Abortus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Abortus (arte) provocatus, ook wel abortus provocatus lege artis of opzettelijke vruchtafdrijving genoemd, is de medische term voor het voortijdig afbreken van een zwangerschap door (medisch) ingrijpen. In het Nederlands wordt meestal kortweg de term abortus gebruikt voor deze handeling. Incidenteel komt men de term abactio tegen met betrekking tot een opgewekte abortus of partus.

Het woord 'abortus' betekent in de medische terminologie alleen voortijdige geboorte of miskraam. Een miskraam wordt door medici dan ook wel aangeduid als een 'spontane abortus'. De volledige term abortus provocatus komt uit het Latijn: aboriri = vergaan of verloren gaan en provocare = oproepen.

Abortus in ontwikkelde landen en in overeenstemming met de lokale wetgeving, wordt beschouwd als één van de veiligste medische handelingen. Toch is abortus wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer 70.000 moedersterftes en 5 miljoen ziekenhuisopnames van moeders per jaar, omwille van de slechte omstandigheden waarin de praktijk werd uitgevoerd; dikwijls doordat ze in de illegaliteit plaatsvond. Over de hele wereld gebeuren per jaar ongeveer 44 miljoen abortussen waarvan net iets onder de helft op onveilige wijze. Deze cijfers zijn wat betreft de laatste jaren vrij stabiel [1].

Doorheen heel de geschiedenis hebben vrouwen beroep gedaan op abortus, via zeer diverse methodes. Tegenwoordig kan het middels medicatie, een gynaecologische of een chirurgische ingreep. Over de hele wereld zijn er uitgesproken verschillen wat betreft de prevalentie van abortus, de wettelijke omkadering ervan, de culturele betekenisgeving en de plaats die aan abortus gegeven wordt in religieuze beschouwingen. Landen waar abortus legaal is, bouwden hun betreffende wetgeving op een aantal welbepaalde criteria die kunnen gaan van incest of verkrachting, over misvorming van de foetus, een hoge kans op een handicap, de gezondheid van de moeder die in gevaar is, tot socio-economische factoren. Op veel plaatsen is abortus een controversieel thema waarbij wettelijke, morele, ethische en medische argumenten worden ingezet.

Zwangerschapsduur[bewerken]

In België is abortus provocatus volgens de huidige wetgeving onder bepaalde voorwaarden niet strafbaar tot 12 weken na de bevruchting (14e week amenorroe). Voorbij de 12e week tot aan de geboorte, is het niet strafbaar indien de zwangerschap een "ernstig gevaar" inhoudt voor de gezondheid van de vrouw of indien vaststaat dat het kind dat geboren zal worden, zal lijden aan een "uiterst zware ongeneeslijke kwaal".

In Nederland is abortus provocatus onder bepaalde voorwaarden toegestaan tot de foetus levensvatbaar is buiten het moederlichaam. Dit wordt door de Nederlandse overheid op basis van de huidige stand van de wetenschap geïnterpreteerd als een zwangerschapsduur van 24 weken.[2] Volgens de overheid houden Nederlandse artsen veelal een veiligheidsmarge aan omdat ze er zeker van willen zijn binnen de termijn te blijven,[2] waardoor in de praktijk veelal een zwangerschapsduur wordt aangehouden van 21 weken en enkele dagen. De onderste grens van levensvatbaarheid daalt door de vooruitgang die geboekt wordt in de neonatologie.

Methoden[bewerken]

De drie meest voorkomende methoden van vruchtafdrijving zijn

  • inname van de "abortuspil"
  • zuigcurettage
  • prostaglandinebehandeling

Twee andere methoden worden veel minder vaak toegepast:

Abortuspil[bewerken]

De abortuspil (mifepristone, oorspronkelijk gekend als RU 486) wordt sinds 1 februari 2000 in Nederland gebruikt en kan ingenomen worden tot 49 dagen na de eerste dag van de laatste menstruatie (= 3 weken over tijd). Deze pil maakt in 83% van de gevallen het embryo los van de baarmoederwand en veroorzaakt een abortus. Gecombineerd met een lage dosis prostaglandinen wordt het percentage verhoogd tot 96%. 1 à 3 dagen later wordt dan misoprostol toegediend om weeën op te wekken.

Abortus met behulp van Zuigcurettage

Zuigcurettage[bewerken]

Bij zuigcurettage wordt de foetus uit de baarmoederholte verwijderd door middel van een buisje verbonden met een vacuümpomp. Deze methode is enkel geschikt tot 12 weken zwangerschap bij een vrouw die nog geen kinderen heeft gehad en tot 14 weken bij een vrouw die wel al kinderen heeft gebaard, omdat hierna de lichaamsdelen van de foetus te omvangrijk worden om door het buisje te passeren.

Bij een zuigcurettage die toegepast wordt bij een vrouw die 16 dagen tot 14 weken zwanger is, gebeurt de ingreep soms onder narcose omdat hierbij vaak de baarmoederhals wordt opgerekt. Deze ingreep duurt ongeveer 15 minuten. De vrouw kan meestal dezelfde dag nog naar huis. Heel vaak wordt de ingreep poliklinisch uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. In dat geval kan de vrouw na een paar uur naar huis.

Prostaglandinebehandeling[bewerken]

Bij een prostaglandinebehandeling die doorgaans bij een zwangerschapsduur van meer dan 13 weken wordt toegepast, maakt de arts het vruchtvlies stuk, zodat het vruchtwater wegloopt en de vrucht in de baarmoeder sterft. De vrouw krijgt vervolgens weeënopwekkende prostaglandinen ingespoten waardoor ze na 6 tot 12 uur een niet meer in leven zijnde foetus baart. Tijdens deze behandeling krijgt ze valium toegediend, zodat het niet te pijnlijk is.

Dilatatie en evacuatie[bewerken]

Dilatatie en evacuatie (D&E) of embryotomie (methode van Finks, genaamd naar de Australische arts Arnold A. Finks) kan worden toegepast wanneer zuigcurettage niet meer mogelijk is. Eerst wordt de baarmoederhals met behulp van medicijnen verwijd. Vervolgens wordt de vrouw verdoofd en kan de arts met instrumenten de foetus in gedeelten uit de baarmoeder verwijderen.

Intacte dilatatie en evacuatie kan worden toegepast bij een zwangerschap van meer dan 28-30 weken. Deze techniek wordt slechts zeer zelden gebruikt. Ook deze vorm van D&E wordt onder verdoving uitgevoerd nadat de baarmoederhals is verwijd. De arts trekt met een instrument de foetus gedeeltelijk uit de baarmoeder, de voeten eerst. Vervolgens wordt via een incisie in de schedelbasis de schedelinhoud van de foetus verwijderd waardoor de dood intreedt. Tenslotte wordt de foetus in zijn geheel uit de baarmoeder gehaald.

Keizersnede[bewerken]

Als abortus provocatus niet kan uitgevoerd worden door dilatatie en evacuatie, wordt de vrucht bij grote uitzondering door middel van sectio parva verwijderd.

Mogelijke complicaties[bewerken]

De veiligheid van een zwangerschapsafbreking en dus het voorkomen van complicaties staat of valt met de omstandigheden waarin deze plaatsvond alsook met de manier waarop dit gebeurde. In landen waar abortus op een medisch correcte wijze wordt uitgevoerd, ligt de complicatiegraad lager dan 1%. De Wereldgezondheidsorganisatie wijst regelmatig op het belang van een juiste handelswijze in een goede context door geschoolde mensen om het aantal onveilige abortussen te doen verminderen. Complicaties die zouden kunnen optreden, zijn infecties, bloedingen, een perforatie van de baarmoeder, bloedstollingsstoornissen of een cervixscheur. Het meest voorkomende verschijnsel na een abortus is een paar dagen sterker dan normaal vloeien. Het gebruik van een maandverband is dan meestal voldoende.

Een aantal zogenaamde risico's verbonden aan abortus werden de wereld ingestuurd door anti-abortusgroeperingen maar blijken niet gestaafd te zijn door wetenschappelijk onderzoek. Zo zou abortus in verband staan met borstkanker. Verschillende studies hebben deze link onderzocht en kwamen tot de conclusie dat deze onbestaande is. Een groot aantal organisaties en belangengroepen, waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie [3], het Amerikaanse National Cancer Institute, de American Cancer Society [4], de Britse Royal College of Obstetricians and Gynaecologists en het American Congress of Obstetricians and Gynecologists [5] zijn allen duidelijk in hun aanbeveling dat abortus geen borstkanker veroorzaakt.

Evenzo toont huidig wetenschappelijk onderzoek aan dat abortus geen significante problemen op het vlak van de geestelijke gezondheid oplevert, wat zowel de American Psychological Association [6], het Britse National Collaborating Centre for Mental Health [7] en de Royal College of Psychiatrists [8] onderschrijven. Uiteraard kan de beslissing tot abortus zwaar en stresserend zijn en kan een vrouw daarbij negatieve gevoelens, spijt of schuld ervaren. Meestal is het evenwel opluchting die overheerst. Waar een correlatie zou zijn tussen abortus en langdurige mentale moeilijkheden, is deze steeds te verklaren door al bestaande geestelijke problemen en vooral door de sociale context. Daarenboven moet worden gewezen op het feit dat ook vrouwen die hun zwangerschap uitdragen en een kind ter wereld brengen, vatbaar zijn voor psychologische problemen. De Amerikaanse anti-abortusactivist David Reardon en zijn Elliot Institute blijven deze bevindingen tegenspreken, dikwijls op basis van onderzoeken die door de medische wereld als controversieel worden beschouwd [9]. Heel wat anti-abortusgroepen spreken zelfs van een zogenaamd "post-abortus syndroom", een apart ziektebeeld met zeer diverse, zware symptomen. Hoewel geen enkele nationale of internationale beroepsgroep van psychologen of psychiaters deze term erkent en het nooit werd opgenomen in het standaardwerk Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders DSM-5 of in de ICD-10 lijst van psychiatrische aandoeningen, blijft het begrip heel wat debatten te beheersen.

Abortus in de geschiedenis[bewerken]

Abortus door middel van massage, Angkor Wat
Ann Lohman (ook bekend als Madame Restell) in The National Police Gazette, 13 maart 1847

Vanaf de Oudheid is het bekend dat sommige zwangere vrouwen om diverse redenen een zwangerschap probeerden af te breken en dat hiertegen verbodsbepalingen bestonden. Voor de joden gold en geldt in dit verband het zesde gebod: "Gij zult niet doodslaan". Al in de eed van Hippocrates (Griekenland, omstreeks 400 v.Chr.) wordt abortus genoemd: artsen beloofden in deze eed nooit een miskraam op te zullen wekken bij een vrouw. Hoewel Hippocrates dus duidelijk een tegenstander was, blijkt hieruit wel, dat mannen of vrouwen soms een abortus wensten, en dat er ook methoden waren waarmee men abortus probeerde op te wekken.

Het is bekend dat in bepaalde perioden van de geschiedenis van het Romeinse Rijk abortus provocatus ook voorkwam, hoewel bepaalde keizers dan weer een verbod op abortus uitspraken. De komst van het christendom maakte definitief een einde aan de legale abortus provocatus in het Romeinse Rijk.

Bij de Maya's en verschillende Indianenstammen kwamen kinderoffers voor, waarbij ook ongeboren baby's gedood werden als genoegdoening voor de goden van de zon en de maan. In het oude Japan en China kwam abortus in bepaalde kringen ook voor, hoewel vaak in een zeer vroeg stadium van de ontwikkeling van het ongeboren kind.

Vanaf de opkomst van het christendom tot de Franse Revolutie (1789) was abortus in Europa strafbaar, vaak zelfs als moord. Dit veranderde in de 20e eeuw. Verschillende ideologieën, zoals het liberalisme, nationaalsocialisme, communisme en socialisme probeerden, vaak met succes, in de loop van de 20e eeuw een einde te maken aan het verbod op abortus, elk om hun eigen beweegredenen. Sommige van deze redenen worden thans door een grote meerderheid als absoluut onethisch en ontoelaatbaar opgevat.

In het nationaal-socialistische Duitsland van Hitler legde men de nadruk op de noodzaak van veel goede "Germaanse" kinderen. Abortus van misvormde of zieke baby's werd vanaf 1935 toegestaan om het Germaanse ras te verbeteren en "onnodige" verzorgingskosten voor de nationaal-socialistische volksstaat te beperken. Ook werd aan zwangere zogenaamde Ostarbeiterinnen (Slavische gast- en dwangarbeidsters) de mogelijkheid tot abortus aanbevolen.

In vele communistische landen, en vooral in de Volksrepubliek China (eenkindpolitiek, ingevoerd in 1979), vonden en vinden gedwongen abortussen plaats om de groei van de menselijke bevolking in hun land te beperken en te beheersen. Hier wordt het belang van het land vóór het belang en de wens van het individu geplaatst, iets wat in de Westerse wereld door veel mensen als moreel verwerpelijk beschouwd wordt.

In vrijwel alle landen, behalve in de Sovjet-Unie (vanaf 1920, behalve in de periode onder Stalin van 1936 tot 1955), het Oostblok (bijvoorbeeld Polen vanaf 1932 tot 1993) en nazi-Duitsland (vanaf 1935), was abortus tot in de jaren 1960 bij wet verboden.[2] Vanaf de jaren 60 van de twintigste eeuw werd abortus in verschillende westerse landen gelegaliseerd (Verenigd Koninkrijk (1967), Frankrijk (1975), Nederland (1981), België (1990)), waardoor het onder bepaalde omstandigheden mogelijk is om een zwangerschap (tot aan een bepaalde termijn) af te laten breken door een arts. In 1967 werd abortus op foetussen jonger dan 28 weken (30 weken amenorroe) gelegaliseerd in Groot-Brittannië (Engeland, Wales en Schotland).[10]

Diverse christelijke en joodse groeperingen en ook bepaalde anderen verzetten zich in diezelfde periode van de 20e eeuw tegen het legaliseren van abortus en blijven dit doen.

Abortuscijfers[bewerken]

Wereldwijd werden in 2008 43,8 miljoen abortussen uitgevoerd.[11]. Eerdere tellingen kwamen uit op 45,6 miljoen (1995) en 41,6 miljoen (2003).[11] In Europa werden in 2007 naar schatting meer dan 1,2 miljoen abortussen geregistreerd.[12]

Omdat absolute abortuscijfers worden beïnvloed door de factor bevolkingsgroei, wordt het aantal abortussen vaak berekend per 1000 vrouwen in de leeftijdscategorie 15-44 jaar. Mondiaal werden er per 1000 vrouwen 28 abortussen uitgevoerd in 2008, nadat dit aantal in 1995 op 35 abortussen per 1000 vrouwen lag.[11] Het aantal abortussen per 1000 vrouwen bedraagt circa 24 in ontwikkelde landen en 29 in ontwikkelingslanden en ligt gemiddeld niet lager in landen die abortus wettelijk beperken of verbieden dan in landen met een liberaal abortusbeleid.[11] In België vinden 11,2 abortussen plaats per 1000 vrouwen[bron?], in Nederland 9 per 1000.[13]

Van alle zwangerschappen wordt ongeveer één op de vijf beëindigd door middel van abortus provocatus.[11]

Ethische posities rond abortus provocatus[bewerken]

Medische ethiek en abortus[bewerken]

Er bestaat geen overeenstemming over abortus als medische ingreep op ethische gronden. Hippocrates vroeg rond 400 voor Christus in zijn eed aan zijn leerlingen "Nooit een vrouw een instrument voor te schrijven om een miskraam op te wekken". In de medische ethiek gaat het traditioneel om een bezinning op het morele handelen binnen de gezondheidszorg, die gericht is op het genezen, het verzachten van lijden en het verzorgen van de zieke of gehandicapte mensen, als ook op het voorkomen en het uitbannen van ziekten. Er hebben zich ingrijpende verschuivingen voorgedaan binnen de medische specialismen en het medische werkterrein is daardoor enorm vergroot. Medische ingrepen in het beginnende leven zijn daardoor betrekkelijk nieuw. Normatieve uitgangspunten voor de bepaling van wat hier goed of kwaad is, zijn onder invloed van de secularisatie bovendien minder algemeen aanvaard, waardoor een libertaire uitkomst, in de zin dat een ieder zijn eigen oordeel maar moet volgen, een voor de hand liggende uitkomst vormt. Niettemin zijn er ook filosofische scholen, zoals het communeautarisme, die vinden dat de samenleving en dus de politiek zich ook dan oordelen moet blijven vormen. De medisch-ethische grenzen voor het uitvoeren van een abortus worden zo enerzijds juridisch nog steeds gefixeerd, maar zullen in de ogen van anderen arbitrair blijven.

Het jodendom en abortus[bewerken]

Het jodendom gaat ervan uit dat het embryo in de moederschoot al als mens moet worden beschouwd. Het menselijk leven moet dus geëerbiedigd worden vanaf de conceptie. Binnen het jodendom zijn er ten aanzien van ethische dilemma’s die met abortus samenhangen, niettemin meerdere standpunten met betrekking tot de beschermwaardigheid van het leven in de moederschoot te onderscheiden, zoals het tijdstip van veertig dagen of dat van twee maanden, als het moment waarop het menselijk leven herkenbaar zou zijn. Volgens de joodse wet is abortus alleen bespreekbaar als er een conflict ontstaat tussen het leven van de moeder en het ongeboren kind. Niet de vrouw, de arts of de joodse Wet, maar 'de maatschappij' (het volk) is dan het meest gezaghebbend in het al dan niet toestemming geven tot abortus.

Het christendom en abortus[bewerken]

De Katholieke Kerk, de meeste overige stromingen van het christendom, maar ook vele agnostici[bron?] gaan wel uit van een moreel beginsel en vinden abortus niet alleen immoreel, maar ook een vorm van moord. Zij gaan ervan uit dat het menselijk leven begint van bij de conceptie, omdat de bevruchte eicel al het genetische materiaal bezit dat nodig is voor de verdere ontwikkeling en de chromosomenstructuur na de bevruchting compleet is en specifiek menselijk qua aantal, vorm en functioneren. Het ongeboren kind heeft volgens hen dan ook de status van een mens en dient de daarbij horende rechten op bescherming te hebben. Het verzet van de Katholieke Kerk tegen abortus kent een lange geschiedenis en is zowel gebaseerd op het natuurrecht als volgens de door de Kerk gebruikte personalistische ethiek. Het Canoniek recht veroordeelt abortus op straffe van excommunicatie (CIC 1398).[14] Reeds in de 2e eeuw vermeldt de Didachè dat het niet is toegestaan de foetus te doden door abortus of een pasgeboren kind te laten sterven.[15] In de loop der eeuwen is dit standpunt vele malen herhaald door kerkvaders en pausen. In de 20e eeuw werd het onder andere bevestigd in de encycliek Casti Connubii,[16] in het door de Congregatie voor de Geloofsleer gepubliceerde document Declaratio de abortu procurato (1974)[17] en in de instructie Donum Vitae (1987).[18] Paus Johannes Paulus II behandelde het onderwerp van abortus in 1995 in de encycliek Evangelium Vitae.[19]

Niettemin vind je in het vroege middeleeuwse christendom nog discussie - vergelijkbaar met die binnen de islam - over de vraag vanaf wanneer de vrucht een ziel heeft. Die discussie kreeg pas later, zoals we hierboven zagen, zijn huidige, leerstellige fundament. Zo ging de toen populaire theoloog, filosoof en mysticus Honorius van Autun er op basis van een aan de Kaballa ontleende berekening van uit, dat de ziel zich pas met het ontwikkelende leven op de 46e dag verenigt (Honorius of Autun, Sacramentarium, Patrol., vol. clxxii, col.741, in: Émile Mâle, The Gothic Image, Fontana Library, 1961, p. 12). Honorius wordt niet tot de Scholastiek gerekend, maar de Kerk heeft hem op grond van deze opvattingen nooit veroordeeld.

De islam en abortus[bewerken]

De vier grote rechtsscholen (Madhhab) van de soennitische Islam, gaan er alle van uit dat de ziel zich rond de 120e dag met het wordende leven verenigt. Daarna is abortus absoluut verboden. Voor de Hanafieten betekent dit dat abortus afkeurenswaardig blijft, maar met het oog op bijvoorbeeld de gezondheid van de vrouw tot die tijd is toegestaan, terwijl de Malikieten ook voor dat moment abortus volledig verbieden. De Sjafi'ieten beperken de abortusvrije periode tot ca. 40 of 50 dagen. Om die reden slaagden het Vaticaan en de islamitische landen er niet in om tot een gezamenlijk standpunt inzake abortus te komen tijdens de Bevolkingsconferentie in Caïro in 1994.

Het boeddhisme en abortus[bewerken]

Abortus wordt binnen het boeddhisme als iets slechts gezien. Want het hangt samen met de algemene boeddhistische opvatting dat het voortijdig beëindigen van een leven door medisch ingrijpen, iemand buiten de kringloop van zijn of haar leven plaatst, voordat het zijn of haar tijd is. Hier liggen raakvlakken met andere wereldreligies. Het belangrijkste eigen argument hierbij is, dat je zo iemand de mogelijkheid ontneemt om spiritueel verder te groeien en een optimale spirituele conditie te bereiken op het moment van sterven, die is bepalend voor een volgende geboorte. Het gaat er dus om, om tot spirituele volheid te kunnen komen om goed (spiritueel volgroeid) te kunnen sterven en over te kunnen gaan. Bij abortus ligt het gecompliceerder omdat het om twee levens gaat: dat van het kind en dat van de moeder. Volgens boeddhisten is er vanaf de conceptie sprake van een nieuw leven, dat beschermd moet worden om geestelijk tot volle wasdom te kunnen komen. Met abortus onderbreek je namelijk het proces van wedergeboorte, omdat de ziel van de ongeborene als het ware verhinderd wordt neer te dalen. Als er sprake is van levensgevaar voor de moeder, kan er soms tot abortus worden besloten, echter in het besef van het dilemma dat degenen die abortus laten uitvoeren zo schade lijden aan hun eigen karma. Een menselijk leven - hoe klein ook – zien boeddhisten dus als bijzonder waardevol en het is ook niet toevallig of indifferent, dat een bewustzijn is ‘neergedaald’ in een bepaald menselijk lichaam en dat daarvoor een vader en een moeder zijn ‘gekozen’.[20]

Pro Choice en Pro Life[bewerken]

De eis om toegang te hebben op gelegaliseerde abortus is jarenlang een belangrijk agendapunt geweest van een bepaalde vorm van feminisme, dat het ethische oordeel voorbehield aan de vrouw. De centrale leus daarbij was: Baas in eigen buik. Dit hield niet alleen in dat abortus uit het strafrecht zou moeten, maar ook dat geen ander dan de zwangere vrouw er over zou mogen beslissen. Er bestaan echter ook organisaties zoals Feminists for Life[21] die enerzijds het ongeboren leven willen beschermen en anderzijds de mening zijn toegedaan, dat het toelaten van abortus onderdeel is van een systeem (of een ideologie) dat eigenlijk uitbuiting van de vrouw in de hand werkt.

Bewegingen die tegen abortus zijn, worden pro-life bewegingen genoemd. Leden van deze bewegingen kunnen verschillende redenen hebben om tegen abortus te zijn, waaronder de hierboven genoemde redenen, maar zijn vaak in reactie op bewegingen die de keuze van de vrouw alleen centraal stellen.

Bewegingen die vóór abortus zijn als een legale keuze voor een zwangere vrouw, heten pro-choice bewegingen. Bij een keuze voor abortus als mogelijkheid laat men per definitie de rechten van de zwangere vrouw zwaarder wegen dan de rechten van het ongeboren kind. Het welzijn en/of de gezondheid van de zwangere zijn dan belangrijker dan de kans op leven van het embryo of de foetus. Vaak is één van hun argumenten om vóór abortus als keuze te zijn, dat abortus anders tóch zou gebeuren, maar dan illegaal en onder slechte medische omstandigheden. Een ander argument is, dat een ongewenste zwangerschap die uitgedragen móet worden veel problemen kan veroorzaken voor zowel de moeder als het kind.

Binnen de groep mensen die pro-choice is, kunnen er nog wel grote meningsverschillen zijn over onder andere de termijn van zwangerschap waarbinnen abortus nog mogelijk moet zijn, de mate van verslechtering van welzijn of gezondheid van de zwangere vrouw die een abortus rechtvaardigt, en de mate waarin alternatieven (zoals adoptie of ondersteuning) overwogen moeten worden, voordat tot abortus mag worden overgegaan. Ook kan men verschillen van mening over wie mogen bepalen of abortus mag plaatsvinden: de zwangere vrouw alleen, of ook de vader van het kind, of zelfs de arts of een andere persoon die dan een beoordeling zou moeten maken of de vraag om abortus gegrond is.

Abortus in België[bewerken]

Wetgeving in België[bewerken]

Door de Wet betreffende de zwangerschapsafbreking van 3 april 1990[22] is abortus onder bepaalde voorwaarden niet meer strafbaar. De wet wijzigde artikels 348, 350, 351 en 352 van het Strafwetboek (Titel VII - Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid, Hoofdstuk I - Vruchtafdrijving) en hief artikel 353 op.

Deze wet kwam er op initiatief van de senatoren Roger Lallemand en Lucienne Herman-Michielsens en werd in beide kamers door wisselmeerderheid goedgekeurd. De goedkeuring van de wet in het parlement leidde tot de zogenaamde abortuscrisis. Koning Boudewijn had gewetensbezwaren om de wet te bekrachtigen. Om de wet tot stand te laten komen zonder koninklijke bekrachtiging werd de koning voor korte tijd in de onmogelijkheid tot regeren verklaard, waardoor de ministerraad de wet zelf bekrachtigde “in naam van het Belgische volk”.
De regering van christendemocraten en socialisten werd in die tijd geleid door Wilfried Martens (Regering-Martens VIII) en bestond uit Philippe Moureaux, Willy Claes, Jean-Luc Dehaene, Melchior Wathelet, Hugo Schiltz, Mark Eyskens, Philippe Maystadt, Philippe Busquin, Guy Coëme, Louis Tobback, Alain Van der Biest, Luc Van den Brande, Marcel Colla en Raymond Langendries.

Artikel 350 voorziet dat abortus provocatus geen misdrijf is in twee gevallen.

Afbreking voor het einde van de 12e week[bewerken]

Het eerste geval is wanneer de ingreep gebeurt in de periode van de eerste twaalf weken van de zwangerschap (= 14e week amenorroe) en er aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de zwangere vrouw verklaart dat ze zich in een "noodsituatie" bevindt;
  • de ingreep moet gebeuren door een arts onder "medisch verantwoorde omstandigheden" in een "instelling voor gezondheidszorg" die de zwangere vrouw inlicht over alle wetten en decreten die haar zouden kunnen helpen om haar "noodsituatie" op te lossen;
  • de arts voert de ingreep ten vroegste zes dagen na de eerste consultatie uit;
  • de arts licht de vrouw in over de "medische risico's waaraan zij zich blootstelt";
  • de arts moet de verschillende opvangmogelijkheden "voor het kind dat geboren zal worden" in herinnering brengen;
  • de arts moet zich vergewissen van de "vaste wil" van de vrouw;

Afbreking na de 12e week[bewerken]

Het tweede geval voorziet in abortus van het ongeboren kind na de 12e week tot aan de voldragen baby (gemiddeld 40e week) indien:

  • het voltooien van de zwangerschap een "ernstig gevaar" inhoudt voor de gezondheid van de vrouw of indien vaststaat dat het kind dat geboren zal worden, zal lijden aan een "uiterst zware kwaal" die als ongeneeslijk wordt erkend op het ogenblik van de diagnose, en
  • er advies gevraagd werd aan een tweede arts;

Een arts, verpleegkundige of een lid van het paramedisch personeel kan niet verplicht worden om medewerking te verlenen aan abortus provocatus. Een arts die een dergelijke ingreep weigert uit te voeren, is gehouden de vrouw bij haar eerste bezoek hiervan in kennis te stellen maar is niet gehouden haar door te verwijzen naar een andere arts.

De wet geeft geen omschrijving van de begrippen "noodsituatie", "uiterst zware kwaal" en "medisch verantwoorde omstandigheden" en stelt duidelijk dat de vader van het kind geen zeggenschap heeft in de beslissing om al of niet tot vruchtafdrijving over te gaan. Het is de vrouw die soeverein het begrip noodsituatie invult.

Nationale evaluatiecommissie van de abortuswet[bewerken]

Op 13 augustus 1990 werd ook een Nationale Evaluatiecommissie opgericht om toe te zien op de praktijk. Zij moet om de twee jaar een verslag uitbrengen voor 31 augustus van de even jaren. De commissie behoort tot de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en tot nu toe bracht zij verslag uit over de jaren 1992 en 1994 tot en met 2007.[23][24][25] Het verslag voor de jaren 2006-2007 werd laattijdig gepubliceerd.[26] Op basis van de verklaringen van de aborterende artsen, komen de volgende gegevens uit de rapporten van de evaluatiecommissie naar voren:

  • Het aantal geregistreerde abortussen is in België gestaag gestegen van 10380 in het jaar 1993 naar 15595 in 2003, 17314 in 2005 en 18033 in 2007. Ook het percentage van het aantal zwangerschappen dat met een abortus wordt beëindigd, stijgt gestaag: daar waar in 2000 één op de 9 zwangerschappen eindigde met een abortus, is dit in 2007 één op de 7.
  • De drie meest aangehaalde "noodsituaties" zijn:
  1. Momenteel geen kinderwens.
  2. De vrouw voelt zich te jong.
  3. Voltooid gezin. (Gesteld "ideaal" kindertal bereikt.)
  • Het grootste percentage abortussen wordt uitgevoerd op zwangere vrouwen in de leeftijdsklasse van 20 tot 24 jaar.
  • De drie meest voorkomende abortustechnieken zijn:
  1. Vacuümaspiratie oftewel zuigcurettage (77 tot 80%)
  2. De abortuspil (mifepristone) (12%)
  3. Curettage (8 à 10%).
  • 77 tot 79% van de abortussen worden uitgevoerd in abortusklinieken.
  • 0,8% van de abortussen geven aanleiding tot complicaties bij de zwangere vrouw.
  • Het verslag van de commissie maakt geen gewag van de ouderdom van de geaborteerde foetussen.

Abortus in Nederland[bewerken]

Geschiedenis van de legalisering van abortus[bewerken]

Demonstratie met teksten als 'Baas in eigen buik' voor het openhouden van de Bloemenhovekliniek (1974)
Actievoerders tijdens de verkiezingscampagne van Dries van Agt in 1977. "Van Agt, jij wordt nooit verkracht. Abortus doe je niet zomaar."

In Nederland begon de eerste abortuskliniek illegaal abortus provocatus uit te voeren op 27 februari 1971. Deze inrichting in Arnhem (het Mildredhuis) werd in die tijd onder andere door de socialistische omroep VARA gefinancierd. In hetzelfde jaar werd ook de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK) opgericht, die ervan uitgaat dat het menselijk leven en aldus tevens het ongeboren kind vanaf de conceptie tot de natuurlijke dood beschermwaardig zijn.

In de periode van het eerste kabinet van Van Agt werd een wetsontwerp van Jacob de Ruiter (CDA) en Leendert Ginjaar (VVD) in de Tweede Kamer op 18 december 1980 met de kleinst mogelijke meerderheid goedgekeurd (76 stemmen voor, 74 stemmen tegen). In april 1981 werd het ook door de Eerste Kamer met een nipte meerderheid (38 voor, 37 tegen) aangenomen. De Wet afbreking zwangerschap (kortweg: Wafz, dit wordt vaak tot WAZ afgekort, officieel is dat de afkorting voor de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen) trad in werking op 1 november 1984.

De huidige abortuswetgeving in Nederland[bewerken]

De regelgeving omtrent abortus is vervat in de Wet afbreking zwangerschap van 1 mei 1981, kortweg Wafz. Aan deze wet liggen, zoals staat te lezen in de considerans, twee waarden ten grondslag. Enerzijds betreft dit de rechtsbescherming van ongeboren menselijk leven, anderzijds het recht van de vrouw op hulp bij ongewenste zwangerschap. Abortus is volgens artikel artikel 82a van het Wetboek van Strafrecht alleen als misdrijf strafbaar als de foetus levensvatbaar was geweest. Artikel 296 (Titel XIX A - Misdrijven tegen het leven gericht) bepaalt in geval de strafmaat. Zie beneden.

Een aborterende arts heeft dus een strafuitsluitingsgrond, dat wil zeggen dat de abortus legaal is, wanneer de arts tot de bevinding is gekomen dat de vrouw verklaart zich in een "noodsituatie" te bevinden. De beslissing hierover ligt soeverein bij de vrouw. De vader van de foetus heeft expliciet geen recht op medezeggenschap. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) bepaalt verder dat minderjarigen boven de 16 volledig handelingsbekwaam zijn ten aanzien van het aangaan van een geneeskundige behandeling, zoals abortus. Meisjes jonger dan 16 moeten hierover met hun ouders overleggen.

De Wafz bepaalt niet tot in welk stadium van de zwangerschap de arts abortus mag uitvoeren. Artikel 82a van het Wetboek van Strafrecht bepaalt echter dat "het doden van een vrucht die naar redelijkerwijs verwacht mag worden in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven" gelijk staat aan "een ander, of een kind bij of kort na de geboorte, van het leven beroven". Op basis van de huidige stand van de medische wetenschap mag volgens de ministeries van Volksgezondheid en Justitie daarom abortus op menselijke foetussen in Nederland tot 24 weken (5,5 maanden) na de bevruchting uitgevoerd worden als aan een aantal regels voldaan is. Een van die regels is dat de uitvoering van de vruchtafdrijving voorafgegaan moet zijn door een bedenktijd van minimaal 5 dagen, en dat de abortus moet worden uitgevoerd door een medicus in een kliniek of ziekenhuis dat een "abortusvergunning" heeft gekregen.

Overtijdbehandeling[bewerken]

De Wafz is blijkens art. 1 lid 2 Wafz niet van toepassing op een middel ter voorkoming van de innesteling van een bevruchte eicel in de baarmoeder. Hier wordt gedoeld op de overtijdbehandeling. De reden hiervoor is dat destijds, ten tijde van de totstandkoming van de Wafz, niet met zekerheid kon worden vastgesteld of sprake was van een zwangerschap. Wanneer niet met zekerheid is vast te stellen of iemand zwanger is, kan ook niet (met zekerheid) worden gesteld dat een behandeling gericht is op het afbreken van een zwangerschap. Door de Commissie, die de Wafz evalueerde, is geadviseerd om ook de overtijdbehandeling onder het bereik van de Wafz te brengen. In het regeerakkoord van CDA/PvdA/CU stond het voornemen om dit uit te voeren.

Vergunning[bewerken]

Een behandeling gericht op het afbreken van zwangerschap, mag slechts worden verricht door een arts in een ziekenhuis of kliniek, waaraan door de minister van VWS een vergunning is verleend (art. 2 Wafz). Het bestuur van de kliniek of het ziekenhuis dient deze aan te vragen bij de minister welke binnen 7 maanden op het verzoek zal beslissen (art. 4 lid 1 en 2 Wafz). Wanneer het ziekenhuis of de kliniek aannemelijk heeft gemaakt dat aan de artikelen 5 lid 1 (zorgvuldige besluitvorming) of 6 (nadere eisen vergunningverlening) Wafz bedoelde eisen zal worden voldaan, wordt de vergunning verleend (art. 4 lid 3 Wafz). Een kliniek of ziekenhuis moet aan de eisen van art. 5 lid 1 en art. 6 Wafz voldoen. Terecht merkt daarom de evaluatiecommissie op dat in art. 4 lid 3 Wafz in plaats van ‘of’ het woordje ‘en’ moet staan. Er bestaat een vergunning voor de afbreking van zwangerschappen tot en met 13 weken (eerste-trimesterabortussen) daarnaast is er een vergunning voor zwangerschappen die langer dan 13 weken hebben geduurd (tweede-trimesterabortussen). Voor de verkrijging van een vergunning voor tweede-trimesterabortussen moet een kliniek of ziekenhuis aan nadere eisen voldoen. Deze voorwaarden staan in het Besluit afbreking zwangerschap of Bafz in de artt. 21 tot 24. Deze nadere eisen zijn medisch van aard. Ze beogen een extra waarborg te bieden voor de gezondheid van de vrouw, omdat bij tweede-trimesterabortussen de kans op complicaties groter is. Zo is bijvoorbeeld bepaald dat er altijd twee artsen aanwezig moeten zijn (art. 22 Bafz) en moet een samenhangende nabehandeling voor de vrouw die een abortus heeft laten uitvoeren mogelijk zijn (art. 23 Bafz).

Noodsituatie[bewerken]

Een zwangerschap mag gerechtvaardigd worden afgebroken wanneer de noodsituatie waarin de vrouw verkeert, haar onontkoombaar maakt. Het begrip: noodsituatie, is echter niet of nauwelijks duidelijk omlijnd. In de parlementaire stukken is wel een soort van algemene omschrijving van het begrip te vinden. Het zou gaan om de toestand van geestelijke nood waarin de vrouw is komen te verkeren door haar ongewenste zwangerschap zonder dat er sprake is of behoeft te zijn van dreigend fysiek of psychisch letsel. In de Wafz zelf is geen omschrijving van het begrip noodtoestand te vinden. De wetgever heeft destijds bewust het begrip niet nader kunnen en willen afbakenen. Dit omdat de situaties van nood te zeer uiteenlopen en derhalve niet in algemene termen te omschrijven wanneer van een noodtoestand sprake is. Volgens de commissie die de Wafz aan een evaluatie heeft onderworpen, kan men het in de praktijk hanteren van het ongedefinieerde begrip noodsituatie, als volgt samenvatten:

“De situatie waarin de vrouw verkeert en die geleid heeft tot het verzoek tot afbreken van de zwangerschap, behoort tot de elementen die de besluitvorming ten aanzien van abortus beheersen. In de besluitvormingsprocedure dient voorlichting te worden gegeven over alternatieve oplossingen voor de (nood-)situatie waarin de vrouw zich bevindt. Als deze volgens de vrouw niet tot een oplossing van haar noodsituatie kunnen leiden, dient de arts een besluit te nemen over het al dan niet verrichten van de abortus. De arts kan zijn medewerking verlenen indien naar zijn inzicht, alle relevante omstandigheden in aanmerking genomen, de noodsituatie van de vrouw de abortus onontkoombaar maakt. Bij het nemen van deze beslissing moet het oordeel van de vrouw zwaar wegen, zonder dat de arts zich met een beroep op het enkele feit dat de vrouw de zwangerschapsafbreking wenst aan zijn eigen verantwoordelijkheid kan onttrekken. Het gaat om twee eigenstandige beslissingen: de vrouw beslist of zij de abortus wil, de arts beslist of hij dit voor zich zelf kan verantwoorden, zowel medisch als ethisch.”

In het slot komt duidelijk naar voren dat de vrouw niet is overgeleverd aan de arts, maar omgekeerd kan de vrouw de arts ook niet dwingen de abortus uit te voeren. Beide personen zullen voor zichzelf een keuze moeten maken, waarmee de wetgever uitdrukking aan de eigen verantwoordelijk heeft willen geven. Dit wordt nog eens extra onderstreept in art. 20 Wafz waarin staat dat niemand verplicht is een vrouw een behandeling gericht op het afbreken van zwangerschap te geven. In het tweede lid van hetzelfde artikel staat dat de arts met gemoedsbezwaren tegen het verrichten of doen verrichten van de behandeling, de vrouw hiervan onverwijld in kennis moet stellen.

Termijnen[bewerken]

Een zwangerschap mag niet eerder afgebroken worden dan op de zesde dag nadat de vrouw de arts heeft bezocht en daarbij haar voornemen met hem heeft besproken. Deze beraadtermijn, art. 3 lid 1 Wafz, is opgenomen om een overhaaste beslissing/uitvoering tot zwangerschapsafbreking te voorkomen. De termijn begint, blijkens art. 3 lid 2 Wafz, te lopen op het moment dat de vrouw een arts heeft bezocht en met deze arts haar voornemen heeft besproken. Dit kan dus ook de huisarts zijn, de termijn gaat niet pas lopen wanneer de vrouw zich tot een medisch-professional in een ziekenhuis of kliniek heeft gewend. Als een vrouw zich tot een huisarts wendt, dan dient deze de vrouw naar een ziekenhuis of kliniek te verwijzen, onder mededeling van zijn bevindingen (art. 3 lid 1 Wafz). We zagen reeds dat een arts niet gedwongen kan worden zijn medewerking te verlenen. Gelet op art. 3 lid 3 Wafz dient de arts daarom de vrouw zo spoedig mogelijk mede te delen of hij aan het verzoek zal meewerken. Wanneer dit een arts is die niet in het ziekenhuis of kliniek werkzaam is, dan dient deze zijn besluit uiterlijk 5 dagen na het bezoek van de vrouw mede te delen. Gaat het om een in het ziekenhuis of in een kliniek werkzame arts, dan is deze termijn drie dagen. Wanneer de arts, die niet in ziekenhuis of kliniek werkt, weigert de vrouw te verwijzen, dan moet hij haar onverwijld een gedateerde schriftelijke kennisgeving ter hand stellen (art. 3 lid 5 Wafz). Deze kennisgeving dient in ieder geval het tijdstip waarop de vrouw zich tot de arts had gewend te vermelden. In een dergelijk geval wordt de beraadtermijn met een dag verkort (art 3 lid 4 Wafz). Op niet naleving van de hierboven besproken termijnen staan geldboetes van de vijfde categorie (art. 16 Wafz). Zo wordt de arts die niet binnen drie dagen de vrouw inlicht over zijn voornemen om wel of niet te verwijzen met een geldboete bedreigd. Maar ook de arts die binnen de beraadtermijn de behandeling uitvoert. Er wordt echter in art. 16 lid 2 Wafz een uitzondering gemaakt voor het geval waarin de zwangerschapsafbreking noodzakelijk is om een dreigend gevaar voor het leven of de gezondheid van de vrouw te voorkomen. Zoals gezegd dient de vijf dagen beraadtermijn om een overhaaste beslissing/uitvoering van de zwangerschapsafbreking te voorkomen. Zo dient in de beraadtermijn verantwoorde voorlichting over andere oplossingen dan zwangerschapsafbreking te worden gegeven (art 5 lid 2 sub a Wafz). Daarnaast dient de arts zich ervan te vergewissen dat de vrouw in vrijwilligheid, dus niet onder pressie, en met besef van haar verantwoordelijkheid voor ongeboren leven en de gevolgen voor haar zelf en de haren, tot haar beslissing is gekomen (art 5 lid 2 sub b Wafz). Het zal zeker geen sinecure zijn om in een gesprek te meten wat het verantwoordelijkheidsbesef van de vrouw is. Tijdens het gesprek dient de arts zich hiervan een beeld te scheppen. De wetgever gaat er echter vanuit dat de vrouw zich over het algemeen genomen zeer wel bewust zal zijn van haar verantwoordelijkheden voor het nieuwe leven. Tenslotte dient voor de vrouw, die de behandeling heeft ondergaan en eventueel ook de haren, genoegzame nazorg beschikbaar te zijn (art 5 lid 2 sub d Wafz). Deze nazorg kan bestaan in het geven van voorlichting over voorkoming van ongewenste zwangerschap.

Bafz[bewerken]

Om aan al deze eisen te kunnen voldoen worden nadere regels gesteld in het Besluit afbreking zwangerschap, afgekort Bafz (art 5 lid 1 Wafz). Zo wordt in art. 3 Bafz bepaald dat een ziekenhuis of kliniek ervoor zorg zal dragen dat een arts een of meer gesprekken met de vrouw zal voeren. Daartoe zal door het ziekenhuis of de kliniek voldoende tijd en ruimte beschikbaar moeten worden gesteld. In de artt. 6, 7 en 8 Bafz worden nadere regels gesteld met betrekking tot verslaglegging, controle en nazorg.

Strafrecht en abortus[bewerken]

Op het terrein van het strafrecht zijn twee artikelen van belang voor de abortuspraktijk. Dit zijn art. 82a en 296 Sr. In art. 82a staat het volgende te lezen:

‘Onder een ander, of een kind bij of kort na de geboorte, van het leven beroven wordt begrepen: het doden van een vrucht die naar redelijkerwijs verwacht mag worden in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven.’

Art. 296 lid 1 Sr luidt:

'Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor de zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.'

In de leden 2 tot 4 staan strafverzwarende omstandigheden ingeval het feit de dood van de vrouw tot gevolg heeft, de vrouw geen toestemming heeft verleend of het geval dat toestemming ontbreekt en eveneens het feit de dood van de vrouw tot gevolg heeft. In het vijfde lid staat een strafuitsluitingsgrond voor het geval een feit als in art. 296 lid 1 omschreven, is begaan in het kader van de Wafz.

Met art. 82a Sr wordt een uiterste termijn gesteld die in de Wafz niet genoemd wordt. Blijkens het artikel is het doden van een levensvatbare vrucht een misdaad tegen het leven gericht. Deze grens is in Nederland gesteld op 24 weken. Een afbreking van de zwangerschap na deze 24 weken termijn is dus niet langer een afbreking van de zwangerschap, maar een misdrijf tegen het leven gericht. Een arts die zich aan een dergelijk feit schuldig maakt is dus strafbaar op grond van art. 296 lid 1 Sr. De strafuitsluiting van het vijfde lid verandert hier niets aan, nu niet langer van een behandeling volgens de Wafz kan worden gesproken nu deze behandeling verboden is.

Voor die gevallen waarin men wil overgaan tot een late zwangerschapsafbreking, bijvoorbeeld om ernstige complicaties voor de vrouw te voorkomen, kan een beroep op overmacht, art. 40 Sr worden gedaan.

Kritiek op de wetgeving[bewerken]

De actiegroep "Wij vrouwen eisen..." streed voor een 3 tal concrete punten: de vrouw beslist, abortus uit het wetboek van strafrecht en in het ziekenfonds. Strikt genomen zijn geen van deze 3 eisen ingewilligd. Door een beroep te doen op het bewust vaag gehouden begrip 'noodsituatie' is er weliswaar toegang tot medisch verantwoorde abortus, het is echter niet het recht op abortus waarvoor gestreden is. Het doel was, dat de vrouw zelf kan beschikken over haar lichaam (bekend is in dit verband de leuze 'baas in eigen buik'). Abortus staat nog steeds in het wetboek van strafrecht - en abortus wordt niet via het ziekenfonds (maar via de AWBZ) gefinancierd. Dit laatste is de eis die nog het verst is ingewilligd: abortus is ook beschikbaar voor vrouwen met bijvoorbeeld een uitkering.

Buiten de algemene kritiek op het toelaten van abortus (zie Ethische kwesties rond abortus provocatus) zijn er ook specifieke elementen van de Wafz waarop kritiek bestaat. Zo heeft volgens de huidige Nederlandse wetgeving de vader van het ongeboren kind geen medezeggenschap bij de beslissing om al of niet over te gaan tot een abortus. De beslissing hierover ligt enkel bij de vrouw. Dit wordt door sommigen als een vorm van discriminatie beschouwd en het recht op medezeggenschap hierover is daarom een van de eisen van de vaderbeweging. Het recht van medezeggenschap zou kunnen betekenen dat de beslissing om tot abortus te besluiten niet louter de keus van de vrouw is, maar dat de belangen van de man meegewogen moeten worden.

Door sommige medici worden vraagtekens gezet bij de huidige limiet van 24 weken, omdat door het voortschrijden van de techniek er ook bij iets jongere leeftijd reeds sprake is van levensvatbaarheid buiten de baarmoeder, al zijn de levenskansen van een zoveel te vroeg geboren kind nog laag.

In 2005 werd de Wet afbreking zwangerschap geëvalueerd. Een van de conclusies van het rapport was dat de bedenktijd van vijf dagen geschrapt moest worden. De opstellers van het rapport pleitten voor een flexibele bedenktijd, die door de arts per patiënt bepaald moet worden. De verplichte bedenktijd is sinds de invoering van de wet een punt van discussie geweest. Pro-choice organisaties vinden het een bevoogdende bemoeienis met de zwangere, die naar hun visie al voordat zij een eerste afspraak maakte voor een abortus haar opties overwogen heeft. Pro-life organisaties vinden dat deze bedenktermijn noodzakelijk is om vrouwen tot een weloverwogen beslissing te laten komen. De meeste kritiek oogst het begrip noodsituatie en de wijze waarop daaraan (geen) vorm wordt gegeven. Het wordt totaal aan de vrouw zelf overgelaten of zij al dan niet in een noodsituatie verkeert.[bron?]

Cijfers in Nederland[bewerken]

Anno 2005 hadden 108 ziekenhuizen en 17 abortusklinieken een abortusvergunning. De gespecialiseerde klinieken voeren 95% van de abortussen uit.

Volgens de gegevens van de Inspectie voor de Gezondheidszorg is het aantal aangegeven abortussen op in Nederland woonachtige zwangere vrouwen gestegen van 17.251 in 1985, tot 28.437 in 2001. Het aantal abortussen (inclusief overtijdbehandelingen) op in Nederland woonachtige vrouwen stabiliseerde zich sinds 2002 tussen de 28.000 en 29.000 per jaar, terwijl het totaal aantal uitgevoerde abortussen in diezelfde periode tussen de 33.000 en 34.000 per jaar lag.[27]

Het percentage van de zwangerschappen van in Nederland woonachtige vrouwen dat beëindigd wordt met een abortus provocatus is sinds 1990 gestaag gestegen: daar waar in 1990 één op de tien zwangere vrouwen een abortus liet uitvoeren, was dit in 2006 bijna één op de zeven. Sinds 2000 is het aantal abortussen stabiel, in 2008 lag dit aantal op 33.000.[28]

Het abortuscijfer - dit is het aantal abortussen per duizend vrouwen en meisjes in de vruchtbare leeftijd - in Nederland was in 2004 8,7. Hoewel dit cijfer na een daling in de jaren zeventig, sinds 1990, toen het 5,2 bedroeg, is gestegen, is het aantal abortussen in andere westerse landen vaak hoger.[29]

Hulpverlening[bewerken]

Hulp bij ongewenste zwangerschap wordt geboden door een van de 17 abortusklinieken in Nederland. Meer dan 90% van de zwangerschapsafbrekingen vinden in deze klinieken plaats. De andere ingrepen worden gedaan door gynaecologen in ziekenhuizen. Indien een vrouw zelf twijfelt over of zij een zwangerschap wel of niet wenst af te breken, wordt zij dikwijls verwezen naar een Fiom Bureau of de VBOK. Dit zijn gespecialiseerde bureaus voor maatschappelijk werk.

Abortus in andere landen[bewerken]

In sommige landen wordt abortus zelfs als 'voorbehoedsmiddel achteraf' gebruikt; tot de uitvaardiging in 1967 van het Decreet 770 was dat bijvoorbeeld in Roemenië het geval. Zelfs in de landen waar abortus bij wet toegestaan is, vinden er nog abortussen plaats onder riskante omstandigheden (breinaald, vergif). Meestal gebeurt dit vanwege een gebrek aan geld en kennis.

In Polen geldt sinds 1994 een strikte abortuswet, die abortus vrijwel in alle gevallen verbiedt. De katholieke regering en de volkspartijen, ook de linkse, veroordelen er de abortuspraktijk. Ook in Portugal is abortus altijd verboden geweest, hoewel de socialisten daar anno 2005 een einde aan wilden maken. De Portugese bevolking sprak zich al in meerdere referenda uit tegen de legalisering van abortus. Uiteindelijk heeft de Portugese bevolking alsnog met beperkte legalisering van abortus tot 10 weken ingestemd. Ook Malta handhaaft het verbod op abortus en zowel de meerderheid van de Maltese bevolking als de regering veroordelen elke inbreuk op het levensrecht van het ongeboren kind in de Europese Unie, waarvan de eilandstaat lid is.

In Chili is abortus verboden zonder uitzonderingen, dus ook wanneer er sprake is van verkrachting of incest, of wanneer het leven van de moeder of embryo in gevaar is. In oktober 2006 werd in Nicaragua een wet aangenomen die eveneens abortus in alle gevallen verbiedt. Tegenstanders van deze wet beschuldigden de voorstanders ervan misbruik te maken van de naderende verkiezingen, omdat weinig politici in het katholieke Nicaragua stemmen willen verliezen door tegen de wet te stemmen. Ook in El Salvador is abortus zonder meer verboden. In de meeste andere landen van Latijns-Amerika is abortus wel mogelijk, maar onder strikte voorwaarden, en zelfs wanneer aan die voorwaarden wordt voldaan is het vaak lastig de abortus daadwerkelijk uitgevoerd te krijgen. De enige gebieden in Latijns-Amerika die abortus in alle situaties toestaan zijn Cuba, Guyana en Mexico-Stad.

Het Vaticaan oefent druk uit op landen om abortus (opnieuw) te verbieden[bron?].

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) http://www.who.int/reproductivehealth/publications/unsafe_abortion/induced_abortion_2012.pdf
  2. a b c Q&A Abortus Provocatus, editie 2008, ministerie van Buitenlandse Zaken
  3. (en) https://apps.who.int/inf-fs/en/fact240.html
  4. (en) http://www.cancer.org/cancer/breastcancer/moreinformation/is-abortion-linked-to-breast-cancer
  5. (en) http://www.acog.org/Resources_And_Publications/Committee_Opinions/Committee_on_Gynecologic_Practice/Induced_Abortion_and_Breast_Cancer_Risk
  6. (en) http://www.apa.org/pi/women/programs/abortion/index.aspx, de American Psychiatric Association
  7. (en) http://www.nhs.uk/news/2011/12December/Pages/systematic-review-terminations-mental-health.aspx
  8. (en) http://www.rcog.org.uk/files/rcog-corp/Abortion_Guideline_Summary.pdf
  9. (en) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC154180/
  10. Abortion Policies - A global review, Verenigde Naties, United Nations Population Division
  11. a b c d e (en) Sedgh, G.; Singh, S.; Shah, I. H.; Åhman, E.; Henshaw, S. K.; Bankole, A. (2012). "Induced abortion: Incidence and trends worldwide from 1995 to 2008". The Lancet 379 (9816): 625–632
  12. (en) Institute for Family Policies finds a child is aborted every 25 seconds in the European Union, Fides, 7 september 2009
  13. Abortuscijfer vrijwel stabiel, Centraal Bureau voor de Statistiek, 21 februari 2011
  14. Canon 1398 - "Wie vruchtafdrijving bewerkt met daadwerkelijk gevolg, loopt een excommunicatie van rechtswege op.", Codex Iuris Canonici - Wetboek van Canoniek Recht - 1983
  15. (en) Didachè, Hoofdstuk 2
  16. Casti Connubii, Paus Pius XI, 31 december 1930
  17. (en) Declaratio de abortu procurato, Congregatie voor de Geloofsleer, 18 november 1974
  18. Donum Vitae, Congregatie voor de Geloofsleer 22 februari 1987
  19. Evangelium Vitae, 25 maart 1995
  20. www.reliflex.nl/article.aspx?ArticleId=168
  21. (en) Feminists for Life
  22. Wet betreffende de zwangerschapsafbreking, Belgisch Staatsblad, 5 april 1990
  23. Gegevensbanken morbiditeiten, www.iph.fgov.be, website van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV)
  24. Rapport 2004-2005 van de Nationale Commissie voor de evaluatie van de zwangerschapsafbreking
  25. Rapport 2006-2007 van de Nationale Commissie voor de evaluatie van de zwangerschapsafbreking
  26. Vlaams Belang stelt niet functioneren van evaluatiecommissie abortus aan de kaak, www.vlaamsbelangkamerfractie.be, 28 november 2008
  27. Min. VWS - Feiten en cijfers abortus in Nederland
  28. Aantal abortussen sinds 2000 stabiel Bron: IGZ (bewerking kiesBeter.nl), 15 februari 2010
  29. (en) Centers for Disease Control and Prevention (USA)
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Abortus.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek