Eurozone
De eurozone (of eurosysteem, eurolanden, eurogebied) is de verzamelnaam voor alle landen van de Europese Unie die de euro als munt hebben. De Europese Centrale Bank is verantwoordelijk voor het monetair beleid binnen de eurozone.
Inhoud |
17 EU-landen met de euro als munt [bewerken]
██ Eurozone
██ EU-lidstaten met verplichting de euro in te voeren
██ EU-lidstaten die een opt-out hebben op het invoeren van de euro
██ Gebieden buiten de EU die de euro gebruiken middels een overeenkomst met de EU (San Marino, Monaco, Vaticaanstad)
██ Gebieden buiten de EU die de euro gebruiken zonder een overeenkomst met de EU
De 12 EU-landen die op 1 januari 2002 de euro als nationaal betaalmiddel hebben ingevoerd zijn: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Ierland, Italië, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje.
Op 1 januari 2007 kwam Slovenië het aantal eurolanden versterken tot 13. Op 1 januari 2008 hebben Cyprus (14) en Malta (15) de euro ingevoerd. Slowakije (16) is op 1 januari 2009 toegetreden tot de eurolanden. Estland (17) is op 1 januari 2011 toegetreden.
EU-lidstaten buiten de eurozone [bewerken]
De 10 lidstaten van de Europese Unie die de euro (nog) niet gebruiken, zijn Denemarken, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Roemenië en Bulgarije.
Niet-EU-landen met de euro als munt [bewerken]
Ook Montenegro en Kosovo, waar de Duitse mark als (vervangend) betaalmiddel werd gebruikt, zijn - hoewel ze geen lid van de EU zijn - in 2002 overgegaan tot de euro. Dat geldt ook voor de staatjes Monaco, San Marino en Vaticaanstad, die een eigen nationale zijde mogen invullen.
Andorra is geen lid van de Europese Unie, maar geniet een speciale behandeling van de Unie. Andorra wordt bijvoorbeeld gelijkgesteld met leden van de EU voor de handel in vervaardigde goederen, maar niet voor landbouwproducten. Andorra heeft, in tegenstelling tot andere kleine Europese staten die wél eigen euro's mogen slaan, nog geen eigen euromunten. Dit komt doordat het land nooit een monetaire overeenkomst met Frankrijk of Spanje heeft gehad. Voor 2002 gebruikte Andorra, naast elkaar, de Franse frank en de Spaanse peseta, die sindsdien zijn vervangen door de euro. Andorra was van 2004 tot 2011 in onderhandeling met de EU om de euro haar officiële munteenheid te mogen maken. Hiervoor heeft Andorra, dat nu geldt als belastingparadijs, zijn gehele bancaire stelsel aan de wensen van de EU aangepast. Op 30 juni 2011 werd bekendgemaakt dat Andorra en de EU een overeenkomst hebben getekend, waarin staat dat per 1 juli 2013 de euro de officiële munteenheid van Andorra wordt.[1]
Overzeese gebiedsdelen [bewerken]
De euro is ook ingevoerd in de ultraperifere regio's van de Europese Unie. Dit zijn de Franse overzeese departementen Guadeloupe, Martinique, Frans-Guyana en Réunion, de Franse overzeese gemeenschap Sint-Maarten, de Portugese autonome regio's Azoren en Madeira en de Spaanse autonome gemeenschap de Canarische Eilanden.
De euro is ook ingevoerd in drie Franse gebieden met de LGO-status (landen en gebieden overzee). Dit zijn gebieden die geen deel uitmaken van het grondgebied van de Europese Unie. Het gaat om het Franse overzeese departement Mayotte en de Franse overzeese gemeenschappen Saint-Barthélemy en Saint-Pierre en Miquelon.
Andere landen en gebieden overzee, waaronder Aruba, Curaçao en Sint Maarten, hebben hun eigen munteenheden behouden: de Antilliaanse gulden en de Arubaanse florin (deze munten waren niet gekoppeld aan de Nederlandse gulden, maar aan de Amerikaanse dollar; dat kon dus zo blijven). Ook de Nederlandse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba hoeven geen euro in te voeren, aangezien deze gebieden (voorlopig) de status van landen en gebieden overzee houden. Deze eilanden zijn per 1 januari 2011 overgegaan op de Amerikaanse dollar.
Toekomstige eurolanden [bewerken]
██ Eurozone
██ EU-lidstaten die aan het ERM-II deelnemen
██ EU-lidstaten met munt met een vaste wisselkoers ten opzichte van de euro
██ EU-lidstaten met munt met een zwevende wisselkoers ten opzichte van de euro
██ niet-EU-lidstaten met munt met een zwevende wisselkoers
██ niet-EU-lidstaten met munt met een vaste wisselkoers
██ niet-EU-lidstaten die niettemin de euro gebruiken
Letland en Litouwen richtten zich oorspronkelijk op 2010 voor het invoeren van de euro, maar door de wereldwijde crisis en de daardoor oplopende overheidstekorten heeft toetreding in 2010 geen doorgang kunnen vinden. Letland wil de euro nu invoeren op 1 januari 2014, Litouwen mikt op 2015.[2]
De 27 EU-landen zijn verplicht om de euro in te voeren, zodra het betreffende land aan de monetaire eisen voldoet. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hebben tijdens de onderhandelingen van het Verdrag van Maastricht, waar de komst van de EMU werd vastgelegd, een uitzonderingspositie weten te bedingen: een zogenaamde opt-out. Dit houdt in dat Denemarken en het Verenigd Koninkrijk niet verplicht zijn de euro in te voeren. Het staat deze landen vrij om deze uitzonderingspositie, naar eigen inzicht en op een zelf gekozen moment, op te geven.
Dat geldt niet voor de tien nieuwe lidstaten. Opt-outs waren bij hun toetreding niet aan de orde, en de euro was dus onderdeel van hun "toetredingspakket". De bevolking was hiervan op de hoogte; een stem voor toetreding tot de EU in de referenda voorafgaande aan de uitbreiding van 2004, was tegelijkertijd ook een stem voor de euro. Desondanks was de Poolse president Lech Kaczyński van plan een referendum te organiseren over de toetreding van Polen tot de euro, dit tot ongenoegen van eurocommissaris Joaquin Almunia, die Polen eraan herinnerde geen opt-out te hebben.
De Europese Centrale Bank en de Europese Commissie publiceren een keer in de twee jaar samen een zogenaamd Convergentieverslag[3] waarin per EU-lidstaat die niet aan de euro deelneemt beschreven wordt in hoeverre het economisch en politiek aan de voorwaarden van toetreding tot de euro voldoet.
Denemarken [bewerken]
Denemarken, sinds 1973 lid van de Europese Unie, verwierp in juni 1992 het Verdrag van Maastricht. Denemarken bedong uitzonderingen op het Verdrag betreffende de eenheidsmunt (euro), de gemeenschappelijke defensie, de juridische samenwerking en het Europees burgerschap. Bij een volksraadpleging op 28 september 2000 stemde 53,1 procent van de Deense bevolking tegen invoering van de euro.
Op 22 november 2007 werd door de Deense premier Anders Fogh Rasmussen een nieuw referendum over de invoering van de euro aangekondigd. Volgens Rasmussen is er sinds het eerste referendum veel veranderd en is het tijd om de zaken te heroverwegen. Het referendum over de euro zal plaatsvinden zodra het Deense parlement het nieuwe EU-hervormingsverdrag heeft bekrachtigd. Volgens opiniepeilingen zou inmiddels een kleine meerderheid van de Deense bevolking voorstander van invoering van de euro zijn.
Zweden [bewerken]
Zweden, dat in 1995 tot de EU toetrad, kon bij de onderhandelingen in 1993 over het Verdrag van Maastricht geen uitzonderingspositie bedingen. Formeel is Zweden hierdoor verplicht de euro in te voeren, maar het land heeft kennelijk besloten de invoering uit te stellen door simpelweg niet toe te treden tot het European Exchange Rate Mechanism-II (ERM II), een van de belangrijkste eisen om mee te mogen doen aan de euro. De opstelling van Zweden lijkt door de EU gedoogd te worden.
Deelnemende landen wisselkoersmechanisme ERM II [bewerken]
Op 28 juni 2004 traden Estland, Litouwen en Slovenië toe tot het wisselkoersmechanisme II (ERM II), waar op dat moment alleen Denemarken nog toe behoorde (het Verenigd Koninkrijk werd op 16 september 1992, "zwarte woensdag", door toedoen van wisselkoersspeculanten gedwongen het mechanisme te verlaten).
Op 2 mei 2005 traden Cyprus, Letland en Malta toe tot het mechanisme. Op 28 november 2005 volgde ook Slowakije.
Zodra een land overgaat op de euro als munteenheid verlaat het automatisch het wisselkoersmechanisme ERM II. Als gevolg hiervan maakt Slovenië er sinds 1 januari 2007 geen deel meer van uit. Hetzelfde geldt sinds 1 januari 2008 voor Cyprus en Malta, sinds 1 januari 2009 voor Slowakije en sinds 1 januari 2011 voor Estland.
Per saldo zijn sinds de Estse overgang op de euro Denemarken, Litouwen en Letland de deelnemende landen aan het wisselkoersmechanisme ERM II.
Inflatie [bewerken]
Inflatie in de eurozone berekend volgens de HICP (Harmonized Indices of Consumer Prices), de Europese normindex om de inflatiecijfers tussen de verschillende landen te kunnen vergelijken.
| Jaar | Index | Percentage |
|---|---|---|
| 1999 | 87,85 | 1% |
| 2000 | 89,69 | 2% |
| 2001 | 91,80 | 2,8% |
| 2002 | 93,86 | 1,9% |
| 2003 | 95,81 | 1,9% |
| 2004 | 97,86 | 2,1% |
| 2005 | 100,00 | 2,2% |
| 2006 | 102,18 | 2,2% |
| 2007 | 104,36 | 2,1% |
| 2008 | 107,78 | 3,3% |
| 2009 | 108,09 | 0,3% |
| 2010 | 109,84 | 1,6% |
| 2011 | 112.83 | 2,7% |
Bron: Eurostat.[4]
Trivia [bewerken]
De 12 EU-landen die op 1 januari 2002 de euro als wettig betaalmiddel hebben ingevoerd kun je met het ezelsbruggetje Ding Flof Bips onthouden. Op 7 januari 2011 kwam het Genootschap Onze Taal, na een speciaal hiervoor uitgeschreven prijsvraag, met het nieuwe ezelsbruggetje sms ff bondige clips, waarin ook de landen die later (in 2007, 2008, 2009 en 2011) zijn toegetreden zijn inbegrepen.
Zie ook [bewerken]
Externe links [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|