Apostel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Apostel (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Apostel.
Deel van een serie artikelen over het
christendom
Christendom
..Pijlers
..Christelijke feesten

Portaal  Portaalicoon  Christendom

Jezus Christus predikt zijn discipelen (meester van de Reichenauer school, ca. 1010)

Een apostel (van het Griekse woord ἀπόστολος, apóstolos "gezondene") is iemand die gezonden wordt om een boodschap over te brengen. De term wordt in de christelijke traditie met name gebruikt voor iemand die door Jezus is uitgezonden om het evangelie te verspreiden.

De twaalf apostelen[bewerken]

Volgens de christelijke traditie zond Jezus reeds tijdens zijn tijd op Aarde discipelen uit om zijn boodschap te verspreiden. Twaalf van hen, die tot de binnenste kring van Jezus' aanhangers behoorden, worden van de overige volgelingen van Jezus onderscheiden doordat zij "De Twaalf" genoemd worden. In de evangelieverhalen worden zij echter nog geen apostelen genoemd. Die term komt pas naar voren in het boek Handelingen en de Brieven. Toen Jezus niet meer in hun midden was, begonnen zij met het verspreiden van het evangelie in Judea, Syrië, Klein-Azië en Zuid-Europa (inclusief Rome). Judas Iskariot, een van de Twaalf, beroofde zichzelf van het leven nadat hij Jezus verraden had. Volgens Handelingen, hoofdstuk 1, werd hij opgevolgd door Mattias die vervolgens ook tot de twaalf apostelen wordt gerekend.

De namen van de apostelen[bewerken]

Na de toetreding van Mattias waren de apostelen (in alfabetische volgorde):

  1. Andreas (broer van Simon Petrus)
  2. Bartolomeüs
  3. Filippus
  4. Jakobus (zoon van Alfeüs)
  5. Jakobus de Meerdere (bijgenaamd Boanerges, zoon van Zebedeüs)
  6. Johannes (bijgenaamd Boanerges, zoon van Zebedeüs)
  7. Judas Taddeüs (ook wel Judas Lebbeüs genoemd, broer van Jakobus de Rechtvaardige)
  8. Matteüs (ook wel Levi genoemd)
  9. Mattias (nam na de hemelvaart de plaats in van Judas Iskariot)
  10. Simon Petrus (Petrus is een vertaling van zijn bijnaam Kefas)
  11. Simon (met vaak als toevoeging "de Zeloot" of "de IJveraar")
  12. Thomas

Ook Paulus noemde zichzelf een apostel, hoewel hij Jezus niet tijdens diens leven op aarde ontmoet heeft, maar volgens eigen zeggen later op een bovennatuurlijke wijze en daardoor een aanhanger van zijn leer werd. Hij wordt vaak beschouwd als de 13e apostel. Verder dragen ook Barnabas, Silas, Timoteüs, Andronicus en Junia de titel apostel. Eén keer wordt ook Jezus zelf een apostel genoemd (Hebreeën 3:1).

De apostelen in de christelijke Kerk[bewerken]

In de christelijke traditie worden de twaalf apostelen als de grondleggers van de kerk beschouwd. Daarom noemt deze kerk zich in haar geloofsbelijdenis ook graag een apostolische kerk. Dit verwijst naar de leer van de kerk (die zou conform de leer van de apostelen zijn). In de Rooms-katholieke wordt ook verwezen naar een bevoegdheidsoverdracht die zou hebben plaatsgevonden door de apostel Petrus aan de bisschop van Rome. Deze ontleent zijn gezag dus aan de veronderstelde apostolische successie. In de Orthodoxe Kerk en in de kerken van de Reformatie ziet men dit anders. De Orthodoxe Kerk kent naast de twaalf apostelen ook nog grote betekenis toe aan de zeventig apostelen. Hiermee wordt onder meer verwezen naar het feit dat de evangelist Lucas naast de uitzending van de Twaalf, ook spreekt van een gelijksoortige uitzending van zeventig of tweeënzeventig andere volgelingen. In de kerkelijke traditie heeft men ook deze personen proberen te identificeren. Naast de bovengenoemde personen die in het Nieuwe Testament ook apostel worden genoemd, komen op die lijst veel namen voor die afkomstig zijn uit de Handelingen of de Brieven.