Fietskar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eenwielige fietskar voor bagage
Tweewielige fietskar
Fietskar om kinderen in te vervoeren
Aanhangfiets

Een fietskar, juister fietsaanhangwagen, is een aanhanger om achter een fiets te koppelen om lading mee te vervoeren.

Typen[bewerken]

Fietskarren zijn er in twee uitvoeringen, te weten:

  • Eenwiel; Een fietskar met één wiel biedt heeft de eigenschap dat deze meebeweegt met de fiets waardoor hij wendbaarder is en er met hogere snelheden bochten kunnen worden genomen. Op smalle paadjes biedt dat duidelijk voordelen. Het evenwicht dient echter door de fietser in stand te worden gehouden.
  • Tweewielen; Een kar met twee wielen biedt meer stabiliteit voor de lading, hij is deze vaak breed waardoor er veel lading in kan worden meegenomen. het gewicht van de aanhanger/lading heeft geen invloed op de koers-stabiliteit omdat dit gewicht niet meetelt bij het handhaven van het evenwicht.

Gebruik[bewerken]

De eerste fietskarren bestonden meestal uit een open frame of open laadbak voor het vervoer van goederen. Tegenwoordig worden fietskarren gebruikt als transportmiddel voor kinderen, honden, goederen enz. Door de aanpassing van de lading zijn de huidige fietskarren dan ook vaak overdekt.

Een bijzondere uitvoering is de aanhangfiets. Dit is een kinderfiets zonder voorwiel die achter de fiets van een volwassene kan worden gekoppeld. Het kind kan zelf meetrappen.

Een andere bijzondere uitvoering is de Radical Cyclone; een "reistas op wielen" welke met enkele snelle ingrepen ontdaan kan worden van de afneembare wielen en dissel. Hierdoor mag deze aanhanger meegenomen worden in de trein. Dat kan voordelen hebben op een vakantie met bepakking, als je delen met de trein wilt afleggen.

Volgens de Nederlandse wetgeving is het niet toegestaan passagiers in een aanhangwagen te vervoeren, maar dit verbod geldt niet achter een fiets.

Koppeling[bewerken]

Er zijn twee principieel verschillende koppelsystemen: symmetrisch onder het zadel, en opzij van de achtervork (aan een kant of aan beide kanten).

Het eerste systeem heeft het nadeel dat de bagagedrager van de fiets niet meer gebruikt kan worden, doordat de trekstang eroverheen loopt. Een ander nadeel is dat de trillingen van de aanhanger in de zadelpen komen en vervolgens in het zadel gevoeld worden.

De koppeling van een tweewielige aanhangwagen moet in alle richtingen kunnen bewegen: heen en weer (in bochten), op en neer (bij hellingen) en draaiend (bij een onregelmatig wegdek). Een kogelkoppeling is bruikbaar maar heeft het nadeel hinderlijk te rammelen. Een andere oplossing is een stevig, buigzaam stuk nylon in de trekstang te verwerken.

De koppeling van een eenwielige aanhangwagen moet zodanig van constructie zijn dat de wagen niet omvalt - fiets en wagen zijn dus maar in twee richtingen draaibaar ten opzichte van elkaar.

Trekhaken zijn niet gestandaardiseerd. Wie een trekhaak aan zijn fiets heeft, kan dus niet een willekeurig aanhangwagentje aankoppelen. Het is zelfs zo dat een aanhangwagentje meestal inclusief trekhaak wordt verkocht.

Verlichting[bewerken]

Het achterlicht van een fietskar kan zelfstandig branden, dus op batterijen, wat tegenwoordig het meest voorkomt. Ook is het mogelijk het wagentje met een draadje op het achterlicht van de fiets aan te sluiten.

Wetgeving in Nederland[bewerken]

Breedte[bewerken]

De maximale breedte van een fietskar is 1 meter[1][bron?] (voorheen 1,50 meter).

In de praktijk is een fietskar zelden breder dan 75 cm, de maximale breedte voor een tweewielige fiets. Een praktisch voordeel voor deze breedte is dat de kar door de meeste deuren en tuinpoorten kan.

Plaats op de weg[bewerken]

Tot april 1985 gold een fiets met zijspan- of aanhangwagen, evenals een fiets op meer dan twee wielen, als onbespannen wagen (RVV 1966 art. 3, lid 2). Dat betekende dat het gebruik van fietspaden verboden was maar dat er wel gereden mocht worden op wegen die voor fietsers gesloten waren. Bovendien moesten de bijzondere voorschriften voor fietsers worden opgevolgd, wat onder andere betekende dat slechts een passagier (of twee kinderen tot tien jaar) mocht worden vervoerd.

In de praktijk bleek dat de politie van die regeling lang niet altijd op de hoogte was, zodat er geverbaliseerd werd als een fietser met aanhangwagen op de rijbaan reed.

In 1985 zijn onbespannen wagens uit de wetgeving verwijderd en geldt een fiets met aanhangwagen als fiets. Het gebruik van een fietspad is echter niet verplicht als de wagen breder is dan 75 cm.

Verlichting[bewerken]

Volgens de Nederlandse wetgeving moet een fietsaanhangwagen een rode reflector en 's nachts één achterlicht hebben. Het achterlicht van de fiets hoeft niet te branden. Dit is anders dan bij een aanhangwagen achter een auto: zowel de auto als de aanhangwagen moeten brandende achterlichten hebben.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. RVV 1990 - Voertuigreglement: Afdeling 16. Aanhangwagens achter fietsen op twee wielen
    §2. Afmetingen en massa's
    Artikel 5.16.6 Aanhangwagens achter fietsen mogen niet breder zijn dan 1,00 m.