Sultan (rang)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hussein Kamel, sultan van Egypte (1853–1917)

Sultan is een hoge rang binnen de moslimadel (een kalief staat nog hoger op de ladder) en komt overeen met prins, koning of keizer, al wordt de titel gewoonlijk niet vertaald. Een sultan staat aan het hoofd van een sultanaat. De vrouw of moeder van een sultan wordt sultane genoemd.

Sultan is een uit het Arabisch, ontleend aan het Syrisch, afkomstig woord. Het had oorspronkelijk de betekenis macht, regering, heerschappij, autoriteit. Het werd later een vorstelijke titel. Mahmud van Ghazni (Ghazni in het huidige Afghanistan; 969–1030), een Perzische vorst, stamvader der Ghaznawiden, is waarschijnlijk de eerste drager van de titel sultan geweest. In Brunei en Oman heeft men heden ten dage nog steeds een sultan. In Maleisië, dat een federatie is van vele sultanaten, wordt de koning uit de sultans gekozen voor een periode van 5 jaar.

Ook in Indonesië zijn nog sultans: de sultan van Jogjakarta, die tevens gouverneur is, de sultan van Surakarta (Solo), en sultans in Cirebon, in Kutai, Pontianak, Ternate en Tidore.

De bekendste sultans waren die van het Ottomaanse Rijk. Zij behoorden tot de Ottomaanse dynastie. De vorsten van Marokko droegen van 1664 tot 1957 eveneens de titel van sultan. In 1957 nam Mohammed V de titel van koning aan.

Sultan is in Arabische en islamitische landen ook een jongensnaam, waardoor verwarring mogelijk is. In het enkele eeuwen door het Osmaanse Rijk overheerste Hongarije is daarvan de Magyaarse jongensnaam Zoltan afgeleid.

"Hami" was de titel van de vorsten van Zanzibar. De titel werd in het midden van de 19e eeuw verdrongen door die van Sultan.