Refirente
De refirente (refinancing rate) of herfinancieringsrente, ook wel gekend als reporente, is de rente die banken / financiële instellingen betalen aan de centrale bank wanneer zij geld opnemen.
Met ingang van de start van de derde fase van de Europese Monetaire Unie, op 1 januari 1999, kwam de vaste voorschotrente als tarief van De Nederlandsche Bank te vervallen. Vanaf dat moment stelt de Europese Centrale Bank, doorgaans eenmaal per maand, het tarief van de belangrijkste herfinancieringsrente vast.
Omdat commerciële banken, vanwege het bestaan van een minimum-reserveplicht (kasreserveverplichting) en het daardoor veroorzaakte structurele tekort aan liquiditeit op de geldmarkt, afhankelijk zijn van het geld van de centrale bank, kan de centrale bank door het vaststellen van de refirente de rentetarieven op de geldmarkt beïnvloeden. In de praktijk ziet men dit terug in het feit dat de zeer korte rente op de geldmarkt (in Europa weergegeven door EONIA) de refirente volgt.
Naast de refirente stelt de ECB maandelijks nog twee andere rentetarieven vast: de rente voor de marginale beleningsfaciliteit (marginal lending facility) en de rente voor de deposito-faciliteit (deposit facility). Via deze tarieven kunnen banken overnight (extra) geld lenen (als ze een tekort hebben en het geld niet op de geldmarkt kunnen of willen lenen) resp. storten (als ze een overschot hebben en het geld niet op de geldmarkt kunnen of willen uitlenen). De tarieven voor deze faciliteiten liggen doorgaans één procentpunt hoger resp. één procentpunt lager dan de main refinancing rate en zijn dus relatief onaantrekkelijk.
Inhoud |
[bewerken] Inleidende verklaring van de persconferentie van de Europese Centrale Bank
Renteverhogingen worden door de president aangekondigd tijdens de inleidende verklaring van de maandelijkse persconferentie. Het is bovendien een goed gebruik van de ECB om een renteverhoging een maand van tevoren al aan te kondigen.
Wanneer de bankpresident de woorden 'closely monitoring' en 'accommodative' bezigt, dan houdt de ECB slechts vinger aan de pols en verandert er bij het volgende rentebesluit doorgaans niets. De termen 'vigilance' en 'strong vigilance' daarentegen hinten op een naderende renteverhoging.
[bewerken] Niveaus refirente van de Europese Centrale Bank
- 1 januari 1999: 3,00%
- 9 april 1999: 2,50%
- 5 november 1999: 3,00%
- 4 februari 2000: 3,25%
- 17 maart 2000: 3,50%
- 28 april 2000: 3,75%
- 28 juni 2000: 4,25%
- 1 september 2000: 4,50%
- 6 oktober 2000: 4,75%
- 11 mei 2001: 4,50%
- 31 augustus 2001: 4,25%
- 18 september 2001: 3,75%
- 9 november 2001: 3,25%
- 6 december 2002: 2,75%
- 7 maart 2003: 2,50%
- 6 juni 2003: 2,00%
- 6 december 2005: 2,25%
- 8 maart 2006: 2,50%
- 15 juni 2006: 2,75%
- 9 augustus 2006: 3,00%
- 11 oktober 2006: 3,25%
- 13 december 2006: 3,50%
- 14 maart 2007: 3,75%
- 13 juni 2007: 4,00%
- 9 juli 2008: 4,25%
- 15 oktober 2008: 3,75%
- 12 november 2008: 3,25%
- 10 december 2008: 2,50%
- 21 januari 2009: 2,00%
- 11 maart 2009: 1,50% [1]
- 8 april 2009: 1,25%
- 13 mei 2009: 1,00%
- 13 april 2011: 1,25%
- 13 juli 2011: 1,50%
- 9 november 2011: 1,25%
- 14 december 2011: 1,00%
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Referenties
[bewerken] Noten
- ↑ De virtuele geldpers raakt op stoom, NRC, 5 maart 2009, p. 16