Paaskaars

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
deel van de serie over
kerkelijk gerei

waaronder paramenten
en liturgisch vaatwerk

Monstrans
gebruikt in de liturgie

Liturgisch vaatwerk
Vasa sacra
Miskelk · Pateen
Kelklepeltje
Ciborie · Monstrans
Pyxis · Custodiale

Vasa non sacra
Ampullen · Wijwatervat
Olievaatje
Wierookvat · Ablutievat

Paramenten
Amict · Albe · Baarkleed · Cingel
Tuniek · Dalmatiek · Fanon
Kazuifel · Manipel · Stola
Gremiale · Benedictievelum
Mijter

Koorkledij
Rochet · Superplie
Koorkap · Cappa magna
Kovel

Kelkgerei
Bursa · Kelkvelum
Ciborievelum

Kerklinnen
Corporale · Kelkdoekje
Lavabodoekje · Palla
Altaardwaal

Kerkinterieur
Altaar · Ambo
Biechtstoel · Communiebank
Doksaal · Doopvont
Faldistorium
Godslamp · Hoogaltaar
Heilig Kruisaltaar
Katheder · Preekstoel
Sedilia
Tabernakel · Volksaltaar

Liturgische boeken
Altaarmissaal
Benedictionale · Brevier
Evangeliarium · Evangelistarium
Graduale · Kyriale
Lectionarium
Psalter · Rituaal
Sacramentarium · Volksmissaal

Overige
Flambouw · Processiekruis
Altaargong · Altaarschel · Sanctusbel
Wijwaterkwast · Scheepje
Doopschelp · Lessenaar
Thabor · Antependium
Paaskaars · Adventskrans

Enige paaskaarsen

De paaskaars wordt in de paasnacht voor het eerst ontstoken en symboliseert in de katholieke en in de protestantse liturgie het licht van de verrezen Christus en wortelt in de traditie van het lucernarium. Het is een grote kaars, versierd met het kruis, de Griekse letters alfa en omega en het jaartal. In de Katholieke Kerk worden ook vijf wierookkorrels (paasnagels) toegevoegd die de vijf wonden van Christus aan het kruis symboliseren. De paaskaars wordt aangestoken in de paaswake, de belangrijkste viering van het kerkelijke jaar. De priester ontsteekt de paaskaars middels een lontje aan het paasvuur dat hij vooraf gezegend heeft. Dit kan buiten het kerkgebouw of de kapel gebeuren, waarop de diaken of priester de paaskaars plechtig binnendraagt. Ook kan een klein paasvuur in de kerk branden waaraan de kaars wordt ontstoken. Het licht van de paaskaars verdrijft de donkerte van het gebouw: de kaarsen van de gelovigen worden ontstoken aan de paaskaars. De paaskaars symboliseert daarmee het licht van Christus, die volgens de christelijke traditie het duister, het kwaad heeft overwonnen.

De paaskaars brandt verder in alle vieringen van de paastijd. Na Pinksteren brandt de paaskaars in doopvieringen en bij uitvaarten. Door de kist bij de doopvont en de brandende paaskaars te plaatsen wordt het verband met doop en verrijzenis aanschouwelijk gemaakt. In de doopviering wordt de doopkaars ontstoken aan de paaskaars, immers in de doop wordt beleden dat je met Christus gestorven en begraven bent en opstaat in een nieuw leven.

Er zijn kerken waar men de paaskaars buiten de paastijd op ieder hoogfeest ontsteekt, of zelfs op iedere zondag, de dag van de verrijzenis.