El (lengtemaat)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De el is als lengte gebaseerd op de lengte van een onderarm

Een el is een oude lengtemaat en bedroeg (althans in Nederland) circa 69,4 cm. De maat werd lokaal, in ieder belangrijk handelscentrum, vastgesteld, waardoor er verschillen optraden:

Amsterdamse el 68,8 cm
Brabantse el 69,2 cm of 16 tailles
Brugsche el 70,1 cm
Delftsche el 68,3 cm
Goesche el 69 cm
Haagse of gewone el 69,4 cm
Twentse el 58,7 cm
Wase el 69,8 cm in winkels 72,8 cm stof 76,5 cm ruwe stof
Dendermondse el 69,6 cm in winkels 73,1 cm in de Halle

De naam is afgeleid van de naam van een bot in de onderarm, de ellepijp.[1] Men kon zo op een eenvoudige manier lengtes meten. In verband met de heffing van accijns werd de Haagse el in 1725 de nationale standaard.

Bij de invoering van het Nederlands metriek stelsel in 1820 werd de el gelijk gesteld aan een meter. Met de Wet van 7 april 1869 (Staatsblad nr. 57) werden oude benamingen, waaronder ook de el, afgeschaft en vervangen door de tegenwoordig gebruikelijke aanduidingen. In de periode 1820-1870 was een el gelijk aan 10 palmen (decimeter) of 100 duimen (centimeter) of 1000 strepen (millimeter).

Het is onduidelijk hoe lang de el is die in de Bijbel en hadithboeken (ziraa) ter sprake komt, bijvoorbeeld bij de afmetingen van de ark. Volgens de Siloaminscriptie was de Siloamtunnel die koning Hizkia liet graven om Jeruzalem van water te voorzien 1200 el lang. Er bestaan een aantal recente metingen van deze tunnel, die variëren tussen de 512,5 en 533 meter,[2] wat wil zeggen dat een el tussen de 42,6 en 44,4 centimeter zou zijn. Er zijn ook geleerden die opperen dat de gebruikte el in de bijbel 49,5 of 52,5 centimeter was.[3]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. El in de Etymologiebank
  2. Robb Andrew Young, Hezekiah in History and Tradition (BRILL, 2012)
  3. (en) Jewish Encyclopedia: Weights and measures