Auto

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Auto
Carl Benz' "Velo"-model uit 1894
Carl Benz' "Velo"-model uit 1894
Aandrijving verbrandingsmotor
Periode vanaf 1885
Beschikbaarheid particulier bezit
Infrastructuur wegen
Doelgroep particulier
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer
Auto

Een auto of automobiel (van Grieks auto- ("zelf") en Latijn mobile ("bewegend") is een zelfstandig voortbewegend rijtuig om mensen, voorwerpen en/of dieren te verplaatsen.

Voor de aandrijving worden hoofdzakelijk verbrandingsmotoren toegepast. Alternatieve aandrijvingen zijn de hybride aandrijving, en de elektrische aandrijving met accu’s of een brandstofcel als energiebron.

In de loop der jaren zijn er talloze automerken en nog meer modellen op de markt verschenen. Door de hoeveelheid auto’s, en het intensief gebruik daarvan, doen er zich files voor, voornamelijk bij zogenoemde knooppunten.

In Nederland dienen motorvoertuigen regelmatig een Algemene Periodieke Keuring (APK) te ondergaan om aan het verkeer te mogen deelnemen. In België gaat het om de Automobielinspectie.

Daar de auto ontwikkeld is uit onder andere het rijtuig, werden vroeger de carrosserieën van auto's gemaakt van hout, leder en riet (voor zover bekend alleen de Hanomag 2/10 PS, ook wel Kommissbrot genoemd, de Beacon en de Bisacar). Tegenwoordig wordt meestal metaal of kunststof gekozen. Een personenauto heeft meestal vier wielen die (tegenwoordig) voorzien zijn van luchtbanden (radiaalbanden om precies te zijn). Een enkele keer komen drie, zes of acht wielen voor.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van de auto voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het woord automobiel is een Frans leenwoord en komt van automobile. Dit komt weer uit het Grieks en Latijn. Het eerste deel van het woord (auto) komt van het Griekse αυτος en betekent zelf. Het tweede deel van het woord (mobile, mobiel) komt van het Latijnse movere en betekent bewegen. De automobiel zoals wij hem nu kennen ontstond geleidelijk uit de door paarden getrokken rijtuigen en de fiets.

  • De allereerste voorloper van de auto's waren wellicht de zeilwagens, die in de 18e eeuw in Europa onder gunstige omstandigheden reeds een zeer behoorlijke snelheid konden bereiken. Er zijn zelfs bronnen, die aangeven dat er onder de Egyptische farao Amenemhat III, in het tweede millennium vóór Christus, al zeilwagens bestonden.
Stoomvoertuig van Cugnot uit 1771, Musée des Arts et Métiers, Parijs
  • Voordat de moderne verbrandingsmotor werd toegepast, gebruikte men eerst nog stoommachines. Een van de bekendste ontwerpers van de stoomauto is Nicolas Joseph Cugnot (1725-1804). Deze officier gebruikte zijn stoomauto voor opdrachten binnen het leger. Ook Gurney ontwierp een stoomauto in 1832 voor de verbinding tussen Gloucester en Cheltenham in Engeland. De gangbare snelheid was toen ongeveer 25 kilometer per uur. Eenzelfde ontwikkeling was te zien in Nederland waar Sibrandus Stratingh uit Groningen in 1834 een (succesvol) experiment deed met een stoomauto. Tot aan de uitvinding van de verbrandingsmotor ontwikkelde de stoomauto zich geleidelijk, maar hij kon niet op tegen de verbrandingsmotor. De voordelen van deze motor waren voornamelijk een veel lager gewicht en minder brandstofverbruik voor meer vermogen. Hiermee was de opmars van dit type motor niet meer te stuiten.
  • François Isaac de Rivaz, een Zwitserse uitvinder, ontwierp de eerste verbrandingsmotor met waterstofgas als brandstof in 1806. In 1862 bouwde de Belg Etienne Lenoir zijn eerste auto, de hippomobile, met een waterstofverbrandingsmotor. Pas toen de Duitser Nikolaus Otto in 1878 verbeteringen aanbracht werd de gasmotor van Lenoir een commercieel succes. Verdere grote aanpassingen werden gedaan door zijn landgenoot Gottlieb Daimler met zijn patent op de eerste succesvolle hogesnelheidsverbrandingsmotor (1885). De grootste verbeteringen aan de zware oliemotor zijn gedaan door Rudolf Diesel, eveneens uit Duitsland, die zijn eerste patenten kreeg in 1892. Tegen het einde van de 19e eeuw was de verbrandingsmotor de grote concurrent van de stoommachine in industrie en transport.
De eerste auto met een benzinemotor werd door Benz ontwikkeld in 1885
  • Carl Benz bouwde in 1885 de (driewiel)auto uitgerust met een benzinemotor. Dit voertuig was de start voor de ontwikkeling en doorbraak van dit type verbrandingsmotoren.
  • De eerste in België gebouwde auto was de Vincke en de eerste in Nederland gebouwde auto de Eysink. Welk merk auto de eerste personenauto in Nederland was is niet bekend, maar wel bekend is dat de industrieel Jos Bogaers de auto had gekocht en op 17 december 1895 zou hebben bereden.

Typen auto's[bewerken]

Er zijn verschillende typen auto's. Behalve vrachtauto's, bestelauto's, campers en bussen zijn er verschillen in de personenauto's.

  • Sedan; is een carrosserievorm met twee of vier portieren en een kofferdeksel waarbij de bagageruimte ofwel de kofferbak meestal niet via het bestuurdersgedeelte bereikt kan worden. Aan de buitenkant te herkennen aan 3 "compartimenten", vooraan laag waar de motor zit, in het midden hoog waar de passagiers zitten, aan de achterkant weer laag waar zich (meestal) de kofferbak bevind.
  • Hatchback; een auto waarbij het bestuurdersgedeelte via de bagageruimte/kofferbak bereikt kan worden. De bagageruimte is dan ook geen afzonderlijk afgesloten kofferruimte. Ook wel aangeduid als drie- of vijfdeurs. Herkenbaar aan 2 "compartimenten", 1 voor de motor en een hogere voor de passagiers.
  • Stationwagen; een auto die wat grootte betreft vaak evenlang als de sedanuitvoering is en wat vorm betreft een verlengde hatchback.
  • Terreinauto; een auto die door middel van vierwielaandrijving, sperdifferentieel alswel hoge en lage gearing geschikt is om off-road te rijden.
  • SUV; ook wel sports utility vehicle: een terreinauto waarbij rijeigenschappen en comfort zijn geoptimaliseerd voor gebruik op het asfalt.
  • MPV; ook wel Multi-Purpose Vehicle: een auto geschikt voor meerdere personen en doeleinden. Bagage wordt in het gedeelte van de inzittenden geplaatst.
  • Coupé; een (meestal op een sedan gebaseerde sportieve) uitvoering van een auto, met een daklijn die achter de voorstoelen begint af te lopen richting kofferbak.
  • Cabriolet; een auto waarvan het dak verwijderd kan worden zodat een open auto ontstaat. Het moet wel een stoffen dak zijn, want tegenwoordig heb je ook veel modellen met een stalen vouwdak en dan spreek je over een coupé-cabriolet (vaak CC genoemd, zoals de 207CC), feitelijk een soort cross-over.
  • Sportwagen; een meestal op een raceauto gebaseerde straatauto met veel vermogen.
  • Cross-over; zo worden uitvoeringen genoemd die niet echt een in hokje te plaatsen zijn een dus een beetje van verschillende modellen zijn, bijvoorbeeld de Nissan Qashqai (kruising MPV en SUV). Feitelijk is de MPV ook een crossover tussen stationwagon en SUV, maar dit werd zo'n populair model dat het een eigen benaming kreeg. Tegenwoordig worden er steeds meer mengelmoesjes van stijlen gebruikt, zoals SSUV (Super Sports Utility Vehicle), MAV (Multi Activity Vehicle) of CUV (Crossover Utility Vehicle). Vaak is dit marketingjargon.
  • Mule dit is een type auto dat niet te koop is. Het is namelijk een voorloper van een nieuw model, maar met een 'oude' koets eroverheen.
  • Prototype, een meestal handgemaakt eerste model, soms om meningen te peilen, voor een nieuw te maken model auto.

Segmenten[bewerken]

Afhankelijk van grootte, inzetbaarheid en doelgroep wordt een personenauto in een bepaald segment ingedeeld. Hierdoor kunnen prijzen en prestaties van auto's van verschillende merken, maar ingedeeld in hetzelfde segment, onderling beter vergeleken worden. Ook is het mogelijk de verkoopcijfers van verschillende merken te vergelijken en gerichte marketingacties te ondernemen naar de verschillende doelgroepen.

De A en B-segmenten zijn meestal de kleinere stadsauto's. De C en D-segmenten zijn de meest gangbare types voor de middenklasse. Vanaf het E-segment zijn meestal de grotere en luxere executive-type auto's. De J tot en met L-segmenten zijn vaak de grotere MPV of minibussen, waarvan het L-segment vaak de SUV's en de 4x4 offroad voertuigen zijn.

Deur of klep[bewerken]

Bij de omschrijving van modellen van personenauto’s wordt naast het carrosserietype ook vaak gesproken over twee, drie, vier, of vijf deuren. Bij deze vorm van naamgeving is het belangrijk een onderscheiding te maken tussen klep en deur. Het verschil zit hem in het feit dat men zich met een deur toegang kan verschaffen tot het passagiersgedeelte van de auto. Eenvoudiger kan men ook meestal stellen als het raam mee opengaat met de opening dan spreekt men van een deur. Een auto heeft dus een 3e of 5e deur indien met het openen ervan het passagiersgedeelte wordt geopend. Wanneer de klep aan de voor- of achterzijde van de auto toegang verschaft aan een onafhankelijke ruimte, een soort van koffer, spreekt men van een klep. Een minder bekend voorbeeld hiervan is de Kever die de kofferruimte aan de voorkant heeft in plaats van aan de achterkant.

Hoe werkt een auto[bewerken]

Conventioneel[bewerken]

Verbrandingsmotor
Nuvola single chevron right.svg Zie verbrandingsmotor voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een auto wordt meestal aangedreven met behulp van een verbrandingsmotor. Een verbrandingsmotor ontleent zijn energie aan de (explosieve) verbranding van benzine, diesel, autogas (lpg) of een andere brandstof. Deze brandstoffen zijn onder andere te koop bij tankstations.

In het geval van een mengselmotor wordt benzine (of bijvoorbeeld autogas) in een speciale kamer (cilinder) tot ontploffing gebracht door een bougie. De explosie drukt een zuiger naar beneden die de krukas aandrijft en vervolgens wordt die beweging overgebracht aan de wielen.

In het geval van een dieselmotor wordt diesel in een zelfde soort speciale kamer tot ontbranding gebracht door de diesel onder hoge druk in de kamer te spuiten. De ontbranding drukt een zuiger naar beneden die de krukas aandrijft, waarna vervolgens de beweging wordt overgebracht op de wielen.

De reststoffen van het verbrandingsproces dat in de motor plaatsvindt worden via de uitlaat afgevoerd. Tegenwoordig worden hier strenge eisen aan gesteld.

Nieuwe energiebronnen[bewerken]

Inventieve vervoersoplossingen voor de benzineschaarste tijdens de oliecrisis van 1973

De steeds strengere milieuwetgeving, de vraag vanuit de markt en een langeretermijnstrategie zorgen ervoor dat autofabrikanten zoeken naar alternatieve energiebronnen. Waterstofaangedreven auto's, elektrisch aangedreven auto's, verbrandingsmotoren die draaien op ethanol, methanol, biomassa en soortgelijke technologieën doen de laatste tijd meer en meer hun intrede. Enkele zijn in een experimenteel stadium, maar de meeste zijn al enige tijd beschikbaar en zijn soms zelfs goedkoper in aankoop en/of gebruik.

Een andere ontwikkeling is het gebruik van twee motoren, zogenaamde hybrides. De auto heeft dan een verbrandingsmotor voor gebruik buiten de stad en een elektromotor voor in de stad. Voorbeelden hiervan zijn de Honda Insight en de Toyota Prius. Ook de Honda Civic bestaat in hybride uitvoering. Lexus bracht in 2005 de eerste hybride SUV op de Nederlandse markt, de Lexus RX400h.[1]

In 2007 werd bekendgemaakt dat men er in geslaagd was een auto op perslucht te laten rijden, de Air Car.

Wetgeving[bewerken]

Veiligheid[bewerken]

Een zogenaamde crash test met een Hyundai Tucson GLS

Het eerste verkeersslachtoffer was Bridget Driscoll. Zij verloor het leven op 17 augustus 1896 in Londen. Er werd vroeger geen aandacht aan veiligheid besteed. Auto's moesten bedrijfszeker en robuust zijn. Het gebeurde wel dat een auto na een botsing alleen lakschade had, maar de inzittenden dood waren. In de jaren zestig werd onder druk van Ralph Nader en een aantal activisten de eerste wetgeving op het gebied van veiligheid aangenomen.

Nu nog raken elk jaar 50 miljoen mensen gewond en sterven meer dan 1 miljoen mensen aan de gevolgen van auto-ongelukken. In Nederland komen jaarlijks 800 mensen om het leven in het verkeer; in België 1200. Om het aantal doden te verminderen bevordert de overheid de verkeersveiligheid door voorlichting, een boetebeleid en wetgeving. Auto's zelf zijn ook voorzien van veiligheidsvoorzieningen, die worden onderscheiden in actieve veiligheid en passieve veiligheid.

Milieu[bewerken]

Auto's met een verbrandingsmotor verbruiken (vaak fossiele) brandstoffen en stoten schadelijke gassen uit, waaronder het broeikasgas CO2. Fossiele brandstoffen zijn eindig (dat wil zeggen op een gegeven moment zijn ze op), en broeikasgassen veroorzaken klimaatopwarming. De overheid probeert het gebruik van fossiele brandstoffen daarom te verminderen en promoot het gebruik van auto's met een lager brandstofverbruik, onder andere door de invoering van energielabels. In Nederland zijn auto's die minder dan 110 gram CO2 per kilometer uitstoten sinds 1 januari 2010 vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting ('wegenbelasting', een houderschapsbelasting) en BPM (aanschafbelasting).

Naast BPM en wegenbelasting worden ook diverse accijnzen en een hoog percentage omzetbelasting op brandstof geheven. De totale belasting op brandstoffen bedraagt in België en Nederland meer dan de helft van de verkoopprijs. Japan kent een vergelijkbare situatie. Daarom zijn Europese en Japanse auto's over het algemeen zuiniger dan die uit de Verenigde Staten, waar de belastingdruk veel lager is.

Files[bewerken]

Files vormen een groot probleem in de gehele wereld. Niet alleen is het slecht voor het milieu, het is ook slecht voor de economie en de gemoedstoestand (stress, road-rage). Verschillende regeringen reageren verschillend op het probleem. Oplossingen die (tijdelijk) worden geboden is het verbreden van bestaande wegen, het aanleggen van nieuwe wegen, het aanmoedigen van het gebruik van openbaar vervoer, het aanmoedigen van carpoolen en het duurder maken van het gebruik van de auto.

Automerken[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie lijst van automerken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op dit moment zijn er over de hele wereld circa 1000 automerken actief, waarbij we onder automerk een bedrijf verstaan, dat in zijn hele geschiedenis minimaal één auto heeft gebouwd, dit is dus zonder tuningbedrijven en pantserbedrijven maar inclusief designstudio's die uitsluitend één of meer prototypes hebben gemaakt.

Zowel in België als in Nederland worden er tussen de 50 en de 100 merken van de huidige 1000 verkocht. In Nederland zijn zestien automerken actief, België kent vijf eigen actieve merken en in Suriname zijn er nog geen automerkhoofdzetels gevestigd. De aanwezigheid van automerken verschilt sterk van land tot land.

Invloed van de auto[bewerken]

De auto heeft voor een grote verandering gezorgd op verschillende gebieden. Te denken valt aan dingen als veiligheid, milieu, maar ook zaken als infrastructuur, architectuur en dergelijke.

Kunst[bewerken]

1975 BMW 3.0 CSL, "BMW Art Car", beschilderd door Alexander Calder

De auto heeft invloed gehad op verschillende kunststromingen in de 20e eeuw.

De auto speelt als personage een hoofdrol in onder meer de korte roman Knorrende beesten (1933) van Ferdinand Bordewijk, de Disneyfilms over Herbie (vanaf 1969), de thriller Christine (1983) van Stephen King en de animatiefilm Cars (2006) van Pixar in samenwerking met Disney.

De Nederlandse beeldend kunstenaar Joost Conijn is onder meer bekend van zijn 'Hout Auto'. In Amarillo, Texas, Verenigde Staten is als installatie in de openbare ruimte de 'Cadillac Ranch' (1974) te zien van de kunstenaars Chip Lord, Hudson Marquez en Doug Michels. De Duitse kunstenaar Helmut Dick maakte een video met daarop de reacties van het publiek in Den Haag op zijn rijdende installatie 'The Rising Dog': een witte Mercedes waaruit een Duitse herder uit het dak naar boven komt en weer verdwijnt.

Kunstenaar[bewerken]

De eerste vorm van customizing ontstond rond 1918, toen de kunstenares Sonia Delaunay haar auto beschilderde. Zij gebruikte het als een soort "aankleden" van de auto.

In de jaren vijftig werd het zogenaamde Pinstriping heel populair. Bekendste artiest in deze stroming was Kenneth Howard, bijgenaamd Von Dutch.[2]

Fabrikant[bewerken]

Zodra de eerste auto's rond begonnen te rijden, begon de styling ook belangrijk te worden. De ontwikkeling van auto's is altijd hand in hand gegaan met de kunst. Het begon met de indeling van de auto: er moest bepaald worden waar de passagiersplaatsen zouden komen en waar de motor geplaatst zou worden. Het interieur werd daarna belangrijk, en ten slotte begon het exterieur van de auto ook mee te spelen.

Het was Alfred Sloan van General Motors die in de jaren twintig met het idee kwam om elk jaar een nieuw model te introduceren, dat er anders uitzag dan de voorgaande modellen, maar toch herkenbaar was.

Zie ook: conceptauto.

Eindgebruiker[bewerken]

"gepimpte" Volkswagen Golf

In de Verenigde Staten van Amerika begon de misschien eerste autotrend, namelijk de lowrider. Het doel van lowrider was de auto zo laag mogelijk op de straat te krijgen. Aangezien dit illegaal is, moest men een systeem hebben om de auto's weer op de normale rijhoogte te krijgen. Hiervoor gebruikte men krachtige hydraulische cilinder. Uit deze trend ontstond het artistisch laten bewegen van de auto ("dansen").

Daarnaast is er de tuningbeweging, waarbij auto's opgesierd ("gepimpt") worden met spoilers, velgen en dergelijke.

Architectuur[bewerken]

Parkeergarage in Delft

De auto heeft een grote invloed gehad op de architectuur. Zonder de auto hadden we bijvoorbeeld het begrip parkeergarage niet gehad. De auto zorgde voor motels, wegrestaurants, maar ook winkelcentra zijn ontwikkeld met het oog op de auto.

Architecten als Le Corbusier lieten hun werk vaak fotograferen met een auto, om aan te geven hoe modern het gebouw was. De auto werd een soort huiskamerobject, doordat garages bij huizen aangebouwd werden.

Infrastructuur[bewerken]

Het leven rond 1900 zag er heel anders uit dan nu. Sinds die tijd zijn voetgangers verdrongen naar het voetpad, een smalle strook die tot aan de jaren tachtig steeds kleiner leek te worden, toen het begrip voetgangerszone zijn intrede deed. In de VS werden dorpscentra "leeggezogen" door de auto, die naar de nieuwe motels en winkelcentra gingen. Steden en dorpen werden aangepast aan de auto, door brede lanen aan te leggen richting centrum, parkeerplaatsen etc.

Psychologie[bewerken]

De menselijke psyche werd door de auto veranderd. Afstanden werden kleiner en makkelijker overbrugbaar. Toen de auto steeds meer beschikbaar werd voor de "gewone man" zorgde het voor een gevoel van vrijheid bij de koper van dit voertuig. Het was deels een starter van de emancipatie (zo was de eerste persoon die daadwerkelijk een auto over een aanzienlijke afstand bestuurde een vrouw; Bertha Benz).

Statussymbool[bewerken]

Voor veel autobezitters is een auto niet uitsluitend een vervoermiddel, maar ook een belangrijk statussymbool. Door zich met een dure wagen te verplaatsten maakt men duidelijk veel geld te bezitten. Merken die vaak als statussymbool gelden, zijn de Mercedes en de Rolls-Royce. De waarde van een auto als statusmiddel is in de afgelopen decennia echter sterk gedaald. Eerst in landen als Duitsland[3] en de Verenigde Staten, maar sinds enkele jaren ook in Nederland. Steeds minder jongeren hebben een rijbewijs of auto, in Duitsland had anno 2012 minder dan 70% van de twintigers een rijbewijs.[4]

Levensduur[bewerken]

Auto's hebben een steeds langere levensduur. In 2006 werden in Nederland 226.000 auto's naar de sloop gebracht, dat is circa 3% van het totaal. Daarvan was 45% ouder dan 16 jaar. Het aandeel van 16+ zal naar verwachting verder groeien doordat de carrosserie en techniek van auto's steeds duurzamer wordt.

Overigens is de export van gebruikte auto's nog groter: in 2006 verdwenen er 267.000 auto's naar het buitenland, waarvan de helft naar Oost-Europa.

Voertuigbreedte en gewichtsontwikkeling in Nederland[bewerken]

In 1980 was de gemiddelde voertuigbreedte van personenauto's in Nederland 1,64 m, in 2007 was dit toegenomen tot 1,71 m. Het voertuiggewicht steeg in die periode van ongeveer 900 kg naar gemiddeld 1070 kg. De gemiddelde voertuighoogte steeg van 1,40 m naar 1,50 m.[5] In tegenstelling tot de relatief gelijkmatige stijging van gemiddeld gewicht en voertuigbreedte, nam de gemiddelde voertuighoogte vooral toe tussen 1999 en 2005. Dit komt onder andere door een toename in de verkoop van zogenaamde ruimtewagens en terreinauto's. Door het gebruik van andere bouwmaterialen lijkt het gemiddelde gewicht van auto's sinds 2006 overigens weer iets te dalen.

Zie ook[bewerken]

Een Amerikaanse auto
Portal.svg Portaal Auto
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Lexus Hybride SUV op Autorai (Autoblog, 23 december 2004)
  2. Peter Wollen; Joe Kerr: Autopia, cars and culture (2002), ISBN 978-1-86189-132-7
  3. Auto niet langer belangrijkste statussymbool Duitsers (Autoblog, 24 augustus 2010)
  4. Auto steeds minder populair onder jongeren (de Volkskrant, 24 november 2012)
  5. Ontwikkeling gemiddelde voertuighoogte, -breedte en -gewicht, 1980-2007
Icoontje WikiWoordenboek Zoek auto op in het WikiWoordenboek.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek