Mehmet II
| Mehmet II | ||
| 30 maart 1432 - 3 mei 1481 | ||
| Sultan | ||
| Periode | 1444 tot 1446 1451 tot 1481 |
|
| Voorganger | Murat II | |
| Opvolger | Beyazid II | |
| Dynastie | Ottomaanse sultans | |
Fatih Sultan Mehmet II (Arabisch schrift: محمد الفاتح الثاني) of Mehmet de Veroveraar (Edirne, 30 maart 1432 - Istanboel, 3 mei 1481) was sultan van het Osmaanse Rijk van 1444 tot 1446 en van 1451 tot 1481. Mehmet was de eigenlijke grondlegger van de Osmaanse wereldmacht en verwierf daarom de bijnaam Fâtih (Turks voor veroveraar). Hij is bekend vanwege de verovering van Constantinopel, het huidige Istanboel, waarmee een einde kwam aan het Byzantijnse Keizerrijk, en andere veroveringen, zowel in Europa als in Klein-Azië. Hij wordt gezien als een nationale held door de Turken.
Inhoud |
Jeugd [bewerken]
Mehmet II werd in 1432 geboren in Edirne, wat toentertijd de hoofdstad van het Osmaanse Rijk was. Zijn vader was sultan Murat II en zijn moeder Huma Hatun. Toen Mehmet 11 jaar oud was werd hij naar Amasya gestuurd om daar als plaatselijk bestuurder ervaring op te doen. In de eerste periode van het Osmaanse Rijk was het gebruikelijk voor zonen van de sultan op die leeftijd een provincie onder hun hoede te krijgen.
Nadat Murat II in 1444 vrede had gesloten met Hongarije, Polen en het emiraat van Karaman deed hij troonsafstand ten gunste van zijn toen 12-jarige zoon. Mehmets oudere broer was het jaar daarvoor gestorven, blijkbaar was Murat zo aangeslagen dat hij besloot zich terug te trekken in een luxe buitenverblijf in Magnesia.
Tijdens zijn eerste regeerperiode, van 1444 tot 1446, kreeg Mehmet te maken met een aanval van een gecombineerde strijdmacht van Polen en Hongarije. Hij vroeg daarop zijn vader opnieuw het heft in handen te nemen, maar die weigerde. Daarop schreef Mehmet zijn vader: Als u de sultan bent, kom dan hierheen en voer uw leger aan. Als ik de sultan ben, beveel ik u bij deze hierheen te komen om mijn leger aan te voeren! Daarop kwam Murat terug om het leger aan te voeren in de slag bij Varna. Daarna vertrok hij weer naar Magnesia. In 1446 werd Murat door de Janitsaren gedwongen weer de troon te bestijgen, waarschijnlijk vooral op initiatief van de grootvizier Çandarlı Halil Paşa, die vond dat Mehmets leraar teveel invloed op de regering had. Deze Çandarlı Halil zou later door Mehmet ter dood gebracht worden tijdens het beleg van Constantinopel, op beschuldiging dat hij heulde met de verdedigers.
Verovering van Constantinopel [bewerken]
In 1451 werd Mehmet na de dood van zijn vader opnieuw sultan. Twee jaar later zou hij een eind maken aan het Byzantijnse Rijk door Constantinopel te veroveren na een beleg van 50 dagen. In eerste instantie had Mehmet beloofd om Constantinopel ongemoeid te laten. Daar kwam een einde aan nadat de Byzantijnse keizer geruchten verspreidde dat hij in het bezit was van een troonpretendent van de Ottomaanse troon. Daardoor besloot Mehmet Constantinopel aan te vallen.
De voorbereidingen waren zorgvuldig geweest. Eerst had Mehmet aan de Europese kant van de Bosporus Rumeli Hisarı, een groot fort, laten bouwen, zodat bij het beleg de Genovese kolonisten uit het Zwarte Zeegebied de stad niet te hulp konden komen. Voor het beleg had hij het tot dan toe mogelijk grootste kanon ter wereld laten maken, door ene Urban waarover verder weinig bekend is, maar waarmee het ondanks wekenlange beschietingen desondanks niet mogelijk bleek om een bres in de stadsmuren te schieten.
Het gerucht gaat dat de uiteindelijke doorbraak van de stadsmuren plaatsvond door een stommiteit van een Byzantijnse patrouille die een zijingang naar de stad niet goed afsloot en onbeveiligd achterliet.
Bij de inname van de stad sneuvelde ook de laatste Byzantijnse keizer, Constantijn XI te midden zijn troepen.
Na een korte maar verschrikkelijke slachting volgde de plundering van de stad. Mehmet liet de plundering echter vrij snel stoppen om de toekomst van zijn toekomstige hoofdstad te vrijwaren. Daarna deed de sultan zijn plechtige intrede in de Sint Sophia, alwaar de keizer de vorige avond nog de laatste sacramenten had ontvangen.[1] Mehmet legde strenge straffen op de Latijnen. Ten opzichte van de Grieken was zijn houding ambivalenter: hij liet groothertog Lucas Notaras en diens zonen onthoofden maar was bezorgd over het herbevolken van de stad en stelde een nieuwe patriarch, Scholarios aan.[2]
In 1461 vielen ook de laatste stukken Byzantijns gebied, in Morea, in Turkse handen. De verovering van Constantinopel bracht het Osmaanse Rijk faam en erkenning als een nieuwe wereldmacht. Al veel sultans hadden geprobeerd de stad te veroveren maar dat was telkens mislukt. Nu de stad in Osmaanse handen was maakte Mehmet het de hoofdstad van zijn rijk. Hij zou beginnen de stad te herbouwen tot een Turks-islamitische metropool.
Verdere veroveringen [bewerken]
Met de Byzantijnen uit de weg veroverde Mehmet de overgebleven Turkse emiraten in Anatolië, en het christelijke Rijk van Trebizonde, zodat heel Anatolië in handen van de Turken kwam. Hij sloot een bondgenootschap met de Gouden Horde in de Krim, zodat hij zich daarna kon richten op Europa.
Op de Balkan breidde hij het Turkse gebied uit tot Belgrado, dat in 1456 werd belegerd. In Walachije werd de Turkse opmars tegengehouden door Vlad Ţepeş, een vroegere bondgenoot die zich tegen de Turken keerde. In 1475 werden de Turken in de slag bij Vaslui verslagen door Steven de Grote van Moldavië.
Keizer van Rome [bewerken]
Na de verovering van Constantinopel eiste Mehmet II de titel Kayser-i-Rûm (Keizer van Rome). Hij zag zichzelf als de opvolger van de Romeinse keizers. Orhan I was getrouwd geweest met een Byzantijnse prinses en dit maakte zijn recht op de troon sterker. In 1480 viel hij Italië binnen met als doel Rome te veroveren en het voormalige gebied van het Romeinse Rijk weer te verenigen, wat sinds 751 niet meer gebeurd was. Zijn plannen leken te slagen met de snelle val van Otranto, maar een opstand van de Albanezen onder leiding van Skanderbeg zorgde dat hij zijn aandacht moest verleggen. In 1481 werden de Turken door het leger van paus Sixtus IV uit Italië verdreven.
Mehmet als bestuurder [bewerken]
Na de val van Constantinopel voegde Mehmet de oude bestuursinstellingen van de Byzantijnen samen met die van het Osmaanse Rijk. De Grieks-orthodoxe Kerk mocht gewoon blijven functioneren en hij droeg de patriarch op de Bijbel en andere christelijke teksten in het Turks te vertalen.
De patriarch hield de macht over de autonome Grieks-orthodoxe gemeenschap van Constantinopel, en functioneerde min of meer als Mehmets gouverneur over de stad. Daaronder vielen echter niet de grote Venetiaanse en Genuese christelijke minderheden in de stad, of de groeiende joodse en Turkse gemeenschappen. Door deze tactiek was Mehmet in staat de Grieken een groot gevoel van zelfstandigheid te geven terwijl hij bezig was de stad tot een Turkse (islamitische) stad om te bouwen. Tegenover de joden en christenen was hij overigens erg coulant, zeker als de situatie vergeleken wordt met de gelijktijdige situatie in Spanje (inquisitie en vervolging van niet-katholieken) of Duitsland (waar joden zwaar gediscrimineerd en vervolgd werden).
Ook hield hij kunstenaars, humanisten en wetenschappers aan zijn hof, zowel Italiaanse en Griekse als uit de islamitische wereld. Verder wordt gezegd dat Mehmet toen hij Constantinopel veroverde, op 21-jarige leeftijd, zes talen vloeiend sprak. Hij liet de Venetiaanse schilder Gentile Bellini zijn portret schilderen.
Mehmet stichtte een universiteit in Constantinopel, liet moskeeën (de bekendste is de Fatih-moskee) bouwen en kanalen aanleggen, en het Topkapi-paleis bouwen. Hij was de eerste sultan die zich op grotere schaal met het uitvaardigen van wetten bezighield.
Nadat hij in 1481 op vrij jonge leeftijd overleed werd hij begraven in de zelfgebouwde Fatih-moskee. Een wijk van Constantinopel (tegenwoordig Istanboel) rondom deze moskee is naar hem genoemd, en ook een brug over de Bosporus, de Fatih Sultan Mehmetbrugen er is een film van hem gemaakt hoe hij Constantinopel veroverde Fetih 1453
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Mehmed II van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |