Alevitisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1rightarrow.png Voor de religieuze stroming in Syrië en de Arabische gebieden zie Alawieten.
Allah-eser-green.png

Islam

Geloof
Eenheid van God - Profeten
Gezonden geschriften
Engelen - Dag des Oordeels
Praktiseren
Getuigenis - Gebed - Vasten
Liefdadigheid - Pelgrimstocht
Stromingen
Soennisme - Sjiisme - Alevitisme
Alawietisme - Druzisme - Ibadisme
Soefisme - Koranisme
Teksten en Wetten

Koran - Soenna - Hadith
Fiqh - Sharia - Kalam

Feestdagen

Asjoera - Suikerfeest
Offerfeest - Ramadan
Laylat Al-Qadr - Laylat al-Miraadj
Nieuwjaar - Mawlid an-Nabi

Cultuur en Samenleving
Architectuur - Kunst - Moskeeën
Demografie - Studies
Portaal  Portaalicoon  Islam

Het alevitisme is een syncretische[1] religie die voortgekomen is uit een schisma binnen de sjiitische islam.

De aanhangers het alevitisme worden alevieten genoemd. Naargelang van de streek uit het thuisland waar de alevieten vandaan komen, zijn de geloofsovertuigingen verweven met soefistische (bektasisme), islamitisch-sjiitische, christelijke, animistische, pantheïstische en sjamanistische invloeden.

Een precieze definitie van het alevitisme is dan ook niet te geven. Des te meer omdat de verschillen langs verschillende etnische en linguïstische (geïntegreerde) scheidslijnen lopen. Dit leidt ertoe dat het voor buitenstaanders niet altijd even duidelijk is wat het alevitisme precies inhoudt. Maar ook alevieten onderling kunnen hun geloofs- of levensovertuiging als verschillend ervaren. Het gemeenschappelijke kenmerk is echter de heterodoxe en religieus-humanistische wereldbeschouwing.

Het alevitisme komt vooral voor in grote delen van Turkije (volgens wetenschappelijke schattingen zijn 15 tot 20 miljoen inwoners van het land alevitisch[2]), en met de gastarbeidersstromen uit de jaren 60, 70 en 80 van de vorige eeuw, ook in de Benelux en de Duitstalige landen. Zowel talrijke Turken alsook talrijke Koerden behoren tot de alevitische geloofsgemeenschap binnen de sjiitische islam. Vanouds is het alevitisme binnen Turkije vooral sterk vertegenwoordigd in het midden en oosten van Anatolië alsook door migratie in enkele stedelijke centra zoals Istanboel, en zeer zwak tot niet vertegenwoordigd in de Egeïsche Zee-regio. Alevieten vormen echter een minderheid binnen de totale bevolking van Turkije, slechts in enkele districten vormen zij een meerderheid. Soennitische moslims vormen de grootste religieuze groepering in Turkije. Uitsluitend in de provincie Tunceli (Koerdisch: Dersim, Zazaki: Dêsım) vormen alevieten een meerderheid van de bevolking aldaar (hoofdzakelijk etnische Zaza).

Inhoud

Etymologie en oorsprong [bewerken]

Het is niet geheel duidelijk waarop de herkomst van het woordje 'Alevi' is terug te brengen. In de wetenschap is hier geen eenduidigheid over. De volgende verklaringen komen voor:

  • Alevieten/aleviet zijn de Nederlandse verbasteringen van het Turkse aleviler (meervoud) en alevi (enkelvoud). Het woordje alevi is weer de Turkse transliteratie van het Arabische Alawī (Arabisch: علوي). Het Turks alfabet kent geen w, de v wordt uitgesproken als w. Het Arabische Alawī is weer een verbastering van de Arabische naam Ali, hetgeen duidt op de vierde kalief van de islam.
  • Een prominent figuur in het alevitisme is de mysticus Haci Bektasi Veli (zie beneden). Deze zou volgens de Bektasi deel uitmaken van de familie van de vierde islamitische kalief, Ali. In de islam staat een lijn van nageslachten of familie bekend als de Ahl al-Bayt (Huis van de Familie). Aangezien Haci Bektasi Veli behoorde tot de Ahl al-Bayt van Ali, ging men in het Turks door als iemand afkomstig van de 'Ali evi' (Turks voor 'Huis van Ali'), waarop 'alevi' zou zijn terug te brengen.
  • Volgens andere wetenschappers heeft het alevitisme zijn oorsprong in sjamanistische gebruiken en zou dit met andere of latere opvattingen en/of gebruiken zijn verweven. Bijvoorbeeld met een christelijk-filosofisch wereldbeeld of met geadapteerde sjiitisch-islamitische concepten. Zij zien het woordje alevi als een verbastering van het Turkse 'alev'. Dit heeft de betekenis van vlam of vuur in het Turks. Dit zou beter stroken met de vele pre-islamitische rituelen en gebruiken binnen het alevitisme, waarbij vuur een belangrijke rol speelt, bijvoorbeeld tijdens de zogenoemde cems. Deze wetenschappers plaatsen het alevitisme in een historisch-antropologisch kader. De westwaartse nomadentrek van de Turkse stammen vanuit Centraal-Azië en het overnemen van invloeden van het toenmalige zoroastrisme, waarbij vuur een belangrijke rol speelde, zou de naam verklaren. Dit zou ook de wezenlijke verschillen tussen de alevieten en de moslims verklaren[3]. Zo kennen de alevieten geen moskee. Wel wijzen sommige sociologen op het feit dat er thans sprake is van een islamisering van het alevitisme en vele alevieten zich ook als zodanig bezien, zonder dat daarbij de initiële islamitische zuilen zijn overgenomen. Het neologisme 'alevitische moslims' zou niet alleen een plaats in de Turkse (islamitisch gerichte) samenleving garanderen, maar ook door middel van een self-fulfilling prophecy bewerkstelligen dat men zich meer en meer met de islam identificeert en daarmee daadwerkelijk een schisma of stroming in de islam waarmaakt[4]. In Turkije is er al een grote (alevitische) beweging die zich sterk profileert als een islamitisch schisma.[5]

Etniciteit en linguïstiek [bewerken]

Spreiding alevitisme in Turkije. In gebieden waar traditioneel veel Zaza's en Koerd-alevieten voorkomen, is het alevitisme wijdverbreid. Er is blijkbaar een correlatie met etniciteit en het alevitisme. Dersim (Zazaki: Dêsım) was de laatste regio in Turkije die niet onder heerschappij van de Ottomaanse heersers stond. Nadat in de jaren 30 van de 20e eeuw de autonome status van deze streek bruut werd neergeslagen, werd de naam ervan veranderd in Tunceli (meest donkerblauwe provincie op de kaart). Het relatief hoog percentage in Istanboel en aan de west- en zuidkust, is te verklaren door modernere migratiestromen. [bron?]

Mensen kunnen zich identificeren met de etniciteit die men heeft, de taal die men spreekt, de nationaliteit waartoe men behoort en de religie die men aanhangt. Hieraan kunnen mensen hun identiteit ontlenen. In Turkije hebben de meeste mensen een Turkse etniciteit, spreken Turks van huis uit en hangen de soennitische islam aan. Dit vormt de meerderheid. Alles buiten deze groep vormt een minderheidsgroepering.

Ook onder de Zaza's is het alevitisme wijdverbreid. Koerden en Zaza's hebben bovendien elk hun eigen taal, respectievelijk het Koerdisch en het Zazaki, waardoor het alevitisme tevens gedifferentieerd is naar etniciteit en taal. Dit leidt tot verschillende etnisch-culturele minderheden die in deze regio voorkomen.

In deze context spreekt men vaak in termen als Turkse-alevieten, Zazaki-alevieten, Koerdische-alevieten of kortweg als Koerd-alevieten. Binnen deze groepen kunnen weer min of meer karakteristieke volkenkundige groepen voorkomen. Bijvoorbeeld, de Tahtacı zijn alevitische Turkse nomadengroepen die aan de west- en zuidkust van Turkije voorkomen. Alevieten identificeren zich vaak met deze groepen. Al deze groepen zou men kunnen bezien als afzonderlijke minderheidsgroeperingen. Maar men kan ook de alevieten als geheel zien als een minderheidsgroepering.

Religieuze concepten [bewerken]

Het alevitisme kent geen bron zoals bij de grote monotheïstische religies het geval is, maar is een syncretische religie die via culturele, filosofische en religieuze adaptaties als zodanig gegroeid is. Religieuze concepten zijn daarbij nooit als een vastomlijnde leer of dogma vastgelegd, maar werden telkens van streek tot streek en daarmee van aleviet tot aleviet vrijzinnig geïnterpreteerd en mondeling of via zang doorgegeven[6]. In het alevitisme is er geen centraal gezag dat de leer voor de aanhangers bepaalt. De nadruk wordt gelegd op de individuele verantwoordelijkheidszin naar eer en geweten met zichzelf en de (naaste) omgeving om te gaan. Het credo voor het dagelijks leven en tijdens religieuze bijeenkomsten benadrukt, luidt veelal ‘Wees de meester over je handen, tong en driften’. Voor velen staat dit synoniem aan niet stelen, geen doodslag, niet liegen, geen kwaadsprekerij, huwelijkse trouw etc. De volgende religieuze concepten komen voor of kunnen voorkomen:

Religieus-humanisme [bewerken]

De alevieten gaan uit van een religieus-humanistisch wereldbeeld van mens en maatschappij.

  • De mens staat centraal in de religieuze belevenis. Bijvoorbeeld, iedereen is vrij om op zijn manier een geloofsovertuiging te praktiseren of een 'God', 'een god', 'de goden' of 'het goddelijke' te definiëren, te beleven, te gedenken of dankbaar te zijn.
  • Een centraal uitgangspunt in het alevitisme is de liefde, respect en tolerantie voor de medemens. De menswaardigheid van de medemens wordt bezien als een voorwaarde voor het eigen handelen.
  • Alevieten benadrukken de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Bijvoorbeeld, het bidden in een gemeenschappelijke ruimte is een vanzelfsprekendheid.
  • Regels als bidden, vasten of pelgrimages zijn niet nodig om een goed en/of religieus mens te zijn. Volgens de alevieten ligt het goede in de mens zelf besloten en niet alleen in de Koran, Mekka of het nakomen van 'hemelse verplichtingen'.
  • Het praktiseren van een religie mag niet ten koste gaan van de rechten van anderen. Alevieten zijn dan ook voorstanders van democratische beginselen als de scheiding van Kerk en Staat. Dit is eerder een seculier-humanistisch beginsel dan een religieus-humanistisch beginsel.

Bektasisme [bewerken]

In de 13e eeuw leefde in Anatolië de soefi-meester Haci Bektasi Veli. Zijn soefi-orde is verder doorgegaan als het bektasisme en is ook verspreid in delen van de Balkan. De leer van Haci Bektasi Veli kenmerkt zich door een religieus-humanistisch wereldbeeld en een islamitisch-spirituele exegese van de Koran en de islam. Bekend is zijn 'Vier deuren en veertig treden'-principe om tot God te komen, de goddelijke staat te bereiken of om verlichting (de verlichte mens) te realiseren. Zijn humanistisch wereldbeeld en islamitisch-spirituele leer is door vele alevieten overgenomen. Tegenwoordig spreekt men zelfs van een bektasisch-alevitische synthese en zijn voor velen deze woorden synoniem aan elkaar. Alevieten bezien zich als de hoeders van de leer van Haci Bektasi Veli.

Sjiitische islam [bewerken]

“Het islamitische karakter van het alevitisme is onmiskenbaar als men kijkt naar de hymnen, gebeden, de cem', enzovoorts. Het alevitisme wordt vaak tot de sji’itische islam gerekend” [7]. “De Buyruk wordt aan de zesde Imam Djafar as‐Sadik toegeschreven, dit is een boek dat de regels en rituelen van het Alevitisme beschrijft” [7]. Het alevitisme als een syncretische islamitische stroming onderscheidt zich in veel opzichten van de twee hoofdstromen van de islam, de soennitische en sjiitische islam. Dit laat zich zien in de eigenzinnige levensopvatting, religieuze uiting en culturele bewustwording. Hoewel de Koran voor vele alevieten ook als een heilig boek geldt, wordt de inhoud ervan op onderdelen anders geïnterpreteerd (dan door soennieten en sjiieten), betwist en zelfs verworpen. Daarnaast verwerpen alevieten grotendeels de Hadiths. De liberale stroming van de islam betekent zodoende voor alevieten het niet erkennen van onder meer de Heilige Oorlog, vijf maal daags bidden en de positie van de moskee. Ook wordt er sterk afgeweken van islamitische gebruiken zoals het vasten tijdens de ramadan, bidden in de moskee en de pelgrimstocht naar Mekka.

De alevieten kennen geen moskeeën, bidden niet als moslims, gaan niet op pelgrimage naar Mekka, vasten niet tijdens de islamitische vastenmaand ramadan en dragen geen hoofddoeken. Toch zijn er adaptaties gemaakt uit de islam, en dan vooral uit de sjiitische islam. Er dient te worden opgemerkt dat de sjiieten bovenstaande islamitische uitgangspunten wel praktiseren. De alevieten dienen dus ook niet gelijk te worden gesteld aan de sjiieten. De alevieten verschillen op zich net zoveel van de sjiieten als van de soennieten. Een kleine opsomming:

  • Net als de sjiieten vinden de alevieten dat m.b.t. het soennitisch-sjiitische schisma de schoonzoon en neef van Mohammed, zijn rechtmatige opvolger diende te zijn en is.
  • In de sjiitische islam is er in de islamitische maand Muharram een vastenweek. Ook vele alevieten doen hieraan mee. In deze vastenweek wordt o.a. de dood van de zonen van Ali herdacht, die in de soennitisch-sjiitische schisma-oorlog zouden zijn vermoord. Sjiieten bezien de zonen van Ali daarmee als martelaren. In Iran waar de sjiitische islam wijdverbreid is, gaat dit soms gepaard met processies en zelfkastijding. De alevieten kennen zoiets niet.
  • Alevieten herdenken net zoals sjiieten Ali en zijn nakomelingen.

Engelenverering [bewerken]

Bij veel alevieten komt engelenverering voor. Dierbare overledenen kunnen als beschermheilige optreden in het leven van een goed mens. In dit kader valt ook het geloof in de mythe van hızır (Xızır, gızır, hıdır, ghıdır, khidr, khidir). Dit is een wijdverbreide overtuiging die ook bij andere christelijke, Arabische (al-khidr) en islamitische groepen uit het Midden-Oosten voorkomt. Van streek tot streek en van groep tot groep wordt er een andere betekenis aan de mythe van 'hıdır' gegeven. Zo zou volgens vele alevieten 'hıdır' of 'hızır' een engel zijn in de vorm van een oude wijze man, die mensen zou beschermen tegen een concreet gevaar of behoeden van de dood. Veel alevieten kennen een driedaagse vastenperiode in februari ter wille van en als eerbetoon aan deze beschermheilige.

Sjamanistische en animistische concepten [bewerken]

De alevieten kennen religieus-spirituele dansen, de zogenoemde sema's of semahs. Deze dansen verschillen van streek tot streek en worden opgevoerd tijdens de zogenoemde cems, de religieus-sociale bijeenkomsten. Vaak wordt er rondom een vuur gedanst en zijn er bepaalde bewegingen van handen en armen. Alevieten leiden deze bewegingen af van kraanvogels en geven verschillende betekenissen aan deze dansen en bewegingen. Zo zouden ze voor vele alevieten het leven, het universum of het in contact staan met God of het goddelijke symboliseren. De dansen worden vergezeld van muziek bespeeld op een snaarinstrument, namelijk de saz. Tegenwoordig worden de sema's steeds vaker als een culturele dans opgevoerd in plaats van een religieuze dans. Ook zouden vele jongere generaties niet meer weten hoe een sema wordt gepraktiseerd.

Daarnaast ontkennen vele alevieten niet het principe van reïncarnatie en/of dat alles bezield is of een ziel heeft (bomen, bergen, heuvels, gesteentes, rivieren e.a.). Samen met de islamitische verwevingen spreekt men in deze context ook wel van volksislam.

Natuurlijke concepten als gelukbrengers [bewerken]

Veel bomen en diersoorten worden bezien als gelukbrengers, bijvoorbeeld de kraanvogel. Niet alleen onder de alevieten heeft de kraanvogel een bepaalde symbolische waarde, maar ook onder andere volkeren. Sinds de oudheid heeft de kraanvogel al een bepaalde mythe over zich.

Cem [bewerken]

Een cem is te karakteriseren als een alevitische religieuze bijeenkomst. Cems zijn zeer syncretisch van karakter en zeer plaatsgebonden. Vandaar zijn er grote verschillen tussen de cems en is het lastig een uniforme omschrijving ervan te geven. Zo zien we alle bovenstaande religieuze concepten min of meer terug in een cem. Bijvoorbeeld, islamitisch sjiitische opvattingen die verweven zijn met bektasische concepten of andere (streekgebonden) gebruiken. Mystieke dansen als de sema en natuurelementen als vuur spelen vaak een rol.

In plaats van religieuze bijeenkomsten is het beter te spreken van sociaal-religieuze bijeenkomsten, omdat het ook sociale dimensies heeft. Zo worden tijdens een cem geschillen tussen personen uit de gemeenschap bijgelegd. Er kan zelfs besloten worden personen uit de gemeenschap te verbannen. Een verbanning geldt als de zwaarste straf door de gemeenschap uitgesproken. In deze context spreekt men ook wel van cemrechtspraak. Daarnaast kunnen families voor andere families dienen als een soort van 'peetfamilie' (müsaphilik). De oorsprong hiervan heeft waarschijnlijk te maken met bestaansfuncties uit een nomadisch verleden. Een peetfamilie heeft namelijk als functie de ander bij te staan. Bijvoorbeeld in economisch slechte tijden, zoals een slechte oogst. Ook heeft men de plicht ervoor te zorgen dat de ander niet op het slechte pad raakt. Het aangaan van een peetfamiliaire broederschap gebeurt op een vrijwillige basis.
Het is niet geheel duidelijk waarop het woordje cem is terug te brengen. Het zou kunnen zijn afgeleid van het woordje 'çema' (ons huis, Kirmanci), 'djemm' (Perzisch) of 'cemaat' (Arabisch). Min of meer is het terug te brengen tot '(ergens) samenkomen'. Cems werden in dorpen binnen gehouden of zelfs buiten. Tegenwoordig zijn er voor dit doel de zogenoemde cemhuizen (vaak onjuist als ‘alevitische moskeeën’ geïnterpreteerd). Vaak werden cems gehouden ten tijde van volle maan. Hiervan is waarschijnlijk het begrip ay’in- cemi (de maan, maand) afgeleid.
Tegenwoordig worden cems door de verschillende gemeenschappen, zij het in de diaspora, veel minder opgevoerd. Bijvoorbeeld één of twee keer per jaar. Een cem wordt geleid door een zogenoemde dede (grootvader in het Turks). Waarschijnlijk is dit terug te brengen op het feit dat een stamoudste of de oudste uit een gemeenschap een cem leidde. Vrouwen kunnen ook dede worden, alhoewel dit niet veel voorkomt. Deze worden dan aangeduid met Ana (Moeder). Deze dede gaf zijn inzichten weer door aan zijn zoon, die op een gegeven moment ook een dede werd. Daarmee ontstond een lijn van dede’s die werden geassocieerd met een bepaalde streek, de zogenoemde 'ocaklar' (haard in het Turks). In Turkije is een confederatie van dede’s in het leven geroepen, waarmee men getracht heeft de cems te uniformeren. Dit heeft wel geleid tot een verdergaande islamisering van de cems. Dede’s kunnen tegenwoordig ook beschouwd worden als ‘alevitische geestelijken’. Zo worden ze ingehuurd als prekers tijdens overlijdensceremonies of als sprekers tijdens lezingen.

Poëzie en liederen [bewerken]

Een belangrijk onderdeel van het alevitisme komt tot uiting in de alevitische poëzie en liederen. Dichters, zangers en musici worden onder alevieten hoog aangeslagen. Volksmuziek is sterk gerelateerd aan de alevieten. Er zijn veel volksdichters en volkszangers, die met hun poëzie, literatuur, zang en muziek een belangrijke bijdrage leveren aan de Turkse cultuur. De muziek komt ook tot uiting in de religieuze bijeenkomsten zoals de cem en de sema. Bekend zijn de gedichten en liederen die aan Pir Sultan Abdal worden toegeschreven. Een prominent volksdichter en volkszanger uit de 20e eeuw is bijvoorbeeld Aşık Veysel Şatıroğlu. Dit soort muziek wordt vaak geschaard onder Anatolische volksmuziek en is door de vele streekgebonden tradities en etnische invloeden zeer gevarieerd van stijl. Het muziekinstrument daarbij is veelal een luitachtig snaarinstrument met een peervormige klankkast (saz, bağlama e.d.). Van streek tot streek werden deze snaarinstrumenten net iets anders in elkaar gezet (gefabriceerd), waardoor ze in omvang en grootte van elkaar kunnen verschillen. Andere veelvoorkomende muziekinstrumenten zijn blaasinstrumenten (ney, mey, kaval, zurna) en slaginstrumenten (davul). Niet echt eigen aan de alevieten, maar zeker niet onbekend is de viool (Armeense en Griekse invloeden).

Onderdrukking [bewerken]

De alevieten zijn in Turkije altijd een minderheid geweest in een door (soennitische) moslims gedomineerd land. Hoewel de positie van de alevieten het afgelopen decennium verbeterd is, zijn de alevieten en het alevitisme nog steeds onderworpen aan een strenge minderhedenpolitiek (assimilatiepolitiek). In het verleden zijn de alevieten ernstig gediscrimineerd en onderdrukt wegens hun cultuur en hun vrijzinnige geloofsovertuiging. Berucht zijn de genocides op de alevieten gepleegd onder het Ottomaans bewind van Yavuz Sultan Selim en de genocides en deportaties in Dersim en aanliggende streken in de jaren dertig van de 20e eeuw, na de opstand van Dersim. Ook de pogroms op de alevieten uit de jaren 70, begin jaren 80, zoals de pogrom van Kahramanmaras in december 1978 en de pogrom van Çorum in mei 1980, hebben diepe sporen achtergelaten. Van recentere datum is het bloedbad van Sivas uit 1993. Sinds enkele jaren is het beleid aangaande de minderheden versoepeld, mede als gevolg van de toenemende kritiek op de mensenrechten en de culturele en religieuze vrijheden van de minderheden in Turkije vanuit de Europese landen[8]. Zo is er internationaal ook veel aandacht voor de Armeense genocide en de mensenrechtenkwestie aangaande de Koerden, maar ook de pogroms op de Grieken en Arameeërs krijgen meer en meer aandacht.

Alevieten wijzen op het feit dat er nog steeds veel vooroordelen over ze bestaan en er nog veel discriminatie in de Turkse samenleving aanwezig is. Ook zou hun identiteit bewust ten koste van de soennitische islam worden genegeerd. Bijvoorbeeld, de Turkse overheid hanteert verplicht islamitisch godsdienstonderwijs. Ook zijn vele zogenoemde cemhuizen in alevitische dorpen en wijken verboden, maar worden er her en der moskeeën geplaatst. Iets waar de alevieten niets aan hebben, omdat de alevieten de moskeeën niet als gebedshuizen erkennen. Het argument van de Turkse overheid daarbij is dat alevieten moslims zijn en deze voorzieningen dus ook voor hen bedoeld zijn[9]. Alevieten bezien dit als een ontkenning van hun culturele en religieuze identiteit en spreken van een assimilatiepolitiek. Alevieten streven ernaar om op basis van gelijkheid, zonder gediscrimineerd of vervolgd te worden, aan het culturele, sociale en politieke leven van Turkije deel te kunnen nemen en zowel een economisch[10] als cultureel positieve bijdrage hieraan te kunnen leveren.

Zie ook [bewerken]

Externe links [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Zie bijvoorbeeld: P.J. White en J. Jongerden, Turkey's Alevi Enigma: A Comprehensive Overview, Leiden en London: Brill, 2003, 235 pp., ISBN 90-04-12538-8. Het boek is via Google Books vrij in te zien. Pagina 113: Alevism is a syncretic religion which incorporates aspects of Shi'ite Islam with heterodox monotheistic traditions and pantheistic beliefs (Zeidan, 1999).
  2. United States Department of State, 2010 Report on International Religious Freedom - Turkey, 17 November 2010.
  3. Zie bijvoorbeeld: T. Kjeilen, University of Bergen (Oslo, Noorwegen), Alevism on LookLex.
  4. P.J. White en J. Jongerden, Turkey's Alevi Enigma: A Comprehensive Overview, Leiden en London: Brill, 2003, 235 pp., ISBN 90-04-12538-8.
  5. De in 1995 door prof. dr. İzzettin Doğan opgerichte 'Cem Vakfı' (Cem vereniging), en inmiddels uitgegroeid tot een bescheiden mediaconglomeraat, profileert zich vooral als een alevitische, islamitische stroming. Het islamitische facet in de ideologie zou de overheid ertoe leiden de beweging tot op zekere hoogte te tolereren en daarmee een spreekbuis voor de alevieten garanderen.
  6. Zie bijvoorbeeld: L. Neyzi, Embodied Elders: Space and Subjectivity in the Music of Metin-Kemal Kahraman, Middle Eastern Studies, Volume 38, No. 1, January 2002, pp. 89-109, Puhblisher Frank Cass: Londen.
  7. a b Furat, K., De Alevitische identiteit in de twintigste eeuw, Doctoraalscriptie Arabische, Nieuwperzische en Turkse Talen en Culturen, Universiteit Utrecht ‐ Faculteit Geesteswetenschappen, subfaculteit Letteren, 2007
  8. Zie o.a. de jaarboeken over Turkije van Amnesty International, Human Rights Watch en de Europese Unie. Externe link: Turkij recordhouder schenden mensenrechten, zondag 28 januari 2007
  9. Zie bijvoorbeeld: The Turkish Daily News, Cemevis not alternative to mosques, says top religion official, vrijdag 11-04-2008 of The Turkish Daily News, "Aren't churches, synagogues and mosques places of worship?", zondag 13 februari 2005.
  10. Een alevitisch-bektasisch gezegde luidt: The greatest act of worship is to work.