Eva (persoon)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schilderij van Albrecht Dürer uit 1507

Eva is volgens de Tenach en Bijbel de eerste vrouw die door God werd gemaakt, uit een rib van de eerste man, Adam. Haar naam, eigenlijk Chavah, ook "Heva" komt voor, wordt alleen genoemd in Genesis 3:20 en 4:1, en ook nog in 2 Korinthiërs en 1 Timotheus. Chavah is Hebreeuws voor de leven gevende, zij is met andere woorden de stammoeder van het mensengeslacht. In de Bijbel is Eva de eerste mens die zondigde door een vrucht te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Zij deed dat op aanraden van een sprekende slang. Volgens een bepaalde joodse traditie was Lilith de eerste vrouw van Adam. In Jesaja wordt Lilith eenmaal aangeduid als "nachtspook" (Jesaja 34:14, NBG).

Eva in de Bijbel[bewerken]

God schept Eva uit een rib van Adam

In Genesis 2 wordt verteld dat God vond dat Adam een levensgezel nodig had. Aangezien er nog geen andere mensen waren, schiep Hij de vrouw uit een van Adams ribben. Samen leefden zij in het Hof van Eden. Een slang wist Eva echter te verleiden tot het eten van de vruchten van de verboden boom van de kennis van goed en kwaad. Hierop bracht zij Adam ertoe er ook van te eten, wat leidde tot de zondeval, waarna zij uit het Paradijs werden verdreven.

Adam en Eva kregen minstens drie zoons: Kaïn, Abel en Seth en een aantal dochters waarover verder niets gezegd wordt.

Eva in de Koran[bewerken]

In de Koran wordt Eva niet genoemd bij naam doch slechts als "echtgenote van Adam". Vanuit de Hadith zijn er wel overleveringen over haar te vinden. Eva wordt bij de moslims Hawwā (Arabisch:حواء) genoemd. Volgens enkele islamitische overleveringen ligt ze begraven in de Tombe van Eva die zich in de Saoedische havenstad Djedda bevindt.

De verwijzingen naar Eva in de Koran zijn bijvoorbeeld te vinden in Soera De Koe 35 en Soera De Kantelen 189.

Zie ook[bewerken]