Jeruzalem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Jeruzalem (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Jeruzalem.
Jeruzalem
ירושלים
القـُدْس
Stad in Israël Vlag van Israël
Vlag van Jeruzalem Wapen van Jeruzalem
Jeruzalem
Jeruzalem
Situering
District (mechoz) Jeruzalem
Coördinaten 31° 46′ NB, 35° 13′ OL
Algemeen
Oppervlakte 125,2 km²
Inwoners 933.113 (2012) (6001 inw/km²)
Burgemeester Nir Barkat
Website jerusalem.muni.il
Foto's
Een blik op de oude en de nieuwe stad van Jeruzalem,vanaf de Olijfberg
Een blik op de oude en de nieuwe stad van Jeruzalem,
vanaf de Olijfberg
Portaal  Portaalicoon   Israël
Hooggerechtshof van Israël
Israëlisch ministerie van Buitenlandse Zaken
Nationaal hoofdkantoor van de Israëlische politie
Woning van de zittende premier

Jeruzalem (Hebreeuws: ירושלים Jeroesjalajim, Arabisch: القدس al-Qoeds) is de hoofdstad van de staten Israël en Palestina. Jeruzalem heeft een gemengde Joodse en Arabische bevolking.

De stad telt 933.113 inwoners (2012). In 2007 waren dit er 747.621, waarvan 299.708 in West-Jeruzalem en 443.802 in Oost-Jeruzalem.[1] Oost-Jeruzalem vormt een heet hangijzer binnen de internationale politiek en het Israëlisch-Palestijns conflict. Dit gebied werd in 1967 door Israëlische troepen veroverd en werd daarop de facto onderdeel van de stad. Oost-Jeruzalem wordt door Palestina echter geclaimd als hoofdstad. In 1980 werd dit gebied de jure geannexeerd binnen de Israëlische gemeente Jeruzalem met de Jeruzalemwet, een besluit dat niet erkend werd door internationale gemeenschap. Met Oost-Jeruzalem is Jeruzalem verreweg de grootste stad van het land, zonder Oost-Jeruzalem is het de tweede stad, na Tel Aviv (405.000 inwoners).

De stad was de oude hoofdstad van het koninkrijk Israël, na de scheuring de hoofdstad van het koninkrijk Judea en later van het Latijnse koninkrijk Jeruzalem. Het is een van de meest omstreden gebieden ter wereld. Als een duizenden jaren oude stad is het een bakermat van het jodendom en het christendom, en worden de stad of plaatsen erin door volgelingen van deze twee religies en door de islam als heilig beschouwd. Ondanks de aanslagen die er vrij geregeld plaatsvinden, trekt de uit natuursteen opgetrokken stad jaarlijks honderdduizenden pelgrims en andere toeristen.

Sinds 1950 is Jeruzalem de hoofdstad van Israël en het is de locatie van het presidentsgebouw, het parlement,[2] het oppergerechtshof en de meeste ministeries. De status als hoofdstad is niet internationaal erkend[3] en de meeste ambassades zijn gevestigd in Tel Aviv. De Palestijnse Autoriteit beschouwt Jeruzalem als hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat en onderhoudt een betwist kantoor in het Orient House. De Verenigde Naties houden vast aan het 'corpus separatum' uit het Verdelingsplan (zie Geschiedenis), en hebben een en ander in 1980 nog eens bevestigd (Resoluties 476 en 478 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties). De Oslo-overeenkomst tussen de PLO en Israël maakt onderscheid tussen de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem. Over de definitieve status zou in overleg rond de permanente status worden besloten.

Geschiedenis en etymologie[bewerken]

De etymologie en de oorsprong van Jeruzalem zijn niet zeker. Een veelgenoemde theorie stelt dat de naam twee steden uit de tijd van de Hebreeuwse Bijbel combineert, die wellicht beide voor Jeruzalem staan: Jebus (יבוס; genoemd naar Jebus, de vader van de Jebusieten) en Salem (שלם; een Kanaänitische god). Mogelijk ook kan de naam vertaald worden als 'Basis van Salem'. Hebreeuws-Bijbelse bijnamen van de stad zijn de 'Stad van David' en 'Zion', dat eigenlijk de naam is van een heuvel vlak buiten de muren van de oude stad.

De stad Jeruzalem wordt reeds genoemd in bronnen van het begin van het 2e millennium v.Chr.: in Egyptische vervloekingsteksten (19e en 18e eeuw v.Chr.) worden de namen Wrwshlm en Wrwshmn aangetroffen. Later komt in de zogenaamde brieven (eigenlijk kleitabletten) van Tel el Amarna, gedateerd eerste helft 14e eeuw v.Chr., de naam Urusalim(u) voor. Abdu-cheba, de Egyptische vazalvorst van deze stad, vraagt de farao om militaire bijstand om de aanvallen van de Apiru (misschien de Hebreeën) te kunnen afslaan.

Het eerste deel van de naam (Jeru-) betekent misschien ‘stad’, ‘woning’ of ‘bron’. De volksetymologie heeft van Jeruzalem ‘de stad van de vrede’ gemaakt (‘ir = stad, sjalom = vrede). Volgens sommige Semitische taalkundigen kan Jeru- ‘woning’ (< jarah) betekenen. De herkomst kan echter ook niet-Semitisch zijn: ur(u)- zou van een woord voor ‘bron, waterstroom, rivier’ kunnen komen: ‘de bron van Salem’ (vergelijk de rivieren Jor-daan, Jar-muk, Jabbok (< *Jar-bok?), Jar-kon, de oasestad Jer-icho; bij Jeruzalem was de bron Gihon). Het Griekse hiëro- (in Hiërosolyma) is dus zo gek nog niet, want de betekenis van hiëros in hiëros Pergamos is ‘door een god bewoond of beschermd’.

Het tweede deel (-zalem) vinden we waarschijnlijk in Genesis, waar de ontmoeting tussen Abraham en Melchizedek, de koning van Salem, wordt beschreven (Genesis 14:18). Incidenteel wordt Salem geassocieerd met Beith Shean (Scythopolis). De Assyriërs hielden lijsten met godennamen bij om zich te kunnen oriënteren in de veelheid van goden in het rijk. Volgens zo’n lijst zou in Jeruzalem Isjtar Sjalmanitu genoemd worden. Nu was Sjalmanitu de echtgenote van de oorlogsgod Sjalman. Het is dus mogelijk dat Jeruzalem oorspronkelijk betekent ‘de stad van de god Salem’.

Homerus vermeldt dat de mythische held Bellerophon oorlog voerde tegen de Solymi, een volk in het gebied van de Hethieten (Ilias Z, 184 en 204). Het volk wordt gesitueerd in de buurt van Lycië, waar men kennis had van het schrift. Ook Herodotus (Hist. I, 173) en Tacitus (Hist. V, 2) vermelden de Solymi, en de laatste legt nadrukkelijk een verband: "Anderen noemen een roemrijke oorsprong van de Joden, (namelijk) de in de gedichten van Homerus bezongen Solymi. De stad Jeruzalem (Hiërosolyma) zou zijn naam daaraan hebben ontleend." Nu komt in de archieven van Tel el Amarna een stadhouder van Jeruzalem voor met de naam Abdu-cheba (‘dienaar van Cheba’). De zonnegodin Cheba werd vereerd door de Hurrieten, die nauw aan de Hethieten gelieerd waren. Dit strookt met een uitspraak van Ezechiël over Jeruzalem: ‘Je vader was een Amoriet, je moeder een Hethiet’ (Ezech. 16:2-3, 45). Het is dus niet helemaal uit te sluiten dat de Solymi – misschien ‘de mannen van Sjalman’ – een historische band met Jeruzalem hebben gehad.

In de Hebreeuwse Bijbel komt de naam het eerst voor in het boek Jozua. David is de eerste Israëlitische koning die er zijn troon vestigt. Jeruzalem was het voornaamste centrum van de joodse religie omdat de Tempel van Salomo er gevestigd was en na de Babylonische ballingschap de Tweede Tempel. Joodse families gingen tot driemaal per jaar op bedevaart naar de tempel en brachten er offers.

De Arabische naam van de stad, Al-Qoeds, betekent "Het Heiligdom".

Oudheid[bewerken]

Pritchard en ook Habachi melden dat er geen Egyptische bronnen van Israëlitische slavernij en van een exodus bestaan. De Hellenistische Egyptenaar Manetho schreef 1000 jaar na de Exodus dat de Hebreeën niet ontsnapt zijn maar "eruit gegooid als leprozen en pestlijders, en vervolgd tot in Palestina, waar ze Jeruzalem stichtten en voorouders van de Joden werden".[4] Het Bijbelse verhaal van het verschijnen van het volk Israël in Palestina is een weergave van het zogenaamde Conquest Model. Tegenwoordig geldt deze visie als achterhaald. Er zijn nauwelijks nog historici die dit 'veroveringsmodel' verdedigen. Het is onmogelijk gebleken deze theorie in overeenstemming te brengen met de aan de archeologie ontleende gegevens.[5] Het wordt waarschijnlijker geacht dat de Israëlieten afstammen van de Kanaänieten. In de tijd waarin de Bijbel de verovering van Kanaän situeert, zouden deze Israëlieten de heuvels zijn gaan bevolken terwijl de Kanaänieten (later Feniciërs genoemd) achterbleven in de kustvlakte.

Beginperiode, traditionele visie[bewerken]

In 1025 v.Chr. versloeg koning Saul de Filistijnen, die daarmee uit de heuvels van Juda verdwenen en Saul meer ruimte gaven. De stammen schaarden zich dankbaar rond hem, behalve Samuel. Later trok hij in het openbaar Sauls koningschap in. Saul nam Gibea, 5 km ten noorden van Jeruzalem in.[6] In 1004 v.Chr. zou volgens de Bijbel koning David na 7,5 jaar vanuit Hebron geregeerd te hebben Jeruzalem op de Jebusieten hebben veroverd. Hij liet de Ark (die door Saul compleet was genegeerd wegens de smaad van het verlies) er naartoe halen. Hij zou de stad, vlak op de grens der twee staten, tot hoofdstad van het koninkrijk Israël gemaakt hebben. Op deze wijze kon hij zijn paleis en machtsbasis op neutraal terrein bouwen. Sommigen vermoeden nog andere beweegredenen.[7] David wilde te Jeruzalem een tempel bouwen, maar de profeten keerden zich daar namens God tegen; in 970 begon zijn zoon Salomo, met steun van de profeten, met de bouw van de tempel. Salomo staat bekend als een wijze koning. Toch wordt hem verweten de afgodendienst te hebben getolereerd. Toen na Salomo's overlijden in 922 v.Chr. het koninkrijk in twee delen uiteen viel, werd Jeruzalem de hoofdstad van het koninkrijk Juda.

Beginperiode, wetenschappelijke visie[bewerken]

Er zijn weinig wetenschappelijke bewijzen voor het bestaan van een krachtige monarchie onder de koningen Saul, David en Salomo. Het monotheïsme zou pas veel later tot bloei komen, in de zevende eeuw v.Chr. onder koning Josia. Tot het einde van de tiende eeuw v.Chr. woonde verreweg het grootste deel van de bevolking van Palestina op het laagland gewoond, in de smalle kustvlakte en de vruchtbare vallei van Jizreël. Vanaf het einde van de tiende eeuw v.Chr. begon ook de bevolking in de heuvels van Samaria toe te nemen. Dit droeg in belangrijke mate bij aan de opkomst van een regionale staat.[8] In de heuvels van Samaria vormde zich een nieuwe politieke macht. Volgens Assyrische bronnen heerste hier in de negende eeuw het geslacht Bit Humri. In de 9e eeuw wordt het Koninkrijk Israël een sterke macht onder koning Omri. Enkele generaties later ontstond een vergelijkbaar staatje rond Jeruzalem. De in Jeruzalem heersende dynastie wordt onder andere in een inscriptie Bet Dawîd, het Huis van David, genoemd. Omri stabiliseerde ook zijn politieke grenzen en herstelde de betrekkingen met het politieke Jeruzalem door het uithuwelijken van zijn kleindochter Atalia aan de koning van Juda in het zuiden. Omri slaagde erin een dynastie te vestigen, die dan ook die van de Omriden wordt genoemd. Zijn nakomelingen heersten niet alleen voor de volgende veertig jaar over Israël, maar ook kort nog over Juda.

In 925 v.Chr. plunderde farao Sjosjenq Jeruzalem. Sjosjenqs zegetocht staat op de tempel in Karnak afgebeeld. In de 9e eeuw was Juda een armere staat vergeleken met zijn buren, waaronder Israël onder de Omriden. In 849 v.Chr. voerde Atalia, gemalin van koning Joram en dochter van Isebel, als vereerster van Baäl deze cultus in Jeruzalem in. Zij usurpeerde de troon na de dood van haar zoon Ahazia en vermoordde alle leden van het koninklijk huis, op een babyprinsje, Joas, na, dat door de priesters van de tempel van JHWH tot zijn zevende jaar verborgen werd gehouden en toen koning werd gemaakt. Bij deze contrarevolutie vond Atalia de dood. Er zijn negen Fenicische graven onderaan in de necropool gevonden, onafgewerkt.[9] Daterend uit de 8e eeuw v.Chr. zijn ook in de nederzetting op de westelijke rug muren en vloeren bezaaid met ijzertijdaardewerk gevonden (door prof. Avigad) samen met figurines die geduid kunnen worden als vruchtbaarheidssymbolen, vooral in de vorm van zuilachtige vruchtbaarheidsgodinnen die hun borsten aanbieden.[10]

Onder Assyrisch bewind[bewerken]

In 734 v.Chr. weigerde Juda een coalitie met Pekach. Daarop werd Jeruzalem belegerd door Pekach. Koning Achaz van Juda riep toen Assyrische hulp in en zond een boodschapper met een enorme gift zilver en goud uit de tempel. Juda mocht autonoom blijven tegen betaling van schatting. In 722 v.Chr. viel het koninkrijk Israël in handen van het Nieuw-Assyrische Rijk en vluchtten veel inwoners naar Juda, dat een grote bevolkingstoename kende. Volgens dr. Magen Broshi was er rond 720 v.Chr. inderdaad een bevolkingstoename richting Jeruzalem vanuit Israël, die leidde tot verdrievoudiging van het inwoneraantal.[11]

In 715 v.Chr. verbrijzelde Hizkia de gewijde stenen, hieuw de gewijde palen om en sloeg de bronzen slang stuk die in de tempel bewaard was sinds de Hebreeën in Kanaän kwamen. Hij had eerder reeds alle plaatselijke heiligdommen van de moedergodincultus verboden, om de eredienst in Jeruzalem te centraliseren.[12] Hizkia steunde het Babylonisch plan van Merodah-baladan tegen Sanherib en sloot aan bij de door Egypte gesteunde coalitie.[13]

In 701 v.Chr. valt Sanherib Juda binnen. De wandpanelen van zijn paleis, die zich in het British Museum bevinden, getuigen van de zelfs voor die tijd opvallende wreedheid waarmee deze inval gepaard ging. Een vertaling van Sanheribs annalen naar Ancient Near Eastern Texts luidt: "Wat Hizkia de Jood aangaat, hij onderwierp zich niet aan mij, ik belegerde 46 van zijn versterkte steden, ommuurde vestingen en talloze dorpen en overmeesterde ze door aangestampte taluds en stormrammen, voetvolkaanvallen, mijnen, stootblokken, alsook sappeurswerk... Hemzelf maakte ik gevangen in Jeruzalem, zijn koninklijke residentie, als een vogel in een kooi".[14] Juist buiten de Sionpoort zijn overal resten van Israëlische huizen die op vaste grond gebouwd waren, aldus dr. Magen Broshi: 'Er was blijkbaar in korte tijd een bevolkingstoeloop na de Assyrische inval in Juda'. Het Assyrische leger is vervolgens overhaast afgedropen. De Bijbel ziet hier de hand van God in. Ook Herodotus[15] beschrijft de plotselinge terugtrekking; volgens hem veroorzaakt door muizen.

Gemengde cultus[bewerken]

Toen het Assyrische rijk onder de Babylonische druk in elkaar stortte, hadden de inwoners van Juda even rust. Koning Josia voerde een religieuze hervorming door. In 630 v.Chr. haalde de Levitische priester Hilkia, in dienst van de koning, het gerei, dat voor Asherah en Baäl was gemaakt, uit de tempel in Jeruzalem weg.[16] Veertig jaar later sprak de profeet Ezechiël afkeurend over vrouwen die in de tempel durfden profeteren 'naar eigen inzicht'.[17] Het boek Ezechiël heeft het verder over vrouwen die in dezelfde tempel in Jeruzalem, waar ook JHWH vereerd werd, ritueel om Tammuz weekloegen, aldus de rouwpraktijken overnemend van de Babylonische mythen van Ishtar. De naam Baäl wordt aangewend voor de echtgenoot van de Godin, in plaats van Tammuz, hoewel deze naam in Jeruzalem toen nog in gebruik was.[18] Jeremia meldt dat opstandige vrouwen openlijk verkondigden dat zij van plan waren de 'Koningin van de Hemel' te blijven vereren. De mannen wilden hun vrouwen daarin blijkbaar verder volgen.[19]

Onder Babylonisch bewind[bewerken]

In 597 v.Chr. kwam Zedekia, plaatsvervangend koning, openlijk in opstand tegen Babylon. Nabukadnezar II voerde daarop een aanval op Juda uit, met wegvoering van Jojachin[20] die 47 jaar duurde.[21] Een Babylonisch verslag in spijkerschrift maakt melding van deze eerste strafexpeditie tegen Jeruzalem op 16 maart van dat jaar.

Omdat een harde kern in Jeruzalem nog steeds weigerde de Babylonische suprematie te erkennen, voerde in 587 v.Chr. Nabukadnezar een tweede beleg over Jeruzalem. Zedekia ontsnapte, maar werd bij Jericho gearresteerd. Zijn zonen werden terechtgesteld en hijzelf blind gemaakt en meegevoerd. Kort daarop viel de stad in handen van de Babyloniërs en werd platgebrand. De muren werden geslecht en de tempel verwoest. Een deel van de Joodse bevolking vertrok in ballingschap naar Babylon. Wat van de tempel overbleef werd met de grond gelijk gemaakt. James Pritchard noemt dit gebeuren een allerbelangrijkste gebeurtenis voor Israël, wegens de stempel die de wegvoering van de Joodse intelligentsia naliet op het jodendom. Het boek 'Koningen' werd enige tijd na de verwoesting geschreven.[22] Pritchard wijst erop dat de trouwens de hele Bijbel samengesteld werd in Jeruzalem, een cultuurcentrum. Samaria had een concurrerende cultus.

Onder Perzisch bewind[bewerken]

Toen de Perzen Babylon innamen, vaardigde Cyrus in 538 v.Chr. een decreet uit dat voorzag in herstel van de Joodse gemeenschap en cultus in Jeruzalem. Een kleine groep pioniers keerde terug, zij het op tegenkanting van de toenmalige plaatselijke bevolking van Jeruzalem en zij kregen toestemming de tempel te herbouwen, maar wel onder Perzische heerschappij. Zij bouwden een eenvoudige tweede tempel in Jeruzalem, dat nu hoofdstad van een kleine Perzische provincie van 50.000 zielen werd. Een eeuw lang reisden na Cyrus' dood afstammelingen van de Joodse ballingen terug naar Jeruzalem.

Vanaf 515 v.Chr. ontstond er vijandschap tussen de terugkerende Joden en hun noorderburen in Samaria. De Samaritanen besloten hun eigen tempel te bouwen op de Gerizin bij Sichem. Ezra had immers hun aanbod om de tempel te herbouwen afgewezen, omdat zij 'etnisch en theologisch niet zuiver genoeg zouden zijn'.[23]

Onder de Perzen werden de joden betrekkelijk ongemoeid gelaten en konden ze hun godsdienst vrijelijk beoefenen. Maar de stad bleef belegerd en de muur mocht niet herbouwd worden.

In 445 v.Chr. werd Nehemia, Joods ambtenaar van hoge rang aan het hof van Artaxerxes I, stadhouder voor Juda in Jeruzalem. Hij bewoog de koning om de wederopbouw van de muur toe te staan. Hij voerde dit heel snel uit in 25 dagen, wegens morrende buren rondom. Zo'n 10.000 afstammelingen van ballingen kwamen zich toen vanuit Babylon in en om Jeruzalem vestigen.

Onder Hellenistisch bewind[bewerken]

Omstreeks 330 v.Chr. werd het Perzisch Rijk veroverd door de Macedonisch-Griekse koning Alexander III de Grote. Hiermee begon de periode van het Hellenisme voor Jeruzalem.

In 312 v.Chr. nam de Egyptisch-Griekse koning Ptolemaeüs I Jeruzalem in. Onder de Ptolemaeën genoten de joden eveneens godsdienstige vrijheid. De tenach werd zelfs in het Grieks vertaald in opdracht van de Ptolemese koningen. Dit was voor zover bekend de eerste vertaling van de Hebreeuwse geschriften in een andere taal; zij staat bekend als de Septuagint. De stad werd echter later (198 v.Chr.) veroverd door de Grieks-Syrische Seleuciden die het hellenisme met geweld wilden opdringen aan hun onderdanen. In 168 v.Chr. poogde de Seleucidische koning Antiochos Epiphanes (de Joden noemden hem al gauw Antiochos Epimanes dat Antiochos de gek betekent) de joodse godsdienst uit te roeien en werd de Joodse Tempel ontheiligd door er een varken te offeren aan Zeus.

Zo wilde hij de Tempel wijden aan de Griekse godsdienst. De Joden vonden dit een ernstige belediging voor hun geloof en dus brak er prompt een grote volksopstand uit. Na vele wreedheden over en weer wisten de opstandelingen, bekend als de Makkabeeën, in 164 v.Chr. de stad te heroveren en de Tempel weer in gebruik te nemen voor de beoefening van de Jahweïstische godsdienst. De Makkabeeën stichtten het joodse koningshuis van de Hasmoneeën. In 161 v.Chr. sloten ze een bondgenootschap met de Romeinen die hun invloed in het hellenistische oosten aan het uitbreiden waren. In 143 v.Chr. wisten de Hasmoneeën onafhankelijkheid voor Judea te verkrijgen en werd Jeruzalem weer een tijd de hoofdstad van een onafhankelijke Joodse staat.

Jeruzalem in de 1e eeuw na Chr.

Onder Romeins bewind[bewerken]

In 63 v.Chr. vangt de Romeinse tijd aan door de verovering van de stad door Pompeius. Judea werd hierdoor een vazalstaat van Rome waar de Hasmoneese macht geleidelijk overging in die van de Herodianen. Herodes de Grote versterkte en verfraaide Jeruzalem met verschillende vestingwerken en andere bouwwerken, zoals de burcht Antonia, de torens Phasaël, Mariamne en Hippicus, een theater en het Paleis van Herodes. Het meest prestigieus was echter zijn verfraaiing van de tempel. Het was tegen het einde van de regering van Herodes de Grote dat Jezus van Nazareth werd geboren.

In het jaar 66 begon de desastreuze Joodse Opstand. Deze werd onderdrukt door Vespasianus en Titus in het jaar 70. Hierbij verwoestten de Romeinen de stad en de (tweede) tempel werd in brand gestoken. Het enige overblijfsel van de tempel is een deel van de Westelijke muur, die nu bekendstaat als de Klaagmuur. Op de ruïnes van de stad werd een Romeins legerkamp opgericht.

Keizer Hadrianus bezocht in het jaar 130 de stad en besloot er een Romeinse kolonie te vestigen. In het jaar 135 werd Jeruzalem door de Joden, onder leiding van Bar Kochba, veroverd. Deze maakten Jeruzalem opnieuw tot hun hoofdstad en richtten er een voorlopige tempel op. De reactie van Hadrianus bleef niet uit en hij heroverde de stad en gaf haar een andere naam (Aelia Capitolina). Op de Tempelberg werd een Romeinse tempel gebouwd (ter verering van Jupiter). De Joden werd de toegang tot de stad ontzegd. Pas in het jaar 438 werd dit toegangsverbod opgeheven.

Onder christelijk bewind[bewerken]

In 326 bezoekt Helena, moeder van keizer Constantijn de Grote, de stad en krijgt deze opnieuw de naam Jeruzalem. In 335 beval Constantijn de bouw van de Heilige Grafkerk.

Op het Concilie van Chalcedon (451) werd het patriarchaat Jeruzalem opgericht. De patriarch, de bisschop van Jeruzalem, kreeg jurisdictie over de drie toenmalige provincies van Palestina.

Middeleeuwen[bewerken]

In 614 werd de stad, met hulp van de Joden, veroverd door de Perzen onder leiding van Khusro II. In 629 konden de Byzantijnen onder Herakleios de stad terugveroveren.

In 637 gaf patriarch Sophronius de stad, na de Slag bij de Jarmuk, over aan de Arabieren onder leiding van kalief Omar. In het Arabisch werd de stad bekend als Al-Qoeds (de heilige (stad)) en ook wel als Oeroesjalim, wat wel wordt uitgelegd als stad van sjalim. Het is voor de moslims een heilige stad, onder meer omdat de profeet Mohammed er op een vliegend paard vanuit Mekka naartoe gereisd zou zijn en vanaf de Tempelberg naar de hemelen zou zijn opgestegen. Een voetafdruk in de Rotskoepel (gebouwd 691-692) herinnert hieraan. De kalief liet Joden, die verbannen waren onder de Byzantijnen, terugkeren. Onder druk van patriarch Sophronius werd het aantal beperkt tot 70 families. In het jaar 660 werd begonnen met de bouw van de Al-Aqsamoskee.

De Al-Aqsamoskee rond 1900

De joodse en christelijke gemeenschappen genoten in de islamitische wereld een hoge mate van zelfstandigheid. Tijdens het kalifaat van de Abbasiden had iedere groep een officiële vertegenwoordiger aan het hof van de kalief. Later holde het gezag van de kalief uit en boette ook het prestige van deze hoogwaardigheidsbekleders in. Iedere religieuze groep behield zijn eigen rechters die problemen binnen de gemeenschap zelf oploste.[24]

In 1071 veroverden de Turkse (soennitische) Seltsjoeken de stad op de sjiitische Fatimiden. De Seltsjoeken staken synagoges en kerken in brand en de sjiieten werden vermoord of verdreven. Toen men in West-Europa vernam dat de christelijke pelgrims werden lastig gevallen vond men dat er (militair) ingegrepen moest worden en kwamen de kruistochten op gang. Ondertussen werd de stad in 1096 opnieuw ingenomen door de Arabische Fatimiden.

In 1099 bereikte de eerste kruistocht de stad. De kruisvaarders veroverden deze en richtten er vervolgens een verschrikkelijk bloedbad aan. De islamitische en Joodse bevolking werd uitgeroeid of verkocht als slaaf aan Egypte of Europa. Het koninkrijk Jeruzalem werd door de kruisvaarders gesticht. De eerste hoogste gezagsdrager, Godfried van Bouillon weigerde echter de titel van koning en nam de titel van Beschermer van de Heilig Grafkerk aan omdat hij geen koningskroon wilde dragen op de plaats waar Jezus een doornenkroon droeg. Zijn opvolgers namen echter wel de titel van koning aan (zie koningen van Jeruzalem). De koning nam oorspronkelijk zijn intrek in de Al-Aqsamoskee. Later werd dit gebouw de residentie van de Tempeliers.

In 1187 werden de kruisvaarders verslagen en de stad gaf zich over aan Saladin. In tegenstelling tot de kruisvaarders 88 jaar eerder richtte Saladin geen bloedbad aan.

Keizer Frederik II van het Heilige Roomse Rijk kon in 1229, via diplomatieke weg, de stad verwerven. Het Latijnse koninkrijk Jeruzalem was opnieuw een feit tot 1244 de Ajjoebiden de stad veroverden en in 1260 de Mamelukken. Vanaf die tijd zijn er vaker meldingen van geweld tegen dhimmi's, maar met het aantreden van Turkse Osmanen verbetert de toestand weer en worden bijvoorbeeld grote aantallen gevluchte joden uit Al-Andalus, vanwege de Reconquista, toegelaten.[25]

Nieuwe Tijd[bewerken]

In 1517 werd de stad door sultan Selim I veroverd en kwam zo onder Ottomaanse heerschappij. Onder deze heerschappij beleefde Jeruzalem een korte periode van bloei onder sultan Süleyman. Tussen 1537 en 1541 werden de stadsmuren van Jeruzalem herbouwd en de rotskoepel werd verfraaid. Belangrijk voor de Joden was dat de Turken vrij tolerant waren. Veel joodse vluchtelingen, uit de Spaanse gebieden verdreven door de Inquisitie, vestigden zich in het Ottomaanse Rijk, waaronder ook Jeruzalem. Nieuwe synagogen werden gebouwd, zoals de Hurva-synagoge in 1864 en de Tiferet Jisrael-synagoge in 1872.

Mishkanot Sha'ananim, opgericht in 1860, nu een kunstenaarswijk dicht bij de Oude Stad

De Ottomaanse heerschappij duurde tot 1917, toen de Britten de stad veroverden. Sinds het begin van de 19e eeuw zijn Joden weer de grootste bevolkingsgroep van Jeruzalem en sinds midden 19e eeuw de meerderheid.

20e eeuw[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in december 1917, veroverden Britse troepen Jeruzalem op de Turken. Tot september 1922 bleef Jeruzalem en de rest van Palestina onder Brits militair bestuur. Door de Volkerenbond werd in 1922 het mandaat aan de Britten gegeven om Palestina te besturen en de lokale bevolking voor te bereiden op zelfstandigheid. In dit mandaat werd ook de Balfour-verklaring opgenomen waarin de Britse overheid steun beloofde bij het oprichten van een Joods nationaal tehuis in Palestina, als ook bij de immigratie en vestiging van Joden in het land. Dit was tegen de wil van de autochtone Palestijnse bevolking [26][27] die hier verschillende keren tegen in opstand kwam, en wat culmineerde in de Tweede Palestijnse opstand die het land van 1936 tot 1939 in zijn greep hield.

Historische foto van de intocht van Allenby in Jeruzalem in 1917
Jeruzalem was tussen 1948 en 1967 een verdeelde stad. Oost-Jeruzalem was voor Joden verboden gebied.

In 1918 werd de Government Arab College opgericht en in 1925 de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.

In de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd in november 1947 resolutie 181 aangenomen, die de opdeling van Palestina in twee afzonderlijke staten regelde. De resolutie erkende de speciale positie van Jeruzalem en de stad werd toegewezen als een speciaal corpus separatum. Hieronder zou Jeruzalem onder een speciaal bewind komen, dat door de VN bestuurd zou worden. In 1949 werd zelfs een volledige resolutie van de Algemene Vergadering van de VN (resolutie 303) gewijd aan het internationale statuut van de stad.

Op 14 mei 1948 werd de staat Israël uitgeroepen. Tijdens de oorlog die volgde, door de huidige Palestijnen vaak Nakba genoemd (Arabisch voor catastrofe), lukte het de joods-Palestijnse en later Israëlische strijdkrachten niet om Oost-Jeruzalem, waaronder de oude stad, te veroveren. In de oude stad bevinden zich de Tempelberg (ook wel Haram Al-Sjarif genoemd), waarop de voorname Al-Aqsamoskee en de Koepel van de Rots zijn gelegen, en waaraan de Klaagmuur ligt, en vier etno-religieuze wijken: joods, islamitisch, christelijk en Armeens. Slechts met grote moeite lukte het de Israëlische strijdkrachten een corridor tussen West-Jeruzalem en Tel Aviv veilig te stellen. Maandenlang waren de Joden in Jeruzalem van Israël gescheiden.

Oost-Jeruzalem met daarin de Oude Stad werd op verzoek van zo'n 2000 Palestijnse notabelen bezet door het Jordaanse leger, dat Palestina op verzoek van de notabelen was binnengekomen om zo bescherming te bieden tegen 'de zionistische dreiging'. Jordanië annexeerde Oost-Jeruzalem eenzijdig, alsmede de gehele Westelijke Jordaanoever (Jordaanse bezetting van de Westelijke Jordaanoever). Hoewel de VN er relatief weinig aandacht aan schonk, werd deze annexatie nooit internationaal erkend. Door Jordaanse troepen werden in deze periode 57 synagogen verwoest, waaronder de bekende Tiferet Yisrael Synagoge. Eén joodse wijk (Scopusberg) van Jeruzalem werd een Israëlische enclave binnen het door Jordanië bezette gebied. Tussen de jaren 1949 en 1967 was Jeruzalem in tweeën gedeeld door middel van een barrière (muur en hek). De facto lag aan de westzijde van die muur de Israëlische stad Jeruzalem en aan de oostzijde de Jordaanse stad al-Qoeds. In 1965 werd Teddy Kollek burgemeester van (West-)Jeruzalem.

Tijdens de Zesdaagse Oorlog (1967) veroverde Israël Oost-Jeruzalem op Jordanië en annexeerde de oude stad en een gebied eromheen. De stad werd herenigd onder één gemeente en de muren en hekken werden neergehaald. De annexatie werd net als die door Jordanië niet internationaal erkend; ditmaal maakten zowel Arabische staten als andere landen aanzienlijk meer bezwaar. Na een oproep van de Veiligheidsraad in 1980, en onder druk van de Arabische landen, verplaatste Nederland de ambassade van Jeruzalem naar Tel Aviv (in 2003 verhuisde de Nederlandse ambassade in Israël overigens naar Ramat Gan).

Teddy Kollek bleef burgemeester tot 1993, toen hij verkiezingen verloor, waar hij tegen zijn zin aan meedeed. Onder Teddy Kollek groeide Jeruzalem uit tot de grootste stad van Israël, waarin Joden en Arabieren aanvankelijk vrij rustig samenleefden. Aanslagen werden vrijwel altijd door inwoners van omringende plaatsen gepleegd. Tijdens de eerste Intifada werden steeds meer toeristen in de oude stad en omstreken neergestoken. Ook waren er rellen in Arabische wijken. Het toerisme naar Jeruzalem nam af en de Arabische en Joodse economieën in Jeruzalem leidden steeds meer een afgescheiden bestaan. Teddy Kollek werd in de verkiezingsstrijd verslagen door Ehud Olmert, die zich tijdelijk terugtrok uit de landelijke politiek.

21e eeuw[bewerken]

In september 2000 breekt de tweede intifada uit. Een van de eerste rellen was in Jeruzalem, op de Tempelberg, na een bezoek van de toenmalige Israëlische oppositieleider Ariël Sharon. Sindsdien werd de stad opgeschrikt door vele aanslagen, onder andere op bussen en restaurants. In een van die aanslagen, de aanslag in het pizzarestaurant Sbarro, kwam ook een Nederlandse familie om het leven. Ook in Oost-Jeruzalem wordt het leven in vele opzichten moeilijk draagzaam, bijvoorbeeld het Israëlische ministerie van binnenlandse zaken aldaar verleent nog maar zeer minimale diensten, zoals reisvergunningen en uitgifte van legitimatiebewijzen. Nadat Olmert weer in de Israëlische regering zitting nam, werd Uri Lupolianski de eerste charedisch (ultraorthodox joodse) burgemeester in de geschiedenis van Jeruzalem. Heden ten dage is het burgemeesterschap in handen van Nir Barkat.

In 2004 begon Israël aan de bouw van een barrière die enkele Arabische wijken waar vandaan terroristische aanslagen op burgers van Israël zijn gepleegd aan de noord- een oostrand van Jeruzalem afsnijdt van de rest van de huidige stad. In die wijken zijn de onroerendezaakwaarden scherp gedaald; bewoners die het zich kunnen permitteren vertrekken naar Arabische of Joodse wijken die aan de Israëlische zijde van de muur komen te liggen.

Steeds grotere aantallen seculiere joden verlaten Jeruzalem. Seculiere jongeren voelen zich in het nauw gedrongen door het gebrek aan uitgaansmogelijkheden en het gebrek aan winkels en andere gelegenheden die op sjabbat open blijven. Het percentage charedische joden in de stad stijgt continu, en inmiddels bestaat een aanzienlijke meerderheid van de joodse kinderen in de stad uit charedische joden. De verhoudingen in de stad zijn over het algemeen ongeveer gelijk verdeeld over de drie groepen. Van de circa 750.000 inwoners is een derde charedisch (ultraorthodox) joods, een derde seculier joods, en een derde Arabisch. Onder de joodse inwoners is een aanzienlijk aantal immigranten uit westerse landen zoals de Verenigde Staten, maar ook enkele honderden Nederlanders.

Door de vernieuwing van het vervoerssysteem in de stad - zowel autowegen als openbaar vervoer - hoopt de stad de verkeersopstoppingen in te dammen. Een in 2011 geopende lightrail verbindt zuidwestelijk Jeruzalem met het noordoosten. Tevens wordt er gebouwd aan nieuwe snelwegen en worden verschillende stedelijke wegen en kruisingen vernieuwd en uitgebreid, en wordt er een hogesnelheidsspoorlijn van Tel Aviv naar Jeruzalem gebouwd.

In verschillende delen van de stad zijn grootschalige nieuwbouwprojecten onder ontwikkeling, veelal gericht op de snel groeiende charedische sector.

Stadsdelen[bewerken]

De stad Jeruzalem kent een mozaïek van bevolkingsgroepen. De stad kan grofweg in vier delen verdeeld worden. Het zuiden is overwegend seculier joods met daartussen vooral modern orthodoxe bevolking; het noordwesten is overwegend charedisch joods; het oosten is overwegend Arabisch; de verder gelegen wijken van het noorden zijn per wijk afwisselend tussen Arabisch, charedisch, modern orthodox en seculier joods.

Religieuze betekenis van Jeruzalem[bewerken]

Zowel joden, christenen als moslims beschouwen Jeruzalem als een belangrijke stad.

Voor joden is de Westmuur (ook bekend als 'Klaagmuur'), de Westelijke Muur van de voormalige Tweede Tempel, de stenen expressie van hun religieuze traditie.

Voor christenen is Jeruzalem de stad waar Jezus als gelovige jood waarschijnlijk verschillende keren de pelgrimsfeesten heeft meegevierd, de laatste dagen van zijn leven indrukwekkende dingen meemaakte en heeft gezegd, gekruisigd werd en uit zijn graf herrees en waar de vroege kerk ontstond.

Moslims, ten slotte, komen naar Jeruzalem omdat op de Tempelberg in de oude stad de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee staan, de belangrijkste islamitische centra na Mekka en Medina.

Joodse bewegingen gevestigd in Jeruzalem[bewerken]

Asjkenazisch

De volgende asjkenazisch-charedisch (ultraorthodox) joodse bewegingen hebben hun hoofdvestiging in Jeruzalem, met name in en rond de charedische wijk Meah Shearim. Veel van deze bewegingen zijn fel antizionistisch.

Daarnaast hebben de meeste groepen van enige betekenis in de charedische wereld, zoals Satmar, Bobov en Lubavitch, minstens een of meerdere synagoges in Jeruzalem. Een overkoepelende organisatie van extreme charedische joden is de Edah HaChareidis, die de zogeheten 'rechtervleugel' van de charedische wereld vertegenwoordigt.

Sefardisch

Ook het sefardisch orthodox jodendom is in Jeruzalem sterk vertegenwoordigd met leiders zoals rabbijn Ovadia Yosef en rabbijn Mordechai Eliyahu.

Liederen over Jeruzalem[bewerken]

Over Jeruzalem zijn tientallen liederen geschreven, waaronder:

Werelderfgoed[bewerken]

De oude stad van Jeruzalem en haar stadsmuren staan sinds 1981 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De nominatie van de oude stad en haar stadsmuren werd door Jordanië voorgesteld. In 1982 werd de inschrijving als 'bedreigd' gekarakteriseerd. Het gebied omvat meer dan 220 historische monumenten.

Geboren[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Lijst van personen uit Jeruzalem

Partnersteden[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Panorama[bewerken]

Zicht op Jeruzalem
Zicht op Jeruzalem
Wikivoyage Wikivoyage heeft een reisgids over dit onderwerp: Jerusalem.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Table III/11 - Population of Jerusalem, By age, Religion and Geographical Spreading, 2007. Jerusalem Institute for Israel Studies
  2. Knesset naar Jeruzalem
  3. Overbrenging Knesset in weerwil van de VN
  4. Kerrigan, Michaël, Alan Lothian, Piers Vitebsky (1998) Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, Time-Life books BV, Amsterdam, ISBN 9053902147, p. 59
  5. Noll, Canaan and Israel in antiquity, p. 157-158
  6. Kerrigan, Michaël, Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, p. 119
  7. Kerrigan, Michaël, Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, p. 131
  8. Noll, Canaan and Israel in antiquity, p. 199-200
  9. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, Westland, Schoten, ISBN 9024670209, p. 170
  10. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 168
  11. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 188
  12. Stone, Merlin, Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, Katwijk, 1979. ISBN 9060775821, p. 194
  13. Kramer, Samuel Noah, J.A. Wilson, G. Ernest Wright en H.W.F. Saggs, 1974: Dagelijks leven in de Bijbeltijd, National Geographic Society, De Haan, ISBN 90-228-31310, p. 258
  14. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 186
  15. 2.141
  16. II Kon. 23:4-14: "Hij verwijderde de asherah, verontreinigde de hoogten… welke Salomo, de koning van Israël, gebouwd had voor Astoreth... hij verbrijzelde de gewijde stenen, hieuw de gewijde palen om en wierp die plaats vol met mensenbeenderen."
  17. Althans volgens Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, p. 229: Zelfs de veel latere richtlijnen van St.Patrick waarschuwden tegen 'pythonessen'. Pythones wordt in de meeste Engelse woordenboeken verklaard met 'profetes' of 'heks' , (zie ook Slangencultus).
  18. Althans volgens: Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, p. 121, 194-195
  19. Jeremia 44:15-19: Toen hadden wij goed ons brood en waren gelukkig en zagen geen rampspoed.
  20. 2 kon. 24:12-14
  21. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 203
  22. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 138, 140
  23. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, p. 209
  24. In het huis van de islam, Henk Driessen (redactie), Camilla Adang, Uitgeverij SUN, tweede druk november 2001, ISBN 90 6168 606 7, p. 233
  25. In het huis van de islam, Henk Driessen (redactie), Camilla Adang, Uitgeverij SUN, tweede druk november 2001, ISBN 90 6168 606 7, p. 238
  26. Hurewitz, Doc. No. 27, Resolution of the General Syrian Congress at Damascus, 2 juli 1919, p. 62-63
  27. Rodinson, Maxime, Israel and the Arabs, second edition, Pelican Books 1982, p. 319
  28. Portal van Fes over stedenband Jeruzalem, bezocht 26 juli 2011