Magnum opus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Magnum opus (Latijn: groot werk) is de benaming die meestal aan het hoofdwerk, het grootste of belangrijkste werk van een componist of auteur wordt gegeven. De term 'Magnum opus' wordt daarnaast ook gebruikt in een aantal spirituele tradities, zoals de kabbala en de alchemie.

Alchemie[bewerken]

Het 'Grote Werk' is in de alchemie de verwezenlijking van de Steen der Wijzen, het 'projectiepoeder', of het 'elixer'. Deze steen of dit middel zou in staat zijn tot transmutatie van metalen en een onfeilbaar geneesmiddel of panacee zijn, dat zelfs onsterfelijkheid kan verlenen. Voorbeelden van alchemisten die naar eigen zeggen het Magnum Opus hebben volbracht zijn Nicolas Flamel in de 14e eeuw, George Ripley in de 15e eeuw en Fulcanelli in de 20e eeuw.

Kunst en literatuur[bewerken]

In onderstaande tabel worden voorbeelden genoemd van werken die door sommigen als "Magnum opus" worden beschouwd van bepaalde kunstenaars:

Kunstenaar Werk dat wordt beschouwd als "Magnum opus"
Johann Sebastian Bach Matthäuspassion
Ludwig van Beethoven Negende Symfonie
Richard Wagner Der Ring des Nibelungen
Hector Berlioz Les Troyens
Johannes Brahms Ein deutsches Requiem
Gustav Mahler Achtste Symfonie
Pablo Picasso Guernica
Robert Musil Der Mann ohne Eigenschaften
Sima Qian Shiji
Dante Alighieri La Divina Commedia
J.R.R. Tolkien In de ban van de ring
Hugo Claus Het verdriet van België
Harry Mulisch De ontdekking van de hemel
George R.R. Martin Het Lied van IJs en Vuur
Hermann Hesse Das Glasperlenspiel

Vaak worden grote (omvangrijke) en bekende werken van kunstenaars beschouwd als hun Magnum opus. Er wordt dan verondersteld in dat werk het maximale kunnen van betreffende kunstenaar tot expressie is gekomen. Het wil niet zeggen dat de kunstenaar zelf betreffend werk als zijn of haar beste werk beschouwde of dat dat werk door kunstkenners en -critici als het beste werk van die kunstenaar wordt beschouwd.