Europees Stabiliteitsmechanisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) is een permanent financieringsprogramma voor de redding van lidstaten van de Europese Unie in moeilijkheden.

Het ESM moet volgens de huidige plannen medio 2013 de opvolger worden van de tijdelijke Europese Faciliteit voor Financiële Stabiliteit en het Europees financieel stabiliteitsmechanisme.

Tijdens de Europese top van 8-9 december 2011 werd besloten het Europees Stabiliteitsmechanisme reeds op 1 juli 2012 in te laten gaan.[1]

Een meerderheid van de Nederlandse Tweede Kamer stemde op 24 mei 2012 in met het verdrag.[2] Op 27 september 2012 trad het verdrag in werking. Op 8 en 9 oktober 2012 vindt de eerste vergadering van de Raad van gouverneurs en de Raad van bewind plaats. Bij deze inaugurele vergadering zal de Raad van gouverneurs enkele benoemingen doen, waaronder zijn eigen voorzitter en vice-voorzitter, de directeur van het ESM en de leden van het auditcomité.[3]

Duurzaam stabiliteitsmechanisme (maart 2011)[bewerken]

Vanaf 2013 moet een permanent stabiliteitsmechanisme in werking treden, over de oprichting waarvan de Europese Raad op een topontmoeting in Brussel op 21 maart 2011 besloot.[4] Eind juni stemden de ministers van Financiën in met een verdrag.[5]

Het duurzame stabiliteitsmechanisme moet ten opzichte van het voorlopige ESM worden uitgebreid, opdat het ESM in eerste instantie zo’n 700 miljard omvat (artikel 8, paragraaf 1 van het verdrag). Ook hier wordt het respectievelijke aandeel bepaald door de de hoeveelheid kapitaal die de individuele landen in de Europese Centrale Bank aanhouden, waarbij echter een uitzondering geldt voor lidstaten waarvan het BNP lager is dan 75% van het EU-gemiddelde. Zij nemen tegen een geringer aandeel deel.[6] Voor Duitsland is een participatie in het ESM van ongeveer 27,1464% voorzien.[6]

In vergelijking met de voorlopige ESM werd een ietwat gewijzigd model gekozen. De EFSF zal door het nieuwe ESM-fonds worden afgelost. Hierin betalen de lidstaten onmiddellijk een bijdrage. In tegenstelling tot de EFSF heeft het ESM-fonds daarmee een eigen basiskapitaal. Dit kapitaal kan door de Raad van Bestuur van het ESM overeenkomstig artikel 10.1 van het ESM op elk gewenst moment worden verhoogd. In dat geval is de financieringsverplichting van de deelnemende landen in overeenstemming met artikel 8.4 "onvoorwaardelijk en onherroepelijk" en moet er binnen de gestelde termijn worden bijgestort. Aangezien in de afzonderlijke lidstaten de respectieve parlementen soms nog hun goedkeuring moeten geven, bepaalt artikel 9 dat de Raad van Bestuur voor de betaling "redelijke termijnen” kan stellen. De onder de voorlopige ESM verstrekte kredieten uit de EU-begroting worden hiertegen weggestreept. Daarnaast moeten de lidstaten op hun beurt, net als bij de EFSF, wederom kredietgaranties voor ESM-obligaties ter beschikking stellen. In het geheel genomen zal de duurzame ESM vanaf het begin uit de onderstaande drie componenten bestaan:

  • 80 miljard euro wordt direct ter beschikking gesteld door de lidstaten (deze betalingen vloeien vanaf het jaar 2013 in vijf termijnen van 16 miljard euro naar het ESM). Deze 80 miljard is onmiddellijk beschikbaar voor het ESM.
  • 420 miljard euro wordt door de lidstaten gereedgehouden als kredietgaranties voor ESM-obligaties. Om voor ESM-obligaties een AAA-rating te bereiken, moet elke lidstaat garant staan voor meer dan zijn eigen aandeel. Het totale garantiebedrag is daarom in zijn totaliteit hoger, namelijk ongeveer 620 miljard euro.
  • 250 miljard euro wordt indien nodig door het IMF in de vorm van een lening ter beschikking gesteld.

Beheersorgaan van het ESM is de Raad van Bestuur, die wordt samengesteld uit de ministers van Financiën van de Eurogroep of andere voor financiën verantwoordelijke leden van de nationale regeringen. Het dagelijks bestuur vindt plaats door het directoraat. Iedere deelnemer levert een afgevaardigde voor het directoraat. De kredietfaciliteiten van het ESM worden in noodgevallen ter beschikking van de lidstaten gesteld. Een noodzakelijke voorwaarde hiervoor is dat de Raad van Bestuur hiertoe unaniem besluit en er voor het betreffende land geen andere mogelijkheden tot herfinanciering ter beschikking staan. Volgens het model van het IMF moet de rente steeds een procentpunt, vanaf het derde jaar twee procentpunten boven de herfinancieringskosten van het ESM liggen.[6] Het ESM krijgt voorrang boven andere schuldeisers. De enige uitzondering is het IMF. Het IMF krijgt voorrang boven het ESM.[6] Daarnaast kan het ESM ook normale staatsobligaties van de lidstaten aankopen.[4]

In aanvulling op de kredieten van het ESM dienen in noodsituaties ook particuliere crediteuren bij de herfinanciering betrokken kunnen worden. Om te kunnen bepalen of dit nodig is dient er eerst een analyse van de houdbaarheid van de schuldpositie plaats te vinden door de Europese Commissie en het IMF. Indien men tot de conclusie komt dat de schuldenlast van een land niet duurzaam draagbaar is, komt er een herstructureringsplan, waarbij een deel van de schulden niet wordt terugbetaald. Passende regelingen moeten vanaf 2013 in alle staatsobligaties van Europese staten opgenomen kunnen worden.[4][6] Feitelijk komt dit neer op een geordend staatsbankroet.

De inwerkingtreding van het ESM bleek niet zonder problemen te verkopen: de parlementaire goedkeuring van het verdrag duurde in diverse landen langer dan verwacht. De Duitse Budestag keurde het verdrag goed, doch de inwerkingtreding van die wet (door ondertekening door de Bondspresident) werd op verzoek van het Bundesverfassungsgericht eind juni 2012 opgeschort totdat men uitspraak gedaan zou hebben op diverse verzoeken om een oordeel over de vraag of het ESM-verdrag niet in strijd was met de Duitse grondwet. Op 18 maart 2014 deed het Bunderverfassungsgericht uitspraak: er was geen sprake van strijdigheid met de Duitse grondwet.[7] [8]

Bijdragen[bewerken]

De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble werd als volgt geciteerd: het gestort kapitaal in het ESM kan ongeveer 80 miljard euro zijn, waardoor een totale leencapaciteit van 500 miljard euro ontstaat.[9]

ESM lidstaat
Percentage
bijdrage
Aantal
aandelen
Kapitaal deelname
(€)
Nominaal BNP 2010
(miljoenen dollars)
Duitsland 27,1464 1.900.248 190.024.800.000 3.315.643
Frankrijk 20,3859 1.427.013 142.701.300.000 2.582.527
Italië 17,9137 1.253.959 125.395.900.000 2.055.114
Spanje 11,9037 833.259 83.325.900.000 1.409.946
Nederland 5,7170 400.190 40.019.000.000 783.293
België 3,4771 243.397 24.339.700.000 465.676
Griekenland 2,8167 197.169 19.716.900.000 305.415
Oostenrijk 2,7834 194.838 19.483.800.000 376.841
Portugal 2,5092 175.644 17.564.400.000 229.336
Finland 1,7974 125.818 12.581.800.000 239.232
Ierland 1,5922 111.454 11.145.400.000 204.261
Slowakije 0,8240 57.680 5.768.000.000 86.262
Slovenië 0,4276 29.932 2.993.200.000 46.442
Luxemburg 0,2504 17.528 1.752.800.000 52.433
Cyprus 0,1962 13.734 1.373.400.000 22.752
Estland 0,1860 13.020 1.302.000.000 19.220
Malta 0,0731 5.117 511.700.000 7.801

Eurotop 28 en 29 juni 2012: principe-besluit tot wijziging werkterrein ESM[bewerken]

In juni 2012 verzocht Spanje om steun voor de herkapitalisatie van het Spaanse bankwezen, dat door de onroerendgoedcrisis daar in forse problemen was geraakt. In beginsel gingen de Europese Commissie en de eurozone-lidstaten hiermee akkoord: Spanje zou tot € 100 miljard kunnen lenen. Die steun zou echter aan de Spaanse overheid verstrekt worden (die dit zou doorgeleiden aan Spaanse banken) doch daarmee zou de Spaanse staatsschuld met dat bedrag toenemen. Bij de Eurotop van 28 en 29 juni werd besloten dit te wijzigen: de steun zou direct aan Spaanse banken verleend worden. Tevens werd besloten, af te zien van voorrang ("seniority") op andere schuldeisers, doch uitsluitend ten aanzien van deze steun. Eventuele andere steun door het ESM zou wel senior zijn. Tevens werd besloten dat het ESM ook bestaande staatsleningen zou kunnen opkopen.[10][11] Tevens werd besloten dat indien Italië en/of Spanje voor henzelf steun zouden aanvragen, hiervoor minder strenge voorwaarden zouden gelden dan het geval was bij de eerder verleende steun aan Griekenland, Ierland en Portugal. In de dagen daarna ontstond een verschil van mening tussen Finland en Spanje over de vraag of voor besluiten tot steunverlening in de vorm van het opkopen van bestaande staatsleningen unanimiteit nodig was: Finland zei dat dit het geval was terwijl Spanje meende dat in geval van een calamiteit een quorum van 85% voldoende was.[12]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Verklaring Europese Raad, Brussel, 9 december 2011
  2. Kamer stemt in met ESM-verdrag, NU.nl, 24 mei 2012
  3. Kamerstukken II 2012/13, Kamerbrief Inaugurele vergadering van het ESM.
  4. a b c (de) Deutschland muss 22 Milliarden Euro zahlen, Süddeutsche Zeitung, 21 maart 2011
  5. EurActiv, 20 juni 2011: ESM Verdrag: EU-akkoord met ontwerpverdrag voor een verdrag tot een oprichting van het Europees Stabiliteitsmechanisme.
  6. a b c d e (de) Deutschland schultert ein Viertel der Euro-Rettung, Financial Times Deutschland, 21 maart 2011
  7. (de) Endgültiges Urteil: Karlsruhe verwirft Klagen gegen Euro-Rettungsschirm
  8. (de) BVerfG, 2 BvR 1390/12 vom 18.3.2014, Absatz-Nr. (1 - 245)
  9. (en) Paid-in ESM capital may be around 80 bln euros -minister, Reuters, 18 maart 2011
  10. Het ESM zou hiermee in feite het (op dat moment niet-actieve) aankoopprogramma van de ECB ("SMP") overnemen.
  11. (en) Euro area summit statement, 29 juni 2012
  12. (en) Finland Contests Seniority Clause in Spain’s Bank Bailout