Pogrom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slachtoffers, vooral joodse kinderen, van een pogrom in Jekaterinoslav in 1905.
Massagraf voor de slachtoffers van de Farhud, een Iraakse pogrom in 1942.

Het woord pogrom (Russisch: погром; pogróm van по- +‎ громить; po- + gromit': perfectiveringsvoorvoegsel + breken, slopen, plunderen) wordt gebruikt voor gewelddadige aanvallen op bepaalde groepen; etnisch, religieus of andere soorten, die vooral worden gekarakteriseerd door de vernietiging van hun omgeving (huizen, bedrijven, religieuze centra). Vaak gaan pogroms vergezeld met fysiek geweld tegen en zelfs moord op een bevolkingsgroep met de bedoeling om die groep te intimideren en zodoende te verdrijven of te dwingen zich te assimileren met de omgeving.

Al in de middeleeuwen werden er pogroms gehouden. In de 20e eeuw zijn er onder andere pogroms gehouden in de voormalige Sovjet-Unie, in Polen, in Marokko en in nazi-Duitsland voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

Antisemitisch volksgericht[bewerken]

Het Russische woord "pogrom" duidt een georganiseerde, in tijd beperkte, aanval op de joodse bevolking van een stad of dorp aan. Men vernielde, zonder tussenkomst van de politie, of zelfs met medewerking van de autoriteiten, een joodse wijk en mishandelde of vermoordde de bewoners. Soms vond de overheid de pogroms een goede uitlaatklep voor het volk, omdat het de aandacht van de slechte economische toestand afleidde. Een voorbeeld hiervan zijn de pogroms die in 1893/4 en 1904/05 plaatsvonden in tsaristisch Rusland. Daarbij kwamen enkele duizenden joden om het leven. De daardoor gewekte schrik bewoog enkele honderdduizenden joden ertoe om naar de Verenigde Staten te emigreren. Veel bloediger nog waren evenwel de jodenvervolgingen die in de Russische Burgeroorlog in Zuid-Rusland en Oekraïne werden aangericht door de Witten: daarbij kwamen meer dan 100.000 joden om het leven.

Pogrom is dus een specifiek tegen de joden gericht volksgericht en geen synoniem voor elke vorm van achteruitstelling van de joden. In het vooroorlogse Nederland kwam discriminatie van joden veel voor, zonder dat dit met fysiek geweld gepaard ging.

Ook voor van overheidswege georganiseerde moordpartijen, zoals de Holocaust kan beter niet het woord "pogrom" worden gebruikt.

Pogroms[bewerken]

  • Als eerste pogrom kan worden genoemd de dertiende dag van de maand adar, tijdens de Babylonische ballingschap, die wordt beschreven in het bijbelboek Esther. Hierbij was het de Joden echter geoorloofd zich tegen hun aanvallers te verweren, zodat deze pogrom tot een Joodse feestdag werd.
  • In het Islamitische Fez in Marokko vond in 1033 een grote pogrom plaats met duizenden doden. In 1276 [1] werden in dezelfde stad opnieuw Joden vermoord.
  • 1066: De eerste grote pogrom op Europese bodem was in 1066 in Granada in Andalusië. Moslims moordden toen het grootste deel van de joodse gemeenschap uit met enkele duizenden doden als gevolg. De joodse vizier Joseph ibn Naghrela werd gekruisigd en de joodse wijk verwoest. In 1011 was er in Córdoba al een kleinere islamitische pogrom geweest.
  • In de middeleeuwen zijn er in West-Europa talloze pogroms geweest. In 1096, bij het begin van de Eerste Kruistocht, werden onder meer de joodse gemeenten van Mainz en Worms vernietigd.
  • 1189 Massamoorden op Engelse joden voorafgaande aan Derde Kruistocht.
  • 1291: pogroms in Bagdad en omstreken, waarbij zeker enkele honderden joden gedood werden.
  • 1309: In het Zuid-Limburgse Born werden 110 joodse vluchtelingen uit Sittard en Susteren vermoord in een pogrom. De joden hadden hun toevlucht gezocht in het kasteel omdat ze daar veilig dachten te zijn. Dat bleek niet zo te zijn: de joden werden vermoord en het kasteel in brand gestoken. Het was de eerste massamoord op joden op het huidig Nederlands grondgebied.
  • Na de pestepidemie van 1346-48 kwam het ook in grote delen van Europa tot pogroms. In 1348 en 1349 werden onder meer de joodse gemeenschappen van Brussel, Zutphen, Bazel en Frankfurt am Main vernietigd. Het is ironisch dat veel West-Europese joden toen naar Polen vluchtten, waar ze toen wel welkom waren. Dit is de oorsprong van de joodse gemeenschappen in Polen, Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne, die een tijd lang een grote bloei doormaakten (zie ook vestigingsgebied).
  • 1465: Joodse gemeenschap van Fez bijna volledig uitgeroeid[1].
  • 1679: Pogrom, gevolgd door verdrijving van 10.000 joden uit Sanaa (Jemen) naar de woestijn van Tihama, waarvan slechts 1.000 levend terugkwamen.
  • 1790: Pogrom van Tetouan, Marokko. 6-8 doden.
  • 1834: Pogrom in Safed in Palestina waarbij naar schatting 500 Joden werden vermoord.
  • 1888: Massamoorden op de Joden in Isfahan en Shiraz, Iran.
  • 1907: Pogrom van Casablanca. plundering en vernietiging van het getto in Casablanca, Marokko. Hierbij vallen circa 30 doden.
  • 1910: Pogrom van Shiraz. Er kwamen 12 Joden om het leven, er vielen 50 gewonden.
  • 1912: Pogrom van Fez. Circa 60 doden.
  • 1929: Pogroms in Hebron en Safed, Palestina, met respectievelijk 67 en 18-20 doden.
  • 1934: Door overheid gesanctioneerde anti-joodse pogroms in het Turks Oost-Thracië, minstens 3.000 joden etnisch gezuiverd.
  • De "Reichskristallnacht" in 1938 was een dagen durende pogrom. Tijdens de Kristallnacht werden 92 joden vermoord.
  • Na de Tweede Wereldoorlog vonden in 1946 in Kielce in het notoir antisemitische Polen de laatste pogrom binnen Europa plaats, waarbij 41 joden het leven verloren.
  • 1941: De Farhud in Bagdad, zeker 600 joden worden vermoord en minstens 12.000 woningen worden geplunderd.
  • Na het uitroepen van de staat Israël in 1948 vonden in de Arabische wereld veel pogroms plaats. In Aden kwamen 80 joden om het leven (Pogrom van Aden), in Caïro meer dan 70, in Marokko 44, in Syrië 70, in Libië een onbekend aantal. Dit leidde tot een golf van vluchtelingen uit de Arabische wereld naar Israël. De laatste pogrom in Marokko was die in 1954 in Petitjean met 12 doden.

Golda Meïr, de latere Israëlische premier, heeft in haar jeugd in het tsaristische Odessa nog een pogrom meegemaakt, een ervaring die haar voor de rest van haar leven getekend heeft. Konstantin Paustovskij beschrijft in het derde deel van zijn memoires de pogroms in de Oekraïne in 1918 en de plunderingen door de antisemitische leider van het Directoraat Simon Petlura. Simon Petlura werd in Exil in Parijs 25 mei 1926 vermoord door Sholom Schwartzbard.

Ruimer gebruik van de term[bewerken]

Tegenwoordig wordt het woord "pogrom" steeds vaker in een ruimere zin gebruikt voor alle bloedige onlusten met een duidelijk etnische dimensie, bijvoorbeeld de vervolging van Armeniërs in het Ottomaanse Rijk[2], de etnische zuiveringen in de landen van het voormalige Joegoslavië, vervolgingen van moslims[3] en sikhs[4] in India, vervolgingen van Chinezen in Vietnam, Cambodja, Laos, Indonesië, Maleisië, Thailand en dergelijke en de vervolging van Tutsi's door Hutu's in Rwanda.[5].

Begin december 2008 heeft Ehud Olmert de term gebezigd om het geweld te beschrijven dat religieuze joden op de Westelijke Jordaanoever gebruikten tegen de Arabische bevolking uit onvrede over een ontruiming.[6]

In de film "Anatevka/Fiddler on the Roof" wordt een Russische pogrom in een dorp in beeld gebracht.

Bronnen, noten en/of referenties