Talliet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prayer Shawl.JPG

In het jodendom is een talliet (Hebreeuws:טלית, Sefardische uitspr.) of talles (Nederlands-Jiddisch/Asjkenazische uitspr.) een vierhoekige omzoomd kleed met aan de vier hoeken draadjes, tzitziet geheten, die door mannen gedragen wordt tijdens het ochtendgebed. Er zijn twee versies:

  • de talliet gadol (zie afbeelding). In de meeste Asjkenazische gemeenschappen dragen alleen mannen na het huwelijk een talliet; in Sefardische en in sommige Asjkenazische gemeenschappen, waaronder de Nederlandse en Duitse die de zogenaamde Jekkische gewoonte volgen, dragen jongens een talliet vanaf hun bar mitswa, hun dertiende verjaardag. Het wordt aangetrokken alvorens de tefilin gedragen worden, behalve op Jom Kipoer; dan wordt het de hele dag door gedragen, zelfs bij de avonddienst Kol Nidré (gebedsriemen worden niet gedragen op deze dag; ook niet op de andere hoofdfeestdagen en op sjabbat). Een talliet wordt gewoonlijk gemaakt van witte wol, katoen of zijde en heeft vaak blauwe of zwarte strepen op de uiteinden en een sierstrook aan één zijde, die indiceert welke kant de buiten- en bovenkant is die in de nek wordt gelegd. De vier hoeken van het kleed zijn bij de Portugese Joden met fraai borduurwerk versierd.
  • de talliet kattan, vaak simpelweg tsietsiet genoemd: een soortgelijk rechthoekig kledingstuk met een gat in het midden (waardoor het hoofd komt), en draadjes (tsietsiet) aan de vier hoeken. Dit kledingstuk wordt in alle gemeenschappen door orthodox-joodse jongens (meestal al v.a. het derde jaar) en mannen onder de kleding gedragen, meestal onder een overhemd. Vaak (maar niet altijd) laat men de draden buiten de broek hangen. Het kledingstuk dragen doet de Tora-verplichting vervullen dat wanneer men een kledingstuk draagt met vier hoeken, er aan alle vier de hoeken van dit kledingstuk zogenaamde schouwdraden, de tsietsiet, behoren te hangen. Omdat men de draden zal aanschouwen, bestaat het gebruik de draden niet onder de kleding te laten maar van onder het bovenhemd te laten komen.