Ark van het Verbond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reconstructie van de Ark van het Verbond, Washington Masonic National Memorial

De Ark van het Verbond, ook wel Ark des Verbonds, was het centrale, allerheiligste voorwerp in het jodendom. Het was een draagbare kist, waarin de twee stenen tafelen met daarop de Tien geboden bewaard werden (1 Koningen 8:9, 2 Kronieken 5:10). Elders, in Hebreeën 9:4, wordt gezegd dat de Ark des Verbonds een gouden kruik met manna bevatte en de staf van Aäron (die gebloeid had) en de tafelen des verbonds. De Ark werd gemaakt tijdens de exodus, bij de Sinaïberg. Hij stond in het Heilige der Heiligen, de binnenste ruimte van de tabernakel, en later in dezelfde ruimte in de tempel te Jeruzalem.

Doel[bewerken]

Het Bijbelboek Exodus (hoofdstuk 25:10), waarin precies beschreven staat hoe de Ark moest worden gemaakt, geeft ook het doel van de Ark: God zou vanaf het verzoendeksel van de Ark met Mozes spreken over alles wat het volk moest worden medegedeeld en tevens moest de Ark, als bewaarplaats van de Goddelijke Wet, gebruikt worden om tijdens het jaarlijkse zoenoffer symbolisch de zonden te bedekken van het hele volk Israël.

Uiterlijk[bewerken]

Het transport van de Ark van het Verbond.
De priesters blazen op de sjofar, terwijl het leger van de Israëlieten met de Ark van het Verbond rond de stadsmuren van Jericho loopt.
De Ark van het Verbond wordt rond Jericho gedragen.
De Ark van het Verbond wordt de tempel in gedragen.

De kist zelf was gemaakt van acaciahout en van binnen en van buiten overtrokken met een laag bladgoud. Het verzoendeksel van de Ark was van massief goud vervaardigd. Aan weerszijden van het deksel waren twee uit massief goud opgetrokken cherubs, die één geheel vormden met het deksel. Deze cherubs hadden hun vleugels naar boven uitgespreid, als een beschutting boven het deksel, en stonden met de gezichten naar elkaar toe, de ogen gericht op het deksel. Overigens is uit de beschrijving in de Bijbel niet op te maken hoe dit er precies uitzag: een bas-reliëf of twee cherubs in de vorm van beelden die uit het deksel staken. Het is eveneens mogelijk dat de beelden aan de zijkant van het deksel stonden of er in het midden van stonden. Op afbeeldingen zijn dan ook veel variëteiten te zien.

Aan beide zijden van de Ark waren gouden ringen geplaatst waardoor twee draagstokken gestoken waren. Deze draagstokken mochten nooit verwijderd worden, ook niet toen de Ark later zijn vaste plaats in de Tempel kreeg.

Boven het verzoendeksel van de Ark was de Sjechina, de tegenwoordigheid van God, zichtbaar tussen de cherubs. Gewoonlijk wordt de sjechina beschreven als een vuurgloed of lichtverschijnsel.

Gebruik[bewerken]

Eenmaal per jaar bracht de hogepriester het zoenoffer voor het gehele volk door bloed van een onschuldig lam op het deksel te sprenkelen, dat daarom het verzoendeksel heette. Hiermee was symbolisch aangegeven dat de Goddelijke Wet, in de Ark vertegenwoordigd als de Tien geboden, niet meer door God, in de sjechina, 'gezien' werd omdat het bloed het deksel bedekte. Hierom draaide de hele eredienst van Israël.

Latere geschiedenis van de Ark[bewerken]

In de boeken Jozua, Richteren en I Samuel wordt beschreven dat de tabernakel in verschillende plaatsen een tijd werd opgesteld. De bekendste plaatsen waren Silo en Sichem. Koning David was degene die de Ark ten slotte naar Jeruzalem bracht toen hij dit de hoofdstad van zijn rijk maakte.

In het boek I Samuël wordt beschreven dat de Filistijnen eens de Ark hebben buitgemaakt. Ze stelden hem op in de tempel van hun god Dagon ten teken van de overwinning van deze god over Jahweh. Toen het afgodsbeeld van Dagon steeds weer omviel, en zo als het ware boog voor de Ark, en ook allerlei rampen het Filistijnse land troffen, stuurden de Filistijnen de Ark in arren moede maar weer terug naar de Israëlieten.

In het boek II Samuel hoofdstuk 6 is beschreven dat David danste voor de Ark, toen die naar Jeruzalem werd overgebracht. De christelijke traditie ziet in de tekst van het evangelie waar Johannes de Doper bij nadering van Maria (net enkele maanden zwanger van Jezus) 'opspringt' in de schoot van Elisabeth terwijl zij nog zwanger van hem was, een parallel met David die voor de Ark, met de aanwezigheid van Jahweh, danst.

Davids zoon Salomo liet met behulp van onder meer Fenicische vaklieden een vast tempelgebouw oprichten waar de Ark zijn definitieve plaats kreeg. Toen dit ten slotte gereed was was het volgens de Bijbelse beschrijving een van de schitterendste gebouwen van het Midden-Oosten. Van heinde en verre kwamen mensen Jeruzalem en de Tempel van Salomo bewonderen, zoals de Koningin van Sheba. Na de dood van Salomo werd het rijk gesplitst en in een noordelijk tienstammenrijk (Israël) en een zuidelijk tweestammenrijk (Juda). In Israël werd een 'alternatieve' tempel opgezet ter vervanging van de dienst in Jeruzalem. In het boek 1 Koningen hoofdstuk 14 is beschreven dat de Egyptische farao Jeruzalem innam en ook de tempel plunderde. Dit gebeurde tijdens de regering van koning Rehabeam, de zoon van Salomo. De Egyptische farao heette volgens dit boek Sisak. Deze gebeurtenis moet rondom 900 v.Chr. hebben plaatsgevonden. Het is denkbaar dat farao Sisak bij deze gelegenheid ook de ark heeft meegenomen, deze was immers bedekt met bladgoud. Na deze vermelding in het boek 1 Koningen wordt in de bijbel geen melding meer van de ark gedaan. Nadat in 586 v.Chr. de eerste tempel verwoest was door de Babyloniërs verdween de Ark helemaal uit de historie. In de latere tweede tempel, die van 515 v.Chr. tot 70 n.Chr. dienst deed, heeft nooit meer een Ark gestaan.

De Ark in het christendom[bewerken]

Ook voor het christendom is de Ark belangrijk, omdat volgens de orthodoxe theologie, de hele offerdienst een voorafschaduwing is van het zoenoffer van Jezus als volmaakt offerlam, die de zonden van de gehele mensheid moest afdekken, onzichtbaar maken, voor de ogen van God. Tevens is Jezus de volmaakte Hogepriester die dit offer voor het aangezicht van God en de ogen van de gehele wereld heeft gebracht. Iedereen die dit gelooft is volgens deze overtuiging gered van de eis van de (goddelijke) wet, namelijk de straf voor de zonde die hij/zij begaan heeft in dit leven.

Waar is de Ark gebleven?[bewerken]

Volgens verhalen zou de ware Ark van het Verbond in de kathedraal van onze heilige Maria van Zion in Aksum (Ethiopië) gehuisvest zijn.

Volgens de meest gangbare theorie is de Ark vernietigd bij de verwoesting van de eerste tempel. Anderen menen dat kort van tevoren de Ark in een geheime ruimte onder de tempelberg of ergens in de buurt verborgen werd door de priesters. Een bijbeltekst (2 Makkabeeën 2:4-6) suggereert dat de Ark in een grot in de berg Nebo is gelegd, samen met het reukofferaltaar en de tabernakel, door een groep mannen aangevoerd door Jeremia. Deze bergplaats zou echter zelfs door deze groep niet meer teruggevonden kunnen worden. Volgens 2 Makkabeeën 2:8 zal die plek ook niet gevonden worden tot God zijn volk weer samenbrengt en zich er weer over ontfermt. Weer anderen beweren dat de Ark terechtgekomen is in Ethiopië. Maar blijkbaar was de Ark al verdwenen voordat de Babyloniërs de tempel plunderden. De Ark, hoewel verreweg het belangrijkste voorwerp, wordt namelijk niet genoemd in de lijst van buitgemaakte tempelstukken. Bovendien stelde de profeet Jeremia dat er een tijd zou komen, dat men niet meer aan de Ark zou denken, en hij niet weer gemaakt zou worden (Jer 3:16), hetgeen ook duidt op een waarschijnlijke vernietiging ten tijde van Jeremia.

Echter, verschillende joodse en ook enkele christelijke groeperingen willen de tempel weer opbouwen, de Ark opsporen en in deze nieuwe tempel plaatsen om de offerdienst weer in te stellen.

Er zijn verschillende personen die beweren dat ze de Ark weer gevonden hebben. De bekendste is de inmiddels overleden Amerikaan Ron Wyatt. Op vragen van critici waarom hij dan geen bewijzen gaf van zijn ontdekking antwoordde Wyatt dat "God mij daarvoor geen toestemming geeft omdat de tijd daarvoor nog niet aangebroken is".

Geconcludeerd kan worden dat de verblijfplaats (mocht hij hebben bestaan) onbekend is en dat alle verhalen over die plaats speculatief zijn.

De Ark in fictie[bewerken]

De Heilige Graal, volgens de gangbare mening de door Christus gebruikte beker bij het Laatste Avondmaal, is echter volgens enkele schrijvers een andere benaming voor de Ark, zie hiervoor de verhalen van Parsival.

Een bekende, maar niet op waarheidsgetrouwe feiten gebaseerde film over de Ark, is de Indiana Jonesfilm Raiders of the Lost Ark van Steven Spielberg.

In zijn boek " The Sign and The Seal: The Quest for the Lost Ark of the Covenant ", tracht de Engelse schrijver-journalist Graham Hancock feiten en fictie van elkaar te scheiden.

In Harry Mulisch' De Ontdekking van de Hemel gaat de hoofdpersoon op zoek naar de Ark om de Stenen Tafelen terug te kunnen geven aan God.

Joel C Rosenberg schrijft in De Tempelcodex over het vinden van de Ark en andere tempelschatten met behulp van een van de Dode Zee-rollen.

Bronnen