Europese staatsschuldencrisis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Europese staatsschuldencrisis of eurocrisis is de financiële crisis die eind 2009 uitbrak binnen de eurozone nadat dreigde dat Griekenland, lid van de Europese Unie en van het eurogebied, zijn schulden niet meer zelfstandig kon financieren als uitloper van de kredietcrisis.

Sinds dat moment heerste op financiële markten regelmatig onrust of zelfs paniek. Na Griekenland volgden meer landen die technisch failliet dreig(d)en te gaan. Naar de mening van sommigen liep op een aantal momenten door deze staatsschuldencrises de monetaire unie (de euro) gevaar. Eerst circa medio 2014 was een situatie bereikt waarin van een voorlopig einde van deze crisis kon worden gesproken.

Inhoud

Aanleidingen[bewerken]

Verloop van de overheidsschuld in de eurozone als geheel, 2000-2012
Ontwikkeling overheidsschuld in enkele Europese landen, en de eurozone, en de EU, 1997-2010

Stijgende overheidsschulden na kredietcrisis[bewerken]

De financiële huishouding van Europese overheden is door de kredietcrisis aanmerkelijk verslechterd. Als gevolg van de negatieve groei daalden de belastingopbrengsten, terwijl de uitgaven toenamen, door omstandigheden als stijgende werkloosheidsuitkeringen en kosten van reddingsoperaties van banken en andere bedrijven. Als gevolg hiervan steeg de overheidsschuld, uitgedrukt als percentage van het bruto nationaal product, significant. In de bovenste grafiek links is het verloop van de overheidsschuld van de eurozone als geheel weergegeven. De tweede grafiek geeft het verloop voor enige relevante landen apart, alsmede voor de eurozone en de Europese Unie als geheel. De omvang van de staatsschuld verschilde en verschilt van land tot land aanmerkelijk. Voor de eurozone als geheel lag dit in 2008 op circa 70%, doch in Italië en Griekenland op circa 100%, terwijl de Luxemburgse staatsschuld met circa 13% zeer bescheiden was.

Negeren verdragsregels eurogebied[bewerken]

De Europese begrotingsregels, neergelegd in het Verdrag van Maastricht, bleken door het merendeel van de eurozonelidstaten veelvuldig overtreden te zijn. In de 11 jaar sedert het invoeren van de euro overtraden België en Italië ieder jaar één of beide criteria; Griekenland overtrad beide in alle 10 jaar dat men de euro gebruikte. Slechts Finland en Luxemburg voldeden ieder jaar aan beide criteria. De in het verdrag voorziene boetes werden geen enkele keer opgelegd[1].

De tabel rechts geeft de ontwikkeling van de totale overheidsschuld (centrale overheid, lagere overheden en sociale zekerheidsfondsen) als percentage van het BBP van alle 27 lidstaten van de Europese Unie weer [2][3]. De cijfers voor 2010 werden op 26 april 2011 door Eurostat bekendgemaakt en waren van voorlopige aard[4]. De cijfers voor 2011 werden op 22 oktober 2012 gepubliceerd.[5] De cijfers voor 2012 zijn van voorlopige aard en dateren van 22 april 2013.[6] De cijfers voor 2013 dateren van 23 april 2014.[7]

Totale overheidsschuld
Land 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013
België 88,1% 84,2% 89,6% 96,2% 96,6% 99,2% 101,1% 101,5%
Bulgarije 22,7% 18,2% 13,7% 14,6% 16,2% 16,3% 18,4% 18,9%
Cyprus 64,6% 58,3% 48,3% 58,0% 61,3% 71,5% 86,6% 111,7%
Denemarken 32,1% 27,4% 34,2% 41,8% 42,8% 46,4% 45,4% 44,5%
Duitsland 67,6% 65,0% 66,3% 73,5% 82,5% 80,0% 81,0% 78,4%
Estland 4,5% 3,8% 4,6% 7,2% 6,7% 6,1% 9,8% 10,0%
Finland 39,7% 35,2% 34,1% 43,8% 48,8% 49,3% 53,6% 57,0%
Frankrijk 63,7% 63,8% 67,5% 78,3% 82,7% 86,2% 90,6% 93,5%
Ierland 24,9% 25,0% 44,3% 65,5% 91,2% 104,1% 117,4% 123,7%
Italië 106,5% 103,6% 106,3% 116,1% 119,3% 120,7% 127,0% 132,6%
Griekenland 106,1% 105,4% 110,7% 127,1% 18,3% 170,3% 157,2% 175,1%
Hongarije 65,7% 66,1% 72,3% 78,4% 82,2% 82,1% 79,8% 79,2%
Letland 10,7% 9,0% 19,7% 36,7% 44,5% 42,0% 40,8% 38,1%
Litouwen 18,0% 16,9% 15,6% 29,5% 37,8% 38,3% 40,5% 39,4%
Luxemburg 6,7% 6,7% 13,6% 14,6% 19,5% 18,7% 21,7% 23,1%
Malta 63,4% 61,7% 63,1% 67,6% 66,0% 68,8% 70,8% 73,0%
Nederland 47,4% 45,3% 58,2% 60,8% 63,4% 65,7% 71,3% 73,5%
Oostenrijk 62,1% 59,3% 62,5% 69,6% 72,5% 73,1% 74,4% 74,5%
Polen 47,7% 45,0% 47,1% 50,9% 54,9% 56,2% 55,6% 57,0%
Portugal 63,9% 68,3% 71,6% 83,0% 94,0% 108,2% 124,1% 129,0%
Roemenië 12,4% 12,6% 13,4% 23,6% 30,5% 34,7% 38,0% 38,4%
Slovenië 26,7% 23,4% 22,5% 35,2% 38,7% 47,1% 54,4% 71,7%
Slowakije 30,5% 29,6% 27,8% 35,4% 41,0% 43,6% 52,7% 55,4%
Spanje 39,6% 36,1% 39,8% 53,3% 61,7% 70,5% 86,0% 93,9%
Tsjechië 29,4% 29,0% 30,0% 35,3% 38,4% 41,4% 46,2% 46,0%
Verenigd Koninkrijk 42,9% 44,5% 54,4%% 69,5% 78,4% 84,3% 89,1% 90,6%
Zweden 45,0% 40,2% 38,8% 42,8%% 39,4% 38,6% 38,3% 40,6%
Eurozone (17 c.q. 18 landen) 68,5% 66,2% 69,9% 79,3% 85,5% 87,4% 90,7% 92,6%
Europese Unie (27 landen) 61,5% 59,0% 62,3% 74,0% 79,9% 82,4% 85,2% 87,1%

Nadelen van hoge overheidsschuld[bewerken]

Een land met een (te) grote overheidsschuld en/of (te) groot financieringstekort, zoals bijvoorbeeld Griekenland sinds januari 2010, bevindt zich in een zogenaamde debt trap ("gevangen in schuld"): die slechte financiële positie leidt ertoe dat men een hogere rente moet betalen over zijn schuld (oftewel ‘de koersen van zijn staatsleningen dalen’), hetgeen de financiën verder doet verslechteren, met als gevolg een vicieuze cirkel van toenemende schulden en rentelasten. Een daling van de koersen van staatsleningen heeft verdergaande gevolgen dan alleen hogere financieringslasten van die overheid. Die hogere te betalen rente op staatsleningen pleegt een "aanzuigende" werking te hebben: banken plegen dan ook hogere tarieven voor bedrijfskredieten te vragen. Voorts hebben de gedaalde koersen gevolgen voor de eigen financiering van banken. Die plegen van elkaar geld te lenen tegen onderpand van staatsleningen ("repo's"); bij een daling van de waarde van dat onderpand moet men ofwel aanvullend onderpand verschaffen, ofwel de leningen (gedeeltelijk) aflossen. Dit kan de liquiditeit van zo'n bank in gevaar brengen. (Een variant hierop doet zich voor wanneer banken van een centrale bank kort geld lenen, hetgeen altijd geschiedt tegen onderpand van (normaliter) staatsleningen: een daling van de marktwaarde van dat onderpand vermindert de beschikbaarheid van die - vaak zeer goedkope - financieringsbron.) Griekse banken werden hiermee, naar verluidt, eind april 2010 geconfronteerd.[8][9]

Risico[bewerken]

Mohamed El-Erian, (toen) Co-Chief Investment Officer van vermogensbeheerder PIMCO, waarschuwde in maart 2010 voor de gevolgen van de sterk toegenomen overheidsschulden in de ontwikkelde landen (sovereign debt explosion):[10] die overheden worden gedwongen tot hogere belastingen en lagere uitgaven; durven ze dat niet aan dan dreigt inflatie, in het uiterste geval faillissement en confiscatie.

Bezorgdheid IMF over Europese overheidsschulden[bewerken]

In de tussentijdse update van het Global Financial Stability Report[11] van het IMF, gepubliceerd op 26 januari 2010, uit het IMF zijn bezorgdheid over de omvang van overheidsschulden:

"The transfer of financial risks to sovereign balance sheets and the higher public debt levels also add to financial stability risks and complicate the exit process."

In een op 4 februari 2010 gepubliceerde studie stelde het IMF dat de crisis had geleid tot een verslechtering van de fiscale positie (overheidsschulden en begrotingstekorten) in de ontwikkelde landen die in vredestijd ongekend was.[12] In het Global Financial Stability Report van april 2010 waarschuwde het IMF eveneens voor de te hoge staatsschulden, hoewel men de algehele situatie ten opzichte van een half jaar ervoor wel verbeterd achtte.[13]

Ook de overheidstekorten (uitgaven minus inkomsten, als percentage van het BBP) lieten vaak een sterke verslechtering zien (een positief cijfer is een begrotingsoverschot over dat jaar, een negatief cijfer een begrotingstekort). (Bronnen: zelfde publicaties van Eurostat als hierboven.)
Land 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013
België +0,2% -0,3% -1,3% -5,9% -3,8% -3,8% -4,1% -2,6%
Bulgarije +1,9% +1,1% +1,7% -4,7% -3,1% -2,0% -0,8% -1,5%
Cyprus -1,2% +3,4% +0,9% -6,0% -5,3% -6,3% -6,4% -5,4%
Denemarken +5,2% +4,8% +3,2% -2,7% -2,5% -1,9% -3,8% -0,8%
Duitsland -1,6% +0,3% 0,1% -3,0% -4,2% -0,8% +0,1% 0,0%
Estland +2,4% +2,5% -2,8% -1,7% +0,2% +1,1% -0,2% -0,2%
Finland +4,0% +5,2% +4,2% -2,6% -2,5% -0,7% -1,8% -2,1%
Frankrijk -2,3% -2,7% -3,3% -7,5% -7,0% -5,2% -4,9% -4,3%
Ierland +2,9% 0,0% -7,3% -14,3% -30,6% -13,1% -8,2% -7,2%
Italië -3,4% -1,5% -2,7% -5,4% -4,5% -3,7% -3,0% -3,0%
Griekenland -5,7% -6,4% -9,4% -15,4% -10,9% -9,6% -8,9% -12,7%
Hongarije -9,3% -5,0% -3,7% -4,5% -4,3% +4,3% -2,1% -2,2%
Letland -0,5% -0,3% -4,2% -9,7% -8,2% -3,5% -1,3% -1,0%
Litouwen -0,4% -1,0% -3,3% -9,5% -7,2% -5,5% -3,2% -2,2%
Luxemburg +1,4% +3,7% +3,0% -0,9% -0,8% +0,2 0,0% +0,1%
Malta -2,7% -2,4% -4,5% -3,7% -3,5% -2,7% -3,3% -2,8%
Nederland +0,5% +0,2% +0,6% -5,5% -5,1% -4,3% -4,1% -2,5%
Oostenrijk -1,5% -0,9% -0,9% -4,1% -4,5% -2,5% -2,6% -1,5%
Polen -3,6% -1,9% -3,7% -7,3% -7,8% -5,1% -3,9% -4,3%
Portugal -4,1% -2,8% -2,9% -10,1% -9,6% -4,3% -6,4% -4,9%
Roemenië -2,2% -2,6% -5,7% -8,5% -6,8% -5,5% -3,0% -2,3%
Slovenië -1,3% -0,1% -1,8% -6,0% -5,9% -6,4% -4,0% -14,7%
Slowakije -3,2% -1,8% -2,1% -8,0% -7,5% -4,8% -4,5% -2,8%
Spanje +2,0% +1,9% -4,2% -11,1% -9,6% -9,6% -10,6% -7,1%
Tsjechische Republiek -2,6% -0,7% -2,7% -5,9% -4,7% -3,2% -4,2% -1,5%
Verenigd Koninkrijk -2,7% -2,7% -5,0% -11,4% -10,0% -7,6% -6,1% -5,8%
Zweden +2,3% +3,6% +2,2% -0,7% +0,3% +0,2 -0,6% -1,1%
Eurozone (18 landen) -1,4% -0,7% -2,0% -6,3% -6,2% -4,1% -3,7% -3,0%
Europese Unie (27 landen) -1,5% -0,9% -2,3% -6,8% -6,5% -4,4% -3,9% -3,3%

Risico voor buitenlandse beleggers[bewerken]

Tekening gepresenteerd door de Nederlandse regering op 21 juni 2011, getiteld: "Als Griekenland valt"

Banken en andere institutionele beleggers uit vooral grote EU-landen hadden op grote schaal belegd in staatsleningen van de landen met een (te) slechte financiële positie. Dit betekende, dat een "default" (in gebreke blijven) van een van de probleemlanden tevens zou leiden tot (grote) verliezen voor die banken en beleggers. Het was dus denkbaar, dat een "strenge" opstelling van land A tegenover steunzoekend land B, resulterend in een default van land B, binnen korte tijd zou leiden tot een crisis rond de bancaire sector van land A.

Overzicht[14] van de bedragen (in miljarden dollars) die banken in een aantal landen per medio 2010 te vorderen hadden van diverse typen debiteuren[15] in Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje. (Onder 'andere exposures' wordt verstaan: datgene wat banken verschuldigd zijn uit hoofde van credit default swaps, termijncontracten en dergelijke, verstrekte garanties, en toegezegde kredieten. Door enkele weglatingen tellen de bedragen in deze tabel niet geheel op.)
Land Aard crediteur Duitsland Spanje Frankrijk Italië Ov. Eurogebied Ver. Koninkrijk Gehele wereld
Griekenland Publieke sector 22,6 0,8 17,8 2,7 15,0 1,6 12,3
Banken 4,7 0,0 0,8 0,9 1,3 1,6 12,3
Ov. private sector 9,6 0,2 38,7 1,7 12,4 7,6 79,2
Andere exposures 28,6 0,5 25,7 1,6 2,8 4,8 252,1
Totale exposure 65,4 1,3 83,1 6,8 31,6 17,0 252,1
Ierland Publieke sector 3,4 0,2 6,1 0,8 3,2 3,5 22,2
Banken 47,5 3,3 18,9 2,9 8,8 31,1 145,7
Ov. private sector 87,7 10,5 18,5 10,7 44,7 97,0 348,5
Andere exposures 47,9 3,7 33,7 10,0 7,3 55,9 228,9
Totale exposure 186,4 17,7 77,3 24,7 64,2 187,5 746,8
Portugal Publieke sector 7,4 8,1 14,2 0,8 7,5 2,3 44,0
Banken 17,1 7,0 13,8 2,5 5,0 5,6 53,2
Ov. private sector 12,7 62,7 13,3 1,3 6,6 14,1 114,6
Andere exposures 7,0 20,6 7,2 3,0 2,1 6,8 80,8
Totale exposure 44,3 98,3 48,5 7,6 21,2 29,0 292,6
Spanje Publieke sector 26,2 ... 40,4 2,5 16,2 9,2 111,2
Banken 81,1 ... 50,2 9,2 48,2 28,8 255,3
Ov. private sector 74,1 ... 74,0 13,9 87,2 66,7 359,5
Andere exposures 24,9 ... 36,7 11,4 12,4 31,8 263,0
Totale exposure 216,6 ... 201,3 37,2 164,1 136,5 989,8

Geschiedenis[bewerken]

Maart - mei 2010: crisis rond Griekse overheidsfinanciën[bewerken]

Verloop prijzen CDS'en op Europese staatsleningen

In januari 2010 leidden twijfels omtrent de Griekse overheidsfinanciën tot een sterke daling van de koersen van Griekse staatsleningen; begin februari 2010 daalden ook de koersen van Portugese en Spaanse staatsleningen (hoewel in mindere mate).[16] Het IMF raamde in februari 2010 dat de overheidsschuld van de landen van de G-20 in 2014 118% van het GDP zouden bedragen; vóór de crisis was dit circa 80%.[17] Vanaf februari 2010 kwam sovereign debt risk (het risico van leningen aan overheden) sterk in de belangstelling van de financiële markten te staan.[18] Deze spanningen kwamen onder meer tot uiting in de stijging van de prijzen van credit default swaps van staatsleningen van de landen aan wier soliditeit getwijfeld werd, zie nevenstaande grafiek.[19]

De Griekse overheidsfinanciën bleken in februari 2010 in een zeer deplorabele staat te verkeren. Het begrotingstekort over 2009 bleek 12,7% te bedragen (ruim het viervoudige van wat onder het Verdrag van Maastricht was toegestaan, hoewel alle landen boven die norm van 3% zaten), terwijl men met behulp van diverse complexe financiële transacties de situatie op zijn minst niet verhelderd had. Medio februari 2010 besloot de Griekse regering tot diverse bezuinigingsmaatregelen, die tot (betrekkelijk omvangrijke) stakingen leidden. De Europese Unie verleende in februari geen financiële steun; men verlangde dat Griekenland uiterlijk medio maart 2010 de nodige stappen gezet zou hebben om het tekort binnen enkele jaren aanmerkelijk te reduceren. Eind februari werd een geplande emissie van een 10-jarige staatslening van € 5 miljard uitgesteld.[20] Op 3 maart 2010 werden additionele bezuinigingen aangekondigd.[21] De uitgestelde staatslening werd alsnog geëmitteerd, en goed geplaatst.

Diverse politici, waaronder de Duitse bondskanselier Angela Merkel op 5 maart 2010,[22] spraken het vermoeden uit dat speculanten aan de crisis rond staatsleningen hadden bijgedragen door het gebruik van credit default swaps. In het geval van Griekenland leek dat echter niet zeer waarschijnlijk. De verhouding tussen de omvang van de credit default swaps (notional amount circa € 8 miljard) en de totale Griekse staatsschuld (ruim € 250 miljard) was niet van dien aard dat een speculatief gebruik van CDS'en tot grote marktverstorende effecten zou hebben kunnen leiden. Opmerkelijk was dat ook Griekse banken dit instrument bleken te hebben gebruikt. Op 23 maart 2010 werd bekend dat de Hellenic PostBank - nota bene eigendom van de Griekse staat - tussen augustus 2009 en oktober 2009 circa 15% van het uitstaande volume erin had gehad.[23][24]

Op 25 maart 2010 bereikten de landen van de eurozone een akkoord over (eventuele) steun aan Griekenland: indien Griekenland er niet in zou slagen om op de kapitaalmarkten leningen aan te trekken, zouden het IMF en de landen van de eurozone leningen verstrekken, waarbij het IMF (vermoedelijk) eisen zou stellen op het gebied van (verdere) bezuinigingen.[25][26][27] In de week van 5 april 2010 daalden de koersen van Griekse staatsleningen echter verder; de rendementsverschillen met Duitse staatsleningen (die binnen de eurozone als de meest veilige werden gezien) stegen tot recordhoogten.[28]

Op 11 april 2010 werd door de landen van de eurozone een standby-krediet van € 30 miljard toegezegd, tegen rentes die 3% hoger lagen dan de laagste in de eurozone geldende tarieven[29]. Griekenland emitteerde 6-maands en 12-maands schatkistpapier tegen resp. 4,55% en 4,85%[30], wat nog steeds als tamelijk duur kon worden beschouwd[31]. Op 20 april 2010 emitteerde Griekenland € 1,95 miljard driemaands-leningen op een rendement van 3,65%[32], wat eveneens als duur kon worden beschouwd.

In de week van 19 april 2010 escaleerden de problemen: Griekse staatsleningen daalden zeer sterk in koers, met name in het kortere segment, hetgeen aanleiding gaf tot grote twijfels over de vraag of Griekenland de eerstvolgende vervallende staatslening (op 19 mei 2010) wel zou kunnen terugbetalen. Op vrijdag 23 april kondigde de Griekse regering aan het IMF en de EU om (relatief goedkope) leningen te zullen verzoeken[33][34].

In de week van 26 april 2010 escaleerde de situatie rond de Griekse overheidsfinanciën in een steeds sneller tempo. Griekse staatsleningen daalden zeer sterk; de rating van Griekenland werd in één keer met 3 "notches" verlaagd tot "junk" (niet geschikt geacht voor normale beleggers)[35]. IMF-directeur Strauss-Kahn berichtte aan het Duitse parlement dat het steunpakket € 120 miljard zou kunnen bedragen, in plaats van de nog op 11 april genoemde € 30 miljard van de EU en € 15 miljard van het IMF[36]. Op zondag 2 mei werd op hoofdlijnen overeenstemming bereikt: Griekenland ging akkoord met een omvangrijk pakket aan bezuinigingen van in totaal € 30 miljard, waarmee het tekort in 2014 zou moeten zijn teruggedrongen van bijna 14% tot minder dan 3%. Men zou (onder meer) de BTW verhogen van 21% tot 23%, de dertiende en veertiende maand alsmede bonussen voor ambtenaren schrappen, de algemene pensioenleeftijd verhogen van 62 naar 67 jaar en accijnzen verhogen; IMF en de lidstaten van de EU zouden in drie jaar € 110 miljard aan driejaars-leningen verstrekken[37][38][39]. Het steunpakket was het grootste in de geschiedenis[40]. Hiermee werd een "default" op de per 19 mei 2010 vervallende staatslening van € 8 miljard voorkomen en wordt een catastrofale financiële crisis in ieder geval voorlopig afgewend. Het bezuinigingspakket kwam overeen met circa 13% van het BBP[41], waarmee het een van de meest stringente in de geschiedenis was[42].

Op 3 mei 2010 berichtte de ECB dat Griekse staatsleningen, ook al voldeden ze niet aan de minimumratingeisen, als onderpand voor liquiditeitsvoorschotten aan banken geaccepteerd zouden worden[43][44][45]. De aan Griekenland te verstrekken leningen bleken overigens achtergesteld te zijn bij bestaande leningen[46].

Het effect van dit pakket zou vermoedelijk zijn dat Griekenland gedurende enkele jaren geen beroep zou hoeven doen op de kapitaalmarkten, indien de bezuinigingen in een bevredigend tempo worden doorgevoerd: iedere drie maanden zal het IMF rapporteren, en individuele lidstaten kunnen het verstrekken van verdere "tranches" afhankelijk stellen van die voortgang[47].

De dagen na de bekendmaking van de bezuinigingen werd in Griekenland op steeds grotere schaal gedemonstreerd[48][49]. Het Duitse Handelsblatt riep vooraanstaande Duitsers op om als teken van solidariteit Griekse staatsleningen te kopen[50].

Op 5 mei 2010 vielen bij ongeregeldheden in Athene drie doden toen een gebouw van Marfin Egnatia Bank in brand werd gestoken; betogers trachtten het parlementsgebouw te bestormen[51][52]. Op 6 mei 2010 ging het Griekse parlement akkoord met de voorgestelde bezuinigingen[53]. De Franse en Duitse parlementen gingen akkoord met de steunverlening, evenals de Nederlandse Tweede Kamer, die zich echter bezorgd toonde over de vraag of de te verstrekken leningen ooit terugbetaald zouden kunnen worden.

Op 14 juni 2010 verlaagde Moody's de rating van Griekenland met 4 notches van A3 tot Ba1, wegens de vrees dat de verwachte recessie, als gevolg van de bezuinigingen, juist zou leiden tot een zodanige daling van de belastingopbrengsten dat de betaling van de staatsschuld moeilijker zou worden[54]. Dit leidde ertoe dat Griekse staatsleningen per 1 juli uit een aantal obligatie-indices verwijderd werden. Hierdoor werden beleggers wier obligatieportefeuilles op die indices geënt waren genoopt tot verkoop van hun Griekse staatsleningen, hetgeen eind juni tot sterke koersdalingen leidde. In de daarop volgende dagen herstelden de koersen zich slechts gedeeltelijk.

Op 8 juli 2010 nam het Griekse parlement de voorgestelde hervorming van het pensioenstelsel op hoofdlijnen aan; de voorstellen omvatten een verhoging van de pensioenleeftijd van 60 tot 65 en een overgang van eindloon naar middelloon; demonstraties tegen deze plannen waren (relatief) beperkt[55].

De financiering van Griekse overheid bleef in de maanden na de crisis moeizaam: in juli 2010 werd voor het eerst sinds de crisis weer geleend, doch slechts voor korte perioden en hoge rentes. Opgemerkt dient te worden dat in elk geval bij één emissie (van € 1,95 miljard voor 3 maanden tegen 4,05%, op 20 juli 2010) het overgrote deel werd geplaatst bij Griekse banken, die dit, naar algemeen werd aangenomen, financierden door tegen onderpand van deze leningen geld bij de ECB te lenen tegen 1,00%: bij eerdere Griekse leningen waren parallelle bewegingen zichtbaar in de balans van de ECB[56].

Begin augustus 2010 lieten EU, ECB en IMF zich in positieve termen uit over de door de Griekse regering geboekte voortgang bij het bezuinigingsprogramma; dit kwam echter nog niet tot uiting in de wijze waarop de financiële markten Griekse staatsleningen waardeerden[57].

"Besmetting" van andere landen door de problemen rond Griekenland[bewerken]

Vanaf vrijwel direct na het bekend worden van het pakket steunmaatregelen aan Griekenland op 2 mei 2010 bleek dat de financiële markten vreesden dat ook andere landen problemen zouden kunnen krijgen aan hun verplichtingen te voldoen. Dit gold met name voor Portugal en Spanje: de koersen van hun staatsleningen daalden, en de prijzen van CDS'en op die debiteuren stegen. In dit verband werd de term "contagion" (besmetting) gehanteerd, onder meer door Axel Weber, president van de Bundesbank[58]. De Spaanse premier Zapatero verklaarde op 4 mei dat geruchten als zou Spanje (eveneens) een beroep op het IMF gaan doen "complete madness" waren[59].

Omvangrijk steunpakket van EU en IMF van 9/10 mei 2010[bewerken]

De EU-regeringsleiders overlegden op 7 en 8 mei over het oprichten van een noodfonds dat leningen zou kunnen verstrekken aan lidstaten die op de kapitaalmarkt niet of slechts tegen zeer hoge rente konden lenen, in combinatie met een aanscherpen van de sanctiemaatregelen van het Stabiliteits- en Groeipact[60][61]. Men beoogde hiermee een uitbreiding van de crisis rond Griekenland naar andere landen te voorkomen[62].

In de vroege ochtend van 10 mei 2010 presenteerden de EU-ministers van Financiën een reddingsplan van in totaal € 500 miljard, waarmee voorkomen moest worden dat landen als Portugal en Spanje (en potentieel ook andere landen) de facto van toegang tot de kapitaalmarkten zouden worden uitgesloten. Het voorzag in leningen door de Europese Commissie van € 60 miljard, en € 440 miljard aan leningen door een nog op te richten rechtspersoon (die dat geld zou aantrekken onder garantie van de EU-lidstaten); de aan de zwakke lidstaten te verschaffen leningen zouden gepaard gaan met stringente voorwaarden[63][64][65][66]. Voor de uitvoering hiervan richtte men op 7 juni 2010 een special purpose vehicle naar Luxemburgs recht op geheten European Financial Stability Facility; het gestorte aandelenkapitaal hiervan was bescheiden, doch de lidstaten stonden voor € 440 miljard borg voor de door deze rechtspersoon aan te trekken leningen[67][68]. Het IMF zei tot € 250 miljard toe[69]. (In september 2010 verkreeg het EFSF een AAA-rating[70] van de drie grote rating agencies[71].)

De eerste resultaten, reeds op maandag 10 mei 2010, waren dat koersen van Griekse, Portugese en Spaanse staatsleningen sterk stegen, maar dat kwam vooral omdat centrale banken in de eurozone direct begonnen met het kopen van die staatsleningen[72]; ook prijzen van credit default swaps daalden sterk[73]. Aan het eind van die week liepen de rendementen van leningen van de meest betrokken landen echter weer enigszins op. De ECB berichtte op 17 mei 2010 dat er op de voorafgaande vrijdag € 16,5 miljard aan leningen geleverd waren, en dat men vanaf dinsdag 18 mei voor een gelijk bedragen aan liquiditeiten aan het financiële systeem zou onttrekken (door deposito's van banken op te nemen) teneinde de hoeveelheid geld in het systeem gelijk te houden[74][75][76]. (Uit de wekelijks door de ECB gepubliceerde balansen van het Eurosysteem en het overzicht van de "open market operations" kon worden afgeleid dat tegenover de door de ECB gekochte staatsleningen inderdaad (ongeveer[77]) gelijke bedragen aan liquiditeit aan het financiële systeem onttrokken werden.) Deze deposito's hadden evenwel een looptijd van slechts één week, en voorts was opmerkelijk dat deze deposito's beleend konden worden bij de ECB[78]. Analisten beschouwden dit als slechts een eerste stap; het totaal aan op te kopen staatsleningen zou enkele honderden miljarden euro's kunnen bedragen. (Zo'n vaart bleek het echter niet te lopen: eind januari 2010 had de ECB circa € 77 miljard aan staatsleningen gekocht.)

In november 2010 werd de looptijd van de aan Griekenland verstrekte en nog te verstrekken leningen verlengd van 2015 tot 2021, tegen een bescheiden extra rente[79].

Ontwikkeling balanstotaal ECB en centrale banken eurozone

De aankoop van staats- en andere leningen door de ECB[80] wordt weergegeven in nevenstaande grafiek.

Verdere ontwikkelingen[bewerken]

De crisis rond Griekenland leidde tot de vraag of de verschillen in het beheer van de overheidsfinanciën niet dienden te worden verkleind, alsmede of hierop sterker preventief toezicht zou moeten worden uitgeoefend. Duitsland ging hierin het verst, met een op 17 mei 2010 gedane suggestie dat de begrotingen van de lidstaten vooraf op Europees niveau zouden moeten worden beoordeeld. De meeste andere landen vonden dit te ver gaan[81]. De Duitse beurstoezichthouder verbood op 18 mei 2010 "naked short selling" van euroland staatsleningen, almede het ongedekt schrijven van CDS'en daarop, tot eind maart 2011[82]. In de financiële pers werden twijfels geuit omtrent de effectiviteit ervan (omdat de bevoegdheid van BaFin tenslotte beperkt was tot Duitse beurzen) alsmede omtrent de wenselijkheid ervan[83][84]. Andere landen bleken geen plannen te hebben het Duitse voorbeeld te volgen[85]. Bondskanselier Merkel verklaarde in de Bundestag dat niet alleen de euro, doch heel Europa in gevaar was[86]. Deze bezorgdheid werd door de Franse minister van Financiën Lagarde niet gedeeld[87].

Een uitgelekt Duits strategiedocument van medio mei 2010 voorzag in diverse maatregelen tegen EU-lidstaten die de begrotingsregels zouden blijven schenden: tijdelijk tot permanent verlies van toegang tot EU-structuurfondsen, tijdelijk verlies van stemrecht in de Raad, en een procedure voor een ordelijke insolventie van EU-lidstaten[88].

Aankondigingen van bezuinigingen in diverse Europese landen[bewerken]

Vanaf mei 2010 kwamen diverse overheden met forse bezuinigingsplannen, mede ingegeven door de wens om te voorkomen dat men het volgende onderwerp van negatieve belangstelling van internationale obligatiebeleggers zou zijn en er problemen zouden kunnen ontstaan met het aantrekken van financiering. De bezuinigingen hadden veelal voor een groot deel betrekking op versobering van het pensioenstelsel en de sociale zekerheid[89]. Deze bezuinigingen zouden echter kunnen leiden tot een mogelijk aanmerkelijke groeivertraging, hetgeen op zich reeds weer een bedreiging voor het herstel van de overheidsfinanciën van de betrokken staten[90]. De aangekondigde maatregelen leidden regelmatig tot protesten en stakingen. Zo werd in Frankrijk op 27 mei 2010 gestaakt tegen plannen de pensioenleeftijd (60 jaar) te verhogen[91]. Het maatschappelijk draagvlak bleek niet overweldigend: het Spaanse parlement nam op 27 mei 2010 de voorgestelde bezuinigingen aan, doch met slechts één stem verschil (169 tegen 168 stemmen). De Duitse regering kondigde begin juni 2010 een bezuinigingspakket van € 80 miljard aan. Medio juni 2010 lekten plannen uit van de Franse regering de pensioenleeftijd te verhogen van 60 jaar tot 62 jaar[92][93][94]. De Britse regering kondigde op 22 juni 2010 een pakket bezuinigingen aan, bestaande uit onder meer bevriezing van ambtenarensalarissen en van pensioenen, verlaging van departementale uitgaven, en een verhoging van de VAT (BTW) van 17,5% tot 20%; voorts werd een belasting op banken aangekondigd[95]. Het doel was om in het begrotingsjaar 2014/2015 weer een sluitende begroting te hebben.

Demonstratie in Brussel op 29 september 2010

Naarmate de crisis voortduurde kwam de hervorming van pensioenstelsels in diverse landen steeds meer op de voorgrond te staan. Hierbij wordt opgemerkt dat in diverse landen niet slechts de "eerste pijler" maar ook de "tweede pijler" werd gefinancierd met een omslagstelsel. (Zie Pensioenfonds voor een uitleg van deze begrippen.) Door de vergrijzing en door de scherpe verslechtering van de overheidsfinanciën namen de (huidige en begrote toekomstige) kosten daarvan sterk toe. Tevens speelde mee dat in sommige landen voor diverse beroepen een aanmerkelijk lagere pensioenleeftijd gold[96]. Plannen om de pensioenleeftijd te verhogen, leidden regelmatig tot stakingen, onder meer in Griekenland (zeer frequent, zie hierboven) en Frankrijk (in september 2010[97]). Op 29 september hield het Europees Verbond van Vakverenigingen grote demonstraties in Brussel en andere steden.[98]

Effecten op Europese interbancaire geldmarkt[bewerken]

Vanaf juni 2010 leiden twijfels omtrent de kwaliteit van leningen in de portefeuilles van banken (wederom, na de crisis van de herfst van 2008) tot toenemende spanningen op de interbancaire geldmarkt. Banken werden steeds meer terughoudend elkaar geld te lenen, en gaven er in toenemende mate de voorkeur aan hun overschotten bij de ECB en andere centrale banken te stallen, tegen (per juni 2010) 0,25% per jaar, in plaats van ze aan andere banken tegen een hogere rente uit te lenen. De aldus van de geldmarkt uitgesloten waren aangewezen op faciliteiten van de CB tegen een rente van 1%[99]. De weekstaat van de ECB liet per 18 juni echter weer een duidelijke daling zien.

Verloop van het rendement van een aantal langlopende staatsleningen in de eurozone

Opmerkelijk was dat de diverse bezuinigingen, alsmede de steunprogramma's, niet leidden tot het terugkeren van het vertrouwen van de financiële markten: de door beleggers verlangde rendementen op leningen aan de betrokken landen bleven ook daarna op hoge tot zeer hoge niveaus liggen. Duidelijk was dat indien het vertrouwen in de soliditeit van een debiteur is aangetast, het een buitengewoon moeizaam en tijdrovend proces is om dit weer in die mate terug te winnen dat de verlangde rendementen weer op het niveau van vóór die crisis liggen.

Opmerkelijk was voorts dat de leningen van recent tot de EU toegetreden lidstaten, hoewel ze veelal een lagere rating hadden, op gelijke rendementen werden verhandeld als leningen van de "mindere" oudere lidstaten. Zo werd op 6 september 2010 een lening van de Tsjechische Republiek (Moody's-rating A1) tot 2021 geëmitteerd op een rendement dat 0,11% lager lag dan dat van een vergelijkbare Italiaanse staatslening (rating Aa2)[100]. De staatsschuldquote van de Tsjechische Republiek was aanmerkelijk lager dan die van Italië, iets dat wel in het rendement doch niet in de rating tot uitdrukking kwam.

Naarmate Europese banken, met name Griekse, Portugese en Ierse banken, meer problemen ondervonden om hun liquiditeitsbehoefte op de interbancaire geldmarkt te dekken, wendden ze zich op steeds grotere schaal tot de ECB[101].

Effecten van de bezuinigingen[bewerken]

De forse bezuinigingsmaatregelen leidden in diverse landen tot een sterke daling van de binnenlandse bestedingen, hetgeen, mede via dalende belastingopbrengsten, de schuldquote nog deed verslechteren[102]. Zo kromp de Ierse economie in het tweede kwartaal van 2010 onverwacht met 1,2%[103]. In reactie hierop daalden de koersen van Ierse staatsleningen aanmerkelijk, en namen de prijzen van CDS'en op Ierse staatsleningen sterk toe. De problemen rond de Ierse overheidsfinanciën werden in hoge mate nog verergerd door de kosten van de steun aan Ierse banken, met name Anglo Irish Bank, die vrijwel als een bodemloze put werd beschouwd. Per eind september had de Ierse regering € 22,9 miljard uitgegeven aan Anglo Irish Bank[104]. Op 30 september 2010 presenteerde de Ierse regering aanvullende steunmaatregelen (in de vorm van extra kapitaalsinjecties in Anglo Irish Bank en Irish Nationwide) die de totale kosten op circa € 45 miljard zouden brengen. In een worstcasescenario zou dit kunnen oplopen tot € 50 miljard[105][106]. De extra uitgaven leidden tot een explosieve toename van het begrotingstekort: van 11% tot 32% van het GDP. De gevolgen voor de conjunctuur van de diverse bezuinigingen konden zeer fors zijn: zo waren de Griekse detailhandelsverkopen in december 2010 13,2% lager dan in december 2009. Verder bleek een deel van de Griekse bevolking zijn ongenoegen te uiten door zwart te rijden in het openbaar vervoer en tolheffing te saboteren[107].

November 2010: crisis rond Ierse overheidsfinanciën en Ierse banken[bewerken]

Vanaf eind oktober 2010 leidden wederom opkomende zorgen over de financiën van de zwakkere eurolanden tot dalende koersen van hun staatsleningen en oplopende CDS-prijzen. Dit werd voornamelijk veroorzaakt doordat een aantal vooraanstaande analisten en beleggers hun twijfels uitspraken over de haalbaarheid van de diverse bezuinigingsplannen[108], die zouden leiden tot een sterke aantasting van de groei, hetgeen zou leiden tot aanmerkelijk lagere belastinginkomsten. De staatsschuld als percentage van het BNP zou daardoor gedurende meerdere jaren nog blijven stijgen. Voorts speelden minder vertrouwenwekkende uitlatingen van een Griekse politicus een rol. Tenslotte kan gewezen worden op plannen voor wijziging van het Verdrag van Lissabon, waarbij bij volgende steunoperaties van bestaande houders van staatsleningen een financieel offer gevraagd zou worden[109]. De sterk dalende koersen van Ierse staatsleningen noodzaakten de Ierse regering tot een versnelde publicatie van de hoofdlijnen van de begroting voor 2011, met bezuinigingen van € 6 miljard[110]. In de week van 8 november 2010 escaleerden de zorgen rond de Ierse overheidsfinanciën. EU-commissaris Rehn bezocht Dublin, doch ontkende dat een Iers beroep op het EFSF aanstaande was. De koersen van Ierse staatsleningen daalden zeer sterk; de rendementen stegen tot recordniveaus. Het rendement op de 10-jaars lening steeg van 7,94% op dinsdag 9 november tot 8,54% op woensdag 10 november[111]. De koersen van Portugese staatsleningen daalden eveneens. De Franse president Sarkozy ondertekende de nieuwe pensioenwet[112]. De ministers van Financiën van een aantal EU-lidstaten verklaarden op 12 november 2010 dat eventuele steunverlening aan Ierland door het EFSF niet gepaard zou gaan met een gedwongen bijdrage van zittende houders van staatsleningen[113]. Hierop stegen de koersen van Ierse staatsleningen. Uit een enquête van Bloomberg bleek echter dat een groot aantal respondenten een default van eurozone-landen waarschijnlijk achtte: Griekenland 71%, Ierland 51%, Portugal 38%[114]. De financiering van Ierse banken bleek echter problematisch te zijn: per eind oktober 2010 had men in totaal € 130 miljard bij de ECB geleend[115].

Medio november 2010 raakten de problemen rond Ierland in een (verdere) stroomversnelling. Opmerkelijk was dat de Ierse regering zich (aanvankelijk) op het standpunt stelde geen behoefte te hebben aan steun: men had genoeg liquide middelen om eerst medio 2011 nieuwe leningen te moeten aantrekken. De EU-lidstaten drongen echter aan op steun, met name om de Ierse banken te saneren[116]. De vrees dat Portugal ook getroffen zou worden, was zichtbaar in een scherpe stijging van de tarieven die men op de geldmarkt moest betalen: voor 12-maands leningen 4,81% op 17 november 2010, wat op 3 november 2010 nog 3,26% was. De EU-regeringsleiders besloten op dinsdag 16 november 2010 een missie naar Ierland te sturen (met experts van de EC, de ECB en het IMF) die de problemen zou inventariseren.

Op donderdag 18 november 2010 verklaarde de Ierse regering zich bereid, steun te vragen ten bedrage van enkele tientallen miljarden euro's; men hoopte dat hiermee het vertrouwen van de markten zodanig zou terugkeren dat die lening niet nodig zou blijken te zijn[117][118]. Besprekingen begonnen direct[119].

De steun zou overigens niet zozeer voor de Ierse staat bedoeld zijn, als wel bestemd om te worden doorgeleend aan Ierse banken. Bij de Ierse terughoudendheid om steun te vragen, kan opgemerkt worden dat Ierland eerst sinds 1922 (volledig) onafhankelijk is. Er werd regelmatig verwezen naar de in de Eerste Wereldoorlog gehanteerde slogan "We serve neither King nor Kaiser but Ireland". Deze financiële hulp zou nu juist voor een groot deel afkomstig zijn van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. De reden dat nu juist deze landen aandrongen op het aanvaarden van steun kan gezocht worden in de grote bedragen die banken in die landen aan Ierse banken geleend hadden: een default van Ierse banken zou tot grote problemen voor hun eigen banken leiden. Een tweede aspect betrof de (zeer lage) Ierse vennootschapsbelasting, waarmee men een groot aantal grote ondernemingen bewogen had zich in Ierland te vestigen: de Ierse regering vreesde dat van Europese zijde zou worden aangedrongen op een aanmerkelijke verhoging daarvan[120]. Het besluit van de Ierse regering deze steun te aanvaarden, werd opgevat als een "inleveren" van de nationale soevereiniteit[121].

"Tussen de bedrijven door" bleek nog dat de Oostenrijkse regering de volgende termijn (ad € 190 miljoen) van het steunpakket aan Griekenland, in december uit te betalen, niet wilde vrijgeven omdat Griekenland over 2011 een hoger tekort zou gaan hebben dan in mei 2010 was afgesproken[122]. Hierop stegen de prijzen van CDS'en op Griekenland zeer sterk.

Op zondag 21 november kondigde de Ierse regering aan een steunaanvraag te gaan doen[123][124]. Reeds enkele dagen later kondigde men € 15 miljard aan bezuinigingen aan, met onder meer belastingverhogingen, een verlaging van het minimumloon en kortingen op uitkeringen[125]. Opmerkelijk was dat de aankondiging van het Ierse reddingsplan niet tot effect had dat de koersen van Ierse staatsleningen daalden. (Bij de bailout van Griekenland in mei 2010 was dit, hoewel slechts kortstondig, wel het geval geweest.)

Vanaf eind november 2010 werd met een zekere regelmaat geschreven over de vraag of het mogelijk en wenselijk zou zijn voor de zwakkere eurolanden, de euro te verlaten[126].

Op zondag 28 november 2010 werd bekend dat het reddingspakket voor Ierland € 85 miljard zou bedragen, waarvan € 67,5 miljard van het IMF en de EU, het European Financial Stability Fund, het EFSF en bilaterale leningen, en € 17,5 miljard van het eigen nationale pensioenfonds[127].

De te betalen rente zou afhankelijk zijn van de rente die het IMF zou hanteren bij het opnemen van termijnen ervan, plus een opslag die zou toenemen naarmate er meer geleend werd; indien het gehele bedrag in november 2010 zou zijn opgenomen zou de rente circa 5,80% hebben bedragen[128][129].

Aanscherping voorwaarden voor steunverlening bij toekomstige reddingsoperaties[bewerken]

In dezelfde vergadering van de EU-ministers van Financiën van 28 november 2010 werd overeenstemming bereikt over het afdwingen van een bijdrage van zittende obligatiehouders bij volgende steunoperaties. Voor staatsleningen uitgegeven vanaf medio 2013 zouden gelijkluidende bepalingen worden geïntroduceerd, inhoudende dat met obligatiehouders collectief kan worden onderhandeld over een financieel offer bij herstructurering, tot verlaging ("haircut") van de hoofdsom toe. De steun voor Europese instellingen zou in rangorde voorgaan boven houders van staatsleningen[130]. Deze bepalingen zouden kunnen worden ingeroepen indien het IMF en de EC zouden concluderen dat een EU-lidstaat, gelet op de omvang van de schulden, als insolvent zou moeten worden beschouwd[131].

Toenemende zorgen om Portugal en Spanje[bewerken]

Vrijwel direct nadat over de steunoperatie voor Ierland overeenstemming bereikt was, verplaatste de (negatieve) belangstelling van de financiële markten zich naar Portugal en Spanje[132]. De prijzen van CDS'en van deze landen liepen reeds op maandag 29 november duidelijk op[133][134]. Aan het einde van die week herstelden de koersen van deze staatsleningen zich weer enigszins.

December 2010: toenemende meningsverschillen; later enige ontspanning[bewerken]

In december 2010 was in steeds sterkere mate sprake van grote meningsverschillen over het te volgen beleid. Enerzijds was dit het geval binnen de ECB, waar men van mening verschilde over de vraag of doorgegaan moest worden met het opkopen van staatsleningen van de zwakkere eurolanden, nadat in de voorgaande weken per week tussen € 1 miljard en € 2 miljard per week was gekocht[135]. Anderzijds verschilden de ministers van Financiën van de euro-lidstaten van mening of het EFSF (reeds dan) moest worden uitgebreid, aangezien verwacht werd dat bij een voortgaand beroep daarop het bestaande noodfonds van € 750 miljard te klein zou blijken te zijn. Voorts verschilde men van mening over de merites van het uitgeven van "euro-obligaties", waarbij landen gezamenlijk geld zouden lenen (en het rentetarief daarop dus voor de zwakkere landen voordelig, doch voor de sterkere landen nadelig zou zijn)[136]. Met name Duitsland was mordicus tegen uitbreiding van het EFSF[137]. Op 16 december 2010 vergaderden de EU-regeringsleiders over een wijziging van het EU-verdrag dat het EFSF een permanente status zou moeten geven[138]. Men bereikte overeenstemming; de verdragswijziging moest uiteraard nog door de parlementen van de lidstaten worden goedgekeurd[139]. De omvang van het EFSF werd niet gewijzigd.

Reeds in het begin van 2011 bleek dat de bezorgdheid van beleggers niet was afgenomen: de koersen van Portugese staatsleningen daalden tot historische dieptepunten[140]. Ook koersen van Belgische staatsleningen daalden, als gevolg van de politieke crisis aldaar[141]. Halverwege januari 2011 trad een zekere verlichting in, mede als gevolg van het door de ECB opkopen van staatsleningen. Op het eind van januari 2011 trad een verdere ontspanning op, waar overigens geen concrete aanleiding voor aanwezig bleek aangezien er nog geen structurele oplossing voor de problemen leek te zijn: koersen van staatsleningen van perifere eurolanden stegen significant, en CDS-prijzen op die landen daalden. Het EFSF plaatste (met groot succes: de lening werd 9 x overtekend) een lening van € 5 miljard ten behoeve van de steunverlening aan Ierland[142].

Uitbreiding EU-steunpakket in maart 2011[bewerken]

Op 11 t/m 13 maart 2011 bereikten de Europese regeringsleiders overeenstemming over de hoofdlijnen van een uitbreiding van het pakket steunmaatregelen:[143][144][145][146][147]

  • Griekenland kreeg een korting van 1% op de rente op de te verstrekken leningen, mits er voor € 50 miljard geprivatiseerd zou worden, en tevens als "beloning" voor de getroffen bezuinigingsmaatregelen.
  • De uitbreiding van het EFSF werd definitief.
  • Het EFSF kon ook rechtstreeks staatsleningen kopen (in plaats van het emitteren van leningen en het doorlenen van de opbrengst daarvan).

Ierland zag het verzoek tot verlaging van de rente niet gehonoreerd: de andere EU-lidstaten verlangden een substantiële verhoging van het Ierse vennootschapsbelastingtarief (op dat moment 12,5%, zijnde het laagste in de EU en voor vele grote ondernemingen een reden om zich in Ierland te vestigen), waartoe Ierland niet bereid was. ECB-president Trichet toonde zich matig tevreden met de maatregelen: hij had, blijkens uitlatingen tegen journalisten, er de voorkeur aan gegeven dat het EFSF ook de rol van de ECB bij het opkopen van bestaande leningen had overgenomen. (De ECB had op dat moment circa € 77 miljard aan leningen opgekocht, doch steeds aangegeven dit als een noodmaatregel te beschouwen die niet tot de taak van de ECB behoorde.) Commentatoren achtten de aan de bereikte overeenstemming ten grondslag liggende ramingen omtrent het Griekse begrotingsoverschot en BNP-groei optimistisch en meenden dat men hiermee het probleem slechts vooruitgeschoven had[148].

Eind maart 2011: opnieuw toenemende zorgen over Portugal, uitmondend in verzoek om IMF- en EU-steun[bewerken]

Eind maart 2011 namen de zorgen over de staat van de Portugese overheidsfinanciën sterk toe. De Portugese regering viel over aangekondigde bezuinigingsplannen; de druk op Portugal om zich tot het EFSF te wenden nam toe. De ratings van Portugal werden in korte tijd sterk verlaagd; de koersen van Portugese staatsleningen daalden sterk. De (door de Portugese staat te betalen) rendementen stegen tot de hoogste niveaus sinds de invoering van de euro: het 5-jaars rendement steeg tot 9%[149][150]. Begin april 2011 daalden de koersen van Portugese staatsleningen verder; een veiling van kortlopend papier slaagde slechts tegen zeer hoge prijzen. Op 6 april kondigde de Portugese regering aan zich tot het IMF en de EU te zullen wenden voor een steunpakket dat door analisten op dat moment geschat werd op circa € 75 miljard[151][152]. Hierop herstelden de koersen zich weer enigszins[153], doch niet voor lang.

Het IMF waarschuwde in zijn World Economic Outlook van april 2011 dat de financiële positie van diverse Europese overheden zorgwekkend was, en kon overslaan op het bankwezen in andere landen in de eurozone:[154]

"Downside risks to the outlook continue to prevail. In the near term, continued strains in more vulnerable euro area sovereigns and banks pose a significant threat to financial stability and growth, as discussed in Chapter 1 of the April 2011 Global Financial Stability Report. This is mainly due to continuing weakness among financial institutions in many of the region’s advanced economies and a lack of transparency about their exposures. Financial institutions and sovereigns are closely linked, with spillovers occurring in both directions. Substantial cross-border linkages, as well as financial spillovers through higher risk aversion and lower equity prices, could generate a slowdown in growth and demand that would hinder the regional and global recoveries."

Op 4 mei 2011 werd bekend dat Portugal met de Europese Commissie, de ECB en het IMF een steunpakket van € 78 miljard was overeengekomen, in ruil voor (verdergaande) bezuinigingen en privatiseringen[155][156].

April 2011 en daarna: zorg over mogelijke "debt restructuring" van Griekse staatsleningen, uitmondend in akkoord[bewerken]

Vanaf april 2011 werd steeds meer rekening gehouden met de mogelijkheid van een "debt restructuring": een sanering van staatsschulden van Griekenland, Ierland en Portugal. Hierbij werden diverse scenario's voor mogelijk gehouden, die alle tot gevolg hadden dat de contractueel vastgelegde betalingen van bestaande staatsleningen verlaten zouden worden, uiteraard steeds in het nadeel van de houders van die staatsleningen. Dit zou een inbreuk op de contractuele verplichtingen betekenen, doch de houders van die staatsleningen zouden (naar aangenomen werd) weinig keus hebben: de juridische afdwingbaarheid zowel als het feitelijke verhaal van hun vorderingen zou problematisch kunnen zijn.

De volgende mogelijkheden werden genoemd:

  • Het verlagen van het nominal bedrag van de lening ("haircut");
  • Het verlengen van de looptijd van de lening, met behoud van de bestaande coupon;
  • Het verlagen van de coupon van de lening;
  • Een combinatie van deze mogelijkheden, met name van de laatste twee.

De directe aanleiding voor deze zorgen was de omstandigheid dat de vanaf 2013 door het Europees Stabiliteitsmechanisme te verstrekken leningen in rangorde boven bestaande staatsleningen zouden worden gesteld, alsmede dat in Europees verband was besloten om in de leningsvoorwaarden (van staatsleningen van alle landen in de eurozone) bepalingen op te nemen omtrent onderhandelingen met een collectiviteit van schuldeisers, waarbij een met een meerderheid daarvan bereikte overeenstemming opgelegd kon worden aan de overige crediteuren ("collective action clauses"). Een verdere aanleiding was gelegen in de inmiddels opgedane ervaringen met de steunpakketten voor Griekenland en Ierland: die hadden niet tot een (blijvende) verlaging van de door deze landen te betalen rentetarieven geleid[157].

Uiteraard wordt tot een dergelijke herstructurering slechts in uiterste noodzaak overgegaan: de houders van bestaande staatsleningen lijden een dermate groot verlies dat de bereidheid van beleggers, nieuwe staatsleningen te kopen gedurende een aanmerkelijke periode[158] is aangetast.

Demonstratie in Madrid, juni 2011

Medio april 2011 nam de crisis in intensiteit toe. De onmiddellijke aanleiding waren uitspraken van twee Duitse ministers (gevolgd door een Bundesbank-functionaris en een adviseur van bondskanselier Merkel), erop neerkomende dat men geen bezwaar had tegen een "vrijwillige schuldsanering" van Griekse staatsschulden[159]. Hierop daalden koersen van met name Griekse staatsleningen (doch ook Ierse, Portugese en Spaanse) zeer sterk. Opmerkelijk was dat de ECB geen steunaankopen deed. In Spanje ontstond een protestbeweging, bekend als "15-M", naar de datum waarom deze van start ging (15 mei).

In de loop van mei 2011 namen de problemen rond Griekenland crisisachtige vormen aan. Eind mei was sprake van een patstelling: het IMF wilde de volgende tranche van (hun deel van) het steunpakket van 2010 eerst vrijgeven als de financiering van Griekenland voor de komende 12 maanden zou zijn verzekerd; de EU-lidstaten waren hiertoe niet bereid. De door een team van inspecteurs van IMF, EU en ECB uit te brengen voortgangsrapportage werd uitgesteld (hetgeen uitzonderlijk was), hetgeen geruchten voedde dat de inhoud van het rapport negatief zou zijn. De ECB stelde zich op het standpunt dat de geherstructureerde leningen (waarvoor de term "reprofiling" werd bedacht) niet als onderpand voor voorschotten van de ECB zouden kunnen worden gebruikt. Voor banken die voor hun financieringsbehoefte (deels) aangewezen waren op de ECB zou medewerking aan zo'n "reprofiling" dus zeer nadelig zijn. Anderzijds werd aangenomen dat banken de nadelige effecten van reprofiling niet direct in hun bedrijfsresultaten zouden hoeven te tonen, doch over de gehele looptijd van de (verlengde) lening konden "uitsmeren"[160][161].

Diverse partijen (politici en centrale bankiers) namen regelmatig wisselende standpunten in. De koersen van Griekse staatsleningen daalden gestaag verder; de handel erin kwam vrijwel tot stilstand. De president van DNB, Nout Wellink, verklaarde publiekelijk dat de Grieken hun schuld met rente zullen gaan terugbetalen.[162][163]

Demonstratie in Athene, juni 2011

De Griekse bevolking, zich geconfronteerd ziende met de gerede kans op nog meer forse bezuinigingen, reageerde met regelmatige stakingen en andere acties, ook tegen aangekondigde privatiseringsplannen[164].

Op vrijdag 3 juni 2011 werd bekend dat Griekenland een principe-akkoord had bereikt over de uitbetaling van de volgende tranche van het bestaande steunpakket, alsmede over een volgend steunpakket, onder "strikte voorwaarden"[165]. In de week daarop bleek echter dat dit akkoord nog diverse vragen onbeantwoord liet. Met name de vraag of van "private" crediteuren (met name banken) een financieel offer gevraagd diende te worden, en welke vorm dit moest aannemen, leidde tot felle discussies tussen diverse betrokkenen. Met name tussen de Duitse regering en de ECB bleken grote meningsverschillen te bestaan.

In de daarop volgende week (van 13 juni 2011) bleken er tussen de diverse partijen nog grote meningsverschillen te zijn. (Met name de vraag of van private crediteuren -dus niet overheden- een financieel offer gevraagd diende te worden was aan de orde; uiteindelijk werd hiervoor de oplossing gevonden dat men hem zou vragen dit vrijwillig te doen, in de vorm van een verlenging van de looptijd van bestaande leningen, tegen dezelfde (bepaald niet marktconforme) coupon.) De positie van de Griekse regering verzwakte door het vertrek van twee parlementsleden van de PASOK-partij. De kans op een faillissement op zeer korte termijn nam sterk toe; de koersen van Griekse staatsleningen daalden sterk. (Tweejaars-leningen bereikten even een rendement van 30%!)

In de week van 20 juni 2011 overleefde de Griekse regering met een kleine meerderheid een vertrouwensvotum; het standpunt van het IMF was op dat moment echter dat men voor de door het IMF verlangde bezuinigingen een breed gedragen steun wenste. Aan het eind van de week gingen de EU-regeringsleiders in beginsel akkoord met een tweede steunpakket, onder voorwaarde dat het Griekse parlement de bezuinigingen zou goedkeuren. (Een stemming hierover was op dat moment voorzien voor 28 juni; in hoeverre ook de EU een goedkeuring door de oppositie wenste ging in het rumoer van de besluitvorming verloren.) Besprekingen met banken omtrent de vrijwillige medewerking aan verlenging van bestaande leningen gingen direct van start; of een modus gevonden zou kunnen worden die zowel zou leiden tot een significant economisch voordeel voor Griekenland als zou voldoen aan de door de ECB gestelde eis dat dit niet zou worden beschouwd als een "event of default" bleef onduidelijk. Ook bestond op dat moment onduidelijkheid of de uitbetaling van de juli-tranche van het eerste steunpakket zou plaatsvinden.

Op woensdag 29 juni nam het Griekse parlement met een krappe meerderheid (155 stemmen voor, op 298 uitgebrachte stemmen) bezuinigingsvoorstellen van in totaal € 28 miljard aan; de uitslag bleef in feite tot de stemming zelf onzeker[166][167]. Tijdens de parlementaire behandeling vonden (soms ernstige) rellen plaats[168][169][170]. Met dit besluit leek de weg vrij voor de uitbetaling van de volgende tranche van € 12 miljard van het eerste noodpakket: zonder dit bedrag, zo werd algemeen aangenomen, zou de Griekse overheid medio juli geheel zonder geld zitten. Franse banken en de Franse regering presenteerden een (vrij complex) plan voor de invulling van die "vrijwillige medewerking" dan onder meer voorzag in een vervangen van de helft van vervallende staatsleningen door leningen voor 30 jaar, met een coupon die deels afhankelijk was van de toekomstige groei van het Griekse GDP[171]. Het plan werd in de financiële markten gematigd positief ontvangen, doch betwijfeld werd of dit een oplossing zou bieden voor het probleem dat Griekenland in feite insolvent was[172]. Op 30 juni werd een uitvoeringswet aangenomen, tevens omvattende de fiscale plannen voor 2012 - 2015.

Juli 2011[bewerken]

Ratingverlaging Portugal[bewerken]

Op 5 juli 2011 verlaagde Moody's de rating van Portugal met vier "notches" tot beneden "investment grade". Dit leidde tot een golf van verkopen van Portugese staatsleningen[173]. (Ook Ierse staatsleningen daalden sterk.) Op de financiële markten ontstond de vrees dat Portugal genoodzaakt zou worden een tweede steunpakket aan te vragen, en dat alsdan op houders van Portugese staatsleningen druk zou worden uitgeoefend om eveneens mee te werken aan een vrijwillige verlenging van bestaande leningen. Een dergelijk scenario werd ook voor Ierland mogelijk geacht[174]; zelfs ten aanzien van Italië en Spanje werden beginnende twijfels geuit. In de loop van juli namen deze zorgen toe, hetgeen leidde tot aanmerkelijke koersdalingen van Spaanse en Italiaanse staatsleningen. De Italiaanse regering presenteerde een pakket bezuinigingen van € 42 miljard, dat opmerkelijk snel door het parlement werd aangenomen.

Ratingverlaging Italië[bewerken]

Door ongelukkige uitspraken van premier Berlusconi van Italië tijdens een politieke ruzie binnen de regering, zakte het vertrouwen van de beleggers in Italië en paste de kredietbeoordelaar Moody's de kredietstatus van Italië naar beneden aan. In reactie hierop heeft het Italiaanse parlement versneld bezuinigingsmaatregelen ingevoerd om het vertrouwen terug te winnen.

21 juli: Europees topberaad[bewerken]

Op 21 juli 2011 bereikten de zeventien lidstaten van Economische en Monetaire Unie overeenstemming over een nieuw pakket van 109 miljard euro dat tot 2014 aan Griekenland ter beschikking wordt gesteld. Het bedrag komt zowel ten laste van de gezonde eurolanden, het Internationaal Monetair Fonds als ook private partijen, zoals banken, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. Ook is afgesproken dat het noodfonds voor de euro (het EFSF) flexibeler zal worden ingezet. Zowel Griekenland, Ierland als Portugal kunnen voortaan tegen een laag tarief van 3,5 tot 4% lenen. De looptijd van de Griekse leningen zal tot 15 jaar worden verlengd. Al met al betekenen de maatregelen een verlichting van de Griekse staatsschuld zonder dat er van een 'event of default' sprake is. Daarnaast kunnen in het kader van de EFSF voortaan staatsobligaties worden opgekocht van andere landen, die in de toekomst mogelijk nog in problemen kunnen gaan komen.

De Nederlandse premier Rutte toonde zich ingenomen met het resultaat. Hij sprak van goed nieuws voor de Nederlandse spaartegoeden en pensioenen. Hij was met name verheugd dat de private partijen een deel van de financiering voor hun rekening nemen. Ook staat Nederland achter het initiatief om in overleg te treden met het Europees Parlement over strengere maatregelen tegen landen die zich in onvoldoende mate aan de begrotingsregels van de Europese Unie houden.[175]

De wijze waarop de financiële sector (voor circa € 37 miljard) zou bijdragen (waarbij werd gesteld dat Griekenland een "exceptional and unique solution" vergde) bleef tamelijk vaag: een grote Zwitserse bank noemde dit "amorphous". Analisten wezen er op dat dit niet betekende dat de private sector Griekenland een dergelijk bedrag zou "schenken", doch dat dit de vermoedelijke omvang was van het bedrag aan Griekse staatsleningen dat "doorgerold" zou worden. Een analist kwam tot de conclusie dat de netto-bijdrage van de financiële sector op € 4,2 miljard geraamd kon worden. Voor het probleem van de "selective defaults" leek een oplossing gevonden te zijn. Het resultaat werd door de financiële markten in hoofdzaak positief ontvangen[176]; de markten wezen er echter op dat voor een succes op langere termijn een sterke groei in de perifere landen noodzakelijk bleef alsmede dat de extra activiteiten van het EFSF tot een verzwaring van de garanties van de sterkere eurolanden leidden, en daarmee uiteindelijk tot mogelijke extra lasten voor die landen[177]. CDS'en op Griekenland daalden op 22 juli met circa 500 bp[178]. De aanvankelijke euforie begon echter reeds in de middag van vrijdag 22 juli weg te ebben.

Vanaf augustus 2011: Hernieuwd opkopen van staatsleningen door ECB; vertraging in besluitvorming[bewerken]

Een scherpe daling van de koersen van Italiaanse en Spaanse staatsleningen in de loop van juli 2011 leidde ertoe dat de ECB vanaf begin augustus op opmerkelijk grote schaal[179] staatsleningen, vooral Italiaanse, ging opkopen. Dit leidde eerst tot een grote koersstijgingen (het rendement van 10-jaars Italiaanse en Spaanse staatleningen daalde op 8 augustus met circa 100 basispunten), doch in de weken daarna liep het rendement, ondanks vrijwel dagelijkse steunaankopen, weer merkbaar op. De in juli in aller ijl door de Italiaanse regering gepresenteerde bezuinigingsplannen van € 45 miljard werden meerdere keren herzien, waarbij het eindbedrag iedere keer lager werd[180]; enkele dagen later werd echter een pakket van € 54 miljard gepresenteerd en door de Senaat aangenomen[181]. Medio september nam ook het Huis van Afgevaardigden het voorstel aan.

De problemen rond Griekenland werden in de loop van augustus steeds complexer. Het programma voor de omwisseling van Griekse staatsleningen, waarbij banken een "substantiële" bijdrage zouden moeten leveren aan de sanering van de Griekse overheidsfinanciën, bleek in uitgewerkte vorm tamelijk complex. Voorts bleek Finland slechts genegen tot medewerking aan de tweede steunpakket indien Griekenland zekerheid zou stellen voor de te verstrekken leningen. Dit leidde tot ongenoegen en vertraging in de uitwerking. Een commissie van het Griekse parlement rapporteerde op 1 september 2011 dat de Griekse budgettaire situatie "rampzalig" was; de voorzitter van deze commissie trad daags erop af nadat de minister van Financiën had verklaard dat de commissie geen enkel begrip van economie had. De privatisering van Griekse staatseigendommen bleek reeds vertraging te ondervinden[182].

Het aankopen van (met name Italiaanse) staatsleningen bleek intussen slechts ten dele effect te sorteren: het kon niet verhinderen dat er regelmatig dagen (of delen van dagen) met forse koersdalingen plaatsvonden. Dit beleid bleek binnen de top van de ECB tot (zeer) grote conflicten te hebben geleid: op 9 september nam bestuurslid Jürgen Stark onverwacht ontslag, naar algemeen werd aangenomen omdat hij zich hiermee niet kon verenigen.

De (theoretische) rendementen Griekse staatsleningen namen, overigens zonder omzet van betekenis, toe tot volstrekt ondenkbare niveaus: zo zou een nog zes maanden lopende lening op 13 september 2011 een rendement hebben (uitgaande van de veronderstelling dat op de aflossingsdatum hoofdsom en rente inderdaad ontvangen zouden worden) van ruim 170%.

In september 2011 nam de druk gestaag toe: de uitwerking van de besluiten van de eurotop van 21 juli bleek moeizaam te gaan. De mogelijkheid van een "beheerst faillissement" van Griekenland werd niet meer als "ondenkbaar" of "uitgesloten" beschouwd, ook niet door (diverse) politici[183]. Een overleg van de eurogroep (de Europese ministers van Financiën) op 16 september leidde niet tot een uitweg uit de diverse patstellingen. De algehele toename van de spanning op de kapitaalmarkten kwam tevens tot uiting in de stijging van CDS-prijzen: die op Italië stegen tot boven 500 basispunten. De kans op een faillissement van Griekenland werd steeds meer als reëel beschouwd[184][185]. In het weekend van 24 en 25 september werden plannen aangekondigd voor een zeer omvangrijke uitbreiding van het EFSF. Hierna trad een zekere ontspanning in. Diverse parlementen keurden de uitbreiding (van juli 2011) van het EFSF goed. De uitbetaling van de oktober-tranche van het eerste Griekse steunpakket ad € 8 miljard bleef onzeker; de inspecteurs van ECB, EU en IMF hadden medio september hun werk opgeschort en kwamen eerst eind september weer terug doch vonden toen de toegang tot diverse ministeries geblokkeerd door demonstrerende Griekse ambtenaren.

7 oktober 2011: Zwitserland legt een maximumkoers voor de Zwitserse frank[bewerken]

De Zwitserse economie heeft veel last van de hoge koers van de Zwitserse frank die als vluchthaven wordt gebruikt door beleggers. De Zwitserse centrale bank zal nu onbeperkt euro's opkopen met nieuwe gedrukte Zwitserse franken om de koers op maximaal 1,20 € voor een euro te beperken. Sindsdien is de balans van de centrale bank een stortplaats voor euro's geworden.[186]

Oktober 2011: verdere verdieping van de crisis; besluit tot kwijtschelding van deel schulden[bewerken]

In oktober 2011 verdiepte de crisis zich verder. De Frans-Belgische groep Dexia bleek ernstige liquiditeitsproblemen te ondervinden en kreeg wederom staatssteun (wat in 2008 ook al gebeurd was). Circa € 100 miljard aan dubieuze leningen zouden worden ondergebracht in een "bad bank"; de Belgische regering nam de Belgische retail-tak over voor € 4 miljard; de Belgische, Franse en Luxemburgse regering verstrekten in totaal € 90 miljard aan garanties. De Franse president Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel kondigden begin oktober aan, eind oktober een veelomvattend plan voor de definitieve oplossing van de crisis te zullen presenteren, doch verschaften nog geen details. Enkele dagen later presenteerde EU-commissievoorzitter Barroso eveneens een als alles omvattend en definitief bedoeld plan. Geruchten over een voorgenomen afwaardering van Griekse staatsleningen werden steeds vaker vernomen. Scheidend ECB-president Trichet sprak op 10 oktober 2011 van een "systemische dimensie" van de crisis:[187]

"The crisis has reached a systemic dimension. Sovereign stress has moved from smaller economies to some of the larger countries. The crisis is systemic and must be tackled decisively."

De procedure van parlementaire goedkeuring van de uitbreiding van het EFSF werd op 13 oktober 2011 afgerond, toen het Slowaakse parlement dit alsnog goedkeurde, nadat een der oppositiepartijen twee dagen eerder door toen tegen te stemmen de regering ten val had gebracht.

Grieks vermogen vlucht het land uit

Uit vrees voor een Grieks uittreden uit de euro, waarbij de euro’s op Griekse banken plotseling veel minder waard zouden zijn, hadden in oktober 2011 Griekse particulieren al 200 miljard euro’s van Griekse bankrekeningen naar Zwitserse gebracht[188]. Dit verplaatste Griekse geld kan (groten)deels zwart geld zijn, maar er kan evengoed ‘wit’ geld bij zitten.

Griekenland zou door het afsluiten van een belastingverdrag met Zwitserland alsnog over dat veronderstelde zwarte geld belasting kunnen heffen[188]. Volgens Horst Reichenbach, het hoofd van de Griekenland-taskforce van de Europese Unie, staat Zwitserland hier niet onbereidwillig tegenover[188].

Uitgebreid EU-topberaad eind oktober 2011; G20 begin november 2011[bewerken]

Eind oktober 2011 werd in diverse Europese gremia herhaald en uitgebreid vergaderd. De onmiddellijke aanleiding was het Trojka-rapport[189] dat waarschuwde dat de Griekse economie zodanig verslechterd was dat zonder (omvangrijke) kwijtschelding van schulden tot in lengte van jaren steun nodig zou zijn:

"The assessment shows that debt will remain high for the entire forecast horizon. While it would decline at a slow rate given heavy official support at low interest rates (through the EFSF as agreed at the July 21 Summit), this trajectory is not robust to a range of shocks. Making debt sustainable will require an ambitious combination of official support and private sector involvement (PSI). Even with much stronger PSI, large official sector support would be needed for an extended period.In this sense, ultimately sustainability depends on the strength of the official sector commitment to Greece."

Overlegd werd met name over een kwijtschelding van Griekse schulden, waarbij 60% genoemd werd: ook de bijdrage van de private sector zou deze omvang moeten krijgen. Als gevolg van een dergelijke schuldreductie zouden Europese banken extra kapitaal moeten aantrekken, waarvoor een bedrag van € 100 miljard genoemd werd. De discussie (met name tussen Duitsland en Frankrijk) spitste zich toe op de vraag welke rol het EFSF hierbij zou moeten hebben. Voor de vormgeving van de uitbreiding van de omvang van het EFSF werden tamelijk complexe varianten bedacht[190]. Op Italië werd druk uitgeoefend om eerder toegezegde (en door het parlement besloten) bezuinigingen te concretiseren.

In de nacht van 26 op 27 oktober 2011 werd na 8 uur vergaderen door de regeringsleiders van de eurozone een akkoord bereikt[191]. De Griekse staatsschulden (voor zover in handen van de private sector) zouden met 50% gekort worden; het EFSF werd "geleveraged" tot € 1000 miljard[192]; de institutionele structuur zou versterkt worden; het eigen vermogen van de Europese banken zou met € 106 miljard versterkt moeten worden. De reacties op de financiële markten waren aanvankelijk positief, doch niet van lange duur: een emissie van Italiaanse staatsleningen op vrijdag 28 oktober was niet echt een succes[193]. Enkele dagen later, op 31 oktober 2011, kondigde de Griekse regering (geheel onverwacht[194]) een referendum over het steunpakket en de daarmee samenhangende bezuinigingen aan[195]. Dit leidde tot een forse commotie op de financiële markten en ongenoegen bij de Europese regeringsleiders[196]. Op 3 november liet de Griekse premier dit plan weer varen, nadat de EU en het IMF de uitbetaling van verdere steun opschortten.

Bij de vergadering van de G20 op 3 en 4 november 2011 bleken de niet-Europese landen niet genegen om de EU de omvangrijke hulp te geven waarop de EU gehoopt had. Italië accepteerde (onder grote druk) toezicht van het IMF[197] bij het doorvoeren van bezuinigingen.

De Griekse regering en de oppositiepartij ND bereikten op 6 november overeenstemming over het vormen van een overgangsregering die vervroegde verkiezingen zou uitschrijven[198][199]. Eerst na meerdere dagen onderhandelen werd overeenstemming bereikt over de benoeming van voormalig ECB-bestuurder Lucas Papademos tot premier. Op 18 november 2011 presenteerde de nieuwe Griekse regering een begroting waarin een afname van het begrotingstekort werd verwacht van 9% in 2011 tot 5,4% in 2012, met name op basis van de beide steunpakketten van de EU en van het IMF[200]. Onderhandelingen met de private crediteuren over de vormgeving van de "haircut" van 50% leidden nog niet tot resultaat.

8 tot 16 november 2011 en later: regeringscrisis in Italië[bewerken]

Op 8 november 2011 kondigde de Italiaanse premier Berlusconi aan te zullen aftreden zodra de (reeds enkele maanden eerder aangekondigde) bezuinigingen door het parlement zouden zijn aangenomen. De dag erop stortten Italiaanse staatsleningen volledig in, met koersdalingen van circa 4% in enkele uren: het rendement op 10-jaars leningen steeg rond het middaguur tot ruim 7,45%[201][202]. Later op de dag trad, door omvangrijke steunaankopen van de ECB, een zeker herstel op. De dagen erna herstelden Italiaanse staatsleningen zich weer grotendeels, op het vermoeden dat nu een regeringswisseling afgedwongen zou kunnen worden. Dit bleek, na enkele dagen van onzekerheid en geruchten, het geval te zijn: het Italiaanse parlement nam de bezuinigingsvoorstellen aan (de Senaat op 11 november, het Huis van Afgevaardigden op 12 november); direct hierna trad Berlusconi af om plaats te maken voor Mario Monti, voormalig EU-commissaris[203]. Deze presenteerde op woensdag 16 november een kabinet dat geheel uit niet-politici bestond, en waarin hijzelf zowel premier als minister van Financiën was. Op de financiële markten had dit slechts een zeer kortstondig positief effect: de ECB moest frequente en omvangrijke steunaankopen blijven doen om het rendement op 10-jarige Italiaanse staatsleningen niet boven 7% te laten stijgen. De door de Italiaanse regering aan het eind van de week gepresenteerde begroting leidde tot demonstraties. Op 23 november trad een nieuwe fase in toen zelfs Duitsland moeite had om kapitaal aan te trekken.[204], waarbij gelijktijdig ook de Nederlandse rente sterk opliep. Op 25 november werden de ratings van Portugal, Hongarije[205] en België verlaagd.

De eerste dagen van december 2011 trad een duidelijke ontspanning op, naarmate sprake leek van een toenadering tussen Duitsland en Frankrijk over de wenselijkheid van een verscherpt toezicht op de begrotingsdiscipline van de lidstaten en de (centrale) rol van de Europese Commissie en de (ondersteunende) rol van de ECB daarbij.

België[bewerken]

De rente op de Belgische staatsleningen liep hoog op door het ongeduld van internationale beleggers wegens de langdurige regeringsformatie. De kredietstatus werd verlaagd, net op het moment dat een regeringsakkoord werd bereikt. Bij de laatste uitgifte van staatsleningen voor de internationale beleggingsmarkt, liep de rente op tot 5,5%. Daarnaast werden echter ook kasbons voor het publiek uitgeven. Aftredend premier Leterme deed een oproep aan de Belgen om het land te ondersteunen door deze kasbons te kopen. Dit is een groot succes geworden. Hierbij werd 5,7 miljard euro opgehaald aan een relatief lage rente rond 4%[206]. Door dit signaal van vertrouwen in de eigen economie aan de internationale beleggers, is de rente op Belgische staatsobligaties aanzienlijk gedaald.

Ook problemen buiten de eurozone[bewerken]

Ook Europese landen met hoge schulden buiten de eurozone hebben het vertrouwen van de beleggers verloren. Hongarije heeft grote schulden en heeft hulp bij het IMF en Europa gevraagd. Veel hypotheken werden in euro's afgesloten, maar door de devaluatie van de lokale munt zijn die onbetaalbaar geworden. Met een wet werden deze hypotheken verplicht omgezet in de lokale munt. Europese banken lijden hierdoor veel schade.

Het Verenigd Koninkrijk heeft naar verhouding ongeveer net evenveel staatsschulden als Griekenland opgebouwd. De regering heeft echter tijdig zware bezuinigingen uitgevoerd waardoor het vertrouwen van de beleggers is behouden en de rente laag is gebleven. Door de overheidsbezuinigingen is er echter nauwelijks groei meer en zijn extra bezuinigingen nodig. De verwachte termijn voor het budgettair evenwicht is nu verschoven van vijf jaar naar zeven jaar.

De staatsschuldencrisis ook buiten Europa[bewerken]

Naast Europa, hebben de meeste westerse landen en Japan grote staatsschulden opgebouwd. De tot nu toe gebruikte stimuleringsmaatregelen (lage rente, belastingsverminderingen, extra overheidsuitgaven en geld bijdrukken (quantitative easing)) om de consumptie te verhogen, hebben weinig of geen effect meer. Door deze maatregelen worden de schulden alleen maar groter. De Europese staatsschuldencrisis is een onderdeel van een wereldwijde krediet/schuldencrisis.

Eurotop 8 en 9 december 2011[bewerken]

Op de eurotop van 8 en 9 december werd (na circa 10 uur vergaderen) overeenstemming bereikt over een nieuw verdrag (alleen tussen de zeventien landen van de eurozone, waar de andere tien landen zich bij konden aansluiten), met als doel een aanzienlijk strengere begrotingsdiscipline: men diende de eis van een sluitende begroting in de nationale grondwet op te nemen; sancties bij overschrijding zouden zo veel mogelijk automatisch zijn. Het Hof van Justitie zou erop kunnen toezien. Het zijn echter wel de eurolanden zelf die landen die de regels overtreden voor de rechter moeten brengen. Tevens werd de inwerkingtreding van het ESM "naar voren gehaald" tot juli 2012[207]. Hiermee werd een in principe verstrekkende stap gezet: tot dan toe was de begroting de vrijwel exclusieve bevoegdheid van iedere lidstaat geweest, terwijl de in het Verdrag van Maastricht voorziene sancties nooit waren opgelegd. De vraag rees echter wel, of op nationaal niveau vereiste goedkeuringen (door de nationale parlementen of in referenda) nog belemmeringen zouden kunnen opwerpen.[208]

December 2011: € 489 miljard driejaars-leningen van de ECB aan het bankwezen[bewerken]

Op 21 december 2011 wees de ECB € 489 miljard toe aan driejaars-leningen aan een groot aantal Europese banken, tegen een rente die gelijk was aan de refi rate gedurende de looptijd (in december 2011 was dit 1,00%). Dat deze faciliteit zou worden verstrekt, was al enkele weken bekend: de ECB had dit aangekondigd enkele dagen na de eurotop van 8/9 december 2011. De bedoeling was dat banken dit zouden gebruiken voor de aanschaf van (vooral Italiaanse en Spaanse) staatsleningen; het vermoeden werd geuit dat op de banken druk was uitgeoefend om dit te doen, doch onduidelijk was toen nog of het beoogde effect bereikt zou worden.[209][210][211] Bij het bedrag van € 489 miljard dient opgemerkt te worden dat dit deels diende ter vervanging van aflopende eerdere faciliteiten. De banken konden zo risicoloos korte staatsleningen van hun land kopen, waardoor de korte rentes van de Zuid-Europese staten sterk ging dalen.

Succesvolle uitgifte Italiaanse staatsobligaties[bewerken]

Op 28 december 2011 plaatste Italië voor negen miljard euro aan staatsobligaties tegen 3,25% rente. Dat is de helft van de 6,5% rente die een maand eerder nog betaald moest worden.[212] Een emissie van 10-jaars obligaties op 29 december was met een rendement van 6,98% een duidelijk minder succes.

Januari 2012: voortslepende onderhandelingen over Griekse schulden; sterke koersdalingen Portugese staatsleningen[bewerken]

In januari 2012 werd voortdurend[213] verder onderhandeld over de sanering van de Griekse staatsschuld. Niet alleen was de omvang van de bijdrage van de private sector een punt, naarmate de tijd verstreek werd steeds meer druk uitgeoefend op de ECB om ook een deel van de vorderingen op Griekenland te schrappen.[214] In de tweede helft van januari 2012 daalden Portugese staatsleningen sterk in koers op toenemende zorgen van beleggers: het herstel van de Portugese economie liet ernstig te wensen over (ook door de omvang van de opgelegde bezuinigingen) zodat de schuldquote alleen maar toenam. De kans dat houders van Portugese staatsleningen binnen afzienbare tijd ook met een "haircut" zouden worden geconfronteerd werd gestaag groter geacht.[215] Eind januari lag het rendement van de tienjarige Portugese staatslening, ondanks steunaankopen door de ECB, op ruim 16%. (De dagen erop trad een zeker herstel in, tot circa 14%.)

Februari 2012: Tweede Griekse steunpakket en tweede LTRO[bewerken]

Op 20 februari is bij een Europese top van ministers van Financiën, na eerdere pogingen in de maand een definitief akkoord gegeven voor een steunpakket van 130 miljard euro aan Griekenland. Dit zal in tranches uitbetaald worden en is afhankelijk van het stipt volgen van de Europese afspraken. Daarnaast is toegezegd dat de banken 100 miljard euro zullen afschrijven op hun obligaties.

Er werd na 13 uur vergaderen een complex compromis bereikt: Griekenland zou in beginsel het tweede steunpakket van € 130 miljard krijgen, mits tot aanvullende bezuigingen werd besloten en ook eerder aangekondigde maatregelen daadwerkelijk uitgevoerd werden; de private crediteuren gingen akkoord met een verdere "haircut" dan eerder afgesproken, en de (formeel nog steeds vrijwillige) medewerking van de private crediteuren zou afgedwongen kunnen worden.[216] Bij deze onderhandelingen werd uitgegaan van ramingen die er in voorzagen dat de Griekse staatsschuldquote in 2020 zou uitkomen op 120,5%, doch in een strikt vertrouwelijk doch uitgebreid uitgelekt rapport van de "trojka" werd gesteld dat bij een tegenvallende ontwikkeling dit circa 160% zou kunnen zijn. De ECB en de nationale centrale banken zouden worden ontzien, doch de toekomstige koerswinsten (het verschil tussen de aflossing tegen 100% en de door hen betaalde aankoopkoers) en de coupons zouden door hen worden uitgekeerd aan hun aandeelhouders (de nationale overheden) die dit dan naar eigen inzicht konden besteden.[217] Tevens werd besloten tot strengere controle op de besteding van de steun: er zou een "permanente aanwezigheid" van controleurs zijn, en een deel van de steun zou in een speciaal fonds gestort worden waaruit betalingen aan crediteuren gedaan zouden worden.[218] De vereiste wetgeving werd reeds dinsdagavond bij het Griekse parlement ingediend: men diende in luttele dagen een uitgebreid pakket aan maatregelen aan te nemen: onder andere verlaging van minimumloon en pensioenen, hervorming van het belastingstelsel en liberalisering van een groot aantal beroepen. Een deel van deze maatregelen was overigens reeds (veel) eerder door de Griekse regering toegezegd. Voorts zou in de grondwet worden vastgelegd dat betaling van crediteuren voorrang had boven bekostiging van overheidsdiensten. Op 29 februari wees de ECB € 530 miljard toe op de tweede 3-jaars LTRO[219], waar 800 banken op hadden ingeschreven.[220]

Afwaardering Griekse staatsobligaties[bewerken]

Er werd een akkoord bereikt dat de banken (formeel) vrijwillig een 53,5% [221] afwaarderen op de nominale waarde van de Griekse staatsobligaties. Deze PSI (Private Sector Involvement) werd uitgevoerd in de vorm van een inruilbod waarop beleggers (banken) zich vrijwillig kunnen inschrijven. De obligaties werden ingeruild tegen nieuw uit te geven Griekse staatsleningen met looptijden van 11 tot 30 jaar (samen 31,5%) en een lage doch in de loop der tijd iets stijgende rente, en kortlopende obligaties voor 15% van de nominale waarde ten laste van het EFSF. Aan de Griekse staatsleningen waren warrants gekoppeld die een uitkering zouden doen indien de Griekse economie in de toekomst voldoende zou groeien. De Griekse wetgeving werd aangepast: er werden -met terugwerkende kracht!- collective action clauses aan de leningsvoorwaarden toegevoegd. De beleggers dienden zich voor 9 maart uit te spreken omtrent hun instap. De omruil zou dan op 12 maart uitgevoerd worden voor de obligaties uitgegeven onder Grieks recht, en op 5 en 6 april voor de obligaties onder Japans en Engels recht.[222]

De afwaardering was een succes met ongeveer 85% van de obligatiehouders die mee deden. Daar er meer dan driekwart van het kapitaal mee deed, kon ook nog eens 11% van de overblijvende obligatiehouders verplicht worden om mee te doen. In marktwaarde waren de obligaties al onder de 50% van de nominale waarde gedaald. Op die basis leden de obligatiehouders geen of weinig verlies met de inruil.

De toezichthouder ISDA (International Swaps and Derivatives Association) bepaalde dat de gang van zaken rond de schuldsanering als een "credit event" diende te worden beschouwd, waardoor de op Griekse staatsleningen afgesloten credit default swaps (CDS-contracten; verzekeringen tegen faillissementen) tot uitbetaling dienden te komen. Op 19 maart vond een veiling plaats ter bepaling van de "restwaarde" van (oude) Griekse staatsleningen: deze bleek op 21,5% te liggen. De koersvorming van de nieuwe Griekse staatsleningen gaf aan dat beleggers nog niet overtuigd waren dat de Griekse overheidsfinanciën deugdelijk gesaneerd waren: de rendementen liepen, na enkele dagen, van 20% (voor de 10-jaars lening) tot 16,5% (voor de 30-jaarslening). De waarde van de warrants was nagenoeg nihil.

Bij de herstructurering van de Griekse staatsschuld bleek dat de ECB voor zichzelf (en de nationale centrale banken die feitelijk het opkopen van staatsleningen deden) een uitzonderingspositie had bedongen: men wenste niet mee te werken aan het afschrijven op de Griekse staatsleningen.[223]

Begin april 2012: wederom toenemende zorgen omtrent Spanje[bewerken]

Spaanse huizenprijzen vanaf 2007
Gesloten winkels in Ibiza, juli 2012
Stilgelegd bouwproject in Canovelles, Catalonië

Vanaf begin april 2012 ontstonden wederom toenemende zorgen over de Spaanse overheidsfinanciën. De oorzaken waren de snel afkoelende economie[224], de hoge werkloosheid, de financiële positie van de Spaanse regio's, de nog steeds verslechterende huizenmarkt en de vraag of de geplande bezuinigingen[225] niet tot een verdere "afknelling" van de economie zouden leiden. Het rendement op Spaanse 10-jaars leningen steeg (met overigens forse fluctuaties) van 5,35% eind maart tot tegen de 6% op 13 april: een niveau waarop gespeculeerd werd of de ECB zou gaan ingrijpen, of zelfs Spanje een verzoek om steun zou moeten doen aan de EU en het IMF. De Spaanse regering ontkende echter in alle toonaarden dat dit nodig zou (gaan) zijn. Het rendement op Italiaanse staatsleningen steeg ook, maar minder.

Eind mei kwamen de Spaanse overheidsfinanciën weer in het nieuws na problemen met de onroerendgoedportefeuille van de Spaanse bank Bankia: er bleek een kapitaalinjectie van € 19 miljard nodig te zijn, doch over de uitwerking daarvan werden in enkele dagen tijd diverse plannen gepresenteerd.[226] Het rendement op Spaanse 10-jaarsleningen was wisselend, doch steeg in de laatste dagen van mei 2012 af en toe tot boven 6,5%. Van direct ingrijpen van de ECB was echter, voor zover te traceren viel, geen sprake.

Eind april 2012: bezuinigingen versus groei?[bewerken]

Vanaf eind april 2012 ontstond een discussie over de vraag of de bezuinigingen niet te zeer de groei afknelden. Vrijwel alle landen in de eurozone leken niet in staat om in 2013 een overheidstekort van 3% van het GDP te halen, laat staan in 2012. De Spaanse regering was hierin het meest expliciet, doch diverse andere landen "morrelden" eveneens aan het nog zeer recent afgesloten nieuwe begrotingsverdrag. Eind april leek alleen Duitsland nog voorstander van een onverkort vasthouden aan die norm, en leek de Europese Commissie bereid om de regels te versoepelen[227][228]; de Nederlandse regering bleek, na de val van het kabinet-Rutte, in staat om in enkele dagen een akkoord te bereiken waarin aan een tekort van 3% (in 2013) werd vastgehouden.

Parlementsverkiezingen in Griekenland op 6 mei 2012[bewerken]

De Griekse parlementsverkiezingen leidden tot een sterk gefragmenteerde zetelverdeling die niet leidde tot een snelle regeringsvorming. De bestaande gelegenheidscoalitie van PASOK en ND bleek twee zetels tekort te hebben voor een meerderheid.[229] Een poging van ND-leider Samaras een regering te vormen strandde reeds de tweede dag, evenals een poging van Syriza-leider Tsipras, en daarna van PASOK-leider Venizelos. Ook een Griekse regering van nationale eenheid bleek niet mogelijk: op donderdag 17 mei 2012 werd een interim-regering geïnstalleerd die als voornaamste taak had opnieuw verkiezingen uit te schrijven; deze werden gepland op 17 juni 2012.

Grexit[bewerken]

Als gevolg van de crisis in Griekenland kwam begin 2012 de term Grexit in gebruik, die verwees naar de eventuele vrijwillige of gedwongen uitstap uit de eurozone. Een samentrekking van Greece en exit. Sommige commentatoren gebruikten nadien ook de term Spexit, die verwees naar Spanje. Sommige kranten wijdden reeds in mei 2012 een volledige bijlage aan de titel Grexit. Met daarin een bespreking van de gevolgen van een uitstap, alsook interviews met economen, professoren, de man in de straat en politici.

Vanaf mei 2012: discussies over Eurobonds[bewerken]

Vanaf mei 2012 werd in toenemende mate tussen Europese regeringsleiders gediscussieerd over de merites van eurobonds: staatsleningen die door alle landen van de eurozone gezamenlijk zouden worden uitgegeven, en waarvoor men hoofdelijk aansprakelijk zou zijn. Het effect zou zijn dat de daarvoor te betalen rente op het gemiddelde van de eurozone zou uitkomen, zo niet lager (door de aanwezigheid van de aansprakelijkheid van de sterke eurozonelanden). De sterkere landen waren fel tegenstander; het aantal landen dat voorstander was, nam echter gestaag toe.

9 juni 2012: steun aan Spanje voor het saneren van Spaanse banken[bewerken]

Het hoofdkantoor van Bankia in Madrid (op de foto nog met het logo van Caja Madrid, één van de banken waaruit Bankia is voortgekomen)

De grote problemen van de Spaanse banken leidden vanaf mei 2012 tot toenemende problemen rond de financiering van de Spaanse staatsschuld. In mei bleek dat Bankia omvangrijke staatssteun nodig had: de geraamde omvang liep in korte tijd op van € 4,5 miljard tot € 19 miljard. Ook de financiering van Spaanse regio's stuitte op problemen: de door hen te betalen rentes liepen op tot onhoudbare niveaus. Van diverse zijden werd druk uitgeoefend op Spanje om hulp te vragen, en op Europa om hulp te bieden. Het probleem hierbij was dat Spanje alleen hulp voor de bankensector wilde, zonder een "compleet" steunprogramma zoals Griekenland, Ierland en Portugal dat hadden, met alle daaraan verbonden voorwaarden en "inmenging" van de trojka, terwijl het EFSF (c.q. het toen bijna operationele ESM) alleen voorzag in een dergelijke vorm van steun ("alles of niets"), en steun alleen aan staten kon worden verleend, dus niet rechtstreeks aan banken. Uiteindelijk werd op 9 juni een vorm gevonden waarbij aan de bezwaren over en weer tegemoet leek te worden gekomen. Spanje zou van het EFSF (c.q. het ESM) tot € 100 miljard kunnen lenen, formeel te lenen door het Spaanse bankensaneringsfonds Fondo de Reestructuración Ordenada Bancaria, doch met garantie van de Spaanse regering; er zouden geen verdere hervormingen en herstructureringen hoeven plaats te vinden; het IMF zou geen financiële steun verlenen doch slechts uitgenodigd worden assistentie te verlenen.[230][231][232] De exacte hoogte van het bedrag zou worden bepaald nadat consultants Roland Berger en Oliver Wyman hun rapport daarover uitgebracht hadden, hetgeen naar verwachting op 21 juni zou gebeuren.

Het effect van dit reddingsplan viel tegen: op maandag 11 juni reageerden de financiële markten aanvankelijk positief, doch reeds na enkele uren daalden Spaanse staatsleningen (evenals Italiaanse) naarmate meer twijfels rezen over de invulling en het effect van het plan. Met name de omstandigheid dat de te verstrekken leningen formeel zouden leiden tot een toename van de Spaanse staatsschuld, en dat deze in rangorde boven bestaande leningen zouden worden gesteld ("seniority") werd als negatief ervaren.[233] Op woensdag 13 juni verlaagde S&P de rating van Spanje tot het laagste niveau boven "junk", nadat de andere ratingbureaus al eerder tot (ongeveer) dit niveau verlaagd hadden.

Nieuwe verkiezingen in Griekenland op 17 juni 2012[bewerken]

Na deze verkiezingen werd een coalitieregering gevormd door ND, PASOK en Democratisch Links, waarmee men een duidelijke meerderheid in het parlement had. De start van de werkzaamheden werd evenwel vertraagd doordat premier Samaras in het ziekenhuis werd opgenomen, en de minister van Financiën reeds na enkele dagen ontslag nam om gezondheidsredenen. Intussen was wel bekend wat de hoofdlijnen waren van de door Griekenland gewenste wijzigingen in het afgesproken programma: men wenste twee jaar langer over de hervormingen te doen, wilde het afgesproken ontslag van 150.000 ambtenaren afblazen, en wilde de doorgevoerde kortingen op pensioenen en werkloosheidsuitkeringen terugdraaien.

25 juni 2012: steunaanvraag van Cyprus[bewerken]

Op 25 juni 2012 vroeg Cyprus EU-steun aan voor een bedrag dat geraamd werd op 6 tot 10 miljard euro. De oorzaak was het instorten van het Cypriotische bankwezen, dat veel geld had verloren op zijn Griekse staatsleningen. (Opmerkelijk was dat Cyprus vanaf 1 juli 2012 het voorzitterschap van de EU gaat bekleden.)

Eurotop 28 en 29 juni 2012[bewerken]

Op deze eurotop werd na ruim 13 uur vergaderen op vrijdag 29 juni 04.00 een compromis bereikt dat op diverse punten sterk afweek van de weinig hooggespannen verwachtingen van de financiële markten:

  • De steun voor Spaanse banken zou (alsnog) direct door het EFSF c.q. het ESM aan die banken verstrekt worden, dus niet via de Spaanse overheid, waarmee de Spaanse staatsschuld niet met dat bedrag zou toenemen;
  • Deze steun zou niet "senior" zijn aan andere vorderingen;
  • Alvorens deze steun verleend zou kunnen worden, zou er een eenvormig Europees bankentoezicht komen; de steun zou verleend worden met inachtname van diverse voorwaarden (waarbij de EU-regels over staatssteun genoemd werden);
  • Het EFSF/ESM zouden ook bestaande staatsleningen kunnen kopen, waarmee men de rol van de ECB overnam; de ECB zou wel als "agent" voor EFSF/ESM kunnen optreden;[234]
  • Voor staatssteun aan landen die al met hervormingen en bezuinigingen waren begonnen, zou een "compleet" pakket van controlemaatregelen (zoals bij Griekenland, Portugal en Ierland wel het geval was) vereist zijn, doch een lichter "Memorandum of Understanding";
  • Voorts werd het groeistimuleringsprogramma van € 130 miljard goedgekeurd.

De reactie van de financiële markten op vrijdagochtend was zeer krachtig: Spaanse en Italiaanse staatsleningen stegen zeer sterk in koers, en Duitse en andere "core" staatsleningen daalden sterk. De reactie in de Noord-Europese landen was negatief: men had de indruk dat mevrouw Merkel bezweken was voor de op haar uitgeoefende druk, ten koste van haar belastingbetalers. Slechts op het punt van eurobonds was het Duitse standpunt overeind gebleven. Het effect van de eurotop bleek niet duurzaam: reeds een week later, op vrijdag 6 juli 2012, bereikte de Spaanse 10-jaarsrente weer kortstondig het niveau van 7%. Hierbij speelde een rol dat de ECB op 5 juli wel de refi-rate verlaagde van 1,00% tot 0,75%, doch geen verdere stappen aankondigde (met name niet de hervatting van het SMP-programma). Inmiddels was ook gebleken dat diverse politici een verschillende uitleg gaven aan het bereikte akkoord op hoofdlijnen: met name tussen Finland en Spanje speelde dit.

Sterke verschillen tussen rendementen van staatsleningen[bewerken]

Naarmate met name de crisis rond Spanje zich ontwikkelde, nam het verschil tussen de rendementen op staatsleningen van enerzijds de "core" eurozone-landen en anderzijds de periferen eurozone landen toe, vooral door een daling van de eerstgenoemde. Medio juli 2012 waren de rendementen voor kortlopende Duitse staatsleningen negatief, en slaagde Duitsland eer in voor dergelijke looptijden geld te lenen tegen negatieve rentes: beleggers waren bereid om meer te betalen voor leningen dan ze na 2 jaar zouden terugkrijgen. Voor korter lopende leningen slaagden ook andere landen (zoals Frankrijk) erin om tegen negatieve rentes te lenen.

Eind juli/augustus 2012: aankondiging van de ECB van nieuwe steunverlening[bewerken]

ECB-president Draghi

Eind juli 2012 kondigde ECB-president Draghi in een speech aan, alles te zullen doen wat nodig was ("whatever it takes") om het voortbestaan van de euro te verzekeren. De financiële markten vatten dit op als een toezegging om desnoods ongelimiteerd staatsleningen, vooral Spaanse en Italiaanse, te zullen opkopen. Bij de maandelijkse persconferentie na de vergadering van het ECB-bestuur op 2 augustus 2012[235] bleek dat dit middel voorlopig niet zou worden ingezet, doch dat de ECB in principe wel bereid leek om kortlopende staatsleningen op de secundaire markt op te kopen, indien en nadat het betreffende land een steunaanvraag zou hebben ingediend bij het EFSF of het ESM, en daarmee overeenstemming bereikt had over de daarbij horende voorwaarden. De heer Draghi stelde onomwonden dat het ESM geen bankvergunning zou krijgen (waarmee de mogelijkheid om liquiditeiten van de ECB te lenen tegen onderpand van door het ESM verstrekte leningen, hetgeen de potentiële omvang van het ESM zou verveelvoudigen, kwam te vervallen). In de weken daarna bleek dat over de merites van dit voornemen groot verschil van mening bestond: vooral Bundesbank-president en ECB-bestuurder Weidmann bleek een tegenstander.[236] De reactie op de financiële markten (na een kortstondige paniek omdat men op meer maatregelen gehoopt had) was een duidelijke ontspanning: de rendementen op Spaanse en Italiaanse staatsleningen daalden in de loop van augustus (redelijk) gestaag, met name voor korter lopende leningen. Er kwam een levendige stroom geruchten op gang als zou de ECB bij die aankopen bepaalde absolute niveaus ("yield targets") dan wel relatieve niveaus ten opzichte van Duitse staatsleningen ("spread targets") gaan aanhouden.

Augustus 2012: voortgaande discussies over Griekse schulden[bewerken]

In augustus 2012 trachtte de Griekse premier Samaras met name Duitsland en Frankrijk te bewegen tot een verlenging van de termijn voor het doorvoeren van de afgesproken hervormingen van 2014 tot 2016, nadat de Griekse regering er -met geruime vertraging- in geslaagd leek te zijn om de afgesproken bezuinigingen van € 11,5 miljard (plus € 2 miljard als gevolg van de voortgaande diepe recessie) in te vullen. Bondskanselier Merkel noch president Hollande bleken genegen tot veel concessies: de Griekse regering diende nu eerst haar verplichtingen na te komen. Men wenste eerst het rapport van de inspecteurs van de trojka omtrent de mate van voortgang van het hervormings- en bezuinigingsprogramma af te wachten, dat eerst eind september of begin oktober 2012 gereed zou zijn.

Ondertussen waren de arbeidskosten (per eenheid product) in Griekenland gedaald, met 4,5% t.o.v. 2011, een jaar waarin ze gedaald waren met 3,4% t.o.v. 2010 (8% op 2 jaar). De interne devaluatie was in volle gang.[237]

6 september 2012: aankondiging ECB van ongelimiteerd opkopen staatsleningen[bewerken]

Op 6 september 2012 kondigde de ECB aan bereid te zijn ongelimiteerd staatsleningen op de secundaire markt[238] op te kopen -voor welk programma de naam Outright Market Transactions (OMT) werd gelanceerd- onder de volgende voorwaarden:[239]

  • Steunaanvraag bij EFSF/ESM vereist ("conditionality"): De ECB zou eerst in actie komen nadat het betrokken land een steunaanvraag had ingediend en over de voorwaarden daarvan overeenstemming bereikt had. De ECB zou aankopen kunnen stopzetten (of zelfs aangekochte leningen weer verkopen) als het land zich niet aan de voorwaarden bleek te houden.
  • Bereik ("coverage"): Het programma had betrekking op toekomstige steunaanvragen, en op lopende steun (Griekenland, Ierland, Portugal) indien die landen weer toegang hadden tot de kapitaalmarken. Aankopen zouden voornamelijk ("focused") betrekking hebben op looptijden van 1 tot 3 jaar. Er werd niet vooraf een maximumbedrag bepaald.
  • Rangorde ("seniority"): De ECB verklaarde expliciet af te zien van een voorrangspositie ten opzichte van andere crediteuren.[240]
  • Sterilisatie: Deze aankopen zouden volledig ("fully") worden gesteriliseerd: door de aankopen zouden liquiditeiten in de markt vloeien, doch gelijke bedragen zouden, door banken geld bij de ECB te laten stallen, uit de markt worden genomen.
  • Transparantie: De ECB zou wekelijks het totaal van de aangekochte leningen publiceren, en maandelijks details per land.

Het bestaande (doch niet actieve) aankoopprogramma ("SMP") werd beëindigd; de in dat kader aangekochte leningen zouden tot de expiratie worden aangehouden. Expliciete niveaus waarop de ECB zou ingrijpen, werden niet genoemd. Hoewel deze faciliteit formeel voor alle eurozone-landen beschikbaar zou zijn, was duidelijk dat het met name gericht was op Spanje.

Het besluit werd genomen met een tegenstem van Bundesbank-president en ECB-bestuurder Weidmann, die enkele uren deze stap afkeurde in een in zeer scherpe bewoordingen gesteld persbericht. De reactie op de financiële markten was zeer positief: Spaanse staatsleningen stegen zeer sterk in koers, hoewel de Spaanse premier Rajoy zei geen steunaanvraag te overwegen. In de weken daarna bleek dat de koersen van Spaanse staatsleningen (ook met langere looptijden dan de door de ECB genoemde maximale 3 jaar) redelijk stand hielden, hetgeen tot gevolg had dat een Spaanse steunaanvraag uitbleef, ondanks uitnodigingen van diverse zijden (onder meer de Franse president Hollande). Intussen verslechterde tevens de financiële positie van diverse Spaanse regio's: bij een steunfonds van € 18 miljard was eind oktober voor bijna hetzelfde bedrag aan steunaanvragen ingediend.[241] De macro-economische ontwikkeling was teleurstellend, met een voortgaande krimp van de economie en een oplopende werkloosheid.

Oktober/november 2012: hernieuwde zorgen omtrent Griekenland[bewerken]

Vanaf circa begin oktober 2012 ontstonden nieuwe zorgen over de houdbaarheid van de Griekse overheidsfinanciën. Uit hoofde van de voorwaarden verbonden aan het tweede steunpakket aan Griekenland (van februari 2012, zie hierboven) diende Griekenland een groot aantal hervormingen en (soms zeer drastische) bezuinigingen door te voeren. De beide verkiezingen (zie hierboven) hadden reeds tot vertraging geleid, doch ook daarna trad verdere vertraging op. De Griekse economie bleef intussen in een snel tempo krimpen. Het gevolg was dat de verwachte daling (op termijn: beoogd was 120% in 2020) van de Griekse staatsschuldquote steeds meer als onhaalbaar werd gezien: uit de schaarse berichten kon worden opgemaakt dat men nu eerder circa 180% verwachtte. Als gevolg van het niet doorvoeren van de afgesproken (c.q. opgelegde) maatregelen werd een volgende tranche van het steunpakket van circa € 31,5 miljard voorshands niet uitbetaald: hierdoor kon de afgesproken sanering van het Griekse bankwezen niet plaatsvinden. De conflicten tussen de Griekse regering en de Trojka leidden ertoe, dat de inspecteurs van de trojka enkele malen hun werk stillegden. Eind oktober bleek in het Griekse parlement nog slechts een minieme meerderheid de regering te steunen: een uitvoeringswet voor privatiseringen haalde slechts een nipte meerderheid.

Van Griekse zijde werd aangedrongen op een tweede ronde afwaarderingen van Griekse staatsschulden, ditmaal door de "officiële sector": de diverse steunverlenende eurozone-lidstaten. Ook de ECB, houder van naar schatting circa € 40 miljard aan Griekse staatsleningen, zou daaraan moeten meedoen. Van met name Duitse zijde werd het tegenvoorstel gedaan, Griekenland geld te lenen om daarmee uitstaande Griekse staatsleningen op de markt op te kopen.[242] Tegen afwaardering verzette de ECB zich omdat dit een (de ECB verboden) vorm van financiering van overheden zou inhouden; voor de betrokken eurozone-lidstaten zou dit betekenen dat de bij de steunverlening bestaande (en vaak uitgesproken) verwachting dat deze leningen uiteindelijk geheel zouden worden terugbetaald niet gerealiseerd zou worden. Suggesties om de looptijd van de leningen (wederom) te verlengen en de rente (wederom) te verlagen werden gedaan, doch tot besluitvorming kwam het, ook door het ontbreken van de rapportage van de trojka, tot eind oktober 2012 niet. Griekenland stelde dat als er medio november 2012 geen uitbetaling zou hebben plaatsgevonden, het land failliet zou gaan.

Op 21 november 2012 was er een eurotop van ministers waarbij de Europese ministers wel toegaven dat Griekenland aan de voorwaarden voldeed maar er onenigheid was tussen het IMF en Europa over de langetermijnaanpak. Het IMF eist een schuldsanering, terwijl Europa meer voor een renteverlaging of uitstel van de terugbetaling is. De verwachting is dat Griekenland pas in december vers geld krijgt. In de tussentijd heeft Griekenland noodleningen gekregen.[243]

26/27 november 2012: herziening steunpakket Griekenland[bewerken]

In de nacht van 26 op 27 november 2012 bereikten de eurogroep en het IMF overeenstemming over een versoepeling van de steun aan Griekenland (na diverse eerdere marathonvergaderingen).[244] Formeel werd een "haircut" (afschrijving) van verstrekte leningen vermeden: een maatregel die voor diverse eurozone-lidstaten niet bespreekbaar was.

  • De rente op de bestaande (verstrekte en toegezegde) leningen werd verlaagd met 100 basispunten (1%-punt). Dit gold niet voor Ierland en Portugal, die inmiddels zelf steun ontvingen.[245]
  • De door het EFSF in rekening gebrachte fee voor het garanderen van leningen aan Griekenland werd verlaagd met 10 basispunten.
  • De looptijd van de leningen werd verlengd met 15 jaar.
  • De rente op leningen verstrekt door het EFSF werd voor 10 jaar kwijtgescholden.
  • Inkomsten uit de door de ECB in het kader van SMP gekochte staatsleningen zouden door de lidstaten (aandeelhouders van de ECB) aan Griekenland worden doorgegeven en gebruikt worden voor het begrotingsjaar 2013. (Ook dit gold niet voor Ierland en Portugal.)
  • Er werd een "debt buyback" (inkoop van bestaande leningen) van Griekse staatsleningen aangekondigd tegen de slotkoersen van 23 november 2012. (Niet geheel duidelijk werd in hoeverre een positief resultaat daarvan als voorwaarde gold voor het uitvoeren van de andere afspraken. Voor het IMF was dit in ieder geval een voorwaarde.)

Men verwachtte dat de Griekse schuldquote hiermee zou uitkomen op 175% in 2016, 124% in 2020 en "aanmerkelijk lager dan" 110% in 2022. Het pakket diende wel door een aantal nationale parlementen te worden goedgekeurd. De definitieve beslissing werd voorzien voor 13 december 2012. Na deze goedkeuring zou, op diverse tijdstippen, in totaal € 43,7 miljard worden betaald, waarvan € 23,8 miljard voor de herkapitalisatie van het Griekse bankwezen.

December 2012: terugkoop staatsschuld door Griekenland[bewerken]

In december 2012 heeft de Griekse staat voor € 31,8 miljard nominaal aan schuld teruggekocht. Houders van deze obligaties hebben de stukken aangeboden tegen een gemiddelde koers van 33,8% en accepteerden daarmee een fors verlies. Het waren Griekse banken en buitenlanders die, elk voor ongeveer de helft van het totale bedrag, obligaties hebben aangeboden. De Griekse staatsschuld daalt hiermee per saldo met iets meer dan € 20 miljard oftewel zo’n 9-10% van het bnp.[246] Deze terugkoopactie was een van de voorwaarden die het IMF stelde voor verdere noodleningen aan het land verstrekt zouden worden. Kort daarvoor hadden de ministers van Financiën uit de eurozone en het IMF de uitbetaling van de volgende tranche financiële steun ter waarde van € 44 miljard goedgekeurd.[247] Hiervan wordt € 34,4 miljard direct uitgekeerd na een geslaagde terugkoopactie. Een deel van dit bedrag is bestemd om de vermogenspositie van de Griekse banken te versterken. Het restant zal in het eerste kwartaal van 2013 worden overgemaakt, mits Griekenland blijft voldoen aan de gestelde eisen.

De marktrente op 10 jarige Griekse staatsobligaties is gedaald van 37% begin maart 2012 tot 11,745% op 14 januari 2013.[248]

December 2012: Akkoord omtrent een Europese bankunie[bewerken]

De Europese ministers bereikten op 13 december een akkoord waarbij de grote Europese banken onder toezicht van de ECB worden geplaatst. Dit had uitsluitend betrekking op banken met een balanstotaal van meer dan € 30 miljard, of een balanstotaal dat meer dan 20% was van het GDP van het land van vestiging; de overige banken zouden onder toezicht van de nationale toezichthouder blijven.[249](De ECB kreeg echter de bevoegdheid om die toezichthouders aanwijzingen te geven.) Veel landen hebben niet de financiële middelen om hun grootste banken te saneren. Aangaande plannen om het ESM in staat te stellen direct deel te nemen in het aandelenkapitaal van banken, werd niet op dat moment overeenstemming bereikt. De oorspronkelijk beoogde ingangsdatum van 1 januari 2013 werd niet gehaald.

De kredietstatus van Griekenland werd door Standard & Poor's met zes stappen verhoogd naar B-/B. (Eerder was die op "Selective default", in verband met de schuldomwisseling; ten opzichte van de rating daarvoor was sprake van een verhoging met twee stappen.)[250]

In december 2012 en januari 2013 was sprake van een duidelijke ontspanning, tot uiting komend in een aantal geslaagde emissies van Spaanse en Italiaanse staatsleningen, een dalende rente daarop, en een (beperkte) stijging van de rente op Duitse en andere "core" staatsleningen.

Vanaf eind januari 2013: vervroegde terugbetaling deel LTRO-leningen[bewerken]

Vanaf eind januari 2013 hadden banken de mogelijkheid om leningen van het eerste LTRO-programma terug te betalen. Hiervan werd direct gebruikgemaakt voor een bedrag van € 137 miljard; in de weken daarna voor (relatief) beperkte bedragen. Het balanstotaal van de ECB (zie grafiek elders in dit artikel) daalde hierdoor aanmerkelijk.

17/25 maart 2013: akkoord over steunpakket Cyprus[bewerken]

Verlaten bouwproject op Cyprus, mei 2013

Reeds in juli 2012 had Cyprus formeel om steun gevraagd aan de EU en het IMF. Cypriotische banken hadden grote verliezen geleden op Griekse staatsleningen, en dreigden failliet te gaan. (De Cypriotische bankensector was, in verhouding tot de omvang van de Cypriotische economie, zeer groot.) Onderhandelingen over de voorwaarden voor deze steun verliepen zeer moeizaam, onder meer omdat de (toenmalige) communistische president Dimitris Christofias zich verzette tegen privatisering van overheidsbedrijven en afslanking van het ambtenarenapparaat. Een tweede geschilpunt had betrekking op (vermeend) zwart geld dat door vooral Russische rekeninghouders bij Cypriotische banken gestald werd; met name van Duitse zijde werd er bezwaar tegen gemaakt dat EU-steun daarmee aan dergelijke illegale activiteiten ten goede zou komen.

Eerst op zaterdagochtend 16 maart 2013 bereikte de eurogroep na 10 uur vergaderen een akkoord over het steunpakket voor Cyprus. De eigenlijke steun bedroeg € 10 miljard; voorts werd overeengekomen dat depositohouders bij Cypriotische banken een eenmalige belasting zouden betalen over de waarde van hun tegoeden, hetgeen € 5,8 miljard zou moeten opbrengen. Tegoeden tot € 100.000 zouden belast worden met 6,75%; tegoeden daarboven met 9,9%.[251][252][253][254] De banken op Cyprus werden op zaterdag 16 maart en de dagen daarna gesloten; geldautomaten waren leeg en overboekingen bleken niet te worden uitgevoerd.[255] Op dinsdag keurde het Cypriotische parlement met 36 stemmen tegen, 19 onthoudingen en 0 stemmen voor, het steunpakket af.[256]

In de dagen erna werd een alternatief plan ("plan B") ontwikkeld, waarbij een solidariteitsfonds zou worden gevormd, te voeden met leningen met de bezittingen van het staatspensioenfonds als onderpand, en met ontzien van depositohouders tot € 100.000 doch grotere heffingen op grotere bedragen. Geldopnames waren in de week op beperkte schaal mogelijk, hoewel bankkantoren gesloten bleven. Plan B werd op 23 maart met een minimale meerderheid door het parlement aangenomen.[257]

Op 25 maart 2013, werd een definitief akkoord bereikt die door alle partijen werd goedgekeurd. De volgende maatregelingen werden genomen:[258]

  • Alle bankdeposito's tot 100.000 € worden beschermd.
  • De probleembank Laiki werd onmiddellijk gesplitst, spaarders van deze bank verloren in principe alles boven een 100.000 €. Het "goede" deel ging naar de Bank of Cyprus. Het depositobedrag boven de 100.000 € en het slechte deel ging naar een "bad" bank.
  • Spaartegoeden boven de 100.000 euro op de Bank of Cyprus werden bevroren en omgezet in een onverzekerde schuldvordering op de bank. Dit om de kapitaalratio van de bank aan te vullen tot 9%. De verwachting was dat deze rekeninghouders tot 40% van het tegoed boven de 100.000 kunnen verliezen.

De ECB ging de Emergency Liquidity Assistance voortzetten: de "geldkraan". Het Cypriotische parlement gaf aan de nationale bank alle volmachten gegeven om alle maatregelen te nemen om het akkoord uit te voeren, de kapitaalvlucht tijdelijk te beperken, de banken te reorganiseren en te saneren. Er werden kapitaalexport beperkingen genomen om kapitaalvlucht te vermijden. De tijdelijke beperkingen waren:

  • Maximale geldopname van 300 € per dag. Kredietkaart betalingen op het eiland waren onbeperkt evenals betalingen via de bank op het eiland.
  • Bij het verlaten van het eiland mocht maximaal 1000 € meegenomen worden.
  • Voor bankoverdrachten naar het buitenland van meer dan 5000 € was er toestemming nodig. (Uiteraard mochten importeurs wel goederen importeren, het ging om kapitaalvlucht.) Reeds na korte tijd werden de maatregelen versoepeld.

In september 2013 zei de Cypriotische president Anastisiades te verwachten dat alle nog resterende restricties in januari 2014 zouden kunnen worden opgeheven.[259]

Mei 2013: diverse plannen voor bestrijding jeugdwerkloosheid[bewerken]

In mei 2013 werd in door diverse politici en anderen de reeds eerder sterk gestegen jeugdwerkloosheid als acuut probleem geduid. Van diverse zijden werden plannen aangekondigd om dit te bestrijden. Een koppeling werd gelegd met de omstandigheid dat het MKB in zuidelijke eurozone-landen moeilijker kredieten kon krijgen (en duurder).

29 mei 2013: Uitstel van bereiken 3%-norm voor Spanje, Frankrijk en Nederland[bewerken]

Op 29 mei publiceerde de Europese Commissie de "Country specific recommendations" uit: een lijst van aanbevelingen aan landen ten aanzien van bezuinigingen en hervormingen.[260] Spanje en Frankrijk kregen twee jaar langer de tijd om de nagestreefde doelstelling van een begrotingstekort van 3% te behalen; Nederland (dat dit in 2013 zou hebben moeten bereiken) kreeg één jaar extra.[261][262] De discussie over de merites van het vasthouden aan afgesproken (c.q. opgelegde) bezuinigingsdoelstellingen, versus het daarmee (in meerdere of mindere mate) soepel mee omgaan, leek daarmee in het voordeel van het laatste standpunt te zijn beslecht.

Juni 2013: voortgaande discussies over uniform bankentoezicht[bewerken]

In juni 2013 bleek dat de invulling van het in december 2012 bereikte akkoord omtrent de vorming van een bankenunie voor de gehele eurozone moeizamer ging dan verwacht. Vrijwel alle onderdelen van het akkoord bleken weer ter discussie gesteld te worden: zou het toezicht primair bij de nationale toezichthouders liggen, of bij de ECB; welke bevoegdheden zou de ECB hebben om nationale toezichthouders te "overrulen"; hoe moest het saneringsmechanisme worden ingericht: bij welke instelling moest dit worden belegd; welke bevoegdheden zou deze instelling krijgen; welke partijen zouden (in volgorde) moeten bijdragen? (Met name: vanaf welk moment zouden de Europese belastingbetalers, via bijdragen vanuit het ESM, risico moeten gaan lopen?

Deze vragen hingen samen met het "tumult" dat ontstaan was bij de crisis rond de Cypriotische banken, waarbij de aandeelhouders van die banken hun geld geheel verloren, en niet slechts obligatiehouders doch ook depositohouders een deel van hun geld kwijtraakten.[263]

Medio juni werd een gedeeltelijk akkoord bereikt omtrent de rol van het ESM: dit zou voor in totaal € 60 miljard direct aandelenkapitaal in zwakke banken kunnen verschaffen, doch onder tamelijk strenge voorwaarden en eerst nadat andere mogelijkheden om aandelen uit te geven uitgeput waren. Op 21 juni werd, na 20 uur vergaderen, geen verder akkoord bereikt.[264]

Zomer 2013: voorzichtige tekenen van afvlakking van de recessie in de eurozone; beperkte groei in een aantal landen[bewerken]

In de zomer van 2013 wezen diverse stemmingsindicatoren (met name purchasing managers indices) en later ook macro-economische cijfers op een afvlakking van de recessie in de meeste landen van de eurozone, zo niet een beperkte groei, met Griekenland als uitzondering.[265] [266] De werkloosheid in de eurozone leek zich (wederom met Griekenland als uitzondering) in de meeste landen te stabiliseren, overigens nog op een historisch hoog niveau. De "spread" (het rendementsverschil) tussen staatsleningen van perifere landen en Duitsland daalde merkbaar.[267] Staatsschuldquotes bleven stijgen, en een groot aantal problemen (zoals de vertraging rond de totstandkoming van een bankenunie) was nog niet opgelost, doch de markten besteedden daar weinig aandacht aan.

September 2013: hernieuwde politieke problemen in Italië[bewerken]

In Italië ontstonden in september 2013 wederom politieke problemen die het voortbestaan van het kabinet-Letta bedreigden. Begin september begon een senaatscommissie met de discussie of Silvio Berlusconi uit de Senaat ontzet zou moeten worden als gevolg van zijn onherroepelijke veroordeling wegens belastingfraude. (Onder het vroegere kabinet-Monti was een wet aangenomen die dit bepaalde; de stelling van Berlusconi was (onder meer[268]) dat de handelingen die tot zijn veroordeling hadden geleid hadden plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet.) Berlusconi dreigde het kabinet ten val te brengen als hij uit de Senaat verwijderd zou worden. Na diverse schermutselingen in de senaatscommissie kondigde hij een "herstart" van zijn partij Forza Italia aan (die later was opgegaan in PdL). Op 28 september trok hij de 5 PdL-ministers terug uit het kabinet, op de grond dat het kabinet niet genoeg deed om een verhoging van de BTW tegen te houden.[269] Premier Letta kondigde een vertrouwensstemming aan voor 2 oktober;[270] zijn regering kreeg een (ruime) meerderheid van de stemmen (inclusief die van PdL-senatoren.[271] [272]

Oktober 2013: (verdere) besluitvorming over bankenunie[bewerken]

Op 15 oktober 2013 bereikten de EU-ministers van Financiën (gedeeltelijke) overeenstemming over de vorming van een bankenunie, voortbouwend op eerdere besluiten. Dit zou (uiteindelijk) de volgende zaken moeten omvatten:

  • een uniform stelsel van bankentoezicht (in het jargon: single supervisory mechanism, SSM), in te voeren na de hieronder genoemde Comprehensive Assessment; de beoogde startdatum was november 2014
  • een uniform systeem voor de sanering van banken als die in moeilijkheden zouden komen (single resolution mechanism, SRM)
  • een gelijkluidend depositogarantiestelsel (deposit guarantee scheme, DGS)

Bij het SSM ging de discussie voornameljk over de vraag of dit een taak zou blijven van de nationale toezichthouders of dat dit bij de ECB belegd zou worden. Uiteindelijk werd een compromis gevonden: slechts de grootste banken zouden direct onder het toezicht van de ECB gaan vallen. Dit zou begin 2015 operationeel worden.[273]

Bij het SRM ging de discussie vooral over twee zaken. De eerste vraag was of het ESM ook zou moeten deelnemen in herkapitalisatie van probleembanken als de problemen reeds eerder bestonden ("legacy assets"). Spanje en Italië waren hier voorstander van; Duitsland en andere Noordelijke landen tegenstander. Dit punt bleef onopgelost.[274] De tweede vraag was in welke volgorde belanghebbenden in banken zouden moeten bijdragen in de kosten van een sanering. De beoogde volgorde was dat eerst aandeelhouders en houders van achtergestelde schuld zouden worden aangeslagen ("bail-in"); daarna zou een nog op te richten European Single Resolution Fund bijdragen[275]; eerst in laatste instantie zou het ESM in beeld komen. De vraag of houders van niet-achtergestelde obligaties en spaarders zouden moeten betalen bleef onbeantwoord.

Het uniforme depositogarantiestelsel beoogde de geheel verschillende nationale regelingen op één lijn te brengen.[276]

Comprehensive Assessment en Asset Quality Review[bewerken]

In samenhang hiermee werd besloten tot een (in feite derde[277]) stresstest van de grootste Europese banken, uit te voeren door de nationale centrale banken en de European Banking Authority onder supervisie van de ECB, onder de naam Comprehensive Assessment, ook aangeduid als Asset Quality Review hoewel dat laatste eigenlijk een onderdeel van het eerste was. Circa 130 banken, gezamenlijk circa 85% van het Europese bankwezen vormend, zouden onderzocht worden.[278] Het doel was, te komen tot een "definitief" beeld omtrent additionele kapitaalseisen op de startdatum van het uniforme bankentoezicht. Harmonisatie van begrippen zou een van de aspecten zijn: er was bijvoorbeeld gebleken dat de definitie van "non-performing loans" (dubieuze leningen) van land tot land verschilde.

Op 23 oktober publiceerde de ECB nadere details over de Comprehensive Assessment;[279] [280] er zouden 124 banken onderzocht worden, en de uitslag zou eerst in de herfst van 2014 gepubliceerd worden.[281]

November 2013: verdere verlaging refi rate ECB[bewerken]

Op 7 november 2013 verlaagde de ECB de refi rate van 0,50% tot 0,25%.[282] Deze stap was, blijkens het persbericht, vooral ingegeven door de vrees van de ECB voor een te lage inflatie gedurende te lange tijd.[283] Over deze stap was in de eraan voorafgaande dagen druk gespeculeerd; de overheersende mening in de financiële wereld was dat de ECB dit nog niet in november 2013 zou doen, doch de ontwikkeling van de inflatie nog even zou afwachten. Dit bleek dus niet het geval.

December 2013: overeenstemming over bankenunie[bewerken]

Op 18 december 2013 bereikten de EU-ministers van Financiën overeenstemming over het laatste geschilpunt van de bankenunie: de vormgeving van een steunfonds van (uiteindelijk) € 55 miljard, waaruit de kosten van de redding van Europese banken bestreden zou moeten worden. Dit zou in 10 jaar tijd gevuld moeten worden door de Europese banken; hangende dat zou een bankensanering die daaruit niet bestreden kon worden in eerste instantie door de betreffende lidstaat gefinancieerd moeten worden, die daartoe een lening van het ESM zou kunnen krijgen. Een en ander zou bij een apart verdrag geregeld worden (dus niet door een wijziging van het EU-verdrag, wat veel meer tijd zou vergen).[284]

December 2013: Ierland staat niet meer onder toezicht[bewerken]

Ierland heeft geen steunpakket meer nodig en haalt zelfstandig geld op uit de obligatiemarkt. Op 7 januari 2014 zijn er obligaties geplaatst met een rente van 3,40 % en een einddatum 18 maart 2024. Er werd 3,75 miljard euro opgehaald.[285]

Januari 2014: Toetreding van Letland tot de eurozone[bewerken]

Op 1 januari 2014 trad Letland toe tot de eurozone. Dit land wordt als voorbeeld gebruikt dat het mogelijk is met economische hervormingen en bezuinigingen uit de crisis te komen. Dit land had immers de optie om niet tot de eurozone toe te treden en valuta te devalueren. Letland heeft nu een van de beste groeicijfers van de Europese Unie.

Begin januari 2014: sterke daling rendementen perifere staatsleningen[bewerken]

Begin januari 2014 lieten de rendementen van staatsleningen in de perifere landen sterke dalingen zien. De "spreads" (verschillen in rendement) tussen deze leningen en Duitse staatsleningen daalden tot niveaus die in meerdere jaren niet waren voorgekomen.[286] Spanje, Ierland en Portugal plaatsten staatsleningen, waarvoor grote belangstelling bestond. Deze daling zette zich in de weken daarna voort, zelfs in die mate dat de absolute rendementen daalden tot in de buurt van historisch lage niveaus (voor de betreffende looptijden).[287]

7 februari 2014: prejudiciële vragen van het Bundesverfassungsgericht[bewerken]

Op 7 februari 2014 deed het Duitse Bundesverfassungsgericht een tussenuitspraak in een geding, aangespannen door een groot aantal Duitse burgers tegen de Duitse regering, waarin verzocht werd om een oordeel dat de deelname van de Duitse regering aan het OMT-programma van de ECB een niet door de Duitse grondwet toegestaan prijsgeven van de Duitse soevereiniteit vormde. Het Bundesverfassungsgericht oordeelde dat dit naar zijn voorlopig oordeel het geval was, doch besloot prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie.[288]

April 2014: eerste normale staatslening Griekenland[bewerken]

Op 9 april 2014 kondigde Griekenland de eerste emissie van een normale staatslening sinds het begin van de crisis aan, met een looptijd van 5 jaar. De emissie op donderdag 10 april was zeer succesvol: voor een beoogd bedrag van € 2,5 miljard werd ruim € 20 miljard ingeschreven. Toegewezen werd € 3 miljard, op een rendement van 4,95%.[289]. (Opmerkelijk was dat de positieve stemming omtrent Griekse staatsleningen op vrijdag 11 april weer omsloeg; de dagen erna herstelde dit weer.)

April 2014: akkoord Europese Parlement met bankenunie[bewerken]

Op 15 april ging het Europese Parlement akkoord met de voorstellen voor de bankenunie. Hiermee was deze besluitvorming hieromtrent nog in de lopende zittingsperiode (vóór de verkiezingen van mei 2014) afgerond.[290] [291] [292] [293]

April 2014: succesvolle Portugese staatslening[bewerken]

Op 23 april 2014 plaatste Portugal met succes een 10-jarige staatslening voor € 750 miljoen tegen een rendement van 3,58%.[294] Dit was de eerste normale staatslening sinds de "bailout".

Mei 2014: einde van het Portugese steunprogramma[bewerken]

Op 4 mei kondigde de Portugese regering aan, na het aflopen van het (driejarige) steunprogramma geen nieuwe steun aan te vragen, ook niet in de vorm van een "precautionary credit line".[295] [296]

5 juni 2014: verdere maatregelen van de ECB ter stimulering van de economie[bewerken]

Op 5 juni 2014 kondigde de ECB een divers pakket van maatregelen aan, die vooral gericht waren op het stimuleren van de economie in de eurozone; de rendementsniveaus van staatsleningen en de belangstelling van beleggers daarvoor waren op dat moment niet meer problematisch. Zie hiervoor:

Nuvola single chevron right.svg Monetair en economisch beleid van de ECB

Circa medio 2014: voorlopig "uitdoven" van de crisis[bewerken]

Financiële crises hebben zelden een duidelijke "einddatum": veeleer kan -vaak achteraf- geconstateerd worden dat de crisis zodanig in intensiteit heeft afgenomen dat er eigenlijk niet meer van een crisis gesproken kan worden. Voor deze crisis leek medio 2014 een dergelijk moment wel te zijn bereikt.

Voor deze opvatting pleitten toen de volgende omstandigheden:

  • De spreads tussen staatsleningen van perifere landen en "core"-landen waren sterk ingekomen, niet geheel tot de niveaus van voor de crisis, maar hiervoor waren duidelijke redenen te noemen (de gestegen staatsschuldquotes en de toegenomen verschillen in ratings).
  • De algehele rentedaling had in de meeste landen geleid tot een daling van de gemiddelde nominale rente die op staatsleningen betaald diende te worden. (In sommige landen was dit niet of althans minder het geval omdat in de "dure" periode leningen met een hoge coupon hadden moeten worden uitgegeven.)
  • De "primary balance" (het overheidstekort indien rentelasten buiten beschouwing worden gelaten) was in alle landen sterk verbeterd: die situatie dat "het gat steeds groter werd" was daarmee sterk verminderd, zo niet (nagenoeg) verdwenen.
  • De uitgifte van staatsleningen, ook door perifere landen, ondervond geen enkel probleem.
  • De ratings van diverse perifere landen waren recent (in kleine stappen) verhoogd.
  • De financiële markten hadden het beeld dat de ECB, in aanvulling op de hierboven genoemde maatregelen, desnodig zou overgaan tot kwantitatieve versoepeling: dit zou een "bodem" onder de eurozone-staatsleningen leggen. De bereidheid daartoe was door de ECB een en andermaal uitgesproken.[297]

De "sustainability" ("houdbaarheid") van de overheidsfinanciën leek daarmee voorlopig niet aan concrete twijfel onderhevig.

Als punten van twijfel dienaangaande werden op dat moment genoemd:

  • De staatsschuldquotes waren medio 2014 aanzienlijk hoger dan voor het uitbreken van de crisis: dit beperkte de mogelijkheden van overheden om de economie te stimuleren. (Opvallend was dat medio 2014 de staatsschuldquotes in de eurozone als geheel nog nooit zo hoog waren geweest, terwijl de absolute renteniveaus bijna historische dieptepunten hadden bereikt.)
  • De beperkte groei beperkte de mogelijkheden voor een verbetering van de staatsschuldquotes.
  • De (in de ogen van onder meer de ECB) te lage inflatie betekende dat de mogelijkheid om het GDP te laten stijgen en ook daarmee een verbetering van de schuldquotes te verkrijgen voorlopig zeer beperkt zou zijn.

Voor de eurozone als geheel werd door het IMF voor 2015 een stabilisering tot een beperkte verdere stijging van de staatsschuldquote verwacht, eerst daarna gevolgd door een daling, echter onder de aanname dat de ingezette lijn zou worden voortgezet.[298]

Medio 2014 overheerste echter de positieve teneur.

Griekenland had een bijzondere positie: na de diverse steunoperaties was het overgrote deel van de Griekse staatsschuld in overheidshanden (IMF, EFSF/ESM en trojka). De looptijd van deze leningen was zeer lang, terwijl de coupon zeer laag was. Slechts als gevolg hiervan kon de Griekse staatsschuld, die ook na de "PSI" van maart 2012 in 2014 nog circa 170% van het GDP was, nog als enigermate houdbaar worden beschouwd. Van Griekse zijde werd gedurig aangedrongen op verdere kwijtschelding of versoepeling.

Vermeldenswaard is de mate waarin de ECB in de loop van de crisis een steeds meer actieve (zo niet activistische) rol kreeg. Zowel het scala aan maatregelen dat gedurende de crisis werd ingezet als de omvang ervan was groter dan enkele jaren voor de aanvang van de crisis voorspeld had kunnen worden. De mate waarin hiermee een verwevenheid ontstond tussen "de politiek" en de ECB (ondanks dat de ECB er veelvuldig op wees dat "monetary policy cannot be a substitute for fiscal policy") zal te zijner tijd ongetwijfeld voorwerp zijn van historisch onderzoek.

Gevolgen[bewerken]

Effect sinds begin van de crisis: sterk oplopende werkloosheid in perifere landen[bewerken]

Verloop werkloosheid in EU, eurozone en een aantal eurozone-landen
Demonstratie van gemeenteambtenaren, Lissabon, 15 maart 2013

Naarmate de crisis langer voortduurde, steeg de werkloosheid in de perifere landen tot soms ongekende niveaus, en slaagden andere landen er niet in hun (relatief) lage werkloosheid vast te houden. Het verloop van de werkloosheid in een aantal landen is weergegeven in nevenstaande grafiek.

Effect over langere tijd: fragmentatie van de kapitaalmarkt in de eurozone[bewerken]

Een belangrijke doelstelling van de invoering van de euro, was te komen tot een geïntegreerde Europese kapitaalmarkt, waarin binnengrenzen niet meer van belang waren. Beleggers zouden zich niet meer in eerste instantie moeten richten op hun eigen land ("home bias") maar zouden hun beleggingen over de gehele eurozone moeten (en kunnen) spreiden. Hierdoor zou de beschikbaarheid van kapitaal voor de "armere" eurozone-lidstaten (hopelijk sterk) worden bevorderd, zowel ten aanzien van het volume als ten aanzien van de te betalen rendementen. Aanvankelijk werden beide doelstellingen bereikt, doch vanaf het begin van de crisis namen niet alleen de rendementsverschillen toe (zoals elders in dit artikel genoemd), doch trokken beleggers in niet-perifere landen steeds meer kapitaal weg uit de perifere landen. Met name Duitsland en Finland (die als zeer betrouwbaar werden gezien) profiteerden hiervan.

In onderstaande grafieken is het verloop weergegeven van het percentage van de staatsleningen van onderscheiden landen[299][300] dat in handen was van banken in het betrokken land respectievelijk het totaal van alle buitenlandse beleggers. Bij de interpretatie van deze grafieken kan in het algemeen worden gezegd dat een oplopend percentage in handen van buitenlandse beleggers duidt op een hoog (relatief) vertrouwen in de solvabiliteit van de centrale overheid van dat land, en vice versa. Diverse andere factoren kunnen echter ook een rol spelen. (Voor Nederland, bijvoorbeeld, dient opgemerkt te worden dat de beleggingen van Nederlandse pensioenfondsen in Nederlandse staatsleningen niet in deze grafiek zichtbaar zijn.) Ten aanzien van de cijfers van Griekenland wordt opgemerkt dat naarmate de crisis vorderde Griekenland steeds meer afhankelijk werd van buitenlands kapitaal, verstrekt door de "trojka". Een dergelijk vertrouwen is echter niet iets waarop beleidsmakers in het betreffende land blijvend kunnen vertrouwen: bij een afnemend vertrouwen, door welke oorzaak ook, kan er in korte tijd een "kapitaalvlucht" optreden. Voordat een dergelijk vertrouwen herwonnen is, kan geruime tijd verstreken zijn.[301] Ratingverlagingen kunnen aanleiding zijn om de beleggingen in staatsschuld van een land ("exposure") structureel te verminderen. Dit speelt met name indien de rating daalt tot beneden "investment grade": die staatsobligaties passen dan niet meer, of slechts voor een (zeer) beperkt percentage, in normale beleggingsportefeuilles van institutionele beleggers als pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.

Meningen, argumenten en vaststellingen[bewerken]

Er worden door financiële commentatoren en experts vele oplossingen voorgesteld. Vaak lijken deze adviezen innerlijk tegenstrijdig, of toch minstens moeilijk verenigbare zaken te willen verenigen: er moet tegelijk schuld gesaneerd worden en de economie gestimuleerd worden; banken moeten tegelijk meer aan bedrijven lenen en hun reserves en balans versterken. De volgende aspecten worden regelmatig genoemd (waarbij opgemerkt wordt dat over ieder ervan discussie mogelijk is en gevoerd wordt):

  • De schulden in euro's blijven bestaan als een land uit de euro stapt. Het schuldprobleem wordt niet opgelost met de devaluatie van de nieuwe munt.
  • Het is technisch heel lastig voor een land om uit de euro te stappen. Welke tegoeden worden geconverteerd naar de nieuwe munt? Particulieren en bedrijven zullen hun euro's massaal in veiligheid brengen door deze buiten het land te plaatsen.
  • De totale schuld van de hele eurozone is niet problematisch in vergelijking met andere landen zoals de V.S., Japan en Engeland.
  • De stabiliteit van de banken is essentieel en hiervoor moeten de banken ondersteund worden en de balansen versterkt worden zodat de verliezen door afschrijving van staatsschulden gedragen kunnen worden.
  • Indien de marktrente van de staatsschuld 7% of hoger is, wordt de staatsschuld op termijn onbeheersbaar beschouwd en heeft het land ondersteuning nodig.
  • De kredietwaardigheid van een land kan alleen hersteld worden als er geloofwaardige maatregelen worden genomen om de schuld te saneren. Helaas hebben bezuinigingen ook een negatief effect op de economie van een land, waardoor de crisis nog verergerd wordt. De politieke wil om een probleemland te helpen, is sterk afhankelijk van de saneringsmaatregelen die het land zelf neemt. Probleemlanden moeten bemoeienis in hun economisch beleid van buitenaf dulden, willen ze steun en leningen krijgen. Voor probleemlanden buiten de eurozone geldt hetzelfde, maar dan onder de begeleiding van het IMF.
  • De ECB kan onbeperkt euro's bijdrukken om de probleemlanden te ondersteunen, alleen mag de ECB volgens de Europese regels dit niet doen. Wel koopt de ECB wekelijks staatsleningen van probleemlanden op, zonder die landen bij naam te noemen[302] Dit om speculanten tegengas te geven.[303]
  • De financiële "markt" heeft gefaald: Hoewel in de Europese muntunie-verdragen, altijd werd uitgesloten dat er een collectieve verantwoordelijkheid voor de staatsschulden was, heeft de "markt" er niet naar gehandeld en alle leningen, ongeacht het land, in de eurozone aanvankelijk dezelfde kredietstatus gegeven. Zo hebben de schuldlanden veel te hoge schulden kunnen opbouwen, omdat krediet te goedkoop voor ze was. Feitelijk dringt de "markt" nu de collectieve Europese verantwoordelijkheid voor alle eurozone staatsschulden op. Door vele financiële commentatoren wordt de stelling verkondigd dat een monetaire unie onmogelijk is zonder een politieke en fiscale eenheid.[304]
  • Voor de beleggers zijn er weinig risico-vrije staatsleningen meer. Ook de V.S. hebben een hoge staatsschuld met een politieke patstelling om deze op te lossen. De overblijvende kredietwaardige landen kunnen de vraag niet aan. Bovendien zijn de rentes zeer laag en compenseren deze de inflatie niet. Op termijn veroorzaken de lage rendementen grote problemen voor de toekomst. Pensioenen en andere voorzieningen zijn daar grotendeels van afhankelijk. Premiestijgingen en de vermindering van de uitkeringen hebben op hun beurt een nadelig effect op de economie. Door de onzekerheid over hun pensioenen gaan de mensen meer sparen.

Vele financiële analisten en commentatoren van vooral de V.S. en GB schetsten een zeer negatief beeld over de euro. Een voorbeeld hiervan is de uitspraak van eind januari 2010 door Albert Edwards van Société Générale, die zei dat de crisis zal leiden tot het uiteenvallen van het eurogebied: “Zuid-Europese landen zitten gevangen in een te hoog gewaardeerde valuta en worden verstikt door hun te lage concurrentiekracht. (…) Alle hulp die nu gegeven wordt aan Griekenland is slechts uitstel van het onvermijdelijke uiteenvallen van de eurozone”[305].

  • Ook in Nederland zijn er economen die de euro als onhoudbaar beschouwen en de wisselkoersen willen herstellen, soms onder handhaving van de euro als 'valuta franca', een gemeenschappelijke achttiende munt die de deelname aan het internationale handelsverkeer moet vergemakkelijken en pas geleidelijk zou uitgroeien tot een uniforme munt. De gedachte is: de eurolanden zijn te ongelijk in concurrentiekracht voor een muntunie. Met de opheffing van de nationale munten is het stabilisatiemechanisme tussen de lidstaten onderling, waarbij handelsstromen zich automatisch verbreden, versmallen of opdrogen onder invloed van de relatieve koersen, geëlimineerd. Dit versterkt de positie van sterke landen en brengt de zwakke in een neerwaartse spiraal. Het aanpassingsproces binnen een muntunie kan alleen via de financiële markten lopen, wat onder de huidige ongelijkheid een (te) groot risico wordt gevonden voor de politieke en monetaire stabiliteit.

Vergelijkingen tussen de Griekse en Argentijnse crisis[bewerken]

Veel commentatoren trekken een vergelijking met de Argentijnse economische crisis, een land dat ook zijn staatsschuld niet meer kon betalen en die de vaste koppeling tussen de dollar en de peso moest loslaten. Hierbij werden alle dollartegoeden en contracten verplicht omgezet in peso's. In een artikel[306], zegt de vroegere Argentijnse centrale bank gouverneur, Mario Blejer, samen met de Mexicaanse vroegere centrale bank gouverneur, Guillermo Ortiz, dat er belangrijke verschillen zijn met de Griekse crisis. Zijn advies is dat het voor zowel Griekenland als Europa onverstandig is om de euro te verlaten bij een faillissement. De belangrijkste verschillen zijn:

  • De koppeling tussen de peso was niet gegarandeerd door internationale akkoorden en tegenpartijen. Zodra het vertrouwen in het land weg is, kon de koppeling onmogelijk standhouden. Griekenland kan wel op steun van Europa rekenen.
  • De oude Griekse munt, is volledig afgeschaft, terwijl de peso altijd is blijven bestaan, alleen was het gebruik ervan beperkt doordat de meeste handel en transacties in dollars plaatsvonden. Er moet een nieuwe Griekse munt gecreëerd worden. Dit is vrijwel onmogelijk als er geen vertrouwen is in de dekking van de waarde door de Griekse centrale bank tegoeden (of de bijna failliete Griekse staat).
  • Er waren voor Argentinië gunstige economische vooruitzichten: er was een export surplus en de staatsfinanciën waren gezond gemaakt. De staatsschuld werd gesaneerd onder leiding van het IMF, door een belangrijke afboeking van de schulden. De definitieve afboeking gebeurde pas, nadat de sanering grotendeels rond was. De afboeking trof alle crediteuren en niet alleen de banken zoals in Griekenland.
  • Griekenland is veel meer geïntegreerd in de Europese economie en de gevolgen zijn hierdoor groter. Bijna alle commerciële contracten hebben een internationaal karakter en kunnen niet verplicht omgezet worden in de nieuwe munt. Argentinië heeft een veel grotere interne economie. Argentijnen konden veel moeilijker hun geld in veiligheid brengen. Het meeste geld van de rijkere Grieken is al buiten Griekenland, waarbij een verplichte conversie van euro's tegoeden in de nieuwe munt weinig effect heeft.

Kosovo- en Montenegro-optie[bewerken]

Beide landen gebruiken de euro zonder toestemming van de EU. Er zijn vele andere landen met zwakke economieën die geen lokale munt hebben, maar een internationale munt zoals de dollar gebruiken. Als Griekenland weigert een lokale munt in te voeren, zal de euro in gebruik blijven zelfs bij een ineenstorting van de lokale banken. Voor het opzetten van een geloofwaardige lokale munt, zijn nationale bankreserves noodzakelijk. Er is dus internationale steun zowel voor de invoering van een lokale munt als ondersteunen van het bank/geldverkeer onder de euro.

Tijdlijn[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie de ontwikkeling van de Europese staatsschuldencrisis in 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014.
Nuvola single chevron right.svg Voor een interactieve tijdlijn, zie Eurozone crisis: are the years of pain over? in The Guardian.

Zie ook[bewerken]

Referenties
  1. (en) Euro-Area Countries Failed Fiscal Goals 57% of Time, Data Show
  2. (en) 15 November 2010 Provision of deficit and debt data for 2009 - Second notification: Euro area and EU27 government deficit at 6.3% and 6.8% of GDP respectively Government debt at 79.2% and 74.0%
  3. Dit was de tweede publicatie: ten opzichte van de cijfers van april 2010 had Eurostat de Griekse cijfers aanmerkelijk bijgesteld.
  4. (en) Provision of deficit and debt data for 2010 - first notification - Euro area and EU27 government deficit at 6.0% and 6.4% of GDP respectively - Government debt at 85.1% and 80.0%
  5. (en) Provision of deficit and debt data for 2011 - second notification - Euro area and EU27 government deficit at 4.1% and 4.4% of GDP respectively
  6. (en) Provision of deficit and debt data for 2012 - first notification - Euro area and EU27 government deficit at 3.7% and 4.0% of GDP respectively
  7. (en) Provision of deficit and debt data for 2013 - first notification - Euro area and EU28 government deficit at 3.0% and 3.3% of GDP respectively - Government debt at 92.6% and 87.1%
  8. (el) Οι τράπεζες βρίσκονται σε μια ιδιότυπη πιστωτική ομηρία με υπαίτιο την χώρα
  9. (de) Die Banken sind Griechenlands Achillesferse
  10. (en) How to handle the sovereign debt explosion, Financial Times 10 maart 2010.
  11. (en) IMF, Global Financial Stability Report, Market Update, January 2010
  12. (en) International Monetary Fund, Strategies for Fiscal Consolidation in the Post-Crisis World, February 4, 2010
  13. (en) Summary Version, Global Financial Stability Report, April 2010
  14. (en) BIS Quarterly Review December 2010, p. 17
  15. Duitse banken hadden $ 22,6 miljard aan Griekse staatsleningen, bijvoorbeeld.
  16. (en) Sovereign debt worries rattle investors
  17. (en) G-7 Vows to Keep Economic Stimulus Even as Budget Deficits Grow
  18. (en) The safety-net frays
  19. De verschillen tussen de prijzen van credit default swaps voor onderscheiden debiteuren zouden theoretisch nagenoeg gelijk moeten zijn aan de verschillen in rendementen van leningen ten laste van die debiteuren. De praktijk laat echter schommelingen zien tot enkele tientallen basispunten, doch meestal zijn de "onzuiverheden" beperkt tot minder dan 20 basispunten (0,2%). Voor een globale indicatie van de wijze waarop financiële markten het kredietrisico van debiteuren beoordelen op een concreet moment zijn prijzen van credit default swaps zeker bruikbaar.
  20. (en) Greece puts bond sale on hold
  21. (en) Greece Announces $6.6 Billion in Budget Cuts to Seek EU Support
  22. (en) Greek Woes Show Swaps Must Be Curbed, Merkel Says
  23. (en) TT bet against Greece
  24. Of deze bank dit uit speculatieve motieven deed, of dat men hiermee de Griekse staatsleningen in de eigen portefeuille tegen koersdalingen wilde beschermen, werd niet bekend. Niet onaannemelijk lijkt echter dat dit laatste het geval was: het is voor een bank in overheidshanden geenszins ongebruikelijk om een deel van de middelen te beleggen in de staatsleningen van het eigen land.
  25. Eurolanden akkoord met inzet IMF voor Griekenland, Financieel Dagblad 26 maart 2010.
  26. (en) EU Steers Greece to IMF, Pledges Loans in Last-Resort, Bloomberg 26 maart 2010.
  27. (en) Deal reached over Greece debts at Brussels summit, BBC 26 maart 2010.
  28. (en) Greek Bonds Drop a Seventh Day, Spread Widens, on Budget Woes
  29. (en) Statement on the support to Greece by Euro area Members States, 11 April 2010
  30. (en) Greece Sells More Bills Than Planned as Aid Buttresses Demand
  31. Hoewel deze tarieven aanmerkelijk lager lagen dan enkele dagen daarvoor betaald had moeten worden, konden ze bezwaarlijk beschouwd worden als een blijk van evident vertrouwen van de financiële markten: kortlopende Nederlandse staatsleningen hadden op dat moment een rendement van duidelijk beneden 1%.
  32. (en) Greece’s 3-Month Treasury Bill Yield Doubles on Default Concern
  33. (en) Papandreou Says Greece Needs to Activate EU Aid Mechanism
  34. (en) Greek PM requests activation of EU/IMF aid package
  35. (en) Greece Cut to Junk at S&P as Contagion Spreads Through Europe
  36. (en) IMF Tells German Lawmakers Greece Needs Up to EU120 Billion
  37. Grieks akkoord met Brussel en IMF over steun en bezuinigingen
  38. (en) Euro Region Approves EU110 Billion Greek Bailout Package
  39. (en) Greeks face long hardship as gov't seals huge rescue
  40. Steunpakket Griekenland grootste ooit
  41. (en) Greece Gets $146 Billion Rescue in EU, IMF Package
  42. Het volledige pakket maatregelen is te vinden op Ministerie van Financiën | Rijksoverheid.nl.
  43. (en) 3 May 2010 - ECB announces change in eligibility of debt instruments issued or guaranteed by the Greek government
  44. (de) EZB akzeptiert jetzt auch griechischen Ramsch
  45. De vrees was ontstaan dat Griekse banken door de ratingverlagingen in mogelijk acute liquditeitsproblemen zouden komen.
  46. (en) Guess Who's Paying For The Greece Bailout? That's Right -- YOU
  47. . De koersontwikkeling van Griekse staatsleningen in de dagen na het bekend worden van het reddingsplan suggereerde echter dat de financiële markten nog niet overtuigd waren van de haalbaarheid.
  48. (de) Wie die Hellenen gegen den Sparzwang streiken
  49. (en) Greek State Workers Escalate Protests at Budget Cuts
  50. (de) Handelsblatt-Aktion: Wir kaufen griechische Staatsanleihen!
  51. (en) Three dead as Greece protest turns violent
  52. (en) Greeks Protests Over Bailout Leaves 3 Dead, Buildings Burning
  53. Grieks parlement stemt in met spaarpakket
  54. (en) Greece Cut to Junk by Moody’s on ‘Substantial’ Risks
  55. (en) Greece Approves Pension Overhaul Despite Protests
  56. (en) It’s all Greek (banks) to the ECB
  57. Hierbij speelde vermoedelijk een rol dat de bezuinigingen tevens tot een sterke daling van de conjunctuur leidden, zodat de staatsschuld als percentage van het BBP niet direct daalde, doch vermoedelijk eerst nog zou stijgen.
  58. (en) ECB’s Weber Sees Threat of ‘Grave Contagion Effects’
  59. (en) Zapatero Calls Speculation About a Bailout ‘Madness’
  60. eurozone: centrale aanpak van schulden
  61. (en) EU to Set Up Fund to Prevent Spread of Greek Crisis
  62. (en) EU works on mechanism to stop Greek contagion
  63. Honderden miljarden voor monstersteunregeling eurozone
  64. Akkoord over noodplan voor euro
  65. (en) EU Crafts $962 Billion Show of Force to Halt Crisis
  66. (en) Statement by EU Ministers on Stabilization Fund: Text
  67. Oprichting European Financial Stability Facility
  68. De financiële markten namen met gemengde gevoelens kennis van deze ontwikkelingen: de oprichting van het EFSF werd eerder gezien als een bewijs van de omvang van de problemen dan als geruststellend. "Rather than addressing concerns about European capital and halting the government and bank debt contagion, the establishment of the European Financial Stability Facility (EFSF) appears to have reinforced investors’ concerns that a strategy that mitigates balance sheet disasters in the euro block, while costly, does not resolve the underlying problems of sluggish growth and excessive debt. The problem of structural imbalances and the need for costly multi-year reforms are deep enough to take the euro block’s combined government capital pool to the edge of sustainability and it has proven far-reaching enough to require the recapitalisation of the ultimate capital provider of last resort – the IMF." (Citaat uit het ochtendbericht van dinsdag 8 juni 2010 van Lena Komileva, Director, Head of G7 Market Economics, Tullett Prebon. Opgenomen met toestemming van mevrouw Komileva.)
  69. (en) Strauss-Kahn Says IMF to ‘Play Its Part’ in EU Plan
  70. Een dergelijke rating kon als absoluut noodzakelijk worden gezien, wilde het EFSF geld kunnen aantrekken tegen voldoende lage tarieven.
  71. (en) European Bailout Fund Receives High Ratings
  72. (en) Euro-Area Central Banks Are Buying Government Bonds
  73. (en) Default Swaps Tumble After EU Goes ‘All In’: Credit Markets
  74. Een dergelijk proces wordt in het financiële jargon aangeduid als "sterilisatie": een uitblijven van zo'n maatregel leidt tot een toename van de geldhoeveelheid en kan leiden tot inflatie.
  75. (en) ECB moves swiftly to sterilize govt bond buying
  76. (en) ECB Offers Banks Term Deposits Offset Bond Purchases
  77. Ultiomo december 2010 bleek echter circa € 61 miljard op deze wijze uit de markt genomen te zijn, tegenover circa € 74 miljard aan gekochte staatsleningen. De week erop bleek weer de volle € 74 miljard aan de markt onttrokken te zijn.
  78. Commentatoren meenden dan ook dat hier in feite nauwelijks sprake was van de hiervoor genoemde sterilisatie.
  79. (en) Greece gets repayment extension to 2021 - finmin
  80. Dit is het "rode gebied" in deze grafiek, bestaande uit aankopen van covered bonds (uiteindelijk circa € 60 miljard) en staatsleningen. De ECB verstrekte geen nadere details omtrent de debiteuren, looptijden of prijzen.
  81. Nederland tegen voorinzage door Brussel van nationale begroting
  82. (de) BaFin untersagt ungedeckte Leerverkäufe und ungedeckte CDS auf Staatsanleihen der Eurozone
  83. (en) Germany Bans Naked Short-Selling, Swaps Speculation
  84. Een blogger schreef "Does this woman [Angela Merkel] have any idea what she's doing?".
  85. (en) Germany Fails to Get Other Nations to Join Short Ban
  86. (de) Regierungserklärung von Kanzlerin Merkel: „Scheitert der Euro, dann scheitert Europa“
  87. (de) Frankreich feuert Breitseite auf Merkel
  88. (de) Merkels Rettungsplan für den Euro
  89. (de) Europa übt das Sparen
  90. Zie bijvoorbeeld (fr) L'Europe coincée entre rigueur budgétaire et croissance
  91. (en) French Unions Strike on Retirement Plans; Travel Impact Limited
  92. (en) Sarkozy Proposes Lifting Retirement Age to Stem Pension Losses
  93. French raise retirement age to 62
  94. Ter illustratie: Duitsland besloot reeds in 2007 de pensioenleeftijd geleidelijk (in 24 jaar met 1 maand per jaar) te verhogen van 65 jaar tot 67 jaar.
  95. (en) Budget key points: At-a-glance
  96. In Griekenland bleek er voor circa 500 beroepen een lagere pensioenleeftijd te gelden; zo konden kappers, wegens de blootstelling aan chemicaliën, reeds met 55 (mannen) c.q. 50 (vrouwen) met pensioen.
  97. (en) French Unions Stage Strike as Pension Debate Starts
  98. (en) EU austerity drive country-by-country Overzicht van de diverse bezuinigingsplannen, BBC, 21 mei 2012
  99. (en) Europe's Banks Face Second Funding Squeeze
  100. (en) Czechs Eurobond Funding Costs Beat Italy's on Austerity Measures, Optimism
  101. "The interbank market being off boundaries for an increasing number of Greek, Portuguese and Irish banks, it is normal they should turn to the European Central Bank, which therefore substitutes itself for the market." (De Franse bank Natixis in een commentaar d.d. 10 september 2010)
  102. Dat dit effect zou gaan optreden was reeds bij de aanvang van de crisis voorspeld, en in ieder geval voorspelbaar. Reeds bij een gelijkblijvend bedrag aan staatsschuld neemt, bij een dalend GDP, de schuldquote toe. Dat bezuinigingen om ambtenarensalarissen en uitkeringen tot een dalende koopkracht en daarmee tot een sterk dalend GDP zouden leiden, was bekend. Eerst na verloop van langere tijd -waarmee eerder aan enkele jaren dan aan enkele kwartalen gedacht moet worden- is de sanering van de overheidsfinanciën zo ver gevorderd dat de schuldquote -langzaam- daalt.
  103. Ierse economie krimpt onverwachts
  104. (en) Default would lead to crisis, says Sutherland
  105. (en) Ireland Says Bank Bailout May Hit 50 Billion Euros
  106. Final Anglo cost expected to be at least €29.3 billion
  107. Wereldnet - Slechte tolwegen? Daar betalen Grieken niet voor!
  108. (en) Angela Merkel consigns Ireland, Portugal and Spain to their fate - Telegraph Angela Merkel laat PIGS aan hun lot over]
  109. (en) Official: Germany Won't Let Bondholders Shirk Crisis Cost
  110. (en) Ireland Plans $8.5 Billion in Budget Cuts for 2011
  111. (en) Bond yields continue to rise
  112. Sarkozy ondertekent controversiële pensioenwet
  113. (en) EU seeks to reassure nervy markets over Ireland
  114. (en) Ireland Default Predicted in Global Investor Poll
  115. (en) Irish Banks’ ECB Borrowings Rise to 130 Billion Euros
  116. (en) Ireland’s Cowen to Weigh EU Steps to Shore Up Banks
  117. Ierland is bereid steun te vragen
  118. (en) Cowen Scorned as Irish Mourn Loss of Sovereignty Before Bailout
  119. (en) IMF/EU staff begin formal talks with Government
  120. Zie de leader in de Irish Times van vrijdag 19 november 2010, The decisions to be taken.
  121. (en) Was it for this?
  122. (de) Pröll: Nächste Griechen-Millionen "nicht automatisch"
  123. (en) Ireland Faces `Outsized' Problem, Seeks EU, IMF Bailout
  124. Ierland accepteert toch financiële noodhulp
  125. (en) Social welfare cut, taxes to rise in four-year plan
  126. (en) Leaving the euro: how would it work?
  127. (en) Ireland Wins $113 Billion Bailout as EU Ministers Seek to Halt Debt Crisis
  128. (en) EU/IMF Irish bailout – the details
  129. Dit was overigens duidelijk hoger dan de rente die in mei 2010 met Griekenland overeengekomen was, hetgeen tot ongenoegen in Ierland leidde.
  130. (en) Statement by the Eurogroup, 28 November 2010
  131. Te verwachten is dat deze aanpak, indien uitgevoerd, ertoe zal leiden dat beleggers onderscheid maken tussen staatsleningen uitgegeven voor en na medio 2013: de laatste zullen als duidelijk risicovoller worden beschouwd, afhankelijk van de debiteur.
  132. (en) Analysis: Portugal, Spain in crosshairs as Ireland bailed out
  133. (en) Spain, Portugal Credit-Default Swap Costs Soar to Record Highs
  134. De titel van een "research note" die een bank op 30 november 2010 rondstuurde luidde "Nothing seems to reassure the markets anymore".
  135. Centrale Bank intern verdeeld over koers
  136. Noodfonds en euro-obligaties verdelen Europese ministers
  137. (en) Germany rejects calls over debt fund
  138. (en) EU Faces ‘Gridlock’ on Debt Crisis, Nears Deal on Post-2013 Tool
  139. (en) EU Creates Post-2013 Crisis Tool Amid Next Step Split
  140. (en) Portuguese borrowing costs hit record
  141. (en) Smouldering in Belgium
  142. (en) Europe Rescue Debt ‘Hot’ as Asia Central Banks Lead
  143. (en) EU Puts Burden on Bailout States to Stop Crisis: Euro Credit
  144. (en) WSJ: European Ministers Firm Up Bailout-Fund Plan
  145. (en) Eurozone 'agrees in principle' on policy co-ordination
  146. Europese ministers leggen fundament voor ‘euro-deal’
  147. (en) CONCLUSIONS OF THE HEADS OF STATE OR GOVERNMENT OF THE EURO AREA OF 11 MARCH 2011, Brussels, 11 March 2011
  148. (en) Pact for the euro: Tough talk, soft conditions?
  149. Een niveau van 7% werd op dat moment beschouwd als zijnde al zodanig hoog dat de rentelasten niet structureel op te brengen zouden zijn.
  150. (en) Portuguese 5-Year Yields Reach Euro-Era High on Bailout Concern
  151. (en) Portugal Seeks EU Bailout, Joining Greece, Ireland
  152. Portugal vraagt EU alsnog om steun
  153. Voor houders van bestaande Portugese staatsleningen was dit in die zin geen uitsluitend positief nieuws, dat leningen die door het IMF en het ESM verstrekt zouden worden in rangorde boven die bestaande staatsleningen zouden worden gesteld. Indien ooit -wat in april 2011 uiteraard geheel onbekend was- een schuldsanering zou worden doorgevoerd die de vorm zou aannemen van een "haircut" (inkorting van de nominale waarde van de vordering), die haircut allereerst ten laste van de houders van die bestaande staatsleningen zou komen.
  154. (en) IMF World Economic Outlook, April 2011, p. 66
  155. Akkoord over noodpakket van € 78 mrd voor Portugal
  156. (en) PORTUGAL: MEMORANDUM OF UNDERSTANDING ON SPECIFIC ECONOMIC POLICY CONDITIONALITY, 3 May 2011, 13:40
  157. Uit een opiniërend artikel daags na de bekendmaking van het steunpakket voor Portugal op 7 april april 2011: "Judging from market pricing of Portugal’s debt, it’s increasingly likely that this emergency lending will be accompanied by some type of debt restructuring after 2013."
  158. Dit is gebleken te kunnen variëren van enkele jaren tot meerdere decennia; zie Reinhardt, C. en K. Rogoff, This Time is Different: Eight Centuries of Financial Folly.
  159. Tot dan toe was de officiële zienswijze dat een schuldsanering zowel overbodig als onwenselijk was, aangezien de middelen van het IMF, de Europese Commissie en het EFSF ruim voldoende waren om de financieringsbehoefte van de betrokken landen te dekken, en een schuldsanering alleen maar tot onnodige commotie op de financiële markten zou leiden. Hierbij speelde vermoedelijk tevens een rol dat Noord-Europese banken zeer grote schade zouden lijden door een dergelijke schuldsanering. Een verlaten van dit standpunt werd als zeer zorgwekkend opgevat.
  160. Volledigheidshalve: dit gold vermoedelijk alleen voor leningen die men niet in de handelsportefeuille had. Overigens verschilde de wijze van boekhoudkundige rapportage van (vermoedelijke) verliezen op leningen van land tot land.
  161. "In de marge" van deze discussie ontstond een discussie over de vraag, welke wijze van hetstructurering zou worden aangemerkt als een "event of default": een gebeurtenis die als "trigger event" voor de afwikkeling van credit default swaps zou fungeren, en tot uitbetaling aan de kopers van die vorm van kredietverzekering zou leiden. Aangezien de voorwaarden van CDS'en tussen partijen vrij overeengekomen kunnen worden, waren er diverse varianten in omloop. Handleidingen hoe hiermee om te gaan besloegen tientallen pagina's.
  162. Nout Wellink
  163. Een uitspraak waar hij eind december op terugkwam, met de vermelding dat het geld geleend van staat tot staat, waarschijnlijk niet volledig terug betaald wordt. Elsevier.nl - Nout Wellink draait over lening aan Griekenland
  164. In de verkoop was een hoeveelheid staatseigendommen, die over enkele jaren uitgesmeerd € 50 miljard zouden moeten opbrengen; de Griekse staatsschuld bedroeg toen circa € 340 miljard.
  165. (en) Greece to Get Next Aid Payment From New Bailout
  166. (en) Papandreou Wins Passage of Greek Austerity Bill, Opening Way for More Aid
  167. (en) Greek Parliament backs austerity package
  168. (en) Violence blights anti-austerity rally
  169. (en) Tension on streets as MPs prepare to vote
  170. (en) Violence escalates after austerity vote
  171. (en) Presenting ... the French proposal in full
  172. Uit een research note van een (andere) Franse bank van 29 juni 2011: "Q3. Does the plan address Greece’s solvency problem? Not at all."
  173. Een ratingverlaging tot "junk" heeft vaak tot gevolg dat institutionele vermogensbeheerders niet meer in staatsleningen van het betreffende land mogen beleggen, op grond van de afspraken die men met de opdrachtgever (bijvoorbeeld een pensioenfonds) heeft gemaakt. Daarmee neemt de hoeveelheid voor belegging in dat land beschikbaar kapitaal (soms sterk) af, hetgeen een opwaarts effect op de te betalen rente heeft. Er is daarmee dus sprake van een "self-fulfilling prophecy".
  174. Uit een research note van een grote Japanse bank van 7 juli 2011: "With complete resolution delayed, we are becoming more pessimistic and view contagion to at least Portugal and Ireland as the only natural outcome."
  175. De Telegraaf 21 juli
  176. Een grote Japanse bank op 22 juli 2011: "Our general take is positive and we judge the plan to be reasonably balanced."
  177. Het commentaar van een grote Amerikaanse bank: "The next job is to sell this back home."
  178. Hierbij wordt opgemerkt dat de ISDA liet weten de op de Eurotop geaccordeerde "selective default" van Griekenland niet als een "credit event" te beschouwen, waarmee duidelijk werd dat het gebruik van CDS'en als "kredietverzekering" hier niet zou werken.
  179. De ECB kocht vanaf 8 augustus per week voor € 22 miljard, € 14,3 miljard, € 5,3 miljard en € 13,3 miljard.
  180. Een van de voorstellen behelsde het schrappen van het laten meetellen van tijd op de universiteit of in militaire dienst doorgebracht voor de pensioenopbouw: met name artsen dreigden met stakingen.
  181. De Italiaanse premier Berlusconi verklaarde dat hem door ECB-president Trichet slechts vier dagen was gegeven om met een bezuinigingsplan van die omvang te komen.
  182. (en) Playing privatization catch-up
  183. Bij diverse ministeries van Financiën bleken hiervoor draaiboeken te bestaan; het enkele bestaan ervan werd echter beschouwd als een indicatie van de bereidheid deze stap te zetten.
  184. (en) Greek default talk gets louder
  185. (en) Greece on Edge of Insolvency 24 Centuries After City Default
  186. Effect 08-2012, pagina 40
  187. (en) Trichet Says Euro Crisis of ‘Systemic Dimension’
  188. a b c Grieken: naar Zwitserland, RTL nieuws, 19 oktober 2011.
  189. (en) Greece: Debt Sustainability Analysis, October 21, 2011
  190. In de nieuwe voorstellen waren twee opties beschreven. De ene behelsde het omvormen van het EFSF tot een structured investment vehicle: in feite een beleggingsfonds dat dan leningen zou verschaffen aan eurozone-landen, waarbij het de bedoeling was dat vooral sovereign wealth funds daarin zouden beleggen. (Brazilië liet echter vrijwel direct weten niet geïnteresseerd te zijn, en ook de reactie van China was niet zeer enthousiast.) De andere optie hield in dat het EFSF partiële garanties ("partial protection certificates", beperkt tot de eerste 20% van de verliezen) zou uitgeven die enerzijds aan nieuw uitgegeven staatsleningen verbonden zouden zijn, doch anderzijds apart daarvan verhandeld zouden kunnen worden. Tegenover deze garanties zou dat van deze steun gebruikmaakte door het EFSF uitgegeven obligaties kopen (met contanten die van het EFSF geleend werden) welke obligaties in een trust ondergebracht zouden worden tot zekerheid voor de gegarandeerde staatsobligaties. In het geval van een default (wat nader te omschrijven was) zouden de houders van de staatsobligaties zich kunnen verhalen op zowel de garantiecertificaten als de in trust gegeven EFSF-leningen. De defaultende staat zou dan zowel een schuld aan de houders van de staatsobligaties hebben als aan het EFSF.
  191. (en) EURO SUMMIT STATEMENT, Brussels, 26 October 2011
  192. Ten aanzien van de term "leverage": de resterende capaciteit van het EFSF zou, na aftrek van hetgeen eerder was toegezegd aan Ierland, Portugal en Griekenland, nog circa € 200 tot € 250 miljoen bedragen. Hiermee konden kredietverzekeringen voor nieuw uit te geven staatsleningen worden verstrekt; indien die garantie beperkt zou blijven tot 20% tot 25% van de hoofdsom zou men op een "onderliggend" bedrag van circa € 1000 miljard komen. Een open vraag was echter of een dergelijke partiële garantie door beleggers toereikend zou worden gevonden.
  193. Italiaanse rente stijgt tot hoogste niveau sinds invoering euro
  194. (en) Greek Gamble on Calling Referendum Stuns Euro Partners, Merkel Allies Say
  195. (en) PM announces confidence vote and referendum
  196. (en) Merkel, Sarkozy Press Greece to Stick to Bailout
  197. Bij IMF-steun vindt dergelijk toezicht altijd plaats, maar hier was op dat moment geen sprake van dergelijke steun.
  198. (en) Greece Will Form National Unity Government
  199. (en) Greece turns to coalition gov't to tackle crisis
  200. (en) Ambitious budget eyes surplus
  201. (en) Italy Five-Year Yield Top 7% as Berlusconi to Quit
  202. Italiaanse rente boven 7%
  203. (en) Berlusconi Resigns as Monti Prepares New Italian Government
  204. Duitse obligatieveiling mislukt - RTL Z
  205. Geen lid van de eurozone, maar doordat met name Oostenrijkse banken grote vorderingen in Hongarije hadden uitstaan wel van belang voor de crisis in de eurozone.
  206. AD van 6-12-2011, blad 19: 3,5% voor 3 jaar, 4% voor vijf jaar en 4,2 voor acht jaar. De meeste Belgen tekenden voor vijf jaar (4,7 miljard)
  207. (en) EUROPEAN COUNCIL Brussels, 9 december 2011: STATEMENT BY THE EURO AREA HEADS OF STATE OR GOVERNMENT
  208. Verklaring Europese Raad, Brussel, 9 december 2011
  209. (de) Der listige Plan der EZB
  210. (en) ECB Lends Banks $645B, Exceeding Forecast
  211. Bij de beoordeling van deze stap dient rekening gehouden te worden met een bijna "dogmatische" discussie over de taak van de ECB. Het kopen van bestaande staatsleningen kon gezien worden als het ondersteunen van het bankwezen en behorend tot de taak van de ECB; het kopen van nieuw uitgegeven staatsleningen werd gezien als kredietverlening van centrale banken aan overheden, hetgeen zowel expliciet (in het Verdrag van Maastricht) verboden was als gezien werd als monetaire financiering, wat beschouwd werd als potentieel sterk inflatoir, dan wel als kwantitatieve versoepeling. Deze leningen werden aan banken verstrekt, formeel zonder restricties (doch uiteraard wel tegen onderpand, hoewel de eisen die aan dat onderpand gesteld werden tevens werden versoepeld) maar naar werd aangenomen wel met sterke vingerwijzingen deze middelen te gebruiken voor de aankoop van perifere staatsleningen.
  212. Obligatie website
  213. Meerdere keren werd aangekondigd dat binnen enkele uren bekendgemaakt zou worden dat overeenstemming bereikt was
  214. De ECB had voor vermoedelijk circa € 55 miljard aan Griekse staatsleningen opgekocht.
  215. De Europese regeringsleiders hadden echter twee keer "plechtig beloofd" ("solemn promise") dat dit tot Griekenland beperkt zou blijven.
  216. De private crediteuren zouden 53,5% van de schuld direct kwijtschelden, en voor het overige deels zeer langlopende Griekse staatsleningen ontvangen, met een lage (doch in de loop der tijd iets stijgende) coupon, alsmede leningen ten laste van het EFSF. Gegeven de theoretische marktwaarde van die vervangende leningen kon de totale schade voor de private crediteuren geschat worden op circa 75%. De koersen van Griekse staatsleningen, in zoverre daar nog enige handel plaatsvond, lagen dan ook op ongeveer dit niveau, ongeacht de resterende looptijd en de coupon.
  217. De ECB had enkele dagen ervoor zijn positie veilig gesteld door zijn Griekse staatsleningen om te wisselen voor staatsleningen met dezelfde modaliteiten doch andere ISIN-codes: die nieuwe leningen zouden niet genoemd worden in de Griekse wetgeving omtrent de PSI.
  218. Deze beide zaken hadden in hun eerdere (strengere) vorm tot groot ongenoegen in Griekenland geleid: men zag er een verlies van soevereiniteit in.
  219. DNBulletin: 3-jaars LTRO's wapen tegen krimp kredietverlening - De Nederlandsche Bank
  220. UPDATE 3-Banks gorge on 530 bln euros of ECB funds | Reuters
  221. Gezien de lage rente en lange looptijd van de nieuwe obligaties is de afwaardering nog groter, ongeveer 70%. Als de obligaties later onder nominale waarde zijn gekocht, kan de effectieve afwaardering veel minder zijn.
  222. artikel Le soir, 25 februari
  223. Het gevolg hiervan was dat er sprake bleek te zijn van een rangorde van schuldeisers die niet uit de leningsvoorwaarden voortvloeide: de hoofdregel was (en is) dat alle houders van eenzelfde serie obligatie gelijk behandeld dienen te worden. Een Amerikaanse bank omschreef het potentiële risico dat hieruit voortvloeide in maart 2012 aldus: "By refusing to take a loss on its Greek debt holdings, the ECB effectively made all of its sovereign debt holdings senior to those of private investors, despite the fact that it too bought the debt in the secondary market. With this as a precedent, future purchases of Portugal, Italy or Spain sovereign debt through any QE efforts, or the SMP program, will de facto subordinate the private investors of that debt. In fact, the more the ECB buys, the bigger the potential loss to private creditors in the event of a debt restructuring. That leads to the ultimate irony: the more the ECB tries to stabilize, the more it can be self-defeating."
  224. De Spaanse regering raamde over 2012 een krimp van 1,7%.
  225. De Spaanse regering presenteerde eerst op 30 maart -na verkiezingen in Andalusië- de begroting over 2012, met € 27 miljard aan bezuinigingen, doch kwam reeds op 10 april met € 10 miljard aan aanvullende bezuinigingen.
  226. De indruk die de financiële markten hiervan kregen, was dat de Spaanse regering slechts in beperkte mate de problemen beheerste.
  227. (en) Brussels to relax 3pc fiscal targets as revolt spreads
  228. (en) Europe Seen Adding Growth Terms to Budget Rules as Focus Shifts
  229. De grootste partij krijgt een "bonus" van 50 parlementszetels, doch ook met inbegrip hiervan hadden ND en PASOK 149 zetels op een totaal van 300.
  230. (en) Eurogroup statement on Spain, 9 June 2012
  231. (en) Spain Seeks $125 Billion Bailout as Bank Crisis Worsens
  232. Spanje vraagt noodhulp voor banken De Telegraaf
  233. Bij de aankondiging van het plan had men enigszins in het midden gelaten of deze leningen verstrekt zouden worden door het EFSF of door het ESM: in het eerste geval was formeel geen sprake van seniority, doch feitelijk vermoedelijk wel omdat het EFSF niet had deelgenomen aan de "haircut" van de Griekse staatsleningen; in het tweede geval was dit zonder twijfel aan de orde, aangezien die seniority in de statuten van het ESM was voorzien. Een dergelijke seniority zou slechts verschil maken bij een schuldsanering vergelijkbaar met die van Griekenland; de omstandigheid dat aan die seniority belang werd toegekend, suggereerde dat men de kans op een dergelijke schuldsanering niet als verwaarloosbaar beschouwde.
  234. Deze afspraak werd gemaakt omdat noch EFSF noch ESM (dat nog niet in werking getreden was) niet over eigen middelen in voldoende omvang beschikten, doch bij aankopen eerst geld op de markt zouden moeten aantrekken; de ECB zou in feite die aankopen "voorschieten").
  235. (en) Introductory statement to the press conference (with Q&A), Mario Draghi, President of the ECB, Vítor Constâncio, Vice-President of the ECB, Frankfurt am Main, 2 August 2012
  236. De bezwaren van de heer Weidmann hadden vooral betrekking op de vraag op de ECB deze aankopen zou "steriliseren"door elders liquiditeit aan de markten te onttrekken: niet-steriliseren zou zijns inziens een inflatoire impuls betekenen en de ECB zou in strijd met zijn statutaire taak handelen. Een tweede bezwaar van de heer Weidmann was dat de ECB hiermee zich zou begeven op een terrein dat aan "de politiek" was voorbehouden: een centrale bank zou niet de verantwoordelijkheden van de diverse overheden moeten overnemen. De onafhankelijkheid van de ECB zou daarmee in gevaar komen. De steun van bondskanselier Merkel voor het standpunt van de Busdesbank was wisselend. In de loop van augustus bleken de heren Draghi en Weidmann elkaar regelmatig in interviews af te vallen.
  237. NRC Weekend 29 september 2012, Katern Economie, blz. 6
  238. Het mandaat van de ECXB verbood het kopen van staatsleningen op de primaire markt, dus direct bij uitgifte. Een aankoop direct na de aanvang van de notering zou echter een aankoop op de secundaire markt zijn.
  239. (en) ECB Press Release, 6 September 2012 - Technical features of Outright Monetary Transactions
  240. Bij de herstructurering van de Griekse staatsschulden had de ECB dit niet gedaan, waardoor de private crediteuren een grotere korting op hun leningen hadden gekregen.
  241. Van de totale overheidsuitgaven namen de regio's, die verantwoordelijk waren voor onder meer gezondheidszorg en onderwijs, een aanmerkelijk deel voor hun rekening. Deze regio's hadden inmiddels geen toegang meer tot de kapitaalmarkten: hun ratings waren tot ver beneden "investment grade" gedaald, en de rendementen op uitstaande leningen lagen vaak aanmerkelijk boven de 10%.
  242. Deze leningen waren ontstaan uit de hierboven genoemde omwisselingsoperatie van april 2012; de koersen waren sedertdien gestegen tot 30% tot 35%. Bij deze inkoop zou Griekenland dus circa € 35 betalen om € 100 aan schuld kwijt te raken.
  243. AD 22 november 2012
  244. (en) Eurogroup statement on Greece, 27 November 2012
  245. Dit impliceerde dat diverse eurozone-lidstaten hiermee deze leningen met verlies verstrekten, aangezien hun eigen leenkosten hoger waren.
  246. Eindhovens Dagblad: Terugkoop schulden Griekenland geslaagd, 8 december 2012. Geraadpleegd op 13 december 2012
  247. rtlz: Griekenland onthult plan terugbetaling schulden, 29 november 2012. Geraadpleegd op 13 december 2012
  248. www.oblis.be
  249. Dit was een compromis tussen met name Frankrijk, dat alle banken in de eurozone onder toezicht van de ECB wilde brengen, en Duitsland, dat vooral de Duitse Landesbanken en Sparkassen onder het eigen toezicht wilde houden.
  250. AD 19 december 2012, blad 17.
  251. (en) Cypriots Reel After Euro Finance Ministers Choose Deposit Losses
  252. (de) Gipfel in Brüssel: Euro-Länder einigen sich auf Milliarden-Hilfe für Zypern
  253. (de) Einigung in Brüssel: So müssen die Bankkunden Zypern retten
  254. De spaarders zouden in ruil hiervoor aandelen in hun banken krijgen, die op dat moment echter geen enkele waarde hadden.
  255. Banken op Cyprus langer dicht
  256. (en) Cyprus Rejects Deposit Levy in Blow to European Bailout Plan
  257. (de) Rettungspaket: Zyperns Parlament billigt Aufspaltung von Banken
  258. nu.nl 25 maart
  259. (en) Cyprus to End Capital Controls in January, President Says
  260. Deze lijst had betrekking op nagenoeg alle landen van de EU.
  261. (en) Country-specific Recommendations 2013
  262. (de) Brüssel lässt Krisenländer von der kurzen Leine
  263. De Nederlandse minister van Financiën Dijsselbloem, toen recent aangetreden als voorzitter van de eurogroep, werd gevraagd om deze volgorde gezien kon worden als "template" (sjabloon) voor eventuele volgende saneringen. Hij zou daarop bevestigend geantwoord hebben, hetgeen onder houders van bankenobligaties tot commotie leidde. De heer Dijsselbloem ontkende later dit gezegd te hebben: de term "template" zou hem in het geheel niet bekend zijn.
  264. (de) Verhandlungen gescheitert: EU-Finanzminister zerstreiten sich über Pleitebanken
  265. (en) Euro Area Exits Longest Recession on Record
  266. (de) Mini-Wachstum um 0,3 Prozent: Euro-Zone überwindet Rezession
  267. (en) Italian, Spanish Spread Over Bunds Shrinks to Least in Two Years
  268. Voorts stelde Berlusconi dat de rechters die hem veroordeeld hadden bevooroordeeld waren geweest omdat ze feministische communisten zouden zijn
  269. (en) Italy’s Coalition Teeters as Berlusconi Allies Walk Out
  270. (en) Letta Defies Berlusconi as Italian Government Nears Collapse
  271. Berlusconi steunt Letta toch
  272. (en) Italy’s Letta Survives Confidence Vote as Berlusconi Backs Down
  273. De ECB zou hiervoor eerst enkele honderden medewerkers moeten aantrekken.
  274. Het ESM was oorspronkelijk bedoeld voor steun aan uitsluitend overheden. Bij de bankensteun aan Spanje (van € 41,3 miljard) was de steun ook formeel aan de Spaanse staat verstrekt, die dit had doorgeleid aan bankensaneringsfonds FROB, die dit had gebruikt voor kapitaalsinjecties in de betrokken banken, waaronder Bankia. Formeel had het ESM een lening verstrekt, geen risicodragend kapitaal.
  275. Dit fonds zou gevoed worden uit contributies door banken; in 10 jaar zou het een omvang van € 55 miljard moeten krijgen.
  276. Voor particuliere rekeninghouders gold op dat moment wel in alle eurozone-landen hetzelfde maximum van € 100.000, voor andere soorten rekeninghouders verschilde dit echter. Ook de wijze van financiering van de stelsels was verschillend: in sommige landen was hiervoor een fonds, gevoed door banken en in feite omgeslagen over bestaande rekeninghouders, in andere landen werd een "strop" over het bankwezen omgeslagen nadat deze zich had voorgedaan.
  277. Na eerdere stresstests, die tot in het algemeen redelijk positieve uitkomsten hadden geleid, waren toch nog een aantal banken in problemen gekomen.
  278. De criteria waren: balanstotaal groter dan € 30 miljard; balanstotaal groter dan 20% van het GDP van het land van vestiging; de drie belangrijkste banken in het desbetreffende land; banken die steun ontvingen van het EFSF of het ESM.
  279. (en) PRESS RELEASE - 23 October 2013 - ECB starts comprehensive assessment in advance of supervisory role
  280. (en) ECB: NOTE COMPREHENSIVE ASSESSMENT OCTOBER 2013
  281. Voor België waren dit AXA Bank Europe SA, Belfius Banque SA. Dexia NV, Investar (Holding of Argenta Bank), KBC Groep NV en The Bank of New York Mellon SA; voor Nederland ING Groep NV, Rabobank Group, ABN AMRO Group NV, Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), SNS Bank NV, Nederlandse Waterschapsbank NV en Royal Bank of Scotland NV (with superordinate holding RFS Holdings BV).
  282. (en) Introductory statement to the press conference, Mario Draghi, President of the ECB, Frankfurt am Main, 7 November 2013
  283. Het meest recente cijfer van de HICP in de eurozone was dat over oktober 2013, met 0,7% op jaarbasis. Hier zaten echter enige "base effects"in: het doorwerken van een incidentele stijging -bijvoorbeeld een BTW-verhoging- gedurende de 12 maanden daarna, die later "uit het cijfer loopt".
  284. (de) Beratungen in Brüssel: EU-Finanzminister einigen sich auf Bankenunion
  285. www.oblis.be
  286. De daling in rendementen van 10-jaars staatsleningen op 31 december 2013 respectievelijk 10 januari 2014 (bij benadering): Spanje 0,33%, Ierland 0,16%, Portugal 0,68%, Griekenland 0,66%.
  287. Opgemerkt wordt dat ten tijde van die historisch lage niveaus wel sprake was van een hogere inflatie dan in 2014 het geval was.
  288. (de) BVerfG, 2 BvR 2728/13 vom 14.01.2014, Absatz-Nr. (1 - 105)
  289. (en) Greece returns to bond markets, says end of bailout nears
  290. (en) Parliament lifts bank bailout burden from taxpayers’ shoulders
  291. (en) Background note on banking union and bank common rules
  292. (de) Schutz vor Finanzkrisen: EU-Parlament beschließt Bankenunion
  293. (de) } EU-Parlament macht Weg für Bankenunion frei
  294. Dit was een heropening van de bestaande lening tot 15 februari 2024 (ISIN PTOTEQOE0015); er werd 3,5 keer zoveel ingeschreven als toegewezen.
  295. (de) Abschied vom Rettungsschirm: Portugal verzichtet auf Notfall-Kreditlinie
  296. (en) Portugal decides on 'clean exit' from bailout
  297. (en) Hearing at the Committee on Economic and Monetary Affairs of the European Parliament - Introductory statement by Mario Draghi, President of the ECB, Strasbourg, 14 July 2014
  298. (en) INTERNATIONAL MONETARY FUND, EURO AREA POLICIES, STAFF REPORT FOR THE 2014 ARTICLE IV CONSULTATION WITH MEMBER COUNTRIES, June 25, 2014
  299. Grafieken ontleend aan cijfers in het addendum bij Bruegel dataset in sovereign bond holdings, behorend bij Merler, S. and Jean Pisani-Ferry (2012), Who's afraid of sovereign bonds?, Bruegel policy contribution 2012|2, February 2012.
  300. Opgemerkt wordt dat de term "sovereign bond" door Bruegel in een ruime betekenis wordt gebruikt en niet slechts ter beurze genoteerde obligaties omvat doch ook niet-verhandelbare overheidsschulden; de ter beurze genoteerde obligaties vormen wel het overgrote deel van de door Bruegel genoemde bedragen. Per land is de percentuele verdeling steeds berekend over dezelfde set leningen.
  301. In de bewoordingen van een grote Zwitserse bank, medio november 2012: "Much of the traditional investor base has abandoned the periphery of Europe over the last few years in the face of sharp rises in market volatility and issuer default risk. We expect most of these investors to be absent for a very long time. In many cases, managers have removed peripheral bonds from their benchmarks, a move which is not taken lightly or reversed easily."
  302. Er worden wel door banken schattingen gepubliceerd; het enkele feit dat dit gebeurt doet vermoeden dat de ECB hier geen bezwaar tegen heeft. Circa 76% van de aankopen heeft betrekking op Italiaanse staatsleningen.
  303. Beurs.NL - UPDATE: DNB Knot: ECB steunaankopen hebben langste tijd gehad
  304. Dit is betwistbaar: In de V.S. hebben de staten veel afwijkende economieën en financiën. De schulden van de staten worden echter niet gegarandeerd door de federale overheid. Zou de staat Californië zijn schulden niet kunnen betalen dan ontstaat er ook een crisis, want de federale overheid of andere staten zullen niet zomaar steun geven.
  305. (en) Euro Area Headed for ‘Break-Up,’ SocGen’s Albert Edwards Says, Bloomberg.com, 12 febr. 2010.
  306. artikel van de vroegere Argentijnse en Mexicaanse centrale bank gouverneurs