Biecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Biechtstoel in St. Elisabethskerk te Grave
Afname van de biecht in de Oekraïense Grieks-katholieke Bernardijnenkerk in Lviv
Biechtstoel uit 1570 in de kapel van Helshoven

De biecht, ook wel boetesacrament, sacrament van de vergeving of sacrament van boete en verzoening genoemd, is een van de zeven sacramenten van de Katholieke Kerk. In dit sacrament kan de priester in Christus' naam zonden vergeven. Deze priesterlijke functie wordt biechtvader genoemd. De biecht is gebaseerd op de woorden van de apostel Johannes: "Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad." (1 Joh. 1:9)

De beschermheilige van het biechtgeheim en de biechtvaders is Johannes Nepomucenus.

Verloop van het sacrament van de biecht[bewerken]

Na de begroeting van de boeteling, belijdt deze zijn zonden en legt de priester de penitentie op en verstrekt goede raad, zodat de penitent de fouten in de toekomst kan vermijden.

Vervolgens verleent de priester de boeteling "vrijspraak en vrede" door de sacramentele absolutie, de vorm waardoor de genade van vergiffenis geschonken wordt. Er zijn drie voorwaarden voor de absolutie: de essentie van het gehele verhaal moet verteld worden, dat wil zeggen alle begane doodzonden en bij voorkeur ook de kern van de dagelijkse zonden, de boeteling moet berouw vertonen en moet het voornemen hebben zijn leven te veranderen.

Tenslotte volgen de lofprijzing, dankzegging en de wegzending met de zegen van de priester. Alhoewel de priester overal biecht kan horen, gebeurt dit volgens de kerkorde meestal in een biechtstoel in de Latijnse Kerk, terwijl de Byzantijnse en andere riten de voorkeur geven aan een open ruimte, veelal nabij de iconostase.

De essentiële vorm van het Biechtsacrament bestaat uit de woorden van de priester:

"Ego te absolvo a peccatis tuis in nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti. Amen."
"Ik ontsla u van uw zonden in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen."

Biechtgeheim[bewerken]

De priester is gehouden tot een streng biechtgeheim (sigillum)[1]. Dit betekent, dat niet alleen een rechtstreekse schending, maar ook de onrechtstreekse schending van het biechtgeheim door de priester door de Kerk bestraft kan worden. Hij kan wél proberen om, indien iemand een zware misdaad opbiecht, deze persoon te overreden daarmee naar buiten te treden en de juridische gevolgen van zijn daad te accepteren; een besluit daartoe moet echter van de zondaar zélf uitgaan.

Paasplicht[bewerken]

Als onderdeel van de paasplicht vraagt de Kerk aan iedere gelovige minstens eenmaal per jaar te biecht te gaan tussen Palmzondag en Pinksteren, omdat het een onvervangbare stap is in de ommekeer van het hart van een katholieke gelovige.

Oosters-orthodoxe Kerken en Oosters-katholieke Kerken[bewerken]

In de Oosters-orthodoxe Kerken en Oosters-katholieke Kerken kent men ook het sacrament van de biecht, die in essentie overeenkomt met de biecht zoals boven is beschreven. Men kent evenwel geen biechtstoel, maar biecht aan een lessenaar (analoj), waarop het Evangelieboek en een Kruis of een icoon van Jezus Christus zijn gelegd. De biechteling staat recht voor de analoj, de priester terzijde, als om te benadrukken dat hij slechts getuige is. In het Griekse absolutiegebed is het Christus die de zonden vergeeft. De Slavische versie is door de Latijnse beïnvloed. Daarin zegt de priester dat hij de zonden vergeeft door de volmacht die hij van God gekregen heeft.

De priester kan een epitimie (van het Griekse: επιτιμιον; "straf", "vergelding" ) opleggen. Meestal is deze opgelegde straf, ter verbetering van een berouwvolle zondaar voor overtreding van de kerkelijke regels. Het is ook een straf die vrijwillig wordt uitgevoerd door een gelovige die berouw heeft over zijn zonden. Een epitimie wordt vastgesteld en opgelegd door de biechtvader en kan bestaan uit een langdurig gebed, zwaardere vasten, geven van aalmoezen, een pelgrimage, om vergeving vragen bij degene tegen wie men een zonde heeft begaan en in extreme gevallen uitsluiting van de communie voor een bepaalde periode.

Protestante kerken[bewerken]

Naar protestantse opvatting belijdt men de zonden bij God zelf. In een aantal protestante kerken zoals de Evangelisch Lutherse kerk en de Anglicaanse kerk en ook bij de Christengemeenschap bestaat de biecht nog steeds of werd heringevoerd onder High Church-invloeden. Onder invloed van de Reformatie is de positie van het sacrament wel veranderd: God vergeeft als reactie op het berouw van de zondaar en het voornemen het leven te veranderen. De pastor heeft de rol van luisteraar (helper, leraar, trooster, etc.) en als aanzegger van goddelijk heil en genade - niet van sacramenteel bedienaar.

Trivia[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. CIC 1983, canones 983 en 984
  2. Misericordia Dei, www.rkdcocumenten.nl