Stabiliteits- en Groeipact

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Flag of Europe.svg

Het Stabiliteits- en Groeipact is een reeks afspraken tussen landen van de Economische en Monetaire Unie (de 'eurozone') die de waardevastheid van de euro moeten garanderen.

Doelstelling[bewerken]

Het pact is in 1997 tot stand gekomen met als doel de stabiliteit van de nieuwe Europese munt, de euro, te garanderen. De gedachte was en is dat als in veel landen de tekorten uit de hand lopen, dat leidt tot opdrijving van de rente en tot een verzwakking van de munt door hogere inflatie. Een oplopende schuld kan in extreme gevallen zelfs leiden tot het faillissement van overheden. Dat leek voor Europa wellicht ondenkbaar, maar de kosten van vergrijzing zouden in bijna alle landen van de EU tot exploderende schuldquotes kunnen leiden. Regeringen maakten al in het Verdrag van Maastricht afspraken over een maximaal begrotingstekort van 3% van het bbp en een maximale overheidsschuld van 60% van het bbp. In het Stabiliteitspact werden die afspraken nader ingevuld en werd afgesproken wat moet gebeuren als landen toch een hoger tekort hebben. Landen als Nederland en Duitsland wilden hier harde afspraken over voordat ze hun eigen, sterke munt zouden inruilen voor de euro.

Begrotingstekort[bewerken]

Belangrijk in het pact zijn de afspraken m.b.t. het begrotingstekort: wanneer lidstaten te veel geld zouden uitgeven, dreigt namelijk inflatie. Deze regel houdt concreet in dat het financieringstekort niet meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) mag bedragen.

In tijden van een economische recessie zijn met name de regels met betrekking tot het begrotingstekort hinderlijk, deze mag maximaal drie procent zijn, wat voor sommige landen (Duitsland, Frankrijk) in 2003 reden was deze regels te overtreden. De Nederlandse minister van Financiën Gerrit Zalm maakte zich hier erg kwaad over en eiste sancties, hoewel het Centraal Planbureau later berekende dat Nederland deze grens ook dreigt te overschrijden.

De Europese Commissie (kortweg: de Commissie) heeft het Europees Hof van Justitie gevraagd naar een oordeel over het overtreden van het stabiliteitspact. Het Hof oordeelde op 13 juli 2004 dat landen een boete kunnen krijgen als ze het pact schenden.

Het pact heeft een "preventieve arm" en een "correctieve arm".

Het pact kent als uitgangspunt de regel dat als de Raad van de Europese Unie (kortweg: de Raad) bij een lidstaat een buitensporig tekort vaststelt, deze lidstaat dit in het volgende jaar dient te hebben gecorrigeerd.

Met de inwerkingtreding van het versterkte Stabiliteits- en Groeipact in december 2011 zijn de regels aangescherpt. Dit betekent met name dat er eerder dan in het verleden een boete kan worden gegeven. Nu kan dat al direct worden voorgesteld door de Commissie indien een lidstaat naar het oordeel van de Commissie en de Raad geen effectieve actie heeft ondernomen.

Een eventuele boete zal de grootte hebben van 0.2% van het bbp van het voorgaande jaar in de betreffende lidstaat. De boete is een echte boete, en geen deposito dat na correctie van het buitensporig tekort weer vrijvalt aan de lidstaat, zoals het rentedragende deposito dat bijvoorbeeld kan worden opgelegd wanneer lidstaten zich niet aan de afspraken in de preventieve arm van het pact houden. Wanneer een euroland blijvend niet voldoet aan deze aanbevelingen kan door de Raad, op voordracht van de Commissie jaarlijks een nieuwe boete worden opgelegd. De totale jaarlijkse boete is gemaximeerd op 0,5% van het bbp.

Nederland[bewerken]

Op 2 december 2009 besloot de Ecofin Raad voor Nederland in het kader van de correctieve arm van het pact officieel de buitensporigtekortprocedure te starten. Vanwege de economische en financiële crisis werd voor Nederland, net als voor veel andere lidstaten, een deadline voor het corrigeren van het buitensporige vastgesteld die verder weg lag dan het uitgangspunt van correctie binnen een enkel jaar.

Een eventuele boete van 0.2% van het bbp zou voor Nederland neerkomen op zo’n 1,2 miljard euro. De maximale jaarlijkse boete van 0,5% van het bbp zou voor Nederland circa 3 miljard euro zijn.

Bron[bewerken]

Een gedeelte van de tekst op deze pagina is afkomstig van:

Euro
Hoofdpagina's: Euro · Euromunten · Eurobankbiljetten · Eurozone · Euroteken · Euro-herdenkingsmunt · Herdenkingsmunten van € 2 · Meerwaardeherdenkingsmunten
Gerelateerde pagina's: Ding flof bips · Eonia · Euribor · ECB · Sms ff bondige clips · Stabiliteits- en Groeipact
Geschiedenis: Europees Monetair Systeem (I: ECU, II: WKM, III: WKM II, IV: EMU) · Europees Monetair Instituut · Invoering van de euro
Eurozone: EU: België · Cyprus · Duitsland · Estland · Finland · Frankrijk · Griekenland · Ierland · Italië · Letland · Luxemburg · Malta · Nederland · Oostenrijk · Portugal · Slovenië · Slowakije · Spanje
Niet-EU: Andorra · Monaco · San Marino · Vaticaanstad
EU-lidstaten die euro gaan invoeren: Bulgarije · Hongarije · Litouwen · Polen · Roemenië · Tsjechië · Zweden
Overige: EU: Denemarken · Verenigd Koninkrijk
Niet-EU: Kosovo · Montenegro
Pre-Euro munteenheden: ECU · Belgische frank · Cypriotische pond · Duitse mark · Estische kroon · Finse mark · Franse frank · Griekse drachme · Iers pond · Italiaanse lire · Letse lats · Luxemburgse frank · Maltese lire · Monegaskische frank · Nederlandse gulden · Oostenrijkse schilling · Portugese escudo · San Marinese lire · Sloveense tolar · Slowaakse kroon · Spaanse peseta · Vaticaanse lire
Resterende munteenheden ERM II: Deense kroon · Litouwse litas
Resterende munteenheden EU: Brits pond · Bulgaarse lev · Hongaarse forint · Kroatische kuna · Poolse złoty · Roemeense leu · Tsjechische kroon · Zweedse kroon