Adam Smith

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adam Smith
Profiel van Adam Smith gedrukt op een ets uit de 19e eeuw
Profiel van Adam Smith gedrukt op een ets uit de 19e eeuw
Persoonsgegevens
Naam Adam Smith
Geboren Kirkcaldy, 5 juni 1723
Overleden Edinburgh, 17 juli 1790
Land Union flag 1606 (Kings Colors).svg Groot-Brittannië
Functie Moraalfilosoof
Klassiek econoom
Oriënterende gegevens
Stroming Klassieke economie
Handtekening Handtekening
Portaal  Portaalicoon   Filosofie
Economie

Adam Smith (Kirkcaldy, rond 5 juni 1723 - Edinburgh, 17 juli 1790) was een Schotse moraalfilosoof en een pionier op het gebied van de politieke economie. Adam Smith was een van de belangrijkste figuren van de Schotse verlichting. Hij is de auteur van The Theory of Moral Sentiments en An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations. Dit laatste werk, meestal afgekort als The Wealth of Nations, wordt beschouwd als zijn magnum opus en het eerste moderne werk in de economie.

Smith wordt alom genoemd als de vader van de moderne economie. Ook wordt hij beschouwd als één van de grondleggers van het klassieke liberalisme. Hij was van mening dat het nastreven van het eigen individuele belang ook in het grootste maatschappelijk belang zou resulteren. Een vrije markt "... levert het meeste op voor de maatschappij als geheel". De "... 'onzichtbare hand' van deze vrije markt zorgt voor harmonie en evenwicht".

Smith studeerde moraalfilosofie aan de Universiteit van Glasgow en de Universiteit van Oxford. Na zijn afstuderen gaf hij een succesvolle reeks van openbare colleges te Edinburgh, waardoor hij in contact kwam met David Hume, met wie hij daarna nauw bleef samenwerken. Smith verkreeg een hoogleraarschap aan de Universiteit van Glasgow, waar hij moraalfilosofie doceerde. In deze tijd schreef en publiceerde hij The Theory of Moral Sentiments. Later in zijn leven accepteerde hij een tutoring positie, die hem in staat stelde om door Europa te reizen. Tijdens zijn reizen kwam hij in contact met een aantal van de intellectuele zwaargewichten uit zijn tijd. Nadat Smith weer naar Schotland was teruggekeerd werkte hij tien jaar aan het schrijven aan The Wealth of Nations. Dit werk werd in 1776 gepubliceerd.

Leven[bewerken]

Jeugdjaren[bewerken]

Smith werd geboren als een kind van Margaret Douglas uit Kirkcaldy in county Fife in Schotland. Zijn vader, die ook Adam Smith heette, was een advocaat, ambtenaar en weduwnaar, die in 1720 met Margaret Douglas in het huwelijk trad. Zijn vader overleed zes maanden na de geboorte van zijn zoon.[1] Hoewel de exacte datum van Smiths geboorte niet bekend is, werd zijn doop op 16 juni 1723 geregistreerd in Kirkcaldy.[2] Hoewel er weinig gebeurtenissen uit de vroege jeugd van Smith bekend zijn, schrijft de Schotse journalist en biograaf van Smith John Rae, dat Smith op vierjarige leeftijd door zigeuners werd ontvoerd en pas werd teruggevonden nadat buurtgenoten er op uit waren gegaan om hem te zoeken. In zijn Life of Adam Smith schrijft Rae: "In zijn vierde jaar, terwijl hij op bezoek was in het huis van zijn grootvader in Strathendry, aan de oevers van de rivier de Leven, werd [Smith] door een passerende groep zigeuners ontvoerd. Een tijd lang kon hij niet worden gevonden. Maar op dit moment kwam er een gentleman langs die een paar mijl verder langs de weg een zigeunervrouw had ontmoet met een kind dat erbarmelijk huilde. Onmiddellijk werden er verkenners in die richting gestuurd en zij kwamen de vrouw tegen in het Lesliebos. Zodra ze hen zag zette zij het kind op de grond en ontsnapte zij. Het kind werd teruggebracht naar zijn moeder; [Smith] zou naar ik vrees een slechte zigeuner zijn geweest".[3] Smith had een sterke band met zijn moeder, die hem waarschijnlijk aanmoedigde zijn wetenschappelijke ambities na te jagen.[4] Hij bezocht de Burgh School van Kirkcaldy, door Rae gekarakteriseerd als "in die periode (van 1729 tot 1737) een van de beste middelbare scholen van Schotland".[3] Smith studeerde er Latijn, wiskunde, geschiedenis en schrijven.[4]

Studiejaren[bewerken]

In 1736, hij was toen dertien, begon Smith zijn studies aan de Universiteit van Glasgow. Onder leiding van Francis Hutcheson studeerde hij moraalfilosofie. Hier ontwikkelde Smith zijn passie voor vrijheid, de rede, en vrije meningsuiting. In 1740 werd Smith bekroond met de Snell-exhibition, een beurs voor Balliol College, een onderdeel van de Universiteit van Oxford.

Smith vond het onderwijs in Glasgow veruit superieur aan dat op Oxford, dat hij intellectueel verstikkend vond.[5] In Boek V, hoofdstuk II van de The Wealth of Nations, schreef Smith: "Aan de Universiteit van Oxford heeft het grootste deel van de professoren al vele jaren zelfs niet de schijn opgehouden om les te geven". In Boek V van de The Wealth of Nations becommentarieert Smith de lage kwaliteit van het onderwijs en de magere intellectuele activiteit op de Engelse- in vergelijking met de Schotse universiteiten. Hij wijt dit zowel aan de omvangrijke schenkingen aan de colleges in Oxford en Cambridge, waardoor de inkomsten van de hoogleraren er niet afhankelijk waren van hun vermogen om studenten aan te trekken, alsmede aan het feit dat intellectuelen ("men of letters") een nog comfortabeler leven konden leiden dan predikanten van de Anglicaanse Kerk.

Wanneer Smith niet op eigen gelegenheid studeerde, was zijn tijd in Oxford volgens zijn brieven niet gelukkig. Tegen het einde van zijn tijd in Oxford ontwikkelde Smith een tic ("shaking fits"), waarschijnlijk het symptoom van een zenuwinzinking. Hij verliet de universiteit van Oxford in 1746, nog voor zijn beurs daadwerkelijk afliep.

Hoogleraarschap[bewerken]

In 1748 begon hij te doceren aan de Universiteit van Edinburgh. In 1751 werd hij benoemd tot hoogleraar in de logica aan de Universiteit van Glasgow; deze functie werd in 1752 voortgezet op het gebied van de moraalfilosofie.

Tutor van Henry Scott - 1763-1766[bewerken]

Aan het eind van 1763 kreeg Smith een aanbod van Charles Townshend - die bij Smith was geïntroduceerd door David Hume - om diens stiefzoon, Henry Scott, de jonge hertog van Buccleuch te onderwijzen. Smith nam vervolgens ontslag als hoogleraar om de tutoring-positie in te nemen. Hij probeerde vervolgens de lesgelden die hij van zijn studenten had ontvangen te restitueren, omdat hij midden in het semester ontslag had genomen, maar zijn studenten weigerden dit.[6]

The Wealth of Nations - 1766-1776[bewerken]

Toen de jongere broer van Henry Scott in 1766 in Parijs overleed, liepen Smiths werkzaamheden als tutor kort daarna ten einde. Smith keerde nog hetzelfde jaar terug naar huis in Kirkcaldy, waar hij zich het grootste deel van de komende tien jaar aan het schrijven van zijn magnum opus wijdde.[7] Daar raakte hij bevriend met Hendrik Moyes, een talentvolle jonge blinde man, Behalve dat hij Moyes zelf onderwees, verzekerde Smith zich van de steun van David Hume en Thomas Reid voor de opleiding van de jonge man.[8] In mei 1773 werd Smith tot Fellow van de Royal Society of London verkozen [9] en in 1775 werd hij tot lid van de Literaire Club verkozen[10] The Wealth of Nations werd in 1776 gepubliceerd en was een ogenblikkelijk succes, de eerste editie was in slechts zes maanden uitverkocht[11], wat voor die tijd heel snel was.

Latere jaren - na 1776[bewerken]

In 1778 werd Smith benoemd als commissioner van de douane in Schotland en ging hij bij zijn moeder wonen in in Panmure House in Edinburgh's Canongate

Filosofisch werk[bewerken]

In 1759 verscheen zijn The Theory of Moral Sentiments, waarin hij zijn ethiek uiteenzet. Het werk kan gezien worden als de voorbereiding op de The Wealth of Nations. Waar in The Wealth of Nations de meest rechtvaardige samenleving het resultaat is van burgers die op verstandige wijze hun eigen belang nastreven, blijkt uit Theory of Moral Sentiments dat dat eigen belang wel gezien moet worden in het kader van de verantwoordelijkheden van die burger. Met andere woorden, het eigenbelang van de kapitalistische samenleving is volgens Smith niet gebaseerd op egoïsme, maar op zorg voor anderen, vanuit een goed begrip van de eigen positie.

Economisch werk[bewerken]

Zijn belangrijkste werk, An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations (een onderzoek naar de aard en oorzaken van de rijkdom der naties; meestal kortweg aangeduid als The Wealth of Nations - 1776), droeg hij op aan de Amsterdamse bankier Henry Hope. In The Wealth of Nations legde Smith de basis voor het economisch liberalisme, dat snel en gemakkelijk ingang vond in de net onafhankelijk verklaarde Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk, door de economische crisis die veroorzaakt werd door de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Uiteindelijk zou deze publicatie de doodsteek betekenen voor het mercantilisme, dat eeuwen de economie in Europa beheerste.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Bussing-Burks, (2003), blz 38-39
  2. Buchan 2006, blz 12
  3. a b .Rae 1895, blz 5
  4. a b Bussing-Burks 2003, blz 39
  5. Bussing-Burks (2003), blz. 41
  6. Buchholz blz. 16
  7. Buchan, 2006, blz. 90
  8. Dr. James Currie aan Thomas Creevey, 24 februari 1793, Liverpool RO, Currie MS 920 CUR
  9. Buchan 2006 blz 89
  10. eerste bezoek aan Londen. Bibliotheek Economie en Liberty
  11. Buchholz 1999 blz 19.
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Adam Smith.
Wikisource Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Adam Smith op de Engelstalige versie van Wikisource