Broers en zussen van Jezus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacobus de Rechtvaardige

In de Evangeliën wordt verteld over broers en zussen van Jezus. Christenen verschillen van mening of dit betekent dat Maria nog meer kinderen gekregen heeft.

Oosters-orthodox en rooms-katholiek: Maria altijd maagd[bewerken]

Al in de begintijd van de christelijke kerk werd het belangrijk gevonden dat Jezus geboren werd uit een maagd. De evangeliën volgens Matteüs en Lucas vermelden dit reeds met nadruk, en kennelijk uit verschillende bronnen; dat betekent dat dit rond 85 schriftelijk, en tientallen jaren daarvoor al mondeling werd doorgegeven.

Hierbij speelt een rol dat in de Griekse vertaling van het Oude Testament, bij de profeet Jesaja (7:14), de geboorte van Emanuel wordt aangekondigd uit een maagd.[1]

Voor mannen als Ignatius van Antiochië (stierf 110), Justinus de Martelaar (ca 114-165), Tertullianus (160-230) en Ireneüs van Lyon (140-202) in de tweede eeuw gaf de maagdelijkheid al een extra heilige kleur aan het leven van Maria. Zij vergeleken haar met de maagd Eva. Door Eva was de zonde in de wereld gekomen, door de maagd Maria de Verlosser. In deze periode lijkt men wel te accepteren dat de schrijvers van de brieven van Jacobus en Judas broeders van de Heer waren.[2]

In de derde eeuw verklaart Origenes (180-254) in zijn Commentaar op Matteüs (ca 248) te geloven dat Maria altijd maagd is gebleven. Epifanius nam het rond 370 op in zijn belijdenis. Ook Augustinus van Hippo (354-430) ging hiervan uit. Het Concilie van Constantinopel II accepteerde het in 553 als dogma, door de woorden altijd maagd toe te voegen, waar Maria genoemd wordt.[3] Wanneer men geconfronteerd werd met Bijbelse of buiten-Bijbelse berichten over de broers en zussen van Jezus, ging men ervan uit dat dit kinderen waren uit een eerder huwelijk van Jozef. .[4]

Hiëronymus van Stridon (342-420), die Hebreeuws en Aramees kende, opperde in zijn geschrift Contra Helvidium de Beatoe Marioe Virginitate dat het Aramese woord voor broer ook een vagere familiebetrekking kon betekenen zoals neef. In Genesis 14 wordt bijvoorbeeld de verhouding tussen oom Abraham en zijn neef Lot, weergegeven door broer, zowel in de Hebreeuwse tekst, als in de Griekse Septuagint (adelfos). De westerse Kerk nam de uitleg van Hiëronymus over; ook Luther en Calvijn gingen hier zo'n duizend jaar later nog van uit.[5]

Feministische theologie[bewerken]

De feministische theologie ziet het leerstuk dat Maria altijd maagd bleef, samen met de leer dat het kwaad van Eva uitging, de teruggeschoven positie van Maria Magdalena en de nadruk die in de katholieke seksuele moraal op de voortplanting wordt gelegd, als de-erotiseren van de vrouwen, die niet zichzelf mogen zijn. Weliswaar staat Maria hoog in aanzien, maar deels ten koste van haar identiteit als vrouw.[6] Door haar eeuwig maagd zijn als hogere bestemming te zien dan het moederschap, konden de kerkvaders hun afschuw van erotiek en hun wantrouwend misprijzen voor vrouwen handhaven en toch Maria als moeder van God in ere houden, aldus sommige theologen.[7]

Protestanten[bewerken]

Maarten Luther zegt in zijn commentaar op het Magnificat: ‘Maria was een maagd, zuiver en rein, niet slechts voor de geboorte van onze Heer. Zij was dit ook bij de geboorte van onze Heer en zij is dit gebleven na de geboorte van onze Heer.[8] Johannes Calvijn laat het meer in het midden, hij is het wel eens met Hiëronymus, dat het woord adelfos een bredere betekenis heeft: Dat door broeders, volgens de gewoonte van de Hebreeën, allerlei verwanten verstaan worden, hebben wij reeds elders gezegd. Het is daarom dwaasheid van Helvidius te menen dat Maria meer kinderen gehad heeft, daar er enige malen sprake is van de broeders van Christus.'[9]

Geleidelijk echter, beseften protestanten dat de afwijzing van de verering van Maria, de verwerping van het verplichte celibaat en de voorrang van de Schrift boven de traditie (sola scriptura) gevolgen zouden hebben voor het dogma van Maria altijd maagd. Het eeuwig maagd zijn van Maria werd onwaarschijnlijk (zij het niet absoluut onmogelijk) geacht. In het Nieuwe Testament betekent volgens de gangbare protestantse exegese adelfos, wanneer het betrekking heeft op familiebetrekkingen, altijd broer.[10] Voor het woord neef (oomzegger), en voor nicht, verwante, worden andere worden gebruikt[11] Het veel gebruikte woordenboek Bijbels Grieks, Bauer, zegt, dat het gebruik van het woord broeder voor minder precies omschreven mannelijke familieleden niet inhoudt, dat het woord (αδελφοσ; adelfos) ook neef kan betekenen; het betekent in de eerste plaats broer.[12] Als met adelphos inderdaad een neef van Jezus bedoeld wordt, is dat een uitzondering op het normale gebruik.

Broers en zussen van Jezus in de Bijbel[bewerken]

In Matteüs 1:24, 25 staat: Jozef deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar (Maria) bij zich als zijn vrouw, maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf hem de naam Jezus. Deze tekst heeft, zoals de aantekeningen bij de Canisius en de Willebrord 78 opmerken, vooral betrekking op de maagdelijke geboorte. De tekst laat zich niet uit over het huwelijksleven van Maria en Jozef na de geboorte van Jezus.

Alle vier de evangeliën vertellen over broers en sommige over zussen van Jezus:

  • Matteüs 12: 46 en 50; Marcus 3:31; Lucas 8:19: Jezus is erg druk met genezingen en prediking, en er wordt van bevoegde zijde aan zijn geestelijke gezondheid getwijfeld. Zijn moeder en broers willen hem tegen zichzelf in bescherming nemen (Marcus 3:20), maar Jezus wil ze niet spreken.
  • Matteüs 13: 55; Marcus 6:3; In Nazaret, het dorp, waar hij opgroeide, staat men verbaasd over het onderwijs dat hij geeft, en de wonderen die hij doet. Ze kennen zijn vader, zijn moeder, zijn broers en zussen. Zijn broers heten: Jacobus, Jozef (of Joses), Simon en Juda.
  • In Johannes 2:12 brengt Jezus tijd in Kapernaüm door met zijn moeder, zijn broers en zijn leerlingen, die laatste twee dienen we kennelijk van elkaar te onderscheiden.
  • Johannes 7:3-5 en 10: Jezus’ broers dringen er bij hem op aan, het Loofhuttenfeest te vieren. De evangelist vertelt en passant dat de broers van Jezus niet in hem geloven.
  • In 1 Korintiërs 9:5 blijken de broeders van de Heer net als de Apostelen en Kefas (Petrus) de kerken langs te reizen, die daarvoor de kosten dragen.

Jacob(us) de Rechtvaardige (?-62 AD); broeder des Heren; bisschop van Jeruzalem[bewerken]

Jacobus de Rechtvaardige
1rightarrow blue.svg Zie ook Jacobus de Mindere
  • Deze wordt door de rooms-katholieken en Oosters-orthodoxen Jakobus de Mindere genoemd, en door de rooms-katholieken vereenzelvigd met de zoon van Alfeüs. Protestanten zien hem als broer van Jezus;
  • 1 Korintiërs 15:7: Jezus is hem na zijn dood en opstanding verschenen.
  • Handelingen 1:14 Jezus’ broers waren bij de groep die aan het bidden was en de Heilige Geest ontving met Pinksteren.
  • Handelingen 12:17; Jakobus neemt de leiding van de apostelen over als deze Jeruzalem moeten verlaten; het betrof vooral joodse gemeenten (Galaten 1:19; 2:9 en 11)
  • Handelingen 15:13 is geen man van partijschappen; speelt een verzoenende rol op het Apostelconvent.
  • Handelingen 21:18 is duidelijk de leider van de gemeente te Jeruzalem.

De brief van Jakobus wordt traditioneel toegeschreven aan deze Jakobus. Wat inhoud betreft zou de brief zeker bij een arme, zeer vrome, joods-christelijke gemeenschap kunnen passen. Jacobus en zijn kring stonden goed bekend onder niet-christelijke gelovige joden. Dit wordt bevestigd in de reactie op zijn marteldood, die plaatsvond in AD 62 en die Flavius Josefus als volgt beschrijft:

Ananus, een van hen, van welke wij nu spreken, was een stout en onversaagd mens, en van de aanhang der Sadduceën, die, gelijk wij gezegd hebben de strengsten onder de Joden zijn, en in het gericht het hardnekkigst bij hun gevoelen blijven staan. Hij nam de tijd waar, toen Festus gestorven, en Albinus nog niet aangekomen was, deed de raad te samenkomen, en ontbood er Jakobus, broeder van die Jezus, welke Christus genoemd werd, benevens enige anderen voor, en hen beschuldigd hebbende dat zij de wet overtreden hadden, deed hij hen veroordelen om gestenigd te worden. Dit bedrijf mishaagde al de inwoners van Jeruzalem, die enigszins godsdienstig waren en de onderhouding der wetten behartigden; en daarom lieten zij Koning Agrippa heimelijk verzoeken, dat hij Ananus bevelen wilde zo iets niet meer te doen, dewijl hetgene hij gedaan had een onverschoonbare zaak was.[13]

Onafhankelijk van Flavius Josefus vertelt Hegesippus (midden tweede eeuw)[14] dat Jacobus is gestenigd door Farizeeën en schriftgeleerden. Hegesippus had zijn informatie van de Ebionieten, een joods-christelijke stroming die Jacobus als leider van de kerk zag,[15]

In 2002 werd een ossuarium ontdekt met het opschrift Jacobus de zoon van Jozef, de broer van Jezus. Veel geleerden reageerden sceptisch of afwachtend; ze bleken gelijk te hebben: het kistje bleek echt, het opschrift een vervalsing.[16]

Juda(s), de broer van Jacob[bewerken]

Het voorlaatste boek van het Nieuwe Testament, de Brief van Judas, staat op naam van Judas de broer van Jacobus. Het is maar een korte brief die, net als 2 Petrus, citeert uit apocriefe boeken, zoals 1 Henoch. De brief van Judas wordt genoemd in de Canon Muratori en genoemd door Origenes en andere kerkvaders. Volgens Clemens van Alexandrië (ca 200) noemt de schrijver zich uit nederigheid broer van Jacobus. De kerk noemde de twee "broeders des Heren", maar zij zichzelf niet.[17] Er zijn veel argumenten, die er voor pleiten, dat de brief uit de na-apostolische periode stamt.[18] Hegesippus[19] vertelt dat twee kleinzonen van Judas terecht stonden voor keizer Domitianus, bisschop waren en leefden tot de regering van keizer Trajanus. In dat geval is Judas een veel jongere broer geweest van Jezus. Als hij vijftien jaar jonger was, geboren rond AD 10, zou hij zijn brief op hoge leeftijd hebben kunnen schrijven.[20]

Jozef en Simon[bewerken]

Over deze twee overige broers en de zussen zwijgt het Nieuwe Testament verder. Overigens is er over acht van de elf apostelen en over vijf van de "zeven diakenen" ook maar weinig biografische informatie.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. vooral in de LXX parthenos is dat het geval, dat betekent maagd. in de Hebreeuwse Bijbel staat 'almah. Van joodse zijde werd dan ook geprotesteerd tegen deze exegese die echter conform in Matteüs 1:23 staat, zodat christenen er aan vast hielden en houden. Een en ander heeft er toe bijgedragen dat het jodendom de schrift in het Hebreeuws is blijven overdragen en de LXX aan de christenen liet. Volgens het Hebrew and English lexicon, Oxford 1906, 1951, betekent 'almah een jonge, geslachtsrijpe vrouw, hetzij maagd, hetzij net getrouwd.
  2. Clemens van Alexandrië; Adumbrationes; genoemd door Green, M, 2 Peter and Jude, Tyndale New Testament Commentaries, IVP/Eerdmans,1987 bladz 49
  3. [1]; [2]
  4. De Brief van Judas moet laat gedateerd worden en kan dan niet van een broer van Jezus zijn
  5. De RKK lijkt nu toch ook andere opties te overwegen. RKK
  6. Written by jpetty on Sep-11-07 12:24am progressiveinvolvement.com
  7. Introducing feminist theology, door Lisa Isherwood,Dorothea McEwan; 2nd edition 1993,2001; Sheeffield Ac Press, bladz 67<;
  8. 2
  9. Johannes Calvijn, Harmonisatie der Evangeliën, nav Lucas 8:19; Online Bible 1010, Importantia, Dordrecht.
  10. D.J. Moo, in “James”, Tyndale New Testament Commentaries, IVP/Eerdmans, 2988, p 21
  11. Colossenzen 4:10; anepsios; Lucas 1:36, 1:58 sungenes
  12. A Greek-English lexicon of the New Testament and other early christian literature; WF Arndt en FW Gingrich, 2nd ed, 1958, 1979 vertaling in het Engels en bewerking van Bauers Griechisch-Deutsches Wörterbuch zu den Schriften des Neuen Testaments und der übrigen urchristlichen Literatur; Strong idem, def 80; olb)
  13. Flavius Josefus; Joodse oudheden boek 20; hoofdstuk 8; citaat uit de Onine Bible van Importantia; 2010.
  14. het verslag is ons bekend uit een citaat van Eusebius van Caesarea, Historia Ecclesiastica II, 23
  15. D.J. Moo, in “James”, Tyndale New Testament Commentaries, IVP/Eerdmans, 2988, p 20
  16. [3]
  17. Michael Green 2 Peter and Jude, Tyndale New Testament Commentary, rev ed, ivp/Eerdmans 1987
  18. Studiebijbel NBV 2004; Michael Green 2 Peter and Jude, Tyndale New Testament Commentary, rev ed, ivp/Eerdmans 1987 p53
  19. Via Eusebius van Caesarea; HE II,m 20,
  20. Michael Green 2 Peter and Jude, Tyndale New Testament Commentary, rev ed, ivp/Eerdmans 1987 p48-52