Hyrkanus II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hyrkanus II
Ethnarch en Hogepriester uit de familie van de Hasmoneeën
Menorah
Hogepriester: 76 - 40 v.Chr.
Vazalkoning: 63 - 40 v.Chr.
Voorganger Alexander Janneüs als hogepriester
Aristobulus II als koning
Opvolger Antigonus
Lijst van hogepriesters van Israël

Hyrkanus II was de laatste heerser uit de Joodse dynastie van de Hasmoneeën. Hij was de oudste zoon van Alexander Janneüs en Salome Alexandra en de broer van Aristobulus II. Hij is de geschiedenis in gegaan als iemand met een niet erg sterke persoonlijkheid, die gemakkelijk door anderen te beïnvloeden was.

Burgeroorlog met Aristobulus[bewerken]

Het Hasmoneese rijk tot 63 v.Chr.

Tijdens de regering van zijn moeder Salome Alexandra bekleedde Hyrkanus het ambt van hogepriester. Het was Alexandra's bedoeling dat Hyrkanus haar na haar dood ook zou opvolgen, maar toen zij op sterven lag riep Aristobulus een leger bijeen en pleegde een staatsgreep. Hyrkanus vluchtte daarop naar de Nabateese koning Aretas III in Petra.

Aanvankelijk leek het erop dat Hyrkanus zich bij de situatie zou neerleggen. De Idumeese gouverneur Antipater wist hem echter op andere gedachten te brengen. Antipater had daar zijn eigen redenen voor: hij verwachtte via de beïnvloedbare Hyrkanus veel beter zijn eigen politieke ambities te kunnen bereiken dan via Aristobulus. In 65 v.Chr. sloeg Hyrkanus, geholpen door Antipater en Aretas, het beleg om Jeruzalem en het leek erop dat Aristobulus niet tegen de overmacht bestand zou blijken. De Romeinse gouverneur van Syrië, Marcus Aemilius Scaurus, vreesde echter een sterk machtsblok van Hasmoneeën en Nabateeërs en schoot Aristobulus te hulp. Hierdoor was Hyrkanus gedwongen het beleg om Jeruzalem op te geven en met Aretas terug te keren naar Petra (64 v.Chr.). Aristobulus achtervolgde het terugtrekkende leger en versloeg hen bij de Jordaan. Het lukte hem echter niet Hyrkanus gevangen te nemen.

Toen later dat jaar de Romeinse generaal Pompeius het rijk van de Seleuciden aan zich onderworpen had, probeerden Hyrkanus en Aristobulus beide bij hem in de gunst te komen. Pompeius gaf de broers de opdracht zich met elkaar te verzoenen, maar Aristobulus wilde de loop der gebeurtenissen niet afwachten en riep een leger samen om tegen Hyrkanus ten strijde te trekken. Pompeius meende dat Aristobulus het op hem gemunt had. Hij nam Aristobulus gevangen en nam Jeruzalem in (63 v.Chr.). Zo kwam er een einde aan de zelfstandige Joodse staat.

Hyrkanus als hogepriester en vazal van de Romeinen[bewerken]

Romeins Judea onder Hyrkanus II

Pompeius benoemde Hyrkanus tot hogepriester en gaf hem de politieke verantwoordelijkheid (onder de gouverneur van Syrië) voor Judea, waartoe ook Idumea nog gerekend werd. De overige Hasmoneese gebieden werden losgemaakt van Judea. De koningstitel mocht Hyrkanus niet dragen. Doordat Hyrkanus in ere was hersteld, groeide ook de invloed van Antipater, die Hyrkanus altijd gesteund had en die nog steeds gouverneur van Idumea was. Formeel was Antipater verantwoording verschuldigd aan Hyrkanus, maar doordat hij zelf als Hyrkanus' adviseur optrad en Hyrkanus goed besefte dat hij veel aan Antipater te danken had, leidde dit niet tot problemen. De Syrische gouverneur stond positief tegenover de toenemende invloed van Antipater, omdat Antipater en zijn zonen Herodes en Phasaël de Romeinen onvoorwaardelijk steunden, ook in militair opzicht.

In 48 v.Chr. kwam Antipater Julius Caesar te hulp toen deze in Egypte ingreep in de strijd rondom de troonopvolging (zie bij Cleopatra VII). Antipaters hulp bleek cruciaal en Caesar beloonde hem rijkelijk. Antipater werd aangesteld als procurator over Judea. Ook Hyrkanus werd beloond: hij mocht voortaan de titel ethnarch dragen. Sinds deze tijd stelde Antipater zich steeds onafhankelijker op ten opzichte van Hyrkanus.

In 42 v.Chr., twee jaar na de dood van Julius Caesar, kreeg Octavianus de zeggenschap over onder meer Syrië en Judea. Herodes en Phasaël (Antipater was inmiddels overleden) moesten zich bij hem verantwoorden voor de steun die zij eerder aan Octavianus' rivaal Marcus Antonius gegeven hadden. Mede op voorspraak van Hyrkanus mochten Herodes en Phasaël hun politieke functies behouden en ontvingen zij de titel tetrarch. Het gevolg was dat Hyrkanus' positie steeds verder ondermijnd werd. Officieel was hij nog steeds het hoogst in rang in Judea, maar in de praktijk lag de macht bij de zonen van Antipater (Antipater zelf was in 43 v.Chr. vermoord).

Hyrkanus' levenseinde[bewerken]

In 40 v.Chr. verscheen Aristobulus' zoon Antigonus opnieuw op het toneel. Geholpen door de Parthische kroonprins Pacorus I pleegde hij een staatsgreep. Hij verklaarde dat het Hasmoneese rijk in ere was hersteld. Hyrkanus en Phasaël werden gevangengenomen. Om ervoor te zorgen dat Hyrkanus voorgoed ongeschikt zou zijn voor het hogepriesterschap sneed Antigonus hem de oren af (een hogepriester mocht geen lichamelijke gebreken hebben). Vervolgens zond hij hem naar Babylonië en Parthië, waar hij verbleef zolang Antigonus in Jeruzalem aan de macht was. Phasaël pleegde zelfmoord. Herodes was op tijd ontkomen. Met de hulp van het Romeinse leger wist hij in 37 v.Chr. de opstand neer te slaan. Als beloning mocht hij zich voortaan 'koning der Joden' noemen.

De opstand van Antigonus was neergeslagen, maar Hyrkanus' politieke rol was definitief uitgespeeld. Herodes vertrouwde hem echter niet en nodigde hem uit terug te keren naar Jeruzalem. Waarschuwingen van de Joodse gemeenschap in Babel ten spijt ging Hyrkanus op de uitnodiging in. Daar leefde hij nog enkele jaren een teruggetrokken leven. In 30 v.Chr. wist Herodes echter definitief met hem af te rekenen, door Hyrkanus ervan te beschuldigen een staatsgreep te beramen. Hyrkanus werd veroordeeld en geëxecuteerd. Met de dood van Hyrkanus was de Hasmoneese dynastie definitief ten einde gekomen.

Stamboom[bewerken]

 
 
 
 
 
 
 
 
Mattathias
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Johannes Makkabeüs
 
Simon Makkabeüs
 
Judas Makkabeüs
 
Eleazar Makkabeüs
 
Jonathan Makkabeüs
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Judas
 
Mattathias
 
Johannes Hyrkanus
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aristobulus I
 
Antigonus
 
Alexander Janneüs
 
Salome Alexandra
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aristobulus II
 
Hyrkanus II
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Antigonus
 
Alexander
 
Alexandra
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Aristobulus III
 
Herodes I
 
Mariamne