Handelingen van Petrus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Handelingen van Petrus is een apocrief geschrift van het Nieuwe Testament, geschreven rond het jaar 200, waarin enkele legendes over Petrus staan. De tekst bestaat uit twee delen: het eerste speelt zich af in Jeruzalem, het tweede in Rome.

Geschiedenis[bewerken]

De Handelingen van Petrus werd oorspronkelijk geschreven in het Grieks in de tweede helft van de tweede eeuw. Het grootste deel van deze tekst is overgeleverd in een latere Latijnse vertaling uit de vierde of vijfde eeuw. Het kreeg zijn laatste redactie in de vierde eeuw door monniken van Pachomius.

Verhaal[bewerken]

Er wordt verteld dat Petrus, discipel van Jezus, persoonlijk naar Rome zou zijn afgereisd om daar de sleutel van de hemelpoort aan de bisschop van Rome te overhandigen. Deze sleutel wordt in dit verhaal als een fysiek voorwerp voorgesteld.

Verder wordt er ook een ontmoeting beschreven tussen Petrus en Simon Magus waarin onder andere pratende honden voorkomen. Petrus en Simon krijgen ruzie met elkaar over de ware leer. Simon Magus was in het Colosseum om zijn mogelijkheid om te vliegen te demonstreren aan keizer Claudius. Petrus vond dit echter godslastering en bad tot God om hem te laten vallen, die zijn verzoek inwilligde, en Simon Magus viel te pletter.

Het boek behandelt ook verschillende problemen uit het leven van monniken die in de Regulae Pachomii en de Vita Pachomei op overeenkomstige wijze worden beschreven.

Externe link[bewerken]