Economische crisis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kredietcrisis van 2007-2009; landen in donkerrood zijn in recessie
Een mensenmenigte voor het gebouw van de New York Stock Exchange na de beurskrach van 1929

Men spreekt van een economische crisis wanneer de conjunctuur verandert van een hoog- in een laagconjunctuur. De verschijnselen zijn:

Economische crises komen voor in alle economische stelsels en in elke economische orde. De gevolgen van een economische crisis kunnen in elk geval ernstig genoemd worden. Bij een economische crisis functioneert de economie niet meer naar behoren en komt er meestal niet dan pas na een lange periode van aanpassing die veel ellende oplevert, waarbij het aanbod zakt tot op het peil waarop het aan de vraag voldoet. Als de kennis ontbreekt om de oorzaken van de economische crisis bloot te leggen en aldus adequaat in te grijpen, komt de economie in een neerwaartse spiraal terecht.

Ondernemersgedrag[bewerken]

Hoe een economische crisis een onderneming kan beïnvloeden hangt af van verschillende factoren zoals de conjunctuurgevoeligheid van de sector, de financiële situatie van de onderneming, de grootte van de onderneming, en het vestigingsland vanwege eventuele overheidsmaatregelen (bezuinigingen, stimulerende maatregelen of laisser faire).

Een onderneming zal alles ertoe zetten om allereerst het kostenniveau terug te brengen. Allerlei overbodig geachte activiteiten worden stilgelegd dan wel afgestoten. Zaken die worden uitbesteed zal de ondernemer wellicht weer zelf willen gaan doen omdat dit goedkoper is, zoals werving. Personeel zal strenger beoordeeld worden en aangezet tot hogere arbeidsproductiviteit. Ook ontslag moet gevreesd worden. Aan de andere kant zal de ondernemer zijn inkomsten willen verhogen. Hij zal meer inspanning leveren om zijn klanten te vinden waardoor de promotiegelden zullen vermeerderen. Er zal getracht worden nieuwe markten te vinden of uit te buiten; door middel van een uitgekiende marketing zal men de marktpenetratie vergroten en door een betere prijsstelling en productdiversificatie wil men de voorkeur van de klant behouden.

Het ontslaan van personeel of een vacaturestop kan voor ondernemers een tweesnijdend zwaard zijn. Hoewel het ontslaan of stoppen met aannemen van personeel qua kosten wellicht verlichting brengt, kan het er toe leiden dat een onderneming uiteindelijk een tekort aan gekwalificeerd en getraind personeel krijgt waardoor kwaliteitsverlies dreigt. Een onderneming kan hierdoor na de economische crisis alsnog in de problemen komen.

Uiteindelijk zal een aantal ondernemingen de crisis niet overleven. Bij economische crises ziet men vrijwel altijd een toename in het aantal faillissementen en liquidaties van ondernemingen.

Arbeidsmarkt[bewerken]

Wanneer de economie in crisis verkeert neemt over het algemeen de werkloosheid toe door faillissementen en ontslagen. Anderzijds zullen werkgevers strenger op de kosten letten en kieskeuriger worden in hun personeelsselectie. Hierdoor ziet men op de arbeidsmarkt, voornamelijk in sectoren met een geringe vakbondsparticipatie, een verschuiving van het overwicht van werknemers naar werkgevers. Voor werkgevers kan dit een lichtpuntje in zware tijden zijn, omdat ze kunnen kiezen uit een groter aanbod van personeel. Werkzoekenden zien zich aan de andere kant geconfronteerd met zwaardere concurrentie, strengere selectieprocedures, en soberder arbeidsvoorwaarden wanneer hen een baan wordt aangeboden. Recruiters en de uitzendsector gaan ook door zware tijden: hoewel ze een goed gevuld kandidatenbestand hebben wordt het steeds moeilijker kandidaten ergens te plaatsen.

In 2008 begon de wereldeconomie te verslechteren. De eerste tekenen van verslechtering van de economie werden merkbaar in december 2007, toen door de kredietcrisis de huizenmarkt in de Verenigde Staten instortte. Een groot aantal Amerikanen kon de maandelijkse hypotheeklasten niet langer meer betalen, waardoor enkele grote hypotheekbanken zoals Fannie Mae en Freddie Mac op het randje van een faillissement stonden. Al snel bleek dat de economische crisis zich niet tot de Verenigde Staten beperkten. Als gevolg van de sterke onderhandelingen tussen de internationale financiële markten raakten banken in Europa en Azië in de loop van 2008 ook in de financiële moeilijkheden waardoor ook in Europa en Azië de economische crisis begon. Ook in deze werelddelen gingen de beurskoersen slecht met een ongekende snelheid. Door de problemen bij de banken kwam ook het bedrijfsleven in de problemen. Bedrijven konden geen kredieten meer krijgen en daardoor was er geen vertrouwen meer in de economie waardoor de economie daalde. De kredietcrisis groeide tot een brede economische crisis. Na een tijdje kwam de economische crisis ook in Nederland. Tal van bedrijven moesten werknemers ontslaan om zelf niet failliet te gaan. Zo kwam er statistieken waar uit bleek dat voor de economische crisis de werkloosheid nog maar 6% was in Nederland( onder de bevolking van 18 jaar en ouder) en in 2012 was dat opgelopen tot 17% van de bevolking.

Individueel beleven[bewerken]

In hoeverre men individueel geraakt wordt door een economische crisis is afhankelijk van de persoonlijke situatie en overheidsbeleid. Gepensioneerden en anderen die afhankelijk zijn van sociale voorzieningen kunnen hun situatie snel achteruit zien gaan wanneer de regering bezuinigt. Bovendien hebben ze een relatief klein inkomen en komen hiermee sneller niet meer rond. Werkenden zijn economisch weerbaarder en worden in principe minder hard door een crisis getroffen, maar lopen het risico dat ze hun baan kwijtraken. Werkzoekenden kunnen moeilijker weer aan een baan komen, en zullen vaak genoegen moeten nemen met werk op lager niveau op tegen een lager salaris dan ze voordien hadden. Ook toetreders tot de arbeidsmarkt krijgen moeilijker een baan. Bovendien vallen werkgevers in landen waar ontslagbescherming geldt sneller terug op tijdelijke arbeidscontracten. Zelfstandig ondernemers zijn, hoewel afhankelijk van de branche en persoonlijke situatie, relatief het conjunctuurgevoeligst, en zien hun inkomen direct teruglopen wanneer de zaken minder goed gaan.

Voor een individu betekent een economische crisis vaak dat toekomstverwachtingen bijgesteld moeten worden, het inkomen strenger gebudgetteerd moet worden en alle capaciteiten aangesproken moeten worden. Sommige werklozen gebruiken de extra vrije tijd om zich bij te scholen of andere activiteiten te ontplooien. Soms maken ze zelfs van de nood een deugd door hun carrière een nieuwe wending te geven.

Ook werkenden zijn vaak geneigd hun hun gedrag navenant aan te passen, voor het geval dat ze hun baan kwijtraken. Bovendien kunnen ook werkenden erop achteruit gaan door lastenverzwaringen en bezuinigingen van de overheid, zoals het versoberen van fiscale aftrekposten en -vrijstellingen, belastingverhogingen en vermindering of schrappen van subsidies en onbelaste vergoedingen.

Bovenal moet het vertrouwen in een betere toekomst niet verloren worden. Dat lukt beter in een collectief verband, vandaar dat netwerken in die periode meer aangesproken worden en de behoefte aan cultuur toeneemt. Helaas roept men vaak om een hogere macht of 'sterke man' om de crisis zo snel mogelijk op te lossen.

Sociale gevolgen[bewerken]

Een economische crisis die ingrijpend is of lang aanhoudt kan uiteindelijk tot ernstige sociale gevolgen leiden wanneer het tij niet wordt gekeerd. Omdat veel mensen hun baan kwijtraken of door bezuinigingen niet meer rondkomen vindt een algemene verpaupering plaats. Dit zal op zijn beurt kunnen leiden tot een toename van criminaliteit, zwartwerken, corruptie en belastingontduiking. Arbeidsconflicten en demonstraties verlopen in een agressievere atmosfeer en leiden sneller tot geweld. Crimineel en gewelddadig gedrag normaliseert: enerzijds omdat het vaker voorkomt, anderzijds omdat men bereid is iedere kans op voordeel aan te grijpen en hier ook begrip voor toont. Dit gaat samen met een vermindering van respect voor de regering, die in de ogen van de mensen 'toch niets doet' of 'faalt'. Deze regering ziet door de crisis, misdaad en corruptie zijn slagkracht afnemen waardoor hij ook minder mogelijkheden heeft om de crisis te bestrijden. De politiek destabiliseert en leiders lossen elkaar veelvuldig af. Bij de bevolking neemt de angst toe. De mensen keren zich van de bestaande regering af en extremistisch gedachtegoed komt op. De roep om een sterke man neemt toe. Hierdoor kunnen democratische staten zich ontwikkelen tot dictaturen zoals in de jaren 30 zich in Europa voordeed. Ook staatsgrepen, burgeroorlogen en internationale agressie kunnen uiteindelijk het gevolg van een economische crisis zijn.

Overheidsingrijpen?[bewerken]

Hoe een overheid reageert hangt af van de macro-economische visie die wordt aangehangen.

  • Keynesiaans - Een overheid die het Keynesiaans model aanhangt zal proberen de markt aan te zwengelen door de aanbodstructuur te versterken, de vraagzijde te ondersteunen, de waarde van de munt vrij te laten, de rentestand kunstmatig laag te houden en desnoods protectionistische maatregelen te treffen. Bekostigd wordt het e.e.a. door het uitschrijven van staatsleningen. Inmiddels is duidelijk geworden dat als dit beleid te lang voortgezet wordt er stagflatie ontstaat waarbij er enorme begrotingstekorten ontstaan, de vraag én het aanbod stagneert terwijl de inflatie niet meer in de hand te houden is.
  • Monetaristisch - Monetaristen zullen proberen de geldhoeveelheid te balanceren om de prijzen in evenwicht te houden. Bij inflatie worden de rentes verhoogd en bij deflatie worden de rentes verlaagd. Zo dacht monetarist Milton Friedman dat de grote depressie van de jaren 30 werd veroorzaakt door een gebrek aan liquiditeit op het moment van de beurskrach van 1929: Om een dergelijke situatie te voorkomen moeten de rentes worden verlaagd. Net als bij het keynesianisme wordt de centrale bank als een handig instrument beschouwd om crisis te voorkomen en te bestrijden.
  • Supply-side-economie - Een supply-sider zal de overheid willen overhalen om de aanbodzijde van de economie te versterken onder het motto dat de vraag vanzelf op gang komt als het aangeboden goed maar aantrekkelijk genoeg op de markt komt. De overheid zal de producenten zo min mogelijk een strobreed in de weg leggen en het investeringsklimaat verbeteren door economische wetgeving en de arbeidsmarkt te dereguleren en de belastingen te verlagen.
  • Oostenrijks - Een nachtwakersstaat zoals wordt voorgestaan door de Oostenrijkse school zal een laisser-faire-politiek voeren waarin de onzichtbare hand van de markt uiteindelijk alles op zal lossen. Deze overheid beperkt zich tot de zogeheten kerntaken: openbare orde, rechtspleging, defensie, openbaar bestuur. Overig ingrijpen van de overheid zou volgens de Oostenrijkse school crises alleen maar kunnen uitstellen of verergeren. Volgelingen van deze denkwijze zijn ook regelmatig van mening dat crises juist worden aangewakkerd door economisch ingrijpen, waarin de centrale bank vaak als hoofddader wordt aangewezen. Deze denkwijze staat dan ook haaks op het keynesianisme en het monetarisme, die een centrale bank juist als nuttig beschouwen.

Economische crises in de geschiedenis[bewerken]

Door de tijd heen hebben er verschillende economische crises plaatsgevonden, hieronder een aantal opgesomd.