Constantinopel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over de stad voor het Beleg en val van Constantinopel (1453). Voor de latere (geschiedenis van de) stad, zie Istanboel.
Kaart van Constantinopel en zijn muren
Constantinopel in het Byzantijnse Rijk.

Constantinopel (Grieks: Κωνσταντινούπολις, Kōnstantinoúpolis; Latijn: Nova Roma of Constantinopolis; Ottomaans: قسطنطینیه, Kostantiniyye) was de hoofdstad van het Romeinse, Oost-Romeinse, Byzantijnse, Latijnse en Ottomaanse Rijk. Gedurende het grootste deel van de middeleeuwen was Constantinopel de grootste[1] en rijkste stad van Europa.

Byzantium[bewerken]

Byzantium was een oorspronkelijk Griekse stad, gesticht door kolonisten uit Megara in 667 v.Chr. Volgens de legende noemden zij de stad Byzantion naar hun koning Byzas. Byzantium is de gelatiniseerde versie van deze naam. Lange tijd was Byzantium een welvarende Griekse stadstaat totdat ze door de Macedoniërs werd veroverd. Toen Macedonië enkele eeuwen later werd verslagen door de Romeinen werd ze een belangrijke stad in het Romeinse Rijk.

De stad stelde zich aan de zijde van Pescennius Niger in diens strijd om de Romeinse keizerstroon, en werd van 193-195 belegerd door diens rivaal Septimius Severus. De stad werd ernstig beschadigd in deze belegering, maar Septimius Severus, nu keizer, herbouwde de stad en zij herwon snel haar vroegere welvaart.

Hoofdstad van het Romeinse Rijk[bewerken]

Keizerlijke district van Constantinopel met o.a. het hippodroom het keizerlijke paleis en de beroemde kathedraal Hagia Sophia

Keizer Constantijn de Grote, die de hoofdstad van het Romeinse Rijk naar het belangrijkere Oosten van het rijk wilde verplaatsen, werd door de geschikte locatie van de stad aangetrokken, en in 330 werd Byzantium officieel herdoopt als Nova Roma, maar de stad werd al snel beter bekend onder de naam Konstantinoupolis (Grieks voor stad van Constantijn, in het Nederlands Constantinopel). Naar werd beweerd, werd de plaats van de stad aangewezen in een profetische droom. Constantinopel werd de nieuwe hoofdstad van het Rijk, hoewel Rome een tijdje haar politieke en economische privileges behield.

Constantinopel was eerst 65 jaar lang de hoofdstad van het Romeinse Rijk en vanaf 395, bij de dood van Theodosius I, toen het Westelijke deel van het Rijk definitief afgescheiden was, die van het Oostelijke deel, dat later het Byzantijnse Rijk zou worden genoemd. Constantinopel werd voortdurend uitgebreid en verfraaid door de opeenvolgende keizers en vooral Justinianus I heeft vele grootse bouwwerken opgericht, zoals de Hagia Sophia. Tijdens de regering van Justinianus werd de stad ook getroffen door rampspoed. Een groot deel van de stad werd verwoest tijdens het Nika-oproer van 532. Omstreeks 500 telde de stad ongeveer 500.000 inwoners, maar tijdens de pest van Justinianus van 541 verloor misschien wel twee derde daarvan het leven. Later trad er weer een herstel op, maar het is twijfelachtig of het aantal van 500.000 inwoners weer werd gehaald.

Maar ook met 300.000 inwoners, of iets meer, zou Constantinopel, door de Griekssprekende Byzantijnen ook wel "I Polis" ("De Stad") genoemd, eeuwenlang de grootste stad van Europa zijn. Het culturele leven van het Byzantijnse Rijk was voor een zeer groot deel in de hoofdstad geconcentreerd. De Griekse taal had nu volledig de overhand gekregen op het Latijn. De bevolking was vroom orthodox-christelijk, op het fanatieke af. Behalve om dogmatische geschillen konden de gemoederen ook hoog oplopen om de paardenraces in het grote Hippodroom van de stad, waar de fans van de "Groenen" en de "Blauwen" (twee concurrerende teams van wagenrenners) vaak bloedig met elkaar op de vuist gingen.

De belegering van Constantinopel, geschilderd in 1499

In 1204 werd de stad echter ingenomen door de kruisvaarders van de Vierde Kruistocht en werd ze door hen grondig geplunderd. (zie Beleg en val van Constantinopel (1204)) De meeste in eeuwen verzamelde schatten, waarvan vele nog uit het keizerlijke Rome afkomstig waren, werden naar West-Europa versleept, vernietigd of omgesmolten. De meeste kostbaarheden gingen naar Venetië, waar ze vandaag de dag nog te zien zijn. De Venetianen waren ook de initiatiefnemers voor deze plundertocht, want ze wilden deze gelegenheid aangrijpen om de handelsconcurrentie van Constantinopel uit te schakelen. De Venetianen hadden aangeboden de Kruisvaarders naar het Midden-Oosten te vervoeren met hun handelsvloot en Constantinopel als 'tussenstop' te gebruiken. Eenmaal ontscheept bij de stad wist de meegereisde doge van Venetië de Europese ridders over te halen om de 'ketterse' Byzantijnen uit te plunderen. Hoogstwaarschijnlijk was dit dan ook een vooropgezet voornemen geweest van de Venetianen. Over het hervatten van het oorspronkelijke doel van de kruistocht (de bevrijding van Jeruzalem van de moslims) werd niet meer gesproken. De stad bleef in Latijnse handen tot 1261 waarna de Grieken erin slaagden de stad weer te heroveren. Sinds de plundering was de stad flink verarmd en slaagde ze er ook niet meer in om de handelsroutes rond de Zwarte Zee te beheersen, waar vroeger haar grootste inkomsten vandaan kwamen. Hiermee begon het verval en er werd niet veel meer gebouwd en hele wijken raakten zelfs verlaten. De gebouwen werden als steengroeve gebruikt. Het gevolg van deze situatie was dat veel Byzantijnse intellectuelen en kunstenaars naar het steeds welvarender wordende Europa trokken, met name Italië, en maakten met hun kennis van de klassieke oudheid mede de Renaissance mogelijk.

Val van Constantinopel[bewerken]

Afbeelding van de val van Constantinopel (1453) in een boek uit 1455
Nuvola single chevron right.svg Zie Beleg en val van Constantinopel (1453) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De stad viel op 29 mei 1453, wat tevens het einde van het Byzantijnse Rijk betekende. De stad werd ingenomen door de Ottomaanse sultan Mehmed II, een gebeurtenis die soms wel wordt beschouwd als het einde van de middeleeuwen. De Ottomanen maakten de stad tot hoofdstad van hun eigen rijk (zie Istanboel).

De val van Constantinopel bracht een vluchtelingenstroom van intellectuelen op gang naar West-Europa, vooral Italië. Deze wordt gezien als een belangrijke factor in de ontwikkeling van de renaissance.

Literatuur[bewerken]

  • Fik Meijer, Twee steden: opkomst van Constantinopel, neergang van Rome (330-608), Uitgever Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2014, ISBN 9789025301248
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Pounds, Norman John Greville. An Historical Geography of Europe, 1500-1840, p. 124. CUP Archive, 1979. ISBN 0521223792.