Zeekatten (inktvissen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zeekat
Georgia Aquarium - Cuttlefish Jan 2006.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Mollusca (Weekdieren)
Klasse: Cephalopoda (Koppotigen)
Onderklasse: Coleoidea
Superorde: Decapodiformes
Orde
Sepiida'
Zittel, 1895
Families
inwendige schelp
inwendige schelp
Zeekat op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De zeekatten of sepia's (Sepiida) is een orde van weekdieren die behoort tot de inktvissen, net als onder andere de octopus. De bekendste soort is de gewone zeekat (Sepia officinalis). Sepia is ook de naam van een kleurstof die gewonnen wordt uit dit dier.

Kenmerken[bewerken]

Zeekatten hebben een platte inwendige schelp en een kort, breed lichaam met 8 korte armen en 2 veel langere tentakels. Een sepia kan ongeveer 50 cm groot worden. De mannetjes worden niet ouder dan 2 tot 3 jaar. Het vrouwtje leeft zelfs maar één jaar.

Tussen hun 8 gewone armen zitten twee langere vangtentakels, die alleen te zien zijn als de sepia een prooi grijpt. De prooi wordt doorgebeten door middel van een snavelvormige bek die tussen de armen ligt. Een sepia heeft pigmentcellen in zijn huid zitten waarmee hij van kleur kan veranderen en zijn uiterlijk aan de omgeving aan kan passen. Meestal gaan ze daarom goed op in de achtergrond, maar tijdens de paring verschieten ze snel van kleur en ze zijn vaak wit als ze boos zijn. Een sepia heeft geen botten, alleen een interne skeletschelp. Deze schelp, bekend als zeeschuim of het knaagspeeltje in de kanariekooi, spoelt zeker in de zomer volop aan op de Nederlandse en Belgische stranden. Tevens bezit het dier een sipho voor de voortbeweging: het water wordt opgezogen in de mantelholte en met een krachtige straal naar buiten gespoten.

Leefwijze[bewerken]

Sepia's zijn echte nachtdieren die 's nachts jagen op krabben en garnalen, hun hoofdvoedsel. De sepia vangt zijn voedsel op een zeer speciale manier. Hij zwemt langzaam over de zeebodem, ondertussen waterstraaltjes blazend over het zand, met de bedoeling om garnaaltjes op te schrikken. Voordat de garnaaltjes beseffen wat hun overkomt, worden ze door de vangarmen bliksemsnel gegrepen vooraleer ze zich opnieuw kunnen ingraven. Ze worden dan vervolgens naar de snavelachtige bek gebracht. Zelf worden ze gegeten door roggen, haaien en andere roofvissen.

Voortplanting[bewerken]

In het voorjaar trekken sepia’s massaal terug naar hun geboortegrond om daar te zoeken naar een partner voor de paring. Na de paring blijft het mannetje bij het vrouwtje om te voorkomen dat ze nog met andere mannetjes paart en ervoor te zorgen dat zij haar eitjes veilig af kan zetten. Dit kan wel een volle dag duren. Om de eieren af te zetten worden vaak oude visnetten gebruikt, maar ook stokken en takken voldoen prima. Door de inkt zijn de eitjes zwart. Het kan voorkomen dat de laatste eitjes wit zijn, omdat de inkt opraakt.

Na het afzetten van de 200 tot 300 eieren trekt het mannetje terug naar warmere wateren. De vrouwelijke sepia's sterven meestal vrij snel na de eiafzetting. Het duurt dan nog ongeveer 8 weken voordat de jongen uit de eieren komen. Deze jongen zijn dan ongeveer 1 cm groot, maar al een exacte kopie van hun ouders en ze kunnen dus ook al inkt spuiten en van kleur veranderen. Het eerste wat de jongen doen als ze uit het ei komen, is een beschut plekje in het zand zoeken om zich in te graven. De jongen blijven nog enige tijd in de buurt van hun geboortegrond totdat ze wat groter zijn. Dan vertrekken ze naar de open zee om verder op te groeien.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Dit is een veelvoorkomend dier aan de Nederlandse en Belgische kust, vooral in de open wateren als Noordzee en Oosterschelde. Het is een eetbare soort die vooral in de streken rond de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee wordt gevist en gegeten.

Zeeschuim[bewerken]

De inwendige schelp van de zeekat (zeeschuim of ossa sepia) wordt ook door vogels gegeten. In de poreuze schelp zit kalk die de vogels nodig hebben bij het leggen van eieren en voor hun bloedsomloop.

De ossa sepia bestaat uit aragoniet en is opgebouwd uit vele aparte cellen of kamertjes. Deze schelp geeft niet alleen stevigheid, maar werkt ook als een "zwemblaas" waarmee het drijfvermogen geregeld kan worden.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]