Bevindelijk gereformeerden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen

Lutheranisme
Lutheranisme
Vrijzinnig-Protestantisme
Vrijzinnig-protestantisme
Midden-orthodoxie
Protestantse Kerk in Nederland
Modern-Gereformeerd
Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland
Orthodox Protestantisme
Calvinisme
Gereformeerd Protestantisme
Orthodox-protestantisme
Orthodox Gereformeerd
Orthodox-gereformeerden
Bevindelijk Gereformeerden
Bevindelijk gereformeerden
Evangelisch
Evangelisch Christendom

Dorpskerk Hersteld Hervormde Gemeente te Staphorst
Gereformeerde Gemeente te Barendrecht
Jachin Boazkerk (Oud Gereformeerde Gemeente) te Urk
Hersteld Hervormde Jongerendag 2005 te Amersfoort
Verspreiding van de bevindelijk gereformeerden over Nederland: SGP-stemmers per gemeente bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010

Bevindelijk gereformeerden vormen een orthodox-protestantse groepering, die zich binnen het gereformeerd protestantisme en specifiek van orthodox-gereformeerden onderscheiden door grote nadruk te leggen op het belang van bevinding of persoonlijke geloofservaring. Door het vasthouden aan oude gebruiken en het afwijzen van bepaalde technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen zijn zij tevens als sociologische groep in de samenleving te onderscheiden.

De groep is voortgekomen uit calvinisten die na de Reformatie van de zestiende eeuw, waaruit de protestantse kerken zijn ontstaan, zijn meegegaan in de vroomheidsbeweging van de Nadere Reformatie. Het persoonlijk ervaren of 'bevinden' van het christelijke geloof en het leven naar de Bijbel als het onfeilbaar Woord van God staan hierbij centraal. Doordat de Bijbel niets zegt over het gebruik van nieuwe technieken, zoals televisie en internet, gaat men hier erg terughoudend mee om. Wetenschappelijke ontwikkelingen, zoals inenting, en voorzieningen als verzekering worden soms afgewezen als zij mogelijk de uiting van Gods wil of voorzienigheid belemmeren.

In het dagelijks leven onderscheiden bevindelijk gereformeerden zich, door in een bijna volledig ontzuilde samenleving gebruik te blijven maken van eigen reformatorische organisaties. Zo zijn er eigen scholen, verzorgings- en verpleeghuizen, een werkgevers- en werknemersverbond (RMU), een krant (RD) en een politieke partij (SGP). In kerkelijk opzicht bestaat er echter grote verdeeldheid, mede als gevolg van een strikte naleving van het geloof en het grote belang van persoonlijke geloofsbeleving.

De rol en positie van de vrouw binnen de groep is sterk gebaseerd op de Bijbel. Daarnaast gelden met name voor vrouwen aparte kledingvoorschriften, die grote overeenkomsten vertonen met die in het oosters-orthodox christendom en het orthodox jodendom.

Typering en omvang[bewerken]

Achtergrond, organisatie en omvang[bewerken]

De volgende kerkelijke groeperingen kunnen als bevindelijk gereformeerd getypeerd worden:

Verder bestaan er ook zogenaamde thuislezers. Hun aantal wordt geschat op 3000 tot 6000.[1] Dit zijn niet allen bevindelijk gereformeerden, echter wel voor het grootste deel.

Bevindelijk gereformeerden kennen veel 'eigen' instellingen, waaronder een krant, (het Reformatorisch Dagblad). Verder zijn er er 'eigen' tijdschriften (onder meer Terdege en de Gezinsgids), scholengemeenschappen, zorginstellingen en een eigen vakbond en werkgeversorganisatie (de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU)). Er wordt daarom ook wel van een 'reformatorische zuil' gesproken. Omdat deze zuil ontstaan is terwijl elders de verzuilde organisaties verdwenen of deze hun verzuilde karakter verloren, wordt deze ontwikkeling beschouwd als een voorbeeld van herzuiling.

De bevindelijk gereformeerden moeten niet verward worden met de leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland, soms gewoon of synodaal gereformeerd of alleen gereformeerd genoemd. De bevindelijk gereformeerden moeten ook onderscheiden worden van de groep die nu meestal wordt aangeduid als orthodox-gereformeerden. Deze groepering is onder meer te vinden in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken. De orthodox-gereformeerden, hoewel orthodox in de leer, leggen veel minder nadruk op de bevinding en onderscheiden zich ook in levensstijl veel minder van niet-gereformeerden. In de volksmond worden bevindelijk gereformeerde kerken ook wel zwartekousenkerken genoemd. Deze bijnaam heeft een negatieve connotatie waardoor de leden van deze kerkgenootschappen zichzelf zo niet noemen. De benaming is afgeleid van de kleding die met name in het verleden door vele vrouwen uit deze kerken op zondag en soms de week door gedragen werd.

De cijfermatige schattingen over deze groep lopen wat uiteen. Volgens het enige recente onderzoek naar het aantal bevindelijk gereformeerden was in 2005 het aantal 220.980.[2] Dit aantal is exclusief het bevindelijke deel van de Gereformeerde Bondsgemeenten in de PKN, die naar schatting een achterban van 290.000 leden hebben,[3] en de circa 20.000 leden van het Bewaar het Pand-deel in de Christelijke Gereformeerde Kerk. In het overzicht hieronder zijn deze twee groepen wel opgenomen. Doordat een grote minderheid binnen de achterban van de Gereformeerde Bond eerder als orthodox-gereformeerd aangemerkt kan worden, en bovendien van de meeste groepen geen exacte ledenaantallen voorhanden zijn, is het precieze aantal bevindelijk gereformeerden echter moeilijk te bepalen.

Het aantal aanhangers van de meeste bevindelijke kerkgenootschappen blijft ofwel gelijk of neemt licht toe.

Ledenaantallen bevindelijk gereformeerde kerkgenootschappen
Kerkgenootschap Ledental Datum
Protestantse Kerk in Nederland (Gereformeerde Bond) * 290.000 schatting
Gereformeerde Gemeenten 106.002 1 januari 2013
Hersteld Hervormde Kerk 58.821 1 januari 2014
Gereformeerde Gemeenten in Nederland 24.037 1 januari 2014
Christelijk Gereformeerde Kerk ('Bewaar het Pand') 20.000 schatting
Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland 18.500 schatting
Vrije gemeenten 5.500 schatting [4]
Thuislezers 3.000 schatting
Gereformeerde Gemeenten in Nederland (buiten verband) 1.500 schatting
Totaal 527.360 schatting
* een minderheid van deze leden is orthodox en niet bevindelijk gereformeerd

Geografische verspreiding[bewerken]

Bevindelijk gereformeerden wonen geografisch gezien vooral in een strook die loopt van Walcheren tot Staphorst, de zogenaamde Bijbelgordel. Door verhuizing vanuit de grote steden en door de gezinsgrootte neemt de concentratie van bevindelijk gereformeerden in deze strook toe.[5] Hierdoor groeien veel kerkelijke gemeenten en worden er nieuwe en grote kerken gebouwd tot zo'n 3000 zitplaatsen.[6]

De 25 grootste reformatorische kerkelijke gemeenten in Nederland zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Hervormde gemeenten binnen de Protestantse Kerk in Nederland, die geheel of gedeeltelijk behoren tot de Gereformeerde Bond, zijn in dit overzicht buiten beschouwing gelaten. Veel van deze hervormd-gereformeerde gemeenten hebben niet uitsluitend bevindelijk-gereformeerde leden. De grootste hervormd-gereformeerde gemeenten in Nederland - de hervormde gemeenten van Veenendaal, Ede, Rijssen, Katwijk aan Zee (helft), Putten, Ridderkerk, Barneveld, Huizen - hebben elk tussen de 5.000 en 15.000 leden.

Naam bevindelijk gereformeerd[bewerken]

De bevindelijke gereformeerden worden in sociologische literatuur met deze naam aangeduid. Gereformeerd wil hierbij zeggen dat binnen deze groep wordt vastgehouden aan de Bijbel zoals deze in de reformatorische traditie wordt uitgelegd. Dit betekent dat de mensen van deze groep orthodox-christelijke standpunten huldigen op de leer en de levenswandel. Die orthodox-christelijke standpunten zijn geformuleerd in de Drie Formulieren van Enigheid, te weten de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Bevindelijk wil zeggen dat de waarheid van de Bijbel, de geloofsleer, niet alleen begrepen moet worden met het verstand maar ook aanvaard moet worden met het hart (bevinden = ervaren). Bij het hart moet dan niet gedacht worden aan het cognitieve maar aan het meer emotionele aspect van geloven. Bevindelijke gereformeerden zullen veel aandacht geven aan ervaringskennis van zonde en van genade. De beleving van de leer van de Bijbel staat binnen deze groep in hoog aanzien en is noodzakelijk tot het heil.[10] Een belangrijk kenmerk van bevindelijken is dat zij proberen te leven in de trits ellende-verlossing-dankbaarheid, en hun persoonlijke status voortdurend hieraan afmeten. De mens wordt door God overtuigd van zijn zondige en ellendige staat. Erkenning hiervan leidt tot verlossing door Jezus Christus. Dankbaarheid of levensheiliging is vervolgens de nieuwe levenshouding. Dit proces kan zich soms in enkele minuten voltrekken, maar zal over het algemeen een levenslang proces en levenslange worsteling zijn, omdat een mens steeds weer terugvalt in de zonde.

Oorsprong[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Protestantisme in Nederland
Onststaan van de verschillende stromingen in Nederland
Ontstaansgeschiedenis van kerken in Nederland
De Synode van Dordrecht, 13 november 1618
Hendrik de Cock in 1829
Reformatorische jongeren
Oud Gereformeerde Gemeente te Amersfoort (De Muurhuizenkerk)

De bevindelijk gereformeerden hebben hun oorsprong in het 17e-eeuwse Nederland. In de kerk was er toen een vroomheidsbeweging, de Nadere Reformatie. Deze beweging had kernen in Zeeland en rond Utrecht. Voorts was deze beweging ook in Zuid-Holland, onder andere in Dordrecht, sterk aanwezig. Predikanten en theologen hebben deze beweging krachtig gesteund. Vooral de Utrechtse hoogleraar Gisbertus Voetius was een belangrijk man. Hij kan gezien worden als de vader van de Nadere Reformatie. De boeken van de predikers van de Nadere Reformatie worden door de bevindelijk gereformeerden nog steeds gelezen. Ook worden deze boeken nog regelmatig herdrukt. Velen in bevindelijk-gereformeerde kring zijn ook in staat om het 17e-eeuwse Nederlands, inclusief de gotische letter, waarmee de boeken in de 17e eeuw werden gedrukt, moeiteloos te lezen.

In de 18e eeuw heeft de Nadere Reformatie op verschillende manieren van zich doen spreken. Steeds opnieuw riepen haar vertegenwoordigers land en overheid op tot een terugkeer naar de Bijbelse beginselen. Een bekende vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie in de 18e eeuw is Theodorus van der Groe, een predikant in Rotterdam-Kralingen.

In de 19e eeuw ontstond onenigheid in de Nederlandse Hervormde Kerk over de Bijbelse leer. Dit leidde uiteindelijk tot de Afscheiding in 1834. De vader van deze afscheiding was ds. Hendrik de Cock uit Ulrum. Binnen de Afscheiding vonden sommige bevindelijk gereformeerden een plaats. Ook kwamen zij in de 19e eeuw wel samen in conventikels of gezelschappen, particuliere bijeenkomsten waar werd gesproken over geestelijke zaken, gebeden, gelezen in de Bijbel of in een van de boeken van de Nadere Reformatie.

In het begin van de 20e eeuw heeft ds. Gerrit Hendrik Kersten een deel van de bevindelijk gereformeerden in een kerkverband bijeen gebracht, de Gereformeerde Gemeenten.[11] Dit gebeurde in 1907. Kersten gold als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de bevindelijk gereformeerden. Ook in de 21e eeuw is zijn invloed merkbaar onder de bevindelijk gereformeerden. Kersten publiceerde onder meer een dogmatisch handboek, De Gereformeerde Dogmatiek, voor de gemeenten toegelicht, dat nog steeds in gebruik is binnen de verschillende Gereformeerde Gemeenten. In 1953 vond een scheuring plaats in de Gereformeerde Gemeenten, waarna de Gereformeerde Gemeenten in Nederland ontstonden. De oorzaak van deze scheuring was het afzetten van dr. C. Steenblok. Naast de twee genoemde kerkverbanden waren in 1948 de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland ontstaan. Verder bestonden er een groot aantal Nederlands Hervormde gemeenten die als bevindelijk konden worden gekenschetst. Deze hervormde gemeenten maakten het grootste deel uit van de bevindelijk gereformeerde bevolkingsgroep, maar hun aandeel is de loop der jaren kleiner geworden ten gunste van de afgescheiden gemeenten.

In de jaren '60 en '70 werden de bevindelijk gereformeerden beter zichtbaar in de samenleving, vanwege onder meer het afwijzen van televisie, het niet willen dragen van broeken. Terwijl in de grote kerkgenootschappen tradities als het bedekken van het hoofd door vrouwen in de erediensten verdwenen hielden ze in de bevindelijk gereformeerde gemeenten stand en vormden juist een kenmerk van deze groep. Opmerkelijk is dat juist de behoudende kerken het meest gespaard bleven van secularisatie en een gestage groei vertoonden. De Gereformeerde Gemeenten groeiden van 58.000 leden in 1953 naar 105.000 leden in 2011, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland van 11.000 leden in 1956 naar 24.000 leden in 2012. Wat ook veranderd is, is dat voorheen Rome als een groot gevaar werd gezien, terwijl men later in de secularisatie en (nog recenter) de Islam grotere vijanden zag. De Gereformeerde Gemeenten speelden als grootste kerkverbond een centrale rol bij het oprichten van verschillende eigen organisaties als scholen en zorginstellingen. In 1971 werd een eigen dagblad opgericht, het Reformatorisch Dagblad. Tussen 1975 en 1990 werden zes reformatorische scholengemeenschappen opgericht, alsmede een eigen MBO en HBO-opleiding. In 2004 splitste als gevolg van het Samen op Weg proces het bevindelijk gereformeerde deel van de Nederlands Hervormde Kerk zich grotendeels af en vormde vanaf die tijd de Hersteld Hervormde Kerk. Een gedeelte bleef binnen de Protestante Kerk in Nederland, al is het deel dat echt de kenmerken van de bevindelijk gereformeerden heeft (kleding, televisie e.d.) marginaal geworden.

De groei van het bevolkingsdeel concentreert zich in de Bijbelgordel. Men trekt naar plaatsen waar veel eigen voorzieningen zijn. Gevolg hiervan is dat kerkelijke gemeenten in de grote steden en buiten de Bijbelgordel kleiner worden. In 1950 telden bijvoorbeeld de Gereformeerde Gemeenten van Rotterdam 7497 leden, terwijl de latere groeikernen Hendrik-Ido-Ambacht en Ridderkerk samen 1533 leden telden. Vijftig jaar later zijn er in Rotterdam 1587 leden over, terwijl Hendrik Ido Ambacht en Ridderkerk, samen met de later gestichte gemeenten Capelle en Krimpen aan den IJssel 7272 leden tellen. De grootste groei van de bevindelijk gereformeerden vindt overigens plaats op de westflank van de Veluwe[12] en in de Betuwe.[13]

Het verschijnen van de Herziene Statenvertaling in 2010 ligt gevoelig binnen de bevolkingsgroep en zorgt voor veel interne discussie. Binnen de Hervormde gemeenten en in de Christelijk Gereformeerde Kerk wordt de herziene vertaling op grote schaal aanvaard. In de andere kerkverbanden wordt ze doorgaans afgewezen.

Kenmerken[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden leggen grote nadruk op de betekenis van de Bijbel voor de ware leer en de goede levenswandel. De Bijbel is de norm en bron voor hun leven. Zij aanvaarden de Bijbel als een volstrekt goddelijk boek met absoluut gezag. In de Bijbel spreekt, volgens de bevindelijk gereformeerden, God tot mensen. Vanuit deze gedachte ontwikkelen zij een geheel eigen levensstijl. Vaak wordt de Bijbel het Woord van God genoemd. Allerlei moderne exegese wordt afgewezen.[14] C.L. Janse geeft in zijn proefschrift de volgende vier kenmerken aan de bevolkingsgroep:

  • Kerkelijke riten - het handhaven van de zondagsrust met als norm: tweemaal per zondag naar de kerk, tijdens de kerkdiensten worden vrijwel uitsluitend psalmen gezongen, relatief weinig gemeenteleden nemen aan het avondmaal deel;
  • Politiek en maatschappelijk gedrag - de SGP vertegenwoordigt deze bevolkingsgroep in de politiek, het Reformatorisch Dagblad in de media, televisie wordt afgewezen;
  • Taalgebruik - een sterke voorkeur voor de Statenvertaling van de Bijbel, voor geestelijke zaken bestaat een eigen (archaïsche) woordenschat: de tale Kanaans;
  • Kleding - vrouwen en meisjes hebben tijdens de kerkdienst een hoofddeksel op, de predikanten gaan ook door de week in het zwart gekleed. Zeker tijdens de kerkdiensten dragen vrouwen en meisjes geen mannenkleding (broeken).

Hieronder worden een aantal kenmerken nader toegelicht:

Plaats van de zondag[bewerken]

In de Tien Geboden wordt in het vierde gebod gewezen op de rustdag. Voor de joden is dit de zevende dag. Vanwege de lichamelijke opstanding van Jezus uit de dood op de eerste dag van de week houden de meeste gereformeerden de rustdag op zondag. De bevindelijk gereformeerden hechten aan een strikte heiliging van de zondag. Deze dag staat geheel in het teken van de dienst van God. Echter de kerkgang neemt ook onder de bevindelijken af, twee maal (en in een klein gedeelte van de Bijbelgordel driemaal) gaan de bevindelijken op deze dag naar een kerkdienst. In zo'n kerkdienst wordt -vaak iso-ritmisch- gezongen uit de Psalmen, er wordt een gedeelte uit de Bijbel gelezen, en er wordt door de voorganger uitgebreid gebeden. Centraal in de eredienst staat de preek die in lengte kan variëren van drie kwartier tot ruim een uur. Als er twee diensten zijn dan is de eerste dienst een eredienst waar het brengen van de eer aan God centraal staat. De tweede dienst is een leerdienst waarbij in veel gevallen de Catechismus wordt behandeld. In gemeenten waar geen predikant is worden preken voorgelezen door ouderlingen, die eerder door predikanten geschreven zijn.[15] Ook diakenen mogen kerkrechtelijk een preek lezen, wat vooral in kleinere gemeenten dikwijls gebeurt.[16]

Bevindelijk gereformeerden zullen zondagsarbeid zo veel mogelijk mijden.[17] Uitzondering daarop zijn werkzaamheden die als noodzakelijk worden beschouwd, zoals medische zorg, politie, en zorg voor dieren binnen de agrarische sector. Men zal deze dag niet willen gebruiken om uit te gaan, inkopen te doen of ver te reizen. Bij voorkeur wordt de zondag doorgebracht in de kring van het gezin.

In gezinsverband wordt vaak getracht de zondag op godsdienstige wijze door te brengen. Tot in hoeverre dat gebeurt verschilt sterk per gezin. Men praat bijvoorbeeld na over de preek, leest boeken, zingt gezamenlijk psalmen of geestelijke liederen of speelt gezamenlijk een spel.

Dagelijks leven[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden kenmerken zich door een strikte levenswandel in gehoorzaamheid aan de Tien Geboden. Echter, ook al wijzen ze bepaalde ontwikkelingen radicaal af, het met geweld en gewetensdwang opdringen van een bepaalde gedachte wordt afgewezen. Slechts in woord en daad wil men getuigen. Anderen moeten door de kracht en de werking van Gods Heilige Geest bekeerd worden. Van publieke demonstraties van ongenoegen heeft men in deze kring veelal een afkeer. Een bevindelijk gereformeerde zal ook niet snel meedoen aan massale uitingen van protest. De Bijbel wordt gezien als het onfeilbare Woord van God. Daarom is de Bijbel het richtsnoer voor leer en leven. Men is gewend dagelijks verschillende keren een stuk uit de Bijbel (in de Statenvertaling) te lezen. Vaste momenten waarop de Bijbel open gaat zijn het opstaan, het naar bed gaan, en de maaltijden. Veel mensen gebruiken daarbij regelmatig een van de vele dagboeken, waarin voor iedere dag een te lezen Bijbelgedeelte staat en een korte overdenking naar aanleiding van dat gedeelte.

Waarde van het gezin[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden kennen grote waarde toe aan het gezin. Het leven speelt zich ook voor een belangrijk deel in huis en in het gezin af. Kinderen worden beschouwd als een bijzondere gave van God. Door de kinderen wil God zijn koninkrijk bouwen. Kinderen worden in bevindelijk gereformeerde kring daarom niet genomen maar ontvangen. Ook komen in deze kring veel grotere gezinnen voor. Het is bepaald niet opvallend in deze kring als ouders tussen de vijf en tien kinderen hebben. Ook komen er wel gezinnen voor met meer dan tien kinderen. De kinderen hebben een zeer speciale positie. Er zijn gemeenten waar de kinderen binnen enkele weken worden gedoopt, maar daar is geen regel voor. De ouders beloven bij de kinderdoop hun kinderen een Bijbelse opvoeding te geven. De vrouwenemancipatie wordt door de bevindelijk gereformeerden met enig wantrouwen bezien. Zij bepleiten de centrale plaats voor de moeder in het gezin. De opvoeding van kinderen krijgt prioriteit boven een carrière. Vrouwen zijn vaak actief in het vrijwilligerswerk en in de mantelzorg. Kinderopvang buitenshuis wordt soms ontmoedigd.[18] Sinds enkele jaren komt men vrouwen uit deze kerken ook regelmatig tegen in het hoger en wetenschappelijk onderwijs. Arbeid wordt als een belangrijke deugd gezien, onder bevindelijk gereformeerden is de werkloosheid zeer laag. Dit maakt hen tot gewilde arbeidskrachten. Veel bedrijven uit Rotterdam wierven bijvoorbeeld in het verleden daarom bewust arbeiders uit Goeree-Overflakkee.

Kleding[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden vinden op grond van de Bijbel dat mannen en vrouwen wel gelijkwaardig zijn maar niet gelijk: de taken van mannen en vrouwen verschillen. Deze verschillen moeten tot uitdrukking komen in de kleding. Voor grote delen van de bevindelijk gereformeerden moet een vrouw een rok of jurk dragen en is een broek meer dan ongepast. Zowel de man als de vrouw moet netheid en zedigheid uitstralen. Kleding die aanstoot geeft zien zij als een overtreding van het zevende gebod van de Tien geboden. Overigens denken oosters-orthodoxe christenen en orthodoxe joden precies zo over kleding. De leefregels voor oosters-orthodoxen (met name Oudgelovigen), orthodoxe joden en bevindelijk gereformeerden lijken sterk op elkaar. In de praktijk komt het erop neer dat vrouwen lang haar hebben, een rok dragen en op zondag tijdens de kerkdienst hoofdbedekking in de vorm van een hoed of een baret dragen. Mannen daarentegen nemen hun hoed af, wanneer zij het Godshuis binnengaan. Hierbij wordt dan vaak verwezen naar een passage in 1 Korinthe 11.[19]

Distantie[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden ervaren de huidige cultuur als een gegeven, maar soms ook als een belasting. De praktijken rond bijvoorbeeld seksualiteit los van het huwelijk worden door velen afgewezen. In dit verband is men zeer kritisch richting moderne muziek en moderne media. Bij velen ontbreekt in het gezin bijvoorbeeld een televisietoestel.[20] In sommige kerken is bezit van televisie of computer met open internet censurabel.[21] Ook de bioscoop wordt daarom afgewezen. In het gezinsleven tracht men een zekere afstand tot de omringende wereld te bewaren. Dat neemt echter niet weg dat velen wel voluit functioneren in het maatschappelijk bestel.

Vaccinatie en verzekering[bewerken]

Een minderheid (circa 30%)[22] binnen de bevindelijk gereformeerden wijst vaccinatie af als in strijd met Gods voorzienigheid. De Heidelbergse Catechismus stelt immers: dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, en zelfs ook, dat alle dingen voor mij tot mijn zaligheid moeten dienen (zondag 1). Behandeling van ziekte wordt echter niet afgewezen.

Door de weigering van vaccinatie is deze kring in het verleden vaak negatief in de publiciteit gekomen. In 1978 was er in Nederland een polio-epidemie op de Veluwe (vooral in de dorpen Elspeet, Nunspeet, Uddel) en Staphorst waarbij meer dan 100 personen besmet raakten. De laatste polio-epidemie in Nederland was in 1992 in Streefkerk. Bij alle recente polio-uitbraken in Nederland waren de lijders om religieuze redenen niet ingeënt. Doordat de mensen die niet gevaccineerd zijn regionaal geclusterd zijn, wordt de kans op epidemieën vergroot. Tijdens de laatste kleine polio-epidemie in 1992, werden daarom alle bewoners in de Bijbelgordel opgeroepen om zich (eventueel opnieuw) toch tegen deze gevaarlijke ziekte te laten inenten.

In 1999 en 2013 vond er een epidemie van mazelen plaats onder niet-gevaccineerden in de Bijbelgordel. In 2008 heerste voor het eerst in twintig jaar een bofepidemie. Het virus werd in april 2008 gesignaleerd in de streek tussen Zeeland en de Veluwe, waar veel orthodox-protestanten wonen die zich niet laten inenten.[23]

Een heel klein deel (enkele procenten) van de kring wijst ook verzekering af om dezelfde reden.[24] Als gemoedsbezwaarden zijn zij bij de Belastingdienst vrijgesteld van premies voor volksverzekeringen; zij moeten dan ter compensatie extra belasting betalen. Het percentage bevindelijk gereformeerden dat nog bezwaar maakt tegen vaccinatie en verzekering neemt af. Men vindt de bezwaarden vooral onder leden van de (Oud) Gereformeerde Gemeenten in Nederland, twee kleinere kerkverbanden.[25] De vaccinatiegraad varieert van ruim 85% (Christelijk Gerformeerde Kerken, Bewaar en het Pand en de Gereformeerde Bond), 50-75 % in de Gereformeerde Gemeenten en de Hersteld Hervormde Kerk en minder dan 25% in de eerder genoemde kleinere kerkverbanden.[26]

Homoseksualiteit[bewerken]

Bevindelijk gereformeerden maken onderscheid tussen homofilie als geaardheid en homoseksualiteit als het praktiseren ervan. De homofiele persoon wordt in deze kring niet afgewezen, wel neemt men afstand van de homoseksuele praktijk. Hiervoor beroept men zich op de Bijbel. In Romeinen 1:27[27] schrijft de apostel Paulus over de homoseksuele leefwijze en hij typeert dit als 'schandelijkheid'. De bevindelijk gereformeerden zien hierin een duidelijke afwijzing van de homoseksuele praktijk. Het homohuwelijk wordt door hen ook radicaal afgewezen.[28]

Taalgebruik[bewerken]

Titelpagina van de eerste Statenvertaling
Titelpagina van de eerste Heidelberger Catechismus
Een reformatorische kerkdienst. Foto genomen in de HHK van Doornspijk tijdens een zendingsdienst

De bevindelijk gereformeerden bespreken hun geestelijke ervaringen met behulp van een eigen taalgebruik. Dit taalgebruik is sterk beïnvloed door de Statenvertaling. (Die invloed, zij het wat minder sterk, is ook in het hedendaags Nederlands te bespeuren.) Een kleine minderheid gebruikt ook allerlei verkleinwoorden (zoals wegje, plaatsje, hoopje, hartje, geloofje, zuchtje, etc.) veelvuldig. Deze gewoonte heeft men overgenomen van het Duitse piëtisme (waar men zelfs van Jesulein, "Jezusje", sprak). Het vraagt van een buitenstaander inspanning en aandacht om dit taalgebruik te onderkennen en te wegen. Onder elkaar noemen deze mensen dit de Tale Kanaäns. Het draagt een enigszins verouderd karakter en is sterk gestempeld door Vroegmodern Nederlandse uitdrukkingen. In 1972 is dit taalgebruik systematisch en wetenschappelijk in kaart gebracht door Cees van de Ketterij in zijn dissertatie De weg in woorden.[29]

Een voorbeeld dat men in vroeger tijd veelvuldig aantrof: och mocht het de Heere eens komen te behagen ons te vergunnen een afstralinkje en een blijkje Zijner goedertierenheden dat zal zijn gelijk een droppelken van levend water in een dood en levenloos zondaarshart.

Ook onder deze bevolkingsgroep staat de ontwikkeling niet stil. Met name jongeren willen graag de oude taal aanpassen aan het hedendaags spraakgebruik. Onlangs is de Herziene Statenvertaling verschenen. Dit initiatief heeft veel steun gekregen, al was er ook verzet uit de hoek van de Gereformeerde Bijbel Stichting (GBS). De landelijke synode van de Gereformeerde Gemeenten heeft in 2011 de Herziene Statenvertaling afgewezen voor gebruik in kerk en gezin,[30] de synode van de Hersteld Hervormde Kerk deed hetzelfde in 2012.[31]

Het geloof van de bevindelijk gereformeerden[bewerken]

In het christendom is het geloof in de drie-enige God een fundamenteel gegeven. Zonder geloof in God heeft het christendom geen bestaansrecht. De bevindelijk gereformeerden geven aan het geloof in God een speciale inhoud.

De Bijbel[bewerken]

De Bijbelvertaling die door bevindelijke gereformeerden bij voorkeur gebruikt wordt, is de Statenvertaling.[32] Andere vertalingen worden vaak als minder betrouwbaar beschouwd. Aangezien de bevindelijken bijna de enigen zijn die de Statenvertaling structureel gebruiken, wordt dit als belangrijk onderscheidingskenmerk gezien.

Men ziet de Bijbel als het Heilige en onfeilbare Woord van God. In de Bijbel gaat het om God, de schepping van de hemel en de aarde, de schepping en de zonde van de mens, de redding door Jezus, het ware geloof in Jezus en de eeuwige bestemming van de mens in de eeuwige zaligheid of in de eeuwige duisternis. Bevindelijk gereformeerden geloven dat er een hel en een hemel is. Voor hen is de Bijbel onwrikbaar vast.[33] De schepping heeft voor de bevindelijk gereformeerden ongeveer 6000 jaar geleden plaatsgevonden. In 6 etmalen van 24 uur schiep God toen de hemel en de aarde. Omdat God voor hen almachtig is kan dat ook werkelijk zo zijn voor de bevindelijk gereformeerden. Ook staan er in de Bijbel veel wonderen. Mensen staan bijvoorbeeld op uit de doden. Deze wonderen worden door bevindelijk gereformeerden beschouwd als geschiedkundige feiten. Belangrijk in de Bijbel is de komst van Jezus naar de aarde. Bevindelijk gereformeerden geloven dat Jezus mens en God tegelijk is. Jezus (God de Zoon) is door Zijn Vader naar de aarde gezonden om door Zijn menswording mensen door Zijn kruisdood te redden van de hel, de zonde en de satan. Door het geloof in Jezus als christus (gezalfde) worden mensen gered. Het aanvaarden van de Bijbel noemen de bevindelijk gereformeerden het historisch of het verstandelijk geloof. Dit geloof is wel belangrijk maar niet genoeg.[34] De beleving, de bevinding is voor deze mensen zeer belangrijk. Deze bevinding is namelijk de vrucht van het ware zaligmakende geloof, dat aan de mens – buiten diens medewerken om – geschonken wordt door God.[35]

De belijdenis[bewerken]

De christelijke kerk heeft van oudsher haar geloof middels belijdenissen kenbaar gemaakt. De apostolische geloofsbelijdenis uit de eerste eeuwen na Christus is een bekend voorbeeld. De bevindelijke gereformeerden erkennen voluit de waarheid van deze belijdenis. Daarnaast onderschrijven ze ook de na de Reformatie opgestelde formulieren van enigheid, ook wel de gereformeerde belijdenis genoemd. Daar wil men in deze kring elkaar ook op kunnen aanspreken. In de kerk en het onderwijs staat deze belijdenis zeer centraal. Er wordt in veel kerken iedere zondagmiddag of -avond uit gepreekt (de zogenaamde leer- of onderrichtingsdienst).[36] De gereformeerde belijdenis heeft kerkelijk gezag. Gemeenteleden mogen niet zomaar op eigen houtje zeggen dat ze het met de inhoud van de belijdenis niet eens zijn, zij hebben immers Openbare Belijdenis des Geloofs afgelegd (vaak rond het 20e levensjaar). Dit gebeurt door middel van het openlijk beamen van onder meer de gereformeerde belijdenis zoals neergelegd in de Drie Formulieren van Enigheid. In de gereformeerde belijdenissen staat vooral het geloof in God en de redding door het geloof in Jezus als Christus centraal, via de drievoudige weg: kennis van de ellende, verlossing en de dankbaarheid (Heidelbergse Catechismus, zondag 1). De gereformeerde belijdenisgeschriften onderscheiden zich van andere belijdenissen (zoals de Leuenberger Konkordie of de Barmer Thesen) door de nadruk op de soevereiniteit van God en de absolute zondigheid van de mens (de zogenaamde geestelijke doodsstaat). De Formulieren bestaan uit de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis (Confessio Belgica) en de Dordtse Leerregels.

De bevinding[bewerken]

De kennis van de Bijbel en de aanvaarding daarvan als waarheid wordt belangrijk geacht. De bevindelijk gereformeerden noemen dit een historisch geloof. Daarnaast echter is beleving van de Bijbelse boodschap noodzakelijk. Niet alle christenen kennen ook werkelijk de beleving van de Bijbelse boodschap. De bevinding betekent dat een mens zich werkelijk zondaar weet en voelt voor God en uit zichzelf geen weg tot ontkoming meer ziet uit de zonden. Het betekent ook dat iemand weet dat hij persoonlijk behouden is door Jezus als enige Gerechtigheid en als enige Borg. Het gaat om de echtheid van het geloof. Dan wordt gesproken over het zaligmakend geloof. Dit laatste is voor het heil en de redding doorslaggevend.

Er zijn vele boeken in deze kring in omloop waarin mensen hun ervaringen van het heil hebben vastgelegd. Deze boeken, bekeringsgeschiedenissen, worden veel gelezen en ook vaak herdrukt. Ook komt men soms samen in klein gezelschap om over geestelijke en mystieke ervaringen te spreken. Dergelijke gezelschappen worden door verschillenden bezocht. De ervaring en beleving van het geloof staat op deze bijeenkomst centraal. Ook wordt er wel met elkaar gezongen.

De predikant C.G. Vreugdenhil vergelijkt in zijn boekje Wat is bevinding? de bevindelijke ervaring met verliefdheid. Iedereen die verliefd is geweest weet wat het inhoudt, maar een heldere echt rake typering is niet te geven. Zo zit het ook met de geloofsbevinding. Het gaat er om dat de Heilige Geest de genade in je hart toepast. Doordat de Heilige Geest in de gelovige werkt is het volstrekt duidelijk dat de genade ook aan jou als gelovige wordt aangeboden. Om een al te grote nadruk op het subjectieve van die ervaring te voorkomen gebruikt men vaak de term schriftuurlijk-bevindelijk. Ook de bevindelijke ervaring dient aan de Bijbel te worden getoetst.

In het verleden was een bekend beeld van een bekering (het invloedrijkste moment in het geestelijk leven van een bevindelijk gereformeerde) de 'vierschaar der consciëntie'. Om de bekering inzichtelijk te maken werd het model van een vierschaar (een oude rechtbank) voorgesteld. In de zogenaamde vierschaarbeleving ziet het onderwerp zich als zondaar, als beklaagde. Aanklagers zijn de duivel, het geweten en Gods wet. God is de rechter, en Jezus Christus is Borg en Middelaar. Tot slot is de Heilige Geest de griffier. Centraal in deze beleving staat dat God als rechtvaardige rechter de zondaar moet verdoemen, maar dat Jezus op grond van Zijn lijden en sterven als plaatsvervangende, betalende Borg tussentreedt. Zodra God de zondaar van zijn straf heeft vrijgesproken en zijn zonden heeft vergeven bevestigt de Heilige Geest dat in het hart van de zondaar.

Dit beeld is voor het eerst geïntroduceerd door de puritein John Owen in zijn boek The golden chain. Onderzoeker Fred van Lieburg van de Vrije Universiteit te Amsterdam heeft veel onderzoek gedaan naar de invloed van een vierschaarbeleving. De vierschaarbeleving wordt over het algemeen gezien als een dogmatisch schema over de bekering maar vindt tegenwoordig slechts ingang in een beperkt deel van de bevindelijk gereformeerden.[37]

De prediking[bewerken]

In de christelijke kerk neemt de prediking een belangrijke plaats in. In het algemeen is de prediking een uitleg van de Bijbel of van een van de belijdenisgeschriften en een actualisering van de Bijbelse boodschap naar het doen en laten voor de gelovigen voor het leven van vandaag de dag (toepassing). De bevindelijk gereformeerden leggen in de prediking nog extra accenten, die sterk afwijken van hetgeen in andere kerkverbanden gebruikelijk is. Wie een kerkdienst van de bevindelijk gereformeerden bezoekt, zal verschillende zaken opvallen. Zelf zeggen de bevindelijk gereformeerden dat de prediking schriftuurlijk-bevindelijk moet zijn. Dit wordt hieronder nader toegelicht.

De prediking is schriftuurlijk[bewerken]

Een kerkdienst in bevindelijk gereformeerde kring duurt in totaal ongeveer 90 minuten. Soms lopen de kerkdiensten uit naar 2 uur, als bijvoorbeeld het heilig avondmaal wordt bediend. Dit hangt ook af van de prediker. Dat wil niet zeggen dat er al die tijd alleen maar gepreekt wordt. Men zingt samen, bidt samen en leest gezamenlijk uit de Bijbel.[38] Ook is de wekelijkse kerkdienst een moment van ontmoeting voor de gemeente. Veel zware predikanten preken uit het hoofd.[39] In de prediking staat de uitleg van de Bijbel centraal. De Bijbeltekst wordt veelal nauwkeurig uitgelegd. Ook wordt de betekenis voor vandaag de dag en voor het geestelijk leven van de gemeente duidelijk gemaakt. Vooral de relatie naar het geestelijke leven is van groot belang. Hier wordt in de prediking uitvoerig en indringend bij stil gestaan. Steeds worden Bijbelse gedachten en geschiedenissen gezien in het licht van het geestelijke leven van Gods kinderen vandaag de dag. Centraal in de prediking staat hoe Jezus leed en stierf voor zondaren. Er wordt sterk op gewezen dat men persoonlijk moet weten dat Jezus ook voor hem of haar gestorven is. Hierdoor wordt de mens met God verzoend.

De prediking is bevindelijk[bewerken]

De prediking is in de eerste plaats uitleg van de Bijbel. Daarnaast echter is het ook het middel waardoor God het ware geloof aan zijn kinderen wil geven via de werking van vrije genade. Het ware geloof zou tot stand komen door kennis van eigen ellende, kennis van Gods verlossing door Jezus als christus (in de betekenis van verlosser, gezalfde) en een leven in dankbaarheid aan God voor de verlossing uit de macht van de duivel, de zonde en de wereld. Deze verlossing staat niet los van geestelijke ervaringen die gepaard gaan met droefheid over de zonde. Deze ervaringen gaan ook gepaard met vreugde over de verlossing. In de prediking wordt vrij diepgaand over deze ervaringen gesproken. Er wordt uitgelegd hoe de Heilige Geest dergelijke ervaringen werkt. Ook wordt uitgelegd wat echte en valse ervaringen zijn. Het ervaringselement noemen de bevindelijk gereformeerden de bevinding. In elke preek wordt steeds vrij uitvoerig op dergelijk ervaringen ingegaan. Bevindelijk gereformeerden vinden het een ernstig manco als dergelijke ervaringen in een preek ontbreken. Voor het verwoorden van dergelijke ervaringen maakt men vooral gebruik van de Psalmen.

De prediking is onderscheidend[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden maken heel duidelijk onderscheid tussen echt en niet-echt geloof. Het echte geloof is een gave van de Heilige Geest. Niet alle kerkgangers echter hebben het ware geloof. Velen in de kerk hebben juist dit ware geloof niet. Zij worden aangespoord om daarom te bidden en daarnaar te zoeken. In de bevindelijk gereformeerde prediking wordt ronduit gesproken over de hemel en de hel. Alle ongelovigen worden gewaarschuwd voor de hel. Ook wordt ieder aangespoord om Jezus als Christus door het geloof te aanvaarden. Wie Jezus door een waar geloof als Zaligmaker aanneemt die is behouden en komt in de hemel. De scheiding tussen echt en onecht komt in deze prediking heel nadrukkelijk naar voren.[40] Men noemt dit onderscheid ook wel separerende prediking. Separeren doet men in de prediking ook tussen kinderen Gods, hen wordt het heil geschilderd en de kinderen des duivels, hen wordt de eeuwige pijn geschilderd.

De prediking spreekt van standen[bewerken]

Doopvont Jachin en Boazkerk te Genemuiden
Ds. F. Mallan was als voorman van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland lange tijd een van de leidende figuren binnen de bevindelijk gereformeerde bevolkingsgroep
Scholengemeenschap Wartburg College, locatie Guido de Bres in Rotterdam
Pieter Zandt was zowel Kamerlid van de SGP (van 1925 tot 1961) als predikant

Slechts een minderheid van de gemeenteleden is echt kind van God. Tussen de kinderen van God is echter ook weer onderscheid in de mate waarin ze zijn gegroeid in het geloof. Sommigen zijn nog maar kort tot het geloof gekomen. Anderen hebben meer van het Evangelie mogen leren en hebben rijkere geestelijke ervaringen opgedaan. In de prediking worden deze onderscheidingen tussen Gods kinderen nauwkeurig benoemd en uitgewerkt. Men spreekt dan over standen in het geestelijke leven. Vooral binnen de Gereformeerde Gemeenten is veel discussie over dit onderwerp.[41] Dit resulteerde in publicaties van professor Johan Blaauwendraad (Het is ingewikkeld geworden en De leer tegen het licht) en van de theoloog-filosoof Klaas van der Zwaag, een journalist van het Reformatorisch Dagblad (Afwachten of verwachten, de toe-eigening des heils in bijbels en theologisch perspectief).

De prediking en de sacramenten[bewerken]

De kerk kent sacramenten. In de gereformeerde geloofsleer worden twee sacramenten geleerd: de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal. Deze sacramenten worden ook in de bevindelijke kerken bediend. Het Heilig Avondmaal echter wordt slechts enkele malen per jaar bediend. In sommige bevindelijke kerken wordt het nauwelijks bediend. Opvallend is echter dat slechts een kleine minderheid van de gemeenteleden ook daadwerkelijk gebruikmaakt van het Avondmaal. In deze kring mogen alleen de oprecht gelovigen, de kinderen Gods, gebruikmaken van het Avondmaal. Alleen het kerkelijk recht van de belijdenis is niet voldoende om deel te kunnen nemen aan het Heilig Avondmaal. Men heeft daarnaast een Goddelijk recht nodig om aan te gaan, en dat is de wedergeboorte.[42] Veelal is dit slechts een kleine minderheid in de gemeente. Ter indicatie: 10% van de gemeente is in een gemiddelde Gereformeerde Gemeente erg veel.

Organisatorische verbanden[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden kennen een aantal krachtige organisatorische verbanden waarin zij hun eigenheid beleven. Hun organisatorische kaders dragen heel sterk het karakter van de verzuiling. Binnen de bevindelijk gereformeerde zuil voltrekt zich grotendeels hun dagelijks leven. Binnen deze zuil zijn er de volgende voor hen belangrijke instituties.

De kerk[bewerken]

Bij deze groep vervult de kerk een centrale functie in het leven van alledag. Vanuit de kerk en door de kerk worden allerlei activiteiten opgezet die van invloed zijn op het levenspatroon in deze kring. Belangrijke activiteiten vanuit de kerk onder de bevindelijk gereformeerden zijn:

  • op zondag worden twee kerkdiensten belegd, die circa 1,5 uur duren en waar men getrouw naar toe gaat. Tijdens deze dienst, die een vrij sober karakter draagt, vormt de preek het belangrijkste onderdeel. In de prediking, die circa drie kwartier in beslag neemt, wordt de Bijbel uitgelegd. De diensten worden zo mogelijk door allen bezocht. Ook kinderen gaan zo snel mogelijk mee naar de kerk. Honderden jongeren bezoeken in deze kringen zondags twee maal de kerkdienst. Het is niet ongebruikelijk dat in één kerkdienst soms meer dan 1000 mensen samenkomen. Op enkele plaatsen in Zeeland en in Rijssen is een derde kerkdienst gebruikelijk. De belangstelling voor deze derde kerkdienst loopt echter terug.[43]
  • De jongeren krijgen, op grond van hun doop, bijzondere aandacht in de bevindelijke kring. Naast de zondagse kerkdienst wordt voor hen tussen september en april elke week één avond belegd waarop catechisatie wordt gegeven. Catechisatie is onderwijs aan jongeren van de gemeente in de leer van de Bijbel en de belijdenisgeschriften. Ook wordt tijdens de catechisatie met de jongeren gesproken. Het is de bedoeling dat dit onderwijs, dat veelal begint op twaalfjarige leeftijd, op ongeveer achttienjarige leeftijd wordt afgerond met het doen van openbare belijdenis. Openbare belijdenis betekent dat iemand zich vrijwillig uitspreekt, in de zondagse eredienst, dat hij of zij ook bij de kerk wil blijven. Na belijdenis is men belijdend lid van de kerk.
  • De kerk heeft in bevindelijk gereformeerde kring ook aandacht voor de persoonlijke noden en vragen. Jaarlijks worden leden van de kerk bezocht om te spreken over geestelijke zaken. Dit noemt men het huisbezoek. Op dit huisbezoek wordt vanuit de kerk met heel het gezin gesproken over de boodschap van de Bijbel en het persoonlijke leven. Ook wordt vanuit de kerk in allerlei omstandigheden meegeleefd. Bij ziekte, overlijden, zorgen, geboorte en andere zaken worden gemeenteleden thuis bezocht. Het bezoeken van elkaar is in bevindelijk gereformeerde kring zeer belangrijk. Regelmatig wordt tijdens die bezoeken over kerkelijke of geestelijke zaken gesproken. Ook ontstaat daardoor een sterke sociale band.
  • Binnen het verband van de kerk worden ook allerlei verenigingsactiviteiten ontplooid. Vrouwen komen veelal wekelijks samen op een zogenoemde vrouwenvereniging. Daar wordt gezongen, uit de Bijbel gelezen, gesproken en allerlei handwerk verricht. De jongeren hebben jeugdverenigingen. Ook op deze verenigingen wordt nagedacht over onderwerpen uit de Bijbel, de kerkgeschiedenis of de maatschappij. Deze verenigingen hebben een belangrijke toerustende functie. Ook zijn er zangverenigingen en mannenverenigingen. Over het algemeen wordt er onder de bevindelijk gereformeerden veel gezongen. Men zingt psalmen en geestelijke liederen. In kerkdiensten worden alleen psalmen gezongen, geen gezangen. Een uitzondering wordt gemaakt voor de Enige Gezangen, een aantal gezangen die ook onberijmd in de Bijbel voorkomen, zoals de Lofzang van Maria en de Lofzang van Zacharias.[44]

In het gemeenteleven in bevindelijk gereformeerde kring nemen bekeerden en predikanten een uitzonderlijke positie in. Zij worden gezien als door God geleerde mensen, hun woord en opvatting heeft gezag. Door hen te typeren als 'oogappels' en 'knechten van de Heere' bestaat de mogelijkheid dat zij een onaantastbare positie binnen de gemeente innemen en dat hun oordeel over de geestelijke staat van anderen voetstoots als waar en juist wordt geaccepteerd. Met name predikanten worden op deze wijze op een voetstuk geplaatst. De idee dat zij een speciale roeping hebben speelt hierbij zeker een rol.

De school[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden hebben vanaf de jaren zeventig van de 20e eeuw reformatorische scholen opgericht.[45] Op deze scholen worden de jongeren uit deze kring toegerust voor hun taak in de maatschappij. Daarnaast krijgen jongeren ook een gedeelte vorming vanuit de Bijbel en de geloofsleer. De school is een belangrijk ontmoetingspunt voor allerlei mensen in de bevindelijk gereformeerde kring. Op ouderavonden komen al snel honderden ouders om met de school te spreken over het onderwijs. Vanuit de kerken hebben de scholen ook bijzondere aandacht. Vaak zijn leden van de kerk of de kerkenraad weer bestuurslid van de school. De scholen zijn georganiseerd in een landelijke besturenorganisatie (VGS). Er zijn scholen voor voortgezet onderwijs in Kampen (dependances in Urk, Staphorst en IJsselmuiden), Apeldoorn (dependances in Uddel en Rijssen), Amersfoort (dependances in Hoevelaken, Barneveld en Kesteren), Gorinchem, Gouda (dependances in Lekkerkerk en Leiden), Rotterdam (dependance in Dordrecht) en Goes (dependances in Middelburg, Krabbendijke en Tholen). Verder zijn er ook MBO-instellingen van deze signatuur, verenigd in het Hoornbeeck College met vestigingen in Kampen, Apeldoorn Amersfoort, Rotterdam en Goes. Er zijn ook honderden basisscholen met een bevindelijk gereformeerde signatuur. Deze scholen worden onder meer bijgestaan door Driestar educatief bij de ontwikkeling van het onderwijs. In de kerken zijn er deputaatschappen actief die belast zijn met het onderwijs. Driestar educatief in Gouda biedt verder ook een PABO-opleiding aan op bevindelijk gereformeerde grondslag. Dit is daarmee de enige hogeschool van deze signatuur in het bijzonder onderwijs.

De politiek[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden zijn politiek actief binnen de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). Het is opmerkelijk dat deze groep politiek actief wil zijn. Vergelijkbare groepen in bijvoorbeeld de Verenigde Staten zijn over het algemeen afkerig van politiek. Ook onder de Nederlandse evangelischen zijn groepen die de politiek mijden. Ook bij de bevindelijk gereformeerden is er van oudsher altijd een onderstroom die niet veel van politieke activiteiten moet hebben. Maar de grote voorman van de bevindelijk gereformeerden, ds. Gerrit Hendrik Kersten, was zeer politiek bewust. Hij was jarenlang lid van de Tweede Kamer en een zekere politieke behendigheid kon hem niet worden ontzegd. Mede door zijn toedoen viel eenmaal een kabinet van Hendrik Colijn. Bij de meerderheid van de bevindelijk gereformeerden heeft daarom de politiek nadrukkelijke aandacht. De partijdagen van bijvoorbeeld de SGP zijn ook belangrijke momenten van ontmoeting en bezinning. Ook op de plaatselijke kiesverenigingen zijn de bevindelijk gereformeerden actief. De SGP is ook de belangrijkste organisaties die alle bevindelijk gereformeerden verenigd. Vaak zijn er diepgaande verschillen van inzicht over bijvoorbeeld de kerk en de leer, maar in de SGP werken de bevindelijk gereformeerden broederlijk samen. Binnen SGP-verband is er echter wel een stichting actief die meent dat de huidige ontwikkeling binnen de SGP afwijkt van de echte beginselen waarvoor men behoort te staan. Deze splintergroepering, die in het blad In het spoor vaak teruggrijpt op de periode waarin ds. Kersten en vervolgens ds. Pieter Zandt de partij leidden, heeft echter niet veel invloed en aanhang binnen de SGP. Vrouwen mogen geen partijpolitieke functies vervullen binnen de SGP. In Oud Gereformeerde kring ziet men nog wel eens een totale verwerping van politieke participatie.

Belangrijke standpunten op het gebied van politiek zijn onder andere:

De media[bewerken]

De media zijn een moeilijk terrein voor de bevindelijk gereformeerden. Van de huidige massamedia is eigenlijk alleen het eigen Reformatorisch Dagblad voluit geaccepteerd. Andere media worden soms aanvaard en soms radicaal verworpen. De radio is lange tijd min of meer afgewezen in deze kring. Thans lijkt het min of meer geaccepteerd en is er zelfs een Reformatorische Omroep opgericht. De computer is wel geaccepteerd in deze kringen, maar niet als medium voor het spelen van gewelddadige spelletjes of voor erotiek. Al is er veel op internet dat men afwijst, er wordt wel volop gebruik van gemaakt. Ook in deze groep leeft het besef dat men wel 'in de wereld, maar niet van de wereld is.' Zo hebben veel kerkelijke gemeenten een plaats op internet, zijn er preken en lezingen te downloaden en maken de christelijke boekhandels volop gebruik van internet. Op de reformatorische scholen leert men de leerlingen op een verantwoorde manier met de computer om te gaan. Onder andere het ICT-bedrijf van de gebroeders Baan, later overgenomen door Cordys, nu Infor, is ook in deze kringen ontstaan. Velen in deze kring zijn ook actief in de ICT-sector. De televisie en het omroepbestel heeft echter geen aanvaarding in deze kringen. Zowel televisie als ongefilterd internet is in sommige kerken censurabel.[21] Het hele entertainment-karakter van het huidige omroepbestel stuit hen tegen de borst. Ook een omroep als de EO wordt in veel gevallen veelal radicaal afgewezen.[46] Vanaf 2005 treden de Kamerleden van de SGP ook op voor de televisie, voor dit jaar werd dit medium gemeden.[47]

De maatschappelijke organisaties[bewerken]

In bevindelijk gereformeerde kring vinden veel maatschappelijke organisaties geen goedkeuring. Een vakbond, met als uiterste machtsmiddel het stakingswapen, acht men in strijd met de Bijbelse visie op gezag. Er mag alleen tegen antichristelijke maatregelen gestaakt worden. Wel heeft men binnen deze kring een soort eigen alternatieve vakvereniging opgezet, de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU).[48] De RMU wijst het stakingswapen af, maar doet wel taken die anders door een vakbond worden verricht. Ook bedrijven zijn lid van de RMU. Het is dus eigenlijk een combinatie van vakvereniging en werkgeversorganisatie. Daarnaast zijn er binnen deze kring een groot aantal hulporganisaties actief.

Ontwikkelingswerk en wereldwijd hulpbetoon wordt verricht door onder meer de stichting Woord en Daad. Tientallen stichtingen voor hulpbetoon aan armen en misdeelden hebben hun wortels in bevindelijk gereformeerde kring. Dit werk wordt verricht naast en soms in aansluiting op het diaconale werk en zendingswerk dat reeds geschiedt vanuit de verschillende kerken. Men kent tientallen hulp- en zendingsorganisaties. Over het algemeen is de betrokkenheid bij de nood van de mensheid (armoede, ziekte, honger, enzovoorts) in deze kring opmerkelijk groot en intensief. Zo is bijvoorbeeld de gemeente Urk al jarenlang de gulste gemeente van Nederland.[49]

Ook binnen het studentenleven zijn de bevindelijk gereformeerden actief. De oudste en grootste vereniging is de in 1951 opgerichte CSFR met disputen in Delft, Utrecht, Leiden, Rotterdam, Amsterdam, Wageningen, Groningen, Eindhoven/Tilburg en Nijmegen. Momenteel telt de CSFR zo'n 600 tot 700 leden. Kleiner zijn de studentenverenigingen Depositum Custodi, een landelijke vereniging (verenigingsbrede activiteiten in Utrecht) met ongeveer 100 leden en Solidamentum (Gouda, Ede-Wageningen, Rhenen, Barneveld en Zwolle).

De zorginstellingen[bewerken]

In de bevindelijk gereformeerde kring kent men ook eigen zorginstellingen. Sommige voorzieningen, zoals ziekenhuizen, heeft men binnen deze kring niet. Met een zekere ijver leggen de mensen in deze kring zich toe op het scheppen van eigen zorginstellingen. Men doet dit om in zorgvolle situaties ook iets van de eigen levenssfeer te kunnen waarborgen. In bevindelijk gereformeerde kring zijn er daarom verzorgingstehuizen, verschillende instellingen voor gehandicapten, allerlei verenigingen waar mensen in nood en zorg elkaar proberen bij te staan. Ook zijn er verschillende instanties voor geestelijke gezondheidszorg, men denke aan Stichting De Vluchtheuvel en Stichting Eleos, en heeft men eigen organisaties voor kraamzorg en thuiszorg (RST en SHG). Vaak wordt ook met grote inzet en overgave voor deze instellingen geofferd. De betrokkenheid van de bevindelijk gereformeerden bij deze instellingen is over het algemeen zeer groot.

Kritiek op de bevindelijk gereformeerden[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden liggen om hun standpunten en om hun geslotenheid tamelijk vaak onder kritiek. In sommige opzichten gaan zij duidelijk tegen de algemeen heersende opvattingen in. De SGP bijvoorbeeld werd regelmatig voor de rechter gesleept wegens haar vrouwenstandpunt. Op 9 april 2010 heeft de Hoge Raad echter passief kiesrecht voor vrouwen verplicht gesteld.[50][51] Een uitzondering daarop is een uitspraak van de rechter omtrent de subsidiëring van de partij vanuit algemene middelen, wegens haar vrouwenstandpunt. Deze uitspraak is vernietigd door de Raad van State.[52] De bevindelijk gereformeerden hebben vaak heel wat kritiek op hun opvattingen te verwerken. Er zijn verschillende vormen van kritiek.

Houding tijdens de bezetting[bewerken]

Hoewel er vanuit bevindelijk-gereformeerde kring zeker verzet gepleegd is tegen het nazibewind van de jaren '40-'45, waren er ook belangrijke leiders zoals ds. G.H. Kersten die het plegen van verzet aanvankelijk afwezen omdat zij vonden dat alle gezag - zelfs dat van een bezettende macht - uiteindelijk door God was ingesteld.[53] In 1943 echter veranderde geleidelijk de visie van Kersten op dit punt en verleende hij financiële steun aan het verzet in Rotterdam. Zijn schoonzoon was zelfs een belangrijk man in de illegaliteit in Rotterdam. Anderen, zoals ds. R. Kok, meenden echter van aanvang af dat het Duitse bestuur onwettig was en dat daarom verzet niet alleen geoorloofd, maar juist geboden was. De dominante positie van Kersten, de leider van de SGP en centrale predikant in de Gereformeerde Gemeenten, maakte echter dat hij de beeldvorming bij de buitenwacht bepaalde. Overigens waren er ook binnen de niet-bevindelijke Gereformeerde Kerken in Nederland predikanten die de redenering van Kersten volgden, maar zij waren daar veel minder prominent aanwezig.

Theologische kritiek[bewerken]

De Utrechtse hoogleraar systematische theologie dr.Arnold van Ruler heeft de bevindelijk gereformeerden gekritiseerd op hun leer en levensopvatting. De bevindelijk gereformeerden zouden zijn afgeweken van de ware Bijbelse leer. Ook zouden zij niet de Bijbelse leefwijze hebben. Van Ruler noemde sommige opvattingen in bevindelijk-gereformeerde kring zelfs erger dan de ketterijen van de vrijzinnigen. Zijn oordeel over deze kring is tamelijk hard.[54] De kritiek is bestreden door ds. Arie Vergunst. Vergunst was in de jaren zestig van de 20e eeuw de leidsman van de bevindelijk gereformeerden en de opvolger van ds. Gerrit Hendrik Kersten. Vergunst wees de kritiek van Van Ruler als onreformatorisch van de hand, alhoewel hij ook wel bepaalde goede elementen in de kritiek wilde erkennen. Van Ruler wees in zijn stevige kritiek op talloze "ketterijen", dat wil zeggen afwijkingen van de gereformeerde orthodoxie in de bevindelijke gereformeerde leer. Hierbij benoemde hij de verabsolutering van het gevoel als richtlijn voor het onderscheid tussen een zogenaamd levend en dood geloof, het schematisme in de leer, de onderwaardering voor de historische Jezus als verwerver van het heil en de twijfel die het geloof overstemt.

Prof. dr. Cornelis Graafland heeft ook regelmatig, overigens zeer milde, kritiek op de bevindelijk gereformeerden geoefend.[55] Toch behoort hij zelf min of meer, qua achtergrond, tot deze kring. Ook dr. Hendrikus Berkhof heeft in een briefwisseling met ds. Gijs Boer kritisch over deze kring gesproken.

Kritiek van mensen die deze kring hebben verlaten[bewerken]

Er zijn verschillende mensen die in deze kring zijn opgegroeid en die deze daarna hebben verlaten. In enkele gevallen hebben zij hun visie op hun milieu van herkomst vastgelegd in een publicatie. Een voorbeeld is het boek Het geloof der vaderen van Gert Jan van Dijk.

Bekender is het boek van Jan Siebelink: Knielen op een bed violen, waarin de verteller het leven van zijn bevindelijk gereformeerde vader bespreekt. Zoals in alle literatuur, is ook dit boek gekleurd door de mening en de ervaringen van de schrijver, waardoor ze een beeld oproepen waarin de groepsleden zich niet altijd herkennen. Wel valt op dat, ondanks de punten van kritiek, de gevoelens van de verteller onveranderd warm zijn ten aanzien van zowel zijn vader als zijn moeder. De hoofdpersoon in Knielen op een bed van violen is overigens niet representatief voor de bevindelijk gereformeerden als groep. Hij heeft een afkeer van de kerk, terwijl dit bij de overgrote meerderheid van de bevindelijk gereformeerden niet het geval is. Zij zullen het wekelijkse bezoek aan de kerkdiensten niet vlug nalaten, wat de hoofdpersoon in het boek van Siebelink juist wel doet.

In 2009 verscheen het boek Dorsvloer vol confetti van Franca Treur. Dat boek speelt in een bevindelijk boerengezin in Meliskerke (Zeeland). De auteur van het boek heeft inmiddels afscheid genomen van het geloof in God.

Kritiek van binnen uit[bewerken]

Ook binnen de kring zijn er verschillende personen die kritiek hebben uitgeoefend. Een bekend voorbeeld is de voormalig rector magnificus van de TU in Delft, dr. ir. Johan Blaauwendraad. Hij heeft belangrijke kritiek op de prediking in deze kring. Ook zou de Bijbelse opvatting over het verbond volgens Blaauwendraad in deze kring zijn prijsgegeven. Blaauwendraad was oorspronkelijk lid van de Gereformeerde Gemeenten. Hij heeft die kerk inmiddels verlaten.[56] Ook is er kritiek geoefend op de prediking en de leer door de kerknieuwsjournalist van het Reformatorisch Dagblad dr. Klaas van der Zwaag. Hij schreef daarover een boek met meer dan 1000 pagina's. Van der Zwaag vindt dat de prediking in deze kring niet meer beantwoordt aan de Bijbel. Rond een boek dat Van der Zwaag over deze zaak heeft geschreven is veel ophef ontstaan. In de Saambinder, het kerkelijk blad van de Gereformeerde Gemeenten is het boek van Van der Zwaag kritisch besproken.[57] Anderen namen het weer op voor Van der Zwaag.

Waar de kerkleden zich voor de buitenwereld als één blok proberen op te werpen, zijn er intern wel degelijk conflicten over de uitleg van bepaalde punten in de Bijbel. Die conflicten zijn onder andere ontstaan bij de scheuring van de Gereformeerde Gemeenten in 1953, toen de Gereformeerde Gemeenten in Nederland werd opgericht. De Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland houden zich van oudsher wat afzijdig, dit komt met name omdat zij niet centraal zijn georganiseerd.

Reacties vanuit de samenleving[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden kennen een gesloten structuur en zijn een beperkte groep in de Nederlandse samenleving. Hun opinies, gewoonten en levenspatronen wijken duidelijk af ten opzichte van de meerderheid. In onder meer kranten en op internet is regelmatig kritiek te horen. Hierbij gaat het vaak om hun (vermeende) opvattingen over bijvoorbeeld de rol van de vrouw, homoseksualiteit en koopzondagen. Een veel gehoorde beschuldiging is het veelvuldig voorkomen van incest. Uit onderzoek van dr. M. Draijer in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid blijkt dat dit niet het geval is. Zij logenstrafte hiermee de gedachte dat incest in de gereformeerde gezindte vaker of minder vaak zou voorkomen dan elders.[58]

Recent zijn er verschillende dissertaties over deze groep in de Nederlandse samenleving verschenen. Prof. Anne van der Meiden heeft in 1968 in zijn boek De zwartekousenkerken, Portret van een onbekende bevolkingsgroep, als één van de eersten publieke aandacht voor deze groepering gevraagd. Over het algemeen stellen de bevindelijk gereformeerden deze aandacht niet zo erg op prijs. Als geheel is het een enigszins gesloten groep die echter wel een duidelijke ontwikkeling meemaakt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Amish in de Verenigde Staten neemt deze groep veel meer deel aan de Nederlandse samenleving.

In 2005 kwam de SGP en daarmee de bevindelijk gereformeerde bevolkingsgroep in de publiciteit vanwege het zogenoemde vrouwenstandpunt van de SGP, namelijk dat vrouwen het passieve stemrecht (het recht jezelf verkiesbaar te stellen) niet toekomt, dat wil zeggen dat op grond van de Bijbel vrouwen niet het recht dienen te hebben om gekozen te worden, bijvoorbeeld tot Kamerlid. De bevindelijk gereformeerden zien vrouwen en mannen wel als gelijkwaardig, maar niet als gelijk. De rechter oordeelde dat een dergelijke opvatting in strijd is met het VN-verdrag dat vrouwendiscriminatie wil tegengaan en beval de Nederlandse staat om de SGP niet langer te subsidiëren. De rechter wilde niet zover gaan om de SGP te verbieden, al was dit door de eiseres, het Clara Wichmannfonds, wel gevraagd. In 2007 vernietigde de Raad van State het vonnis van de bestuursrechter na een hoger beroep van de staat, daarmee komt de SGP wel weer subsidie toe.

Hieronder wordt een lijst met enkele nieuwsgebeurtenissen met betrekking tot bevindelijk gereformeerden weergegeven. De lijst loopt van 1960 tot heden. Voor die tijd waren de bevindelijk gereformeerden namelijk als groep veel minder zichtbaar in de Nederlandse samenleving.

1960-1969[bewerken]

  • 1961
    • 10 november – In Staphorst wordt een overspelig paar door opgeschoten jongelui op een open kar door het dorp gereden. Dit voorval haalt de (inter)nationale pers, waarbij zeer verontwaardigd wordt gereageerd.[59]
  • 1966
    • 1 oktober – Uitbraak van de bijna verdwenen ziekte polio[60] in Elspeet leidt tot massale belangstelling van de pers. Later komt het ook tot opstootjes tussen journalisten en plaatselijke jongeren.

1970-1979[bewerken]

  • 1971
    • 1 maart – De ziekte polio breekt uit in Staphorst. Doordat veel gezinnen hun kinderen niet laten inenten verbreidt de ziekte zich. 39 kinderen worden ziek, 5 sterven er. Een drama voor het dorp en voor de slachtoffers en een spannende affaire voor de internationale pers, die het had over middeleeuwse toestanden in Staphorst. Vooral ds. Dorsman moet het ontgelden.
  • 1972
    • 18 april – De openbare school van IJhorst mag van de gemeenteraad van Staphorst geen televisietoestel aanschaffen. Opnieuw reageert de Nederlandse pers zeer verontwaardigd.[61]
  • 1973
    • 18 december – Door de politie wordt te Staphorst een volksgericht gericht tegen een 60-jarige overspelige man voorkomen. Hierbij breken vechtpartijen uit.[62]
  • 1975
    • In de Oud Gereformeerde Gemeente van Nieuw-Beijerland worden 22 personen geschrapt als lid vanwege het in bezit hebben van een televisietoestel.[63]
  • 1976
    • In Sint-Philipsland behaalt de SGP de meerderheid in de gemeenteraad. De landelijke pers snelt naar het dorp om te zien wat hier allemaal de gevolgen van zijn.[64]
  • 1978

1980-1989[bewerken]

  • 1984
    • 25 oktober – De Hervormde gemeente te Ouddorp ontslaat haar kerkorganist. De reden is dat hij een televisietoestel bezit.[66]
  • 1987
    • 9 augustus – Op Urk worden vernielingen aangebracht bij een restaurant dat sinds kort geopend was op zondag. De beschuldigende vinger gaat naar het behoudend christelijke volksdeel op het voormalige eiland.[67]

1990-1999[bewerken]

  • 1992
    • 22 september – In Streefkerk (Alblasserwaard) breekt een polio-epidemie uit. Circa 40 mensen raken besmet, een baby komt te overlijden.
    • 1 november – Een echtpaar uit Opheusden weigert uit godsdienstige redenen (loterij) een gewonnen auto.[68]
  • 1998
    • 26 januari – Meer dan 200 jongeren belagen op Urk de woning van een ontuchtpleger die in hun ogen een te lage straf heeft gekregen. In de media wordt gesproken over een volksgericht.

2000-2009[bewerken]

  • 2000
  • 2001
    • 7 april – Het orthodox-christelijk dorp Kootwijkerbroek komt in opstand tegen de massale ruiming van vee tijdens de MKZ-crisis.
  • 2007
    • 1 augustus – De openbare basisschool van Uddel sluit haar deuren. De school telt op dat moment nog maar 5 leerlingen. De gemeenteraad van Apeldoorn wilde de school als laatste openbare bolwerk graag openhouden en had twee jaar er voor nog een nieuw gebouw neergezet. De sluiting werd gezien als voorbeeld van refoïsering.
  • 2008
    • De bouw van twee megakerken in Barneveld (met gezamenlijk bijna 4000 zitplaatsen) trekt veel aandacht. Ondanks de secularisatie blijken reformatorische kerken nog steeds te groeien.[69]
    • 30 oktober - Een protest van vijftien predikanten op Urk tegen Halloween trekt de aandacht van nationale en internationale media. Zelfs de Amerikaanse nieuwszender CNN wijdde er een (kort) bericht aan.
  • 2009
    • 20 mei – De reformatorische gezindte te Rijssen komt massaal in opstand tegen het heavymetal-festival Elsrock. Er worden ruim 3500 bezwaren ingebracht.[70]

2010-heden[bewerken]

Kerkinterieur De Hoeksteen te Barneveld, gebouwd in 2008
Free Presbyterian church in het Schotse Evelix
Strict Baptist kapel in het Engelse Haynes
  • 2010
    • 29 januari – Leden van de Staphorster gemeenteraad maken bezwaar tegen een archeologisch rapport in gemeentelijke opdracht. In het rapport wordt verwezen naar vondsten ouder dan 6000 jaar.[71]
    • 9 april – De Hoge Raad spreekt uit dat de overheid maatregelen moet nemen tegen de SGP vanwege haar vrouwenstandpunt.
  • 2011
    • 14 november – Er ontstaat ophef over een stukje van de Katwijkse predikant Vlietstra in de plaatselijke kerkbode waarin citaten worden aangehaald die volgens de pers verwijzen naar het kastijden van kinderen. PvdA-Kamerlid Khadija Arib stelt hierover Kamervragen.[72]

Relativering[bewerken]

Door bovenstaand artikel en regelmatige publicaties in de media ontstaat een beeld van een 'rigide' en 'wereldvreemde' groepering. Echter in een omschrijving over een bevolkingsgroep of in nieuwsberichten worden veelal de 'afwijkende standpunten' weergegeven.[73] In werkelijkheid is het bevindelijk gereformeerde bevolkingsdeel in de meeste opzichten zeker niet minder modern dan de doorsnee Nederlander en wordt 'vooruitgang niet afgewezen'. In de afgelopen decennia hebben bevindelijk gereformeerden een sociaal-economische opgang doorgemaakt. Hierdoor doen ze qua inkomensniveau niet onder voor de gemiddelde Nederlander. De arbeidsmoraal is hoog. Plaatsen als Rijssen en Barneveld doen het economisch zeer goed. De werkloosheid is in plaatsen met grote percentages bevindelijk gereformeerden over het algemeen lager dan het Nederlandse gemiddelde.

Vergelijkbare groeperingen in het buitenland[bewerken]

De bevindelijk gereformeerden vertonen sterke verwantschap in leer en leven met de zogenoemde Strict Baptists in de Engelstalige wereld. In Schotland hebben de leden van de Free Presbyterian Church of Scotland soortgelijke opvattingen. Ook in de Verenigde Staten van Amerika zijn groepen van christenen met vergelijkbare opvattingen te vinden. Dit betreft meestal afstammelingen van Schotse of Nederlandse immigranten.

Hierbij een (niet volledige) opsomming van bevindelijk gereformeerde (kerk)genootschappen buiten Nederland:

Niet-bevindelijke christelijke groeperingen die wel uiterlijke overeenkomsten hebben (bijvoorbeeld hoofdbedekking bij vrouwen in de eredienst en het afwijzen van televisie, radio, film, dans enz.) zijn onder meer mennonitische en Baptistische groeperingen als de Old Order Amish, Hutterieten, Russisch-Duitse baptisten, de conservatieve Vergadering van gelovigen[bron?] en de Initiativniki. Ook zijn er opmerkelijke raakvlakken met Russische Oudgelovigen en het Charedisch jodendom.

Lijst van bekende Nederlanders die tot deze groepering behoren[bewerken]

Het gaat om nog levende personen:

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Literatuur
1. Beschouwend

2. Dogmatisch

Voetnoten

  1. Reformatorisch Dagblad d.d. 31 januari 2012: 'Thuislezers steeds diversere groep'
  2. Geloven in het publieke domein. Verkenningen van een dubbele transformatie (W.B.H.J. van de Donk, A.P. Jonkers, G.J. Kronjee en R.J.J.M. Plum, red.), december 2006, ISBN 90-5356-936-7
  3. Gematigde midden overheerst in PKN, Trouw, 9 september 2011
  4. Deze schatting is als volgt opgebouwd: 1. Vrije Oud Gereformeerde Gemeente Ede 1700 2. Hervormd Lokaal Capelle aan den IJssel 1000 3. Vrije Oud Gereformeerde Gemeente Oldebroek 766 4. Vrije Oud Gereformeerde Gemeente Rijssen-Bevervoorde 350 5. Vrije Hervormde gemeente IJsselmuiden 350 6. Vrije Oud Gereformeerde Gemeente Hendrik Ido Ambacht 325 7. Oud Gereformeerde Gemeenten buiten verband Sint Philipsland 200 8. Vrije Hervormde gemeente Scherpenisse 130 9. Vrije Oud Gereformeerde Gemeente Terneuzen 120 10. Vrije Gereformeerde Gemeente Urk 100 11. Vrije gemeente Calvijn Dordrecht 50 12. Vrije Hervormde gemeente Hoogeveen 50 13. Vrije Oud Gereformeerde Gemeente Bergambacht 35 14. Vrije hervormde gemeente Werkendam 30 15. Vrije Oud Gereformeerde Gemeente Den Haag 30 16. Oud Gereformeerde Gemeenten buiten verband Bolnes 30
  5. NRC Handelsblad d.d. 18 augustus 2008: Opkomst van de 'refozuil' in het klein
  6. Reformatorisch Dagblad d.d. 6 maart 2008: Grootste kerk in Nederland wordt nog groter
  7. De aantallen zijn afkomstig uit de jaarboeken van de kerkverbanden. Op internet zijn deze onder meer te vinden op de website http://gergeminfo.nl/
  8. Dit betreft een schatting, de Oud Gereformeerde Gemeenten hebben geen officiële ledenadministratie
  9. Dit betreft een schatting, de Oud Gereformeerde Gemeenten hebben geen officiële ledenadministratie
  10. Friesch Dagblad d.d. 3 juni 2004: 'Het eigene van de bevindelijken'
  11. Nederlands Dagblad d.d. 2007: 'Dossier Gereformeerde Gemeenten'
  12. Reformatorisch Dagblad d.d. 5 juli 2000: Veluwse gemeenten als trekpleister
  13. Reformatorisch Dagblad d.d. 6 juli 2000: Groei concentreert zich
  14. Reformatorisch Dagblad d.d. 19 mei 2000:'Het 'nut' van de moderne exegese'
  15. Reformatorisch Dagblad d.d. 21 mei 2010: 'Preeklezen is geen dode bediening'
  16. Jongste, C. (2003). Wanneer ik voor U kniel, blz 434. Gorinchem: De Groot. ISBN 9080596124.
  17. Reformatorisch Dagblad d.d. 10 mei 1996: 'RMU worstelt met zondagsarbeid'
  18. Reformatorisch Dagblad d.d. 8 december 2006: 'Reformatorische kinderopvang is strijdig met de doopbelofte'
  19. 1 Korinthe 11:2-16 Nieuwe Bijbelvertaling en Statenvertaling
  20. Reformatorisch Dagblad d.d. 15 oktober 2011: 'Ds. Egas: Kijk geen tv, ook niet via internet'
  21. a b Reformatorisch Dagblad d.d. 8 juni 2011: 'Synode OGG: Open internet blijft censurabel'
  22. Website Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
  23. Bofepidemie treft Biblebelt, NU.nl, 19 april 2008
  24. Reformatorisch Dagblad d.d. 6 oktober 2006: 'Platform voor gemoedsbezwaarden'
  25. Website Radbout Universiteit d.d. 4 juli 2011: Aanzienlijke verschillen in vaccinatiegraad reformatorische gezindte
  26. Vaccinatie in de reformatorische gezindte. Informatie voor de jeugdgezondheidszorg. ISBN 978-90-81929929
  27. Romeinen 1:27, Nieuwe Bijbelvertaling en Statenvertaling
  28. 'Homoseksualiteit en homohuwelijk' op de website van de SGP
  29. Reformatorisch Dagblad d.d. 5 januari 1973: 'De weg in woorden'
  30. Wim Hulsman. „De kerken en de HSV”. Reformatorisch Dagblad (30 november 2010)
  31. Kerkredactie. „HHK ontraadt gebruik HSV”. Reformatorisch Dagblad (3 maart 2012)
  32. De Statenvertaling. Omschrijving en beargumentatie op de website van de Gereformeerde Bijbelstichting
  33. Reformatorisch Dagblad d.d. 26 maart 2011: 'De Auteur van de Bijbel spreekt Zichzelf niet tegen'
  34. Reformatorisch Dagblad d.d. 8 oktober 1983: 'Historisch geloof is eigenlijk ongeloof'
  35. Vragenrubriek Refoweb, 26 januari 2011
  36. Kerknieuws.nl d.d. 8 september 2010: Bond vraagt aandacht voor de leerdienst
  37. Fred van Lieburg, De rechtvaardiging in de vierschaar der consciëntie. Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis, 2004.
  38. Liturgie van een reformatorische kerkdienst op de website van de Gereformeerde Gemeente te Leiderdorp
  39. Anne van der Meiden(1993). De Zwarte-kousen-kerken Bevindelijk heroverwogen portret, blz. 173. Baarn: Ten Have. ISBN 9025945503.
  40. Reformatorisch Dagblad, d.d. 5 februari 2011: Bevindelijke preek is ook onderscheidende preek
  41. Nederlands Dagblad, d.d. 8 juni 2007: Standenleer ligt opnieuw onder vuur
  42. Informatie over het kerkelijk en Goddelijk recht op de website van Hersteld Hervormde gemeente te Waarder
  43. Reformatorisch Dagblad, d.d. 28 februari 2008: Koffie, een bord soep en weer naar de kerk
  44. Reformatorisch Dagblad, d.d. 28 september 2009: Geen gezangen in eredienst
  45. Reformatorisch Dagblad, d.d. 2 januari 1982: Eerste MBO-school op Reformatorisch grondslag
  46. Reformatorisch Dagblad, d.d. 6 juni 2011: Commentaar: EO-Jongerendag stelt vragen
  47. Reformatorisch Dagblad, d.d. 12 december 2008: Niet van deze wereld
  48. Doelstelling RMU omschreven op eigen website
  49. Volkskrant d.d. 21 juli 2010: In de grotere steden blijft de collectebus steeds leger
  50. HR 9 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4549 (Vrouwenstandpunt SGP).
  51. Uitzending NOVA, TV Blik 9 april 2010.
  52. www.nu.nl d.d. 5 december 2007: SGP krijgt alsnog subsidie
  53. Reformatorisch Dagblad d.d. 6 augustus 2007: Ds. Kersten handelde soms antisemitisch
  54. Reformatorisch Dagblad d.d. 10 juni 2011: Verzameld werk Van Ruler: Kritiek op bevinding uit betrokkenheid
  55. Reformatorisch Dagblad d.d. 11 oktober 2001: Dr. Graafland ziet in gereformeerde traditie veel obstakels
  56. Reformatorisch Dagblad d.d. 5 juni 2001: Hartenkreet werd niet verstaan. Blaauwendraad gaat over naar de Nederlands Hervormde Kerk
  57. Saambinder d.d. 18 september 2003: Onder vuur
  58. Reformatorisch Dagblad d.d. 4 maart 1999: Incest stempelt het hele leven. Misbruik in gereformeerde gezindte wijkt niet af van algemeen beeld.
  59. Leeuwarder Courant d.d. 13 november 1961: Volksgericht in Staphorst
  60. Leeuwarder Courant d.d. 12 oktober 1966: In Elspeet journalisten afgeranseld. Hardhandig protest tegen publiciteit
  61. Leeuwarder Courant d.d. 18 april 1972: Staphorst heeft het moeilijk om een normale gemeente te zijn
  62. Leeuwarder Courant d.d. 19 december 1973: Gevecht met politie bij volksgericht
  63. De Wachter Sions d.d. 30 januari 1975: Oud Gereformeerde Gemeente Nieuw-Beijerland schrapt 22 leden.
  64. Reformatorisch Dagblad d.d. 11 december 1976: Opstelling SGP-Flipland niet anders dan voorheen
  65. Leeuwarder Courant d.d. 10 mei 1978: Kinderen met polio in Veluwse dorpen
  66. Nieuwsblad van het Noorden d.d. 31 oktober 1984: Kerk ontslaat organist vanwege bezit televisie
  67. Leeuwarder Courant d.d. 18 augustus 1987: Urkers straffen op zondag geopend restaurant
  68. Nieuwsblad van het Noorden d.d. 2 november 1992: Bruidspaar weigert vanwege godsdienst gewonnen auto
  69. De Stentor d.d. 4 maart 2008: De gereformeerden van Barneveld denken groot
  70. NOS d.d. 21 mei 2009: Gereformeerd Rijssen verzet zich tegen Elsrock
  71. De Telegraaf d.d. 30 januari 2010: Staphorst kent geen steentijd
  72. Nu.nl d.d. 14 november 2011: Ophef over kastijden kinderen
  73. Reformatorisch Dagblad d.d. 23-04-2012: Beeld refo’s bijstellen is lastig, maar ontloop Nieuwsuur niet