Dominicanen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dominicanen
Ordo Praedicatorum (O.P.)
Basisgegevens
Magister-generaal Bruno Cadoré
Gesticht 1216
Stichter Dominicus Guzman
Website http://www.op.org
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Deel van de serie over
kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

De dominicanen of predikheren (Ordo Praedicatorum, O.P.) vormen een kloosterorde die in 1216 is gesticht door Dominicus Guzman (circa 1170-1221), ten tijde van de kruistocht in de Languedoc tegen de Katharen. Een van de eerste kloosters werd in Toulouse gevestigd.

Geschiedenis[bewerken]

De dominicanen (actieven) kregen van paus Gregorius IX met de pauselijke bul Ille humani generis in 1231 de inquisitietaak opgedragen. Deze orde behoort met onder andere de franciscanen tot de bedelorden. De dominicanen volgen de Regel van Augustinus en eigen constituties.

Op het Vierde Lateraans Concilie van 1215 waren prediking en zielzorg genoemd als belangrijke priesterlijke taken die in die tijd van priesters onvoldoende aandacht kregen. Dominicus Guzman richtte zijn orde speciaal ervoor op om in deze nood te voorzien. Eind 1216 verkreeg hij van paus Honorius III in diens bul Religiosam vitam goedkeuring voor zijn initiatief. Hij stuurde de eerste leden van zijn orde naar de universiteiten, speciaal naar Parijs en Bologna, om zich te bekwamen in de theologie. De orde van de dominicanen werd en wordt gekenmerkt door intellectuele inspanningen, grondige studie, actieve interesse in de stedelijke samenleving, prediking en missionaire activiteiten. De dominicanen verbinden contemplatie (beschouwing) met actie. In Utrecht kwam in 1232 de eerste Nederlandse vestiging van de dominicanen.

Een aantal bekende en belangrijke heiligen behoorden tot de orde van de dominicanen. Thomas van Aquino (1225-1274) en Albertus Magnus (circa 1200-1280) kregen van pausen de rang van kerkleraar. De heilige Catharina van Siëna (1347-1380), een lekendominicaan die zich actief in de politiek mengde, met veel mensen correspondeerde en mystieke geschriften schreef, verkreeg in 1970 als eerste vrouwelijke heilige deze eer. Vier pausen behoorden tot de dominicanen: Innocentius V, Pius V, Benedictus XI en Benedictus XIII.

Behalve een mannelijke tak bestaan er ook dominicanessen. Ook zijn er lekendominicanen. Dominicus stichtte zelf al in 1207 te Prouille in de Languedoc een eerste klooster voor vrouwelijke contemplatieve religieuzen. Onder zijn opvolger Jordanus van Saksen is er al sprake van leken (tertiarissen) van de orde. In 1285 keurde Munio van Zamora, de toenmalige magister van de dominicanen, een leefregel voor dominicaanse leken goed. Ook nu zijn er wereldwijd lekendominicanen die zich verbinden met de orde op grond van de Regel van Montréal die in 1987 van kracht is geworden.

Zoals vele orden kennen de dominicanen perioden van bloei en verval. In de dertiende eeuw had de orde in Europa een enorme groei doorgemaakt. Auteurs als Jacobus de Voragine met zijn Legenda Aurea, de zeer geliefde verzameling heiligenlevens, de encyclopedist Thomas van Cantimpré en Vincent van Beauvais, die liefst drie encyclopedieën schreef, zijn slechts enkele onder vele namen. Raymundus van Peñafort, later magister-generaal van de orde, redigeerde de duizenden pauselijke decretalen tot een nieuw kerkelijk wetboek voor paus Gregorius IX, dat in 1234 verscheen. Hugo van Saint-Cher en een staf van medewerkers in Parijs ontwikkelden de eerste min of meer volledige concordantie op de bijbel.

Al in de veertiende eeuw waren er klachten over verslapping, net als binnen andere orden, maar tegelijk bloeide de dominicaanse mystiek met namen als Meester Eckhart, Heinrich Seuse en Johannes Tauler. Magister-generaal Raymundus van Capua, eerder biechtvader van Catharina van Siëna, wist eind veertiende eeuw een observantiebeweging op gang te brengen, die in de volgende eeuw vooral vanuit Noord-Nederland vorm kreeg binnen de Hollandse congregatie waarin een aantal kloosters zich verenigde. Vincent Ferrer trok met zijn rabiaat anti-joodse boetepreken door grote delen van Europa. Ook de beruchte vijftiende-eeuwse Spaanse groot-inquisiteur Tomás de Torquemada was een dominicaan. De beroemde schilder Fra Angelico was een Florentijnse dominicaan.

Begin zestiende eeuw treden de dominicanen sterker naar voren. Maarten Luther raakte juist met dominicanen als de Thomaskenner Thomas Cajetanus, Johann Tetzel en Johannes Eck in conflict. In Spanje becommentarieerden theologen als Bartolomé de Las Casas en Francisco de Vitoria de theologische en juridische implicaties van de veroveringen in de Nieuwe Wereld. Zij staan tot op zekere hoogte mede aan de oorsprong van het volkenrecht en de mensenrechten. Zij en andere dominicanen in de zogeheten School van Salamanca vormen de boegbeelden van de Spaanse scholastiek. Vele Dominicaanse bisschoppen en theologen namen deel aan het Concilie van Trente dat de Contrareformatie inluidde. Paus Pius V stelde de traditie in dat de pausen het witte gewaad van de dominicanen dragen, echter zonder de zwarte mantel. Aan de dominicanen is sinds eeuwen de functie van magister palatii toevertrouwd, de "huistheoloog" van de paus. Ook in Latijns-Amerika waren de dominicanen al snel aanwezig. De dominicanes Rosa de Lima werd in de zeventiende eeuw zelfs de eerste heilige van dit continent. De heilige Martinus van Porres doorbrak als mulat de grenzen van een blanke Europese orde.

Met name de ontwikkelingen in Frankrijk waren door de eeuwen heen van groot belang voor de ontwikkeling van de dominicanen. Na de Franse Revolutie en golven van antiklerikalisme waren er in Europa bijna geen dominicanen meer. In de negentiende eeuw slaagden Henri-Dominique Lacordaire en Victor Jandel erin de orde feitelijk te herstichten en een hernieuwde vorm te geven, wat ook andere orden en congregaties inspireerden tot nieuwe vestigingen. Vanaf midden negentiende eeuw is de orde over de gehele wereld verbreid. In het Heilige Land stichtte Marie-Joseph Lagrange in 1890 de fameuze École Biblique te Jeruzalem, het eerste internationale onderzoeksinstituut voor de archeologie van het Midden-Oosten. Ook in de twintigste eeuw oefenden Dominicaanse theologen als de veroordeelde modernist Marie-Dominique Chenu (wiens boeken op de Index Librorum Prohibitorum geplaatst werden in 1942), de latere kardinaal Yves Congar en de controversiële, progressieve Vlaamse theoloog Edward Schillebeeckx grote invloed uit op de ontwikkeling van theologie en kerk, met name tijdens het Tweede Vaticaans Concilie en de stroming van de Nouvelle Théologie. De Belgische dominicaan Georges Pire kreeg in 1958 de Nobelprijs voor de Vrede. Een van de bekendste bevrijdingstheologen is de in 2004 ingetreden dominicaan Gustavo Gutierrez. Ook van de Engelse oudmagister-generaal Timothy Radcliffe worden de boeken in vele talen vertaald. In Nederland speelde in het behoudende katholieke kamp de Dominicaan Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg, hoogleraar Hebreeuws, Oud-Syrisch en archeologie en emeritus rector magnificus van de Katholieke Universiteit Nijmegen, een belangrijke rol. De dominicanen besturen wereldwijd nog altijd een aantal van oorsprong katholieke universiteiten en onderzoeksinstituten, zowel op het vlak van natuur- als theologische wetenschappen.

Benamingen[bewerken]

Op de naam dominicanen bedachten de middeleeuwers de woordspeling dat het om Domini canes, "honden van de Heer" zou gaan. De dominicanen waren trots op deze bijnaam, vanwege de uitspraak van Jezus Christus waarin hij zichzelf "de Goede Herder" noemt en zijn volgelingen zijn schapen. Door hun bijnaam werden de dominicanen de (herdershonden), die de Heer hielpen bij het leiden van zijn schapen. [bron?] De medewerking van de dominicanen aan de inquisitie is hieraan niet vreemd. De dominicanen kennen verschillende andere benamingen. De Latijnse benaming Ordo Praedicatorum werd in de Middeleeuwen als predikheren, maar ook als predikbroeders weergegeven. In sommige plaatsen, zoals Zwolle, herinnert de benaming Broerenkerk hieraan. Een andere zeer verbreide naam is Jacobijnen. Dit sloeg op het Parijse dominicanenklooster aan de Rue St. Jacques. Kerken die Jacobijnenkerk heetten of heten, waren dus kerken van de dominicanen. Ook te Gent bevindt zich een dominicanenklooster (nu omgevormd tot een ontmoetingscentrum van de Universiteit Gent) aan de Predikherenlei.

Spiritualiteit[bewerken]

De Dominicaanse spiritualiteit neemt zeer verschillende vormen aan. Er is in deze orde geen sprake van een uniform karakter. Belangrijke elementen zijn de grote aandacht voor intellectuele vorming en studie, een kritische houding ten opzichte van kerk en samenleving en de inzet om de vruchten van studie en beschouwing door te geven aan anderen. De uitdrukking contemplari et contemplare aliis tradere van Thomas van Aquino, "beschouwen en het beschouwde aan anderen overdragen", wordt in dit verband vaak en terecht geciteerd. Als een orde die speciaal voor de verkondiging is bedoeld, leidde de intensieve bestudering van de Bijbel haast vanzelf tot een passie voor waarheid. Een van de lijfspreuken van de orde luidt dan ook Veritas, waarheid. De tweede taak van de orde, zielzorg, leidde ertoe dat zij vaak de biecht gingen afnemen. Al vroeg kwam de schaduwzijde hiervan in zicht toen de grote theologische kennis van de dominicanen hen bij uitstek geschikt leek te maken om aan de pauselijke inquisitie mee te werken. Enerzijds vertegenwoordigt deze orde zodoende de kern van de kerk, anderzijds bevindt zij zich feitelijk vaak heel letterlijk aan de rand van de kerk en maatschappij. Dit geeft aan het werk van dominicanen tegelijk ook een missionaire dimensie. Een verder motto luidt: laudare, benedicere, praedicare: loven, zegenen, verkondigen.

Aan de dominicaan Alanus van Rijsel wordt de invoering in de 15e eeuw van het gebruik van de rozenkrans toegeschreven. In de kunst behoort de rozenkrans tot de vaste attributen van een aantal dominicaanse heiligen. De instandhouding en bevordering van deze volksdevotie contrasteert met het intellectuele imago van de dominicanen.

Van oudsher heeft hun orde verder een democratische traditie in de keuze van de magister-generaal, provinciaals en priors en in het bestuur van provincies, kloosters en communiteiten. De dominicanen voerden al zeer vroeg het principe van beslissing bij meerderheid van stemmen in.

Het generalaat van de dominicanen is gevestigd te Rome bij de Santa Sabina, de 5e-eeuwse basiliek op de Aventijn. Eertijds was de Santa Maria sopra Minerva te Rome de hoofdkerk van de dominicanen.

Andere bekende dominicanen[bewerken]

  • Zie ook onder het kopje: 'Geschiedenis'
  • Petrus van Verona, bijgenaamd 'de Martelaar' † 1252 , Italiaans zoon, bestrijder en slachtoffer van de katharen
  • Bernard Gui, (1261-1331) Groot-Inquisiteur, bestrijder van de katharen
  • Heinrich Kramer (1430 - 1505) Duits inquisiteur en auteur van de Heksenhamer, Malleus Maleficiarum, succesvol handboek voor heksenvervolging
  • Girolamo Savonarola (1452 -1498) Italiaans theoloog, voorloper van de Reformatie, dictator van Florence, brandstapel.
  • Giordano Bruno (1548-1600) Italiaans filosoof, theoloog, wetenschapper, humanist, ketter; in Rome op de brandstapel

20ste eeuw[bewerken]

De Kerkelijke heraldiek en de Dominicanen[bewerken]

Wapen van een Dominicaan

Priesters die behoren tot de orde van de Dominicanen, kunnen volgens de regels van de Kerkelijke heraldiek een leliekruis of "croix Fleury" achter hun eventuele wapen plaatsen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]