aan steunmaatregelen overeen, bestaande uit het deelnemen in het risicodragend kapitaal van banken en verzekeringsmaatschappijen, het garanderen van interbancaire leningen en het opkopen van illiquide leningen[23].
Op 23 november werd een omvangrijk pakket aan steunmaatregelen voor Citigroup bekend gemaakt, omvattende een kapitaalsinjectie van $ 25 miljard en garanties voor dubieuze leningen van $ 306 miljard. Indien sprake zou zijn van verliezen op deze leningen zou de eerste $ 29 miljard voor rekening van Citigroup zijn, terwijl de Amerikaanse overheid van verdere schades 90% voor zijn rekening zou nemen. Tevens werden restricties gesteld aan het dividend en aan de beloningen [24].
Het proces van regelmatig terugkerende afwaarderingen ging voort: per 4 juni 2009 was een totaal van $ 1480,6 miljard aan afwaarderingen geboekt, waarvan $ 975,3 miljard bij banken en verzekeringsmaatschappijen in de VS, (de tegenwaarde van) $ 461,3 miljard in Europa en (de tegenwaarde van) $ 44,1 miljard in Azië.
De ontwikkelingen in Nederland en België zijn hieronder beschreven.
[bewerken] Toenemende invloed van afvlakkende conjunctuur vanaf november 2008, overgaande in een diepe recessie
Vanaf (ongeveer) begin november 2008 werd in steeds meer statistische cijfers zichtbaar dat de "reële economie" in een snel tempo afkoelde. Om te voorkomen dat dit tot een recessie zou leiden (of een dergelijke recessie in duur te beperken) voerden diverse centrale banken renteverlagingen door. De Bank of England verlaagde op 6 november 2008 de "base rate" met een niet eerder geziene 1,50% tot 3,00%, terwijl de ECB op diezelfde datum de refi-rente met 0,50% verlaagde tot 3,25%[25] [26]. Ook de Zwitserse centrale bank verlaagde in november 2008 de rente aanmerkelijk.
Vanaf november 2008 bleken steeds meer landen in een recessie te zijn komen te verkeren.
Op 13 november 2008 bleek echter dat de GDP-groei in Duitsland, Italië en de gehele Eurozone in het tweede en derde kwartaal van 2008 negatief was geweest, waarmee in die gebieden volgens de meest gehanteerde definitie sprake was van een recessie. Op 26 november 2008 bleek dit ook in het Verenigd Koninkrijk het geval te zijn.
In diverse landen werden in november 2008 stimuleringsprogramma's aangekondigd waarmee beoogd werd de recessie in te dammen: in Duitsland voor € 40 miljard en in het Verenigd Koninkrijk voor GBP 20 miljard. Een in dit kader optredende overschrijding van de Europese begrotingsdiscipline zou gedoogd worden indien deze "beperkt en tijdelijk" zou zijn[27].
Op 4 december 2008 voerden diverse centrale banken relatief omvangrijke verlagingen van de officiële rentetarieven door. Op diezelfde dag bleek dat de Eurozone eveneens in een recessie verkeerde[28]. Een week later bleek dit ook in Japan het geval te zijn.
Eind januari bleek dat ook de Verenigde Staten, volgens de officiële cijfers, in een recessie verkeerde na een krimp van 0,5% en 3,8% in respectievelijk het derde en vierde kwartaal van 2008[29]. Eind februari werd het cijfer omtrent het vierde kwartaal herzien tot -6,2% (omgerekend over een geheel jaar), hetgeen de sterkste krimp sedert 1982 was[30].
Als gevolg van de opkomende recessie werd het gestaag moeilijker de effecten van de kredietcrisis nog te onderscheiden. Wel was duidelijk dat de kredietverstrekkende functie van het bankwezen niet optimaal functioneerde. Als gevolg van verslechterde balansverhoudingen was het voor het bankwezen moeilijker, en duurder, om vermogen aan te trekken, zowel in de vorm van aandelenkapitaal als in de vorm van vreemd vermogen. De noodzaak de vermogensverhoudingen te versterken, of in ieder geval niet verder te laten verslechteren, bracht met zich mee dat banken meer terughoudendheid betrachtten bij het verstrekken van nieuwe leningen[31].
In februari 2009 werd bekend dat de Japanse economie in het vierde kwartaal van 2008 met 3,3% was gedaald, wat de grootste daling sinds 1974 was[32]. Vanaf februari 2009 ontstond toenemende zorg omtrent de gevolgen die de kredietcrisis zou hebben voor de financiële positie van overheden. Enerzijds leidde de toenemende recessie tot lagere belastingopbrengsten, terwijl de steunmaatregelen voor extra uitgaven zorgden, hetgeen in een aantal gevallen nog (aanmerkelijk) versterkt zou kunnen worden indien door overheden afgegeven garanties tot uitbetaling zouden komen. In dit verband werden met name Ierland en Oostenrijk genoemd, de eerste vanwege de grote omvang van de ten behoeve van Ierse banken afgegeven garanties, de tweede vanwege de grote omvang van door Oostenrijkse banken verstrekte leningen aan debiteuren in landen in Centraal- en Oost-Europa. Als gevolg hiervan bereikten de rendementsverschillen tussen staatsleningen van verschillende landen in de Eurozone record-niveaus.
In het laatste kwartaal van 2008 en het eerste kwartaal van 2009 kromp de economie van Australië. De Zweedse Riksbank verlaagde haar rente naar 0,5% op 21 april 2009.
Andere (grootschalige) vormen van overheidsingrijpen zijn tevens hieronder vermeld, teneinde doublures te beperken.
Vanaf circa maart 2009 werd duidelijk dat landen wier economie sterk van export afhankelijk was, zeer zwaar door de crisis waren geraakt. Zo liep de export van Maleisië in januari 2009 met 27,8% op jaarbasis terug, en de export van Japan met 45,7%[33]. De economie van Singapore kromp in het eerste kwartaal van 2009 met 17,9%[34].
In mei 2009 bleek de economie in Duitsland en Nederland de grootste krimp in tientallen jaren had vertoond, met respectievelijk (op jaarbasis) -6,9% en -4,5%[35] [36]. De krimp in het eerste kwartaal van 2009 in de Eurozone werd geraamd op 2,5% (op jaarbasis een krimp van 4,6%)[37].
Vanaf het voorjaar van 2009 kwamen steeds meer ondernemingen in moeilijkheden. Tot de meest bekende behoorden autofabrikanten Chrysler en General Motors, die in mei respectievelijk juni 2009 uitstel van betaling verkregen.
[bewerken] Algemeen effect op de conjunctuur
De effecten van de kredietcrisis op de conjunctuur in het algemeen zijn nog niet cijfermatig aan te geven. In het algemeen is het zo dat een kleiner vermogen (woningen, aandelen enzovoort) na verloop van tijd een remmend effect op de economische groei zal hebben, mede veroorzaakt door een afnemend consumentenvertrouwen. Een daling van de huizenprijzen (in de V.S. of elders) zal ook een dalende werkgelegenheid hebben in sectoren als de bouw, bouwmaterialen, woninginrichting, alsmede gespecialiseerde dienstverlening als makelaardij en bankwezen.
De verslechterde vermogenspositie van pensioenfondsen heeft tot gevolg dat aannemelijk is dat gedane pensioentoezeggingen en ingegane pensioenen niet (volledig) zullen kunnen worden geïndexeerd, hetgeen (nu of op termijn) een negatief effect heeft op de koopkracht van (huidige of toekomstige) deelnemers. Nederlandse pensioenfondsen hebben voor 2009 afgezien van indexatie van pensioenrechten. De herstelplannen die Nederlandse pensioenfondsen met een ontoereikende dekkingsgraad in maart 2009 indienden voorzagen in een afzien van indexatie voor meerdere jaren.
De recessie heeft zich als een olievlek over de diverse regio's en landen verspreid. In de VS lijken de ontwikkelingen op de huizenmarkt nog steeds een leidende rol te spelen in de conjuncturele neergang. In het Verenigd Koninkrijk en Ierland is dit (in mogelijk iets mindere mate) eveneens het geval. In continentaal Europa lijkt de recessie het gevolg te zijn van een meer divers scala aan factoren. De vrees voor escalerende problemen in het Europese bankwezen lijkt hierbij een rol te spelen. In Centraal- en Oost-Europa is sprake van een zich snel verdiepende recessie.
Ook volgens de officiële cijfers verkeert de VS zich sinds eind 2008 in een recessie. De prijsdalingen op de Amerikaanse woningmarkt houden onverminderd aan. Als gevolg hiervan blijft de hypothekenmarkt stagneren, wat enerzijds ertoe leidt dat de de-facto overheidsinstellingen Freddie Mac en Fannie Mae het leeuwendeel van de nieuw verstrekte hypotheken voor hun rekening moeten nemen, en anderzijds impliceert dat de markt voor gesecuritiseerde hypotheken vrijwel geheel stilligt. De vooruitzichten zijn niet gunstig. Vanaf 2009-2010 zal een toenemend aantal "pay-option ARM"-hypotheken renteherzieningen ondervinden, waarbij vermoedelijk steeds een aanmerkelijke stijging van de maandlasten zal optreden[38]. (Hierbij speelt een versterkende rol dat bij deze leningen in de eerste jaren niet de volledige rente werd betaald, doch na de herziening dient dat wel te geschieden[39].) Verwacht wordt dat de omvang hiervan in 2010 en 2011 groter zal zijn dan in 2009. Het aantal foreclosures stabiliseerde zich in de laatste maanden van 2008 en de eerste twee maanden van 2009, doch steeg in maart 2009 sterk.
Volgens het IMF bevonden de ontwikkelde economiën zich begin februari 2009 reeds in een depressie, en zou de financiële crisis zich verder kunnen verdiepen als het bancaire stelsel niet op orde wordt gebracht[40].
[bewerken] Vormen van overheidsbetrokkenheid
Overheden in eigenlijk alle door de crisis getroffen landen zijn inmiddels (eind november 2008) een veel grotere rol gaan spelen dan enkele jaren geleden voor mogelijk zou zijn gehouden. Hierbij wordt aangetekend dat de ernst van de crisis, naar achteraf vastgesteld kan worden, door beleidsmakers onderschat is: Fed-voorzitter Bernanke zei op 13 juli 2007 dat de situatie rond subprime-leningen “enstig doch grotendeels beheerst” was (“grave but largely contained”)[41], en IMF-directeur Dominique Strauss-Kahn zei op 15 mei 2008 tegen een commissie van het Europees Parlement in Brussel gezegd dat het hoogtepunt van de kredietcrisis achter de rug is, maar dat de gevolgen nog maandenlang voelbaar zouden zijn[42]. Het IMF schreef in het Global Financial Stability Report van april 2009 dat er enige indicaties waren van een terugkerend vertrouwen in de financiële markten, maar dat verdergaande overheidsmaatregelen nodig waren. De raming van het totaal aan afschrijvingen werd verhoogd tot ruim $ 4000 miljard[43].
[bewerken] Bescheiden effecten van diverse eerdere reddingsplannen
De effecten van diverse sedert het begin van de crisis aangekondigde reddingsplannen bleken tamelijk beperkt te zijn. (De Federal Housing Finance Agency presenteerde in november 2008 een programma voor het modificeren van hypotheken. De werkingssfeer werd geschat op "duizenden leners"[44]. Voor het "Hope for Homeowners"-programma, gestart in oktober 2008, bleken in december 2008 slechts 312 aanvragen te zijn ingediend, in plaats van de beoogde 40.000[45].) In een aantal gevallen bleek wel met een huiseigenaar overeenstemming te zijn bereikt over een tijdelijke verlaging van de hypotheeklasten, maar dit impliceerde een uitstel van betaling van een deel van de lasten, hetgeen een verschuiven van die lasten naar de toekomst inhoudt. Eind maart 2009 bleek dat voor dit programma, dat $ 300 miljard beschikbaar stelde voor herfinanciering van hypotheken, 752 aanvragen waren zijn ingediend. Slechts één vervangende hypotheek was verstrekt[46].
Het bleek overigens dat het niet zelden voorkomt dat huiseigenaren, nadat hun hypotheek is aangepast, later wederom ("redefault") in betalingsproblemen kwamen te verkeren: van de hypotheken die in het eerste kwartaal van 2008 werden gemodificeerd was na zes maanden bij ruim 50% wederom sprake van betalingsachterstanden[47].
De securitisatie van hypotheken heeft tot gevolg dat er een scheiding is tussen de uiteindelijke eigenaar van de vordering (zijnde de houder van de mortgage-backed security: dit kan een belegger "waar ook ter wereld" zijn) en de "servicer": de onderneming die belast is met het beheer van de vordering zoals het incasseren van betalingen en het verzorgen van de administratie. Deze laatste heeft geen eigen financieel belang bij het tijd (en dus geld) kostende proces van het heronderhandelen van de verplichtingen van bestaande hypotheken[48].
Ook werden signalen opgevangen dat de markt voor commercieel onroerend goed (vooral kantoorgebouwen en winkelcentra) ook de gevolgen van de crisis ondervond, in de vorm van een stroever verlopende financiering en toenemende leegstand. Voor ratingbureau Moody's was dit begin februari 2009 aanleiding om de rating van $ 302,6 aan leningen met commercieel onroerend goed te heroverwegen[49]. De uitbreiding door de Federal Reserve van de TALF op 10 februari 2009 hangt hiermee samen. In mei 2009 bleek dat de betalingsachterstanden op leningen voor Amerikaans commercieel vastgoed sterk stegen.
In maart 2009 kondigde de Amerikaanse overheid een programma aan waarbij $ 75 miljard ter beschikking werd gesteld voor het herfinancieren van hypotheken, ter voorkoming van foreclosures. De randvoorwaarden waren echter zodanig dat commentatoren reeds bij de aankondiging hun twijfels uitspraken over het effect ervan[50].
[bewerken] Betrokkenheid van overheden en centrale banken
Overheden en centrale banken[51] zijn op diverse wijzen betrokken bij de crisis. De effecten van dat optreden zijn moeilijk te meten, reeds omdat niet bekend is wat de situatie zou zijn indien dat optreden achterwege gebleven was. In het algemeen kan gesteld worden dat een neveneffect wel is geweest, dat de negatieve gevolgen van een risicovolle bedrijfsvoering in diverse gevallen werd afgewenteld op de samenleving, terwijl dergelijke negatieve effecten zich ook in de toekomst nog op grote schaal kunnen gaan voordoen, bijvoorbeeld indien overheden schadeclaims voortvloeiend uit door hen verstrekte garanties moeten uitbetalen.
De vormen van betrokkenheid kunnen worden onderscheiden in:
- Verlaging van officiële rentetarieven
Sinds het begin van de crisis hebben diverse centrale banken diverse malen de officiële rentetarieven verlaagd, soms met opmerkelijk grote stappen[52]. In de VS is de officiële rente op een zeer laag niveau beland. Op 16 december 2008 verlaagde de Federal Reserve de federal funds rate tot een "target rate" tussen 0,00% en 0,25%.
- Fiscale impulsen
De Amerikaanse overheid paste driemaal een fiscale stimulans toe: vanaf mei 2008 pakket aan “tax rebates” van circa $ 160 miljard, eind juli 2008 een pakket steunmaatregelen van circa $ 300 miljard (de Housing and Economic Recovery Act), en in februari 2009 een pakket van $ 787 miljard (American Recovery and Reinvestment Act of 2009). Het eerste programma bestond uit een "zuivere" fiscale impuls: een directe bealstingverlaging, in de vorm van negatieve belastingaanslagen voor iedere Amerikaan. Het tweede pakket was met name gericht op het verschaffen van vervangende hypotheken voor huiseigenaren die in moeilijkheden waren komen te verkeren. Het derde pakket bestond uit belastingverlagingen, investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur, en diverse andere uitgaven.
- Leenfaciliteiten
Centrale banken plegen veelvuldig liquiditeiten te verschaffen aan het bankwezen. Gedurende de ontwikkeling van de crisis zijn deze faciliteiten aanmerkelijk in omvang toegenomen, tot vele honderden miljarden dollars c.q. euro’s. (De Term Auction Facility van de Fed had op 8 oktober 2008 een omvang van $ 900 miljard; op 4 juni 2009 had de ECB voor € 631,2 miljard aan liquiditeiten verstrekt.) In de VS zijn diverse namen voor deze faciliteiten in omloop, ieder toegesneden op een andere kring van belanghebbenden.
Opmerkelijk is dat de looptijden duidelijk langer zijn geworden. Normaliter plegen deze leenfaciliteiten verstrekt te worden voor enkele weken; in de loop van de crisis werd dit vaak enkele maanden tot “of zolang als nodig mocht blijken”. Op 7 mei 2009 kondigde de ECB aan leenfaciliteiten tot 12 maanden te gaan verstrekken.
Voorts is opvallend dat de door de centrale banken geaccepteerde onderpanden in de loop van de tijd aanmerkelijk versoepeld zijn. Normaliter worden tegenover dit soort voorschotten slechts staatsleningen als onderpand geaccepteerd, doch inmiddels ook geheel andere soorten onderpanden.
Een geheel nieuwe fase ging in op 7 oktober 2008, toen de Federal Reserve de Commercial Paper Funding Facility aankondigde, waarbij men zich bereid verklaarde om door Amerikaanse ondernemingen uitgegeven kortlopend schuldpapier uit te geven. Een dergelijk optreden van een centrale bank als bankier van het bedrijfsleven (dus niet als bankier van het bankwezen) is hoogst opmerkelijk, doch bleek later niet uniek: de Bank of Japan besloot op 2 december tot uitbreiding van de geaccepteerde onderpanden tot BBB-gerate leningen ten laste van ondernemingen.
Indien het bankwezen eenmaal aan het bestaan van dergelijke faciliteiten gewend is geraakt, lijkt het moeilijk deze terug te schroeven. De ECB kondigde in de herfst van 2008 aan de onderpandswaarde van sommige categorieën onderpanden te verlagen, doch eerst vanaf 1 februari 2009. In april 2009 kondigde de ECB aan, meer details te verlangen omtrent de achterliggende hypotheken van in onderpand gegeven leningen.
- Begeleiding overnames
Centrale banken en overheden zijn diverse malen opgetreden als bemiddelaar en “regisseur”[53] bij overnames van financiële instellingen. In sommige gevallen leidde dit tot een betrokkenheid van de overheid of centrale bank in de vorm van verschaffer van garanties of verschaffer van krediet voor die overname. Dit was bijvoorbeeld bij de overname van Bear Stearns het geval.
- Government sponsored enterprises
Een bijzondere rol speelden de beide Amerikaanse “government sponsored enterprises” Fannie Mae en Freddie Mac, beiden zeer grote verstrekkers of garanten van hypotheken[54]. Hoewel er geen expliciete overheidsgarantie was, werd algemeen aangenomen dat de Amerikaanse overheid een faillissement van deze instellingen zou wensen te vermijden, reeds vanwege de omvang van deze instellingen. Op 30 juli 2008 kreeg een omvangrijk pakket aan maatregelen kracht van wet, waarvan de uiteindelijke financiële gevolgen voor de Amerikaanse overheid niet op voorhand vast te stellen zijn. Op grond van deze wet kan de Amerikaanse overheid (omvangrijke) bedragen aan Freddie Mac en Fannie Mae lenen, en kan de Amerikaanse overheid aandelen in deze ondernemingen kopen. Op 7 september 2008 ging deze betrokkenheid een nieuwe fase in doordat Freddie Mac en Fannie Mae in "conservatorship" werden geplaatst, nadat uit een onderzoek was gebleken dat beide instellingen aanzienlijk minder vermogen bezaten dan door de toezichthouder als minimum-vermogen ("regulatory capital") was voorgeschreven. De Federal Housing Finance Agency nam de leiding over; de CEO's werden ontslagen; de Amerikaanse regering zegde toe voor zodanige bedragen aan preferente aandelen te kopen als nodig mocht zijn voor het behouden van een toereikend eigen vermogen. De hiermee gemoeide bedragen beliepen een maximum van $ 100 miljard per instelling, naast een voorziening van $ 5 miljard. In februari 2009 werden deze bedragen verdubbeld tot $ 200 miljard per instelling.
- Directe deelname in aandelenkapitaal van financiële instellingen
Naarmate de crisis intensiveerde nam de mate waarin overheden direct deelnamen in het risicodragend kapitaal van financiële instellingen toe. Te noemen zijn: de nationalisatie van de Britse hypotheekbank Northern Rock, de omvangrijke deelname van de Amerikaanse overheid in de Amerikaanse verzekeraar AIG, plannen van de Britse, Spaanse en Nederlandse overheiden om voor respectievelijk GBP 35 miljard tot GBP 40 miljard[55], EUR 40 miljard en EUR 20 miljard deel te nemen in het aandelenkapitaal van diverse banken, en de overname van ABN AMRO en de Nederlandse Fortis-activiteiten door de Nederlandse overheid. Op 12 oktober werd dit uitgebreid met deelnames door onder meer de Duitse regering. Op 14 oktober presenteerde de Amerikaanse regering een plan (deel uitmakend van het Amerikaans economisch reddingsplan 2008) om voor $ 250 miljard deel te nemen in het kapitaal van Amerikaanse banken, waarvan voor $ 125 miljard in het kapitaal van 9 grote Amerikaanse banken[56]. In kleinere regionale Amerikaanse banken werd voor $ 33 miljard deelgenomen.
De Ierse regering stak in december 2008 € 5,5 miljard in de bankensector, in de vorm van perpetuele preferente aandelen in Bank of Ireland, Allied Irish Banks en Anglo Irish Bank, met een coupon van 8% resp. 10%[57] [58].
In januari 2009 kondigde de Franse regering aan voor € 10,5 miljard deel te nemen in het aandelenkapitaal van een aantal Franse banken. Een van de voorwaarden hierbij was dat de bestuurders zouden afzien van enige bonus.
In februari 2009 converteerde de Amerikaanse regering $ 25 miljard aan preferente aandelen in Citigroup (gekocht bij een eerdere reddingsactie) in gewone aandelen. Hiermee verkreeg men een overheidsbelang van circa 36% in Citigroup[59]. Begin maart 2009 kreeg verzekeraar AIG (voor de derde maal) overheidssteun, eveneens onder meer in de vorm van omzetting van preferente aandelen in gewone aandelen[60].
In juni 2009 betaalden een vijftal Amerikaanse banken in totaal $ 54,7 miljard terug, waarmee de directe overheidsbetrokkenheid bij die banken weer (grotendeels) werd beëindigd[61].
Deelname van een overheid in het risicodragend kapitaal van banken kan uiteindelijk leiden tot volledige nationalisering. De grens tussen beide maatregelen is echter vloeiend, aangezien de mate van zeggenschap niet uitsluitend afhangt van het aandeel in het aandeelhouderschap, maar ook van zaken als benoeming van topbestuurders.
- Nationalisering van banken
De Ierse regering kondigde in januari 2009 aan de Anglo Irish Bank te nationaliseren; deskundigen zouden vaststellen of de aandeelhouders, gegeven de waarde van de onderneming, aanspraak zouden kunnen maken op enige vergoeding.
- Opkopen door overheid van illiquide vorderingen
Door het opkopen van illiquide vorderingen, eigendom van banken, beogen overheden om daarmee de mogelijkheden van banken, nieuw krediet te verstrekken, te vergroten. Tevens tracht men hiermee te voorkomen dat banken (ook andere banken) de zeer lage prijzen die tot stand komen bij de wel gedane transacties, algemeen gehanteerd moeten worden bij de waardering van beleggingen. Het doel is deze beleggingen op enig moment weer te verkopen. De vraag of dat zal slagen, en of dat gepaard gaat met een verlies voor de belastingbetaler, is thans niet te beantwoorden. Het grootste initiatief op dit gebied is het Troubled Asset Relief Program (verwerkt in de Emergency Economic Stabilization Act) in de VS ten bedrage van $ 700 miljard. Van dit bedrag werd een deel later bestemd voor versterking van het kapitaal van Amerikaanse banken; het aankopen van 'giftige' leningen werd op de lange baan geschoven[62]. Het Congres bleek hier niet van gediend[63]. De Spaanse overheid kondigde begin oktober een fonds aan van € 30 miljard tot € 50 miljard. De Zwitserse overheid steunde de Zwitserse bank UBS bij het oprichten van een fonds waarin illiquide leningen werden "gestald".
In zijn persbericht van 16 december 2008 kondigde de Federal Reserve aan, de komende kwartalen grote bedragen aan leningen van "agencies" en mortgage backed securities te zullen opkopen[64]. Vanaf begin januari werd hiermee (door de Federal Reserve Bank of New York) begonnen. Medio juni 2009 waren leningen met een nominaal bedrag van circa $ 560 miljard gekocht.
De ECB kondigde op 17 mei 2009 aan, covered bonds te zullen gaan opkopen, zulks tot een bedrag van € 60 miljard..
- Verstrekken van leningen tegen onderpand van illiquide leningen
De Federal Reserve kondigde op 25 november 2008 een programma aan, geheten Term Asset-Backed Securities Loan Facility (TALF), op grond waarvan tot een bedrag van $ 200 miljard leningen zouden worden verstrekt aan houders van AAA-gerate asset-backed securities. Op 10 februari 2009 werd bekend dat dit bedrag werd verhoogd tot $ 1000 miljard, en werd de omvang uitgebreid tot (nieuw verstrekte) asset-backed securities met onder meer commercieel onroerend goed als onderpand.
Op 23 maart 2009 werd een gewijzigde versie van dit plan gepresenteerd onder de naam Public-Private Investment Program, waarbij ook het door private partijen opkopen van reeds bestaande leningen werd gefaciliteerd; de Amerikaanse overheid zou hiervoor zowel leningen verstrekken als deelnemen in het risicodragend vermogen van de koper[65] Het doel hiervan was enerzijds om de balansen van banken te ontlasten van illiquide leningen, en anderzijds om de markt in illiquide leningen weer op gang te brengen, zulks mede teneinde marktpijzen tot stand te doen komen, die dan weer gebruikt zouden kunnen worden voor het waarderen van andere activa.
Medio juni 2009 waren uit hoofde van dit programma leningen tot een bedrag van circa $ 45 miljard verstrekt.
- Garanties voor leningen (opgenomen door banken)
In een aantal gevallen stelden overheden zich garant voor leningen aan in moeilijkheden verkerende financiële instellingen, bijvoorbeeld bij de Duitse hypotheekbank Hypo Real Estate, waar de Duitse overheid als onderdeel van een reddingsplan een garantie (Bürgschaftsrahmen) verstrekte van € 35 miljard[66].
De Ierse regering garandeerde eind september 2008 (vrijwel) alle spaartegoeden, deposito's en uitstaande leningen van 6 Ierse banken[67].
In aanvulling op het kapitaalsprogramma van 14 oktober 2008 stelde de Amerikaanse overheid zich garant voor nieuw uit te geven leningen tot 1 juli 2009, voor een periode van drie jaar[68]. Hiermee was potentieel een bedrag gemoeid van $1500 miljard. Bovendien stelde de VS zich garant voor $500 miljard aan renteloze leningen aan meest kleinere ondernemingen.
- Garanties voor leningen in portefeuilles van banken
In een aantal gevallen verstrekten overheden garanties aan in moeilijkheden verkerende banken ten aanzien van de waarde van leningen in hun beleggingsportefeuilles. Hiermee werd bereikt dat die banken op die leningen geen (verdere) afschrijvingen hoefden te verrichten, welke afschrijvingen tot gevolg zouden hebben gehad dat hun garantievermogen (verder) geslonken zou zijn. Dergelijke garanties werden verstrekt door de Amerikaanse overheid aan Citigroup (ten aanzien van $ 306 miljard aan leningen) en door de Nederlandse overheid aan ING Groep (in januari 2009, ten aanzien van € 27,7 miljard aan Amerikaanse Alt-A hypotheken).
- Intensivering toezicht op financiële sector
De meest omvangrijke uitbreiding van het toezicht vond plaats in IJsland, waar op 6 oktober de gehele bankensector onder toezicht werd gesteld [69] [70]. Op 7 oktober 2008 werd de op één na grootste bank van IJsland genationaliseerd [71]. In de daarop volgende maanden werden ook andere IJslandse banken door de regering overgenomen. De Amerikaanse regering stelde in maart 2009 voor het toezicht uit te breiden tot alle in de financiële sector werkzame ondernemingen (niet zijnde banken) waarvan een faillissement een risico voor het financiële systeem zou kunnen vormen[72]. In juni 2009 kondigde president Obama vergaande hervormingen van het toezichtsstelsel aan[73].
- Garanties op spaartegoeden
De hoogte van het bedrag tot hetwelk een spaartegoed wordt gegarandeerd is uiteraard van invloed op de bereidheid van spaarders hun geld aan banken toe te vertrouwen. Europese overheden hanteren verschillende bedragen als maximum, hetgeen leidt tot een zekere concurrentie tussen landen. De kosten van een dergelijke garantie plegen bestreden te worden uit een (nationaal) fonds dat door de banken in dat land gevoed wordt; bij een groot faillissement van een bank is het echter niet denkbeeldig dat de overheid zou moeten bijspringen.
Bij kwantitatieve versoepeling vergroot een centrale bank de geldhoeveelheid door leningen in de markt op te kopen. (In theorie zijn dit staatsleningen, doch in de praktijk pleegt men ook andere leningen te kopen.) De hiermee vrijkomende liquiditeiten zouden dan moeten kunnen worden gebruikt voor het verstrekken van nieuwe kredieten. De Britse centrale bank kondigde in maart 2009 aan voornemens te zijn voor GBP 75 miljard aan staatsobligaties te kopen, wat in mei 2009 werd uitgebreid tot GBP 125 miljard. Ook de Bank of Japan kocht voor 168 miljard, evenals de Federal Reserve, die in maart 2009 aankondigde voor $ 300 miljard aan staatsleningen te gaan kopen, en voor (een additionele) $ 850 miljard aan andere leningen.
- Directe steunmaatregelen aan het bedrijfsleven
Naarmate de kredietcrisis meer overging in een (beginnende) recessie, kondigden diverse overheden steunmaatregelen af, of vroegen ondernemingen om dergelijke steun. Hoewel dit deels te zien is als een "klassiek" contra-cyclisch beleid, werd in een aantal gevallen de moeilijke verkrijgbaarheid van krediet als reden voor een dergelijke maatregel of verzoek genoemd. De Duitse overheid presenteerde in november 2008 een pakket aan maatregelen van EUR 40 miljard, de Britse overheid een van GBP 20 miljard, de Europese Commissie een van EUR 200 miljard. en de Chinese overheid kondigde een pakket aan ten bedrage van 4.000 miljard yuan.
- Steun door het Internationaal Monetair Fonds en andere instellingen
Diverse landen (per begin december Oekraïne, IJsland, Pakistan en Hongarije) wendden zich tot het IMF met het verzoek om financiële steun. In februari 2009 verstrekten de Wereldbank, de Europese Investeringsbank en de European bank for Reconstruction and Development tezamen leningen van € 24,5 aan banken in Centraal en Oost-Europa[74]. Een verzoek van Hongarije om een gezamenlijk Europees reddingsplan van € 180 miljard werd op 1 maart afgewezen[75]. In april 2009 verzocht Mexico om een lening van $ 47 miljard. Teneinde deze steunverlening mogelijk te maken besloot de G-20 het kapitaal van het IMF uit te breiden met $ 500 miljard. Polen verzocht het IMF om een lening van $ 20 miljard. Roemenië verkreeg in mei 2009 een lening van het IMF van $ 17,1 miljard.
De toegenomen betrokkenheid van centrale banken leidde tot een sterke toename van hun balanstotalen (hoewel het balanstotaal van het Eurosysteem later weer afnam). De balanstotalen van de Federal Reserve en het Eurosysteem[76] ontwikkelden zich als in de grafieken aangegeven. De toename van de balanstotalen vloeide niet alleen voort uit de toename van de voorschotten aan "normale" banken, doch ook aan (min of meer verkapte) steunoperaties waarbij banken leningen bij centrale banken opnamen tegen onderpand van (mogelijk) problematische leningen, teneinde daarmee hun balans te ontlasten. Ook andere steunoperaties waren zichtbaar op de balans.
Een (niet uitputtend) overzicht van steunmaatregelen waartoe in het kader van de kredietcrisis is besloten is te vinden op Steunmaatregelen in het kader van de Kredietcrisis.
Vanaf december 2008 ontstond er in Amerika bezorgdheid over het gebrek aan transparantie rond de verschillende programma's van de Fed en de Treasury-bailouts. Er werden vele miljarden aan belastinggeld uitgegeven, terwijl bijvoorbeeld de Fed niet wilde zeggen waar het geld precies naar toe ging. Een verzoek van Bloomberg aan de Fed om informatie over elf programma's, met een beroep op de Freedom of Information Act, werd afgewezen, onder meer met het argument dat het nadelige gevolgen voor de economie zou hebben. De door het Congres ingestelde onderzoekscommissie ("Congressional Oversight Panel") liet zich meerdere malen kritisch uit over de mate van transparantie en over het inzicht in het effect van de diverse maatregelen tot op dat moment[77]. In april 2009 wendde Bloomberg zich nogmaals tot de rechter[78].
[bewerken] Gevolgen van de kredietcrisis in Nederland en België
[bewerken] Fortis
In Nederland en België werd Fortis door de crisis getroffen, hetgeen leidde tot eerst (eind september) een deelname van de Nederlandse, Belgische en Luxemburgse regering, en kort daarop (3 oktober) tot een overname door de Nederlandse regering van alle Nederlandse Fortis-activiteiten, en daarna tot een verkoop van het grootste deel van de Belgische en Luxemburgse Fortis-activiteiten aan BNP Paribas. De handel in aandelen Fortis werd een week lang opgeschort; toen op 14 oktober 2008 de handel hervat werd bleek het aandeel 63% lager te openen. In de VS werd op 3 oktober een wet uitgevaardigd die voorzag in het opkopen door de overheid van 700 miljard aan dubieuze leningen. De Duitse hypotheekbank Hypo Real Estate moest met een door de Duitse overheid gegarandeerde lening voor een liquiditeitscrisis behoed worden. Op 12 oktober 2008 besloten de Europese ministers van financiën tot een omvangrijk pakket aan maatregelen, en bedragen van vele honderden miljarden euro's. Ook ING Groep en Aegon werden met een kapitaalinjectie van € 10 miljard respectievelijk € 3 miljard door de Nederlandse overheid ondersteund.
De kredietcrisis deed zich in Nederland en België zeer duidelijk voelen bij de problemen die bankverzekeraar Fortis ondervond bij het verkrijgen van voldoende kapitaal voor de herfinanciering van het aankoopbedrag dat het voor ABN AMRO verschuldigd was. De beurskoers van Fortis had hier ernstig onder te lijden[79]. Uiteindelijk werd in het weekend van 27 en 28 september 2008 besloten tot een gedeeltelijke nationalisatie van de bankverzekeraar[80]. Er bleek een deelname van drie overheden[81] nodig te zijn om aan kennelijk onmiddellijk dreigende problemen het hoofd te bieden[82] [83]. (Naar medio november bleek, haalden vooral zakelijke rekeninghouders op grote schaal hun geld weg bij Fortis, waardoor een acuut en omvangrijk liquiditeitstekort ontstond, waarvoor een noodkrediet van de Nederlandse en Belgische centrale banken nodig was ten bedrage van € 61 miljard[84].) Op vrijdag 3 oktober kondigde de Nederlandse staat de overname aan van alle Nederlandse activiteiten van Fortis over, inclusief het gedeelte van ABN AMRO dat eigendom was van Fortis, voor een bedrag van € 16,8 miljard[85]. Op zondag 5 oktober werd bekend gemaakt dat de Franse bank BNP Paribas het grootste deel van de Belgische en Luxemburgse activiteiten van Fortis kocht[86]. In België hebben veel burgers aandelen in Fortis. Doordat deze beleggers zich niet goed gerealiseerd hebben dat beleggen meer risico draagt dan sparen, zijn er verschillende juridische acties om compensatie te verkrijgen. Deze acties bestaan uit rechtszaken [87] over misinformatie door het bestuur van Fortis voordat de problemen van Fortis in de openbaarheid kwamen [88] en rechtszaken over de wijze waarop Fortis van een mogelijk faillissement gered is [89] .
Fortis Bank (België) rapporteerde op 22 januari 2009 over de eerste drie kwartalen van 2008 een netto-verlies van € 14,1 miljard; voor het vierde kwartaal verwachtte men een verlies van € 4 tot € 5 miljard[90].
[bewerken] Nederland
[bewerken] Icesave
Op 8 oktober 2008 bleek dat de IJslandse bank Landsbanki, in Nederland actief onder de naam Icesave, zijn verplichtingen niet kon nakomen[91]. De vraag of de garantieregeling door de IJslandse regering zou worden nagekomen, bleek niet aanstonds bevestigend te kunnen worden beantwoord. Gemiddeld hebben 120.000 spaarders 13.000 euro gespaard bij Icesave. Doordat het garantiebedrag opgehoogd is zullen uiteindelijk maar enkele honderden spaarders geld echt kwijtraken [92] Het betreft dan meestal spaartegoeden boven de 100.000 euro (200.000 bij en/of rekening) of rechtspersonen. Inmiddels hebben een aantal gedupeerde spaarders een comité opgericht om te trachten hun verloren spaargeld alsnog via de Nederlandse overheid terug te krijgen. Zij baseren zich op het feit dat Icesave door de Nederlandse toezichthouder goedgekeurd was, en dat er niet eerder is gewaarschuwd door de toezichthouder tegen risico's die wellicht al in een eerder stadium bekend waren.
Op 17 november 2008 werd bekend dat de IJslandse, Britse en Nederlandse regeringen een akkoord bereikt hadden over terugbetaling van tegoeden bij Icesave[93] [94].
[bewerken] Kapitaalinjecties
De Nederlandse overheid stelde op 9 oktober 2008 € 20 miljard beschikbaar voor de versterking van het eigen vermogen van de financiële sector[95]. De ING Groep maakte als eerste gebruik van deze regeling met een kapitaalinjectie van € 10 miljard[96]. Enkele weken later volgde AEGON met € 3 miljard[97], en daarna SNS REAAL met € 750 miljoen. Als voorwaarde werd in alle gevallen gesteld dat bestuurders dit jaar geen bonussen ontvangen en dat eventuele vertrekpremies niet hoger zijn dan een jaarsalaris.
In alle gevallen bedraagt de door het concern te betalen rente:
- Indien er geen dividend wordt uitgekeerd over het voorgaande jaar: niets
- Indien er wel dividend wordt uitgekeerd over het voorgaande jaar: 8,5%, of als dat meer is:
- in 2010 110% van het dividend over 2009
- in 2011 120% van het dividend over 2010
- vanaf 2012 125% van het dividend over het voorgaande jaar
In alle gevallen kunnen de non-voting securities (kernkapitaaleffecten) geheel of gedeeltelijk door het bedrijf worden teruggekocht voor 150% van de oorspronkelijke uitgifteprijs (in het eerste jaar voor AEGON en SNS REAAL deels een lager bedrag). Ook kan het bedrijf na drie jaar of later de non-voting securities geheel of gedeeltelijk een-op-een omzetten in gewone aandelen, maar dan heeft de overheid het recht in plaats daarvan de oorspronkelijke uitgifteprijs te ontvangen.
De Nederlandsche Bank rangschikt deze waardepapieren onder Tier-1 kernkapitaal. De Nederlandse staat heeft dezelfde rangorde als houders van gewone aandelen, maar de verwatering voor bestaande aandeelhouders is beperkt.
Zie ook:
- kapitaalinjectie door de overheid in de ING Groep
- kapitaalinjectie door de overheid in AEGON
- Kapitaalinjecties in SNS REAAL
In januari 2009 vond een tweede steunoperatie van ING Groep plaats, waarbij de Nederlandse staat een garantie afgaf ten aanzien van de waarde van € 27,7 miljard aan Amerikaanse Alt-A hypotheken.
[bewerken] Garanties op kapitaalmarktleningen
Voor op de kapitaalmarkt geëmitteerde leningen heeft de overheid 200 miljard euro beschikbaar gesteld voor garanties hierop. Zij vraagt voor een garantie een bedrag van ongeveer 1% van de te garanderen som. De eerste aanvraag is ingediend door LeasePlan Corporation N.V., voor een bedrag van € 1,5 miljard. De tweede aanvraag werd gedaan door de NIBC Bank, voor een bedrag van € 1 miljard[98]. Een onder deze garantie door NIBC uitgegeven obligatielening werd op 12 december 2008 zonder problemen onder beleggers geplaatst. SNS Bank emitteerde onder deze garantie een obligatielening van ten hoogste 2 miljard euro. Fortis Bank Nederland plaatste in april 2009 een 3-jarige lening van € 5 miljard.
[bewerken] Belgische instellingen
In België kregen KBC, Ethias en Dexia een kapitaalinjectie van de federale overheid. KBC kreeg op 22 januari 2009 een tweede kapitaalsinjectie van de Vlaamse overheid.
[bewerken] Overheden en de kredietcrisis
Vanaf 13 oktober 2008 bleken ook enkele Nederlandse provincies en gemeentes gemeenschapsgeld uit te hebben staan bij de IJslandse Landesbanki, de IJslandse Kaupthingbank en de Amerikaanse Lehman Brothers. De eerste inschatting is dat het om een bedrag van minimaal 121,5 miljoen euro gaat [99]. In de loop van 14 oktober is het bedrag al opgelopen tot minimaal 250 miljoen euro [100]. De bekende schade bij overheden ligt rond de 250 miljoen. In verhouding tot de totale rijksbegroting is het een klein bedrag. De provincies en gemeentes geven aan dat ze niet acuut in de problemen komen. Wanneer het geld niet terug te vorderen is zouden er echter op de langere termijn keuzes gemaakt moeten worden. Veel ambtenaren en bestuurders geven aan dat ze binnen de wet gehandeld hebben. De staatssecretaris stelde een onderzoek in of lokale overheden geld geleend hebben van de BNG om tegen een hogere rente uit te zetten in IJsland [101].
Een onderzoekscommissie rapporteerde op 2 juni 2009 dat het dagelijks bestuur van de provincie Noord-Holland onvoldoende toezicht had gehouden op het beleggingsbeleid en daarbij eigen regels overtreden had; er had geen actief risicomanagement plaatsgevonden[102]. De provincie Noord-Holland leed door het faillissement van debiteuren een verlies van € 78 miljoen. Op 10 juni 2009 kondigde het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland zijn aftreden aan[103].
[bewerken] Professionele beleggers en de kredietcrisis
Pensioenverstrekkers dienen zich te houden aan een dekkingsgraad van meer dan 105%, opdat ze in de toekomst aan alle verplichtingen kunnen voldoen. Het Financieele Dagblad berichtte eind november 2008 dat volgens eigen berekeningen de dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen inmiddels zo laag zou liggen dat indexatie voor meerdere jaren onmogelijk zijn geworden. Begin 2009 lag de dekkingsgraad van enkele grote pensioenfondsen in de buurt van 85%.
| Dekkingsgraad | <105% | >105% en <130% | >130% |
|---|---|---|---|
| kw1 2007 | 0 | 695.128 | 5.064.822 |
| kw2 2008 | 8465 | 1.164.252 | 4.390.410 |
| kw3 2008 | 189.667 | 5.180.692 | 225.157 |
Uit de cijfers van juli 2008 van DNB blijkt dat ten opzichte van 2007 al een kleine groep deelnemers aan pensioenfondsen beneden een dekkingsgraad van 105% geraakt is. Begin december 2008 werd in de media gesproken dat ook de grote pensioenfondsen nog maar een dekking van tussen de 85 en 95% hebben. PMT [104], PME [105] en Pensioenfonds Zorg en Welzijn [106] met een pensioen voor ongeveer 2 miljoen werknemers uit de kleinmetaal en zorg meldden een te lage dekkingsgraad. Om in drie jaar boven de 105% te komen wordt als onbetaalbaar gezien. In een artikel is sprake van het toepassen van een ander rentecurve bij de berekening van de dekkingsgraad. Door het aanpassen van de waardering door de accountants komt de dekkingsgraad hoger uit [107].
| Datum | Dekkingsgraad | bron |
|---|---|---|
| juli 2008 | 134% | DNB [108] |
| kw3 2008 | 105% | Media FD [109] |
| 24 oktober 2008 | 109% | DNB [110] |
| 28 november 2008 | 100% | Media FD [111] |
| 8 december 2008 | 85-95% | Media FD [112]. |
| 13 maart 2009 | 83 - ?% | Media RTL Z [113]. |
Het pensioenfonds van de Nederlandse tak van Shell bleek eind november 2008 een dekkingsgraad van 85% te hebben, terwijl dit begin 2008 nog 160% was[114].
Bij een eerdere scherpe daling van de aandelenmarkt bleek dat de waardedaling zichzelf versterkt wanneer er geen ruimte geboden wordt in de tijd om het dekkingspercentage binnen de grenzen te houden. Tot het vierde kwartaal van 2008 hebben pensioenfondsen nog aandelen bijgekocht ter waarde van 37 miljard euro. In het vierde kwartaal zijn ze begonnen met het verkopen van aandelen ter waarde van 26 miljard euro. [115].
Naast verkoop van verliesgevende beleggingen, heeft een pensioenfonds ook de mogelijkheid om de premie te verhogen of de uitkering niet de inflatie te laten volgen door geen indexering toe te passen. Als uiterste maatregel kunnen lopende pensioenen en opgebouwde pensioenrechten verlaagd worden. Nederlandse pensioenfondsen wier dekkingsgraad ontoereikend is dienen voor 1 april 2009 een herstelplan voor te leggen aan de toezichthouder. In overleg met de regering zijn de regels versoepeld in het eerste kwartaal van 2009. De dekkingsgraad moet in een langere periode weer verhoogd worden.
Medio maart 2009 werd bekend dat de dekkingsgraad van ABP en PZW per eind februari 2009 respectievelijk 83% en 85% bedroeg[116] [117].
Ook pensioenfondsen elders ondervonden een scherpe daling van hun dekkingsgraad: de dekkingsgraad van de 1500 beursgenoteerde Amerikaanse ondernemingen, opgenomen in de S&P-index, was begin december 2008 teruggelopen tot 80%[118]. De dekkingsgraad van Amerikaanse pensioenfondsen zou eind maart 2009 zijn teruggelopen tot 74%[119].
[bewerken] Rol banken na overheidssteun
De kredietcrisis heeft duidelijk gemaakt dat de banken gericht waren op andere activiteiten dan het uitlenen van spaargeld. Om een systeemcrisis te voorkomen hebben alle overheden maatregelen genomen om de banken te ondersteunen. Sociale partners hebben maatregelen genomen om de werkgelegenheid bij gezonde bedrijven tijdelijk te ondersteunen. Op verschillende fronten worden de banken aangesproken om hun klassieke rol in de economie beter te vervullen.
- Hypotheken aan particulieren worden moeilijker afgegeven [120]. Hierdoor loopt de huizenmarkt vast.
- Bedrijven hebben moeite om krediet te krijgen van banken.[121] Hierdoor komen bedrijven in liquiditeitsproblemen. Bedrijven gaan obligaties uitgeven om krediet te krijgen.
- Ondanks garanties lenen de banken geen geld aan elkaar, maar parkeren het bij de ECB. Hierdoor blijft de geldstroom tussen banken opgedroogd. [122]
- Banken rekenen de renteverlaging van de ECB niet door aan klanten. [123]
Op 16 maart 2009 is Floris Deckers van Van Lanschot Bankiers de eerste bankdirecteur die openlijk excuses maakt. [124] In dezelfde week ontstaat er onrust in de politiek over de startbonus bij ING voor de nieuwe CFO, Patrick Flynn. De startbonus is gemaximeerd tot 1,3 miljoen euro over drie jaar. Indien de ING de 100.000 aandelen gekocht zou hebben tegen de laagste koers (2,50 euro op 6 maart 2009), zou deze regeling slechts 250.000 euro gekost hebben. Alle politieke partijen vinden echter dat er ingegrepen moet worden. De SP stelt vragen over de toegevoegde waarde van Lodewijk de Waal. Een PvdA-kamerlid geeft aan zijn rekening op te gaan zeggen bij de ING. Minister Bos geeft aan geen middelen te hebben om bonussen in te perken bij ING. De benoeming van Flynn moet 27 april nog voorgelegd worden aan de aandeelhoudersvergadering.
[bewerken] Recessie in Nederland ten gevolge van de kredietcrisis
Recessie betekent letterlijk 'teruggang' of 'achteruitgang'. Dit betekent dat de economische groei daalt en lager is dan gemiddeld. In 2009 verkeerde Nederland in een recessie volgens het CPB. Het bruto binnenlands product (BBP) van Nederland zal in 2009 3,5% krimpen, wat wordt gevolgd door een verdere krimp van 0,25% in 2010.
In de conjunctuurbeweging van een economie is de recessie onderdeel van een laagconjunctuur. Ten gevolge van een recessie vinden vaak reorganisaties en meer ontslagen plaats bij bedrijven. Er wordt minder geld uitgegeven aan extra scholing, en er kunnen bedrijven failliet gaan. Het landelijke werkloosheidscijfer zal hierdoor stijgen. Het CPB voorziet dat de werkloosheid zal stijgen tot 5,5% in 2009 en 8,75% in 2010.
Als gevolg van een recessie kan er bij de overheidsfinanciën een financieringstekort ontstaan of sterk oplopen, omdat de belastinginkomsten van de overheid teruglopen en de uitgaven stijgen.
Ronald Gerritse heeft een plan gemaakt om lasten te verzwaren. [125] Het plan wordt gepresenteerd als dat alle mogelijkheden opengelaten zijn. Dit plan vormt de basis voor de onderhandelingen in het kabinet tussen de politieke partijen. Wanneer bezuinigen en stimuleren tegelijkertijd plaats zou vinden, zijn volgens Wellink (DNB) en Teulings (CPB) de effecten hetzelfde als bij niets doen.
Het verhogen van de AOW leeftijd is intussen bespreekbaar voor het CNV en MHP. Voor de FNV is het nog onbespreekbaar.
[bewerken] Problemen rond balansverhoudingen van banken
De slechte liquiditeit in de markt voor gesecuritiseerde leningen leidt ertoe dat de waardering op marktwaarde tot zeer lage prijzen leidt, wat ertoe leidt dat banken ieder kwartaal weer nieuwe afschrijvingen moeten rapporteren. Hierbij speelt tevens het boekhoudkundige voorschrift van "fair value accounting" een rol, dat waardering tegen marktwaarde voorschrijft, ook indien onmiddellijke noodzaak tot verkoop van het betreffende actief niet aanwezig is, waarop inmiddels kritiek is geuit[126] [127]. Ook boekhoudregel FAS 157, die meer transparantie ten aanzien van de samenstelling en waardering van beleggingsportefeuille beoogt, blijkt tot kritiek te leiden. De toepassing ervan is inmiddels (aanmerkelijk) verzacht[128]. Eind februari 2009 besloot de Amerikaanse regering tot het "doorlichten" van de kredietportefeuilles van de grootse Amerikaanse banken, teneinde te beoordelen of verdere kapitaalsinjecties (met publiek of privaat geld) noodzakelijk zijn. Bij deze "stress test" werd uitgegaan van scenario's van een stijgende werkloosheid en verder dalende huizenprijzen. De uitslag werd op 7 mei 2009 gepubliceerd: van de 19 onderzochte banken dienden er 10 in totaal $ 74,9 miljard extra kapitaal aan te trekken[129].
Door de omvangrijke afschrijvingen zijn de balansverhoudingen van de daarbij betrokken banken duidelijk verslechterd, hetgeen leidt tot de noodzaak ofwel nieuw kapitaal aan te trekken, ofwel de kredietverstrekking te reduceren. Indien het eerste niet, of niet in voldoende mate, mogelijk blijkt, is het tweede vrijwel onvermijdelijk, hetgeen een afremmend effect op de conjunctuur zou kunnen hebben[130]. Tot 4 juni 2009 was door banken en verzekeringsmaatschappijen $ 1480,6 miljard afgeschreven, en was $ 1248,0 miljard aan nieuw kapitaal aangetrokken, wat echter in toenemende mate afkomstig is van overheden[131]. Opgemerkt wordt dat de koersen van aandelen van banken en andere financiële instellingen (soms aanmerkelijk) sterker zijn gedaald dan de koersen van aandelen van andere ondernemingen, hetgeen het plaatsen van nieuwe aandelen, anders dan tegen zeer lage koersen, sterk bemoeilijkt[132].
Voorts wordt erop gewezen dat financiële instellingen een zekere vrijheid hebben bij de wijze waarop al deze "stroppen" in hun jaarrekening wordt verwerkt, ondanks het bestaan van algemeen geldende accountancyvoorschriften. Sommige banken brengen deze verliezen ten laste van hun winst, andere ten laste van het eigen vermogen. Voorts kunnen (of moeten) voor toekomstige afwaarderingen reeds nu voorzieningen worden genomen, afhankelijk van de inschatting van de kans dat dit inderdaad zal moeten gebeuren, hetgeen altijd een zeker subjectief element bevat. Hier is echter sprake van een zeker "grijs gebied", waarmee echter vrijwel steeds aanmerkelijke bedragen gemoeid zijn. De waardering van activa die slechts met een model kunnen worden gewaardeerd ("Level Three assets") blijkt weinig inzichtelijk, terwijl daarmee soms (ook in verhouding tot het balanstotaal van een bank) grote bedragen kunnen zijn gemoeid. Ook indien de financiële sector een maximale openheid zou betrachten, blijft er nog een aanmerkelijke ruimte voor "giswerk" en wantrouwen.
Vooralsnog lijkt er in de VS (doch ook in het VK) sprake te zijn van een vicieuze cirkel: beleggers verlangen een hoger rendement op obligaties van hypotheekbanken en dergelijke instellingen, die deze hogere kosten moeten doorvertalen in hogere hypotheekrentes, wat een remmend effect heeft op de bereidheid om huizen te kopen, wat een drukkend effect heeft op de huizenprijzen, hetgeen leidt tot een voortduren van de stroom foreclosures[134]. De cijfers over het eerste kwartaal van 2009 suggereren echter dat er een afname van het tempo van de daling is ingezet, zowel in de VS als in het VK.
Ook ten aanzien van bedrijfskredieten lijkt sprake te zijn van een neerwaartse spiraal: banken reduceren de "kredietlijnen" aan hun klanten, hetgeen de beschikbaarheid van krediet vermindert en/of de prijs van krediet doet stijgen. Beide effecten hebben een remmend effect op de conjunctuur[135].
Aan banken worden in feite tegenstrijdige eisen gesteld. Enerzijds wordt van hen verwacht dat ze de aangetaste balansverhoudingen versterken, hetgeen in feite slechts mogelijk is door "deleveraging": het verminderen van het balanstotaal. Anderzijds wordt van hen verwacht dat ze de kredietverstrekking hervatten teneinde de diepgang en duur van de recessie te beperken, terwijl het te lichtvaardig verstrekken van krediet als een van de oorzaken van de crisis wordt aangemerkt. En verantwoord evenwicht tussen beide -ieder voor zich op zich correcte- wensen is niet eenvoudig te vinden.
[bewerken] Vergelijkingen met eerdere crises
De financiële markten hebben in de loop der tijden vele crises meegemaakt, die tot grote schades hebben geleid. Uiteraard is elke aanduiding van de omvang van een schade slechts een benadering, reeds doordat niet vast te stellen is wat er zou zijn gebeurd als die crisis zich niet zou hebben voorgedaan. Bij het vergelijken van dergelijke bedragen dienen ze te worden gecorrigeerd voor inflatie[136]. De volgende indicatieve vergelijking ten aanzien van de directe schade (in de zin van afschrijvingen op leningen) kan gemaakt worden[137]:
| Jaar | Omschrijving crisis | Geschatte schade | Huidige waarde |
|---|---|---|---|
| 1982 | leningen aan ontwikkelingslanden | $ 55 miljard | ca. $ 123 miljard |
| 1986-1995 | leningen aan Amerikaanse spaarbanken | $ 189 miljard | ca. $ 364 miljard |
| 1991-2003 | leningen aan Japanse banken | $ 263 miljard | ca. $ 412 miljard |
| 2000-2003 | leningen aan "dotcoms" | $ 93 miljard | ca. $ 116 miljard |
| 2007-? | subprime-hypotheken en daaraan gerelateerde effecten | $ 1480/$ 4000 miljard | n.v.t. |
Onderstreept wordt dat omtrent de uiteindelijke omvang[138] van de schade ten gevolge van de huidige crisis op dit moment (eind april 2009) vrijwel geen uitspraken te doen zijn. De indirecte schade (waarbij dan zaken als de sterke koersdalingen op beurzen worden gezien als zijnde toe te schrijven aan de kredietcrisis) is uiteraard veel hoger. Het bedrag waarmee financiële activa (aandelen, obligaties en dergelijke) wereldwijd in waarde zijn gedaald in 2008 werd door de Asian Development Bank in maart 2009 geraamd op $ 50 biljoen ($ 50.000 miljard)[139].
[bewerken] Trivia
- De American Dialect Society koos in januari 2008 het woord subprime als "Word of the Year". Men definieerde het als volgt: "Subprime is an adjective used to describe a risky or less than ideal loan, mortgage, or investment"[140].
- Onderzoek door het managementadviesbureau Towers Perrin toonde in maart 2008 aan dat veel topmensen in het bedrijfsleven hun eigen vermogen om risico's en kansen te beoordelen te hoog inschatten wanneer het economisch goed gaat. Opmerkelijk genoeg zien zij de grootste risico's vooral op het werkterrein van hun collega's: CEO's (chief executive officers, algemeen directeuren) zien de gevaren vooral op financieel terrein, terwijl CFO's (chief financial officers, financieel directeuren) de bedreigingen vooral op strategisch vlak zien[141]. In donkere tijden gebeurt het omgekeerde: dan schat men de bedreigingen veelal te zwaar in, terwijl kansen worden genegeerd[142].
- Online-woordenboek Merriam-Webster's verkoos in november 2008 de term bailout als "Word of the Year 2008", aangezien dit woord het meest werd opgezocht in een kort tijdsbestek[143]. De term werd gedefinieerd als "a rescue from financial distress".
[bewerken] Zie ook
- Amerikaans economisch reddingsplan 2008
- Gedwongen onderhandse verkoop
- Lijst van aan de kredietcrisis gelieerde termen
- Tijdlijn van de kredietcrisis
- Vastgoedzeepbel
[bewerken] Externe link
[bewerken] Noten
- ↑ Kredietcrisis in vijf stappen NRC, 17 september 2008
- ↑ Deze praktijk was eerst met ingang van juli 2008 niet meer toegestaan.
- ↑ Bron: Office of Federal Housing Enterprise Oversight. Deze index volgt de prijsontwikkeling van woningen onder garantie van "Fannie Mae" (Federal National Mortgage Association) en "Freddie Mac" (Federal Home Loan Mortgage Corporation), en omvat als gevolg van een door deze instellingen aangehouden limiet geen woningen met hypotheken van meer dan $ 417.000. Dit leidt ertoe dat de prijsontwikkeling van woningen boven een dergelijke grens niet in de index is meegenomen. Een andere index, de Standard & Poor's/Case Shiller-index, is tot medio 2006 sterker gestegen doch laat sinds het derde kwartaal van 2006 een scherpere waardedaling zien.
- ↑ Enige voorbeelden van de wijze waarop in de hoogtijdagen hypotheken werden verstrekt zonder al te veel vragen te stellen, in dit geval door Washington Mutual, zijn te vinden op Saying Yes, WaMu Built Empire on Shaky Loans.
- ↑ (en) Cities Deal With a Surge in Shantytowns
- ↑ (en) UK house prices 'fell 2% in June'
- ↑ (en) Survey of Canadian house prices, first quarter 2008, Royal Le Page
- ↑ Persbericht NVM 1e kwartaal 2009
- ↑ (en) Paulson Shifts Focus of Rescue to Consumer Lending
- ↑ (en) Fed unveils terms of $200bn facility
- ↑ De FASB wenste reeds ten aanzien van de waarderingen per eind eerste kwartaal 2009 tot het hanteren van aangepaste regels te komen. Dit kan gezien worden als een blijk van grote urgentie, gelet op de tijd die normaliter gemoeid pleegt te zijn met de wijziging van waarderingsregels. Zie U.S. FASB proposes more leeway on mark-to-market.
- ↑ De namen van de beide hedgefondsen geven een goed beeld van de complexiteit van financiële producten: High-Grade Structured Credit Strategies Fund en High-Grade Structured Credit Strategies Enhanced Leverage Fund.
- ↑ (en) Bear Stearns bails out hedge fund
- ↑ Soros faces Congress over his role in the financial meltdown, Telegraph, 13 november 2008
- ↑ Hoewel het bankwezen zeker een rol heeft gespeeld, lijkt het onjuist om deze sector als uitsluitend schuldige aan te duiden, weshalve ter term "vermeende" is gehanteerd.
- ↑ Bankensector gaat eigen gedragscode opstellen
- ↑ Fed-voorzitter Bernanke verklaarde in juli 2008 bereid te zijn om dergelijke tijdelijke faciliteiten tot na ultimo 2008 te continueren.
- ↑ (en) Federal Reserve Press Release, September 16, 2008
- ↑ (en) U.S. Widens Scope of Bad-Debt Plan Beyond Home Loans
- ↑ (en) Bush Signs $700 Billion Bank Rescue to End `Threat to Economy'
- ↑ De Standaard Online: Neel Kashkari, de man van 700 miljard
- ↑ (en) Drama Behind a $250 Billion Banking Deal
- ↑ (en) Markets surge on £1,465bn European bank bail-out
- ↑ (en) Joint Statement by Treasury, Federal Reserve, and the FDIC on Citigroup
- ↑ (en) Bank slashes rates by 1.5%
- ↑ (en) ECB cuts interest rates to 3.25%
- ↑ (en) Brussels proposes €200bn stimulus
- ↑ (en) Euro area and EU27 GDP down by 0.2%
- ↑ (en) Economy in U.S. Probably Contracted at Fastest Pace Since 1982
- ↑ (en) U.S. Economy Shrank 6.2% Last Quarter, Most Since ’82
- ↑ Zie bijvoorbeeld uitspraken van analist Meredith Whitney op 1 december 2008, geciteerd in U.S. Consumers Seen Facing ‘Liquidity Squeeze’: Chart of Day.
- ↑ (en) Japan Economy Shrinks 12.7%, Steepest Drop Since 1974
- ↑ (en) Malaysian Exports Post Biggest Drop in 15 Years as Demand Ebbs
- ↑ (en) Singapore economy in record fall
- ↑ (de) http://www.handelsblatt.com/politik/konjunktur-nachrichten/deutsche-wirtschaft-stuerzt-brutal-ab;2278435 Deutsche Wirtschaft stürzt brutal ab]
- ↑ Economie krimpt 4,5 procent in eerste kwartaal
- ↑ (en) Europe’s Economy Contracted Most in 13 Years in First Quarter
- ↑ (en) The Next Real Estate Crisis
- ↑ (en) Option ARMs Threaten Housing Rebound as Resets Peak
- ↑ (en) IMF Says Advanced Economies Already in Depression
- ↑ (en) Bernanke Believes Housing Mess Contained
- ↑ IMF: hoogtepunt crisis voorbij NRC, 15 mei 2008
- ↑ (en) Further Action Needed to Reinforce Signs of Market Recovery: IMF, April 21, 2009
- ↑ (en) Federal Housing Finance Agency news release, November 11, 2008
- ↑ (en) HUD Chief Calls Aid on Mortgages A Failure
- ↑ (en) HOPE prevents 1 foreclosure
- ↑ (en) Comptroller Dugan Highlights Re-default Rates on Modified Loans
- ↑ (en) Why more homeowners aren't getting help
- ↑ (en) Moody’s to Review $302.6 Billion in Commercial Debt
- ↑ Ter eerste mocht de nieuwe hypotheek niet groter zijn dan 105% van de actuele waarde van de woning, ten tweede mochten de maandelijkse lasten na herfinanciering niet meer bedragen dan 38% van het inkomen, en ten derde diende het inkomen aangetoond te worden.
- ↑ De verhouding tussen een nationale overheid en haar centrale bank is complexer dan hier gesuggereerd: de onafhankelijkheid van een centrale bank, normaliter beschouwd als wenselijk, leidt uitzondering in crisissituaties, waarbij samenwerking geboden is.
- ↑ Voor de crisis waren mutaties in de officiële rentetarieven van 0,25% of hooguit 0,50% gebruikelijk: in het kader van de kredietcrisis zijn renteverlagingen met meer dan 1% tegelijk voorgekomen.
- ↑ In april 2009 betichtte Kenneth Lewis, CEO van Bank of America, de (toenmalige) minister van Financiën Paulson en Fed-voorzitter Bernanke ervan dat op hem oneigenlijke druk was uitgeoefend om akkoord te gaan met de overname van Merrill Lynch in december 2008, zie Bank of America’s Lewis May Face SEC Probe of Merrill Testimony.
- ↑ Gezamenlijk hebben zij voor circa $ 5.200 miljard aan hypotheken verstrekt of gegarandeerd; medio 2008 is circa 70% van de nieuw verstrekte hypotheken in de VS van hen afkomstig of door hen gegarandeerd.
- ↑ Reeds enkele dagen later sprak de Britse premier Gordon Brown in The Times over "at least GBP 50 billion"
- ↑ (en) Treasury Said to Invest $125 Billion in U.S. Banks
- ↑ (en) Government pumps €5.5 billion into three banks
- ↑ De Ierse banken werd opgedragen deze middelen tevens aan te wenden voor leningen aan kleine en middelgrote ondernemingen, starters op de huizenmarkt, het respectvol bejegenen ("treated with respect") van huiseigenaren met hypotheekachterstanden, en het bevorderen van de financiële kennis van consumenten. Zie Full text of Government release.
- ↑ (en) Citi, US Reach Deal to Convert Government Stake
- ↑ Bij preferente aandelen is in het algemeen sprake van een van tevoren vastgsteld dividend, hetgeen tot rentelasten voor de uitgevende onderneming leidt. Bij gewone aandelen is het dividend afhankelijk van het bedrijfsresultaat.
- ↑ (en) JPMorgan, 4 Banks Repay $54.7 Billion in Rescue Funds
- ↑ Citefout: Onjuiste tag
<ref>; er is geen tekst opgegeven voor refs met de naamwww.bloomsberg.com - ↑ (en) Paulson, Democrats Clash on Bailout for Homeowners (Update2)
- ↑ (en) Federal Reserve Press Release, December 16, 2008
- ↑ (en) Treasury Department Releases Details on Public Private Partnership Investment Program
- ↑ (de) HRE-Rettungspaket steht
- ↑ (en) Ireland guarantees bank deposits, borrowings
- ↑ (en) Wall Street Journal 15-10-08
- ↑ (en) Iceland takes emergency action
- ↑ Opgemerkt wordt dat de bancaire sector in IJsland in de voorafgaande jaren ook wel erg sterk was gegroeid in verhouding tot de IJslandse bevolking en de IJslandse economie. Een analist omschreef IJsland in de zomer van 2008 als "a hedge fund masquerading as a country".
- ↑ (en) Iceland in Landsbanki rescue move
- ↑ (en) Geithner to Call for New Powers to Avoid AIG Repeat
- ↑ (en) US groups face regulatory revamp
- ↑ (en) East Europe banks set for €24.5bn loan
- ↑ (en) EU rejects eastern Europe rescue plan
- ↑ "Eurosysteem" is de naam voor het totaal van de ECB en de centrale banken van de landen die de euro hanteren.
- ↑ (en) Assessing Treasury’s Strategy: Six Months of TARP
- ↑ (en) Fed Shrouding $2 Trillion in Bank Loans in ‘Secrecy,’ Suit Says
- ↑ De vrijdag voorafgaand aan de nationalisatie eindigde de koers van Fortis op euro 5,18, het tot dan toe laagste punt in 15 jaar
- ↑ (nl) Overnameavontuur Fortis eindigt in nationalisatie, Parool, 29 september 2008
- ↑ Het betrof hier de regeringen van Nederland, België en Luxemburg; voorts waren de Belgische en Nederlandse toezichthouders, de ECB en de Europese Commissie betrokken bij de onderhandelingen.
- ↑ Fortis gered door kaptitaalinjectie Benelux
- ↑ (en) Governments of Belgium, Luxembourg and the Netherlands invest EUR 11,2 billion in Fortis
- ↑ België wilde Fortis Bank kopen voor euro 1
- ↑ Staat koopt Fortis en ABN Amro
- ↑ BNP koopt restant van Fortis
- ↑ Aandeelhouders naar rechter om verkoop deel Fortis - Het Financieele Dagblad
- ↑ IEX.nl - Fortis - nieuwe rechtzaak
- ↑ De Fortis claim namens gedupeerde beleggers | ontwikkelingen Fortis rechtzaak
- ↑ Fortis Bank nettoverlies EUR14,1 mrd in 1e 9 maanden 2008
- ↑ Icesave komt verplichtingen niet na
- ↑ Akkoord over afhandeling Icesave - Het Financieele Dagblad
- ↑ Akkoord IJsland over Icesave
- ↑ (en) Iceland agrees deal on foreign bank deposits
- ↑ Overheid steunt financiële sector met euro 20 mrd
- ↑ Overheid steunt ING met euro 10 mrd - Het Financieele Dagblad
- ↑ Ook staatssteun voor Aegon
- ↑ (en) NIBC Bank plans to issue 1 billion euro 3 year bond
- ↑ [1] Nederlands gemeenschapsgeld bij door de kredietcrisis getroffen banken
- ↑ [2]
- ↑ BNG: gemeenten zochten grens van wet op - Trouw
- ↑ Provincie hield niet genoeg zicht op financiën
- ↑ Gedeputeerden Noord-Holland treden af
- ↑ [3]
- ↑ [4]
- ↑ [5]
- ↑ [6]
- ↑ Website DNB, tabel 8.8
- ↑ Pensioenreus zakt door buffer - Het Financieele Dagblad
- ↑ DNB Wellink: Gemiddelde dekkingsgraad pensioenfondsen 109% - Het Financieele Dagblad
- ↑ Reserves pensioenfondsen in rook op
- ↑ [7]
- ↑ [8]
- ↑ Pensioenfonds Shell zakt door het ijs
- ↑ [9]
- ↑ ABP Dekkingsgraad
- ↑ Cijfers > Maandelijkse dekkingsgraad
- ↑ (en) Pension funding gap now a wide expanse
- ↑ (en) DuPont, Lockheed Facing Higher Costs From Underfunded Pensions
- ↑ Huizenverkopen stranden vaker door crisis
- ↑ 'Bestuurders: geldkraan moet nu open'
- ↑ Argwanende banken parkeren geld bij DNB
- ↑ Nederlandse huizenbezitters komen er bekaaid vanaf
- ↑ [10]
- ↑ [11]
- ↑ (en) Top banks call for relaxed writedown rules.
- ↑ Opgemerkt wordt dat de regel van "fair value accounting" een merkwaardig effect heeft op de waardering van de eigen schulden van een onderneming. Een debiteur kan zijn schulden tegen de (lagere) marktwaarde waarderen in plaats van tegen de nominale waarde, hoewel hij (op enig moment) die tegen de nominale waarde zal dienen af te lossen (tenzij uiteraard iets anders overeengekomen is of wordt). Dit heeft een tijdelijk positief effect op zijn bedrijfsresultaten, dat echter na verloop van tijd weer wordt omgekeerd. Stel een bank heeft $ 10 miljard aan obligaties geëmitteerd tegen pari, en heeft na de emissie deze schuld voor $ 10 miljard op zijn balans gezet. Door slechte marktomstandigheden, afnemende (al dan niet veronderstelde) kredietwaardigheid of door welke oorzaak ook, daalt de beurskoers van deze obligaties tot 90%. De bank kan dan, met gebruikmaking van deze boekhoudregel, de waarde van deze schuld op zijn balans op $ 9 miljard stellen. Hij heeft dan een positief resultaat van $ 1 miljard. Maar indien, door welke oorzaak ook, doch bijvoorbeeld door dat gunstige resultaat, de beurskoers van die obligaties weer stijgt tot 100%, moet hij de schuld weer verhogen tot $ 10 miljard, hetgeen een negatief resultaat van $ 1 miljard oplevert. Uiteindelijk zal hij, ongeacht de tussentijdse koersveranderingen en de daaruit voortvloeiende spiegelbeeldige mutaties in zijn bedrijfsresultaat, de obligaties op de expiratiedatum tegen (nagenoeg altijd) 100% moeten aflossen. In de tussentijd heeft een (perceptie in de markt van een) lagere kredietwaardigheid wel zijn resultaat geflatteerd. Citigroup maakte van deze boekhoudregel gebruik bij de cijfers over het eerste kwartaal van 2009. De winst van $ 1,6 miljard bleek voor $ 2,5 miljard het gevolg van deze waarderingsmethode, zie Citigroup’s $1.6 Billion Profit Exceeds Estimates.
- ↑ (en) Sample Letter Sent to Public Companies on MD&A Disclosure Regarding the Application of SFAS 157 (Fair Value Measurements)
- ↑ Resultaat stresstesten beter dan verwacht
- ↑ Zie bijvoorbeeld het rapport Credit Conditions Survey 2007 Q4 van de Bank of England, [12].
- ↑ Zie de pagina WDCI op het Bloomberg-systeem.
- ↑ Bij een aandelenemissie van HSBC in april 2009 werd de emissiekoers bepaald op 254 pence, 41% lager dan de beurskoers op dat moment. In mei 2009 slaagde Bank of America er in om -zonder al te veel moeite- voor $ 13,5 miljard aan nieuwe aandelen te plaatsen.
- ↑ (en) Greenspan Urges Tighter Regulation After `Breakdown'
- ↑ (en) Mortgage Rates for Best Borrowers Rise as Home-Loan Bonds Slump
- ↑ (en) JPMorgan Cracks Down on Unused Credit as Banks Free Up Capital
- ↑ Bij deze correctie is gebruik gemaakt van de CPI-cijfers van de VS, afkomstig van Inflationdata.com, aangezien de historische data in Amerikaanse dollars luiden. In feite dient de feitelijke inflatie zoals die van toepassing is voor de concreet door een dergelijke schade getroffen belegger die van zijn eigen rapportagevaluta te zijn. Voor een Nederlandse of Belgische belegger die in bijvoorbeeld 1986 een verlies leed door het faillissement van een Amerikaanse spaarbank, zou dat eigenlijk de Nederlandse c.q. Belgische inflatie moeten zijn. De vergelijkende cijfers zijn echter slechts bedoeld om een indruk van de relatieve orde van grootte te geven.
- ↑ (en) U.S. Mortgage Crisis Rivals S&L Meltdown
- ↑ De vraag omtrent de "causaliteit" wordt tevens buiten beschouwing gelaten: wanneer staat een schade nog in een zodanig verband tot het schadeveroorzakend handelen dat het geacht kan worden daarvan een rechtstreeks gevolg te zijn?
- ↑ (en) Global Financial Assets Lost $50 Trillion Last Year, ADB Says
- ↑ (en) “Subprime” Voted 2007 Word of the Year by American Dialect Society. Het Financieele Dagblad spreekt sinds medio 2008 simpelweg van "rommelhypotheken".
- ↑ persbericht Towers Perrin 13 maart 2008
- ↑ Financieel Dagblad 31 maart 2008
- ↑ (en) Merriam-Webster's Word of the Year 2008


