Palmzondag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De intocht van Jezus in Jeruzalem, Russische icoon.
Jezus Christus wordt met palmen en klederen begroet aan de poort van de stad Jeruzalem.

Palmzondag (Latijn: Dominica in Palmis), ook wel Palmpasen genoemd, is de laatste zondag van de vastenperiode (de zondag vóór Pasen), vanouds de tweede zondag van de Passietijd, maar vooral belangrijk als eerste dag van de Goede Week. Op Palmzondag wordt door christenen de blijde intocht van Jezus Christus in Jeruzalem gevierd.

Sinds de hervorming van de liturgiekalender in 1970 wordt Palmzondag ook palmzondag van de passietijd des Heren genoemd, voorheen was dit de Tweede zondag in de Passietijd ofwel Palmzondag (Dominica II Passionis seu in Palmis). De Eerste Passiezondag (Dominica I Passionis) wordt in de klassieke Romeinse ritus gevierd op de tweede zondag voor Pasen, één zondag voor Palmzondag.

Evangeliën[bewerken]

De gebeurtenis staat beschreven in de vier canonieke evangeliën: Mattheüs 21:1-11, Markus 11:1-11, Lukas 19:28-44, en Johannes 12:12-19.

Volgens deze evangeliën kwam zes dagen voor het Pascha, op de zevende van de maand Nisan, Jezus in Bethanië en in Bethfagé. Die avond at hij met Lazarus en zijn zussen Maria en Martha. Twee van de discipelen werden erop uitgestuurd, naar "een tegenovergelegen dorpje", om een veulen op te halen "waar nog niemand op gereden heeft". Het veulen zou naast een ezelin staan; indien gevraagd moesten ze zeggen "dat de Heere het veulen nodig heeft en dat Hij het ook weer terug zou brengen". 's Ochtends vroeg, op de achtste van de maand Nisan legden de discipelen hun mantels op de rug van het dier, waarna Jezus erop ging zitten en naar Jeruzalem reed. Langs de weg stonden mensen die riepen: "Hosanna, gezegend is Hij die komt in de Naam des Heeren! Gezegend zij het Koninkrijk van onze vader David, hetwelk komt in de Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen! (Markus 11:9-10, Boek der Psalmen 118:25-26)" Ook spreidden ze hun mantels uit op de weg en haalden ze jonge takken van de bomen om die ook op de weg te leggen.

Na Jeruzalem binnengereden te zijn, ging Jezus naar de tempel. Daar was het een drukte van belang; er werd gehandeld en geld gewisseld. Jezus joeg alle handelaars de tempel uit, hun tafels gooide Hij om. Na deze schoonmaak kwamen er allerlei zieken naar Hem toe die Hij genas. 's Avonds ging Jezus weer terug naar Bethanië.


Palmzondag. Muurschildering, Khocho, Nestoriaanse tempel, 683–770 AD (Museum voor Indische Kunst, Berlijn).
Data voor Palmzondag, 2008-2020
Jaar Westen Oosten
2008 16 maart 20 april
2009 5 april 12 april
2010 28 maart
2011 17 april
2012 1 april 8 april
2013 24 maart 28 april
2014 13 april
2015 29 maart 5 april
2016 20 maart 24 april
2017 9 april
2018 25 maart 1 april
2019 14 april 21 april
2020 5 april 12 april

Katholieke traditie[bewerken]

In de Katholieke Kerk wordt Palmpasen vanouds gevierd met de zegening van palmtakken aan het begin van de H. Mis. In noordelijker streken worden deze vanwege het klimaat bijna altijd vervangen door buxustakjes, in Midden-Europa door takjes met wilgenkatjes. De priester zegent en besprenkelt met de wijwaterkwast de palmtakken met wijwater. Na de zegening volgt dan een processie met traditionele gezangen die herinneren aan het volk dat "Hosanna" riep en Jezus met gejuich in Jeruzalem binnenhaalde. Deze muziek heeft, zoals de hele dag, een wat verdrietige ondertoon, vooruitlopend op Goede Vrijdag, de dag waarop Jezus door datzelfde volk verstoten werd. Dezelfden die "Hosanna" riepen op zondag, zouden "kruisig Hem" roepen op vrijdag. Enkele van deze beroemde gregoriaanse antifonen zijn door verschillende componisten bewerkt tot polyfone muziekstukken, zoals Gloria laus et honor tibi sit en Pueri Hebraeorum (De kinderen der Hebreërs). Na de Mis worden de gezegende palmtakken thuis achter de kruisbeelden gestoken.

Op deze dag wordt als evangelielezing voor het eerst het hele lijdensverhaal van Jezus gelezen; de tweede keer is op Goede Vrijdag. In de traditionele Romeinse ritus wordt dat voor de eerste keer ook al op de zondag vóór Palmpasen, de Eerste Passiezondag of zondag Judica gedaan. Tijdens het lijdensverhaal knielen de gelovigen enige tijd na de woorden "Jesus autem iterum clamans voce magna, emisit spiritum" (Jezus slaakte andermaal een luide kreet en gaf de geest).

Orthodoxe traditie[bewerken]

In de Orthodoxe Kerk wordt Palmzondag Intocht van de Heer in Jeruzalem genoemd. Het is een van de Twaalf Hoogfeesten van het liturgisch jaar, en het begin van de Goede Week. De dag ervoor is Lazaruszaterdag en herdenkt de opstanding van Lazarus uit de dood. In tegenstelling tot het Westen, behoort Palmzondag niet tot de Grote Vasten, deze eindigt op de vrijdag ervoor. Lazaruszaterdag, Palmzondag en de Goede Week worden als een aparte vastenperiode beschouwd.

Protestantse traditie[bewerken]

Op deze zondag leggen in de protestantse kerken veel mensen openbare belijdenis van het geloof af. In sommige kerken gebeurt dit op de Tweede Paasdag of met Pinksteren. Vaak versieren kinderen een mooie palmpasentak en dragen die na afloop van de kindernevendienst mee terug in de kerk.

Lokale gebruiken[bewerken]

  • Spaans-Latijnse wereld: op en vanaf Palmzondag beginnen de grootse processies van de Semana Santa, waarin het lijden van Christus wordt uitgebeeld. Overigens kennen enkele plaatsen in Nederland en België ook dit gebruik (hoewel soberder dan in Spanje).
  • België: in Hoegaarden wordt jaarlijks nog een palmezelprocessie gehouden.

Kinderlied[bewerken]

Palm knoopen (19e eeuw)
Palmpaasoptocht in Enschede

Palmpasen komt ook in het liedje Palm Pasen voor dat in Nederland met Palmpasen wordt gezongen, als de kinderen met een palmpasenstok traditioneel over straat lopen.

palm palm pasen
hei koerei
over enen zondag
krijgen wij een ei
één ei is geen ei
twee ei is een half ei
drie ei is een paasei

Een paasstok heeft de vorm van een kruis als verwijzing naar de kruisiging van Christus op Goede Vrijdag, op deze Palmzondag die de eerste dag van de Goede Week is. Bovenaan zit een gebakken broodje in de vorm van een haan, een broodhaantje, verwijzend naar de drievoudige loochening door de apostel Petrus. Aan de stok hangen vele kleurige slingers, evenals vruchten en noten.