Bekering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De bekering van Paulus, schilderij uit circa 1600-1601

Bekering is het overgaan of doen overgaan tot een (andere) godsdienst. Dit overgaan kan vanuit een vorige religie of vanuit agnosticisme of een atheïstische overtuiging. In sommige culturen (bijvoorbeeld het jodendom) betekent bekering zowel lid worden van de etnische groep als de religie aannemen.

Volgens artikel 18 van de Universele verklaring van de rechten van de mens[1] heeft een ieder recht op vrijheid van godsdienst en houdt dit ook "de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen" in.

Over het algemeen wordt de bekering tot een bepaalde religie binnen die religie met blijdschap ontvangen. Het tegenovergestelde van bekering, dus uittreden uit dit geloof, is geloofsafval en dit wordt door gelovigen over het algemeen als negatief bezien.

Volgens het merendeel van de islamitische fiqhgeleerden en theologen verdient een mannelijke moslim die van het geloof afvalt (ridda), en zich zodoende buiten de islam plaatst, de doodstraf, maar men verschilt van mening of dit gepleegde feit wel voldoende is om een oordeel te vellen en uit te voeren.[2]

Verscheidene etnische godsdiensten, zoals Jezidi's en Druzen, keuren geen bekeerlingen goed. De enige manier om een Jezidi te worden is in een Jezidische familie geboren te zijn.

De bekeerling, proseliet[bewerken]

Een persoon die bekering heeft ondergaan wordt een bekeerling of proseliet genoemd. Het woord komt van het Griekse πϱοσήλυτος = proseliet en betekent letterlijk: iemand die er bij gekomen is. Oorspronkelijk werden met proselieten de mensen aangeduid van een niet-Joodse afkomst die zich hebben bekeerd tot het jodendom, inclusief de besnijdenis. Tegenwoordig heeft het woord een veel algemenere zin: elke bekeerling, niet alleen in religieus opzicht, maar ook in filosofisch of politiek opzicht kan zo genoemd worden.

Proselitisme is tegenwoordig de aanduiding voor opdringerige bekeringsijver.

Bekering tot het christendom[bewerken]

Met 'bekering tot het christendom' wordt bedoeld dat men overgaat tot het christendom en een leven gaat leiden overeenkomstig Bijbelse regels. Bekering houdt in dat geval in dat men God erkent als Schepper en een relatie met Hem start en Jezus als de messias aanvaardt en een volgeling van hem wordt. Bekering wordt door sommigen opgevat als een synoniem van wedergeboorte.

Bekering wordt ook wel gebruikt als een oproep aan personen die al gelovig zijn, om hun leven in orde te brengen met de Bijbel en zich af te keren van verkeerde praktijken. In Lukas 15:10 valt te lezen: "Zo, zeg ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt."

In de Bijbel komt de aanduiding 'bekering' diverse malen voor, zowel in de eerste als in de tweede betekenis. Een voorbeeld van het eerste is de toespraak die de apostel Petrus hield nadat de Heilige Geest op het Pinksterfeest was uitgestort en de toehoorders opriep zich te bekeren.[3] Een voorbeeld van het tweede is de oproep van Johannes de Doper, de wegbereider van Jezus, aan zijn tijdgenoten om hun leven op orde te brengen omdat de messias (Jezus) binnenkort zal verschijnen.[4] In dit geval ging het niet om wedergeboren gelovigen omdat Jezus nog niet gekomen was.

Bekering in de zin van christen worden, houdt concreet in dat men erkent dat men een zondig (zonde betekent: doel missen) mens is en gelooft dat Jezus als Zoon van God gestorven en opgestaan is als ultieme aflossing van de menselijke zonden (de erfzonde en de zonden die daarvan het gevolg zijn). Het onderstrepen van de keuze voor dat geloof wordt doorgaans gedaan in het bijzijn van de eigen kerkelijke gemeente, door middel van het uitspreken van een belijdenis (in sommige kerkgenootschappen vergezeld van een doopritueel) of (in het geval van de Rooms-katholieke Kerk) door het doopsel. Om de kersverse christen te laten weten waar hij of zij eigenlijk voor kiest en hem of haar erover te laten nadenken, gaat er aan dit ritueel enig onderwijs vooraf. Bij de overgang van de ene christelijke denominatie naar de andere wordt in sommige gevallen óók naar soortgelijke rituelen gegrepen.

Over het eigen geloof vertellen, in de hoop dat dit tot bekeringen leidt, wordt evangelisatie genoemd. In het verleden is missionering wel gebruikt als verontschuldiging voor godsdienstige oorlogen en bekeringen onder dwang. In het jaar 1000, in de tijd van de Vikingen, besloot het parlement van IJsland dat het volledige land zich tot het christendom zou moeten bekeren, en dat het offer aan de oude goden, hoewel nog toegestaan, niet meer in het openbaar zou mogen gebeuren. Gelijkaardige massabekeringen in andere Scandinavische landen waren niet democratisch.

Bekering tot de islam[bewerken]

Feitelijk gaat de islam niet uit van bekering, maar terugkering tot de islam. Toen God de zielen schiep in de tijd die Balaa genoemd wordt, vroeg Hij: Ben ik niet jullie Heer? Hierop zouden alle zielen hebben geantwoord: Balaa! (jazeker, dat bent u!). Sinds die tijd is iedere ziel moslim.[5]

Iemand is moslim als hij gelooft dat God de enige godheid is en dat Mohammed Zijn boodschapper is. Een persoon wordt moslim door in het bijzijn van twee getuigen bovengenoemde getuigenis (shahada) uit te spreken. Sommige stromingen accepteren echter ook een getuigenis voor God alleen, andere willen een getuigenis voor een hele moslimgemeenschap. Daarna is de ghoesl verplicht. De islam kent geen doop of iets vergelijkbaars; ook de besnijdenis is geen verplichting, maar is aanbevolen.[6]

Met het afleggen van de getuigenis begint de 'nieuwe' moslim (moe`allaf) met een schone lei; zijn voorafgaande zonden zijn hem vergeven. Het houdt echter niet op bij het geven van een getuigenis of belijdenis. De nieuwe gelovige moet zich in een persoonlijk proces vertrouwd maken met de leerstellingen en de rituelen. Meestal neemt de bekeerling ook een nieuwe voornaam aan, omdat deze te maken heeft met de nieuwe religieuze identiteit, en bijvoorbeeld verwijst naar God, een van de profeten, of een andere islamitische kwaliteit.[7]

Hoewel de meeste Europese bekeerlingen autodidact zijn[8], gebeurt het prediken van de islam om niet-moslims te bekeren wel en is eveneens goedgekeurd. In de islam wordt dit da'wah genoemd. Ook in de islam is missioneringswerk in het verleden wel gebruikt als excuus voor godsdienstoorlogen en gedwongen bekeringen. Het traditionele standpunt van islamitische juristen is echter dat gedwongen bekeringen géén geldigheid hebben. Stellig staat in de Koran:

In de godsdienst is geen dwang. (soera De Koe 256).

In de meeste gevallen waarbij moslims gebied veroverden werden christenen en joden onderworpen aan de dhimmi-status: in ruil voor een verplichte belasting (djizya) verkregen ze zekere mogelijkheden om hun godsdienst te blijven belijden.

In Nederland en België wordt sinds 2007 een speciale bekeerlingendag gehouden voor bekeerlingen tot de islam.

In 2006 is ongeveer 5 procent van de Nederlandse bevolking moslim. Dat komt overeen met ruim 850 duizend personen. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.[9] In Duitsland zijn nu circa 15.000 autochtone Duitsers moslim geworden. Naar schatting bekeren zich jaarlijks 500 Nederlanders tot de islam.[10] Momenteel zijn er nog weinig mogelijkheden voor deze nieuwe moslims. In de moskee verstaat men vaak niet waar het over gaat aangezien de preek vaak in het Arabisch of het Turks is. Er is wel een forum waar nieuwe moslims hulp kunnen vragen aan andere nieuwe moslims. Naast de problemen in de moskee weet men vaak niet hoe het rituele gebed verricht moet worden en ondervindt men vaak problemen in eigen omgeving; familie en vrienden snappen niet altijd de keuze om te bekeren.

Zie ook: bekeerlingendag.

Bekering tot het jodendom[bewerken]

De joodse wet heeft strikte richtlijnen voor het goedkeuren van nieuwe bekeerlingen tot het jodendom. Volgens de joodse wet, die normatief door orthodox jodendom en gedeeltelijk door conservatief jodendom wordt gevolgd, moet de wens om zich tot het jodendom te bekeren van harte komen en zonder bijbedoelingen zijn. Een mannelijke bekeerling moet een rituele besnijdenis ondergaan en hij moet zich verplichten om de 613 geboden van de joodse wet na te leven. De rituele onderdompeling in een kleine waterpoel, de mikwe, is een vereiste en de bekeerling neemt een nieuwe, joodse, naam aan.

De controle over de bekeringen is regelmatig onderwerp van debat in Israël, onder meer omdat vele immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie in feite niet joods zijn.

Orthodox jodendom[bewerken]

Het orthodoxe jodendom ontmoedigt bekering tot het Jodendom over het algemeen. In plaats daarvan stimuleert het de persoon om vanuit zijn oorspronkelijke achtergrond zich aan de Noachitische geboden (de geboden die God aan Noach gaf na de zondvloed en daarmee aan al zijn nakomelingen: de tegenwoordige mensheid) te houden en zo een rechtvaardig leven te leiden en op die manier God te vinden. De bekeerling tot het Jodendom moet vanzelfsprekend al de joodse geloofsprincipes accepteren en andere religies verwerpen. Indien dit niet het geval was, is de bekering retroacief ongeldig. Aan de daadwerkelijke bekering —acceptatie door een geautoriseerd Rabbinaal college, besnijdenis en onderdompeling in een mikwe— gaat een tijdsbestek van minimaal een jaar (meestal zes jaar) vooraf. Tijdens deze periode moet de aspirant-bekeerling integreren in de joodse gemeenschap: hij of zij moet onder meer, indien mogelijk, dagelijks voor de gebedsdiensten in de synagoge verschijnen, thuis alle wetten van kasjroet houden en zich aan de wetten van sjabbat houden.

Niet-orthodox jodendom[bewerken]

Het masorti jodendom en vooral het liberaal jodendom stellen minder eisen aan bekeerlingen, overeenkomstig hun minder intensieve religieuze praktijk. Bij de liberale joden zijn vele leden gehuwd met niet-joden, en de beweging van liberale joden verwelkomt standaard de echtgenoten van joden die zich willen bekeren.

Omzetting in godsdiensten van Indische oorsprong[bewerken]

De godsdiensten van Indische oorsprong zoals hindoeïsme en sikhisme geloven niet in bekering als een manier om een religie uit te breiden, maar heten wel iedereen welkom die zich bij hun godsdienst wil aansluiten. Ook het boeddhisme is in dit rijtje te plaatsen, hoewel dit dikwijls eerder als een levensbeschouwing dan als een godsdienst gedefinieerd wordt. De reden waarom de Indische religies geen klemtoon leggen op het maken van bekeringen is hun sterke overtuiging dat "alle godsdiensten waar zijn en slechts verschillende wegen naar dezelfde waarheid". De aanhangers geloven ook dat iemands godsdienst zou moeten worden gekozen op basis van zaken als afkomst en karakter.

Bekering tot nieuwe godsdienstige bewegingen en cultussen[bewerken]

De bekering tot nieuwe religieuze bewegingen (NRB) wordt doorzeefd met controversen. De anti-cultusbeweging gebruikt soms de term gedachtehervorming of zelfs hersenspoeling, hoewel de laatstgenoemde term tegenwoordig minder gebruikt worden. NRB's zijn zeer divers en het is niet duidelijk of de bekering tot NRB's verschilt van bekering tot heersende stromingsgodsdiensten.

Een onderzoek, zowel in de Verenigde Staten als in Nederland, heeft aangetoond dat er een positieve correlatie is tussen het gebrek aan betrokkenheid in hoofdstroomkerken in bepaalde gebieden en provincies en het percentage mensen is die een lid van een nieuwe godsdienstige beweging. Het Nederlandse onderzoek omvatte de Jehova's getuigen en het Mormonisme als NRB's.

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  • Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
  • Schepens, T. Religieuze bewegingen in Nederland volume 29, Sekten Ontkerkelijking en religieuze vitaliteit: nieuwe religieuze bewegingen en New Age-centra in Nederland (1994) VU uitgeverij ISBN 90-5383-341-2
  • Starks, R & W.S. Bainbridge The future of religion: secularization, revival and cult formation (1985) Berkely/Los Angeles/London: University of California press
  • Barrett, D. V. The New Believers - A survey of sects, cults and alternative religions (2001) UK, Cassell & Co [3] (http://www.thenewbelievers.com/)

  1. Artikel 18 van de Universele verklaring van de rechten van de mens: "Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften."
  2. Nieuwe inleiding tot de islam, Dr. J. J. G. Jansen, Uitgeverij Coutinho, 1998, ISBN 90 6283 129 X CIP, blz 92
  3. Handelingen 2:37-39
  4. Matteüs 3:1-3
  5. Een beknopte ilmihal, een beknopt handboek van de essentiële islamitische leer, Fazilet Nesriyat ve tic. a.s., Istanbul, circa 2005, blz. 179
  6. Islam voor Dummies, Malcom Clark, Uitgeverij Addison Wesley, 2004, blz. 186, ISBN 9043008451
  7. Islam in België, bedreiging of verrijking?, Omar Luc Van den Broeck, Uitgeverij Manteau/Standaard Uitgeverij NV, tweede druk april 2002, blz. 114, ISBN 9022317307
  8. De islam, wereldreligies leren kennen en begrijpen, Ruquaiyyah Maqsood, Zuidnederlandse Uitgeverij NV, 2001, blz. 186, ISBN 90-438-0623-4
  9. CBS, CBS, 2007
  10. bekering, Intercultureel