Diaken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het woord diaken komt van het Griekse woord diakonos (διακονος), dat dienaar betekent. De term komt al voor in de Bijbel: de vroegste christelijke gemeenten hadden diakens (diakenen).

Oorsprong[bewerken]

Het ambt van diaken was één van de gewijde ambten in de vroeg-christelijke Kerk. Het diakenambt is onder meer bedoeld om invulling te geven aan de christelijke barmhartigheid.

De instelling van het diaconaat staat in de Bijbel, in het boek der Handelingen van de Apostelen (hoofdstuk 6) beschreven. Omdat de hulp aan arme weduwen in de christengemeente in Jeruzalem niet goed verliep, en de apostelen daar zelf niet voldoende tijd voor hadden, besloot de christelijke gemeente, onder gebed tot God, zeven mannen te kiezen die de zorg voor de armen moesten vormgeven. Zij verzamelden middelen voor de armen en deelden die uit aan hen die dat nodig hadden. Dit is de eerste Schriftuurlijke vermelding van het diakenschap.

Als helpers van de bisschoppen van de vroege Kerk, ontvingen de mannen die uitgekozen waren om diaken te worden, de handoplegging. Deze ritus werd in de vroeg-christelijke Kerk gezien als een sacramentele handeling waaraan genade verbonden was.

Ook vrouwen konden in de vroege kerk diaken zijn [1], hoewel door de rooms-katholieke en oosters-orthodoxe Kerken betwist wordt dat dit hetzelfde diakenschap betrof als voor mannen.

Het diaconaat was niet uitsluitend gericht op de armenzorg en was niet in het laatst een functie die ook de Eucharistie en zielzorg betrof. Bovenal waren zij ook verkondigers van het Woord van het Evangelie. Vroege bronnen als de Didache en de Bijbel zelf wijzen hierop.

De Nederlandse protestantse kerken kennen diakenen. Het ambt van diaken wordt zowel door mannen als door vrouwen uitgeoefend.

Katholieke Kerk en oosters-orthodoxie[bewerken]

Een diaken getooid met paramenten volgens de Latijnse rite. De band over de linkerarm (manipel) wordt in de nieuwe misorde niet verplicht meer gedragen

Van oudsher was de wijding tot diaken de eerste van de drie hogere wijdingen in de rooms-katholieke Kerk. De dalmatiek is het liturgisch gewaad dat specifiek voorzien is voor de diaken. Onder de dalmatiek draagt de diaken de stola schuin over zijn schouder.

Permanent diaken[bewerken]

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) heeft opnieuw voorzien in een permanent ambt van diaken, voor jonge celibatairen en gehuwde mannen van rijpere leeftijd. Paragraaf 29 van de Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium handelt over deze hernieuwde vorm van diakenschap[2]. De niet-getrouwde kandidaat voor het permanente diakonaat neemt ook het celibaat op zich bij de diakenwijding.

De diaken is krachtens zijn wijding onder meer bevoegd om in de mis het evangelie te lezen en te preken, in de catechese het geloof uit te leggen, het sacrament van de doop toe te dienen en als kerkelijke getuige op te treden bij een kerkelijk huwelijk. Ook kan een priester op de gewijde diaken een beroep doen om de H. Communie uit te delen.

In de orthodoxe Kerk en oosters-katholieke Kerken is het permanent diakenschap nooit verdwenen. Veel diakens kiezen ervoor om hun hele leven lang diaken te blijven. De liturgische en pastorale functies komen overeen met die in de Latijnse Kerk. Een diaken die ook monnik is wordt een hiërodiaken genoemd. De hoogste hiërodiaken (normaliter 1 per bisdom) heet aartsdiaken. De hoogste gehuwde diaken, ook 1 per bisdom, heet protodiaken.

De gewaden van de oosterse Kerken zijn de stichaar (dalmatiek), het orarion (diakenstola) en de epimanikia (manchetten). De epimanikia worden onder het stichaar gedragen, niet erboven zoals de priesters en bisschoppen doen. De aarts- en protodiaken dragen een dubbel orarion, in de Griekse en Servische Kerk dragen ze het dubbel orarion vanaf hun diakenwijding. In de Russisch-orthodoxe Kerk verkrijgen ook niet proto- en aartsdiakens als onderscheiding het dubbele orarion.

Transeunt diaken[bewerken]

De diakenwijding als stap in de aanloop naar het priesterschap is altijd blijven bestaan, ook in het Westen. Iemand die diaken is in afwachting van zijn priesterwijding wordt sinds het Tweede Vaticaans Concilie veelal ‘transeunt diaken' (overgangsdiaken) genoemd. Het celibaat neemt de priesterkandidaat op zich bij de diakenwijding. Aan de diakenwijding ging voor diocesane diakens tot 1967 de wijding tot subdiaken vooraf, deze wijding is blijven bestaan in de traditionele broederschappen.

Protestantisme[bewerken]

In de Nederlandse protestantse Kerken is diaken een ambt. Mogelijke taken van een diaken zijn b.v.:

  • het aan de orde stellen van maatschappelijke problemen binnen de liturgie (o.a. met de voorbeden, met de collecte, het heilig avondmaal)
  • het stimuleren van gemeenteleden tot diaconaal werk
  • de traditionele 'armenzorg'
  • het namens de kerk aan de orde stellen van sociale problemen bij overheid en maatschappij

Samen met de ouderlingen en predikant vormen de diakenen het bestuur (de kerkenraad) van een plaatselijke kerkelijke gemeente. [3]

Diaconie[bewerken]

De diaconie is in de Nederlandse protestantse Kerken de rechtspersoon die wordt bestuurd door het college van diakenen in een plaatselijke kerkelijke gemeente.

Mormoonse diaken[bewerken]

In de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen ontvangen 12-jarige jongens het lagere of Aäronische priesterschap waarbij ze worden geordend tot diaken.

Organisatie van diakenen in quorums[bewerken]

De mormoonse diakenen zijn georganiseerd in quorums van twaalf of minder leden, met een quorumpresident en twee raadgevers als presidium en een secretaris om hen te ondersteunen. De bisschop stelt een volwassen adviseur aan om les en instructie te geven en te helpen bij het trainen van de quorumleden om het voorbeeld van Jezus Christus na te volgen in woord en daad. Ook helpt hij hen zich voor te bereiden op het ontvangen van het hogere- of Melchizedekse priesterschap en op hun zending.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen
  1. 1 Timoteus 3:11
  2. Paragraaf 29 van Lumen Gentium, www.diaken.nl
  3. http://www.pkn.nl/site/uploadedDocs/kerkordeord0306.pdf Kerkorde van de PKN (pagina 6)