Derwisj

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een derwisj is een islamitische geestelijke die de gelofte van armoede heeft afgelegd. Het woord is afgeleid van dar, Perzisch voor deur, en wisj, een bepaalde vorm van het Perzische werkwoord voor zitten. Een derwisj is dus iemand die maar aan één deur wil zitten, de deur van de goddelijke Geliefde. Volgens anderen is de naam afkomstig uit het Perzisch: darwich = arm, darvesh = bedelaar.

De derwisjen nemen een aparte plaats in binnen de soefi's, dit zijn mystieke broederschappen in de Islam. Iemand wordt pas 'derwisj' genoemd als die persoon een 'al-insan al-kamil' is, een perfecte moslim die aan alle 4 deuren en 40 treden voldoet: de Sharia, Tariqa, Marifa en Haqiqa. Zowel in het Soefisme als in het Alevitisme kan men een derwisj worden. [1][2]

Sommige derwisjen wonen of komen samen in soefi-centra (Zaouïa (Arabisch), Khanqah (Perzisch) of Tekké (Turks), anderen trekken vrij door de wereld. Ook zijn er derwisjen actief in de handel of in een productieproces. De voornaamste religieuze orden (tariqas) zijn:

  • de tjestijja (Chishtiyya), gesticht door Aboe Ishaaq Sjami,
  • de bektashi (Bektashisme), volgers van de Alevi heilige en soefi-meester Haci Bektas Veli[3]
  • de mawlawijja (Mevlevi), de rondtollende of dansende derwisjen, die haar oorsprong vindt bij de volgelingen van Roemi,
  • de qadirijja (Qadiriyya) of leerlingen van 'Abd al-Qadir al-Djilani,
  • de sohrawardijja (Suhrawardiyya), gesticht door Aboe Nadjieb as-Sohrawardi, en
  • de naqsjbandiyya (Naqshbandiyya), opgericht door Aboe Ya'qoeb al-Hamadani.
  • de rifa’i’s , de huilende of krijsende derwisjen, zij eten glas en slikken zwaarden in.

De mystieke leer wordt voorafgegaan door een inwijding door een geautoriseerde leraar op het soefi-pad. De mystieke leer, die de soefi’s na een inwijding wordt bijgebracht, heeft een aantal van hen doen afwijken van de voorschriften van de koran en hen gevoerd tot allerlei uitspattingen.

In volksverhalen[bewerken]

Een derwisj heeft in volksverhalen vaak een magisch karakter. Hij straalt Gods liefde uit en is wijs, hij geeft goede raad. Hij verschijnt uit en verdwijnt in het niets (meestal in de gedaante van een oude man). Hij bezit toverkracht, kan door muren gaan, kan verschillende gedaanten aannemen, eet levers van doden, rijdt op een paard door de lucht en geeft appels voor vruchtbaarheid. Zie bijvoorbeeld De geduldsteen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties