Soefisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Allah1.png

Islam

Geloof
Eenheid van God - Profeten
Gezonden geschriften
Engelen - Dag des Oordeels
Praktiseren
Getuigenis - Gebed - Vasten
Liefdadigheid - Pelgrimstocht
Stromingen
Soennisme - Sjiisme - Alevitisme
Alawietisme - Druzisme - Ibadisme
Soefisme - Koranisme
Teksten en Wetten

Koran - Soenna - Hadith
Fiqh - Sharia - Kalam

Feestdagen

Asjoera - Suikerfeest
Offerfeest - Ramadan
Laylat Al-Qadr - Laylat al-Miraadj
Nieuwjaar - Mawlid an-Nabi

Cultuur en Samenleving
Architectuur - Kunst - Moskeeën
Demografie - Studies
Portaal  Portaalicoon  Islam
Dansende derwisjen in Turkije
'Tekke' van de Bektashi-soefi-orde

Het soefisme of tasawwuf (Arabisch: تصوّف - taṣawwoef, Perzisch: صوفی‌گری, soefigari, Russisch: Суфизм, Soefism, Turks: tasavvuf, Urdu: تصوف) is een mystieke traditie die haar oorsprong heeft in de vroege islam.

Achtergrond[bewerken]

Het soefisme wordt vaak beschreven als het hart, de kern of de essentie van de islam, en niet als een aparte stroming. Het soefisme kan getraceerd worden in alle spirituele stambomen (silsilah's) van de soefi-orden tot Ali ibn Abu Talib, neef en schoonzoon van de profeet Mohammed, die hem speciaal zou hebben onderwezen hierin. Ali wordt daarom ook wel de 'vader van het soefisme' genoemd.[1][2] Een aanhanger van het soefisme heet een soefi, oftewel een specialist in het vakgebied Tasawwoef, hoewel sommigen deze titel slechts wensen te gebruiken voor iemand die de doelen van het soefisme bereikt heeft. Ook is de naam derwisj gebruikelijk. De soefi's vormen mystieke tariqa, broederschappen of zusterschappen.

Het ontstaan van het soefisme wordt ook beschreven in het boek Mystical Dimensions of Islam, door Annemarie Schimmel.

Het woord soefi komt vermoedelijk van het Arabische صوف (soef), dat wol betekent. De eerste soefi's droegen grove wollen kleding als blijk van hun soberheid en armoede. Als beschrijvende term verschilt het weinig van derwisj (Oudperzisch voor soefi) en fakir (Oudhindi voor soefi). Hoewel het woord sterk lijkt op het Griekse woord sophia ('wijsheid'), is er geen linguïstisch verband. Een andere veronderstelling is dat de naam afkomstig is van het Arabische woord soefa, dat bank betekent, en is afgeleid van het feit dat naast de ingang van de moskee van de profeet in Medina altijd wel een groepje arme gelovigen op een bank zat. Omdat deze mensen voortdurend in de nabijheid van de profeet verkeerden, hadden enkelen van hen een uitgebreide kennis van de islamitische leer. Een andere mogelijkheid van de oorsprong van de naam is het woord صفا (safā), wat puurheid betekent. De soefi Abu `Ali al-Rudhabari combineerde beide met de uitspraak De soefi is degene die wol draagt over puurheid.[3][4]

Vermoedelijk waren er in de 6e eeuw al soefi's. Zij trokken rond door verschillende delen van het Midden-Oosten en India. Rond de 8e eeuw waren er diverse scholen of ordes gevestigd. Die worden aangeduid als tariqats.

Als religieuze beweging kenmerkt het soefisme zich als een wisselwerking van religieuze en spirituele invloeden. Eén precieze definitie van het soefisme is dan ook niet te geven.

Soefi's geloven dat de Koran en de strikte regels van de sharia uiterlijke regels zijn en dat er diverse stadia van (innerlijke) nabijheid tot God bestaan. Een van de symbolen die dit symboliseert is de roos. De doornen van de roos, die de roos beschermen, staan voor de regels van de sharia. De stam van de roos symboliseert het innerlijke pad, ook wel tariqa genoemd. De bladeren van de roos staan symbool voor marefa waarbij de soefi innerlijke kennis van God ervaart. De geur van de roos staat voor het ervaren van de werkelijkheid (haqiqa) zoals deze is.

Bekend zijn ook de dansende derwisjen uit de Turkse stad Konya. Door in het rond te tollen bereiken zij een bepaalde extase en zo proberen zij tot God te komen. Deze zogeheten Mevlevi-soefi-orde werd gesticht door de volgelingen van de Perzische soefidichter Jalal ad-Din Rumi uit de 13e eeuw. In dezelfde tijd leefde Hadji Bektasj Veli, waar de Bektashi-soefi-orde naar is vernoemd. Een andere soefigroep is de Qalandariyah, die graag experimenteerde met bewustzijnverruimende middelen. De Idrisiyya, een soefistroming die opgericht werd door Ahmad Ibn Idris al-Fasi, was vooral actief in Noord-Afrika en Jemen.

Universeel soefisme[bewerken]

Een bijzondere beweging binnen het soefisme is het Universeel Soefisme zoals dit door Hazrat Inayat Khan naar Europa en Amerika gebracht werd. Zijn boodschap van harmonie, liefde en schoonheid beperkt zich niet tot één religie, maar omarmt alle wereldreligies. Tijdens erediensten, zoals deze bijvoorbeeld in de soefitempel in Katwijk aan Zee worden gehouden, worden zeven kaarsen ontstoken, één voor het hindoeïsme, één voor het boeddhisme, één voor het zoroastrisme, één voor het jodendom, één voor het christendom, één voor de islam en één voor allen die het licht van de waarheid in de duisternis van menselijke onwetendheid hebben hoog gehouden. Deze vorm van soefisme beoogt geen nieuwe religie te zijn of nieuwe dogma's te vormen, maar beoogt eenheid tussen alle mensen evenals respect voor eenieders religie en cultuur.

Binnen het soefisme bestaan tientallen scholen, tariqats genaamd. Sommige zijn internationaal, andere lokaal actief. Inmiddels is in elke grote stad in Nederland en België wel een vertegenwoordiger van een soefibroederschap te vinden.

Soefi's en politiek[bewerken]

Het soefisme begon als een zuiver individuele mystieke ervaring en groeide vervolgens uit tot een maatschappelijke beweging met grote aanhang onder het volk. Onder de Seltsjoekse en Ottomaanse sultans waren er zelfs derwisj-opstanden, die soms een serieuze bedreiging vormden voor de gevestigde orde. Om deze gevaren af te wenden, verkregen enkele derwisj-orden goedkeuring en een voorkeursbehandeling. Dat geldt bijvoorbeeld voor de orde der Mewlewi's, bekend als de dansende derwisjen, in de Ottomaanse staat, die in de loop van de 16e eeuw in de gratie kwam en waarvan het hoofd vanaf 1648 optrad bij de troonsbestijgingsplechtigheden van de nieuwe sultan en met name bij het omgorden met het zwaard van Osman, de bezegeling van de troonsbestijging. De Mewlewi-orde werd in de 13e eeuw opgericht door een van de grootste soefi-dichters, Jalaluddin Rumi (1207-1273), in Konya. De Mewlewi's waren van alle orden de meest conformistische en haar volgelingen waren merendeels stedelingen uit burgerlijke of hogere kringen.[5]

Terwijl de oelama betrokken raakten bij het regeringsapparaat, bleven de soefi's deel uitmaken van het volk en behielden zodoende de invloed en het respect dat de oelama vaak kwijtraakten. Ondanks zijn populaire en mystieke karakter oefende het soefisme langzaamaan ook invloed uit op de islamitische intellectuelen. Dankzij een van de grootste middeleeuwse islamfilosofen, Abu Hamid al-Ghazali (1059-1111), werden de leerstellingen van het soefisme opgenomen in de officiële islamitische leer. Diens werken hadden een enorme invloed op de verdere ontwikkeling van de islamitische wetenschappen.

Sommige soefidoctrines en praktijken bleven verdacht, met name de onverschilligheid van enkele soefileraren ten aanzien van de handhaving van de geloofsovertuiging en de wet en soms zelfs ten aanzien van de barrières tussen 'de ware islam' en andere geloven.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://www.spiritualfoundation.net/fatherofsufism.htm
  2. http://khawajamoinuddin.wordpress.com/hazrat-ali-the-father-of-sufism/
  3. http://www.livingislam.org/k/si_e.html Gibril Fouad Haddad, Sufism in Islam.
  4. Shaykh al-Islam al-Suyuti, Ta'yid al-haqiqa al-`aliyya wa-tashyid al-tariqa al-shadhiliyya. Cairo: al-matba`a al-islamiyya, 1352/1934) p. 15.
  5. Bernard Lewis, Het Midden Oosten, 2000 jaar culturele en politieke geschiedenis, pag. 238-240, Uitg. Forum, Amsterdam (1996), ISBN 90-225-2029-3