Protestantse Kerk in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Protestantse Kerk in Nederland
Indeling
Hoofdstroming Protestantisme
Richting Gereformeerd calvinisme en lutheranisme
Voortgekomen uit Fusie Ned. Herv. Kerk, Geref. Kerken in Ned. en Evang.-Luth. Kerk in 2004
Afsplitsingen 2004: Niet meegegaan in de fusie: Hersteld Herv. Kerk, Voortgez. Geref. Kerken in Ned.
Aard
Locatie Nederland
Aantal leden 1.789.000 in 2009,[1] waarvan:
  • 855.931 belijdende leden
  • 933.328 doopleden
  • exclusief overigen (o.a. niet-gedoopte kinderen en partners van leden of doopleden)[2]
Karakter orthodox tot vrijzinnig
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen

Lutheranisme
Lutheranisme
Vrijzinnig-Protestantisme
Vrijzinnig-protestantisme
Midden-orthodoxie
Protestantse Kerk in Nederland
Modern-Gereformeerd
Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland
Orthodox Protestantisme
Calvinisme
Gereformeerd Protestantisme
Orthodox-protestantisme
Orthodox Gereformeerd
Orthodox-gereformeerden
Bevindelijk Gereformeerden
Bevindelijk gereformeerden
Evangelisch
Evangelisch Christendom

De Protestantse Kerk in Nederland (in dagelijks spraakgebruik vaak afgekort tot Protestantse Kerk of PKN) is het grootste protestantse kerkgenootschap in Nederland. Het is, na een toenaderingsproces van tientallen jaren, op 1 mei 2004 ontstaan uit een fusie van de drie Samen op Weg-kerken de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Ledenaantal[bewerken]

Het ledenaantal voor de PKN wordt jaarlijks gepresenteerd bij de Kerkbalans persconferentie, in 2009 werd een ledenaantal van 1.847.000 per 31 december 2007 (11 procent van de Nederlandse bevolking) gepresenteerd. Dit aantal is is exclusief 'overige leden of zgn. geboorteleden'.

Dit aantal is afgenomen naar 1.789.000 per 31 december 2009.[1] Het aantal PKN-leden per einde 2009 is aanzienlijk hoger indien de Nederlandse Hervormde Kerk categorie 'geboorteleden' wel meegeteld worden. Volgens deze laatste methodiek telde de PKN per 1 januari 2010 iets minder dan 2,1 miljoen leden, waarvan 0,3 miljoen overige geregistreerden/geboorteleden.[3] Echter bij de fusie in 2004 van de drie kerken die nu de PKN vormen is afgesproken om deze 'geboorteleden' niet mee te tellen. Het ledenaantal van de PKN is verder afgenomen naar 1.721.000 (10 procent van de Nederlandse bevolking per 31 december 2012 . [4]

Het aantal leden daalt gemiddeld met zo'n 2,5% per jaar met uitzondering van het jaar 2012 toen er een correctie plaatsvond. De afname wordt vooral veroorzaakt door sterfte van oudere leden (13 procent van de Nederlandse sterfgevallen in 2012) en te weinig aanwas (5 procent van alle Nederlandse geboorten) van onderaf. Daling ledentallen Protestantse Kerk ten opzichte van vorig jaar:

Jaar Absoluut  %
2013 67.150 -3,1%
2012 108.462 +5,3%
2011 52.243 -2,5%
2010 52.362 -2,4%
2009 57.873 -2,6%
2008 60.211 -2,7%
2007 62.064 2,7%

Bron: Statistische Jaarbrief 2011

Fusieproces[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Samen op Weg-proces voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Onststaan van de verschillende stromingen in Nederland
Ontstaansgeschiedenis van kerken in Nederland

Fusie[bewerken]

Op 12 december 2003 stemden de synodes van de drie aangesloten kerken na een proces van 40 jaar met de fusie in. De synodevergaderingen vonden plaats in Utrecht in de Jacobikerk (Hervormde synode), de Nicolaïkerk (Gereformeerde synode) en de Evangelisch Lutherse Kerk (Evangelisch Lutherse synode). Nog dezelfde dag werd dit feit gevierd in de Domkerk in Utrecht, in het bijzijn van Koningin Beatrix (hervormd), minister Donner van Justitie (gereformeerd) en de rooms-Katholieke kardinaal Simonis. De drie synodevoorzitters ondertekenden bij deze gelegenheid de 'Verklaring van Vereniging'.

Op 1 mei 2004 werd de fusie van de drie kerken officieel beklonken. De eerste voorzitter van de synode van de Protestantse Kerk was ds. Jan-Gerd Heetderks, voorheen voorzitter van de Gereformeerde Synode. Vicevoorzitter werd ds. Gerrit de Fijter.

Veranderingen na de fusie[bewerken]

Plaatselijke gemeenten en/of kerken binnen de fusie behielden de vrijheid zich daadwerkelijk met hun fusiepartners te verenigen, of afzonderlijk te blijven functioneren en samenkomen (zie ook: #Typen kerkgemeenten). Ook de afzonderlijke hervormd/gereformeerde en evangelisch-lutherse belijdenisgeschriften blijven voor de leden dezelfde waarde behouden.

De meeste veranderingen vonden vooral plaats op het bestuurlijke vlak, zowel op landelijk niveau als lokaal. Zo kreeg men te maken met een, voor sommige leden extra bestuurlijke laag, de classis, en gaat de hervormd/gereformeerde traditie van drie ambten (dominee, ouderlingen en diakenen) ook voor de evangelisch-luthersen gelden. Op lokaal niveau werd een aantal zaken voortaan uitsluitend behandeld door de betrokken kerkenraden, zoals deelname aan de sacramenten en de overgang van gelovigen van de ene naar de andere aangesloten kerk.

Tegenstanders van de fusie[bewerken]

Bijna honderdduizend leden van de drie Samen op Weg-Kerken gingen niet mee naar de Protestantse Kerk. Circa 125 lokale gemeenten of delen daarvan, met name uit de Gereformeerde Bond binnen de Nederlandse Hervormde Kerk, konden zich, voornamelijk om leerstellige redenen, niet met de fusie verenigen en hielden vast aan hun 'hervormde' identiteit. Toch is het overgrote deel van de Gereformeerde Bond gebleven in de nieuwe Protestantse Kerk. Hete hangijzers zijn onder meer de aanvaarding van de belijdenisgeschriften uit de lutherse traditie en de ruimte die de Protestantse Kerk aan plaatselijke gemeenten biedt om relaties tussen homoseksuelen in te zegenen. De synodale stemming over de vereniging op 12 december werd dan ook slechts op het nippertje gewonnen door de voorstanders, met 51 tegen 24 stemmen; voor afwijzing van het voorstel waren 26 tegenstemmen voldoende geweest. Deze tegenstanders van de fusie beogen de oude Hervormde Kerk voort te zetten in de Hersteld Hervormde Kerk, met ongeveer 57.500 leden.

Ook van gereformeerde zijde konden enkele gemeenten zich niet vinden in de fusie. Een zevental verenigde zich in de Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland, met ongeveer 3000 leden. Een paar predikanten, en de Gereformeerde Kerken van Westbroek en Haarlem-Centrum, zijn overgegaan naar de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ongeveer 1000 leden van de Gereformeerde Kerk te Urk konden zich niet vinden in de fusie, deze leden sloten zich aan bij de Christelijke Gereformeerde Kerken. Ook plaatselijk bestaan nog altijd gereformeerde kerken die zich niet willen verenigen met hervormde en/of lutherse gemeenten binnen een protestantse gemeente (zie ook: #Typen kerkgemeenten).

Organisatiestructuur[bewerken]

Het belangrijkste besluitvormende orgaan van de Protestantse Kerk in Nederland is de generale synode. Deze bestaat uit 79 leden. Deze leden worden afgevaardigd namens de classes. De kerk telt 79 classes die 74 predikanten, ouderlingen en diakenen afvaardigen. In de kerkorde is opgenomen dat er door de evangelisch-lutherse synode ook nog 5 leden mogen worden afgevaardigd. Om het werk enigszins hanteerbaar te houden is er ook een kleine synode, die bestaat uit afgevaardigden van de generale synode. Zij vergaderen enkele keren per jaar en houden zich vooral bezig met veel lopende zaken, zoals financiën, personeel en organisatie. De generale synode komt doorgaans twee maal per jaar bij elkaar.

De generale synode stelt ook een dagelijks bestuur aan, het zogenoemde moderamen. Dit moderamen telt vijf leden en vergadert in principe eens in de twee weken. Het moderamen kent een ambtelijk secretaris, de scriba. De scriba (secretaris) wordt voor een termijn van vier jaar benoemd uit de dienstdoende predikanten van de kerk. Vanuit zijn functie is de scriba vaak ook één van de belangrijkste woordvoerders van de kerk. De voorzitter (preses) en vicevoorzitter (eerste assessor of vicepreses) worden voor een termijn van vier jaar gekozen door de generale synode gekozen uit de leden van de synode.

De vergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij er over personen wordt gesproken. Dan gaat de vergadering in comité en moeten alle niet-synodeleden de ruimte verlaten. Naast de generale synode bestaat ook nog de evangelisch-lutherse synode. Deze heeft echter geen beslisrecht en functioneert voornamelijk als adviesorgaan.

Voorzitter[bewerken]

Vicevoorzitter[bewerken]

  • Gerrit de Fijter (2004-2007)
  • Arenda Haasnoot (2007-2011)
  • Marjoleine Engelbert (2011-heden)

Scriba[bewerken]

Karakterisering van de Protestantse Kerk in Nederland[bewerken]

De Protestantse Kerk in Nederland is een protestantse kerk, die zowel de lutherse als calvinistische traditie in zich verenigd heeft. De kerk heeft een synodale structuur. Binnen de kerk is een grote verscheidenheid aan opvattingen aanwezig, van vrijzinnig tot orthodox/bevindelijk.

Typen kerkgemeenten[bewerken]

De Protestantse Kerk kent vier soorten gemeenten:

  • hervormde gemeenten
  • gereformeerde kerken
  • evangelisch-lutherse gemeenten
  • protestantse gemeenten

Eerstgenoemde drie gemeentetypen behoorden vóór 1 mei 2004 respectievelijk tot de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk. Het betreft plaatselijke kerkgemeenten die, om wat voor reden dan ook, besloten zelfstandig binnen de PKN te blijven opereren. Protestantse gemeenten zijn kerkgemeenten waar op lokaal vlak daadwerkelijk een fusie heeft plaatsgevonden tussen hervormde gemeenten en/of gereformeerde kerken en/of evangelisch-lutherse gemeenten. In plaatsen waar een protestantse gemeente verscheidene kerkgebouwen omvat zijn vaak binnen de gemeente "wijkgemeenten" georganiseerd. Sommige protestantse gemeenten zijn (veelal hervormde dorps-)gemeenten die niet zijn gefuseerd, maar desalniettemin wel tot een naamswijziging zijn overgegaan.

Modaliteiten[bewerken]

Met het begrip modaliteit wordt een stroming van gelijkgestemden op religieus gebied aangeduid. Binnen de Protestantse Kerk bestaan de volgende modaliteiten en bijbehorende organisaties:

Bij de middengroep is oorspronkelijk sprake van twee verschillende modaliteiten: de midden-orthodoxe (hervormd) en de modern-gereformeerde (gereformeerde kerk). Als dominante modaliteiten binnen de oorspronkelijke kerken hadden zij echter niet of nauwelijks afzonderlijke organisaties. Doordat zij de motor waren achter de kerkfusie en op plaatselijk niveau doorgaans samenwerken in een protestantse gemeente, is het onderscheid tegenwoordig echter niet goed meer te maken.[5]

In een plaatselijke gemeente zijn vaak leden van verschillende modaliteiten te vinden, maar er zijn ook gemeenten met een uitgesproken karakter die grotendeels of geheel tot één modaliteit behoren. In een aantal plaatsen bestaat een aparte (wijk)gemeente voor leden van een specifieke modaliteit, los van de overige kerkleden. Dit wordt een gemeente van bijzondere aard (b.a.) of een bijzondere wijkgemeente (b.w.) genoemd. Meestal gaat het dan om een vrijzinnige gemeente in een meer rechtzinnige omgeving, of om een hervormd-gereformeerde gemeente (ook wel 'Bondsgemeente') in een minder orthodoxe omgeving.

Door de grote verscheidenheid aan meningen tot op het niveau van de (wijk)gemeente en door een aanzienlijk aandeel randkerkelijken onder de kerkleden is het moeilijk betrouwbare uitspraken te doen over de omvang van de verschillende modaliteiten. De ledenaantallen van de modaliteitenorganisaties zijn geen goede graadmeter, omdat kerkleden die tot de achterban van een modaliteit behoren, niet automatisch lid zijn of worden van de organisatie. De ledenaantallen zijn dan ook relatief laag. In 2011 hebben onderzoekers van het KASKI voor het eerst sinds het ontstaan van de Protestantse Kerk een onderbouwde schatting gegeven van het aandeel en daarmee ook het aantal 'leden' van de verschillende modaliteiten. Deze schattingen zijn gebaseerd op enquêtes onder alle kerkgemeentes. De cijfers zijn vervolgens vergeleken met de aanhang van de verschillende modaliteiten binnen de synode van de kerk.[6] Globaal genomen is de helft van de kerkleden orthodox (evangelisch, confessioneel of hervormd-gereformeerd) en de andere helft gematigd of vrijzinnig. Binnen de synode is slechts eenderde orthodox en tweederde gematigd of vrijzinnig.

Schatting aanhang modaliteiten onder kerkleden en synodeleden Protestantse Kerk, 2011
Modaliteit Aantal kerkleden Aandeel kerkleden Aandeel synodeleden
Vrijzinnig 140.000 8% 6%
Moderne midden
- Midden-orthodox
- Anders of geen
740.000
350.000
390.000
42%
20%
22%
62%
24%
38%
Evangelisch 140.000 8% 1%
Confessioneel 460.000 26% 19%
Hervormd-gereformeerd 280.000 16% 12%
Totaal 1.762.000 100% 100%
Bronnen: Trouw[6] en KASKI[7]

Recente ontwikkelingen[bewerken]

Hbo-predikanten[bewerken]

In het najaar van 2006 deed een brede studiecommissie het voorstel aan de protestantse synode om het predikantschap open te stellen voor hbo-theologen. Op dit moment is daar nog een universitaire opleiding voor nodig van 6 jaar. Dit voorstel deed een felle discussie oplaaien binnen - en ook buiten - de PKN. De belangrijkste reden voor het toelaten van hbo-theologen is de vrees dat er over enkele jaren een groot predikantentekort is. Het belangrijkste argument van tegenstanders was dat zij vinden dat predikanten de grondtalen waarin de Bijbel is geschreven moeten kennen. Op hbo-niveau wordt dat niet geleerd. Onder druk van alle bezwaren werd het rapport uiteindelijk van tafel gehaald.[8] Twee jaar later nam de PKN-synode echter een voorstel waarbij het is toegestaan dat een kerkelijk werker - met opleiding op hbo-niveau - in bepaalde gevallen - afhankelijk van de rol die hij in een kerk vervult - de status van predikant kan krijgen, en dus ook mag preken en de sacrementen mag bedienen. Dit kan echter pas nadat er "geschiktheidsbeoordeling heeft plaatsgevonden en homiletische en liturgische bijscholing is afgerond". De toelating is gebonden aan de plaatselijke situatie. De hbo-predikant kan dus niet als predikant naar een andere gemeente of werksituatie gaan zonder dat is vastgesteld dat ook in die andere situatie een hbo-predikant nodig is.[9]

Numeri - ledenregistratiesysteem[bewerken]

Er is veel te doen geweest om Numeri, een nieuw te ontwikkelen ledenregistratiesysteem. De bedoeling was een systeem te ontwikkelingen waarin leden en inkomsten konden worden geregistreerd. In beginsel was er 1,8 miljoen euro gereserveerd, maar de kosten liepen vanwege allerlei technische obstakels enorm uit de hand. Er was al 5,5 miljoen euro uitgegeven tot de PKN in juni 2008 besloot te stoppen met de ontwikkeling van het systeem.[10] Op dat moment was het systeem al uitgekleed. zo zou het niet mogelijk zijn met Numeri een financiële administratie te voeren.[11] In november 2009 besloot de (kleine) synode een nieuwe poging te wagen om een geschikt systeem te ontwikkelen. Dit zou in 2011 af moeten zijn. De kosten werden begroot op 3,7 miljoen euro.[12] In 2011 is een nieuw systeem in werking gegaan. Hierbij zijn alle voorgaande systemen in de prullenbak gegaan en werd het webbased programma LRP (Leden Registratie PKN) geïmplementeerd.

Bezuinigingen[bewerken]

Het Landelijk Dienstencentrum van de PKN in Utrecht

Vanwege een teruglopend ledenaantal dalen ook de geldelijke middelen van de PKN. De kerk is de afgelopen jaren daarom genoodzaakt op een groot aantal terreinen te bezuinigen. Zo werd in 2005 het aantal regionale dienstencentra van negen naar vier (uitgeklede) centra teruggebracht.[13] Op het Landelijk Dienstencentrum in Utrecht vielen de laatste jaren - en ook de komende jaren - met enige regelmaat ontslagen. Mogelijk moet in de toekomst het Landelijk Dienstencentrum verhuizen uit het huidige gebouw in Utrecht.[14] Verder wordt er sterk bezuinigd op de kosten, zoals de hoeveelheid publicaties. Ook moeten lokale gemeenten meer gaan betalen voor het afnemen van bepaalde diensten.[15] Andere posten waar onder andere op bezuinigd wordt zijn de studentenpastoraten en de relaties met buitenlandse kerken.[16][17] In de toekomst moet er veel meer met vrijwilligers worden gewerkt.[18]

Israël-standpunt[bewerken]

Begin 2010 brak er een discussie uit over het Israël-standpunt van de PKN. Dit gebeurde naar aanleiding van een brief die het moderamen van de generale synode van de kerk had gestuurd aan de staat Israël. Daarin schreef zij dat Israël zich het lot van de Palestijnse bevolking moest aantrekken en vroeg ze om een aantal concrete maatregelen te nemen om de rechten van Palestijnen meer te respecteren.[19] De Israëlische ambassadeur in Nederland liet weten de brief erg eenzijdig te vinden. Bovendien zouden positieve ontwikkelingen worden genegeerd.[20] Vertegenwoordigers van het Confessioneel Gereformeerd Beraad, de Confessionele Vereniging, de Gereformeerde Bond en het Evangelisch Werkverband lieten weten het jammer te vinden dat de brief was verstuurd.[21]

'Atheïstische dominee' Hendrikse[bewerken]

Een boek van de protestantse dominee Klaas Hendrikse, waarin hij God niet als een bestaand wezen maar als een 'gebeuren' schetst, zorgde voor veel onrust binnen en buiten de kerk. Een tuchtprocedure strandde uiteindelijk op regionaal niveau, omdat de Zeeuwse classis vond dat een discussie maar tot "weinig klaarheid" zou leiden. In november 2010 nam de synode van de PKN een rapport aan - in reactie op Hendrikse - waarin gesteld werd dat er in de kerk ruimte is voor verschillende opvattingen, maar dat niet alles over God kon worden gezegd. De constatering was dat de PKN het geloof belijdt in de drie-enige God.[22]

Pioniersplekken[bewerken]

De afgelopen jaren heeft de Protestantse Kerk meerdere pioniersplekken opgezet. De komende jaren zal dit aantal verder groeien. Pioniersplekken zijn nieuwe kerkgemeenschappen. De bekendste daarvan zijn een protestants klooster in Jorwerd en Mijnkerk.nl, de eerste digitale kerk van Europa. In april 2014 werd de eerste pioniersplek, namelijk Crosspoint in Nieuw-Vennep zelfstandig.[23]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Voetnoten

  1. a b Kerkbalans
  2. In de Nederlandse Hervormde Kerk heetten niet-gedoopte kinderen van (doop)leden 'geboorteleden'. De Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk kenden geen 'geboorteleden'.
  3. Idem.
  4. grote kerken verliezen samen 88 duizend leden
  5. Zo komt het voor dat (voormalige) leden van een gereformeerde kerk zichzelf midden-orthodox noemen. Zie bijvoorbeeld Gereformeerde Kerk Siddeburen, onder het kopje Wie zijn wij?: "De Gereformeerde Kerk van Siddeburen is een kerk met in meerderheid midden-orthodoxe leden. Een minderheid van haar leden kan tot de modern-gereformeerden gerekend worden. Een pluriforme kerk."
  6. a b Gematigde midden overheerst in PKN (Trouw, 9 september 2011), op basis van: G. de Jong & J. Kregting (2011), Stromingen en hun sympathisanten binnen de Protestantse Kerk. Religie & Samenleving 6 (2).
  7. Kerncijfers 2011 Overige kerkgenootschappen
  8. PKN aan vooravond belangrijke synode, Reformatorisch Dagblad, 18 april 2007
  9. Hbo-opleiding predikant is geen sluiproute, Nederlands Dagblad, 28 april 2009
  10. PKN ontwikkelt Numeri niet verder, Nederlands Dagblad, 9 juni 2008
  11. 'Numeri' in uitgeklede versie, Nederlands Dagblad, 23 november 2007
  12. Instemming voor bouw ledenregistratie PKN, Nederlands Dagblad, 27 november 2009
  13. Het onderzoek: Het debâcle van de regionale dienstencentra, De Ochtenden, 16 november 2006
  14. Directeur over riante huisvesting Protestantse Kerk in Utrecht, Friesch Dagblad, 26 augustus 2010
  15. PKN-organisatie krimpt verder in, Friesch Dagblad, 17 maart 2006
  16. Studentenpastoraat ook voor orthodoxen, Nederlands Dagblad, 6 november 2008
  17. PKN moet ’bezuinigen’ op buitenlandse relaties, Trouw, 23 maart 2007
  18. Plan om Protestantse kerk drastisch af te slanken, Trouw, 18 maart 2006
  19. PKN schrijft brief aan Israëlische overheid, Nederlands Dagblad, 18 februari 2010
  20. Ambassadeur Israël gispt PKN om brief, Nederlands Dagblad, 22 februari 2010
  21. Opnieuw kritiek op PKN-brief aan Israël, Nederlands Dagblad, 23 februari 2010
  22. PKN-synode: Antwoordnota van kerk op Klaas Hendrikse voldoet, Trouw, 12 november 2010
  23. Protestantse pioniersplek zelfstandig, Nederlands Dagblad, 2 april 2014