Jezus (traditioneel-christelijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Dit artikel behandelt de traditioneel-christelijke opvattingen over Jezus van Nazareth. Het gaat hierbij om de opvattingen zoals die feitelijk in diverse kerkgenootschappen heersen. Dit staat geheel los van het historisch-kritisch onderzoek naar de persoon van Jezus, zoals dat behandeld wordt in het artikel Jezus (historisch-kritisch).
Deel van een serie van artikelen over
Jezus
Christianity

Visies op Jezus, zie:

Elfde-eeuws mozaïek van Christus-Pantocrator in Dafni, Athene

Dit artikel over de traditioneel-christelijke benadering behandelt Jezus zoals hij in de (orthodox-christelijke) traditie van het christendom wordt gezien, namelijk dat hij de 'Zoon' van God is en daarmee deel uitmaakt van de goddelijke drie-eenheid). In de traditioneel-christelijke benadering wordt Jezus aangeduid als Jezus Christus; soms ook als Jezus de Messias.

Christelijke visie[bewerken]

Volgens de christelijke leer is Jezus de eniggeboren Zoon van God en de door God in het Oude Testament (Tenach) bij monde van de profeten beloofde messias, (o.a. Jesaja 53:3 en verder)[1], de 'gezalfde' van God, die de mensen verlost van hun zonden en de harmonie tussen God en mensen, die verbroken was als gevolg van de zondeval van de eerste mensen in het paradijs, herstelt. Volgens de Bijbel is Jezus geboren om de mensen te redden van hun zonden. Volgens de uitleg in de Evangeliën maakte zijn dood de verzoening met God de Vader mogelijk, doordat hij de straf voor de zonden van de mensheid op zich nam: Jezus is "het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt." De opvatting dat Jezus met zijn kruisdood de mens verzoent met God, wordt beschreven als verzoeningsleer. Het abrahamitische principe van de 'rechtvaardiging door geloof' kreeg daardoor een nieuwe betekenis: ieder die Jezus navolgt, zal voor God gerechtvaardigd (gerehabiliteerd) zijn.

Centraal in de theologie van het christendom staan: de in het Nieuwe Testament beschreven geboorte van Jezus (Kerstmis), zijn dood aan het kruis (Goede Vrijdag), de opwekking uit de dood (Pasen), de hemelvaart (Hemelvaartsdag), het neerdalen van de Heilige Geest op zijn discipelen (Pinksteren) en de terugkeer (de Wederkomst). In de christelijke traditie is altijd weinig aandacht geweest voor het optreden van Jezus tijdens zijn leven en de leer die Jezus verkondigde, dit ondanks dat een belangrijk deel van de betreffende bijbelboeken hier wel over gaat.

De opstanding uit de dood wordt door de meeste christenen letterlijk genomen. Deze gebeurtenis neemt in het Christendom een cruciale plaats in, omdat het voor hen de uiteindelijke overwinning van de dood, en daarmee een open toekomst, tot uitdrukking brengt. Ook Paulus noemt in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe de letterlijk genomen opstanding van Jezus het centrale punt in het evangelie:

Aanhalingsteken openen

Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan? Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt; en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt – want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan. Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt. Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden en worden de doden die Christus toebehoren niet gered. Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn. Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens[2]. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.[3]

Aanhalingsteken sluiten

Met andere woorden: het hele christelijke geloof staat of valt met de opstanding. Het is daarmee een zeer belangrijk symbool van de hoop op 'nieuw leven', 'leven na dit leven' en 'eeuwigheid bij God'.

Levensloop van Jezus volgens de Bijbel[bewerken]

De levensloop van Jezus in een notendop door Matthias Grünewald

Om het levensverhaal van Jezus te reconstrueren gebruiken christenen de teksten die gaandeweg deel zijn gaan uitmaken van het Nieuwe Testament uit de Bijbel, en dan vooral de vier evangeliën:

Elk evangelie heeft een eigen karakter. Het Johannes evangelie wijkt het sterkst af. Hoewel een aantal verhalen bijna letterlijk overeenkomen, vooral bij Matteüs en Marcus, komen andere gebeurtenissen slechts in één of twee van de evangeliën voor.

De vier evangeliën gezamenlijk bevatten voor 4% verhalen over de geboorte en jeugd van Jezus, voor 62% verhalen over het optreden van Jezus inclusief de leer van Jezus (dat loopt door elkaar) en voor 32% het verhaal over de kruisiging en opstanding. Daarnaast zijn er nog enkele inleidende stukken die niet over Jezus' levensbeschrijving als zodanig gaan (de geslachtsregisters, het optreden van Johannes de Doper, de proloog van het evangelie van Johannes).

De geboorte van Jezus[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Geboorte van Jezus volgens Lucas 2 en Heilige Familie

De evangeliën naar Lucas en Matteüs geven aan dat Jezus in de plaats Bethlehem, gelegen in de streek van Judea, werd geboren uit een maagdelijk meisje genaamd Maria, en dat hij in haar was verwekt door de Heilige Geest van God. Maria was verloofd met de timmerman Jozef, een verre afstammeling van koning David, met wie ze toen nog niet was getrouwd. Toen hij hoorde dat ze zwanger was, wilde hij in het geheim de verloving verbreken om haar niet in opspraak te brengen. Maar 's nachts kreeg hij een droom, waarin hem verteld werd wat en met welk doel het met Maria gebeurd was, en dat hij haar bij zich in huis moest nemen. Jozef gehoorzaamde daarin.

Rust tijdens de vlucht (naar Egypte) van Adrian Ludwig Richter

Volgens het Evangelie van Lucas woonden Jozef en Maria in Nazareth in de streek Galilea gelegen in het noorden van Israël, maar werd Jezus in Bethlehem ('de stad van David') geboren, omdat omstreeks die tijd (6 v. C.) een Romeinse volkstelling werd gehouden. Iedere inwoner van het gebied waar Herodes de Grote (37 - 4 v. C.), de Romeinse vazalkoning, regeerde moest zich laten inschrijven in de oorspronkelijke geboortestad van de voorvaderen. Jozef, de verloofde van Maria, was een Judeeër die van koning David afstamde. Hij kwam oorspronkelijk uit Bethlehem. Daarom moest hij met Maria, die hoogzwanger was, naar Bethlehem reizen om zich te laten registreren. Ze probeerden daar onderdak te vinden. De herberg was overvol. Uiteindelijk werd Jezus geboren in een ruimte waar een voederbak (kribbe is een oud woord hiervoor) stond, wat volgens traditionele interpretaties betekent dat deze ruimte een veestal moet zijn geweest[8].

Jozef en Maria kregen vervolgens bezoek van plaatselijke herders, die door een menigte engelen van de geboorte van de Messias op de hoogte waren gesteld.

Volgens het Evangelie van Matteüs kregen zij later bezoek van 'wijzen (Nieuwe Bijbelvertaling: 'magiërs', wat juister vertaald is) uit het Oosten', geleerden die een verre reis hadden ondernomen om de, door een nieuw ontdekte ster aangegeven, geboorte van 'een koning' te verifiëren. Het aantal wijzen wordt niet genoemd in de Bijbel.[9]

Herodes I was de koning van de vazalstaat Judea van het Romeinse Rijk. De wijzen brachten hem een bezoek ter nadere oriëntatie, omdat zij uit de stand van de ster begrepen dat er een koningszoon geboren moest zijn. Herodes ontbood daarop een aantal schriftgeleerden om nauwkeurig na te gaan in welke plaats deze koning kon zijn geboren. De schriftgeleerden konden op grond van een passage uit het oudtestamentische boek van de profeet Micha, aan de koning meedelen dat het om Bethlehem ging.[10]

'Jezus en Johannes de Doper als kind' van Bartolomé Murillo

Herodes liet de wijzen beloven hem te vertellen waar deze 'koning' zich precies bevond, wanneer zij hem hadden gevonden. Herodes was namelijk direct beducht voor zijn troon toen hij vernam dat er een mogelijke concurrent was geboren en wilde dit 'gevaar' in de kiem smoren. De wijzen werden echter in een droom gewaarschuwd dat Herodes kwaad in de zin had. Daarom gingen zij, nadat zij Jezus en zijn ouders hadden bezocht, via een omweg terug naar waar zij vandaan waren gekomen. Als 'voorzorgsmaatregel' liet Herodes toen alle kinderen in Bethlehem van twee jaar en jonger vermoorden. Deze gebeurtenis staat bekend als 'de kindermoord van Bethlehem'. Maar Jezus ontsnapte aan deze moordpartij, doordat zijn ouders tijdig met hem naar Egypte waren gevlucht, na in een droom te zijn gewaarschuwd. Na de dood van Herodes keerden zij niet naar Judea terug, maar zij trokken naar Galilea en vestigden zich toen in de Galilese plaats Nazareth.

De jeugd van Jezus[bewerken]

Over de jeugd van Jezus staat weinig in de Bijbel. Het joodse gezin woonde in het dorp Nazareth in de provincie Galilea. De Bijbel verhaalt dat de jonge Jezus naar joods gebruik op de achtste dag werd besneden en dat zijn ouders hem op twaalfjarige leeftijd presenteerden in de Tempel in Jeruzalem met als commentaar: "Allen nu die hem hoorden, waren verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden." Verder is in het Evangelie van Lucas te lezen dat hij opgroeide, krachtig en wijs werd, en dat 'de genade Gods' op hem was. Dezelfde evangelist vertelt dat hij ongeveer dertig jaar was toen hij aan zijn openbare optreden begon.

Jezus groeide op met familie. Hij wordt de timmerman genoemd[11] en men somt zijn verwanten op: Jacob, Jozef, Simeon en Juda en niet met name genoemde vrouwen. Deze worden zijn "broers en zussen" genoemd. Er is echter een overlevering die teruggaat tot de derde eeuw, dat Maria altijd maagd is gebleven. In dat geval zijn het óf kinderen uit een eerder huwelijk van Jozef geweest, óf verdere verwanten. De evangelisten vertellen dat Jezus' broers pas na zijn opstanding in hem gingen geloven. Omdat Jozef in de evangeliën geheel buiten beeld blijft, neemt men aan dat hij overleden is voor Jezus zijn prediking begon. Het gebruikte woord voor timmerman, tektoon, kan ook een andere werksoort in de bouw betekenen, bijvoorbeeld aannemer.[12]

Het openbare optreden van Jezus[bewerken]

'Jezus door Johannes de Doper gedoopt' van Piero della Francesca.

Het openbare optreden van Jezus (door alle vier evangelisten beschreven) begint bij Johannes de Doper. Deze verzamelt veel aanhang bij de Jordaan en roept de mensen op tot berouw over hun zonden en tot bekering met het oog op het laatste oordeel en de naderende eindtijd. Sommige volgelingen van Johannes de Doper horen kennelijk bij de latere discipelen van Jezus[13]. Ook Jezus laat zich door hem dopen, waarbij hij de Heilige Geest van God ontvangt in de gedaante van een duif welke Johannes op hem ziet neerdalen.

Jezus verschijnt aan de heilige Augustinus van Hippo wandschildering in de San Marco kathedraal in Milaan

Als Johannes de Doper later gevangengenomen en onthoofd wordt door koning Herodes Antipas (zoon van Herodus I), neemt Jezus zijn taak over. In tegenstelling tot Johannes predikt Jezus niet het oordeel maar de genade van God. De evangeliën verhalen over de tijd dat Jezus door Palestina reist. Daarbij begon hij in Galilea en predikte in synagogen, maar ook op allerlei plaatsen in de buitenlucht. Hij ging om met algemeen geminachte mensen, zoals prostituees en tollenaars (belastinginners). Hij deed vele wonderen: hij genas mensen van allerlei ziekten, dreef demonen uit en wekte doden op; hij liep over het water en kalmeerde een storm; hij veranderde water in wijn en voedde vijfduizend toehoorders met vijf broden en twee vissen; hij verjoeg geldwisselaars en kooplieden van het tempelplein. Hij ging vaak in discussie met joodse geleerden. Regelmatig zocht hij de eenzaamheid op om tot zijn Vader (God) te bidden.

Hij reisde niet alleen maar hij koos twaalf mannen die zijn 'discipelen' (leerlingen) en later, na zijn dood 'apostelen' (boodschappers) worden genoemd. De meesten van hen waren vissers uit Galilea, die hem vergezelden en die hij onderwees in zijn leer. Drie van hen, Petrus, Johannes en Jakobus, stonden naar het lijkt dichter bij Jezus dan de anderen. Aanwijzing hiervoor is het feit dat deze drie de enige getuigen waren van enkele bijzondere gebeurtenissen. Bijvoorbeeld bij gedaanteverandering van Jezus ('de verheerlijking op de berg'), waarbij Mozes en Elia aan hen verschenen en een stem uit een stralende wolk hen opriep om naar Jezus te luisteren: "Dit is Mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem."[14] Eveneens mochten van de twaalf discipelen alleen Petrus, Johannes en Jakobus aanwezig zijn bij de opwekking van het dochtertje van Jaïrus uit de dood. Behalve de twaalf discipelen volgde een groot aantal andere mannen en vrouwen Jezus op zijn voettochten door het land. De discipel Judas Iskariot bleef hem echter niet trouw.

Arrestatie van Jezus en kruisdood[bewerken]

In Jeruzalem, vlak voor Pesach (joods paasfeest), heeft Judas Iskariot, een van de discipelen, tegen betaling van dertig zilverlingen, Jezus uitgeleverd aan de joodse hogepriesters. De arrestatie vond plaats vlak na het Laatste Avondmaal dat Jezus met zijn discipelen gevierd had en waarbij hij hun voeten had gewassen. Een in hun ogen uitzonderlijke daad van nederigheid. Jezus werd midden in de nacht gearresteerd in de Hof van Getsemane, een olijfboomgaard vlak buiten de muren van Jeruzalem. Hij werd verhoord door het Sanhedrin, de joodse Raad van oudsten, de overpriesters en Schriftgeleerden, vervolgens door de Romeinse praefectus Pontius Pilatus, Herodes Antipas en opnieuw Pilatus, waarbij hij beschuldigd werd van godslasterlijke uitspraken. Ten slotte werd hij veroordeeld tot de dood aan een houten kruis, een in die tijd gebruikelijke, maar bijzonder wrede vorm van doodstraf voor oproerkraaiers. Het vonnis werd voltrokken op een heuvel die Golgotha (Aramees voor ‘Schedelplaats’) heette. Met Jezus werden ook twee misdadigers gekruisigd. Boven zijn hoofd bevestigde men een bordje met de tekst: 'Iesus Nazarenus Rex Iudaeorum' (Jezus van Nazareth, koning der joden), op veel schilderijen weergegeven als 'INRI'.

'Jezus aan het kruis' van Daniel Hopfer.
'Jezus draagt zijn kruis' van El Greco

Zijn doodsstrijd duurde zes uur, van 's ochtends negen tot 's middags drie uur (in die tijd heette dat het derde tot het negende uur van de dag). Jezus uitte tijdens die zes uren verschillende zogenaamde kruiswoorden. Omstreeks het middaguur 'viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield'[15] [16] Toen Jezus na het uiten van "Het is volbracht" stierf en de geest gaf, vond een aardbeving plaats, die alleen door de evangelist Matteüs vermeld wordt, waarbij 'de graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen tot leven werden gewekt'.[17] Ook scheurde het 'voorhangsel', het afscheidingsgordijn tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen' in de tempel, middendoor, van boven naar beneden. Het van windsels en kruiden voorziene, maar nog niet gebalsemde lichaam van Jezus, werd begraven in een ongebruikt privégraf van de rijke Jozef van Arimathea. Een zware grafsteen werd ervoor gerold en de steen werd verzegeld. De joodse Raad vroeg aan de Romeinse gezaghebber een wacht om bij het graf alles in het oog te houden, omdat men vreesde dat de volgelingen van Jezus zijn lichaam zouden stelen om te kunnen beweren dat hij was opgestaan uit de dood. Het was bij velen bekend dat Jezus bij zijn leven al voorspelde dat hij gedood zou worden maar op de derde dag daarna zou herrijzen uit de dood. Pilatus stelde dan ook enige Romeinse soldaten ter beschikking om het graf te bewaken.

'Opstanding van Jezus' van Meister Francke

Opstanding van Jezus en hemelvaart[bewerken]

De derde dag na zijn dood ontdekten enkele voorzichtig teruggekeerde discipelen, onder wie een paar vrouwen (onder wie Maria Magdalena en nog een andere Maria) die wilden kijken of ze hem mochten balsemen, dat de grote steen was weggerold, de wachten verdwenen waren en het lichaam, met achterlating van de keurig opgerolde linnen lijkwindsels, onvindbaar was. Zowel in de evangeliën als in enkele van de brieven in het Nieuwe Testament wordt gewag gemaakt van verschijningen van Jezus aan een groot aantal (ten minste vijfhonderd) volgelingen, en van gesprekken en een laatste maaltijd met zijn discipelen.

Bij die laatste maaltijd, aan de oever van het Meer van Galilea, rehabiliteerde hij Petrus, die tijdens de rechtszaak, uit angst, tot driemaal toe omstanders had verzekerd Jezus niet te kennen. Daarna nam hij afscheid. Jezus gaf zijn discipelen de opdracht zijn blijde boodschap van vergeving van zonden door zijn dood en opstanding, waarmee een nieuw verbond tussen God en mens tot stand was gekomen, over de gehele wereld te verspreiden; en hij beloofde hen dat hij terug zou komen (de 'Wederkomst'). Vervolgens voer hij op naar de hemel (de 'Hemelvaart'). Jezus heeft zijn dood en opstanding zelf meerdere malen voorzegd en het is gebeurd, precies zoals hij gezegd heeft.[18]

'Hemelvaart van Jezus' van Tintoretto

Jezus als orthodoxe jood[bewerken]

Hoewel Galilea een geseculariseerde streek was[bron?], vertellen de evangelisten ons (met een paar uitzonderingen) vooral over contacten van Jezus en zijn volgelingen met joden. In de Bijbel worden allerlei dorpjes in Galilea genoemd, zoals Kana, Naïn, Bethsaïda, Magdala, Nazaret en Kafarnaüm. De grote verheidenste steden zoals Sepphoris, Tiberias, Caesarea en de steden van de Dekapolis worden niet genoemd. Als vrome jood droeg Jezus gebedskwasten aan zijn kleed, mogelijk had hij voortdurend een klein gebedskleed, talliet onder zijn mantel.[19] De geleerden van de synagoge in Jeruzalem hadden weinig op met de volksvroomheid uit Galilea. Het was juist in die tijd dat de mondelinge wet, de misjna, zijn vorm kreeg. Jezus protesteerde tegen het feit dat sommigen de vorm belangrijker leken te vinden dan de inhoud. Hij legde vooral de nadruk op de 'binnenkant', het hart: Jezus raakte melaatsen, doden en onbekenden aan en genas mensen op sjabbat. Jezus' volgelingen herkenden en erkenden zijn gezag en noemden hem Rabbi, meester.

Namen en titels voor Jezus in de Bijbel[bewerken]

Namen[bewerken]

  • Jezus komt van het Hebreeuwse ישוע (Jesjoea), wat betekent "JHWH is redding" of "JHWH redt". In het Latijn Jesus en in het Grieks Ιησους (Jèsoes).
  • In het geboorteverhaal komt voor dat Jezus 'Immanuel' (Hebreeuws voor God met ons) genoemd zou worden [20].

Titels[bewerken]

  • Over zichzelf spreekt Jezus meest als Mensenzoon[21], maar dan opvallend genoeg altijd wel in de derde persoon.
  • Messias is een Latijns en Griekse (Μεσσιας) verbastering van het Hebreeuwse משיח (‘masjiach’), wat ‘gezalfde’ betekent. De zalving vond in het Oude Testament plaats bij de initiatie van priesters, profeten en koningen. In de Evangelieën komt wel de vraag aan de orde of Jezus de Messias is maar de vraag wordt zelden duidelijk beantwoord[22].
  • Christus komt via het Latijn van het Griekse Χριστός ('Christos'), hetgeen de letterlijke vertaling is van Messias (gezalfde). Dit is de dominante titel voor Jezus in de nieuw-testamentische brieven. [23]
  • Af en toe wordt Jezus de Zoon van God genoemd[24].
  • In de proloog van het Bijbelboek Het Evangelie volgens Johannes, in het Nieuwe Testament, wordt hij metaforisch voorgesteld als de Logos, het Woord, waarmee tevens de scheppingskracht van God wordt bedoeld: "In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. (...) Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond."[25]
  • Door Johannes de Doper wordt Jezus genoemd het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt[26]. Zelf heeft Jezus hier verscheidene malen op gewezen[bron?], en vlak voor zijn hemelvaart heeft Jezus zijn discipelen op het hart gedrukt dat in zijn naam aan de gehele wereld vergeving van zonden gepredikt moest worden. Het was de reden waarom hij zich liet kruisigen en eveneens waarom hij verrees uit de dood. Met deze titel Lam van God wordt in wezen gerefereerd aan het Pesach-lam.
  • Het Oude Testament, met name het boek Jesaja, bevat verschillende profetische gedeelten waarvan veel christenen menen dat ze op Jezus betrekking hebben. Daarin wordt hij onder meer 'de dienaar van de HEER' genoemd. Ook worden in het Oude Testament de geboorte, geboorteplaats (Bethlehem), en afkomst (stam van Juda, Davidische lijn) van de messias voorspeld. Christenen betrekken de beschreven titel 'Leeuw van Juda' op Jezus.

Wat Jezus zei over zichzelf[bewerken]

'Jezus op een troon' van Andrea Mantegna

In het Nieuwe Testament laat Jezus zich nadrukkelijk 'de Zoon' (van de Vader) noemen, en ook vaak 'de Mensenzoon' (NBG-vertaling: 'Zoon des Mensen').[27] Volgens Matteüs zei hij dat hij door 'de Vader' gezonden was: 'Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader'.[28] Dit wordt in het orthodoxe christendom geïnterpreteerd als dat hij bij God vandaan naar de mensen was gekomen, ten tweede dat hij God de Vader goed kende en ten derde dat hij zijn missie niet op eigen initiatief was begonnen, maar dat hij gehoorzaam de taak uitvoerde die de Vader hem gegeven had. Ook zegt Jezus van zichzelf dat hij er was 'van voordat Abraham er was'.[29]

In het laatste Bijbelboek, de Openbaring, wordt een verschijning van Jezus beschreven, waarin hij zegt: 'Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde'. Het Evangelie van Johannes geeft onder meer parabels weer, waarin Jezus nog veel meer "Ik ben"-functies op zichzelf betrekt, zoals: "Ik ben de ware wijnstok"; "Ik ben de deur"; "Ik ben de goede herder"; "Ik ben het licht voor de wereld"; "Ik ben het brood dat leven geeft". Deze claims liet hij overigens nooit op zichzelf staan, maar hij koppelde er steevast een belofte aan vast. Bijvoorbeeld: "Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft." Zijn missie vatte hij verder samen met de uitspraak: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot de Vader dan door mij" en: "Ik en de Vader zijn een". Maar Jezus nam ook afstand tot God: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen[30] en: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God[31].

Toen hij gevangen was genomen, en door de joodse Hoge Raad, het Sanhedrin, werd ondervraagd, antwoordde hij volgens Matteüs op de vraag van de hogepriester of hij de Messias, de Zoon van God was: "‘U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel.’".[32] Deze woorden waren voor de hogepriester en de andere aanwezige leden van het Sanhedrin voldoende om hem te beschuldigen van godslastering en hem ter dood te veroordelen. Voor een jood was namelijk het zichzelf gelijkstellen aan God de grootst mogelijke zonde en hierop stond de doodstraf.

De opdracht van Jezus[bewerken]

In de drie jaar van zijn publieke optreden in Galilea en Judea, waarschuwde hij zijn vaste kern volgelingen regelmatig voor de naderende apotheose, en het onvermijdelijke afscheid. Meermalen gaf hij aan dat hij moest lijden en sterven zoals beschreven was, maar weer zou opstaan. Hiermee gaf hij aan dat hij wist waarop zijn leven zou uitlopen, maar dat hij ervoor koos om te gehoorzamen aan zijn opdracht. Dit komt dramatisch tot uiting in de hof van Getsemane, waar Jezus volgens Marcus 14:36 zichzelf in doodsangst overgeeft: "Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt." Bij zijn gevangenneming verzette met name Petrus zich maar Jezus belette dit volgens Matteüs met de woorden:

Aanhalingsteken openen

"Weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen en dat hij mij dan onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen? Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat dat het zo moet gebeuren?" Toen zei Jezus tegen de omstanders: "Met zwaarden en knuppels bent u uitgetrokken om mij te arresteren, alsof ik een misdadiger ben! Dagelijks was ik in de tempel om onderricht te geven, en toen hebt u me niet gevangengenomen. Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de profeten in vervulling gaan." Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg.[33]

Aanhalingsteken sluiten

Dit geeft aan dat Jezus volgens Matteüs zich ervan bewust was dat hij Gods verzoeningsplan ten uitvoer moest brengen. Hij had, als hij dat gewild had, nooit in handen hoeven te komen van de wereldlijke autoriteiten zoals het Sanhedrin of de Romeinse en Herodiaanse heersers. Bij verschillende gelegenheden, verhaald in het evangelie, toonde Jezus een bovennatuurlijke autoriteit die het de omstanders onmogelijk maakte hem iets aan te doen. Alleen bij de gevangenneming en het daaropvolgende 'proces' maakte Jezus geen gebruik van zijn goddelijke autoriteit meer en liet hij zich 'als een onschuldig lam naar de slachtbank leiden' zoals voorspeld door de profeten van het Oude Testament en door Jezus zelf tijdens zijn openbaar optreden volgens de evangeliën. Jezus' dood was dus geen onvrijwillig en tragisch eind van een Joodse rabbi maar het door God uitgevoerde, al eeuwen van tevoren aangekondigde, 'reddingsplan' voor de in het paradijs gevallen mens.

Na zijn opstanding vertelde Jezus volgens de evangeliën wat er verder nog zal gebeuren. Hij zei terug te zullen keren naar 'de Vader', vanwaar hij de gelovigen zou blijven bijstaan. Hij beloofde daarbij dat zijn volgelingen de 'Heilige Geest' zouden ontvangen om hen verder te leiden op 'de weg'. Ook beloofde hij zijn terugkeer naar de aarde, op een tijdstip dat 'de Vader' zou bepalen, al gaf hij wel duidelijke kenmerken van de tijd voor zijn terugkomst: geloofsafval, liefde die verkilt, veel oorlogen en burgeroorlogen, veel epidemieën en hongersnoden en aardbevingen enzovoorts. Vlak voor zijn hemelvaart benadrukte Jezus ten overstaan van zijn discipelen het belang dat zijn boodschap van verlossing en bevrijding door vergeving van zonden, aan de gehele wereld bekend zou worden gemaakt.[34] De andere evangeliën en Handelingen vermelden dit niet expliciet.

Het uiterlijk van Jezus[bewerken]

In het Nieuwe Testament wordt bijna nergens gesproken over het uiterlijk van Jezus. Alleen dat hij opgroeide tot een krachtige jongeman.[35] Hij was dus zeker goed gezond van lijf en leden. Onder de joden is het verboden om portretten te maken en zo zijn er ook onder de eerste christenen, die veelal nog bekeerde joden waren, geen afbeeldingen overgeleverd. In de vroege christelijke kunst, in de catacomben en in de vroege Romeinse kerken als de Basilica di Santa Prassede, wordt hij vaak afgebeeld als 'de goede herder' met een gladgeschoren gezicht, als een Apollo: een stralende jongeman in een wit gewaad. Dit was echter niet gebruikelijk onder joodse mannen rond de eerste eeuw. Ook andere variaties van Jezus' uiterlijk uit die eerste eeuwen zijn bekend.

Vanaf ongeveer de 6e eeuw komt er een soort standaardisatie van de portrettering van Jezus tot stand en verschijnt de Jezus die tegenwoordig nog meestal wordt afgebeeld: een Europees uitziende man met volle baard en snor met halflange haren. Naar de huidige inzichten van historici droegen joodse mannen rond de eerste eeuw zo inderdaad vaak hun haar en baard. Voor degenen die de omstreden lijkwade van Turijn als authentiek beschouwen, geeft de daarop aanwezige afbeelding een Jezus weer die tamelijk lang was voor die tijd (tussen 180 en 190 cm) en krachtig gebouwd. Het gezicht lijkt veel op het traditionele Jezusportret. Of Jezus er werkelijk zo heeft uitgezien is onmogelijk na te gaan. Een recente poging tot reconstructie van Jezus' uiterlijk is in 2010 gemaakt in opdracht van History Channel waarbij van de laatste grafische softwaretechnieken gebruikt werd gemaakt. De afbeelding op de lijkwade van Turijn werd als informatiebron gebruikt.[36]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Jesaja 53:1-11 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  2. In de Statenvertaling staat Mens met een hoofdletter, omdat Jezus weliswaar de menselijke natuur had aangenomen, maar Zijn geest Goddelijk was
  3. 1 Korintiërs 15:12-22
  4. http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Matte%FCs&id18=1&l=nl&set=10
  5. http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Marcus&id18=1&l=nl&set=10
  6. http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Lucas&id18=1&l=nl&set=10
  7. http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Johannes&id18=1&l=nl&set=10
  8. Deze interpretatie wordt tegenwoordig in twijfel getrokken, aangezien 'kribbe' een verkeerde vertaling zou zijn van het Griekse woord phatne, wat 'bewaarbak voor voedsel' betekent. In die dagen zou een Jood hierbij direct aan bewaarbakken voor brood denken. Wat ook een toepasselijker symbolische betekenis heeft met betrekking tot Jezus als 'het brood des levens'. Men kan zelfs een overeenkomst zien met de 'toonbroden' die in de tabernakel bewaard werden als herinnering aan de exodus door de woestijn en symbool van God die in alle levensbehoeften voorziet.
  9. Matt. 2:1-12
  10. Micha 5:1 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  11. Marcus 6:3
  12. Bijbelse Encyclopedie, Kok Kampen 1975, bladz 696; New Bible dictionary, IVP 1962-1987;R.T.France, p 575
  13. Joh. 1:35 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  14. Matteus 17:5
  15. Vaak wordt deze gebeurtenis geïnterpreteerd als een zonsverduistering. Het probleem is dat een zonsverduistering alleen mogelijk is bij nieuwe maan, omdat de maan dan tussen de zon en de aarde staat. Pesach wordt echter altijd gevierd met volle maan en dan is er geen zonsverduistering mogelijk. Bovendien duurt een zonsverduistering hoogstens enkele minuten en zeker geen drie uur.
  16. Matt. 27:45 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  17. Matt. 27:52 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  18. Lucas 18:31-33 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  19. Joodse riten en symbolen, Rabbijn S.Ph de Vries Mzn, Arbeidersspres 1968, bladzijde 54 tot 58.
  20. Matteus 1:23
  21. gebaseerd op Daniël 7:13
  22. b.v. Lucas 9:18-21
  23. Traditioneel hanteren rooms-katholieken en protestanten voor het woord Christus meestal de op het Latijn gebaseerde uitspraak Kristus. Meer orthodoxe stromingen gebruiken een mix van Grieks en Latijn waarbij de chr wordt uitgesproken zoals in bijvoorbeeld chroom. In evangelische kringen komen beide uitspraken voor. Ook anderen lijken zich overwegend bij de rooms-katholieke en protestantse uitspraaktraditie aan te sluiten.
  24. b.v. Marcus 1:1, Lucas 1:35
  25. Johannes 1:1-5 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  26. Johannes 1:29
  27. Onder andere Matteüs 8:20.
  28. Matteüs 11:27 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  29. Joh. 8:58 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  30. Marcus 10:18
  31. Johannes 20:17
  32. Matteüs 26:64 (NBV) Geraadpleegd op 13 februari 2013
  33. Matteüs 26:53-56:NBG
  34. Markus 16:14
  35. Lucas 2:40 (NBV) - "Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem".
  36. http://www.history.com/shows/the-real-face-of-jesus
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Jezus Christus.