Alexander de Grote

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Alexander III de Grote)
Ga naar: navigatie, zoeken
Alexander de Grote
356323 v.Chr.
Brooklyn museum Alexander bewerkt.jpg
Koning van Macedonië (Argeaden)
Periode 336323
Voorganger Philippus II
Opvolger Alexander IV
Philippus III
Hegemoon van de Korinthische Bond
Periode 336323
Voorganger Philippus II
Opvolger  ?
Farao van Egypte
Periode 332323
Voorganger Darius III
Opvolger Philippus III
Koning van Azië
Periode 331323
Voorganger -
Opvolger Philippus I
Sjahansjah van Perzië
Periode 330323
Voorganger Darius III
Opvolger Philippus III
Vader Philippus II
Moeder Olympias

Alexander III van Macedonië (Grieks: Μέγας Ἀλέξανδρος, Mégas Aléxandros of Ἀλέξανδρος Γ' ὁ Μακεδών, Aléxandros tritos ho Makedón), (Pella, 21 juli 356 v.Chr.[1]Babylon, 11 juni 323 v.Chr.[2]), beter bekend als Alexander de Grote, was koning van Macedonië en op de leeftijd van 30 jaar was hij de schepper van een van de grootste rijken in de oudheid, een rijk dat zich uitstrekte van de Ionische Zee tot de Himalaya. Hij was ongeslagen in de strijd en wordt beschouwd als een van de meest succesvolle bevelhebbers aller tijden. Hij werd geboren in Pella in 356 v.Chr. Alexander werd tot aan zijn zestiende opgeleid door de beroemde filosoof Aristoteles. In 336 v.Chr. volgde hij zijn vader Philippus II van Macedonië op nadat deze Philippus door Pausanias werd vermoord. Philippus had de meeste stadstaten van het vasteland van Griekenland onder Macedonische hegemonie gebracht, door het gebruik van zowel militaire als diplomatieke middelen.

Buste van Alexander de Grote als Helios. - Musei Capitolini (Rome)

Na de dood van Philippus erfde Alexander een sterk koninkrijk en een ervaren leger. Het bevelhebberschap van Griekenland werd aan hem toegewezen en, met zijn gezag stevig gevestigd, lanceerde hij de militaire plannen voor expansie uitgetekend door zijn vader. In 334 v.Chr. viel hij het door Perzen beheerste Anatolië binnen en begon een reeks van campagnes die tien jaar lang duurden. Alexander brak de macht van Perzië in een reeks van beslissende veldslagen, met name de veldslagen van Issos en Gaugamela. Vervolgens wierp hij de Perzische koning Darius III omver en veroverde het gehele Perzische Rijk. Het Macedonische Rijk strekte zich nu uit van de Adriatische Zee tot de Indus.

In een poging om "het einde van de wereld en de Grote Buitenste Zee" te bereiken, viel hij India binnen in 326 v.Chr., maar werd uiteindelijk gedwongen om terug te keren door de bijna-muiterij van zijn troepen. Alexander stierf in Babylon in 323 v.Chr., zonder een reeks van geplande campagnes (o.a. een invasie van Arabië en Carthago) te kunnen realiseren. In de jaren na de dood van Alexander verscheurde een reeks van burgeroorlogen zijn rijk wat resulteerde in de vorming van een aantal staten die werden geregeerd door de Diadochen, Alexanders overlevende generaals. Hoewel hij vooral bekend is door zijn grote veroveringen, was de blijvende erfenis van Alexander niet zijn bewind, maar de culturele diffusie die zijn veroveringen veroorzaakten.

Hij stichtte een twintigtal steden die zijn naam droegen met het Egyptische Alexandrië als de voornaamste. Alexanders nederzettingen van Griekse kolonisten en de daaruit volgende verspreiding van de Griekse cultuur in het oosten resulteerden in een nieuwe Hellenistische beschaving, waarvan bepaalde aspecten nog duidelijk aanwezig waren in de tradities van het Byzantijnse Rijk tot het midden van de 15e eeuw. Alexander werd legendarisch als een klassieke held naar het voorbeeld van Achilles en speelt een grote rol in de geschiedenis en mythes van zowel Griekse en niet-Griekse culturen. Hij werd de maatstaf waarmee generaals, tot op vandaag , zichzelf vergelijken en militaire academies over de hele wereld onderwijzen nog steeds zijn tactieken die zoveel successen opleverden.

Levensloop[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Aristoteles, leermeester van Alexander en Hephaistion

Alexander de Grote werd geboren in Pella als zoon van de Macedonische koning Philippus II en koningin Olympias. Volgens een legende die ontstond na zijn bezoek aan Egypte, werd hij niet verwekt door Philippus II, maar door Zeus. Alexander zou zich "zoon van Zeus" laten noemen. Maar dat berust op een verspreking: In de Oudheid geloofde men sterk in orakels. Alexander ging naar de orakelpriester van het Amon-heiligdom in Egypte en daar sprak de orakelpriester hem aan met "O paidios" in plaats van "O paidion" ("mijn zoon"). Alexander begreep dit als "O pai Dios" wat "zoon van Zeus" betekent.

Het ten noorden van het klassieke Griekenland gelegen Macedonië werd door de Grieken als half barbaars gezien. Alexanders moeder kwam uit Molossië, een deel van Epirus. Zowel Macedonië als Epirus werd bewoond door 'grens'-Grieken. Dat wil zeggen Grieken aan de andere kant van de Olympus. De inwoners golden als minder geciviliseerd dan de Grieken in de stadstaten van het zuiden.

Volgens Plutarchus benoemde de vader van Alexander de filosoof Aristoteles tot diens leermeester; volgens dezelfde bron zou de levenslange liefde van Alexander voor poëzie (vooral Homerus) daaraan te danken zijn, hoewel Demosthenes al een toespeling maakt op Alexanders liefde voor Homerus.

De jonge Alexander kon uitstekend paardrijden op zijn paard Bucephalus en leidde op jonge leeftijd al een deel van zijn vaders leger. Zo voerde hij de cavalerie aan tijdens de beslissende charge tijdens de slag bij Chaeronea in 338 v.Chr..

In 336 v.Chr. werd Philippus tijdens het huwelijk van zijn dochter Cleopatra vermoord door Pausanias, een verontwaardigde jongeman die na een seksschandaal erop uit was zijn geschonden eer te herstellen. Aangezien Diodoros van Sicilië melding maakt van de paarden - meervoud - waarmee Pausanias wilde vluchten, is aannemelijk dat er meer betrokkenen waren, maar omdat de moordenaar zelf uit de weg werd geruimd door Philippus' lijfwacht, was het onmogelijk vast te stellen wie er achter de moord zat, maar dit alles is niet zeker. Enkele moderne geleerden, zoals Ernst Badian, nemen betrokkenheid van Alexander en zijn moeder Olympias aan, ook al is het bewijs niet vast te stellen .

Bevestiging van de macht in Griekenland[bewerken]

Diogenes vraagt Alexander om uit zijn zon te gaan

Tijdens de Derde Heilige Oorlog (358 v.Chr.-346 v.Chr.) had Philippus van Macedonië diplomatiek en militair gezien de leiding gekregen over Griekenland, en dit werd bevestigd na de Slag bij Chaeronea (338 v.Chr). Toen de moord op Philippus (najaar 336 v.Chr.) de Grieken ter ore kwam, meenden zij dat onder diens onervaren zoon de Macedonische hegemonie snel zou eindigen, maar deze liet zich meteen bevestigen als leider (hegemon) van de Korinthische Bond (336/335 v.Chr.). Alexander de Grote zou de meest bekende cynicus uit de Oudheid ontmoet hebben in Korinthe, Diogenes van Sinope. Alexander zou Diogenes hebben gezegd dat hij elk verzoek mocht doen dat binnen zijn macht lag, tot de helft van zijn rijk, en Alexander zou het inwilligen. Diogenes reageerde: "Dan verzoek ik u een stapje opzij te doen, want u staat in het zonlicht." Alexander zou gezegd hebben: "Als ik Alexander niet was, dan zou ik Diogenes willen zijn." Het volgende jaar bracht hij door in de noordelijke grensgebieden van Macedonië (Thracië en Illyrië), waar hij vernam dat de Thebanen in opstand waren gekomen. Sneller dan verwacht arriveerde Alexander voor de poorten van Thebe, waar hij een bloedbad aanrichtte.

Klein-Azië[bewerken]

In 334 v.Chr. begon Alexander aan zijn beroemde veldtocht tegen Perzië. De eerste twee jaar richtte hij zich op Perzië, dat toen een groot gebied beheerste in het Midden-Oosten. Zijn vader had al dit plan opgevat, terwijl ook de Grieken er warm voor liepen om eindelijk met de Perzische erfvijand af te rekenen.

Alexander veroverde eerst Klein-Azië, waar in Griekse steden als Milete en Ephese pro-Perzische en pro-Macedonische fracties tegenover elkaar stonden. Hij versloeg eerst een Perzisch legertje bij de rivier de Granicus (zomer 334 v.Chr.), stootte door naar de Perzische residentie Sardes, nam Milete, en verloor vervolgens veel tijd met de belegering van Halicarnassus, waardoor het strategisch initiatief weer bij de Perzen kwam te liggen. In sommige steden zou Alexander later als bevrijder worden gezien (in Priëne zou hij bijvoorbeeld nog eeuwenlang goddelijke eerbewijzen ontvangen).

Na anderhalf jaar versloeg hij de Perzen in de Issus (november 333 v.Chr.). De Perzische koning liet zich in een engte lokken, tussen het gebergte en de zee, waar hij weinig had aan zijn numerieke overmacht; kwalitatief waren de Macedoniërs hem de baas.

Na Issus rukte Alexander op naar het zuiden, richting Libanon en Egypte om eerst deze gebieden, waarvan de garnizoenen bij Issus waren omgekomen, te bezetten. De strategische noodzaak hiertoe was dat de Perzen vanuit de kuststeden vloten naar het Egeïsche Zeegebied konden sturen.

Van de voor de Libanese kust gelegen eilandstad Tyrus eiste Alexander het recht te mogen offeren aan de stadsgod Melqart, die vanouds werd geïdentificeerd met de voorvader van de Macedonische dynastie, Herakles. Voor de Feniciërs, waar alleen bepaalde families het priesterschap mochten bekleden, was dit blasfemie, en het kwam tot een belegering. De handelslieden van Tyrus waanden zich veilig op hun eiland, maar Alexander liet een dam aanleggen om daarvandaan de stad te beschieten, en verwierf voldoende schepen om de stad van over het water aan te vallen en de muren te bestormen. Woedend over het verzet dat hem veel tijd had gekost en opnieuw het strategisch initiatief had doen verliezen, liet hij zijn manschappen de stad plunderen en verwoesten. De mannen werden gekruisigd en de vrouwen als slavinnen verkocht.

Hierna trok Alexander naar Jeruzalem dat hem na het inmiddels bekend geworden lot van Tyrus wijselijk vrije doortocht verleende. In Egypte werd Alexander als bevrijder ontvangen en kostte het hem niet veel moeite om zijn gezag te vestigen. Hij liet zich als nieuwe Farao eer bewijzen en liet de eerste plannen opstellen voor de bouw van de nieuwe stad Alexandrië aan de monding van de Nijl.

Zoon van Zeus[bewerken]

De priester van het Orakel van Siwa noemt Alexander de zoon van Ammon

Vergeleken met hoe de farao gezien werd door de Egyptenaren, is het niet verwonderlijk dat Alexander in hun ogen vanaf dat moment de op aarde gereïncarneerde oppergod was, echter, de Grieken die Alexander vergezelden zagen dit anders.

In Egypte bevond zich diep in de woestijn een oase met een wereldberoemd orakel. Dit orakel van Amon werd al eeuwen ook door Grieken bezocht om het hun vragen voor te leggen. De priesters daar spraken Grieks met die bezoekers. En het orakel was bekend komen te staan als het Orakel van Zeus-Amon. Zeus was immers de oppergod, maar dan van de Grieken.

Alexander besloot ook het Orakel van Zeus-Amon te bezoeken. Hij trok met een select groepje van makkers door de woestijn naar het Berberse Siwa om zijn vraag aan het orakel voor te leggen. Bij aankomst van Alexander in Siwa werd hij begroet door de hogepriester met de Griekse woorden 'oh zoon van Zeus'. Dit was eigenlijk een verspreking van de priester. De priester wilde zeggen: 'Mijn zoon (ὁ παιδιον)'. Maar de priester zei: 'ὁ παιδιος'. Alexander dacht dat hij zei: 'ὁ παι Διος'. Dit betekent zoon van Zeus. En aangezien Alexander de farao van deze hogepriester was en als farao de manifestatie van de oppergod Amon op Aarde, was die begroeting niet meer dan beleefd. Dit was het tweede moment waarop het lijkt dat Alexander als god begroet werd. Wederom een kwestie van plaatselijke gebruiken - niets anders dan een cultureel bepaald verschil, dat door de Grieken echter anders werd uitgelegd.

De ondergang van Perzië[bewerken]

Nu richtte Alexander zich op het Perzische kernland in het oosten. In de Slag bij Gaugamela, op 1 oktober 331 v.Chr., versloeg hij opnieuw Darius III, maar deze wist te ontkomen. Daarna veroverde Alexander de Perzische steden Babylon, Susa en Persepolis. De laatste stad liet hij gedeeltelijk in brand steken om zo wraak te nemen voor de door verwoesting in 480 v.Chr. van Athene door Xerxes I[3]. Alexander deed dit mogelijk op aanstichting van de hetaere Thaïs uit Athene[4].

Nog altijd was Darius III in leven, en hij was bezig een leger op te bouwen in Ecbatana (het huidige Hamadan) in Medië. Om te verhinderen dat dit Babylonië zou aanvallen en zo Alexanders aanvoerlijnen zou afsnijden, rukten de Macedoniërs snel op naar het noordwesten. Darius, die zijn leger nog niet volledig gereed had, trok zich terug naar het oosten, maar werd in juni 330 v.Chr. door zijn generaal Bessos vermoord.

Alexander had al eerder besloten de bezette gebieden te behouden. Aangezien het aantal Macedoniërs dat als bestuurder kon dienen eindig was, zou hij moeten samenwerken met de oude elite, de Perzen. Na de dood van hun koning besloot Alexander deze te wreken, om zo de Perzen ook emotioneel aan hem te binden. Hij presenteerde zich steeds vaker als oosters heerser, en leidde zijn leger naar Herat en Samarkand.

De operaties in het huidige Kazachstan en Oezbekistan lijken een ommekeer in Alexanders geluk te zijn geweest. Voor het eerst werd hij gedwongen een guerrilla te voeren, en we lezen hoe de verspreid opererende Macedonische legers ook wel eens nederlagen lijden. Onze bronnen vermelden spanningen tussen Macedoniërs en Grieken, melden dat Perzische soldaten meer successen boekten dan de Europeanen, en doen weinig om het genocidale karakter van de operaties te verbergen. Een guerrilla kan in principe alleen gewonnen worden door de guerrillero's en de boerenbevolking van elkaar te scheiden, wat in moderne termen wil zeggen dat een duurzaam en vreedzaam alternatief moet worden ontwikkeld. Alexander deed het door de boeren naar nieuwe steden te deporteren.

In 327 v.Chr kwamen verdragen tot stand, die Alexander het excuus gaven dat hij de oorlog had gewonnen. Zo sloot hij een coalitie met de lokale leider Oxathres, met wiens dochter Roxane hij trouwde. Alexander sloot ook een vriendschapsverbond met het koninkrijk Khorazm bij de Oxusrivier in 328 v.Chr., dat werd beschouwd als een woestijnachtig gebied. Bij archeologische opgravingen bleek echter dat in die tijd bij deze rivier een grote irrigatiecultuur bestond.

Begin van het Hellenisme[bewerken]

Alexander met Roxane

Het was Alexanders plan om Griekenland en Perzië niet alleen militair, maar ook cultureel te verenigen en er dus één volk van maken. Hij introduceerde aan zijn hof in de voormalige Perzische hoofdsteden Babylon, Persepolis en Susa Perzische kledij en gewoonten. Een ervan was de proskynesis, het zich in het stof werpen voor een hogergeplaatste. De Macedoniërs en Grieken verafschuwden dit, wat Alexanders populariteit ondermijnde. Hij trouwde met drie prinsessen uit het voormalige Perzische Rijk: Roxane van Bactrië in 327 v.Chr., Darius' dochter Stateira II en Artaxerxes I' dochter Parysatis II tijdens de massabruiloft te Susa in 324 v.Chr. Alexander zette tijdens die massabruiloft ook zijn officieren ertoe aan om met Perzische vrouwen te trouwen. Hoewel zijn beste vriend en erastes (minnaar) Hephaestion als de liefde van zijn leven wordt beschouwd, verwekte Alexander bij Roxane vermoedelijk Alexander IV van Macedonië ("Aegus") (323 - 309 v.Chr.). Hij had ook nog een bastaardzoon bij Barsine, Herakles (327 - 309 v.Chr.).

Behandeling[bewerken]

Een bekend verhaal over Alexander de Grote was zijn zachtaardigheid tegenover verslagen vijanden. Sisygambis de moeder van Darius III kwam na de verovering van Babylon smeken om haar leven en dat van haar dienstmeisjes. Alexander vroeg hoe zij behandeld wilde worden en ze antwoordde: "Als een Koningin." Alexander stemde akkoord en Sisygambis bleef koningin van Babylon. Ook Poros, koning van Indië, die zwaargewond smeekte voor een behandeling kreeg zijn titel als Vagel terug.

Indusvallei[bewerken]

Alexander de Grote op een munt (ca. 325 v.Chr.)

In 327 v.Chr. trok Alexander naar India.[5] Hij wilde "tot het einde van de wereld" zijn tocht voortzetten, wat, zo meende hij, bij de uitmonding van de Ganges was. Hij versloeg bij de rivier de Hydaspes in de Punjab, die tegenwoordig Jhelum heet, de Indiase vorst Poros, maar uiteindelijk weigerden zijn soldaten verder te gaan. De maandenlange tropische regenval zal een rol bij hun weerzin hebben gespeeld.

Een genocidale campagne door de zuidelijke Punjab en de Indusvallei volgde, waarbij Alexander bijna dodelijk gewond raakte. De dramatische terugtocht, onder meer door de Gedrosische woestijn in het Pakistaans-Iraanse grensgebied, kostte duizenden van zijn mannen het leven.

Rond de tijd van de slag aan de Hydaspes stierf Alexanders beroemde paard Bucephalus ("rundskop"), waarover de legende ging dat het afstamde van de woeste paarden van Diomedes, getemd door Herakles in zijn achtste werk. Alexander noemde de stad Bucephala naar zijn gestorven paard.

Alexanders dood[bewerken]

Alexander maakte plannen voor veldtochten naar het Arabische schiereiland en tegen Carthago, maar op 11 juni 323 v.Chr. stierf hij op 32-jarige leeftijd in het paleis van Nebukadnezar II in Babylon aan een plotselinge koorts. Mogelijk is dat Alexander, die voor hij deze laatste keer Babylon binnentrok, verbleef in een kamp in de moerassen rond Babylon, een aandoening aan zijn longen heeft opgelopen. Dit zou hebben geresulteerd in een longontsteking, die hem fataal is geworden. Voor de theorie van de longontsteking pleit ook het feit dat Alexander enige tijd daarvoor een pijl in zijn borstkas had gekregen bij de verovering van een stad. Alexander was zelf met maar drie anderen als eerste over de muur geklommen om de stad te veroveren en had daarbij de verwonding opgelopen. Daarvan leek hij te zijn genezen, maar het is mogelijk dat zijn longen toch een zwakke plek waren gebleven.

Rond Alexanders dood zijn veel raadsels, waarvan sommigen aan de legendevorming van Alexander als god hebben bijgedragen. Zo is er het verhaal dat de balsemers van zijn lichaam pas dagen na zijn dood, terwijl de generaals vochten over de erfenis van Alexander, bij zijn lichaam kwamen. Maar dat dit vreemd genoeg, in het zeer warme Babylon, niet aan het ontbinden was. Indien Alexander een tijd schijndood is geweest, of in coma lag, zou dat verklaren waarom het ontbindingsproces nog niet in gang was gezet. De veer die voor Alexanders mond was gehouden om te kijken of hij nog ademhaalde, had niet bewogen. Maar als hij bijvoorbeeld een longontsteking heeft gehad, kan zijn ademhaling zeer oppervlakkig en moeilijk waarneembaar zijn geweest. Het goddelijke is dus in twijfel te trekken, naar alle waarschijnlijkheid was het een gebrek aan medische kennis van die tijd.

Hij werd gebalsemd en zijn lijk zou naar Macedonië vervoerd worden voor de begrafenis. Onderweg maakte Ptolemaeus I Soter zich meester van het lijk en voerde het naar Egypte[6]. Hij begroef het lijk voorlopig in Memphis. Nadien zette hij het lijk bij in een gouden graftombe te Alexandrië. Ptolemaeus III liet het goud omsmelten om er munt uit te slaan en verving de gouden tombe door een tombe uit albast. Pompeius, Julius Caesar en Augustus zouden de tombe bezocht hebben en de laatste zou toen hij het lijk kuste per ongeluk de neus ervan afgebroken hebben. Caligula zou zelfs het kuras uit het graf hebben geroofd. Later werd de tombe gesloten en zijn laatste rustplaats is nog altijd niet gevonden.

Na zijn dood[bewerken]

Ptolemaeus I Soter en zijn vrouw Berenike, die het Egyptische deel van het rijk erfden

Bij zijn overlijden strekte Alexanders rijk zich in oost-westelijke richting zo'n 4000 km uit. De grote afstanden droegen, samen met het feit dat het in relatief korte tijd tot stand was gekomen, bij aan het snelle uiteenvallen ervan. In eerste instantie werd er een soort staatsraad gevormd, bestaande uit de voornaamste generaals van Alexander, zijn moeder, zijn halfbroer Philippus Arrhidaeus en enkele raadgevers, om de zaken waar te nemen voor de beoogde opvolger Alexanders jonge zoon Alexander IV. Al snel trokken de sterkste generaals de werkelijke macht naar zich toe. Deze generaals bekend als de "Diadochen", bevochten elkaar hevig, wat uiteindelijk ook velen in Alexanders omgeving het leven kostte: zijn moeder Olympias, zijn vrouw Roxane (Perzisch: Rhoxane), zijn zoons Alexander IV en Heracles, zijn zus Cleopatra, zijn halfzus Eurydice, zijn halfbroer Philippus Arrhidaeus en de meeste van zijn hoogste officieren werden uiteindelijk of vermoord als gevolg van samenzweringen en complotten of sneuvelden in een van de vele onderlinge veldslagen. In eerste instantie viel zijn rijk uiteen in vier delen, na verdere ontwikkelingen drie en uiteindelijk twee.

Diadochen[bewerken]

Nadat Alexander stierf en geen opvolger had aangewezen verdeelden deze het rijk zelfstandig onder elkaar. Kassander werd de opvolger van zijn vader Antipater, en kreeg Hellas. Ptolemaeus I Soter werd heer en meester over Egypte en een paar kleine ministaten in en rond de vruchtbare sikkel. Lysimachus, die door te groot protest niet veel macht over had moest zich tevredenstellen met Thracië en delen van Klein-Azië. Seleucus bezat de resten van het Perzische rijk.

Legendevorming[bewerken]

Alexander tijdens de Slag bij Issus (333 v. Chr) vechtend tegen Koning Darius III (niet zichtbaar), detail van het Alexandermozaïek

De legendevorming rond Alexander de Grote is aanzienlijk. Hierboven is al genoemd zijn zogenaamde afstamming van Zeus. Tevens zou het Orakel van Delphi hem onoverwinnelijk genoemd hebben. In Europa en delen van het westen van Azië wordt hij veelal als held en geniaal veldheer gezien, maar in Iran geldt hij als vernietiger van hun eerste grote rijk en verwoester van Persepolis. Uit vele culturen, van de Britse tot verschillende culturen in Zuidoost-Azië, zijn legenden over hem bewaard gebleven, waarin hij dan soms wordt afgebeeld als lokale vorst.

Bij de Minangkabau van West-Sumatra bestaat een legende dat één van zijn nakomelingen met zijn boot op de Gunung Merapi bleef steken (toen alleen met de top boven de zee uitstekend). Zijn nakomelingen bevolkten later de Minanglanden, zo vertelt de legende. De koningen van de Minangkabau claimden afstamming van Iskandar Zulkarnain (zie hieronder).

In het oosten wordt hij vaak als "Iskander" aangeduid. Onder de klassieke geschiedschrijvers die over zijn veldtochten verhalen zijn Arrianus, Plutarchus en Quintus Curtius. Beroemd is ook zijn methode om de legendarische Gordiaanse knoop te ontwarren, te weten met zijn zwaard.

Van Alexander wordt beweerd, dat hij het scheren zou ingevoerd hebben, opdat tegenstanders zijn soldaten tijdens het gevecht niet bij de baard zouden kunnen grijpen. Scheren zou in zijn leger uitgevoerd zijn met de wapens. Afbeeldingen tonen Alexander zonder baard, terwijl Griekse helden en Goden dikwijls baarden dragen.

Alexanders karakter[bewerken]

Beeld in het Louvre

Oude geschriften over Alexander zijn weinig objectief, bedoeld òf om hem op te hemelen òf om hem door het slijk te halen, zodat we weinig zeker weten over zijn karakter. Zo vermoordde hij zijn vriend Clitus tijdens een ruzie bij een drinkgelag, iets waar hij later veel spijt van had. Ook liet hij Philotas en diens vader Parmenion vermoorden, die weigerden details van een samenzwering tegen hem te onthullen, maar dat kan ook als verstandig worden aangemerkt. De filosoof Anaxarchos zou, toen Alexander zichzelf te veel als god begon te zien, gezegd hebben, wijzende op zijn bloedende vinger: "Zie hier het bloed van een sterveling, niet van een god." In andere versies van het verhaal zou Alexander dit juist zelf hebben gezegd tegen een overdreven onderdanige soldaat.

Recent is men meer gaan letten op de negatieve kanten van Alexander: vooral A.B. Bosworth was hier als wetenschapper zeer belangrijk:

"We moeten ophouden ons Alexander voor te stellen als Alexander "de Grote": de jonge, charismatische veroveraar, die de wereld wou vergrieksen en cultuur brengen, en waarover zoveel anekdotes bestaan; eerder moeten we ons hem voorstellen als een brutale vechtjas, die talloze stammen op zijn weg uitmoordde, zich op talloze zuippartijen ziek dronk en daarop agressief werd. Hij was zonder een greintje respect voor de onderworpen gebieden; zijn beleid beperkte zich tot genadeloze repressie en miste elke visie op lange termijn. Wie zich niet onvoorwaardelijk onderwierp, hoefde vaak niet meer op genade te rekenen, wat de anekdotes dan ook vertellen. Bijvoorbeeld bij de verovering van Tyrus werd bijna de gehele bevolking uitgemoord omdat de stad zich verzette tegen annexatie. Ook het lot van Persepolis was niet beter. In Griekenland zelf was het lot van een opstandige stad trouwens even gruwelijk zoals bij de verwoesting van Thebe bleek. De vergelijking met Attila de Hun of Dzjengis Khan, berucht om hun wreedheid, is misschien dan ook meer op zijn plaats dan die met de blonde halfgod. Alexander "de Gruwelijke" is misschien wel meer op zijn plaats."

Aldus de mening van Bosworth. Volgens andere historici moet men dit echter in de context van die tijd zien. Veroveraars en machthebbers waren nooit mensen die het bij het opbouwen van een imperium nauw met de 'mensenrechten' namen en daarbij genadeloos voor tegenstanders en onwilligen waren. In een volgende fase, als het Imperium eenmaal tot stand is gekomen, komt er door een sterk centraal gezag pas ruimte voor handel en kunst om tot bloei te komen.

Alexander wordt als leerling van Aristoteles en door de beelden die van hem als Griekse halfgod zijn gemaakt in de beeldvorming vooral gezien als de stichter van het Hellenisme. Dat kwam echter pas na zijn dood tot volle wasdom. Ook na de dood van Dzjengis Khan brak onder diens opvolgers een bloeiperiode voor het veroverde rijk aan.

Nog steeds omstreden blijft Alexanders seksuele geaardheid; was hij hetero-, homo of biseksueel? Niet alleen trouwde hij drie keer met een vrouw, tevens hield Alexander er diverse vriendjes op na. Hephaestion zou in Alexanders wereld de meest dierbare persoon in zijn leven zijn. Maar ook dit moeten we in de tijdgeest plaatsen; in het oude Griekenland (en dus in Alexanders tijd ook Macedonië) was de mannen-, of beter gezegd de knapenliefde een normale zaak. Opmerkelijk zou dan wel zijn dat Hephaestion altijd zoveel voor hem is blijven betekenen.

Alexanders erfenis[bewerken]

Alexanders veroveringen leidden tot een grote verspreiding van de Griekse taal en cultuur, tot in India toe. De periode na zijn dood wordt dan ook het Hellenistische tijdperk genoemd. Andersom werden ook de Grieken beïnvloed door wat zij in het Oosten aantroffen, bijvoorbeeld door de Babylonische astrologie, religies en andere oosterse cultuuruitingen.

Invloed van Alexander[bewerken]

Alexandrië in Egypte, gesticht door Alexander

Maar ook begonnen de nieuwe Griekse machthebbers de weelderige levensstijl van de oosterse potentaten te imiteren wat vroeger onder de Grieken zeker afgekeurd zou zijn. Het koningschap nam ook een goddelijk air aan. Dit was gebruikelijk in Perzië en Egypte waar de koning gezien werd als een levende god op de troon. Dit aspect kwam via het hellenisme ook terecht bij de latere Romeinse keizers die tenslotte ook goddelijke eer opeisten.

Alexander was ook van grote invloed op de economie. Zo stimuleerde hij de handel door havens en wegen aan te leggen en nieuwe steden te stichten. Ook van belang was de economische impuls die uitging van de verdeling van de Perzische kostbaarheden, die daarvoor nutteloos in schatkelders hadden gelegen. Hij liet namelijk een groot gedeelte van de Perzische schatkist omsmelten en tot muntgeld slaan en stimuleerde zo flink de geldeconomie.

Ten slotte waren Alexanders tochten feitelijk ook wetenschappelijke expedities, op onder meer geografisch, geschiedkundig en biologisch gebied. Hiervan profiteerde bijvoorbeeld Aristoteles die geregeld verslagen over voordien onbekende zaken toegestuurd kreeg. Hierdoor werd het Griekse wereldbeeld aanzienlijk verruimd.

Tijdens zijn regering werden er vele steden naar hem genoemd, waarvan Alexandrië in Egypte de bekendste is. Ook van grote betekenis was dat door de hellenisering van het Midden-Oosten het Grieks als lingua franca gebruikt werd waardoor rond het begin van de jaartelling de meeste bewoners dit konden verstaan. Hierdoor kon het jonge christendom zich snel verspreiden en wortel schieten.

Alexander de Grote was een van de eersten van wie het portret voor propaganda ingezet werd. Er zijn talloze beelden van hem gemaakt en zijn hoofd werd gedrukt op muntgeld.

Tegenwoordig wordt aangenomen dat de ziekte lepra zich vanuit India met de terugtrekkende troepen van Alexander heeft verspreid naar het Midden-Oosten (en vandaar uit via Egypte naar Afrika) en Griekenland (en van daaruit naar Italië en Europa).

Hephaeistion[bewerken]

Ook wordt veel vermeld over zijn minnaar en boezemvriend Hephaestion. Alexander en Hephaeistion groeiden samen op en werden vrienden voor het leven. Deze hechte vriendschap wordt ook vergeleken met die van Achilles en Patroklos.

Trivia[bewerken]

Fictie[bewerken]

De Alexandersarcofaag, laatste rustplaats van koning Abdalonymus van Sidon, afbeelding uit het Nordisk familjebok
  • Louis Couperus, Iskander. De roman van Alexander den Groote (1920)
  • Valerio Massimo Manfredi, Alexander De Grote (2004 Luithingh Sijthoff B.V., Amsterdam)
  • Doeschka Meijsing, De tweede man (2000). Roman rond de historische Alexander de Grote en een hedendaagse persoon met dezelfde naam
  • Willem Jan Otten, Alexander. Tragedie van het succes in vier bedrijven (Het Toneel Speelt, 2006) Toneelstuk over Alexanders jacht op Dareios.
  • Mary Renault, Fire from Heaven, London: Longman Group (1970) (Vuur uit de hemel, Van Holkema en Warendorf)
  • Mary Renault, The Persian boy, London: Longman Group (1972) (De Perzische jongen, Van Holkema en Warendorf)

Films[bewerken]

Een bekende film over Alexander de Grote is Oliver Stones productie Alexander uit 2004 met Colin Farrell in de titelrol, en verder met onder meer Angelina Jolie, Val Kilmer, Jared Leto, Christopher Plummer en Anthony Hopkins in de voornaamste rollen. Verder is er ook een documentaire over Alexander de Grote gemaakt genaamd In the Footsteps of Alexander.

Muziek[bewerken]

Het album Iskander (1973) van de Nederlandse prog-band Supersister is geheel gewijd aan het verhaal van Alexander de Grote met tracks als Dareios The Emperor, Alexander, Bagos, Roxane en Babylon.

Het laatste nummer van het album Somewhere in time van Iron Maiden (1986) heet Alexander the Great. De tekst bestaat uit een uittreksel uit zijn daden.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

Literatuur

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Alexander de Grote.
Achaemeniden: Cyrus · Cambyses · Smerdis · Darius I · Xerxes I · Artaxerxes I · Darius II · Artaxerxes II · Artaxerxes III · Darius III
Macedoniërs: Alexander de Grote · Philippos III Arridaios · Alexander IV
Seleuciden: Seleucus I Nicator · Antiochus I Soter · Antiochus II Theos · Seleucus II Callinicus · Seleucus III Ceraunus · Antiochus III de Grote · Seleucus IV Philopator · Antiochus IV Epiphanes
Parthen: Arsaces I · Arsaces II · Priapitius · Phraates I · Mithridates I de Grote · Phraates II · Artabanus I · Mithridates II de Grote · Gotarzes I · Orodes I · Sinatrukes · Phraates III · Mithridates III · Orodes II · Phraates IV · Tiridates II · Phraataces · Orodes III · Vonones I · Artabanus II · Tiridates III · Vardanes I · Gotarzes II · Sanabares · Vonones II · Vologases I · Vardanes II · Vologases II · Pacorus II · Artabanus III · Vologases III · Osroes I · Mithridates IV · Vologases IV · Osroes II · Vologases V · Vologases VI · Artabanus IV
Sassaniden: Ardashir · Shapur I · Hormazd I · Bahram I · Bahram II · Bahram III · Narses · Hormazd II · Shapur II · Ardashir II · Shapur III · Bahram IV · Yazdagird I · Bahram V · Yazdagird II · Hormazd III · Peroz · Valash · Kavad I · Zamasp · Khusro I · Hormazd IV · Khusro II · Bahram VI · Kavad II · Ardashir III · Boran · Hormazd V · Yazdagird III
Ghaznaviden: Alptigin · Sebük Tigin · Ismail · Mahmud · Mohammed · Mas'ud I
Il-kans: Hulagu · Abaka · Teguder · Arghun · Geikhatu · Baidu · Ghazan · Öljeitü · Abu Sa'id · Arpa · Musa · Mohammed
Timoeriden: Timoer Lenk · Pir Mohammed · Shahrukh Mirza · Abu'l-Qasim Bābar · Sjāh Mahmūd · Ibrāhim · Sultān Abu Sa’id Gūrgān · Yādgār Muhammad · Sultān Hussayn · Badi ul-Zamān · Muzaffar Hussayn
Safawiden: Ismail I · Tahmasp I · Ismail II · Mohammed Khodabanda · Abbas I · Safi · Abbas II · Suleiman I · Soltan Hoseyn I · Tahmasp II · Abbas III · Suleiman II · Ismail III
Afshariden: Nadir Sjah Afshar · Adil Sjah Afshar · Ebrahim Sjah Afshar · Shahrokh Sjah Afshar
Zand: Karim Khan · Mohammad Ali Khan · Abol Fath Khan · Sadiq Khan · Ali Murad Khan · Jafar Khan · Lotf Ali Khan
Kadjaren: Agha Mohammed Khan Kadjar · Fath'Ali Kadjar · Mohammad Sjah Kadjar · Ali · Hossein Ali Kadjar · Naser ed-Din Kadjar · Mozaffar ed-Din Kadjar · Mohammed Ali Kadjar · Soltan Ahmad Kadjar · Ali Reza Khan-e Kadjar · Nasir al-Mulk · Mohammed Hassan Mirza
Pahlavi: Reza Pahlavi · Mohammad Reza Pahlavi