Didachè

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste regels van de didachè uit 1056.

De Didachè is een vroeg-christelijk geschrift, gerekend tot de Apostolische Vaders, en werd in de eerste helft van de tweede eeuw na Christus door een onbekende auteur te Syrië in het Grieks geschreven. De naam Didachè betekent: onderricht, onderwijzing. De tekst werd pas ontdekt in 1873 door aartsbisschop Philotheos Bryennios in de bibliotheek van het Oosters-orthodox Patriarchaat van Jeruzalem als onderdeel van de zogeheten Codex Hierosolymitanus.

Dit geschrift wil laten zien hoe de twaalf apostelen de grote opdracht van Jezus, "Gaat dan heen, maakt al de volken tot mijn discipelen" (Matt. 28:19), in praktijk brengen. Ook wordt er aandacht aan profetie gegeven. Het geschrift zelf bevat nuttige informatie over het leven in de gemeenschap en is volgens bovenstaande datering het oudst bewaarde document met voorschriften voor de eredienst en het kerkelijk leven.

Inhoud[bewerken]

De eerste zes hoofdstukken gaan vooral over de goede en de slechte weg waarop een christen kan wandelen (de 'twee wegen', die van het Leven en die van de Dood). Ze bevatten verschillende verwijzingen naar de Bergrede, Jezus Sirach en het boek Spreuken. Hoofdstuk 7 en 8 gaan hoofdzakelijk over de praktische aspecten van de doop en hoofdstuk 9 en 10 over de liturgie bij het avondmaal. De laatste hoofdstukken (11-15) gaan ten slotte over het beleid in de gemeenschap en hoofdstuk 16 over de toekomstverwachting van de christenen.

  • Hoofdstuk I t/m VI: De Leer van de Twee Wegen
    • Hoofdstuk I: Overzicht met toelichting van de Bergrede
    • Hoofdstuk II en III: Toelichting op enkele geboden en verboden
    • Hoofdstuk IV: Over het gedenken van de geloofsverkondigers en het nut van de goede werken
    • Hoofdstuk V: De weg ten kwade
    • Hoofdstuk VI: Over het onderhouden van het "juk des Heren"; onthouding van offervlees
  • Hoofdstuk VII t/m VIII: Praktische aspecten van de doop
    • Hoofdstuk VII: Over het doopsel
    • Hoofdstuk VIII: Over het vasten (voorafgaand aan de doop)
  • Hoofdstuk IX t/m X: Liturgie en avondmaal
  • Hoofdstuk XI t/m XV: Het beleid in de gemeenschap
    • Hoofdstuk XI en XII: Over profeten en charismatici
    • Hoofdstuk XIII: Over de plicht tot het onderhouden van profeten, leraren e.d. door de gemeenschap
    • Hoofdstuk XIV: Over de belijdenis van de zonden alvorens deel te nemen aan de Eucharistie
    • Hoofdstuk XV: Over de aanstelling van oudsten en diakenen

Ondanks dat de Didachè een hoogstaand werk kan worden genoemd, is het boek niet canoniek. Redenen hiervoor zijn:

  • Het boek leert de ‘rechtvaardiging door goede werken’ (Didachè 4:6; 6:2; 16:2),
  • Het strenge bevel voor de dopeling om minstens één dag te vasten voor zijn doop of het bevel om drie keer per dag het Onze Vader te bidden te wettisch (Didachè 7:4; 8:3).

Oudtestamentische profetieën voor het volk Israël worden op de Kerk toegepast (Didachè 9:4; 10:5). Zo dient de Kerk worden samengebracht vanaf het einde van de aarde in het Koninkrijk van God. Vreemd hierbij is het feit dat de auteur(s) ervan uitgaan dat de Kerk nog niet in het Koninkrijk van God is en dit lokaal aanwijsbaar lijkt. De profeet heeft een bijzondere plaats in de Didachè en wordt zelfs als enige ‘hogepriester’ genoemd (Didachè 13:3). Het slot van de Didachè is onzeker.

Vertalingen[bewerken]

Sinds haar ontdekking in 1873 is de Didachè herhaaldelijk in het Nederlands vertaald:

  • Klijn, Apostolische Vaders, II, 1967, p. 91-123. - Voorstelling en vertaling. Herdruk: 1981 (p. 225-257).
  • De Didache, Leer van de Twaalf Apostelen, door de Benedictinessen van Bonheiden (Kerkvaderteksten met Commentaar, 3), Bonheiden, Abdij Bethlehem, 1982. - Op p. 51-66 vertaling.
  • Kerkvaders, 1984, p. 1-30. - Vertaling en toelichting, door C. Datema.
  • Franses OFM, Dr. D., De Apostolische Vaders, 1941, p. 7-21.
  • De Didache, het onderwijs van de apostelen, vertaling met commentaren door A. de Kok, 2014, Uitgeverij Stad op een berg

Externe links[bewerken]