Via Appia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over de de antieke Romeinse weg. Voor de reisimpressies van Louis Couperus, zie Via Appia (Reisbrief van Couperus)
De via Appia in het Romeinse Italië
Via Appia bij Quarto Miglio
de voetafdrukken van Jezus
Via Appia
Graf van C. Rabirius Hermodorus, langs de Via Appia
Het eindpunt van de Via Appia in Brindisi

De Via Appia (De weg van Appius) is, samen met de Via Latina (de weg naar Latium), Via Flaminia (de weg van Flaminius) en de Via Salaria (de zoutweg), een van de belangrijkste oude Romeinse wegen. De weg liep van de hoofdstad Rome, dichtbij de westkust van het Apennijns Schiereiland, tot aan Brindisium (het huidige Brindisi) aan de zuidoostkust hiervan. Het oorspronkelijke traject is op een goede Italiaanse wegenkaart nog redelijk te volgen.

Geschiedenis[bewerken]

Aan de bouw van de Via Appia werd in 312 v.Chr. begonnen op initiatief van Appius Claudius Caecus, naar wie de weg ook werd genoemd. De weg werd aangelegd om een snelle troepenverplaatsing mogelijk te maken, maar hij kreeg ook een enorm economisch belang, voor vervoer van goederen en personen tussen Rome en Campanië en verder. De weg liep aanvankelijk tot Capua, later is hij doorgetrokken naar Brindisium.

Vanwege het belang van de weg kreeg hij de bijnaam regina viarum (koningin der wegen). De landschappelijke schoonheid van het traject kan hierbij echter eveneens een rol hebben gespeeld. Zeker is dat de weg zeer druk begaan werd door zwaar beladen karren, want de sporen vindt men over de gehele route in het wegdek terug.

De weg[bewerken]

De Via Appia Antica, zoals de oude Romeinse weg nu genoemd wordt, loopt door het Parco Appia Antica. Vanuit de stad begint de weg bij de Porta San Sebastiano, vroeger Porta Appia genaamd.

Rechts, half in een muur gemetseld, vindt men de eerste mijlsteen buiten Rome, gewijd door Nerva en Vespasianus. Even verderop, aan de rechterhand staan de grafmonumenten van Orazius en Geta, en aan de linkerhand een Romeinse mansio (pleisterplaats), de eerste buiten de stadsmuren. Ook de restanten van de Villa Capo di Bove, de woonplaats van Herodes Atticus in Rome zijn hier te bezichtigen.

Domine Quo Vadis[bewerken]

Iets verderop staat de kerk Domine Quo Vadis, waar volgens de legende Petrus een ontmoeting had met Jezus. Toen Petrus vroeg 'Heer, waar gaat u naar toe', antwoordde Jezus 'Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden'. Petrus bedacht zich, en keerde naar Rome terug, waar hij in het Tullianum gevangen werd gezet en ondersteboven werd gekruisigd in het Circus van Nero. De kerk bevat een steen waarin de voetafdruk van Jezus te zien zou zijn.

Catacombes[bewerken]

Verderop zijn de catacomben van Sint-Callixtus en de catacomben van Sint-Sebastiaan te vinden. De ingang van de catacomben van Sint-Sebastiaan is bereikbaar via de kerk Sint-Sebastiaan buiten de Muren die plaatselijk Basilica di San Sebastiano wordt genoemd. In deze kerk is Sebastiaan begraven.

Op de tocht naar Quattro Miglia, vier mijl buiten de stad, zijn vele monumenten te bewonderen, evanals het naastgelegen Parco Appia Antica. Hier bevindt zich de "Ninfeo d'Egeria" (bron van Egeria) en een goed bewaard gebleven grafmonument van Annia Regilla uit het midden van de tweede eeuw.

Circus van Maxentius[bewerken]

Het best bewaard gebleven gedeelte van de Via Appia is ongeveer 2,1 kilometer buiten de stadsmuur gelegen. Hier staan de restanten van het Circus van Maxentius, een renbaan zoals het Circus Maximus, maar beter bewaard gebleven.

Graftombes[bewerken]

Verderop langs de weg vindt men niet alleen de catacomben, maar ook vele Romeinse grafmonumenten. Het was immers verboden lijken binnen de stadsmuren te begraven en de plaatsen vlakbij de stad zullen ongetwijfeld veel duurder zijn geweest dan die verderop. Vele van deze grafmonumenten dragen nog steeds leesbare inscripties en beelden van degenen die er begraven liggen, zoals C. Rabirius Hermodorus, zijn (waarschijnlijke) vrouw Rabiria Demaris en Usia Prima, Sac(erdota) Isidis (priesteres van Isis), afgebeeld met een ratel en een offerbrood(?). De originelen van deze teksten zijn te vinden in het Museo Epigrafico. Een van de bekendste graftombes is die van Caecilia Metella, 5 km. buiten Rome.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties