Kredietcrisis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Te koop staande huizen in Nederland.
Verlaten bouwproject in Lahinch, County Clare, Ierland. Het uitvoerende bouwbedrijf Keco, eens bijna de grootste in County Clare, is thans failliet.
Te koop staande appartementen in Saggart, Ierland

De kredietcrisis is de aanduiding voor de crisis op de financiële markten die in de zomer van 2007 ontstond.[1]

De crisis werd in belangrijke mate geïnitieerd doordat door de stagnerende huizenmarkt in de Verenigde Staten de als obligaties verpakte gebundelde hypotheken in het laagste segment (subprime) in een hoog tempo minder waard werden. Hierdoor kwamen financiële instellingen in problemen en werden er uiteindelijk honderden miljarden afgeschreven op gekochte obligaties. Doordat onduidelijk was welke instellingen hierdoor in de problemen zouden komen droogde de interbancaire geldmarkt op, banken leenden elkaar geen geld meer. Verschillende banken zijn genationaliseerd, failliet gegaan of overgenomen. Het opmerkelijke aan de kredietcrisis is dat verschillende negatieve ontwikkelingen op deelmarkten elkaar versterkten.

De ontwikkelingen bedreigden al snel het ongestoord functioneren van het internationale financiële systeem, en ingrijpen van nagenoeg alle centrale banken bleek noodzakelijk. Vanaf oktober 2008 namen diverse overheden op grote schaal rechtstreeks deel in het risicodragend kapitaal van banken.

Door de interferentie tussen deelmarkten is niet exact aan te geven welke gebeurtenissen elkaar op welke wijze beïnvloedden. In het algemeen kan gesteld worden dat problemen rond Amerikaanse hypotheken de onmiddellijke aanleiding vormden tot de crisis, die oversloeg op de markt voor daaraan gerelateerde complexe financiële producten. Een en ander werd versterkt doordat de bij de waardebepaling van dergelijke complexe financiële producten gebruikte aannames in wiskundige formules op drijfzand waren gebaseerd. De achterliggende oorzaken van de crisis zijn zo complex dat het nagenoeg onmogelijk is om een helder volledig beeld van de situatie te krijgen. Analyses van de problemen en de fundamentele oplossingen zijn vaak gericht op slechts een beperkt onderdeel van de crisis.

De aanduiding "kredietcrisis" dekt niet de gehele lading van de crisis. Er was niet uitsluitend sprake van een kredietcrisis in de zin van een beperkte beschikbaarheid van liquiditeiten en (langer lopend) kapitaal, doch op een aantal momenten ook van een algehele onderlinge vertrouwenscrisis in de financiële sector.

Vanaf begin 2010 veranderde de crisis van voorwerp: men maakte zich steeds meer zorgen over de financiële positie van een aantal overheden. Dit leidde in april 2010 tot een crisis rond Griekse overheidsfinanciën. Ook andere landen (met name Portugal, Spanje,Italië en Ierland) dreigden in een financiële crisis te komen. De EU-ministers van Financiën presenteerden op 10 mei 2010 een reddingsplan van in totaal € 500 miljard, terwijl het IMF tot € 250 miljard toezegde.

Nuvola single chevron right.svg Voor een chronologische ordening van gebeurtenissen in verband met de kredietcrisis, zie Tijdlijn van de kredietcrisis
Nuvola single chevron right.svg Voor een lijst van aan de kredietcrisis gelieerde termen en begrippen, zie Lijst van aan de kredietcrisis gelieerde termen

Inhoud

De oorzaak en de aanleiding: de Amerikaanse woning- en hypotheekmarkt[bewerken]

Vanaf 2001 had de Amerikaanse woningmarkt een sterke opleving laten zien, waarvoor diverse oorzaken zijn aan te wijzen. Na de aanslagen van 11 september 2001 dreigde (aanvankelijk) een recessie, wat voor de Federal Reserve (het Amerikaanse stelsel van centrale banken) aanleiding vormde om de officiële rente in een aantal stappen sterk te verlagen, tot een historisch laag niveau van 0,25%. (Zie grafiek hieronder.) Hierdoor werden leningen (waaronder hypotheken) duidelijk goedkoper. Dit gold met name voor hypotheken met een variabele rente.

Een tweede factor werd gevormd door een toename van de hoeveelheid liquiditeit in het financiële systeem, enerzijds veroorzaakt door injecties door centrale banken en anderzijds door een toevloed van voor belegging beschikbaar kapitaal, met name vanuit Azië.

Etalage van aanbieder van achteraf riskant gebleken hypotheken
ARM Indexes 1996-2006; het verloop van de rente van Amerikaanse hypotheken met variabele rente

Een derde factor werd gevormd door de ontwikkeling van een groot aantal nieuwe hypotheekvormen in de VS. Dit had betrekking op de volgende aspecten:

  • de verificatie van inkomensgegevens van hypotheekaanvragers werd versoepeld, variërend van het hanteren van summiere inkomensgegevens (bekend als low-doc loan) tot het geheel afzien van verificatie (bekend als no-doc loan);[2]
  • het verstrekken van een groter leenbedrag in verhouding tot de waarde van het onderpand, waarbij tevens de aankoopkosten werden medegefinancierd (bekend als piggyback loan);
  • het hanteren van een lage aanvangsrente die na enige tijd zou stijgen (bekend als step-up loan);
  • het hanteren van de mogelijkheid dat gedurende de eerste periode de rente slechts gedeeltelijk betaald werd, en het niet-betaalde deel aan de hoofdsom werd toegevoegd (bekend als negative amortization loan, dus lening met negatieve aflossing of pay-option loan, dus lening met een keuze ten aanzien van het te betalen bedrag).

Verder werd, aanmerkelijk meer dan voorheen, gekozen voor een hypotheek met variabele rente (adjustable rate mortgage of ARM). In de VS houdt dit in dat de rente gedurende een klein aantal jaren na de aanvang vast staat en daarna variabel wordt. Vaak is de rente vast voor een periode van twee jaar ("2/28") of vijf jaar ("5/25").

De meest ingrijpende verandering had echter betrekking op de kredietwaardigheid van de hypotheekaanvrager. In de Verenigde Staten wordt hierbij veel waarde gehecht aan de credit score van de aanvrager: een cijfer dat is gebaseerd op zijn betalingsgedrag in het verleden. Debiteuren met een slechtere krediethistorie worden hierbij aangeduid als "subprime" ("minder dan eerste klas"); vanaf circa 2002 werden ook aan deze categorie huiseigenaren hypotheken verstrekt.

Het gevolg van deze ontwikkelingen was een gestage stijging van de huizenprijzen. Dit leidde tot een grotere belangstelling, hetgeen wederom tot een prijsstijging leidde. Het eigen huis werd niet langer gezien als onderkomen, doch als speculatieobject: het oogmerk van steeds grotere groepen huizenkopers was, een huis te kopen teneinde dit na (vrij) korte tijd met winst door te verkopen. Door de tamelijk lage "instaprente" kon men aanmerkelijke bedragen lenen, doch het huis diende dan wel verkocht te worden voordat de "normale" rente in zou gaan. Men had dus groot belang bij een tijdige verkoop. Dit proces van herhaalde aankopen en verkopen stond bekend als "flipping".

"In the years leading up to the crisis, a combination of factors, including low interest rates, lax lending standards, a proliferation of exotic mortgage products, and the growth of a global market for securitized loans fueled a rapid increase in household borrowing. An influx of new and often speculative homebuyers with access to easy credit helped bid up U.S. house prices to unprecedented levels relative to rents or disposable income."
— Reuven Glick and Kevin J. Lansing, Federal Reserve bank of San Francisco, Global Household Leverage, House Prices and Consumption, January 11, 2010.[3]

Een vierde factor werd gevormd door deregulatie (afschaffen van regelgeving) en een falend toezicht op het hanteren van de nog wel geldende regelgeving. De Amerikaanse minister van Financiën Geithner verklaarde tegenover het Huis van Afgevaardigden op 23 maart 2010 dat tekortschietende regelgeving en gebrekkig toezicht een belangrijke rol gespeeld had bij het ontstaan van de crisis:

"For many years, the housing finance system provided credit to households in a reliable and stable manner, setting appropriate standards for mortgage origination, and attracting diverse sources of capital through securitization. However, insufficient regulation and enforcement was unable to check increasingly lax underwriting, irresponsible lending and excessive risk taking. Increasing usage of complex products led to a growing misalignment of incentives facing mortgage brokers, originators, credit investors and borrowers. This fueled unsustainable debt levels and house price appreciation. The risk of a fall in home prices was ignored by most and there was too much leverage in every part of the system. These problems were worst in the least regulated non-bank sectors that fed private-label securitizations. Over time, problems associated with the absence of prudent underwriting standards and effective consumer protection migrated from these sectors to the more highly regulated channels of mortgage origination, including the banking sector."
— Secretary Timothy F. Geithner, Written Testimony, House Committee on Financial Services, March 23, 2010[4]

Het IMF beschreef de situatie, overigens jaren later, te weten in zijn Global Financial Stability Report van april 2011, als "een periode van vrijwel onbeperkte beschikbaarheid van goedkoop krediet" ("a period of almost indiscriminate availability of cheap credit").

Ontwikkeling huizenprijzen VS, ultimo 1999=100

De huizenprijzen in de VS ontwikkelden zich als hiernaast weergegeven.[5]

Achteraf bleek dat in een niet gering aantal gevallen leningen waren verstrekt die achteraf gezien slechts, zowel vanuit het oogpunt van de huiseigenaar als vanuit dat van de financier bezien, als uitermate roekeloos te kwalificeren waren.[6] Onder meer bleek dat er op grote schaal was uitgegaan van onjuiste gegevens omtrent de financiële positie van de aanvrager. Deels kwam dit doordat er 'stated-income' hypotheken verstrekt werden, waarbij de aanvrager zonder enig bewijs te hoeven overleggen, zijn inkomen kon opgeven. Anderzijds waren ook hypotheekadviseurs en -tussenpersonen verantwoordelijk voor het verschaffen van onjuiste informatie om een grotere hypotheekproductie en dus premies te kunnen realiseren. Opgemerkt moet worden dat het risico voor de huizenbezitters kleiner is dan dat in Europa zou zijn: in een aantal staten in de V.S. kan men "de sleutel inleveren" bij de bank als de hypotheekschuld hoger is dan de waarde van het huis; de restschuld wordt niet verhaald op de (voormalige) huiseigenaar.

Zolang de huizenprijzen bleven stijgen, ging echter alles goed. Door de gestegen huizenprijzen kon men zijn huis met winst verkopen en een groter huis kopen, of kon men op basis van dat extra onderpand geld lenen, en de vrijgekomen middelen aanwenden voor consumptieve bestedingen. Beide activiteiten vormden, in die jaren, een duidelijke positieve conjuncturele impuls. Ook werden huizen gekocht voor uitsluitend speculatieve doeleinden.

Door een aantal oorzaken stagneerde dit proces vanaf medio 2006. Een exact tijdstip is moeilijk te geven, mede door verschillen in regionale deelmarkten in de VS. De woningmarkt in Californië gedroeg zich anders dan die in, bijvoorbeeld, Wyoming. Een van de oorzaken was een serie renteverhogingen door de Federal Reserve, hetgeen een stijging van de hypotheekrente met zich meebracht. Een tweede factor was dat de woningprijzen een zodanig niveau bereikten dat ze voor steeds grotere groepen huizenkopers onbetaalbaar werden.

Ontwikkeling aantal foreclosures in VS vanaf begin 2007
Veiling van Amerikaanse woningen op de stoep van het gerechtsgebouw, zoals voorgeschreven ("on the courthouse steps")

Vanaf medio 2006 namen betalingsachterstanden duidelijk toe, met name bij de subprime-hypotheken. Tevens bereikte een toenemend aantal leningen het einde van hun rentevaste periode, en werden de huiseigenaren geconfronteerd met een aanmerkelijk hogere rente: in het typische geval met circa 2 tot 2,5 procentpunt. Hun lasten namen daarmee sterk toe. Bij leningen met een lage instaprente kon deze stijging nog aanmerkelijk groter zijn. Bij de negative amortization loan kon tevens de mogelijkheid tot negatieve aflossing vervallen. In sommige situaties kon hierdoor sprake zijn van een verveelvoudiging van de maandelijkse lasten.

Door deze oorzaken daalde de belangstelling voor (steeds grotere en/of duurdere) huizen, hetgeen onder meer tot uitdrukking kwam in een afname van het aantal nieuw gebouwde woningen, en in een afname van het aantal verkopen van bestaande woningen. Het aantal gedwongen verkopen ("foreclosures") nam sterk toe. (Dit proces ging nog geruime tijd door: over het derde kwartaal van 2009 bleek het aantal "foreclosure notices" te zijn gestegen tot ruim 900.000, wat 23% meer was dan in het derde kwartaal van 2008).[7] In maart 2010 bleek dat er sinds 2008 meer dan 1 miljoen foreclosures hadden plaatsgevonden.[8]

Vanaf eind 2006 moest een toenemend aantal (meestal kleinere, doch ook een aantal grotere) hypotheekbanken zijn activiteiten inkrimpen of soms geheel staken.

Vanaf begin 2007 verscherpten (alle) hypotheekbanken hun leningsvoorwaarden, hetgeen tot gevolg had dat het verkrijgen van nieuwe zowel als vervangende hypotheken steeds moeilijker en duurder werd.[9]

De getroffen huiseigenaren waren in sommige gevallen genoodzaakt onderdak te zoeken in geïmproviseerde tentenkampen.[10][11]

Ontwikkelingen op woning- en hypothekenmarkten elders[bewerken]

Ontwikkeling huizenprijzen Verenigd Koninkrijk, ultimo 1992=100
Ontwikkeling van huizenprijzen in Ierland en in Dublin, 2000 - zomer 2010, in euro's
Ontwikkeling van huizenprijzen in Ierland en in Dublin vanaf 2005, indexcijfers
Ontwikkeling van huizenprijzen in Nederland, in duizenden euro's

De hierboven beschreven ontwikkelingen deden zich ook, in soms mindere mate, voor op woning- en hypotheekmarkten elders. Met name in het Verenigd Koninkrijk waren huizenprijzen ook sterk gestegen, doch vanaf circa maart 2008 trad een daling op, hetgeen leidde tot een toename van het aantal te koop staande woningen.[12] Ook hier speelde een rol dat (in dit geval Britse) hypotheekverstrekkers niet alleen hun rentetarieven verhoogden, maar ook hun leningsvoorwaarden aanscherpten. Tevens speelde in het Verenigd Koninkrijk het verschijnsel buy to let een rol: het door particulieren kopen van een woning met het doel deze, vaak na een renovatie, met winst te verhuren. Bij een dergelijke investering speelt de verhouding tussen de te betalen hypotheekrente en de te ontvangen huur (minus de kosten van onderhoud en eventueel renovatie) een grote rol. Indien dergelijke beleggingen niet meer aantrekkelijk gevonden worden, leidt dat tot een sterke daling van de vraag naar daarvoor in aanmerking komende woningen. Ook is hierbij van belang dat het grootste deel van Britse hypotheken een rente heeft die gekoppeld is aan de geldmarktrente, zodat rentewijzigingen door de Bank of England (de Britse centrale bank) direct doorwerken in de hoogte van de hypotheekrente.

In Canada, waarvan de economie in hoge mate afhankelijk is van de export naar de Verenigde Staten, kwam de stijging van de huizenprijzen vanaf het begin van 2008 tot stilstand.[13]

Ook in Ierland was sprake van een daling van de huizenprijzen. Hierbij speelt een rol dat Ierland sedert het midden van de jaren 90 van de twintigste eeuw een sterke economische groei had vertoond. Met name in en rond Dublin hadden zich vele buitenlandse bedrijven gevestigd, mede onder invloed van fiscale faciliteiten. Dit had geleid tot een sterke vraag naar woningen in die regio, wat de huizenprijzen sterk had opgedreven.

In Nederland was tot circa medio 2007 sprake van een gestage stijging van de huizenprijzen, die in het vierde kwartaal van 2007 enigszins afvlakte. Vanaf het derde kwartaal van 2008 begonnen de huizenprijzen te dalen; in het eerste kwartaal van 2009 zette de daling zich voort, om in de volgende kwartalen op een veel lager volume bijna te stabiliseren.[14]

Toename van uitstaande leningen in het algemeen, en afname daarvan vanaf circa eind 2008[bewerken]

Niet alleen het uitstaande bedrag aan woninghypotheken (in de VS en elders) was toegenomen, ook andere typen leningen lieten in de loop der jaren een sterke toename zien. Dit gold ook voor leningen aan commerciële ondernemingen, vaak in het kader van leveraged buy-outs, voor leningen aan financiële instellingen, en voor staatsleningen en andere leningen aan lagere overheden. Deze toename dient uiteraard gecorrigeerd te worden voor de inflatie die in de loop der jaren is opgetreden, maar ook na deze correctie is sprake van een duidelijke toename van de verhouding van de totale schuld versus het nationale inkomen. Dit verschijnsel deed zich in de gehele (geïndustrialiseerde) wereld voor. Het gevolg was dat de financiële sector een steeds groter aandeel in de totale economie kreeg. (In een extreme vorm bleek dit in IJsland het geval te zijn.) Het gevolg was dat steeds meer partijen in de economie (relatief) steeds grotere bedragen leenden en uitleenden, en dat er, over de breedte van de economie gezien, steeds meer sprake was van "leverage": het verschijnsel dat er, gegeven een bepaald "eigen vermogen" sprake is van steeds grotere bedragen aan geleend geld enerzijds, en vorderingen (uitgeleend geld) en (overige) bezittingen anderzijds. De netto financiële positie werd daarmee steeds meer gevoelig voor (mogelijk niet parallelle) veranderingen in de componenten van die balans. De totale schulden van de diverse sectoren in de VS ontwikkelden zich sinds 1975 als hiernaast aangegeven. Voor andere landen en regio's zijn geen vergelijkbare cijfers voorhanden, maar op basis van een vergelijking van cijfers van deelgebieden kan worden aangenomen dat dit verschijnsel zich ook elders, mogelijk in mindere mate, heeft voorgedaan.

Vanaf ongeveer eind 2008 bleek echter sprake te zijn van een omslag in dit proces: het totaal aan uitstaande leningen nam minder toe, en soms zelfs af. (In hoeverre dit een kwestie is van afgenomen bereidheid van financiers om leningen te verstrekken, of van mindere geneigdheid van debiteuren om leningen op te nemen, is voor discussie vatbaar. De in die periode toenemende spaarquote in de VS doet vermoeden dat beide factoren een rol speelden.) Het gevolg van dit proces was dat de reeds ingezette contractie van de economie in ieder geval niet verminderd werd.

"However, far more serious than this decline in growth, we have the durably lower level of expenditure related to credit: purchases of real estate, durable goods (cars, etc.). [...] This contraction in demand is a far more serious development than the decline in the long-run growth in demand, and one fails to see how economic policies could prevent it."
— Patrick Arthus, Natixis, Flash Economics, 15 December 2008 - No. 571
Totale schulden VS sinds 1975
Ontwikkeling van het uitstaande bedrag aan consumentenkrediet in de VS, in miljarden dollars
Totale schulden Eurozone sinds 1999

Sedert het begin van de kredietcrisis is in de VS een stabilisatie van het bedrag aan uitstaand hypothecair krediet te zien, gevolgd door een zekere daling. (De cijfers voor 2011 zijn per eind vierde kwartaal 2011.) Ook de ontwikkeling van het totale bedrag aan consumptief krediet (met name auto loans en credit cards) liet, na een jarenlange gestage stijging, vanaf eind 2008 een stabilisatie zien, later gevolgd door een duidelijke daling. Een afname van het bedrag aan opgenomen geld wordt aangeduid als "deleveraging", waarbij de oorzaak zowel kan zijn gelegen in een mindere beschikbaarheid van krediet als in een afname van de vraag naar krediet. Het effect op de reële economie kan echter zeer negatief zijn.

De macro-economische effecten waren voor de Amerikaanse overheid reden om een grootschalig stimuleringsprogramma op te zetten. Men kondigde op 12 november aan voornemens te zijn de nog resterende $ 350 miljard van het reddingsplan van $ 700 miljard waartoe begin oktober 2008 werd besloten te willen gebruiken voor het vlot trekken van de markt voor consumentenleningen, autoleningen en studieleningen.[15] (Later werd dit plan echter weer verlaten.)

Op 19 december 2008 berichtte de Federal Reserve voornemens te zijn om voor $ 200 miljard aan laagrentende leningen te verstrekken aan beleggingsinstellingen, waaronder begrepen hedge funds, op voorwaarde dat die hiervoor gesecuritiseerde "consumer loans" zouden kopen. Op 7 februari werd de verdere uitwerking van dit plan, aangeduid als Term Asset-Backed Securities Loan Facility, bekendgemaakt.[16] Omvang, werkingssfeer en looptijd werden later uitgebreid.

Ook in de eurozone namen de schulden (van de overheid en de private sector) in de loop der jaren sterk toe. Sedert het begin van 1999 (de datum van invoering van de girale euro) ontwikkelden ze zich als volgens nevenstaande grafiek.

Complexe financiële producten[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie collateralized debt obligation voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De hypothecaire leningen werden door hypotheekbanken niet zelf gefinancierd maar werden relatief snel door de hypotheekbanken aan derden doorverkocht. Dit proces staat bekend als securitization, en de daaruit resulterende obligaties als mortgage backed securities (MBS). Een verdere innovatie vond plaats door middel van collateralized debt obligations (CDO's), waarbij binnen een pakket obligaties een onderlinge rangorde werd aangebracht ten aanzien van de volgorde waarin betaling van rente en aflossing zou worden ontvangen. Mede doordat deze producten gecombineerd werden met derivaten werd het moeilijk om in te schatten wat de waarde hiervan was.

De complexiteit van dergelijke producten kan met de volgende anekdote geïllustreerd worden. In november 2010 publiceerde Dan Edstrom, een Amerikaanse deskundige op het gebied van de administratieve organisatie van securitisatieprogramma's, zijn bevindingen van een onderzoek wie nu eigenlijk de houder van zijn eigen hypotheek was. Dit onderzoek had een jaar in beslag genomen. Er bleken, in diverse hoedanigheden, een groot aantal rechtspersonen bij betrokken te zijn geweest; de schematische weergave besloeg een dichtbedrukte pagina.[17]

Topbelegger Warren Buffett waarschuwde specifiek tegen de enorme proliferatie van deze producten. Hij noemt ze bij onoordeelkundig gebruik financiële massavernietigingswapens.[18]

Waarderingsproblemen[bewerken]

Bij iedere vorm van beleggen wordt regelmatig de waarde van de investeringen vastgesteld. Meestal kan hierbij gebruik worden gemaakt van een beurskoers. Bij de hier genoemde CDO's was vaak geen beursnotering aanwezig. Zonder beurskoers dient de waarde geschat te worden door gebruik te maken van de koers van (vergelijkbare) staatsleningen, gecorrigeerd voor enerzijds het (algemene) verschil in kredietwaardigheid (de "credit spread") en anderzijds de vermoedelijke kans op wanbetaling ("default"). Voor het schatten van de kans op wanbetaling werden statistische technieken losgelaten op historische gegevens omtrent het betalingsgedrag van huiseigenaren.

Deze techniek, waarbij een belegging werd gewaardeerd aan de hand van een rekenmodel, noemt men "marking to model" (waardering op basis van beurskoersen noemt men "marking to market"). Het gevaar van waardebepaling op basis van een model is dat het kwetsbaar is voor fouten en manipulatie en het bovendien schijnzekerheid biedt.

Het nadeel van "marking to market" is echter dat als de markt in een bepaald type activa tot stilstand is gekomen (er op die markt niet of nauwelijks transacties tot stand komen) er geen goed aanknopingspunt voor de waardebepaling van activa voorhanden is. De (Amerikaanse) Federal Accounting Standards Board stelde in maart 2009 voor om het "mark to market"-principe niet meer onverkort toe te passen.[19]

Het probleem van moeilijk te waarderen activa bleef met grote regelmaat de gemoederen bezighouden. Enerzijds werd erop gewezen dat als er geen noodzaak of voornemen is om een bepaalde bezitting te verkopen, het niet nodig zou moeten zijn een -mogelijk tijdelijke- waardedaling direct in de gerapporteerde balans zichtbaar te maken. (Als voorbeeld werd hierbij gewezen op de hypothecaire lening die reeds geruime tijd zonder problemen wordt afbetaald, en derhalve tegen (ongeveer) de nominale waarde zou moeten kunnen worden opgenomen, doch die in een "distressed market" tegen een aanmerkelijk lagere koers zou moeten worden gewaardeerd.) Slechts indien verkoop beoogd werd, zou de (lagere) marktwaarde moeten gelden. Hiertoe werd een onderscheid in de beleggingsportefeuille voorgesteld tussen "hold to maturity" en "available for sale".) Anderzijds werd er op gewezen dat een dergelijke methode ertoe zou leiden dat banken hun activa zo veel mogelijk in die eerste categorie zouden houden, en dat het voor vermogensverschaffers niet meer mogelijk zou zijn om zich een beeld te vormen van wat de activa in het geval van liquidatie waard zouden zijn. Het zicht op de werkelijke waarde van een bank zou daarmee versluierd worden.[20]

Voortgaande twijfel aan waarderingen[bewerken]

In de daaropvolgende weken nam de twijfel omtrent de correcte waardering van dergelijke beleggingen toe. De betalingsachterstanden namen dusdanige vormen aan dat de op het verleden gebaseerde modellen niet langer bruikbaar werden geacht. Tevens bleek dat steeds minder partijen bereid waren om een markt te onderhouden in de betreffende obligaties. Dit betekende dat noch marking to model, noch marking to market tot een correcte waardebepaling zou kunnen leiden.

In juli 2007 meldde een dochter van de Franse bank BNP Paribas dat zij van drie door haar beheerde beleggingsfondsen niet in staat was de waarde vast te stellen, aangezien "The complete absence of liquidity in certain market segments of the U.S. securitization market has made it impossible to value certain assets fairly regardless of their quality or credit rating." Vergelijkbare berichten of vermoedens waren reeds eerder van of omtrent andere partijen vernomen. Daarnaast rezen er twijfels over de credit ratings zoals die zijn afgegeven door Standard & Poor's en Moody's.

In de daaropvolgende dagen en weken nam de onzekerheid in de markt toe, en werden steeds meer twijfels geuit omtrent de waarderingsmodellen van derivaten in het algemeen. Een groot deel van de op de financiële markten verhandelde derivaten wordt niet op een beurs verhandeld maar onderling in "the over-the-counter" markt, dus over de toonbank.

De twijfel omtrent de waardering van beleggingen werd in de loop van de crisis niet weggenomen. Vanaf circa medio 2008 werden steeds meer vraagtekens geplaatst bij de waardering van ook "normale" financiële producten waarbij hypotheken betrokken waren, vanwege de gebrekkige liquiditeit van dergelijke leningen. Dit probleem bleef regelmatig de kop opsteken.

De Autoriteit Financiële Markten uitte in een begin december 2009 verschenen rapport kritiek op een aantal accountantskantoren, die bij de beoordeling van de waardering van complexe financiële producten (door "market to model") onvoldoende de merites en werking van die modellen hadden onderzocht. Bij één of meer kantoren kondigde de AFM een "normoverdragend gesprek" aan.[21]

Rol van hedgefondsen[bewerken]

In juni 2007 meldde de Amerikaanse bank Bear Stearns dat twee door haar beheerde hedgefondsen[22] in de problemen waren geraakt. De beide hedgefondsen belegden onder andere in CDO's en waardeerden hun beleggingen (marking to model) te hoog in vergelijking met de waardering in de markt (marking to market). De verliezen door de afboekingen waren dusdanig dat Bear Stearns zich gedwongen zag in te grijpen.[23] Dat het hier hedgefondsen betrof, heeft op zich weinig met de kredietcrisis te maken; de problemen vloeiden voort uit de aard van de beleggingen. Het is echter wel zo dat mezzanine CDO's, en in sterkere mate equity tranche CDO's, door hun risicoprofiel in meer dan gemiddelde mate voor hedgefondsen interessant waren. In de periode voordat de kredietcrisis losbarstte was er discussie in de media over de rol van hedgefondsen. Tijdens de kredietcrisis bleek de rol van hedgefunds vrij klein te zijn. Door toegenomen onzekerheid over de wijze van functioneren van de financiële markten trokken spaarders hun tegoeden terug uit fondsen. Aangezien de hedgefondsen en beleggingsfondsen hun beleggers moeten uitkeren, moet een gedeelte van de portefeuille verkocht worden. Het vroegtijdige verkopen van grote posities versterkte de koersbewegingen op de beurzen.

De twee beheerders van de hierboven genoemde fondsen van Bear Stearns, Ralph Cioffi en Matthew Tannin, werden vervolgd ter zake van (beweerde) misleiding van beleggers, doch op 11 november 2009 door een jury vrijgesproken.[24]

In november 2008 moesten enkele hedgefund-managers, waaronder George Soros en John Paulson voor het Amerikaans Congres verschijnen om vragen te beantwoorden over de rol van hedgefondsen in de crisis. Volgens Soros hebben de fondsen bijgedragen aan de bubble in de financiële markten, die nu is gebarsten, maar de Federal Reserve en regulators lieten het gebeuren. Hij voorspelde dat 50% tot 75% van de hedgefund-'industrie' door de crisis zal verdwijnen en pleitte voor meer regulering.[25]

"Credit crunch" op de interbancaire geldmarkt[bewerken]

Een belangrijke rol in het mondiale financiële systeem wordt gevormd door de interbancaire geldmarkt: de markt waarbij (vooral) banken elkaar, voor korte perioden, variërend van één dag tot twee jaar, vaak omvangrijke leningen verstrekken. Met behulp van deze leningen kunnen banken in hun behoefte aan liquide middelen voorzien, en kunnen zij overtollige liquiditeiten voor korte perioden rentedragend beleggen. Voor een soepel functioneren van deze markt is het vertrouwen in een correct nakomen van de verplichtingen uiteraard essentieel. Centrale banken opereren tevens op deze markt in het kader van hun monetaire beleid, waarbij, door het verstrekken van liquiditeiten of door het (geforceerd) afromen van liquiditeiten, de geldhoeveelheid en de rente op de geldmarkt gestuurd kan worden. De vraag of dit sturingsinstrument steeds correct werkt, wordt hier verder buiten beschouwing gelaten, evenals de vraag of dit tot ongewenste neveneffecten leidt. In dit verband wordt wel opgemerkt dat een beleid waarbij centrale banken (naar verwacht wordt steeds) in problemen verkerende financiële instellingen te hulp zullen komen, kan leiden tot roekeloos gedrag: in geval van problemen zal men wel geholpen worden. Dit staat bekend als moral hazard.

Op 9 augustus 2007 bleek dat er zich binnen het Europese bankwezen kennelijk een crisis dreigde voor te doen: de geldmarkttarieven stegen plotseling scherp. De ECB kondigde een eendaagse liquiditeitssteun aan, waarbij Europese banken tegen 4,00% onbeperkt geld konden lenen (doch wel tegen een toereikend onderpand). Hierop werd voor € 95 miljard toegewezen. Niet bekend is of er banken in een liquiditeitscrisis verkeerden, en zo ja, welke banken dat waren: toezichthouders plegen hierover geen mededelingen te doen. In de daaropvolgende dagen werd nogmaals een dergelijke extra faciliteit gebruikt, doch voor lagere bedragen: op 10 augustus € 61 miljard, en op 13 augustus € 7,7 miljard. (Deze faciliteiten vervingen steeds de eerdere faciliteit; deze bedragen kunnen niet bij elkaar opgeteld worden.) Andere centrale banken verstrekten ook dergelijke kortlopende faciliteiten, doch voor kleinere bedragen.

Op de Amerikaanse geld- en kapitaalmarkt deed zich eveneens een "credit crunch" voor. Beleggers bleken niet langer bereid om (onbeperkt) leningen van hypotheekbanken over te nemen, zodat het hierboven beschreven proces van securitization stokte. Hypotheekbanken bleken verder geconfronteerd te worden met de noodzaak, bij gedwongen verkopen huizen zelf in te kopen, aangezien er geen voldoende belangstelling voor bestond. Deze hypotheekbanken waren echter grotendeels met kortlopende leningen gefinancierd. De gesignaleerde problemen waren echter voor de verstrekkers van die leningen reden zeer terughoudend te zijn met voortgezette verstrekking daarvan. Het gevolg was een snel toenemend financieringsprobleem, bij een toenemend aantal hypotheekbanken. Een aantal hypotheekbanken vroeg surseance aan; andere banken dienden terug te vallen op leningsarrangementen bij hun huisbankiers, tegen onbekende doch vermoedelijk hoge rentes.

Op 17 augustus 2007 verlaagde de Federal Reserve zijn discount rate, het toptarief waartegen banken van de Amerikaanse centrale bank kunnen lenen, van 6,25% tot 5,75%.

Naast het opdrogen van de interbancaire geld- en depositohandel was ook sprake van een toegenomen argwaan van ondernemingen om hun tegoeden bij "verdachte" banken te plaatsen. Men gaf de voorkeur aan een bank met een hogere rating dan hun "huisbank".

Bonuscultuur[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bonuscultuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de kredietcrisis heeft de bonuscultuur bij grote banken een niet onbelangrijke rol gespeeld. Topbestuurders en succesvolle handelaren ontvingen in de jaren voorafgaande aan de kredietcrisis zeer grote bonussen. Dit leidde, naarmate de kredietcrisis voortschreed, tot kritiek. In het artikel Bonuscultuur wordt hier nader op ingegaan.

Ongenoegen[bewerken]

Demonstranten op 1 april 2009 bij de Bank of England

Naarmate de kredietcrisis verder voortschreed ontstond in de samenleving steeds meer ongenoegen omtrent de vermeende[26] rol die het bankwezen had gespeeld bij het ontstaan van de crisis. Op diverse momenten werd dit ongenoegen geuit, onder meer door het beschadigen van de woning van het huis van de voormalige bestuursvoorzitter van RBS, Sir Fred Goodwin, en bij demonstraties op 1 april 2009 in de Londense City.

De toegenomen onmin in de samenleving omtrent het functioneren van het bankwezen leidde er tevens toe dat de Nederlandse bankensector in juni 2009 aankondigde een gedragscode te zullen opstellen, in samenwerking met het ministerie van Financiën; de code zou in een wet worden vastgelegd.[27]

Uitspraken van Lloyd Blankfein, CEO van Goldman Sachs, dat "bankiers Gods werk deden" leidden, mede in de context van de beweerde grote invloed van Goldman Sachs op het handelen van de Amerikaanse overheid, in november 2009 tot kritische reacties.[28]

In het najaar van 2011 ontstond een nieuwe golf van uitingen van ongenoegen, mede ingegeven door de mate waarin de bankencrisis was overgegaan in een algehele schuldencrisis: men ging locaties bezetten die (vaak) met het kapitalisme werden geassocieerd. De (informele) beweging die deze uitingen organiseerde werd bekend als "Occupy", waarbij meestal de naam van de betreffende locatie werd genoemd. De geuite wensen waren divers van aard, doch hadden meestal als gemeenschappelijk element dat de banken in sterkere mate verantwoordelijk dienden te worden gesteld voor de ontstane schade, in plaats van deze op de samenleving af te wentelen en zelf buiten schot te blijven.

Verdere gebeurtenissen in hoofdlijnen[bewerken]

Tentenkamp op het Beursplein, Amsterdam

Na medio augustus 2007 moest een groot aantal banken en andere financiële instellingen afwaarderingen op beleggingen rapporteren. In diverse gevallen bleken reddingsoperaties noodzakelijk. In een aantal gevallen werden nieuwe aandelen geplaatst bij Sovereign Wealth Funds in Azië of het Midden-Oosten. Centrale banken moesten meerdere keren (met name in september 2007 en december 2007) voor zeer aanmerkelijke bedragen aan liquiditeitssteun verlenen aan het bankwezen. Niet in alle gevallen kon daarmee een debacle voorkomen worden; de Britse hypotheekbank Northern Rock werd in september 2007 geconfronteerd met een "run on the bank", het verschijnsel dat rekeninghouders massaal hun tegoeden opnamen. De situatie op de Amerikaanse woningmarkt verslechterde alleen maar, en het tempo daarvan nam zelfs toe. Het aantal gedwongen verkopen bereikte bijna elke maand een nieuw recordniveau. Amerikaanse banken, gestimuleerd door de Amerikaanse overheid, presenteerden diverse programma's die beoogden het aantal gedwongen huizenverkopen te beteugelen, doch zonder veel resultaat. Uiteindelijk presenteerde de Amerikaanse regering in januari 2008 een pakket steunmaatregelen van circa $ 160 miljard. Centrale banken verlaagden diverse malen de officiële rentetarieven, waarbij de Federal Reserve zeer forse verlagingen doorvoerde. Voorts introduceerde de Federal Reserve diverse nieuwe leningsfaciliteiten, waarbij ook andere dan staatsleningen als onderpand werden geaccepteerd. Opmerkelijk was dat naarmate de tijd verstreek, problemen bij diverse typen beleggingen elkaar gingen versterken. De ramingen van de totale omvang van de schade als gevolg van de crisis stegen gestaag, van enkele tientallen miljarden dollars aan het begin ervan, tot meerdere honderden miljarden dollars, tot ruim een biljoen dollars in juni 2008.

Wachtende rekeninghouders bij het filiaal van Northern Rock te Birmingham
Run op de Northern Rock te Glasgow
Hoofdkantoor van Lehman Brothers, Times Square, New York
Commentaar op kredietcrisis, New York, oktober 2008

Centrale banken raakten steeds meer betrokken bij de negatieve gevolgen van de activiteiten van bancaire instellingen, in de vorm van steeds grotere voorschotten aan banken. Hoewel dergelijke voorschotten bedoeld zijn om voor (desnoods opeenvolgende) korte perioden verstrekt te worden, nam dit steeds sterker een min of meer structurele vorm aan.[29] Opmerkelijk was dat ook andere onderpanden dan de tot dan toe gebruikelijke typen zekerheden (staatsleningen en daarmee gelijk te stellen leningen) in toenemende mate als onderpand werden geaccepteerd. De met deze voorschotten gemoeide bedragen waren zeer aanmerkelijk.

In 2008 was sprake van een regelmatig terugkerend patroon, waarbij een groot aantal financiële instellingen ieder kwartaal nieuwe afwaarderingen moesten rapporteren.

De daling van huizenprijzen in de VS ging in 2008 gestaag voort, en ook elders (met name in het Verenigd Koninkrijk en in Ierland) daalden huizenprijzen. De toenemende terughoudendheid van banken om kredieten te verstrekken had hierop vermoedelijk een versterkend effect.

Escalatie vanaf september 2008[bewerken]

Vanaf september 2008 was sprake van een escalatie van de problemen: diverse grote banken kwamen in problemen, het bancaire systeem dreigde vast te lopen door een grotendeels bevriezen van de interbancaire geldmarkt. Vanaf begin oktober 2008 beheerste de crisis het dagelijkse nieuws, mede vanwege sterke dalingen van aandelenmarkten.

De financiële positie van hypotheekbanken Freddie Mac en Fannie Mae bleek op 7 september 2008 aanleiding voor de Amerikaanse regering, beide instellingen in "conservatorship" te plaatsen, waarmee de zeggenschap op de overheid overging.

In het weekeinde van 13 en 14 september leidden onderhandelingen tussen de Amerikaanse overheid en een aantal grote banken niet tot overeenstemming omtrent een reddingsplan van de grote effectenbank Lehman Brothers, die daags daarop surseance van betaling ("Chapter 11") aanvroeg. Een andere grote effectenbank, Merrill Lynch, werd overgenomen door Bank of America. Een tiental grote banken bracht een bedrag van $ 70 miljard bijeen, teneinde daarmee liquiditeitssteun te kunnen verlenen aan banken die anders gedwongen zouden zijn beleggingen tegen slechte prijzen te verkopen. Op 16 september 2008 verstrekte de Federal Reserve een lening van $ 85 miljard aan verzekeraar AIG, teneinde AIG in staat te stellen te komen tot een verkoop van activa "op een ordelijke wijze". De Amerikaanse overheid verkreeg 79,9% van de aandelen van AIG.[30] In het weekend van 20 en 21 september kondigde de Amerikaanse overheid plannen aan om tot een bedrag van $ 700 miljard slechte leningen van Amerikaanse banken (en andere financiële instellingen op te kopen.[31] Na onderhandelingen tussen de Amerikaanse regering en het Congres werd op 28 september op hoofdlijnen overeenstemming bereikt. Enkele dagen daarvoor ging de Amerikaanse hypotheekbank Washington Mutual ten onder. Aanvankelijk stemde het Huis van Afgevaardigden tegen, en de Senaat voor, doch op 3 oktober 2008 werd een enigszins gewijzigd wetsvoorstel alsnog door het Huis van Afgevaardigden aangenomen, en diezelfde dag als wet uitgevaardigd, de Emergency Economic Stabilization Act.[32] Een nieuw Departement voor Financiële Stabiliteit werd opgericht, en minister van Financiën Henry Paulson benoemde Neel Kashkari op 6 oktober als interimhoofd van het departement.[33] Van dit bedrag werd enkele dagen later een groot deel aangewend voor het versterken van risicodragend kapitaal van Amerikaanse banken.[34]

In Nederland en België werd Fortis door de crisis getroffen, hetgeen leidde tot eerst (eind september) een deelname van de Nederlandse, Belgische en Luxemburgse regering, en kort daarop (3 oktober) tot een overname door de Nederlandse regering van alle Nederlandse Fortis-activiteiten, en daarna tot een verkoop van het grootste deel van de Belgische en Luxemburgse Fortis-activiteiten aan BNP Paribas. De Duitse hypotheekbank Hypo Real Estate moest met een door de Duitse overheid gegarandeerde lening voor een liquiditeitscrisis behoed worden.

De Britse overheid stak £ 37 miljard in Royal Bank of Scotland, Lloyds TSB en HBOS.[35]

Naar later bleek zijn een aantal grote banken in oktober 2008 zeer dicht bij een ineenstorten geweest, met mogelijk dramatische gevolgen. Volgens het Royal Institute for International Affairs waren RBS en HBOS op 7 oktober 2008 bijna failliet gegaan, hetgeen tot een kettingreactie had kunnen leiden waarbij ook andere banken hun deuren hadden moeten sluiten. Daaruit zou een grote maatschappelijke onrust zijn voortgevloeid, met vermoedelijk zodanige onlusten dat niet slechts de politie doch ook de Britse strijdkrachten hadden moeten worden ingezet.[36]

Diverse landen besloten tot een uitbreiding van de garantie van tegoeden van particuliere spaarders, teneinde een algehele systeemcrisis te voorkomen.

De interbancaire rentetarieven stegen aan het eind van september tot recordniveaus, terwijl de bereidheid van banken om elkaar leningen te verstrekken tot een minimum afnam. Centrale banken verschaften op ruime schaal liquiditeitssteun aan banken.

Op 12 oktober kwamen de Europese ministers van Financiën een omvangrijk pakket aan steunmaatregelen overeen, bestaande uit het deelnemen in het risicodragend kapitaal van banken en verzekeringsmaatschappijen, het garanderen van interbancaire leningen en het opkopen van illiquide leningen.[37] Ook ING Groep en Aegon werden met een kapitaalinjectie van € 10 miljard respectievelijk € 3 miljard door de Nederlandse overheid ondersteund.

Op 23 november werd een omvangrijk pakket aan steunmaatregelen voor Citigroup bekendgemaakt, omvattende een kapitaalinjectie van $ 25 miljard en garanties voor dubieuze leningen van $ 306 miljard. Indien sprake zou zijn van verliezen op deze leningen zou de eerste $ 29 miljard voor rekening van Citigroup zijn, terwijl de Amerikaanse overheid van verdere schades 90% voor zijn rekening zou nemen. Tevens werden restricties gesteld aan het dividend en aan de beloningen.[38]

Het proces van regelmatig terugkerende afwaarderingen ging voort: per 3 september 2009 was een totaal van $ 1611,8 miljard aan afwaarderingen geboekt, waarvan $ 1075,4 miljard bij banken en verzekeringsmaatschappijen in de VS, (de tegenwaarde van) $ 494,6 miljard in Europa en (de tegenwaarde van) $ 41,8 miljard in Azië.

De ontwikkelingen in Nederland en België zijn hieronder beschreven.

Toenemende invloed van afvlakkende conjunctuur vanaf november 2008, overgaande in een diepe recessie[bewerken]

Ontwikkeling van het bruto binnenlands product in de Eurozone
Honderden onverkochte Volkswagens worden opgeslagen in een bos in Finland, zomer 2009
De ex-eigenaar van dit huis huurde een graafmachine en liet het huis slopen, nadat de bank het huis had geveild, IJsland, juni 2009

Vanaf (ongeveer) begin november 2008 werd in steeds meer statistische cijfers zichtbaar dat de "reële economie" in een hoog tempo afkoelde. Om te voorkomen dat dit tot een recessie zou leiden (of een dergelijke recessie in duur te beperken) voerden diverse centrale banken renteverlagingen door. De Bank of England verlaagde op 6 november 2008 de "base rate" met een niet eerder geziene 1,50% tot 3,00%, terwijl de ECB op diezelfde datum de refi-rente met 0,50% verlaagde tot 3,25%.[39][40] Ook de Zwitserse centrale bank verlaagde in november 2008 de rente aanmerkelijk.

Vanaf november 2008 bleken steeds meer landen in een recessie te zijn komen te verkeren.

Op 13 november 2008 bleek echter dat de GDP-groei in Duitsland, Italië en de gehele eurozone in het tweede en derde kwartaal van 2008 negatief was geweest, waarmee in die gebieden volgens de meest gehanteerde definitie sprake was van een recessie. Op 26 november 2008 bleek dit ook in het Verenigd Koninkrijk het geval te zijn.

In diverse landen werden in november 2008 stimuleringsprogramma's aangekondigd waarmee beoogd werd de recessie in te dammen: in Duitsland voor € 40 miljard en in het Verenigd Koninkrijk voor GBP 20 miljard. Een in dit kader optredende overschrijding van de Europese begrotingsdiscipline zou gedoogd worden indien deze "beperkt en tijdelijk" zou zijn.[41] In het door de crisis zwaar getroffen Spanje kondigt premier Zapatero pas in januari 2010 het zogenaamde 'Plan E' af, dat een totale investering van € 55 miljard voorziet ter stimulering van de economie. Deze vertraging komt hem op veel kritiek te staan en keert de publieke opinie voor de rest van zijn regeerperiode tegen hem.

Op 4 december 2008 voerden diverse centrale banken relatief omvangrijke verlagingen van de officiële rentetarieven door. Op diezelfde dag bleek dat de eurozone eveneens in een recessie verkeerde.[42] Een week later bleek dit ook in Japan het geval te zijn.

Eind januari bleek dat ook de Verenigde Staten, volgens de officiële cijfers, in een recessie verkeerde na een krimp van 0,5% en 3,8% in respectievelijk het derde en vierde kwartaal van 2008.[43] Eind februari werd het cijfer omtrent het vierde kwartaal herzien tot -6,2% (omgerekend over een geheel jaar), hetgeen de sterkste krimp sedert 1982 was.[44]

Als gevolg van de opkomende recessie werd het gestaag moeilijker de effecten van de kredietcrisis nog te onderscheiden. Wel was duidelijk dat de kredietverlenende functie van het bankwezen niet optimaal functioneerde. Als gevolg van verslechterde balansverhoudingen was het voor het bankwezen moeilijker, en duurder, om vermogen aan te trekken, zowel in de vorm van aandelenkapitaal als in de vorm van vreemd vermogen. De noodzaak de vermogensverhoudingen te versterken, of in ieder geval niet verder te laten verslechteren, bracht met zich mee dat banken meer terughoudendheid betrachtten bij het verstrekken van nieuwe leningen.[45]

In februari 2009 werd bekend dat de Japanse economie in het vierde kwartaal van 2008 met 3,3% was gedaald, wat de grootste daling sinds 1974 was.[46] Vanaf februari 2009 ontstond toenemende zorg omtrent de gevolgen die de kredietcrisis zou hebben voor de financiële positie van overheden. Enerzijds leidde de toenemende recessie tot lagere belastingopbrengsten, terwijl de steunmaatregelen voor extra uitgaven zorgden, hetgeen in een aantal gevallen nog (aanmerkelijk) versterkt zou kunnen worden indien door overheden afgegeven garanties tot uitbetaling zouden komen. In dit verband werden met name Ierland en Oostenrijk genoemd, de eerste vanwege de grote omvang van de ten behoeve van Ierse banken afgegeven garanties, de tweede vanwege de grote omvang van door Oostenrijkse banken verstrekte leningen aan debiteuren in landen in Centraal- en Oost-Europa. Als gevolg hiervan bereikten de rendementsverschillen tussen staatsleningen van verschillende landen in de eurozone recordniveaus.

In het laatste kwartaal van 2008 en het eerste kwartaal van 2009 kromp de economie van Australië. De Zweedse Riksbank verlaagde haar rente naar 0,5% op 21 april 2009.

Andere (grootschalige) vormen van overheidsingrijpen zijn tevens hieronder vermeld, teneinde doublures te beperken.

CEO Björn Kjos van de Norwegian Air Shuttle vertelt over de effecten op de luchtvaartindustrie, september 2009

Vanaf circa maart 2009 werd duidelijk dat landen wier economie sterk van export afhankelijk was, zeer zwaar door de crisis waren geraakt. Zo liep de export van Maleisië in januari 2009 met 27,8% op jaarbasis terug, en de export van Japan met 45,7%.[47] De economie van Singapore kromp in het eerste kwartaal van 2009 met 17,9%.[48]

In mei 2009 bleek de economie in Duitsland en Nederland de grootste krimp in tientallen jaren had vertoond, met respectievelijk (op jaarbasis) -6,9% en -4,5%.[49][50] De krimp in het eerste kwartaal van 2009 in de eurozone werd geraamd op 2,5% (op jaarbasis een krimp van 4,6%).[51]

Vanaf het voorjaar van 2009 kwamen steeds meer ondernemingen in moeilijkheden. Tot de meest bekende behoorden autofabrikanten Chrysler en General Motors, die in mei respectievelijk juni 2009 uitstel van betaling verkregen.

In augustus 2009 bleek dat Frankrijk, Duitsland en Japan over het tweede kwartaal van 2009 een positieve groei hadden gezien, waarmee de recessie in die landen -formeel- voorbij was.[52] Volgens een rapport van de OESO, gepubliceerd op 3 september 2009, zou de recessie, mondiaal gezien, reeds ongeveer voorbij kunnen zijn[53] Op 29 oktober werd bekend dat de Amerikaanse economie in het derde kwartaal was gegroeid met 3,5% "annualized" (zijnde een groei in dat kwartaal van bijna 0,9% maal vier), na vier achtereenvolgende kwartalen krimp.[54] Hiermee was de recessie in de VS, volgens de meest gehanteerde definitie, ten einde. Op 13 november 2009 bleek dat de Nederlandse economie in het derde kwartaal van 2009 aan de beterhand was, waarmee de recessie (formeel gesproken) ten einde was.[55] Ook de economie van de gehele eurozone was in het derde kwartaal gegroeid.[56]

De financiële positie van Amerikaanse staten werd door lagere inkomsten en hogere uitgaven fors aangetast. Voor het begrotingsjaar 2010-2011 (aanvangend 1 juli 2011) namen diverse staten hun toevlucht tot maatregelen, variërend van het verlagen van salarissen tot het minimumloon (Californië), het verkopen van overheidsgebouwen (Arizona) tot het (aanmerkelijk) later betalen van uitkeringen, belastingteruggaven en financieringen van scholen en dergelijke.[57]

De recessie die zich verhevigde als gevolg van de kredietcrisis had ook grote gevolgen voor met name de Amerikaanse auto-industrie:

  • Chrysler verkreeg steun van de Amerikaanse en Canadese overheden en is nu een onderdeel van Fiat
  • Ford Motor Company verkreeg weliswaar geen steun van de Amerikaanse overheid maar versnelde wel haar reorganisatie.
  • General Motors verkreeg steun van de Amerikaanse en Canadese overheden en versnelde haar reorganisatie.

Algemeen effect op de conjunctuur[bewerken]

De effecten van de kredietcrisis op de conjunctuur in het algemeen zijn moeilijk cijfermatig aan te geven. In het algemeen kan gesteld worden dat een kleiner vermogen (woningen, aandelen enzovoort) na verloop van tijd een remmend effect op de economische groei heeft, mede veroorzaakt door een afnemend consumentenvertrouwen. Een daling van de huizenprijzen (in de V.S. of elders) bleek te leiden tot een dalende werkgelegenheid in sectoren als de bouw, bouwmaterialen, woninginrichting, alsmede gespecialiseerde dienstverlening als makelaardij en bankwezen. Dat de "huizenboom" een positief effect op de conjunctuur had en dat het inzakken ervan een negatief effect had, staat wel vast, doch een kwantificering is vrijwel niet te geven. De Federal Reserve Bank of Dallas raamde in juli 2010 dat de gestegen huizenprijzen 1%-punt tot 3%-punt aan de consumptie hadden toegevoegd, en (per eind 2008) tot eenzelfde daling hadden geleid, na het inzakken van de huizenmarkt.[58]

Nuvola single chevron right.svg Zie Vastgoedzeepbel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De verslechterde vermogenspositie van pensioenfondsen had tot gevolg dat aannemelijk is dat gedane pensioentoezeggingen en ingegane pensioenen niet (volledig) zullen kunnen worden geïndexeerd, hetgeen (nu of op termijn) een negatief effect heeft op de koopkracht van (huidige of toekomstige) deelnemers. Nederlandse pensioenfondsen hebben voor 2009 afgezien van indexatie van pensioenrechten. De herstelplannen die Nederlandse pensioenfondsen met een ontoereikende dekkingsgraad in maart 2009 indienden voorzagen in een afzien van indexatie voor meerdere jaren.

Gestage problemen rond kredietverstrekking[bewerken]

Na het "dieptepunt" van de crisis bleek de kredietverstrekking op een (voorlopig structureel) lager niveau te zijn beland. Het volume aan leningen, door Amerikaanse banken aan het midden- en kleinbedrijf verstrekt, vertoonde vanaf eind 2008 een sterke daling, om eerst vanaf de zomer van 2010 (ongeveer) te stabiliseren.[59]

De gebrekkige beschikbaarheid van krediet voor kleinere ondernemingen, met negatieve gevolgen voor het herstel van de economische groei, werd bijvoorbeeld geconstateerd in de notulen van de vergadering van het Federal Open Market Committe van de Federal Reserve van 15 en 16 december 2009.[60] De aangescherpte leningscriteria ("lending standards") van Amerikaanse hypotheekverstrekkers leidden er ook later toe dat (potentiële) huiseigenaren geen (her)financiering konden krijgen. De stimulerende werking van de (historisch lage) Amerikaanse hypotheekrente werd hiermee verminderd. In september 2010 bleek dat circa 1/3 van de aangevraagde hypotheken werd afgewezen wegens een te lage credit score.[61]

Het proces van gestaag terugdringen van schulden bleek lang door te gaan: in november 2010 bleek dat in twee jaar tijd Amerikaanse consumenten bijna $ 1000 miljard aan schulden (buiten hypotheken) hadden afgelost.[62]

Branche-organisatie MKB-Nederland stelde in november 2010 dat banken steeds strengere eisen stelden bij de kredietverlening aan kleinere ondernemingen.[63]

Verdere effecten op Amerikaanse vastgoedmarkt[bewerken]

Hoewel de Amerikaanse woningmarkt zich vanaf de zomer van 2009 stabiliseerde, bleef het aantal foreclosures op een hoog niveau. De markt voor gesecuritiseerde hypotheken lag nog geheel stil zodat het overgrote deel van de nieuw verstrekte hypotheken afkomstig was van de de-facto overheidsinstellingen Freddie Mac en Fannie Mae.

Vanaf 2009-2010 vond bij een toenemend aantal "pay-option ARM"-hypotheken renteherziening plaats, waarbij vaak een aanmerkelijke stijging van de maandlasten zal optreden.[64] Hierbij speelde een versterkende rol dat bij deze leningen in de eerste jaren niet de volledige rente werd betaald, doch na de herziening dient dat wel te geschieden.[65][66] Verwacht wordt dat de omvang hiervan in 2010 en 2011 groter zal zijn dan in 2009. Vergelijkbare problemen worden verwacht met "interest only"-hypotheken, waarbij gedurende de eerste jaren alleen rente wordt betaald, doch waarbij de aflossing vervolgens in een versterkt tempo dient plaats te vinden.[67] De financiering van commercieel onroerend goed (winkelcentra, kantoorgebouwen en dergelijke) blijkt ook steeds meer problemen te ondervinden, door een toenemende leegstand.[68] De prijzen van Amerikaans commercieel onroerend goed bleken in december 2009 42,9% lager te liggen dan ten tijde van het hoogtepunt van oktober 2007.[69] In het vierde kwartaal van 2009 bedroeg de leegstand van kleinere Amerikaanse winkelcentra ("strip malls") 10,6%: het hoogste cijfers sinds 1991.[70] De leegstand van Amerikaanse kantoorpanden steeg in het vierde kwartaal van 2009 tot 17%: het hoogste niveau in 15 jaar.[71]

Discussie omtrent merites verdere bezuinigingen in 2010[bewerken]

Circa medio 2010 ontstond een discussie (tussen de beleidsmakers onderling, en onder economen) over de merites van verdere bezuinigingen. Het ene standpunt (vooral aangehangen door de Amerikaanse regering, en verwoord door onder meer de econoom Krugman) was dat (verder) bezuinigen contraproductief zou zijn, aangezien daardoor de groei (mogelijk sterk) afgeremd zou worden; de voorkeur diende gegeven te worden aan een (voorlopig) voortzetten van de diverse stimuleringsmaatregelen; de kosten daarvan zouden uit de toekomstige groei gefinancierd kunnen worden. De tegengestelde visie (vooral aangehangen door Europese regeringen) was dat de overheidstekorten en staatsschulden reeds zo hoog waren opgelopen, dat verdere schulden, het noodzakelijke gevolg van verdere stimuleringsmaatregelen, zouden leiden tot een neerwaartse spiraal van toenemende rentelasten, die de groei juist zouden afremmen. Op de vergadering van de G-20 in Toronto op 26 en 27 juni 2010 werd hierover geen eensluidend standpunt ingenomen.[72]

De problemen van het financiële stelsel bleven nog geruime tijd een negatieve invloed op de economie uitoefenen. Dit werd onder meer opgemerkt in het Global Financial Stability Report van het IMF van oktober 2010, waarin het werd omschreven als "de achilleshiel van het economisch herstel".[73]

Hernieuwde daling Amerikaanse woningmarkt vanaf eind 2010[bewerken]

De veelheid aan maatregelen waarmee de Amerikaanse overheid de woningmarkt ondersteunde (zie elders in dit artikel) kon niet voorkomen dat vanaf het eind van 2010 de huizenprijzen wederom daalden: de S&P/Case Shiller-index bleek in januari 2011 te zijn gedaald tot 140,86, slechts weinig boven het dieptepunt (na de top) van april 2009 van 139,26.

Kredietcrisis in een nieuwe vorm vanaf begin 2010: toenemende problemen rond te grote overheidsschulden[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Europese staatsschuldencrisis van 2010 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Aanvankelijk bescheiden effecten van diverse eerdere reddingsplannen[bewerken]

De effecten van diverse sedert het begin van de crisis aangekondigde reddingsplannen bleken tamelijk beperkt te zijn. (De Federal Housing Finance Agency presenteerde in november 2008 een programma voor het modificeren van hypotheken. De werkingssfeer werd geschat op "duizenden leners".[74] Voor het "Hope for Homeowners"-programma, gestart in oktober 2008, bleken in december 2008 slechts 312 aanvragen te zijn ingediend, in plaats van de beoogde 40.000).[75] In een aantal gevallen bleek wel met een huiseigenaar overeenstemming te zijn bereikt over een tijdelijke verlaging van de hypotheeklasten, maar dit impliceerde een uitstel van betaling van een deel van de lasten, hetgeen een verschuiven van die lasten naar de toekomst inhoudt. Eind maart 2009 bleek dat voor dit programma, dat $ 300 miljard beschikbaar stelde voor herfinanciering van hypotheken, 752 aanvragen waren zijn ingediend. Slechts één vervangende hypotheek was verstrekt.[76]

Het bleek overigens dat het niet zelden voorkomt dat huiseigenaren, nadat hun hypotheek is aangepast, later wederom ("redefault") in betalingsproblemen kwamen te verkeren: van de hypotheken die in het eerste kwartaal van 2008 werden gemodificeerd was na zes maanden bij ruim 50% wederom sprake van betalingsachterstanden.[77]

De securitisatie van hypotheken heeft tot gevolg dat er een scheiding is tussen de uiteindelijke eigenaar van de vordering (zijnde de houder van de mortgage-backed security: dit kan een belegger "waar ook ter wereld" zijn) en de "servicer": de onderneming die belast is met het beheer van de vordering zoals het incasseren van betalingen en het verzorgen van de administratie. Deze laatste heeft geen eigen financieel belang bij het tijd (en dus geld) kostende proces van het heronderhandelen van de verplichtingen van bestaande hypotheken.[78]

Ook werden signalen opgevangen dat de markt voor commercieel onroerend goed (vooral kantoorgebouwen en winkelcentra) ook de gevolgen van de crisis ondervond, in de vorm van een stroever verlopende financiering en toenemende leegstand. Voor ratingbureau Moody's was dit begin februari 2009 aanleiding om de rating van $ 302,6 aan leningen met commercieel onroerend goed te heroverwegen.[79] De uitbreiding door de Federal Reserve van de TALF op 10 februari 2009 hangt hiermee samen. In mei 2009 bleek dat de betalingsachterstanden op leningen voor Amerikaans commercieel vastgoed sterk stegen.

Verloop betalingsachterstanden op Amerikaanse hypotheken

Ondanks alle overheidsmaatregelen bleken de betalingsachterstanden op Amerikaanse hypotheken tot begin 2010 gestaag te stijgen, zie nevenstaande grafiek.

In maart 2009 kondigde de Amerikaanse overheid een programma aan waarbij $ 75 miljard ter beschikking werd gesteld voor het herfinancieren van hypotheken, ter voorkoming van foreclosures. De randvoorwaarden waren echter zodanig dat commentatoren reeds bij de aankondiging hun twijfels uitspraken over het effect ervan.[80] Het Federal Housing Finance Agency berichtte in augustus 2009 dat tot en met juli 2009 ruim 2,9 miljoen hypotheken door Freddie Mac en Fannie Mae waren geherfinancierd, waarvan circa 190.000 onder het Making Home Affordable Refinance Program.[81] In september 2009 rapporteerde de beheerder van het Home Affordable Modification Program dat er 570.000 "trial modifications" waren, waarvan 370.000 de fase van een aanbod aan de huiseigenaar hadden bereikt; hij verklaarde echter nog "miljoenen foreclosures" te verwachten.[82] Medio oktober 2009 bleek dat circa 500.000 hypotheken een proefperiode van "modification" hadden gekregen, doch dat per 1 september 2009 slechts 1711 hypotheken definitief herzien waren.[83]

In december 2009 publiceerde de Amerikaanse overheid cijfers omtrent de resultaten tot dan toe van het Home Affordable Modification Program: 759.058 aangeboden voorlopige herzieningen hadden geleid tot 31.382 definitieve herzieningen, terwijl 697.026 voorlopige herzieningen nog liepen.[84] De Special Inspector General liet zich in zijn rapport van 25 maart 2010 kritisch uit over de discrepantie tussen de bij de aanvang van het HAMP-programma genoemde "3 tot 4 miljoen huishoudens" en de tot dan toe bereikte permanente modifications.[85] Ook in zijn rapport d.d. 21 juli 2010 liet de Special Inspector General zich kritisch uit over de bereikte resultaten.[86] Per eind februari 2011 waren er 557.076 permanente modifications op een totaal van 1.522.196 trial modifications.[87]

Vanaf het begin van 2010 bleken Amerikaanse banken eerder dan voorheen bereid te zijn om mee te werken aan "short sales", waarbij een huis verkocht werd voor minder dan het bedrag van de hypotheek. Hiermee werden veilingen, die vermoedelijk tot een nog lagere opbrengst zouden leiden, voorkomen.[88] In maart 2010 kondigde de Amerikaanse regering diverse maatregelen aan om de een hernieuwd inzakken van de woningmarkt te voorkomen, waaronder subsidie aan banken voor het (gedeeltelijk) afschrijven van leningen. Deze maatregelen zouden circa $ 50 miljard kosten.[89] Vanaf het voorjaar van 2010 werden steeds meer signalen vernomen dat Amerikaanse huiseigenaren er toe overgingen de hypotheek niet meer te betalen, en het op een gedwongen verkoop lieten aankomen ("strategic default"): de periode tussen het stoppen met betalen en de veiling van het huis was, vooral door de toegenomen werklast bij de banken en (in die staten waar een rechterlijke machtiging vereist was) de gerechten toegenomen tot vaak ruim een jaar.[90] Een functionaris van Fannie Mae sprak in juni 2010 van een "disturbing trend toward strategic defaulting".[91]

Amerikaanse banken hadden grote moeite om de zelf ingekochte huizen verkocht te krijgen: Fannie Mae lanceerde in september 2010 een programma geheten HomePath waarbij kopers van door Fannie Mae ingekochte woningen opmerkelijk soepele hypotheken werd aangeboden (slechts 3% eigen geld, en een FICO-score van 660 terwijl op dat moment een minimum van 700 gebruikelijk was).[92] In het rapport over het derde kwartaal van 2010 uitte de Special Inspector-General in sterke bewoordingen kritiek op de uitvoering van het TARP-programma: de doelstellingen werden niet verwezenlijkt, de voordelen kwamen vooral op Wall Street terecht, de rapportages (door de Treasury) waren misleidend.[93]

Juridische complicaties rond Amerikaanse hypotheken vanaf circa september 2010[bewerken]

Vanaf circa september 2010 bleek sprake van juridische complicaties rond de gedwongen verkoop bij betalingsachterstanden op hypotheken. Er bleek veelvuldig sprake te zijn van (ten minste) administratieve onvolkomenheden. Een centrale rol hierbij speelde het Mortgage Electronic Registration System, dat opgezet was om de overdracht van hypotheken te vereenvoudigen.[94] De vraag of de registratie in het MERS juridisch toereikend was, werd door diverse Amerikaanse rechters verschillen beantwoord.[95]

Aan het eind van 2010 bleek dat rechters in Florida verzoeken tot machtigingen tot foreclosure plachten toe te wijzen na een zeer summier onderzoek, soms op basis van zeer incomplete dossiers.[96]

Hierbij speelde tevens dat op grote schaal vervangende documenten waren afgegeven, die echter vaak zonder enig onderzoek routinematig waren ondertekend. (Deze praktijk raakte bekend als "robo-signing".) In september 2010 schortte hypotheekbank Ally (voorheen GMAC) om deze reden alle lopende uitwinningsprocedures op.[97] JP Morgan schortte eveneens een groot aantal uitwinningsprocedures op.[98] Na enkele weken hervatte men de uitwinningsprocedures weer, soms op beperkte schaal.

De Attorneys-General van de 49 Amerikaanse staten besloten in oktober 2010 tot een gezamenlijk onderzoek.

In november 2010 bleek (uit getuigenverklaringen, afgelegd in civiele procedures) dat het veelvuldig voorkwam dat de oorspronkelijke geldverstrekker/hypotheeknemer bij verkoop van de vordering de originele schuldbekentenis ("mortgage note") niet aan de opvolgende eigenaar van de vordering overhandigde.[99] De juridische implicaties hiervan bleven vooralsnog onduidelijk: in het extreme geval zou dit zowel betekenen dat de uitwinnende partij bij een gedwongen verkoop daartoe (alsnog) niet bevoegd bleek, als dat de (uiteindelijke) houders van mortgage-backed securities (uiteindelijk) bleken slechts ongesecuritiseerde vorderingen te hebben (dus wel een vordering op de huiseigenaar, doch niet door hypotheek gedekt). Voor houders van MBS'en was dit reden bij de verkopers/emittenten daarvan aan te dringen op terugkoop, aangezien de door hen gekochte obligaties een essentieel gebrek vertoonden. Ook hier was sprake van aanmerkelijke juridische onduidelijkheid; de potentiële schade die de emitterende banken zouden lijden indien ze tot terugkoop gehouden zouden blijken te zijn was zeer onduidelijk, doch zou in de tientallen miljarden dollars kunnen lopen.[100]

Voor dit geheel aan complicaties raakte de term Foreclosuregate in zwang.

In januari 2011 bepaalde het Supreme Court van Massachusetts dat banken (c.q. andere crediteuren) die een huis executoriaal wilden verkopen moesten kunnen aantonen over het hypotheekrecht te beschikken.[101][102] De vraag of overdracht van hypotheekrechten en door die rechten gedekte vorderingen geldig was, werd (ook nadien) door diverse rechters geheel verschillend beantwoord: in februari 2011 kwamen een rechtbank in Kansas en in New York vrijwel gelijktijdig tot geheel tegengestelde beslissingen.[103]

Plannen voor reductie betrokkenheid Amerikaanse overheid[bewerken]

In februari 2011 presenteerde de Amerikaanse regering plannen om op termijn te komen tot opheffing van Freddie Mac en Fannie Mae. De betrokkenheid van de Amerikaanse overheid was intussen zeer ver opgelopen: tezamen met de Federal Housing Administration waren Freddie Mac en Fannie Mae betrokken bij 97% van de nieuw verstrekte hypotheken; de Amerikaanse belastingbetaler had inmiddels circa $ 150 miljard aan verliezen van beide instellingen aangezuiverd. Verwacht werd echter dat enige vorm van terugtrekking meerdere jaren in beslag zou nemen.[104]

Vormen van overheidsbetrokkenheid[bewerken]

President George W. Bush; "We're at a critical moment for our economy, and we need legislation that decisively address the troubled assets now clogging the financial system, helps lenders resume the flow of credit to consumers and businesses, and allows the American economy to get moving again.", 30 september 2008
President Barack Obama spreekt met credit cardmaatschappijen over de bescherming van consumenten, 23 april 2009

Overheden in eigenlijk alle door de crisis getroffen landen gingen in de loop van de tijd een veel grotere rol spelen dan enkele jaren geleden voor mogelijk zou zijn gehouden. Hierbij wordt aangetekend dat de ernst van de crisis, naar achteraf vastgesteld kan worden, door beleidsmakers onderschat is: Fed-voorzitter Bernanke zei op 13 juli 2007 dat de situatie rond subprime-leningen “ernstig doch grotendeels beheerst” was (“grave but largely contained”),[105] en IMF-directeur Dominique Strauss-Kahn zei op 15 mei 2008 tegen een commissie van het Europees Parlement in Brussel gezegd dat het hoogtepunt van de kredietcrisis achter de rug is, maar dat de gevolgen nog maandenlang voelbaar zouden zijn.[106] Het IMF schreef in het Global Financial Stability Report van april 2009 dat er enige indicaties waren van een terugkerend vertrouwen in de financiële markten, maar dat verdergaande overheidsmaatregelen nodig waren. De raming van het totaal aan afschrijvingen werd verhoogd tot ruim $ 4000 miljard.[107]

Betrokkenheid van overheden en centrale banken[bewerken]

Overheden en centrale banken[108] zijn op diverse wijzen betrokken bij de crisis. De effecten van dat optreden zijn moeilijk te meten, reeds omdat niet bekend is wat de situatie zou zijn indien dat optreden achterwege gebleven was. In het algemeen kan gesteld worden dat een neveneffect wel is geweest, dat de negatieve gevolgen van een risicovolle bedrijfsvoering in diverse gevallen werd afgewenteld op de samenleving, terwijl dergelijke negatieve effecten zich ook in de toekomst nog op grote schaal kunnen gaan voordoen, bijvoorbeeld indien overheden schadeclaims voortvloeiend uit door hen verstrekte garanties moeten uitbetalen.

De vormen van betrokkenheid kunnen worden onderscheiden in:

  • Verlaging van officiële rentetarieven
Verloop van rentetarieven van Federal Reserve, ECB en Bank of England

Sinds het begin van de crisis hebben diverse centrale banken diverse malen de officiële rentetarieven verlaagd, soms met opmerkelijk grote stappen.[109] In de VS belandde de officiële rente op een extreem laag niveau. Op 16 december 2008 verlaagde de Federal Reserve de federal funds rate tot een "target rate" tussen 0,00% en 0,25%.

Deze historisch lage officiële rentes werden in ieder geval tot in 2014, dus historisch onvergelijkbaar lang, volgehouden, ook nadat oplopende inflatie vanaf eind 2010/begin 2011 onder normale omstandigheden tot een verhoging van die rentes zou hebben geleid. (Dit speelde met name in het Verenigd Koninkrijk, waar de Bank of England de base rate, ondanks een fors stijgende inflatie, gedurende geruime tijd op 0,50% liet.[110] De ECB verhoogde op 7 april 2011 (met ingang van 13 april 2011) de refi rate van 1,00% tot 1,25%[111] en in juli 2011 nogmaals met 0,25%; in november en december 2011 verlaagde men de rente telkens met 25 basispunten tot het huidige niveau van 1,00%.[112] (De Federal Reserve hield op dat moment de federal funds rate op het bestaande niveau, hoewel diverse Fed-bestuurders hierover tegengestelde meningen bleken te hebben).[113]

  • Fiscale impulsen

De Amerikaanse overheid paste driemaal een fiscale stimulans toe: vanaf mei 2008 pakket aan “tax rebates” van circa $ 160 miljard, eind juli 2008 een pakket steunmaatregelen van circa $ 300 miljard (de Housing and Economic Recovery Act), en in februari 2009 een pakket van $ 787 miljard (American Recovery and Reinvestment Act of 2009). Het eerste programma bestond uit een "zuivere" fiscale impuls: een directe belastingverlaging, in de vorm van negatieve belastingaanslagen voor iedere Amerikaan. Het tweede pakket was met name gericht op het verschaffen van vervangende hypotheken voor huiseigenaren die in moeilijkheden waren komen te verkeren. Het derde pakket bestond uit belastingverlagingen, investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur, en diverse andere uitgaven.

Een vorm van fiscale impuls die succesvol bleek te zijn betrof het verstrekken van subsidies voor de sloop van oude auto's en de aanschaf van nieuwe (minder vervuilende) auto's. Dit type impuls werd toegepast in Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en de VS en leidde tot een duidelijke stijging van de autoverkoop. In de VS werd dit programma reeds na enkele weken in augustus 2009 gestaakt wegens het bereikt worden van het ermee gemoeide bedrag.[114]

  • Leenfaciliteiten

Centrale banken plegen veelvuldig liquiditeiten te verschaffen aan het bankwezen. Gedurende de ontwikkeling van de crisis zijn deze faciliteiten aanmerkelijk in omvang toegenomen, tot vele honderden miljarden dollars c.q. euro’s. (De Term Auction Facility van de Fed had op 8 oktober 2008 een omvang van $ 900 miljard; op 1 oktober 2009 had de ECB voor € 734,3 miljard aan liquiditeiten verstrekt.) In de VS zijn diverse namen voor deze faciliteiten in omloop, ieder toegesneden op een andere kring van belanghebbenden.

Opmerkelijk was dat de looptijden van dergelijke voorschotten duidelijk langer werden. Voorafgaande aan de crisis plachten deze leenfaciliteiten verstrekt te worden voor enkele weken; in de loop van de crisis werd dit vaak enkele maanden tot “of zolang als nodig mocht blijken”. Op 7 mei 2009 kondigde de ECB aan leenfaciliteiten tot 12 maanden te gaan verstrekken. Eind juni 2009 werd € 442 miljard verstrekt tot 1 juli 2010; eind september 2009 werd een faciliteit van € 75 miljard tot 1 oktober 2010 hieraan toegevoegd.

Voorts was opmerkelijk dat de door de centrale banken geaccepteerde onderpanden in de loop van de tijd aanmerkelijk versoepeld zijn. Normaliter worden tegenover dit soort voorschotten slechts staatsleningen als onderpand geaccepteerd, doch inmiddels ook geheel andere soorten onderpanden.

Een geheel nieuwe fase ging in op 7 oktober 2008, toen de Federal Reserve de Commercial Paper Funding Facility aankondigde, waarbij men zich bereid verklaarde om door Amerikaanse ondernemingen uitgegeven kortlopend schuldpapier uit te geven. Een dergelijk optreden van een centrale bank als bankier van het bedrijfsleven (dus niet als bankier van het bankwezen) is hoogst opmerkelijk, doch bleek later niet uniek: de Bank of Japan besloot op 2 december tot uitbreiding van de geaccepteerde onderpanden tot BBB-gerate leningen ten laste van ondernemingen.

Nadat het bankwezen eenmaal aan het bestaan van dergelijke faciliteiten gewend was geraakt, leek het moeilijk deze terug te schroeven. De ECB kondigde in de herfst van 2008 aan de onderpandwaarde van sommige categorieën onderpanden te verlagen, doch eerst vanaf 1 februari 2009. In april 2009 kondigde de ECB aan, meer details te verlangen omtrent de achterliggende hypotheken van in onderpand gegeven leningen.

Begin november 2009 lieten de Bank of England en de ECB weten hun faciliteiten geleidelijk te willen terugschroeven. De Bank of Japan had enkele dagen eerder bericht de aankoop van bedrijfsobligaties te zullen staken.[115] Op 3 december 2009 kondigde de ECB aan op 16 december voor het laatst een 1-jaars faciliteit te verschaffen, en de 6-maandenfaciliteiten geleidelijk af te schaffen. (Er was op dat moment voor € 647,7 miljard aan voorschotten verstrekt.) Deze faciliteit bedroeg € 96,9 miljard. De afloop van de 1-jaarfaciliteit van € 442 miljard op 1 juli 2010 zorgde niet voor noemenswaardige problemen op de Europese geldmarkt.

Tijdens (en vanaf) de crisis rond Griekse staatsleningen accepteerde de ECB Griekse staatsleningen als onderpand, hoewel ze niet aan de minimum-ratingeis voldeden.

Ten tijde van de (bijna-)crisis rond Ierse staatsleningen in november 2010 bleek dat de ECB op grote schaal optrad als financier van het Ierse bankwezen: per eind oktober 2010 bleken Ierse banken in totaal circa € 130 miljard bij de ECB te hebben geleend.

  • Begeleiding overnames

Centrale banken en overheden zijn diverse malen opgetreden als bemiddelaar en “regisseur”[116] bij overnames van financiële instellingen. In sommige gevallen leidde dit tot een betrokkenheid van de overheid of centrale bank in de vorm van verschaffer van garanties of verschaffer van krediet voor die overname. Dit was bijvoorbeeld bij de overname van Bear Stearns het geval. De Federal Deposit Insurance Corporation sloot veelvuldig "loss-sharing arrangements" met banken die insolvente banken overnamen; in feite kwam dit neer op het voor rekening van de overheid brengen van aanmerkelijke te verwachten verliezen op met name onroerend goed en hypotheken.[117]

  • Government sponsored enterprises

Een bijzondere rol speelden de beide Amerikaanse “government sponsored enterprises” Fannie Mae en Freddie Mac, beiden zeer grote verstrekkers of garanten van hypotheken.[118] Hoewel er geen expliciete overheidsgarantie was, werd algemeen aangenomen dat de Amerikaanse overheid een faillissement van deze instellingen zou wensen te vermijden, reeds vanwege de omvang van deze instellingen. Op 30 juli 2008 kreeg een omvangrijk pakket aan maatregelen kracht van wet, waarvan de uiteindelijke financiële gevolgen voor de Amerikaanse overheid niet op voorhand vast te stellen zijn. Op grond van deze wet kan de Amerikaanse overheid (omvangrijke) bedragen aan Freddie Mac en Fannie Mae lenen, en kan de Amerikaanse overheid aandelen in deze ondernemingen kopen. Op 7 september 2008 ging deze betrokkenheid een nieuwe fase in doordat Freddie Mac en Fannie Mae in "conservatorship" werden geplaatst, nadat uit een onderzoek was gebleken dat beide instellingen aanzienlijk minder vermogen bezaten dan door de toezichthouder als minimum-vermogen ("regulatory capital") was voorgeschreven. De Federal Housing Finance Agency nam de leiding over; de CEO's werden ontslagen; de Amerikaanse regering zegde toe voor zodanige bedragen aan preferente aandelen te kopen als nodig mocht zijn voor het behouden van een toereikend eigen vermogen. De hiermee gemoeide bedragen beliepen een maximum van $ 100 miljard per instelling, naast een voorziening van $ 5 miljard. In februari 2009 werden deze bedragen verdubbeld tot $ 200 miljard per instelling.

De betrokkenheid van de Amerikaanse overheid bij de verstrekking van hypotheken, via Fannie Mae, Freddie Mac, Ginnie Mae en de Federal Housing Administration, nam zeer grote vormen aan. In de herfst van 2009 bleek dat van alle nieuw verstrekte hypotheken circa 95% afkomstig was van deze vier instellingen, waar de overheid op verschillende wijzen (direct onderdeel van de overheid, grootaandeelhouder, garant of de facto garant) bij betrokken was.[119] Op 24 december 2009 werd bekend dat de Amerikaanse overheid de verliezen van Freddie Mac en Fannie Mae in de jaren 2010, 2011 en 2012, ongeacht de omvang daarvan, zou compenseren.[120]

In zijn rapport van januari 2010[121] aan het Amerikaanse Congres merkte de Special Inspector-General van het TARP-programma op:

"The Federal Government has long played an important role in financing residential housing, and that role has increased dramatically since the outset of the crisis — with the Federal Government and the organizations it backs now guaranteeing or insuring almost all net new borrowings for mortgages and mortgagebacked securities (“MBS”). In other words, the Government has done more than simply support the mortgage market, in many ways it has become the mortgage market, with the taxpayer shouldering the risk that had once been borne by the private investor."

Medio juni 2010 werd bekend dat de Amerikaanse overheid inmiddels voor $ 145 miljard aan verliezen bij Freddie Mac en Fannie Mae had aangezuiverd; schattingen omtrent de totale schade liepen uiteen van $ 160 miljard tot $ 1.000 miljard.[122]

  • Directe deelname in aandelenkapitaal van financiële instellingen

Naarmate de crisis intensiveerde nam de mate waarin overheden direct deelnamen in het risicodragend kapitaal van financiële instellingen toe. Te noemen zijn: de nationalisatie van de Britse hypotheekbank Northern Rock, de omvangrijke deelname van de Amerikaanse overheid in de Amerikaanse verzekeraar AIG, plannen van de Britse, Spaanse en Nederlandse overheden om voor respectievelijk GBP 35 miljard tot GBP 40 miljard,[123] EUR 40 miljard en EUR 20 miljard deel te nemen in het aandelenkapitaal van diverse banken, en de overname van ABN AMRO en de Nederlandse Fortis-activiteiten door de Nederlandse overheid. Op 12 oktober werd dit uitgebreid met deelnames door onder meer de Duitse regering. Op 14 oktober presenteerde de Amerikaanse regering een plan (deel uitmakend van het Amerikaans economisch reddingsplan 2008) om voor $ 250 miljard deel te nemen in het kapitaal van Amerikaanse banken, waarvan voor $ 125 miljard in het kapitaal van 9 grote Amerikaanse banken.[124] In kleinere regionale Amerikaanse banken werd voor $ 33 miljard deelgenomen.

De Ierse regering stak in december 2008 € 5,5 miljard in de bankensector, in de vorm van perpetuele preferente aandelen in Bank of Ireland, Allied Irish Banks en Anglo Irish Bank, met een coupon van 8% resp. 10%.[125][126]

In januari 2009 kondigde de Franse regering aan voor € 10,5 miljard deel te nemen in het aandelenkapitaal van een aantal Franse banken. Een van de voorwaarden hierbij was dat de bestuurders zouden afzien van enige bonus.

In februari 2009 converteerde de Amerikaanse regering $ 25 miljard aan preferente aandelen in Citigroup (gekocht bij een eerdere reddingsactie) in gewone aandelen. Hiermee verkreeg men een overheidsbelang van circa 36% in Citigroup.[127] Begin maart 2009 kreeg verzekeraar AIG (voor de derde maal) overheidssteun, eveneens onder meer in de vorm van omzetting van preferente aandelen in gewone aandelen.[128]

In juni 2009 betaalden een vijftal Amerikaanse banken in totaal $ 54,7 miljard terug, waarmee de directe overheidsbetrokkenheid bij die banken weer (grotendeels) werd beëindigd.[129] Ook andere banken streefden naar terugbetaling van staatssteun, aangezien een zekere mate van restrictief beloningsbeleid meestal onderdeel vormde van de voorwaarden voor het verkrijgen van die staatssteun.

Deelname van een overheid in het risicodragend kapitaal van banken kan uiteindelijk leiden tot volledige nationalisering. De grens tussen beide maatregelen is echter vloeiend, aangezien de mate van zeggenschap niet uitsluitend afhangt van het aandeel in het aandeelhouderschap, maar ook van zaken als benoeming van topbestuurders.

Vanaf de herfst van 2009 bleek dat de Europese Commissie aan de staatssteun regelmatig de voorwaarde stelde dat banken bedrijfsonderdelen zouden afstoten. Dit was onder meer het geval bij ING Groep, Lloyds en RBS.

De Ierse regering kondigde in januari 2009 aan de Anglo Irish Bank te nationaliseren; deskundigen zouden vaststellen of de aandeelhouders, gegeven de waarde van de onderneming, aanspraak zouden kunnen maken op enige vergoeding. Dit bleek echter niet voldoende te zijn: Anglo Irish Bank berichtte op 31 augustus 2010 in september 2010 circa € 25 miljard aan steun nodig te hebben voor de terugbetaling van in september 2010 vervallende leningen.[130]

Op 30 maart 2010 droeg de Ierse regering de Ierse banken op om -binnen 30 dagen!- € 43 miljard aan nieuw kapitaal aan te trekken. De noodzaak hiertoe was ontstaan nadat gebleken was dat de waarde van de aan de "bad bank" NAMA over te dragen dubieuze leningen aanzienlijk lager was dan gedacht: de gemiddelde korting van de eerste tranche van € 16 miljard bedroeg 47% (terwijl Anglo Irish Bank 28% verwachtte). Dit veroorzaakte extra verliezen bij de banken, wat met een kapitaaluitbreiding diende te worden opgevangen. De verwachting was dat een aanmerkelijk deel daarvan voor rekening van de Ierse regering zou komen.[131]

In september 2010 bleek dat Anglo Irish Bank nog vele miljarden aan staatssteun behoefde. Hierop besloot de Ierse regering, nadat in de voorgaande dagen de koersen van Ierse staatsleningen sterk gedaald waren, op 8 september 2010 de bank te splitsen in een Funding Bank, die de bestaande activiteiten (op beperkte schaal) zou voortzetten, en een Asset Recovery bank, die zou trachten te problematische leningen te liquideren tegen zo laag mogelijke kosten voor de belastingbetaler.[132]

In maart 2011 bleek, na het uitvoeren van extra stresstests, dat vier Ierse banken nogmaals overheidssteun nodig hadden (in de vorm van aandelenkapitaal), tot een bedrag van € 24 miljard, waarmee het totaal van hetgeen de overheid in banken gestoken had uitkwam op € 70 miljard.[133][134][135]

  • Opkopen door overheid van illiquide vorderingen

Door het opkopen van illiquide vorderingen, eigendom van banken, beogen overheden om daarmee de mogelijkheden van banken, nieuw krediet te verstrekken, te vergroten. Tevens tracht men hiermee te voorkomen dat banken (ook andere banken) de zeer lage prijzen die tot stand komen bij de wel gedane transacties, algemeen gehanteerd moeten worden bij de waardering van beleggingen. Het doel is deze beleggingen op enig moment weer te verkopen. De vraag of dat zal slagen, en of dat gepaard gaat met een verlies voor de belastingbetaler, is thans niet te beantwoorden. Het grootste initiatief op dit gebied is het Troubled Asset Relief Program (verwerkt in de Emergency Economic Stabilization Act) in de VS ten bedrage van $ 700 miljard. Van dit bedrag werd een deel later bestemd voor versterking van het kapitaal van Amerikaanse banken; het aankopen van 'giftige' leningen werd op de lange baan geschoven.[15] Het Congres bleek hier niet van gediend.[136] De Spaanse overheid kondigde begin oktober een fonds aan van € 30 miljard tot € 50 miljard. De Zwitserse overheid steunde de Zwitserse bank UBS bij het oprichten van een fonds waarin illiquide leningen werden "gestald".

In zijn persbericht van 16 december 2008 kondigde de Federal Reserve aan, de komende kwartalen grote bedragen aan leningen van "agencies" en mortgage backed securities te zullen opkopen.[137] Vanaf begin januari werd hiermee (door de Federal Reserve Bank of New York) begonnen. Begin september 2009 waren leningen met een nominaal bedrag van circa $ 800 miljard gekocht.

De ECB kondigde op 17 mei 2009 aan, covered bonds te zullen gaan opkopen, zulks tot een bedrag van € 60 miljard. Begin juli 2010 berichtte de ECB dat dit programma voltooid was; de gekochte leningen zouden tot het einde van de looptijd worden aangehouden. De leningen hadden een duur van 3 tot 7 jaar met een gemiddelde (aangepaste) duur van 4,12 jaar.

Een in relatie tot de omvang van de economie van het betrokken land zeer omvangrijke transactie werd op 16 september 2009 aangekondigd, toen de Ierse regering bekend maakte dat de National Asset Management Agency voor €54 miljard aan onroerend goed gerelateerde leningen met een nominaal bedrag van € 77 miljard zou overnemen van Ierse banken, teneinde die banken in staat te stellen het verstrekken van leningen te hervatten. De actuele marktwaarde van de leningen werd op € 47 miljard geraamd, doch men maakte voor de bepaling van de overnamesom gebruik van de "long-term economic value". De banken zouden betaald worden met obligaties ten laste van NAMA, die aan de ECB verkocht zouden kunnen worden.[138] Op 12 november werd deze transactie door het Ierse parlement goedgekeurd.[139]

In oktober 2011 werd besloten dat de ECB nogmaals, nu voor € 40 miljard, covered bonds zou gaan opkopen.[140]

  • Verstrekken van leningen tegen onderpand van illiquide leningen

De Federal Reserve kondigde op 25 november 2008 een programma aan, geheten Term Asset-Backed Securities Loan Facility (TALF), op grond waarvan tot een bedrag van $ 200 miljard leningen zouden worden verstrekt aan houders van AAA-gerate asset-backed securities. Op 10 februari 2009 werd bekend dat dit bedrag werd verhoogd tot $ 1000 miljard, en werd de omvang uitgebreid tot (nieuw verstrekte) asset-backed securities met onder meer commercieel onroerend goed als onderpand. In augustus 2009 werd de looptijd van het programma verlengd.

Op 23 maart 2009 werd een gewijzigde versie van dit plan gepresenteerd onder de naam Public-Private Investment Program, waarbij ook het door private partijen opkopen van reeds bestaande leningen werd gefaciliteerd; de Amerikaanse overheid zou hiervoor zowel leningen verstrekken als deelnemen in het risicodragend vermogen van de koper[141] Het doel hiervan was enerzijds om de balansen van banken te ontlasten van illiquide leningen, en anderzijds om de markt in illiquide leningen weer op gang te brengen, zulks mede teneinde marktprijzen tot stand te doen komen, die dan weer gebruikt zouden kunnen worden voor het waarderen van andere activa.

Medio juni 2009 waren uit hoofde van dit programma leningen tot een bedrag van circa $ 45 miljard verstrekt.

  • Garanties voor leningen (opgenomen door banken)

In een aantal gevallen stelden overheden zich garant voor leningen aan in moeilijkheden verkerende financiële instellingen, bijvoorbeeld bij de Duitse hypotheekbank Hypo Real Estate, waar de Duitse overheid als onderdeel van een reddingsplan een garantie (Bürgschaftsrahmen) verstrekte van € 35 miljard.[142] Later werd deze garantie aanmerkelijk uitgebreid: in september 2010 kwam door een aanvullende garantie van € 40 miljard het totaal op € 142 miljard.[143]

De Ierse regering garandeerde eind september 2008 (vrijwel) alle spaartegoeden, deposito's en uitstaande leningen van 6 Ierse banken.[144] In september 2009 werd de looptijd van deze garantie verlengd.[145] In september 2010 werd deze garantie verlengd tot eind 2010; in november 2010 tot eind juni 2011.[146]

In aanvulling op het kapitaalprogramma van 14 oktober 2008 stelde de Amerikaanse overheid zich garant voor nieuw uit te geven leningen tot 1 juli 2009, voor een periode van drie jaar.[147] Hiermee was potentieel een bedrag gemoeid van $1500 miljard. Bovendien stelde de VS zich garant voor $500 miljard aan renteloze leningen aan meest kleinere ondernemingen.

Per 13 oktober 2009 was € 732 miljard aan leningen geëmitteerd die gegarandeerd waren door overheden in de eurozone.[148]

  • Garanties voor leningen in portefeuilles van banken

In een aantal gevallen verstrekten overheden garanties aan in moeilijkheden verkerende banken ten aanzien van de waarde van leningen in hun beleggingsportefeuilles. Hiermee werd bereikt dat die banken op die leningen geen (verdere) afschrijvingen hoefden te verrichten, welke afschrijvingen tot gevolg zouden hebben gehad dat hun garantievermogen (verder) geslonken zou zijn. Dergelijke garanties werden onder meer verstrekt door de Amerikaanse overheid aan Citigroup (ten aanzien van $ 306 miljard aan leningen) en door de Nederlandse overheid aan ING Groep (in januari 2009, ten aanzien van € 27,7 miljard aan Amerikaanse Alt-A hypotheken). (Zie tevens hieronder.)

  • Intensivering toezicht op financiële sector

De meest omvangrijke uitbreiding van het toezicht vond plaats in IJsland, waar op 6 oktober de gehele bankensector onder toezicht werd gesteld.[149][150] Op 7 oktober 2008 werd de op één na grootste bank van IJsland genationaliseerd[151] In de daarop volgende maanden werden ook andere IJslandse banken door de regering overgenomen. De Amerikaanse regering stelde in maart 2009 voor het toezicht uit te breiden tot alle in de financiële sector werkzame ondernemingen (niet zijnde banken) waarvan een faillissement een risico voor het financiële systeem zou kunnen vormen.[152] In juni 2009 kondigde president Obama vergaande hervormingen van het toezichtstelsel aan.[153] Op 15 juli 2010 nam de Amerikaanse Senaat, na circa een jaar van voorbereiding en veelvuldige wijzigingen, de Financial Reform Bill aan, die het toezicht op de financiële sector beoogde te versterken. Het wetsontwerp was aangegroeid tot 2300 pagina's, en voorzag onder meer in de oprichting van een Consumer Financial Protection Agency.[154] De financiële sector, die tientallen miljoenen dollars had besteed aan lobby-activiteiten, sprak zijn teleurstelling uit. Op 21 juli werd de wet van kracht.[155] Op 2 september 2010 bereikte Europa overeenstemming over het oprichten van 3 nieuwe toezichthouders, voor banken, verzekeraars en beurzen.[156]

  • Garanties op spaartegoeden

De hoogte van het bedrag tot hetwelk een spaartegoed wordt gegarandeerd is uiteraard van invloed op de bereidheid van spaarders hun geld aan banken toe te vertrouwen. Europese overheden hanteerden verschillende bedragen als maximum, hetgeen leidt tot een zekere concurrentie tussen landen. Uiteindelijk werd het plafond van de garantie op € 100.000 gesteld. In de VS werd dit $ 250.000. De kosten van een dergelijke garantie plegen bestreden te worden uit een (nationaal) fonds dat door de banken in dat land gevoed wordt; bij een groot faillissement van een bank is het echter niet denkbeeldig dat de overheid zou moeten bijspringen. In de VS deed de Federal Deposit Insurance Corporation uit zijn Deposit Insurance Fund aanmerkelijke betalingen aan banken die insolvente banken overnamen, zulks teneinde "gewone" faillissementen te voorkomen: die zouden tot grotere betalingen aan spaarders en rekeninghouders hebben geleid. Het gevolg was dat het Deposit Insurance Funds snel in omvang terugliep: per 30 juni 2009 had het fonds een omvang van 0,22% van de verplichtingen, terwijl dat voor de crisis circa 1,25% was.[157][158]

Bij kwantitatieve versoepeling vergroot een centrale bank de geldhoeveelheid door leningen in de markt op te kopen. (In theorie zijn dit staatsleningen, doch in de praktijk pleegt men ook andere leningen te kopen.) De hiermee vrijkomende liquiditeiten zouden dan moeten kunnen worden gebruikt voor het verstrekken van nieuwe kredieten. De Britse centrale bank kondigde in maart 2009 aan voornemens te zijn voor GBP 75 miljard aan staatsobligaties te kopen, wat in mei 2009 werd uitgebreid tot GBP 125 miljard, en later tot GBP 175 miljard. Ook de Bank of Japan kocht voor 168 miljard, evenals de Federal Reserve, die in maart 2009 aankondigde voor $ 300 miljard aan staatsleningen te gaan kopen, en voor (een additionele) $ 850 miljard aan andere leningen. Op 5 november 2009 verhoogde de Bank of England het budget tot GBP 200 miljard.[159]

In de herfst van 2010 werden steeds meer signalen opgevangen dat de Federal Reserve vanaf november 2010 een nieuwe ronde van quantitative easing zou starten. Tevens wenste men de verwachtingen omtrent de toekomstige inflatie te laten stijgen: hierdoor zouden consumenten worden aangezet tot extra consumptie.[160][161] Op 3 november 2010 maakte de Federal Reserve bekend tot juni 2011 voor $ 600 miljard aan staatsleningen (met looptijden van vijf tot zes jaar) te gaan kopen, in maandelijkse bedragen van circa $ 75 miljard.[162]

  • Opkopen van staatsleningen

Op 10 mei 2010 besloten de EU-lidstaten en de ECB, ter beteugeling van de crisis rond Griekse staatsleningen en om te voorkomen dat die zou overslaan naar andere landen (met name Portugal en Spanje), dat de ECB rechtstreeks staatsleningen zou opkopen, teneinde daarmee een "bodem in de markt te leggen". Tegenover deze aankopen (waarmee de geldhoeveelheid toenam) zou de ECB leningfaciliteiten aan het bankwezen met een gelijk bedrag verminderen.[163] Aanvankelijk werd voor circa € 4 miljard per week gekocht; later nam dit tempo af: in september 2010 was voor circa € 61 miljard gekocht.

In augustus 2010 kondigde de Federal Reserve aan de te ontvangen aflossingen van mortgage-backed securities te zullen herbeleggen in staatsleningen, waarbij het minimum aan in portefeuille gehouden beleggingen van $ 2050 miljard werd gesteld.[164][165][166]

Vanaf augustus 2011 ging de ECB, na een pauze van enkele maanden op voorheen ongekend grote schaal Italiaanse en, in mindere mate, Spaanse en Portugese staatsleningen opkopen: medio november was voor € 183 miljard gekocht. (Zie hierover tevens Europese staatsschuldencrisis.)

  • Directe steunmaatregelen aan het bedrijfsleven

Naarmate de kredietcrisis meer overging in een (beginnende) recessie, kondigden diverse overheden steunmaatregelen af, of vroegen ondernemingen om dergelijke steun. Hoewel dit deels te zien is als een "klassiek" contra-cyclisch beleid, werd in een aantal gevallen de moeilijke verkrijgbaarheid van krediet als reden voor een dergelijke maatregel of verzoek genoemd. De Duitse overheid presenteerde in november 2008 een pakket aan maatregelen van EUR 40 miljard, de Britse overheid een van GBP 20 miljard, de Europese Commissie een van EUR 200 miljard. en de Chinese overheid kondigde een pakket aan ten bedrage van 4.000 miljard yuan.

  • Onderlinge steunverlening door lidstaten Europese Unie

In april 2010 kondigden de Europese Commissie en de lidstaten van de EU aan om, samen met het IMF, Griekenland € 80 miljard te lenen ter beteugeling van de crisis rond de Griekse overheidsfinanciën. Op 10 april 2010 werd dit uitgebreid tot een algemeen pakket van in totaal € 500 miljard (zie Europese staatsschuldencrisis).

  • Steun door het Internationaal Monetair Fonds en andere instellingen

Diverse landen (per begin december Oekraïne, IJsland, Pakistan en Hongarije) wendden zich tot het IMF met het verzoek om financiële steun. In februari 2009 verstrekten de Wereldbank, de Europese Investeringsbank en de European bank for Reconstruction and Development tezamen leningen van € 24,5 aan banken in Centraal en Oost-Europa.[167] Een verzoek van Hongarije om een gezamenlijk Europees reddingsplan van € 180 miljard werd op 1 maart afgewezen.[168] In april 2009 verzocht Mexico om een lening van $ 47 miljard. Teneinde deze steunverlening mogelijk te maken besloot de G20 het kapitaal van het IMF uit te breiden met $ 500 miljard. Polen verzocht het IMF om een lening van $ 20 miljard. Roemenië verkreeg in mei 2009 een lening van het IMF van $ 17,1 miljard. Griekenland kreeg in april 2010 € 30 miljard steun van het IMF, terwijl het IMF aan het steunpakket voor de zwakkere eurozone-landen van mei 2010 deelnam voor € 220 miljard (volgens sommige berichten $ 250 miljard).

Op 12 april 2010 kondigde het IMF een uitbreiding van de New Arrangement to Borrow aan van $ 50 miljard tot % 550 miljard.[169] Op 30 augustus 2010 kondigde het IMF een nieuwe faciliteit aan ("precautionary credit line"), waarbij potentiële geldvragende lidstaten reeds vooraf de kwalificatieprocedure zouden doorlopen, zodat een eventueel beroep op die faciliteit dan zeer snel afgehandeld zou kunnen worden.[170]

Ontwikkeling balanstotaal US Federal Reserve vanaf begin 2007
Ontwikkeling balanstotaal Eurosysteem vanaf begin 2007

De toegenomen betrokkenheid van centrale banken leidde tot een sterke toename van hun balanstotalen (hoewel het balanstotaal van het Eurosysteem later weer enigszins afnam). De balanstotalen van de Federal Reserve en het Eurosysteem[171] ontwikkelden zich als in de grafieken aangegeven. De toename van de balanstotalen vloeide niet alleen voort uit de toename van de voorschotten aan "normale" banken, doch ook aan (min of meer verkapte) steunoperaties waarbij banken leningen bij centrale banken opnamen tegen onderpand van (mogelijk) problematische leningen, teneinde daarmee hun balans te ontlasten. Ook andere steunoperaties waren zichtbaar op de balans. De balans van de Federal Reserve ging voor een gestaag toenemend deel bestaan uit langer lopende leningen, waaronder een groot bedrag aan leningen die verband hielden met hypotheken. In begin 2010 waren de kortlopende steunprogramma's van de Federal Reserve voor het merendeel afgebouwd, of waren ze, nadat geconstateerd was dat er slechts in geringe mate gebruik van was gemaakt ingetrokken.

Een (geenszins uitputtend) overzicht van steunmaatregelen waartoe in het kader van de kredietcrisis is besloten is te vinden op Steunmaatregelen in het kader van de Kredietcrisis.

Vanaf december 2008 ontstond er in Amerika bezorgdheid over het gebrek aan transparantie rond de verschillende programma's van de Fed en de Treasury-bailouts. Er werden vele miljarden aan belastinggeld uitgegeven, terwijl bijvoorbeeld de Fed niet wilde zeggen waar het geld precies naar toe ging. Een verzoek van Bloomberg aan de Fed om informatie over elf programma's, met een beroep op de Freedom of Information Act, werd afgewezen, onder meer met het argument dat het nadelige gevolgen voor de economie zou hebben. De door het Congres ingestelde onderzoekscommissie ("Congressional Oversight Panel") liet zich meerdere malen kritisch uit over de mate van transparantie en over het inzicht in het effect van de diverse maatregelen tot op dat moment.[172] In april 2009 wendde Bloomberg zich nogmaals tot de rechter.[173] In augustus 2009 wees de rechter dit verzoek toe: de Federal Reserve diende details omtrent de diverse reddingsoperaties te verstrekken, met name omtrent de identiteit van ontvangers van overheidssteun en omtrent de in onderpand genomen zekerheden, doch verleende enkele dagen later de Fed een uitstel tot 30 september 2009 om in beroep te gaan. Eind september 2009 kreeg de Federal Reserve toestemming van de Solictor General voor hoger beroep tegen dit vonnis.[174] In januari 2010 wendde de Federal Reserve zich tot de appelrechter met het verzoek de uitspraak van 24 augustus 2009 te vernietigen.[175] Op 31 maart 2010 gaf de Fed een aantal gegevens vrij: de zekerheden die men had ontvangen bij de steun aan JP Morgan bij de overname van Bear Stearns bleken in hoofdzaak te bestaan uit hypotheken van zeer twijfelachtige kwaliteit.[176][177] Op 25 augustus 2010 verzocht de Federal Reserve de appelrechter om de verplichting tot het openbaar maken van de namen van de bij de hierboven genoemde steunverlening betrokken banken 90 dagen op te schorten, aangezien dat kon leiden tot een vertrouwensverlies, wat zou kunnen leiden tot bank runs en faillissementen.[178] Het verzoek van de Federal Reserve volgde op een afwijzing, op 20 augustus, van een verzoek tot het opnieuw beoordelen van het oorspronkelijke verzoek van Bloomberg (dat in hoger beroep was toegewezen). Het verzoek werd toegestaan. Op 25 oktober 2010 beklaagde Bloomberg zich dat de wijze waarop de Amerikaanse overheid informatie had verstrekt te wensen overliet: op 560 pagina's uitgeprinte emails waren alle details omtrent feitelijke transacties onleesbaar gemaakt.[179]

Eerst in december 2010 gaf de Rederal Reserve details omtrent een groot aantal transacties (doch niet alle) in de periode december 2007 - juli 2010 vrij.[180] Opmerkelijk was dat de Commercial Paper Funding facility in hoofdzaak door niet-Amerikaanse banken gebruikt was,[181] waaronder de Rabobank.[182] Op 31 maart 2011 gaf de Federal Reserve een groot aantal documenten vrij met details omtrent het gebruik van de discount window facility door banken in 2007 en 2008, nadat dit door het Supreme Court was bevolen.[183]

Gevolgen van de kredietcrisis in Nederland en België[bewerken]

Fortis[bewerken]

De kredietcrisis deed zich in Nederland en België zeer duidelijk voelen bij de problemen die bankverzekeraar Fortis ondervond bij het verkrijgen van voldoende kapitaal voor de herfinanciering van het aankoopbedrag dat het voor ABN AMRO verschuldigd was. De beurskoers van Fortis had hier ernstig onder te lijden.[184] Uiteindelijk werd in het weekend van 27 en 28 september 2008 besloten tot een gedeeltelijke nationalisatie van de bankverzekeraar.[185] Er bleek een deelname van drie overheden[186] nodig te zijn om aan kennelijk onmiddellijk dreigende problemen het hoofd te bieden.[187][188] (Naar medio november bleek, haalden vooral zakelijke rekeninghouders op grote schaal hun geld weg bij Fortis, waardoor een acuut en omvangrijk liquiditeitstekort ontstond, waarvoor een noodkrediet van de Nederlandse en Belgische centrale banken nodig was ten bedrage van € 61 miljard).[189] Op vrijdag 3 oktober kondigde de Nederlandse staat de overname aan van alle Nederlandse activiteiten van Fortis over, inclusief het gedeelte van ABN AMRO dat eigendom was van Fortis, voor een bedrag van € 16,8 miljard.[190] Op zondag 5 oktober werd bekendgemaakt dat de Franse bank BNP Paribas het grootste deel van de Belgische en Luxemburgse activiteiten van Fortis kocht.[191] De handel in aandelen Fortis werd een week lang opgeschort; toen op 14 oktober 2008 de handel hervat werd bleek het aandeel 63% lager te openen. In België hebben veel burgers aandelen in Fortis. Er zijn verschillende juridische acties om compensatie te verkrijgen voor de geleden verliezen. Deze acties bestaan uit rechtszaken[192] over misinformatie door het bestuur van Fortis voordat de problemen van Fortis in de openbaarheid kwamen[193] en rechtszaken over de wijze waarop Fortis van een mogelijk faillissement gered is[194] .

Fortis Bank (België) rapporteerde op 22 januari 2009 over de eerste drie kwartalen van 2008 een netto-verlies van € 14,1 miljard; voor het vierde kwartaal verwachtte men een verlies van € 4 tot € 5 miljard.[195]

De Nederlandse overheid berichtte op 19 november 2009 nogmaals geld in ABN Amro te steken: ditmaal € 3 miljard. Voorts zette men € 1,4 miljard aan leningen om in eigen vermogen; toenmalig minister Bos zei te verwachten dat dit de laatste kapitaalinjectie zou zijn.[196]

Nederland[bewerken]

Icesave[bewerken]

Op 8 oktober 2008 bleek dat de IJslandse bank Landsbanki, in Nederland actief onder de naam Icesave, zijn verplichtingen niet kon nakomen.[197] De vraag of de garantieregeling door de IJslandse regering zou worden nagekomen, bleek niet aanstonds bevestigend te kunnen worden beantwoord. Gemiddeld hadden 120.000 spaarders 13.000 euro gespaard bij Icesave. Na overleg werd besloten dat de Nederlandse overheid de garantiegelden zou betalen, maar de eerste € 20.887 gold daarbij als voorschot wat IJsland later moest terugbetalen.[198] Het garantiebedrag was kort daarvoor door de Nederlandse overheid opgehoogd tot 100.000 euro (200.000 bij en/of rekening). Een aantal gedupeerde spaarders richtten een comité op om te trachten hun verloren spaargeld alsnog via de Nederlandse overheid terug te krijgen. Zij baseerden zich op het feit dat Icesave door de Nederlandse toezichthouder goedgekeurd was, en dat er niet eerder is gewaarschuwd door de toezichthouder tegen risico's die wellicht al in een eerder stadium bekend waren.

Op 17 november 2008 werd bekend dat de IJslandse, Britse en Nederlandse regeringen een akkoord bereikt hadden over terugbetaling van tegoeden bij Icesave.[199][200] In augustus 2009 bleek in het IJslandse parlement geen meerderheid te bestaan voor de goedkeuring van deze akkoorden. Het IMF en andere kredietverstrekkers stelden zich op het standpunt dat toegezegde leningen eerst na het definitief worden van de akkoorden zouden worden uitbetaald.[201] Op 31 december 2009 nam het IJslandse parlement de desbetreffende wet, die voorzag in overheidsgaranties ter waarde van $ 5,5 miljard, alsnog aan.[202] Na protesten van de IJslandse bevolking weigerde de president de wet te tekenen, waarna de premier een referendum aankondigde.[203][204] Onderhandelingen tussen de regeringen van IJsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk omtrent wijziging van de leningsvoorwaarden, in februari 2010, leidden niet tot resultaat. Op 6 maart 2010 wees de IJslandse bevolking in een referendum de wet omtrent de terugbetaling van de aan IJsland verstrekte leningen met een overweldigende meerderheid af: slechts 1,5% stemde ervoor.[205]

Kapitaalinjecties[bewerken]

De Nederlandse overheid stelde op 9 oktober 2008 € 20 miljard beschikbaar voor de versterking van het eigen vermogen van de financiële sector.[206] De ING Groep maakte als eerste gebruik van deze regeling met een kapitaalinjectie van € 10 miljard.[207] Enkele weken later volgde AEGON met € 3 miljard,[208] en daarna SNS REAAL met € 750 miljoen. Als voorwaarde werd in alle gevallen gesteld dat bestuurders dit jaar geen bonussen ontvangen en dat eventuele vertrekpremies niet hoger zijn dan een jaarsalaris.

In alle gevallen bedraagt de door het concern te betalen rente:

  • Indien er geen dividend wordt uitgekeerd over het voorgaande jaar: niets
  • Indien er wel dividend wordt uitgekeerd over het voorgaande jaar: 8,5%, of als dat meer is:
    • in 2010 110% van het dividend over 2009
    • in 2011 120% van het dividend over 2010
    • vanaf 2012 125% van het dividend over het voorgaande jaar

In alle gevallen kunnen de non-voting securities (kernkapitaaleffecten) geheel of gedeeltelijk door het bedrijf worden teruggekocht voor 150% van de oorspronkelijke uitgifteprijs (in het eerste jaar voor AEGON en SNS REAAL deels een lager bedrag). Ook kan het bedrijf na drie jaar of later de non-voting securities geheel of gedeeltelijk een-op-een omzetten in gewone aandelen, maar dan heeft de overheid het recht in plaats daarvan de oorspronkelijke uitgifteprijs te ontvangen.

De Nederlandsche Bank rangschikt deze waardepapieren onder Tier-1 kernkapitaal. De Nederlandse staat heeft dezelfde rangorde als houders van gewone aandelen, maar de verwatering voor bestaande aandeelhouders is beperkt.

Zie ook:

In januari 2009 vond een tweede steunoperatie van ING Groep plaats, waarbij de Nederlandse staat een garantie afgaf ten aanzien van de waarde van € 27,7 miljard aan Amerikaanse Alt-A hypotheken. (In september 2009 bleek dat EU-commissaris Neelie Kroes deze steunverlening afkeurde: ING betaalde volgens de Commissie te weinig voor deze garantie).[209] In augustus 2009 kondigde AEGON een aandelenemissie van € 1 miljard aan; de opbrengst zou gebruikt worden voor het terugbetalen van een deel van de staatssteun.

In december 2009 betaalde ING Groep de helft van de staatssteun terug (€ 5 miljard, plus rente, plus overeengekomen vergoeding voor vervroegde aflossing).[210] Aegon betaalde op 30 augustus 2010 € 500 miljoen terug; het restant zou in juni 2011 worden terugbetaald. In februari 2011 kondigde AEGON een tweede aandelenemissie aan, met het doel om daarmee de (nog uitstaande) staatssteun in juni 2011 geheel te hebben terugbetaald.[211]

EU-commissaris Kroes keurde op 28 januari 2010 de aan SNS Reaal verstrekte staatssteun goed.[212] Het geschil tussen enerzijds ING en de Nederlandse regering en anderzijds de Europese Commissie omtrent het deels onthouden van goedkeuring werd aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voorgelegd.[213]

In september 2010 bleek dat door aflossingen en herfinancieringen de omvang van de portefeuille was teruggelopen van € 30,9 miljard tot € 23,8 miljard; de gemiddelde kwaliteit was echter wel gedaald. Tot dan toe had de Staat er een winst van € 461 miljoen op gemaakt, die echter gereserveerd werd voor het opvangen van verwachte toekomstige verliezen.[214][215]

Garanties op kapitaalmarktleningen[bewerken]

Voor op de kapitaalmarkt geëmitteerde leningen heeft de overheid 200 miljard euro beschikbaar gesteld voor garanties hierop. Zij vraagt voor een garantie een bedrag van ongeveer 1% van de te garanderen som. De eerste aanvraag is ingediend door LeasePlan Corporation N.V., voor een bedrag van € 1,5 miljard. De tweede aanvraag werd gedaan door de NIBC Bank, voor een bedrag van € 1 miljard.[216] Een onder deze garantie door NIBC uitgegeven obligatielening werd op 12 december 2008 zonder problemen onder beleggers geplaatst. SNS Bank emitteerde onder deze garantie een obligatielening van ten hoogste 2 miljard euro. Fortis Bank Nederland plaatste in april 2009 een 3-jarige lening van € 5 miljard.

DSB Bank[bewerken]

Journalist Michiel Bosgra tijdens een item over de val van de DSB Bank, 16 oktober 2009

Het faillissement van DSB Bank is niet in eigenlijke zin toe te schrijven aan de kredietcrisis, doch vloeit in overwegende mate voort uit een "normaal" liquiditeitstekort, dat optrad nadat vanaf begin oktober 2009 spaarders grote bedragen aan spaargeld terugtrokken, en er niet tijdig vervangende financiering kon worden aangetrokken. De langdurige verplichtingen van de bank bleken te veel met kortlopende spaargelden gefinancierd. Ook het eigen vermogen bleek veel te laag. Deze twee zaken waren juist door Pieter Lakeman al eerder aan de orde gesteld in 1985.[217]

Belgische instellingen[bewerken]

In België kregen KBC, Ethias en Dexia een kapitaalinjectie van de federale overheid. KBC kreeg op 22 januari 2009 een tweede kapitaalinjectie van de Vlaamse overheid.

Overheden en de kredietcrisis[bewerken]

Vanaf 13 oktober 2008 bleken ook enkele Nederlandse provincies en gemeentes gemeenschapsgeld uit te hebben staan bij de IJslandse Landesbanki, de IJslandse Kaupthingbank en de Amerikaanse Lehman Brothers. Op 14 oktober wordt geschat dat het gaat om minimaal 250 miljoen euro.[218] In verhouding tot de totale rijksbegroting is het echter een klein bedrag. De provincies en gemeentes geven aan dat ze niet acuut in de problemen komen. Wanneer het geld niet terug te vorderen is zouden er echter op de langere termijn keuzes gemaakt moeten worden. Veel ambtenaren en bestuurders geven aan dat ze binnen de wet gehandeld hebben. De staatssecretaris stelde een onderzoek in of lokale overheden geld geleend hebben van de BNG om tegen een hogere rente uit te zetten in IJsland.[219]

Een onderzoekscommissie rapporteerde op 2 juni 2009 dat het dagelijks bestuur van de provincie Noord-Holland onvoldoende toezicht had gehouden op het beleggingsbeleid en daarbij eigen regels overtreden had; er had geen actief risicomanagement plaatsgevonden.[220] De provincie Noord-Holland leed door het faillissement van debiteuren een verlies van € 78 miljoen. Op 10 juni 2009 kondigde het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland zijn aftreden aan.[221]

Professionele beleggers en de kredietcrisis[bewerken]

Verloop dekkingsgraad van gezamenlijke Nederlandse pensioenfondsen

Pensioenverstrekkers dienen zich te houden aan een dekkingsgraad van meer dan 105%, opdat ze in de toekomst aan alle verplichtingen kunnen voldoen. Het Financieele Dagblad berichtte eind november 2008 dat volgens eigen berekeningen de dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen inmiddels zo laag zou liggen dat indexatie voor meerdere jaren onmogelijk zijn geworden. Begin 2009 lag de dekkingsgraad van enkele grote pensioenfondsen in de buurt van 85%.

Dekkingsgraad <105% >105% en <130% >130%
kw1 2007 0 695.128 5.064.822
kw2 2008 8465 1.164.252 4.390.410
kw3 2008 189.667 5.180.692 225.157

Uit de cijfers van juli 2008 van DNB bleek dat ten opzichte van 2007 al een kleine groep deelnemers aan pensioenfondsen beneden een dekkingsgraad van 105% geraakt was. Begin december 2008 werd in de media gesproken dat ook de grote pensioenfondsen nog maar een dekking van tussen de 85 en 95% hebben. PMT,[222] PME[223] en Pensioenfonds Zorg en Welzijn[224] met een pensioen voor ongeveer 2 miljoen werknemers uit de kleinmetaal en zorg meldden een te lage dekkingsgraad. Om in drie jaar boven de 105% te komen werd als onbetaalbaar gezien. In een artikel was sprake van het toepassen van een ander rentecurve bij de berekening van de dekkingsgraad. Door het aanpassen van de waardering door de accountants kwam de dekkingsgraad hoger uit.[225]

Datum Dekkingsgraad bron
juli 2008 134% DNB[226]
kw3 2008 105% Media FD[227]
24 oktober 2008 109% DNB[228]
28 november 2008 100% Media FD[229]
8 december 2008 85-95% Media FD[230]
13 maart 2009 83 - ?% Media RTL Z[231]

Het pensioenfonds van de Nederlandse tak van Shell bleek eind november 2008 een dekkingsgraad van 85% te hebben, terwijl dit begin 2008 nog 160% was.[232]

Bij een eerdere scherpe daling van de aandelenmarkt bleek dat de waardedaling zichzelf versterkt wanneer er geen ruimte geboden wordt in de tijd om het dekkingspercentage binnen de grenzen te houden. Tot het vierde kwartaal van 2008 hadden pensioenfondsen nog aandelen bijgekocht ter waarde van 37 miljard euro. In het vierde kwartaal begonnen ze met het verkopen van aandelen ter waarde van 26 miljard euro.[233]

Naast verkoop van verliesgevende beleggingen, heeft een pensioenfonds ook de mogelijkheid om de premie te verhogen of de uitkering niet de inflatie te laten volgen door geen indexering toe te passen. Als uiterste maatregel kunnen lopende pensioenen en opgebouwde pensioenrechten verlaagd worden. Nederlandse pensioenfondsen wier dekkingsgraad ontoereikend is dienden voor 1 april 2009 een herstelplan voor te leggen aan de toezichthouder. In overleg met de regering werden de regels versoepeld in het eerste kwartaal van 2009: de dekkingsgraad diende in een langere periode weer verhoogd worden.

Medio maart 2009 werd bekend dat de dekkingsgraad van ABP en PZW per eind februari 2009 respectievelijk 83% en 85% bedroeg.[234][235]

In het voorjaar van 2010 daalden de dekkingsgraden van Nederlandse pensioenfondsen, die juist weer enigszins hersteld waren, weer tamelijk sterk, door lagere aandelenkoersen en (vooral) lagere kapitaalmarktrentes: ultimo juni hadden een aantal grote pensioenfondsen pensioenfondsen een dekkingsgraad van ruim beneden 100%. ABP voerde een tijdelijke verhoging van de premie door.[236]

Ook pensioenfondsen elders ondervonden een scherpe daling van hun dekkingsgraad: de dekkingsgraad van de 1500 beursgenoteerde Amerikaanse ondernemingen, opgenomen in de S&P-index, was begin december 2008 teruggelopen tot 80%.[237] De dekkingsgraad van Amerikaanse pensioenfondsen zou eind maart 2009 zijn teruggelopen tot 74%.[238] Vanaf de zomer van 2010 werden berichten ontvangen dat Amerikaanse pensioenfondsen beleggingen verkochten om lopende pensioenen te betalen, onder meer in de staat Illinois.[239] De dekkingsgraad van het "typische" Amerikaanse ondernemingspensioenfonds zou in augustus 2010 zijn teruggelopen tot 71,3%.[240] De dekkingsgraad van de 100 grootste Amerikaanse ondernemingspensioenfondsen, gemeten door consultantsbureau Milliman, daalde in augustus 2010 van 75,6% tot 70,1%.[241]

In augustus 2010 bleek dat de problemen in de Nederlandse pensioensector duidelijk waren toegenomen: op 17 augustus 2010 maakte DNB bekend dat 12 tot 14 Nederlandse pensioenfondsen reeds per 1 januari 2010 zouden moeten gaan korten op de lopende pensioenen (van circa 150.000 gepensioneerden) en opgebouwde pensioenrechten (van circa 700.000 deelnemers); de kortingen zouden variëren van 1% tot 14%.[242][243] De oorzaak was een sterke daling van de dekkingsgraad, die met name het gevolg was van een stijging van de contante waarde van de verplichtingen door een daling van de rentevoet waartegen die verplichtingen contant gemaakt werden.[244] Een dergelijke korting van nominale pensioenrechten was nog nooit voorgekomen in de geschiedenis van het Nederlandse pensioenstelsel. Op 10 september 2010 bleek dat de dekkingsgraad van de grote pensioenfondsen ABP, PZW, Pensioenfonds Bouw en PMT eveneens sterk gedaald was.[245]

Rol banken na overheidssteun[bewerken]

De kredietcrisis heeft duidelijk gemaakt dat de banken gericht waren op andere activiteiten dan het uitlenen van spaargeld. Om een systeemcrisis te voorkomen hebben alle overheden maatregelen genomen om de banken te ondersteunen. Sociale partners hebben maatregelen genomen om de werkgelegenheid bij gezonde bedrijven tijdelijk te ondersteunen. Op verschillende fronten worden de banken aangesproken om hun klassieke rol in de economie beter te vervullen.

  1. Hypotheken aan particulieren worden moeilijker afgegeven.[246] Hierdoor loopt de huizenmarkt vast.
  2. Bedrijven hebben moeite om krediet te krijgen van banken.[247] Hierdoor komen bedrijven in liquiditeitsproblemen. Bedrijven gaan obligaties uitgeven om krediet te krijgen.
  3. Ondanks garanties lenen de banken geen geld aan elkaar, maar parkeren het bij de ECB. Hierdoor blijft de geldstroom tussen banken opgedroogd.[248]
  4. Banken rekenen de renteverlaging van de ECB niet door aan klanten.[249]

Op 16 maart 2009 is Floris Deckers van Van Lanschot Bankiers de eerste bankdirecteur die openlijk excuses maakt.[250] In dezelfde week ontstaat er onrust in de politiek over de startbonus bij ING voor de nieuwe CFO, Patrick Flynn. De startbonus is gemaximeerd tot 1,3 miljoen euro over drie jaar. Indien de ING de 100.000 aandelen gekocht zou hebben tegen de laagste koers (2,50 euro op 6 maart 2009), zou deze regeling slechts 250.000 euro gekost hebben. Alle politieke partijen vinden echter dat er ingegrepen moet worden. De SP stelt vragen over de toegevoegde waarde van Lodewijk de Waal. Een PvdA-Kamerlid geeft aan zijn rekening op te gaan zeggen bij de ING. Minister Bos geeft aan geen middelen te hebben om bonussen in te perken bij ING. De benoeming van Flynn moet 27 april nog voorgelegd worden aan de aandeelhoudersvergadering.

Recessie in Nederland ten gevolge van de kredietcrisis[bewerken]

De Nederlandse economie kwam als gevolg van de kredietcrisis in een forse recessie terecht. Vanaf het tweede kwartaal van 2008 was de groei van het bruto nationaal product (op kwartaalbasis) negatief. Eerst over het derde kwartaal van 2009 werd een positieve groei, over dat kwartaal, waargenomen. Een periode van vijf opeenvolgende kwartalen krimp is zeer uitzonderlijk. Door een combinatie van teruglopende belastingopbrengsten en toenemende overheidsuitgaven (hogere werkloosheidsuitkeringen alsmede maatregelen om de crisis te bestrijden) nam het financieringstekort van de overheid toe, hetgeen ook in andere landen het geval was. Het CPB raamde in de Macro-Economische Verkenning 2010 voor 2009 een werkloosheid van 5,25% voor 2009 en 8% voor 2010. Voor geheel 2009 verwachtte het CPB in september 2009 een krimp van de economie van 4,75%.[251] Vanaf begin 2010 was sprake van een (bescheiden) positieve groei.

De beschikbaarheid van krediet voor het bedrijfsleven bleef een probleem vormen, doordat banken hun leningseisen aanscherpten. Met name het midden- en kleinbedrijf meldde in juli 2010 hierdoor liquiditeitsproblemen te verwachten, zo niet reeds te hebben.[252]

Problemen rond balansverhoudingen van banken[bewerken]

De slechte liquiditeit in de markt voor gesecuritiseerde leningen leidt ertoe dat de waardering op marktwaarde tot zeer lage prijzen leidt, wat ertoe leidt dat banken ieder kwartaal weer nieuwe afschrijvingen moeten rapporteren. Hierbij speelt tevens het boekhoudkundige voorschrift van "fair value accounting" een rol, dat waardering tegen marktwaarde voorschrijft, ook indien onmiddellijke noodzaak tot verkoop van het betreffende actief niet aanwezig is, waarop kritiek werd geuit[253][254] Ook boekhoudregel FAS 157, die meer transparantie ten aanzien van de samenstelling en waardering van beleggingsportefeuille beoogt, bleek tot kritiek te leiden. De toepassing ervan werd (aanmerkelijk) verzacht.[255] Eind februari 2009 besloot de Amerikaanse regering tot het "doorlichten" van de kredietportefeuilles van de grootse Amerikaanse banken, teneinde te beoordelen of verdere kapitaalinjecties (met publiek of privaat geld) noodzakelijk zijn. Bij deze "stresstest" werd uitgegaan van scenario's van een stijgende werkloosheid en verder dalende huizenprijzen. De uitslag werd op 7 mei 2009 gepubliceerd: van de 19 onderzochte banken dienden er 10 in totaal $ 74,9 miljard extra kapitaal aan te trekken.[256]

Door de omvangrijke afschrijvingen zijn de balansverhoudingen van de daarbij betrokken banken duidelijk verslechterd, hetgeen leidt tot de noodzaak ofwel nieuw kapitaal aan te trekken, ofwel de kredietverstrekking te reduceren. Indien het eerste niet, of niet in voldoende mate, mogelijk blijkt, is het tweede vrijwel onvermijdelijk, hetgeen een afremmend effect op de conjunctuur zou kunnen hebben.[257] Per 3 mei 2011 was door banken en verzekeringsmaatschappijen $ 2.027,1 miljard afgeschreven, en was $ 1.663,5 miljard aan nieuw kapitaal aangetrokken, wat echter (op het hoogtepunt van de crisis en gedurende de maanden daarna) voor een aanzienlijk deel afkomstig was van overheden.[258] Opgemerkt wordt dat de koersen van aandelen van banken en andere financiële instellingen (soms aanmerkelijk) sterker waren gedaald dan de koersen van aandelen van andere ondernemingen, hetgeen het plaatsen van nieuwe aandelen, anders dan tegen zeer lage koersen, sterk bemoeilijkte.[259]

Voorts wordt erop gewezen dat financiële instellingen een zekere vrijheid hebben bij de wijze waarop al deze "stroppen" in hun jaarrekening wordt verwerkt, ondanks het bestaan van algemeen geldende accountancyvoorschriften. Sommige banken brengen deze verliezen ten laste van hun winst, andere ten laste van het eigen vermogen. Voorts kunnen (of moeten) voor toekomstige afwaarderingen reeds nu voorzieningen worden genomen, afhankelijk van de inschatting van de kans dat dit inderdaad zal moeten gebeuren, hetgeen altijd een zeker subjectief element bevat. Hier is echter sprake van een zeker "grijs gebied", waarmee echter vrijwel steeds aanmerkelijke bedragen gemoeid zijn. De waardering van activa die slechts met een model kunnen worden gewaardeerd ("Level Three assets") blijkt weinig inzichtelijk, terwijl daarmee soms (ook in verhouding tot het balanstotaal van een bank) grote bedragen kunnen zijn gemoeid. Ook indien de financiële sector een maximale openheid zou betrachten, blijft er nog een aanmerkelijke ruimte voor "giswerk" en wantrouwen.

Aan banken worden in feite tegenstrijdige eisen gesteld. Enerzijds wordt van hen verwacht dat ze de aangetaste balansverhoudingen versterken, hetgeen in feite slechts mogelijk is door ofwel "deleveraging": het verminderen van het balanstotaal, ofwel door het aantrekken van nieuw kapitaal.[260] Anderzijds wordt van hen verwacht dat ze de kredietverstrekking hervatten teneinde de diepgang en duur van de recessie te beperken, terwijl het te lichtvaardig verstrekken van krediet als een van de oorzaken van de crisis wordt aangemerkt. Een verantwoord evenwicht tussen beide -ieder voor zich op zich correcte- wensen is niet eenvoudig te vinden.

In februari 2010 wees de Rabobank er op dat komende regelgeving in de weg zou staan aan uitbreiding van de kredietverlening.[261] Credit Suisse verwachtte in maart 2010 dat Britse banken hun balanstotaal in de komende drie tot vier jaar met enkele honderden miljarden zouden moeten inkrimpen omdat verstrekte staatssteun dan terugbetaald zou moeten worden, en vervangende langlopende financiering ofwel niet, ofwel slechts tegen te hoge prijzen zou kunnen worden aangetrokken.[262] Een dergelijke reductie zou dan uiteraard gepaard gaan met een dienovereenkomstige afname van de verstrekte kredieten.

De G20 besloot op 27 juni tot het verhogen van de kapitaaleisen van banken; in welke vorm dit zou dienen te gebeuren werd evenwel tot op zekere hoogte aan individuele landen overgelaten.[263]

Stresstest van Europese banken in juli 2010[bewerken]

In maart 2010 besloten de Europese Commissie, de ECB en de centrale banken van de eurozone tot het uitvoeren van een "stresstest" teneinde het vermogen van het Europese bankwezen nieuwe schokken op te vangen vast te stellen; in juni 2010 werd besloten dat de resultaten daarvan openbaar gemaakt zouden worden.[264] De te hanteren criteria werden aanvankelijk geheim gehouden; nadat dit tot veel vragen (en commotie in de financiële markten) had geleid werd op 7 juli 2010 enig inzicht gegeven in de gehanteerde methodiek.[265][266] Tevens bleek het aantal betrokken banken uitgebreid te zijn tot circa 100, en werden de namen van de betrokken banken gepubliceerd.[267]

Op 23 juli 2010 werden de resultaten gepubliceerd: de CEBS kwam tot de conclusie dat onder de gehanteerde "adverse" scenario's 7 van de 91 onderzochte banken een eigen vermogen ("Tier 1 capital") zouden hebben van minder dan 6% van het balanstotaal, hetgeen voor deze test als ondergrens was gesteld.[268] Het betrof Hype Real Estate (Duitsland), Agricultural Bank of Greece en vijf Spaanse cajas (vaak regionaal georiënteerde spaarbanken).[269] Met het aanvullen van het eigen vermogen van deze banken tot die grens van 6% zou een bedrag van € 3,5 miljard gemoeid zijn.[270] Opgemerkt wordt echter dat de geraamde schade ten aanzien van staatsleningen slechts werd berekend over de leningen in de handelsvoorraad van banken ("trading book") doch niet over voor beleggingsdoeleinden aangehouden staatsleningen ("held to maturity"), en dat banken een zekere vrijheid hebben in de toedeling van leningen aan deze portefeuilles, of wijziging daarvan.

Plannen voor hogere kapitaaleisen ("Basel-3")[bewerken]

In de zomer van 2010 werden plannen ontvouwd voor hogere kapitaaleisen aan banken, bekend als "Basel-3". Banken reageerden furieus op de hieruit voortvloeiende noodzaak extra kapitaal aan te trekken; de Duitse brancheorganisatie Bundesverband Deutscher Banken raamde de omvang van dat extra kapitaal voor Duitse banken op € 105 miljard.[271][272] Banken waarschuwden dat dit zou leiden tot een scherpe vermindering van de kredietverlening en aanmerkelijk hogere rentes. Op 12 september 2010 bereikte het Basels Comité (een overlegorgaan van toezichthouders) overeenstemming over hogere kapitaaleisen voor banken, in te voeren in een aantal jaren.[273][274][275][276] Deze eisen zullen er naar verwachting toe leiden dat banken aan aanmerkelijk groter deel van de winst zullen moeten inhouden (in plaats van als dividend uitkeren); vermoedelijk zullen een aantal banken aandelenemissies moeten doen.

Voortduren van problemen rond financiële positie banken[bewerken]

Ook nadat de crisis in eigenlijke zin voorbij was, en de conjunctuur in het overgrote deel van de wereld weer was aangetrokken, bleef de financiële positie van de bancaire sector zorgelijk. Ook de overheidstekorten, die sterk toegenomen waren door de maatregelen ter beteugeling van de crisis, werden als problematisch ervaren. Het IMF toonde zich in zijn World Economic Outlook van april 2011 redelijk optimistisch over de groeiverwachtingen doch waarschuwde voor de gestegen grondstoffenprijzen en de fors toegenomen staatsschulden alsmede de balansverhoudingen van het bankwezen[277]:

"The crisis itself has led to a dramatic deterioration in fiscal positions, forcing a shift to fiscal consolidation while not eliminating market worries about fiscal sustainability. And in many countries banks are struggling to achieve higher capital ratios in the face of increasing nonperforming loans. The problems of the European Union periphery, stemming from the combined interactions of low growth, fiscal woes, and financial pressures, are particularly acute. Reestablishing fiscal and financial sustainability in the face of low or negative growth and high interest rates is a substantial challenge."

Vergelijkingen met eerdere crises[bewerken]

Na de kredietcrisis van 1863 nam de vraag naar kapitaal voor particuliere cultuurmaatschappijen toe. Een van de toen opgerichte 'cultuurbanken' was de Nederlandsch-Indische Handelsbank. Deze kwam zelf in de problemen ten tijde van de wereldwijde zogeheten Agrarische Crisis die ook aan Indië niet voorbijging en zelfs dieper werd door het optreden van ziektes in koffie en suiker. Met behulp van het Nederlandse bankwezen werd de Indische banksector in 1885 gesaneerd, waarbij de agrarische belangen van de Handelsbank werden overgedragen aan een nieuwe cultuurbank, De Nederlandsch-Indische Landbouw Maatschappij, Tropenmuseum

De financiële markten hebben in de loop der tijden vele crises meegemaakt, die tot grote schades hebben geleid. Uiteraard is elke aanduiding van de omvang van een schade slechts een benadering, reeds doordat niet vast te stellen is wat er zou zijn gebeurd als die crisis zich niet zou hebben voorgedaan. Bij het vergelijken van dergelijke bedragen dienen ze te worden gecorrigeerd voor inflatie.[278] De volgende indicatieve vergelijking ten aanzien van de directe schade (in de zin van afschrijvingen op leningen) kan gemaakt worden[279]:

Jaar Omschrijving crisis Geschatte schade Huidige waarde
1982 leningen aan ontwikkelingslanden $ 55 miljard ca. $ 123 miljard
1986-1995 leningen aan Amerikaanse spaarbanken $ 189 miljard ca. $ 364 miljard
1991-2003 leningen aan Japanse banken $ 263 miljard ca. $ 412 miljard
2000-2003 leningen aan "dotcoms" $ 93 miljard ca. $ 116 miljard
2007-? subprime-hypotheken en daaraan gerelateerde effecten $ 2027/$ 4000 miljard n.v.t.

Onderstreept wordt dat omtrent de uiteindelijke omvang[280] van de schade ten gevolge van de huidige crisis op dit moment (januari 2010) vrijwel geen uitspraken te doen zijn. De indirecte schade (waarbij dan zaken als de sterke koersdalingen op beurzen worden gezien als zijnde toe te schrijven aan de kredietcrisis) is uiteraard veel hoger. Het bedrag waarmee financiële activa (aandelen, obligaties en dergelijke) wereldwijd in waarde zijn gedaald in 2008 werd door de Asian Development Bank in maart 2009 geraamd op $ 50 biljoen ($ 50.000 miljard).[281] De totale daling van de wereldeconomie werd in maart 2010 door Bank of England-directeur Andrew Haldane geschat op $ 60.000 miljard tot $ 200.000 miljard.[282][283]

Eind 2011: wederom sterke groeivertraging[bewerken]

Aan het eind van 2011 bleek dat met name in Europa sprake was van een sterke groeivertraging, grotendeels toe te schrijven aan de gevolgen van de diverse bezuinigingen in landen van de eurozone. Nederland en België verkeerden (naar alle waarschijnlijkheid: GDP-cijfers worden steeds met enige vertraging gepubliceerd) in een recessie.[284][285]

"Einde" van de kredietcrisis[bewerken]

Hoewel het niet mogelijk is om een (redelijk) exact tijstip aan te geven waarop de kredietcrisis "ophield", kan wel gezegd worden dat in de loop van 2011 een situatie ontstond van een soort "nieuw evenwicht", op een lager niveau. In de Verenige Staten namen huizenprijzen toen niet (veel) verder af en was sprake van een (redelijk) bevredigende groei en enige tijd later van een aantrekkende werkgelegenheid. In Europa kwamen de gevolgen van de kredietcrisis ook bij de overheden terecht en de kredietcrisis ging zo over in de Europese staatsschuldencrisis. Overheden bleken aan het steunen van banken en andere private financiële instellingen zoveel geld te hebben moeten besteden dat hun eigen financiën sterk verslechterd waren, hetgeen leidde tot een toenemend wantrouwen bij, opmerkelijk genoeg, diezelfde financiële instellingen.

Van een terugkeer tot de situatie van voor circa 2007 was echter geen sprake. Met name de kredietverlening van het bankwezen aan particulieren en ondernemingen herstelde zich slechts gedeeltelijk: de door banken en overheden via Basel II gehanteerde criteria waren aanmerkelijk strenger dan voorheen. Dit werd dus ook ten dele afgedwongen door de strengere kapitaaleisen die (geleidelijk) aan banken gesteld werden. De afgenomen kredietverlening had een remmend effect op het herstel van de groei. Voor stimulerende overheidsmaatregelen was slechts beperkt ruimte.

De eigenlijke kredietcrisis deed af en toe nog van zich horen; van een gedurige stroom daarop terug te voeren nieuwsfeiten was echter steeds minder sprake.

In januari 2013 bereikten 10 Amerikaanse banken een schikking met de Amerikaanse overheid: men zou $ 8,5 miljard betalen aan (voormalige) huiseigenaren die onjuist waren behandeld.[286][287]

Trivia[bewerken]

  • De American Dialect Society koos in januari 2008 het woord subprime als "Word of the Year". Men definieerde het als volgt: "Subprime is an adjective used to describe a risky or less than ideal loan, mortgage, or investment".[288]
  • Onderzoek door het managementadviesbureau Towers Perrin toonde in maart 2008 aan dat veel topmensen in het bedrijfsleven hun eigen vermogen om risico's en kansen te beoordelen te hoog inschatten wanneer het economisch goed gaat. Opmerkelijk genoeg zien zij de grootste risico's vooral op het werkterrein van hun collega's: CEO's (chief executive officers, algemeen directeuren) zien de gevaren vooral op financieel terrein, terwijl CFO's (chief financial officers, financieel directeuren) de bedreigingen vooral op strategisch vlak zien.[289] In donkere tijden gebeurt het omgekeerde: dan schat men de bedreigingen veelal te zwaar in, terwijl kansen worden genegeerd.[290]
  • Online-woordenboek Merriam-Webster's verkoos in november 2008 de term bailout als "Word of the Year 2008", aangezien dit woord het meest werd opgezocht in een kort tijdsbestek.[291] De term werd gedefinieerd als "a rescue from financial distress".
  • Voor 2010 koos Merriam-Webster als "woord van het jaar" voor 2010 austerity, te omschrijven als "afgedwongen of extreme zuinigheid".[292]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Publicatie De Nederlandsche Bank[bewerken]

De Nederlandsche Bank publiceerde in maart 2010 een terugblik op de financiële crisis onder de titel In het spoor van de crisis,[293] ook te bestellen via de website van DNB.

Onderzoek Financial Crisis Inquiry Commission[bewerken]

De Financial Crisis Inquiry Commission, door de Amerikaanse regering aangesteld om de oorzaken van de crisis te onderzoeken, bracht eind januari 2011 zijn eindrapport[294] uit. De commissie concludeerde dat tekortschietende regelgeving alsmede een excessief nemen van risico's tot de crisis hadden bijgedragen; beleidsmakers hadden zich door de crisis laten overvallen:

"The Commission concluded that this crisis was avoidable. It found widespread failures in financial regulation; dramatic breakdowns in corporate governance; excessive borrowing and risk-taking by households and Wall Street; policy makers who were ill prepared for the crisis; and systemic breaches in accountability and ethics at all levels."

De Commissie deed geen aanbevelingen omtrent maatregelen naar aanleiding van zijn bevindingen, zulks in overeenstemming met zijn opdracht.

Grote Recessie[bewerken]

Met name in de Verenigde Staten spreekt met in de media en in het dagelijkse verkeer vaak van de "Great Recession" (Grote Recessie) in analogie van de Great Depression (Grote Depressie). Dit is met name ingegeven door het grote contrast tussen de periode na de kredietcrisis (relatief hoge werkloosheid, begrotingstekorten, schuldenproblematiek, lage economische groei, wereldwijde malaise) en de periode daarvoor (het tegengestelde daarvan).[295][296][297][298][299][300][301]

Noten[bewerken]

  1. Kredietcrisis in vijf stappen NRC, 17 september 2008
  2. Deze praktijk was eerst met ingang van juli 2008 niet meer toegestaan.
  3. frbsf.org
  4. house.gov
  5. Bron: Federal Housing Finance Agency (voorheen OFHEO). Deze index volgt de prijsontwikkeling van woningen onder garantie van "Fannie Mae" (Federal National Mortgage Association) en "Freddie Mac" (Federal Home Loan Mortgage Corporation), en omvat als gevolg van een door deze instellingen aangehouden limiet geen woningen met hypotheken van meer dan $ 417.000. Dit leidt ertoe dat de prijsontwikkeling van woningen boven een dergelijke grens niet in de index is meegenomen. Een andere index, de Standard & Poor's/Case Shiller-index, is tot medio 2006 sterker gestegen doch laat sinds het derde kwartaal van 2006 een scherpere waardedaling zien. NB: De wijze van berekening van deze index is met ingang van het eerste kwartaal 2011 gewijzigd.
  6. Enige voorbeelden van de wijze waarop in de hoogtijdagen hypotheken werden verstrekt zonder al te veel vragen te stellen, in dit geval door Washington Mutual, zijn te vinden op Saying Yes, WaMu Built Empire on Shaky Loans.
  7. (en) U.S. Foreclosure Filings Jump 23% to Record in Third Quarter
  8. (en) 1 million U.S. homes lost to foreclosure since 2008
  9. http://www.vpro.nl/programma/buitenhof/afleveringen/32553628/items/33770497/ De afgelopen weken raakten verschillende Amerikaanse hypotheekbanken in de problemen omdat arme Amerikanen hun rente en aflossing niet meer konden betalen. Welke gevolgen heeft deze crisis op de huizenmarkt voor de Amerikaanse economie. Wordt de uitspraak van oud FED-topman Alan Greenspan over een reële kans op recessie eind dit jaar bewaarheid? Wat betekent dit voor de economie in Europa? In Buitenhof op 18 maart 2007 een debat tussen Sylvester Eijffinger, hoogleraar monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg en Jaap van Duijn, voormalig topman bij Robeco.
  10. (en) Cities Deal With a Surge in Shantytowns
  11. (en) Tent Cities in America: A Pacific Coast Report, March, 2010
  12. (en) UK house prices 'fell 2% in June'
  13. (en) Survey of Canadian house prices, first quarter 2008, Royal Le Page
  14. http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bouwen-wonen/links/2009-huizenmarktvisualisatie-sl.htm
  15. a b (en) Paulson Shifts Focus of Rescue to Consumer Lending
  16. (en) Fed unveils terms of $200bn facility
  17. (en) Just When You Thought You Knew Something About Mortgage Securitizations
  18. [1] YouTube film.
  19. De FASB wenste reeds ten aanzien van de waarderingen per eind eerste kwartaal 2009 tot het hanteren van aangepaste regels te komen. Dit kan gezien worden als een blijk van grote urgentie, gelet op de tijd die normaliter gemoeid pleegt te zijn met de wijziging van waarderingsregels. Zie U.S. FASB proposes more leeway on mark-to-market.
  20. (en) Disclose the fair value of complex securities
  21. Gele kaart voor accountants
  22. De namen van de beide hedgefondsen geven een goed beeld van de complexiteit van financiële producten: Bear Stearns High-Grade Structured Credit Strategies Master Fund Ltd. en Bear Stearns High-Grade Structured Credit Strategies Enhanced Leverage Master Fund Ltd..
  23. (en) Bear Stearns bails out hedge fund
  24. (en) Bear Managers’ Acquittal May Hamper U.S. Fraud Prosecutions
  25. Soros faces Congress over his role in the financial meltdown, Telegraph, 13 november 2008
  26. Hoewel het bankwezen zeker een rol heeft gespeeld, lijkt het onjuist om deze sector als uitsluitend schuldige aan te duiden, weshalve ter term "vermeende" is gehanteerd.
  27. Bankensector gaat eigen gedragscode opstellen
  28. (en) Goldman Sachs: Losing its glister
  29. Fed-voorzitter Bernanke verklaarde in juli 2008 bereid te zijn om dergelijke tijdelijke faciliteiten tot na ultimo 2008 te continueren.
  30. (en) Federal Reserve Press Release, September 16, 2008
  31. (en) U.S. Widens Scope of Bad-Debt Plan Beyond Home Loans
  32. (en) Bush Signs $700 Billion Bank Rescue to End `Threat to Economy'
  33. De Standaard Online: Neel Kashkari, de man van 700 miljard
  34. (en) Drama Behind a $250 Billion Banking Deal
  35. (en) UK banks receive £37bn bail-out
  36. (en) U.K. Faced ‘Bank Runs, Riots’ as RBS and HBOS Neared Collapse
  37. (en) Markets surge on £1,465bn European bank bail-out
  38. (en) Joint Statement by Treasury, Federal Reserve, and the FDIC on Citigroup
  39. (en) Bank slashes rates by 1.5%
  40. (en) ECB cuts interest rates to 3.25%
  41. (en) Brussels proposes €200bn stimulus
  42. (en) Euro area and EU27 GDP down by 0.2%
  43. (en) Economy in U.S. Probably Contracted at Fastest Pace Since 1982
  44. (en) U.S. Economy Shrank 6.2% Last Quarter, Most Since ’82
  45. Zie bijvoorbeeld uitspraken van analist Meredith Whitney op 1 december 2008, geciteerd in U.S. Consumers Seen Facing ‘Liquidity Squeeze’: Chart of Day.
  46. (en) Japan Economy Shrinks 12.7%, Steepest Drop Since 1974
  47. (en) Malaysian Exports Post Biggest Drop in 15 Years as Demand Ebbs
  48. (en) Singapore economy in record fall
  49. (de) Deutsche Wirtschaft stürzt brutal ab
  50. Economie krimpt 4,5 procent in eerste kwartaal
  51. (en) Europe’s Economy Contracted Most in 13 Years in First Quarter
  52. (en) Japan Economy Grows 3.7%, Emerges From Worst Postwar Recession
  53. Oeso kondigt einde van mondiale recessie aan
  54. (en) Economy in U.S. Expands for First Time in More Than a Year
  55. Nederland uit recessie
  56. (en) Europe’s Economy Emerges From Recession on Exports
  57. (en) No Defaults for States as California Favors Bonds Over Workers
  58. (en) Federal Reserve Bank of Dallas, Economic Letter, Vol. 5, No. 7, July 2010, Recovering from the Housing and Financial Crisis, by John V. Duca and David Luttrell
  59. Zie de cijfers voor Commercial and Industrial Loans at All Commercial Banks (BUSLOANS) op de website van de Federal Reserve Bank fo St. Louis.
  60. (en) Minutes of the Federal Open Market Committee, December 15-16, 2009
  61. (en) Low Credit Scores Keep Homeownership Out of Reach for 1/3 of Americans
  62. (en) New York Fed Q3 Report on Household Debt and Credit Shows Continued Decline in Consumer Debt
  63. MKB botst met banken
  64. (en) The Next Real Estate Crisis
  65. (en) Option ARMs Threaten Housing Rebound as Resets Peak
  66. Een op internet aangetroffen rekenvoorbeeld vermeldde, bij een lening van $ 500.000, een maandelijkse betaling van $ 1.608 gedurende de eerste jaren en een maandelijkse betaling van $ 4.028 na de herziening, zie [2].
  67. (en) As an Exotic Mortgage Resets, Payments Skyrocket
  68. (en) Region's Office Space vacancies Soaring
  69. (en) Commercial-Mortgage Bond Spreads Rise as Buyers Pare Holdings
  70. (en) US shopping center vacancies hit records - report
  71. (en) At 17 pct, US office vacancy rate hits 15-year high
  72. (en) G-20 Responds to European Debt Crisis With Deficit-Cutting Goal
  73. (en) Global Financial Stability Report, Summary Version, October 2010
  74. (en) Federal Housing Finance Agency news release, November 11, 2008
  75. (en) HUD Chief Calls Aid on Mortgages A Failure
  76. (en) HOPE prevents 1 foreclosure
  77. (en) Comptroller Dugan Highlights Re-default Rates on Modified Loans
  78. (en) Why more homeowners aren't getting help
  79. (en) Moody’s to Review $302.6 Billion in Commercial Debt
  80. Ter eerste mocht de nieuwe hypotheek niet groter zijn dan 105% van de actuele waarde van de woning, ten tweede mochten de maandelijkse lasten na herfinanciering niet meer bedragen dan 38% van het inkomen, en ten derde diende het inkomen aangetoond te worden.
  81. (en) Federal Housing Finance Agency Report Shows Refinance Volumes on the Rise for Fannie Mae and Freddie Mac
  82. (en) Assistant Secretary for Financial Institutions Michael S. Barr Written Testimony on Stabilizing the Housing Market before the House Financial Services Committee, Subcommittee on Housing and Community Opportunity, September 9, 2009
  83. (en) Panel Says Obama Plan Won’t Slow Foreclosures
  84. (en) First Look: Inside The $75 Billion Plan to Save Housing
  85. (en) Factors Affecting Implementation of the Home Affordable Modification Program, SIGTARP-10-005, March 25, 2010
  86. (en) SIGTARP Quarterly Report to Congress, July 21, 2010
  87. (en) Making Home Affordable Program, Servicer Performance Report Through September 2010
  88. (en) Short Sales Increasing
  89. (en) A Bold U.S. Plan to Help Struggling Homeowners
  90. (en) BofA: Mortgage Walkaways Have Huge Incentive
  91. (en) Fannie Mae Cracks Down on Strategic Defaulters
  92. (en) Fannie Mae tries to stimulate market for foreclosed homes
  93. (en) SIGTARP Quarterly Report to Congress, October 26, 2010
  94. De "klassieke" situatie was dat de vestiging van een hypotheek geregistreerd werd in de registers van het "county court", en dat een overdracht van de lening (plus het hypotheekrecht) eveneens daarin werd geregistreerd. Dit bracht niet alleen extra werk, doch ook extra kosten met zich mee: de (uitsluitend) elektronische vastlegging in het MERS kostte enkele dollars, tegenover enkele tientallen dollars bij het county court. Uit de registers van het county court bleek dan echter niet wie de actuele houder van de vordering en het hypotheekrecht was.
  95. (en) Mortgage Electronic Registration Systems Loses Legal Shield
  96. (en) Matt Taibbi: Courts Helping Banks Screw Over Homeowners
  97. (en) Ally Says GMAC Mortgage Mishandled Affidavits on Foreclosures
  98. (en) JPMorgan Suspending Foreclosures
  99. (en) BofA Mortgage Morass Deepens After Employee Says Notes Not Sent
  100. (en) JPMorgan Trims Biggest Mortgage Putback Estimate to $90 Billion
  101. (en) Banks lose key foreclosure ruling in top Mass. court
  102. Opgemerkt wordt dat die uitspraak slechts binnen de staat Massachusetts gelding had, en mogelijk door een federale rechter vernietigd zou kunnen worden.
  103. (en) Merscorp Lacks Right to Transfer Mortgages, Judge Says
  104. (en) Obama Administration Calls for Winding Down Fannie, Freddie
  105. (en) Bernanke Believes Housing Mess Contained
  106. IMF: hoogtepunt crisis voorbij NRC, 15 mei 2008
  107. (en) Further Action Needed to Reinforce Signs of Market Recovery: IMF, April 21, 2009
  108. De verhouding tussen een nationale overheid en haar centrale bank is complexer dan hier gesuggereerd: de onafhankelijkheid van een centrale bank, normaliter beschouwd als wenselijk, leidt uitzondering in crisissituaties, waarbij samenwerking geboden is. Voorbeelden hiervan zijn onder meer de mate waarin de Federal Reserve mortgage-backed securities kocht, en het door de centrale banken in de eurozone kopen van staatsleningen op 10 mei 2010, zie elders in dit artikel.
  109. Voor de crisis waren mutaties in de officiële rentetarieven van 0,25% of hooguit 0,50% gebruikelijk: in het kader van de kredietcrisis zijn renteverlagingen met meer dan 1% tegelijk voorgekomen.
  110. (en) King Faces Isolation in Europe as ECB Prepares to Raise Rate
  111. (en) ECB Press Release, 7 April 2011 - Monetary policy decisions
  112. (en) [3]
  113. Vide de volgende koppen van Reuters, beide van 7 april 2011: "Fed's Lacker: may need to raise rates this year" en "Fed's Pianalto: rates should stay low for long time".
  114. (en) Brakes put on US scrappage scheme
  115. (en) World’s Central Banks Signal End to Policy ‘Largesse’
  116. In april 2009 betichtte Kenneth Lewis, CEO van Bank of America, de (toenmalige) minister van Financiën Paulson en Fed-voorzitter Bernanke ervan dat op hem oneigenlijke druk was uitgeoefend om akkoord te gaan met de overname van Merrill Lynch in december 2008, zie Bank of America’s Lewis May Face SEC Probe of Merrill Testimony.
  117. (en) Raft of Deals for Failed Banks Puts U.S. on Hook for Billions
  118. Gezamenlijk hebben zij voor circa $ 5.200 miljard aan hypotheken verstrekt of gegarandeerd; medio 2008 is circa 70% van de nieuw verstrekte hypotheken in de VS van hen afkomstig of door hen gegarandeerd.
  119. (en) Federal Reserve Bank of San Francisco, Recent Developments in Mortgage Finance, October 26, 2009
  120. (en) U.S. Treasury Ends Cap on Fannie, Freddie Lifeline for 3 Years
  121. (en) [SIGTARP Quarterly Report to Congress, January 2010 http://www.sigtarp.gov/reports/congress/2010/January2010_Quarterly_Report_to_Congress.pdf]
  122. (en) Fannie-Freddie Fix at $160 Billion With $1 Trillion Worst Case
  123. Reeds enkele dagen later sprak de Britse premier Gordon Brown in The Times over "at least GBP 50 billion"
  124. (en) Treasury Said to Invest $125 Billion in U.S. Banks
  125. (en) Government pumps €5.5 billion into three banks
  126. De Ierse banken werd opgedragen deze middelen tevens aan te wenden voor leningen aan kleine en middelgrote ondernemingen, starters op de huizenmarkt, het respectvol bejegenen ("treated with respect") van huiseigenaren met hypotheekachterstanden, en het bevorderen van de financiële kennis van consumenten. Zie Full text of Government release.
  127. (en) Citi, US Reach Deal to Convert Government Stake
  128. Bij preferente aandelen is in het algemeen sprake van een van tevoren vastgesteld dividend, hetgeen tot rentelasten voor de uitgevende onderneming leidt. Bij gewone aandelen is het dividend afhankelijk van het bedrijfsresultaat.
  129. (en) JPMorgan, 4 Banks Repay $54.7 Billion in Rescue Funds
  130. (en) Anglo Irish Needs EU25 Billion, Disputes S&P Figure
  131. (en) Lenihan says Anglo may need another €10bn of State cash
  132. (en) Statement – Anglo Irish Bank
  133. Dit kwam neer op circa € 16.000 per hoofd van de Ierse bevolking.
  134. (en) Ireland Says Four Lenders Need $34 Billion After New Tests
  135. (en) Irish banks require an extra €24 billion recapitalisation
  136. (en) Paulson, Democrats Clash on Bailout for Homeowners (Update2)
  137. (en) Federal Reserve Press Release, December 16, 2008
  138. (en) Nama to buy €77bn in loans at 30% discount - Lenihan
  139. (en) Loans will go to NAMA within weeks
  140. 3 November 2011 - ECB announces details of its new covered bond purchase programme (CBPP2)
  141. (en) Treasury Department Releases Details on Public Private Partnership Investment Program
  142. (de) HRE-Rettungspaket steht
  143. (en) HRE Bank to Get 40 Billion More Euros in Government Guarantees
  144. (en) Ireland guarantees bank deposits, borrowings
  145. (en) Guarantee scheme to be modified and extended
  146. (en) Bank guarantee extension approved
  147. (en) Wall Street Journal 15-10-08
  148. Bron: Natixis Credit Research, Government Guaranteed Weekly, October 13, 2009
  149. (en) Iceland takes emergency action
  150. Opgemerkt wordt dat de bancaire sector in IJsland in de voorafgaande jaren ook wel erg sterk was gegroeid in verhouding tot de IJslandse bevolking en de IJslandse economie. Een analist omschreef IJsland in de zomer van 2008 als "a hedge fund masquerading as a country".
  151. (en) Iceland in Landsbanki rescue move
  152. (en) Geithner to Call for New Powers to Avoid AIG Repeat
  153. (en) US groups face regulatory revamp
  154. (en) Congress’s Approval of Finance Bill Shifts Focus to Regulators
  155. (en) Obama Signs Finance Bill as Regulatory Battles Await
  156. Akkoord in EU over financieel toezicht
  157. (en) FDIC Quarterly Banking Profile, Deposit Insurance Fund Trends, second quarter 2009
  158. Deze ontwikkeling van voor de FDIC aanleiding om in de herfst van 2009 de bijdragen, verschuldigd door de deelnemende banken, te verhogen
  159. (en) Bank tries ‘last heave’ with £25bn boost
  160. (en) Fed Considers Raising Inflation Expectations to Boost Economy
  161. (en) Minutes of the Federal Open Market Committee, September 21, 2010
  162. (en) Fed to Buy Extra $600 Billion of Treasuries to Boost Growth
  163. In het financiële jargon wordt dit aangeduid als "sterilisatie".
  164. (en) Fed Reverses Exit Plans, Sets $2 Trillion Floor for Holdings
  165. (en) Statement Regarding Reinvestment of Principal Payments on Agency Debt and Agency MBS
  166. In het midden werd gelaten in hoeverre hiermee sprake was van kwantitatieve versoepeling; in commentaren werd slechts geconstateerd dat hiermee een niveau werd aangegeven voor het (op dat moment) gewenste totaal aan staatsleningen in de portefeuille van de Federal Reserve.
  167. (en) East Europe banks set for €24.5bn loan
  168. (en) EU rejects eastern Europe rescue plan
  169. (en) IMF Executive Board Approves Major Expansion of Fund’s Borrowing Arrangements to Boost Resources for Crisis Resolution, Press Release No. 10/145, April 12, 2010
  170. (en) IMF launches lending plan aimed at averting crises
  171. "Eurosysteem" is de naam voor het totaal van de ECB en de centrale banken van de landen die de euro hanteren.
  172. (en) Assessing Treasury’s Strategy: Six Months of TARP
  173. (en) Fed Shrouding $2 Trillion in Bank Loans in ‘Secrecy,’ Suit Says
  174. (en) Federal Reserve Appeals Court Order to Disclose Loans
  175. (en) Federal Reserve Seeks to Protect U.S. Bailout Secrets
  176. (en) Fed Reveals Bear Stearns Assets It Swallowed in Firm’s Rescue
  177. (en) New York Fed Releases Additional Information on Maiden Lane Portfolios
  178. (en) Fed in Emergency Bid to Put Bailout Ruling on Hold
  179. (en) Treasury Shields Citigroup as Deletions Undercut Disclosure
  180. (en) Fed Withholds Collateral Data, Denying Taxpayers Gauge of Risk
  181. (en) European Banks Dominated Use of Fed’s Commercial Paper Program
  182. Rabobank leende fors bij Federal Reserve
  183. (en) Fed Releases Discount-Window Loan Records by Court Order
  184. De vrijdag voorafgaand aan de nationalisatie eindigde de koers van Fortis op euro 5,18, het tot dan toe laagste punt in 15 jaar
  185. (nl) Overnameavontuur Fortis eindigt in nationalisatie, Parool, 29 september 2008
  186. Het betrof hier de regeringen van Nederland, België en Luxemburg; voorts waren de Belgische en Nederlandse toezichthouders, de ECB en de Europese Commissie betrokken bij de onderhandelingen.
  187. Fortis gered door kapitaalinjectie Benelux
  188. (en) Governments of Belgium, Luxembourg and the Netherlands invest EUR 11,2 billion in Fortis
  189. België wilde Fortis Bank kopen voor euro 1
  190. Staat koopt Fortis en ABN Amro
  191. BNP koopt restant van Fortis
  192. Aandeelhouders naar rechter om verkoop deel Fortis - Het Financieele Dagblad
  193. IEX.nl - Fortis - nieuwe rechtszaak
  194. De Fortis claim namens gedupeerde beleggers | ontwikkelingen Fortis rechtszaak
  195. Fortis Bank nettoverlies EUR 14,1 miljard in 1e 9 maanden 2008
  196. Bos geeft extra staatssteun aan Fortis-ABN Amro
  197. Icesave komt verplichtingen niet na
  198. Akkoord over afhandeling Icesave - Het Financieele Dagblad
  199. Akkoord IJsland over Icesave
  200. (en) Iceland agrees deal on foreign bank deposits
  201. Impasse in IJslandse politiek over Icesave-akkoorden
  202. (en) Iceland Lawmakers Pass Accord With U.K., Netherlands
  203. IJsland houdt referendum over omstreden Icesave-akkoord
  204. (en) Iceland to Hold Referendum on Icesave Bill After Grimsson Veto
  205. (en) 1.5% voted ‘yes’ in Icesave referendum
  206. Overheid steunt financiële sector met € 20 miljard
  207. Overheid steunt ING met euro 10 mrd - Het Financieele Dagblad
  208. Ook staatssteun voor Aegon
  209. Kroes niet akkoord met staatssteun ING
  210. (en) ING completes rights issue and State repayment
  211. Aegon geeft nieuwe aandelen uit voor aflossen staatssteun
  212. Kroes keurt staatssteun SNS Reaal goed
  213. Bos en ING vechten deel besluit Kroes over staatssteun aan
  214. Staatssteun aan ING levert minder op
  215. Waarde ING-pakket Staat daalt $2 mrd
  216. (en) NIBC Bank plans to issue 1 billion euro 3 year bond
  217. Failliet op krediet.(De rol van de banken in Nederland) - 1985 ISBN 90 228 4569 9
  218. € 250.000.000 aan publiek geld verdampt
  219. BNG: gemeenten zochten grens van wet op - Trouw
  220. Provincie hield niet genoeg zicht op financiën
  221. Gedeputeerden Noord-Holland treden af
  222. [4]
  223. [5]
  224. [6]
  225. [7]
  226. Website DNB, tabel 8.8
  227. Pensioenreus zakt door buffer - Het Financieele Dagblad
  228. DNB Wellink: Gemiddelde dekkingsgraad pensioenfondsen 109% - Het Financieele Dagblad
  229. Reserves pensioenfondsen in rook op
  230. [8]
  231. [9]
  232. Pensioenfonds Shell zakt door het ijs
  233. Pensioenen verkopen aandelen
  234. ABP Dekkingsgraad
  235. Cijfers > Maandelijkse dekkingsgraad
  236. ABP verhoogt tijdelijk premie door historisch lage rente
  237. (en) Pension funding gap now a wide expanse
  238. (en) DuPont, Lockheed Facing Higher Costs From Underfunded Pensions
  239. (en) Illinois Pension May Sell $3 Billion of Assets to Pay Benefits
  240. (en) US corporate pension funding level ‘at 71.3%’
  241. (en) ‘Silent Heart Attack’ for Pensions Driven by Lowest Bond Yields
  242. Massale korting pensioenen
  243. Korten pensioenen is onvermijdelijk
  244. Ter illustratie: de "swaprate" , die hiervoor gebruikt wordt, was vanaf het begin van 2010 tot op dat moment, voor langere looptijden, gedaald met circa 100 basispunten (1%-punt).
  245. Financiële positie grote pensioenfondsen verslechterd
  246. Huizenverkopen stranden vaker door crisis
  247. 'Bestuurders: geldkraan moet nu open'
  248. Argwanende banken parkeren geld bij DNB
  249. Nederlandse huizenbezitters komen er bekaaid vanaf
  250. [10]
  251. Centraal Planbureau, persbericht nr. 23, 15 september 2009
  252. Zie Het Financieele Dagblad, 19 juli 2010, "Banken knijpen bedrijven af".
  253. (en) Top banks call for relaxed writedown rules.
  254. Opgemerkt wordt dat de regel van "fair value accounting" een merkwaardig effect heeft op de waardering van de eigen schulden van een onderneming. Een debiteur kan zijn schulden tegen de (lagere) marktwaarde waarderen in plaats van tegen de nominale waarde, hoewel hij (op enig moment) die tegen de nominale waarde zal dienen af te lossen (tenzij uiteraard iets anders overeengekomen is of wordt). Dit heeft een tijdelijk positief effect op zijn bedrijfsresultaten, dat echter na verloop van tijd weer wordt omgekeerd. Stel een bank heeft $ 10 miljard aan obligaties geëmitteerd tegen pari, en heeft na de emissie deze schuld voor $ 10 miljard op zijn balans gezet. Door slechte marktomstandigheden, afnemende (al dan niet veronderstelde) kredietwaardigheid of door welke oorzaak ook, daalt de beurskoers van deze obligaties tot 90%. De bank kan dan, met gebruikmaking van deze boekhoudregel, de waarde van deze schuld op zijn balans op $ 9 miljard stellen. Hij heeft dan een positief resultaat van $ 1 miljard. Maar indien, door welke oorzaak ook, doch bijvoorbeeld door dat gunstige resultaat, de beurskoers van die obligaties weer stijgt tot 100%, moet hij de schuld weer verhogen tot $ 10 miljard, hetgeen een negatief resultaat van $ 1 miljard oplevert. Uiteindelijk zal hij, ongeacht de tussentijdse koersveranderingen en de daaruit voortvloeiende spiegelbeeldige mutaties in zijn bedrijfsresultaat, de obligaties op de expiratiedatum tegen (nagenoeg altijd) 100% moeten aflossen. In de tussentijd heeft een (perceptie in de markt van een) lagere kredietwaardigheid wel zijn resultaat geflatteerd. Citigroup maakte van deze boekhoudregel gebruik bij de cijfers over het eerste kwartaal van 2009. De winst van $ 1,6 miljard bleek voor $ 2,5 miljard het gevolg van deze waarderingsmethode, zie Citigroup’s $1.6 Billion Profit Exceeds Estimates De resultaten van Amerikaanse banken over het tweede kwartaal van 2010 werden voor naar schatting $ 1 miljard positief beïnvloed door deze boekhoudregel, bekend als Statement 159; zie Bank Profits Depend on Debt-Writedown ‘Abomination’ in Forecast
  255. (en) Sample Letter Sent to Public Companies on MD&A Disclosure Regarding the Application of SFAS 157 (Fair Value Measurements)
  256. Resultaat stresstesten beter dan verwacht
  257. Zie bijvoorbeeld het rapport Credit Conditions Survey 2007 Q4 van de Bank of England, [11].
  258. Zie de pagina WDCI op het Bloomberg-systeem.
  259. Bij wege van voorbeeld: bij een aandelenemissie van HSBC in april 2009 werd de emissiekoers bepaald op 254 pence, 41% lager dan de beurskoers op dat moment. In mei 2009 slaagde Bank of America er evenwel in om -zonder al te veel moeite- voor $ 13,5 miljard aan nieuwe aandelen te plaatsen.
  260. Hierbij wordt opgemerkt dat "tussenvormen" in de kapitaalstructuur ontmoedigd worden, vide bijvoorbeeld de aanbevelingen van de BIS van december 2009. Constructies als perpetuele achtergestelde obligaties zouden dan niet meer voor de berekening van het risicodragend vermogen mogen meetellen.
  261. Verruiming kredieten laat nog jaren op zich wachten
  262. (en) New credit crunch risk as banks face funding crisis
  263. (en) G-20 Calls for Higher Bank Capital to Avert Financial Crisis
  264. (en) CEBS’S PRESS RELEASE ON STATE OF PLAY WITH THE 2010 EU-WIDE STRESS TESTING EXERCISE, 18 June 2010
  265. Voor de simulatie van een hernieuwde recessie werd uitgegaan van een groeivertraging van 3%-punt ten opzichte van de laatstelijk door de Europese Commissie geraamde GDP-groei (van circa 1,5%). Voor het simuleren van een hernieuwde vertrouwenscrisis rond Europese staatsleningen werden de in mei 2010 waargenomen koersdalingen als uitgangspunt genomen.
  266. (en) CEBS’S STATEMENT ON KEY FEATURES OF THE EXTENDED EU-WIDE STRESS TEST. 7 July 2010
  267. Voor België waren dit KBC Bank en Dexia, voor Nederland ING Bank, Rabobank, ABN/Fortis (op dat moment in een fusieproces verkerend) en SNS Bank.
  268. Formeel gesproken zou 4% conform de regelgeving van de toezichthouders zijn.
  269. (en) [http://www.bloomberg.com/news/2010-07-23/seven-of-91-eu-banks-fail-stress-test-face-4-5-billion-capital-shortfall.html Seven EU Banks Fail Stress Test, Face $4.5 Billion Shortfall[
  270. (en) CEBS, Aggregate outcome of the 2010 EU wide stress test exercise coordinated by CEBS in cooperation with the ECB, 23 July 2010
  271. Duitse banken: 105 mrd euro nodig voor Basel-3
  272. (de) Bankenverband: Baseler Regelungen international einheitlich und zeitlich gestreckt einführen
  273. Kapitaaleis bank fors hoger
  274. Akkoord over vergroting van reserves banken
  275. (en) Basel Compromise Means Higher Capital Ratios, Time to Comply
  276. (en) Group of Governors and Heads of Supervision announces higher global minimum capital standards, 12 September 2010
  277. (en) IMF World Economic Outlook, April 2011, p. XV
  278. Bij deze correctie is gebruikgemaakt van de CPI-cijfers van de VS, afkomstig van Inflationdata.com, aangezien de historische data in Amerikaanse dollars luiden. In feite dient de feitelijke inflatie zoals die van toepassing is voor de concreet door een dergelijke schade getroffen belegger die van zijn eigen rapportagevaluta te zijn. Voor een Nederlandse of Belgische belegger die in bijvoorbeeld 1986 een verlies leed door het faillissement van een Amerikaanse spaarbank, zou dat eigenlijk de Nederlandse c.q. Belgische inflatie moeten zijn. De vergelijkende cijfers zijn echter slechts bedoeld om een indruk van de relatieve orde van grootte te geven.
  279. (en) U.S. Mortgage Crisis Rivals S&L Meltdown
  280. De vraag omtrent de "causaliteit" wordt tevens buiten beschouwing gelaten: wanneer staat een schade nog in een zodanig verband tot het schadeveroorzakende handelen dat het geacht kan worden daarvan een rechtstreeks gevolg te zijn?
  281. (en) Global Financial Assets Lost $50 Trillion Last Year, ADB Says
  282. (en) [THE $100 BILLION QUESTION http://www.bankofengland.co.uk/publications/speeches/2010/speech433.pdf]
  283. Haldane wees erop dat deze getallen niet als "astronomisch" konden worden omschreven, aangezien er slechts honderden miljarden sterren in het sterrenstelsel waren.
  284. Nederland in recessie
  285. België officieel in recessie
  286. Banken VS betalen miljarden voor huizencrisis
  287. (de) Banken zahlen Milliarden an frühere Hausbesitzer
  288. (en) “Subprime” Voted 2007 Word of the Year by American Dialect Society. Het Financieele Dagblad spreekt sinds medio 2008 simpelweg van "rommelhypotheken".
  289. persbericht Towers Perrin 13 maart 2008
  290. Financieel Dagblad 31 maart 2008
  291. (en) Merriam-Webster's Word of the Year 2008
  292. (en) Word of the Year 2010
  293. In het spoor van de crisis
  294. (en) Final Report of the National Commission on the Causes of the Financial and Economic Crisis in the United States, Submitted by the Financial Crisis Inquiry Commission pursuant to Public Law 111-21, january 2011
  295. http://www.aarp.org/work/job-hunting/info-09-2012/boomers-and-the-great-recession-struggling-to-recover-AARP-ppi-econ-sec.html
  296. http://online.wsj.com/article/SB10001424127887323393304578364670697613576.html
  297. http://stream.wsj.com/story/latest-headlines/SS-2-63399/SS-2-277469/
  298. http://www.washingtonpost.com/business/economy/middle-class-still-left-behind-in-recovery/2013/07/18/a408b174-ef9f-11e2-9008-61e94a7ea20d_story.html?hpid=z5
  299. http://www.nytimes.com/2013/08/07/business/washington-edges-warily-into-housing.html?ref=economy
  300. Floyd Norris. "The old are working but not the young", 6 september 2013.
  301. Dina ElBoghdady. "Student debt may hurt housing recovery by hampering first-time buyers", 17 februari 2014.
Etalagester
Etalagester Dit artikel is op 1 oktober 2008 in deze versie opgenomen in de etalage.