Israël

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Israël (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Israël.
מדינת ישראל
دولة اسرائيل
Medinat Yisrael
Dawlat Israïl
Vlag van Israël Wapen van Israël
(Details) (Details)
Israël
Basisgegevens
Officiële landstaal Hebreeuws, Arabisch
Hoofdstad Jeruzalem[1]
Regeringsvorm Republiek, parlementaire democratie
Staatsvorm Republiek en eenheidsstaat
Staatshoofd president Shimon Peres
Regeringsleider premier Benjamin Netanyahu
Democratie-index 7,53 (onvolledige democratie)
Religie 76,0% joods
16,6% moslim
2,1% christen
1,7% druus
Oppervlakte 22.072 km² [2] (2% water)
Inwoners 7.412.180 (2008)[3]
7.707.042 (2013)[4] (349,2/km² (2013))
Overige
Volkslied Hatikwa (De Hoop)
Munteenheid Nieuwe Israëlische Sjekel (NIS) (ILS)
UTC +2 (zomers: +3)
Nationale feestdag 14 mei 1948, Onafhankelijkheidsdag
Web | Code | Tel. .il | ISR | 972
Voorgaande staten
Mandaatgebied Palestina Mandaatgebied Palestina 1948 (Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948)
Topografie
Israël
Portaal  Portaalicoon   Israël
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Israël, officieel de Staat Israël, (Hebreeuws: מדינת ישראל - Medinat Jisraël; Arabisch: دولة اسرائيل - Dawlat Israïl) is een land in Azië, het Midden-Oosten en de Levant. Israël grenst aan Libanon, Syrië, Jordanië, Egypte en de Palestijnse Gebieden. Het land heeft een kust aan de Middellandse Zee en een haven aan de Rode Zee.

Geschiedenis

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Hebreeuwse Bijbel vormde voor de zionisten de basis van hun claim op dit gebied in het Midden-Oosten en de oprichting van staat Israël in 1947. Vanaf zijn ontstaan kende deze nieuwe staat veel gewelddadige conflicten, waarvan er enkele vandaag de dag nog steeds aanwezig zijn.

Gedurende de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 slaagde Israël erin een groot deel van het Brits mandaatgebied Palestina te veroveren. Vele Palestijnen vluchtten of werden verdreven door de Israëlische troepen. In 1949 werden wapenstilstanden afgesloten tussen enerzijds Israël en anderzijds de Arabische landen. Israël heeft aan het eind van de vijandelijkheden een gebied in handen dat 22% groter was dan wat oorspronkelijk aan de Joodse staat was toegekend. Zevenhonderdduizend Arabieren zijn dan al voor en tijdens de gevechten verdreven of gevlucht naar de Westelijke Jordaanoever, Gazastrook en Libanon, alwaar zij in vluchtelingenkampen terechtkomen. In 1950 nam het Israëlische parlement de Knesset de Wet op de Terugkeer aan dat alle Joden, van waar ook ter wereld, het recht verschaft zich in Israël te vestigen.[5] Dit maakte grootschalige immigratie van Joden uit Azië en Afrika mogelijk.

In 1956 breekt de Suezcrisis uit, hetgeen leidt tot een oorlog tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en Israël enerzijds en Egypte anderzijds. Israël doet vooral mee omdat het politiek geïsoleerd is en op deze manier meer politieke en militaire steun hoopt te krijgen. Het land heeft bijvoorbeeld grote moeite om aan wapens te komen. Israël verovert in deze oorlog de Sinaï om zodoende de scheepvaart door het Suezkanaal naar de havenstad Eilat weer mogelijk te maken. Bij de wapenstilstand van 1957 bedingt Israël vrije doorvaart door het kanaal en de stationering van een VN-troepenmacht in de Gazastrook. Het Israëlische leger trekt zich terug uit de Sinaï en de Gazastrook. In 1964 wordt de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) opgericht. Het doel van de PLO is de vernietiging van de staat Israël en de vestiging van een Palestijnse staat in diens plaats. De internationale terreur tegen Israël en Joodse belangen buiten Israël intensiveert. Ook de internationale isolatie van de Joodse staat neemt toe, in bijvoorbeeld de VN waar Arabische landen en andere derdewereldlanden een machtsblok vormen en de Sovjet-Unie, die zich tijdens de Koude Oorlog van Israël, een Amerikaanse bondgenoot, afkeert.

Tijdens de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 veroverde Israël de Gazastrook en het schiereiland Sinaï op Egypte, de Westelijke Jordaanoever op Jordanië en de Golanhoogten op Syrië. Door de gevechten vluchtten veel Palestijnen en Syriërs uit de door Israël ingenomen gebieden. De nieuwe situatie die bij deze oorlog ontstond, veranderde daarnaast de geopolitiek van dit gebied. Door de inname van de Westelijke Jordaanoever kwamen ca. een miljoen Palestijnen onder Israëlische controle te wonen, hetgeen spanningen in de Israëlische samenleving veroorzaakte.

Na de Zesdaagse Oorlog polariseert de situatie in het Midden-Oosten verder. Israël begint met de bouw van Joodse nederzettingen in de bezette gebieden en Palestijnen intensiveren de terreuraanvallen op Joodse doelen binnen en buiten Israël. Regelmatig komt het tot schermutselingen tussen Israël en zijn buurlanden, met name Syrië. Op de Grote Verzoendag (Jom Kipoer) in 1973, één van de belangrijkste godsdienstige dagen in de Joodse kalender, openen Egypte en Syrië een grootschalige aanval op Israël. De Joodse staat is aanvankelijk volledig verrast door de aanval, maar het weet toch na aanvankelijke nederlagen de status quo van voor de oorlog te herstellen.

Van links naar rechts; Premier Menachem Begin van Israël, de Amerikaanse president James Carter en de Egyptische president Anwar Sadat op het buitenverblijf van Carter te Camp David, 1978.

Anwar Sadat, de Egyptische president, verbaast vriend en vijand in 1977 door een bezoek te brengen aan Israël en in Jeruzalem het parlement de Knesset toe te spreken. Door bemiddeling van de Verenigde Staten komen in 1978 onder leiding van president Jimmy Carter de Camp Davidakkoorden tot stand. Een vredesverdrag tussen Egypte en Israël volgt waarna Israël zich uit de Sinaï terugtrekt. Op 26 maart 1979 wordt de vrede getekend en is Egypte het eerste Arabische land dat Israël erkent. De vrede met Egypte heeft de uitstoting van het Arabische land uit de Arabische Liga tot gevolg en indirect leidt het tot de moordaanslag op Sadat.

In 1987 ontstond er onder de Palestijnen een uitbarsting van geweld die tot na 1990 zou duren. Deze Eerste Intifada was een ongecoördineerde uitbarsting van geweld en volksprotest tegen de Israëlische aanwezigheid in de Westelijke Jordaanoever. Dit protest werd naast gewelddadig verzet zoals het gooien van stenen en molotovcocktails tevens gekenmerkt door algemene stakingen, burgerlijke ongehoorzaamheidsacties, het weigeren van betalen van door Israël opgelegde belastingen, politieke graffiti, het oprichten van een ondergronds scholennetwerk (na het uitbreken van de Eerste Intifada beval de Israëlische regering het sluiten van alle Palestijnse scholen) en het boycotten van Israëlische producten.

Voormalig PLO-leider en Nobelprijswinnaar Yasser Arafat.
Ariel Sharon, premier van Israël van 2001 tot 2006. In het Pentagon, Washington D.C., 2002.

Na de Golfoorlog, waarbij de Palestijnen openlijk de zijde van Irak hadden gekozen, werden in 1993-95 in Oslo de Oslo-akkoorden gesloten waarbij de PLO door Israël werd erkend als behartiger van de Palestijnen en de PLO op hun beurt beloofde het terrorisme tegen Israël te staken. Onder de bepalingen van het akkoord werd de Palestijnse Autoriteit opgericht. Deze kreeg gefaseerd het beheer toegekend over de Palestijnse gebieden die Israël bezet hield. PLO-leider Yasser Arafat, de Israëlische premier Yitzchak Rabin en de Israëlische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres ontvingen hiervoor in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede. Met Jordanië werd op 26 oktober 1994 een vredesverdrag gesloten, waarbij Israël door Jordanië werd erkend. Premier Rabin werd in 1995 vermoord door een Joodse extremist.

Na de akkoorden bleek echter dat de Palestijnse verwachtingen (verbetering van de leefomstandigheden, veiligheid, vrede en vrijheid) door het Oslo-proces niet werden waargemaakt, dat Israël het bestuur nog steeds in handen had, dat de nederzettingen werden uitgebreid (Israël verdubbelde het aantal kolonisten van 200.000 tot 400.000) en dat de economische situatie slechter was dan vóór 1987. Op 28 september 2000 bezocht de toenmalige Israëlische oppositieleider Ariel Sharon, omringd door honderden Israëlische soldaten, de Tempelberg, de heiligste plaats in het jodendom, waar zich ook de Al-Aqsamoskee bevindt, in rangorde de 3de heilige plaats van de islam. Massale demonstraties en geweldsuitbarstingen braken kort hierna uit, ook in Israël zelf. Het was bij een demonstratie in Israël zelf dat de Israëlische politie 13 Israëlische Palestijnen doodschoot.[6] Reacties volgden en een spiraal van geweld barstte los waarbij van 29 september 2000 tot en met 30 juli 2005 972 Israëliërs (waaronder 122 kinderen) en 3301 Palestijnen (waaronder 653 kinderen) de dood vonden. Vele tienduizenden mensen raakten gewond en soms invalide. De meeste Israëlische doden vielen door zelfmoordaanslagen van Palestijnen.[7]

In 2002 begon Israël met de bouw van een barrière, meest hek en voor een tiende muur, langs de grens met de Westoever en Gaza. Op enkele plaatsen wordt de barrière tot diep in Palestijns grondgebied aangelegd. Sharon werd tot premier gekozen en zijn regering stelde dat de barrière de veiligheid van Israël zou vergroten. Cijfers over scherpe daling van het aantal terreuraanslagen die vanuit de Palestijnse gebieden op Israël worden gepleegd gaven aan deze stelling kracht.[8]

In 2004 stemde de Knesset in met het plan van de regering-Sharon tot terugtrekking uit de Gazastrook en ontmanteling van de joodse nederzettingen aldaar. Vooral vanuit joods-orthodoxe hoek bestond grote weerstand tegen het plan maar een jaar later werd het plan uitgevoerd.

De verkiezingen in de Palestijnse gebieden in 2006 werden gewonnen door de fundamentalistisch-islamistische Hamas. Dit leidde tot een economische en politieke boycot van de Palestijnse Autoriteit door Israël, de VS en de EU die Hamas als een terroristische organisatie aanmerken. Na een aanval (een van de vele) door de Libanese beweging Hezbollah op een Israëlische grenspost waarbij drie Israëlische soldaten werden gedood en twee werden ontvoerd en raketbeschietingen op Israëlische doelen, begon het Israëlische leger met een massale vergeldingsaanval op Hezbollah waarbij ruim 1100 Libanese doden vallen. De gevechten waren enkel met Hezbollah. Het Libanese leger hield zich afzijdig.[9]

Anno 2014 probeert de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry de al jaren vastzittende vredesonderhandelingen tussen de Palestijnen en de Israëliërs weer vlot te trekken. Een van de problemen hierbij vormen de (uitbreidingen van de) Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, die internationaal rechtelijk als illegaal zijn bestempeld, maar waarvan Israël vindt dat ze legitiem zijn.

Geografie

Het klimaat behoort tot het Middellandse Zeeklimaat: hete en droge zomers en natte zachte winters. In het centrum en noorden (grotere hoogte) en de kuststrook (invloed van de zee) van Israël is het klimaat meestal gematigd. Het zuiden is heet en droog. De meeste neerslag in de kustgebieden en het heuvelachtige centrum valt in de winter en het voorjaar. Incidenteel kan er ook wel eens sneeuw vallen in de hogere gedeelten zoals in Jeruzalem en de (betwiste) Golanhoogten.

Israël ligt tussen de geografische coördinaten: 31 30 N, 34 45 O. De grens heeft een lengte van in totaal 1006 km, maar voor ongeveer de helft is deze nog niet definitief: met Egypte 255 km (definitief), met de Gazastrook 51 km (niet betwist), met Jordanië 238 km (definitief), met Libanon 79 km (nauwelijks betwist), met Syrië 76 km (betwist) en met de Westelijke Jordaanoever 307 km (betwist). De kustlijn is 273 km lang. Israël maakt continentale aanspraken tot op de diepte van bodemexploitatie en beschouwt 12 zeemijlen als zijn territoriale zee.

Tot de geografische vormen rekent men onder meer de Negevwoestijn in het zuiden, de lage kustgebieden, een centraal gelegen gebergte en de Jordaanvallei. Het laagste punt is de Dode Zee (-408 m) en het hoogste de Hermonberg 2,814 (op de betwiste Golanhoogten) of anders de Meronberg op 1208 m. Het landgebruik is als volgt: vruchtbaar: 17%; In gebruik voor landbouw: 4%; In gebruik voor veeteelt: 7%; Bossen en bosgronden: 6%; anders: 66% (1993). Het geïrrigeerd land beslaat een oppervlakte van 1800 km² (1993). Op 22 maart 2008 maakte het Israëlische waterschap in een rapport bekend dat er de ergste watercrisis in tien jaar dreigde te ontstaan. Oorzaken die genoemd werden waren waterverbruik, vervuilde waterbronnen en veel groenverlies.[10]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de lijst van Israëlische steden en de lijst van Israëlische plaatsen

Bestuurlijke indeling

Israël kent geen eenduidige regionale indeling, hoewel de zes districten van het ministerie van binnenlandse zaken bindend zijn voor o.a. planologie en statistieken. Regionale zaken worden door de regering en de gemeenten geregeld.

De districten (mechoz, mv. mechozot) zijn:

De districten Noorden, Haifa, Centrum en Zuiden zijn onderverdeeld in subdistricten (nafa, mv. nafot).

Er zijn 70 steden, de grootste daarvan zijn Jeruzalem, Tel Aviv, Haifa, Rishon LeZion en Ashdod. Voorts zijn er plaatselijke, regionale en industriële gemeenten. Gemeentebesturen beschikken over de nodige macht en zowel de burgemeesters als gemeenteraadsleden worden rechtstreeks door de geregistreerde inwoners verkozen, ook zij die de Israëlische nationaliteit niet bezitten (de twee industriële gemeenten hebben geen bevolking en verkiezingen).

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de door Israël bezette gebieden

Staatsinrichting

Israël is een unitaire republiek en officieel een parlementaire democratie. Het staatshoofd is de president (sinds 2007 Shimon Peres), maar heeft beperkte bevoegdheden. Een hiervan is het aanstellen van de formateur. De president wordt gekozen door het parlement voor een termijn van 7 jaar. Israël heeft een ongeschreven grondwet.

De Knesset in Jeruzalem is het Israëlische parlement

Na de parlementsverkiezingen wordt de president geïnformeerd door de fractieleiders en kiest hij de persoon die de beste kansen heeft een regering te vormen. De regering wordt samengesteld door diegene die de vorming gelukt. Deze wordt tevens minister-president na de goedkeuring van de gehele regering door het parlement. Sinds 2009 is Benjamin Netanyahu premier en hoofd van de uitvoerende macht, sinds 2013 als leider van het kabinet-Netanyahu III.

De wetgevende macht of het parlement is de Knesset, waarin 120 leden. De Knesset wordt verkozen in algemene verkiezingen, waarin alle staatsburgers in Israël vanaf achttien jaar het kiesrecht genieten (inclusief personen die in ziekenhuizen, penitentiaire en psychiatrische instellingen verblijven; stembussen maken een ronde waar mensen niet naar de stembus kunnen komen). Buiten Israël kunnen alleen personen op officiële missie stemmen.

Verkiezingen voor de Knesset worden ten minste iedere vier jaar gehouden, maar kunnen ook eerder vallen als de Knesset dit beslist. Zetels worden verdeeld in proportie tot het totaal aantal stemmen aan de politieke partijen, die aan een minimum van 2% van de stemmen voldoen (in de praktijk meer dan 2 zetels). Men stemt op lijsten, die van tevoren worden vastgelegd. De meeste parlementsleden zijn in de lijsten gerangschikt door partijverkiezingen, waarin alle partijleden mogen stemmen.

In de jaren 1990 werden naast de parlementsverkiezingen ook directe verkiezingen voor minister-president gehouden, hetgeen de kiezer nog meer macht gaf en bedoeld was de positie van de premier te versterken. Echter omdat men vaker de algemene belangen in de stem voor premier bevredigd zag, werkte het systeem ongunstig voor de massapartijen en gunstig voor de kleine partijen. Hoewel de premier meer zeggenschap over zijn ministers kreeg, moest hij juist macht inleveren tegenover het parlement en werden de regeringen minder stabiel. Uiteindelijk is men van dit systeem afgestapt.

In de onafhankelijkheidsverklaring uit 1948 stond geschreven dat de Israëlische staat binnen enkele maanden een grondwet zou voltooien. Dat is tot op heden niet gebeurd. Wel zijn er 14 zogenaamde basiswetten aangenomen, die voorbestemd zijn als hoofdstukken in de grondwet en een speciale status genieten tussen de wetten. Ook is er een commissie in het leven geroepen die zich bezighoudt met het opstellen van een grondwet, en thans een voorstel voor de Knesset voorbereidt. Het hooggerechtshof (president in 2006 is Dorit Beinisch) gebruikt deze wetten om de grondwettigheid van andere wetten door het parlement te testen, als er een procedure inzake de geldigheid van een wet wordt ingediend.

Bevolking

Demografie

De bevolking van Israël is 7.707.042 (2013). Vrouwen vormen de meerderheid van bevolking, 50,6%. De mediane leeftijd is 28,2. 92% van de bevolking woont in steden of stedelijke plaatsen en 8% in dorpen. Minder dan 2% woont in een kibboets (in 1948 was dat nog 6%).

De jaarlijks bevolkingsgroei is 1,8%, voornamelijk (88%) door natuurlijke groei, de rest door een positieve immigratiebalans. In de jaren 1990-2005 immigreerden 1.002.400 mensen naar Israël, waarvan 908.400 uit de voormalige Sovjet-Unie. Uit Ethiopië immigreerden tot 2005 94.700 immigranten naar Israël, waarvan sinds 1990 49.700.

Bevolkingsgroepen

Israël is het enige land ter wereld met een Joodse bevolkingsmeerderheid. De voornaamste bevolkingsgroepen zijn Joden (76%) en Arabieren (20%). Overigen (4%) zijn meestal familieleden van Joden die volgens de "wet van terugkeer" naar Israël zijn geëmigreerd of geremigreerd. Deze groep heeft altijd bestaan, maar is sinds de jaren 90 van de 20e eeuw omvangrijk geworden, door de immigratie uit de voormalige Sovjet-Unie. Hiernaast zijn er nog tal van kleine gemeenschappen, zoals Tsjerkessen en Armenen.

Religie

De meerderheid van de joden is in Israël geboren (65%). Van de joodse bevolking is circa een derde religieus en twee derde seculier, waarvan een groot deel wel 'traditioneel' is, wat duidt op een sterke affiniteit met het - orthodoxe - jodendom zonder een volledig religieus leven te leiden. In totaal: 10% charedisch jodendom, 10% religieus (modern-orthodox jodendom/religieus zionisme), 14% religieus-traditioneel, 22% niet-religieus traditioneel, 22% seculier.[11] De joodse bevolking leeft verspreid door het hele land, met grote concentraties in de steden zoals Tel Aviv, in en rond het westelijk deel van Jeruzalem, langs de kusten en in de valleien van Galilea.

De meerderheid van de Arabieren is in Israël geboren en is moslim (16,6% van de Israëliërs). 2,1% van de Israëlische bevolking is christen en in meerderheid Arabisch, de Arabische Druzen vormen 1,7% van de bevolking. Belangrijke Arabische concentraties zijn plaatsen in het oosten van de Sharonstreek, langs Wadi Ara en in Centraal-Galilea, de oostelijke wijken van Jeruzalem en Bedoeïenen-plaatsen in de noordelijke Negev.

Daarnaast zijn er minderheidsgodsdiensten, zoals bahá'ís.

Milieu

De voornaamste vraagstukken op milieugebied, beperkte natuurlijke zoetwaterbronnen en dito landbouwgrond, vergen serieuze maatregelen en leggen beperkingen op. Andere vraagstukken zijn woestijnvorming, luchtvervuiling door de uitstoot van schadelijke stoffen, industrie en verkeer, grondwatervervuiling door industrieel en huishoudelijk afval, chemische meststofen en pesticiden. Zandstormen kunnen er tijdens voorjaar en zomer voorkomen.

Israël neemt deel aan verdragen ten aanzien van: biodiversiteit, klimaatverandering, woestijnvorming, bedreigde diersoorten, gevaarlijke afvalstoffen, nucleaire teststop, bescherming ozonlaag, olielozingen op zee en wetlands. Voorts heeft het het Kyoto-protocol ondertekend (maar niet geratificeerd), en het Protocol tot conservering van het leven in zee.

Werelderfgoed

Haifa, de Bahá'í-graftombe met tuinen

Economie

Het strand van Tel Aviv bij zonsondergang

Israël heeft een technologisch vooruitstrevende markteconomie met substantiële sturing vanuit de overheid. Het is afhankelijk van import van ruwe olie, granen, ruwe grondstoffen, militair materieel en water. Ondanks beperkte natuurlijke rijkdommen heeft Israël zijn agrarische en industriële sectoren de laatste 20 jaar intensief ontwikkeld. Het land is grotendeels onafhankelijk wat betreft de voedselproductie, behalve voor granen. Belangrijkste exportproducten zijn diamant, technologisch hoogontwikkelde apparatuur en landbouwproducten (fruit en groenten).

Israël kampt met omvangrijke begrotingstekorten, die gedekt worden door grote bankoverschrijvingen uit het buitenland en door buitenlandse leningen. Ruwweg de helft van de buitenlandse overheidsschulden staan uit in de Verenigde Staten, die Israëls voornaamste leverancier is van economische en militaire hulp. De grootste instroom van joodse immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie vond plaats van 1989-1999, waarmee het totaal aantal Russische immigranten op 1 miljoen kwam, een zevende van de totale bevolking. Zij dragen met hun wetenschappelijke en professionele ervaring veel bij aan de economische toekomst van het land.

De instroom, gekoppeld aan de opening van nieuwe markten aan het einde van de Koude Oorlog, versterkte en versnelde de groei van de economie van Israël. De groei begon echter te stagneren in 1996, toen de overheid strengere fiscale en monetaire maatregelen oplegde, waardoor de immigratiebonus zijn werking verloor. Wel brachten deze maatregelen de inflatie in 1999 tot een laagterecord.

Cijfers:

  • Nationaal Inkomen: $166,3 miljard
  • Nationaal Inkomen per hoofd van de bevolking: $26.200
  • Economische groei: 4,5% (2007)
  • Inflatie: -0,1% (2007)
  • Werkloosheid: 8,3% (2006)
  • Export: $42,86 miljard (2006)
  • Import: $47,8 miljard (2006)

Israël bezit de volgende natuurlijke rijkdommen: koper, fosfaten, bromide, kalium, klei, zand, zwavel, asfalt, mangaan, alsook een grote hoeveelheid aardgas (waarvan begin 2009 een groot veld voor de kust werd ontdekt),[12] en een kleine hoeveelheid ruwe olie.

Energie

Tot 1999 kende Israël nauwelijks een energiesector. Er werd wel geboord naar olie en gas, maar nauwelijks iets gevonden, tot de ontdekking van Yam Tethys. Dit was de grootste gasvondst van het land met een aanvankelijke reserve van 32 miljard kubieke meter. De productie uit dit gasveld, gelegen in de Middellandse Zee bij de stad Ashkelon, kwam op gang in 2004 en in 2009 werd er 2,9 miljard kubieke meter gas geproduceerd. In 2009 werd een nieuwe en grotere ontdekking gedaan circa 90 kilometer van Haifa en in 1700 meter diep water gelegen, Tamar. Dit gasveld bevat ongeveer 238 miljard kubieke meter gas en kan Israël voor decennia van aardgas voorzien. Het eerste gas werd op 31 maart 2013 geproduceerd. In december 2009 werd een contract getekend met het nutsbedrijf Israël Electric Corporation. Dit bedrijf zal voor een periode van 15 jaar ten minste 2,7 miljard kubieke meter gas van het Tamarveld afnemen voor de opwekking van elektriciteit. In 2009 werd 40% van de elektriciteit opgewekt door gasgestookte centrales en het aandeel zal volgens de verwachtingen verder toenemen tot 70% in 2013. Naast de eigen gasproductie heeft Israël ook importcontracten gesloten met buurland Egypte. In het jaar 2000 werd East Mediterranean Gas opgericht en dit bedrijf heeft een mandaat om gedurende 20 jaar zeven miljard kubieke meter gas aan Israël te verkopen. In 2007 werd begonnen met de bouw van een pijpleiding tussen beide landen en in 2008 werd het eerste commerciële gas getransporteerd.[13]

Transport

Auto

Nuvola single chevron right.svg Zie Wegen in Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De voornaamste vorm van vervoer in Israël is de auto. Israël beschikt over een uitgebreid en goed onderhouden wegennet. De verkeersregels zijn vrijwel identiek aan die van Nederland. In Israël is bijzonder veel verkeerspolitie op de weg. Binnen de steden kan het verkeer bijzonder zwaar zijn: dit is met name in de regio Tel Aviv en in Jeruzalem het geval.

Openbaar vervoer

Openbaar vervoer is ruimschoots aanwezig en bestaat voornamelijk uit bussen. Het spoornetwerk is ongeveer 1000 km lang. Treindiensten worden uitgevoerd door de Rakevet Yisra'el. De trein is voornamelijk langs de kust van belang, tussen Beer Sheva - Ben Gurion Luchthaven - Tel Aviv - Haifa - Nahariya. Met uitzondering van dit traject en enkele kleinere lijnen bestaat al het openbaar vervoer uit bussen. De buslijnen worden in het grootste deel van het land door Egged geëxploiteerd; in de regio Tel Aviv ook door Dan. Stadsbussen rijden zeer frequent. Eind 2011 is de eerste tramdienst van het land van start gegaan in Jeruzalem.

Luchtvaart

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van luchthavens in Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Israël heeft verschillende vliegvelden, waarvan Luchthaven Ben-Gurion de grootste is.

Defensie

Nuvola single chevron right.svg Zie Militaria van Israël voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Israëls defensie is vrijwel uitsluitend de taak van het Israëlische defensieleger (Israel Defense Forces - IDF), dat actief is op de grond, in de lucht en op zee. De IDF wordt beschouwd als één van de sterkste en meest geavanceerde legermachten in het Midden-Oosten. De wapensystemen en technologieën werden ontwikkeld door westerse landen, voornamelijk de VS, door Israëls eigen militaire industrie (die ook weer technologieën exporteert), en historisch ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Alle Israëli's, mannen en vrouwen, hebben dienstplicht op achttienjarige leeftijd, maar islamitische en christelijke Arabieren, personen die fulltime religie studeren en vrouwen die zichzelf 'religieus' noemen, getrouwd zijn of kinderen hebben worden hiervan gevrijwaard. Dienstplicht duurt drie jaar voor mannen en twee jaar voor vrouwen (drie jaar in gevechtstaken). Na de dienstplicht moeten Israëlische mannen bij de IDF in reservedienst, een aantal weken per jaar, tot hun veertigste. Vrouwen gaan meestal slechts een of twee jaar in reservedienst.

Israël wordt alom gezien als een kernmacht: het bezit nucleaire faciliteiten en algemeen wordt aangenomen dat het land in het bezit is van kernkoppen. Israël heeft het Non-proliferatieverdrag niet ondertekend en niet alle nucleaire instellingen worden van buitenaf geïnspecteerd. Het land houdt een "nucleaire ambiguïteit" vol: het heeft altijd ontkend in het bezit te zijn van kernwapens, maar zegt wel de capaciteit te hebben om ze te produceren.

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De status van Jeruzalem als hoofdstad is betwist. Israël zelf ziet een geheel en verenigd Jeruzalem als zijn hoofdstad. Dit wordt echter door de Verenigde Naties en de meeste landen niet geaccepteerd. Daarom hebben vrijwel alle landen hun ambassades in of in de buurt van Tel Aviv. Daarnaast ziet de Palestijnse Autoriteit Oost-Jeruzalem als de hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat.
  2. (en) Verenigde Naties 2011
  3. (en) Laatste census 27 december 2008 (inclusief Oost-Jeruzalem en Israelische burgers in de bezette gebieden) (via V.N.)
  4. (en) Niet officiële schatting CIA Factbook juli 2013 (berekend door US Bureau of the Census) (inclusief Israëlische burgers in Oost-Jeruzalem en de bezette gebieden)
  5. Wet op de Terugkeer
  6. Israëlische politie schiet 13 Israëlisch-Palestijnse burgers neer
  7. Achtergrondartikel van RTL nieuws
  8. terrorism-info.org.il: Palestinian Islamic Jihad
  9. "Human Rights Watch - Civilian Casualties in Lebanon during the 2006 War"
  10. Ernstige watercrisis dreigt in Israël. Nederlands Dagblad, 21 maart 2008
  11. (he) Social Survey 2006. Israëlisch Centraal Bureau voor Statistieken, 2007
  12. (en) Israel eyes gas bonanza from large offshore find, Reuters, 18 januari 2009
  13. (en) Israel gas - Oil and Gas Investor, November 2009