Tractor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
TM125 van New Holland met wentelploeg
Tractor met aanhanger
Tractor van het merk Massey Ferguson
Mercedes-Benz dieseltractor OE
Tractor van het merk SAME: Rubin 150
Tractor met veiligheidscabine

Een tractor of trekker is een voertuig dat speciaal is ontwikkeld voor gebruik in de landbouw, maar ook voor andere doeleinden wordt gebruikt. Het woord tractor (afgeleid van het Latijnse trahere, dat "trekken" betekent) is een algemene omschrijving voor een voertuig dat iets dat geen eigen aandrijving heeft, kan trekken, duwen of slepen. In de geïndustrialiseerde wereld heeft de tractor de rol van trekdieren in het boerenbedrijf en elders vrijwel volledig overgenomen.

Geschiedenis[bewerken]

Tractoren kwamen op aan het eind van de negentiende eeuw. Ze werden toen door stoommachines aangedreven. In het begin van de twintigste eeuw werd overgeschakeld op verbrandingsmotoren; in Europa doorgaans op dieselmotoren en in Noord-Amerika ook veel op benzinemotoren, waarvan vele ook geschikt zijn om op kerosine te rijden. Kerosine heeft een veel hogere ontstekingstemperatuur dan benzine. Daardoor kunnen deze soort tractoren, als de motor koud is, alleen maar gestart worden op benzine. Men mag pas op petroleum overschakelen als de motor op temperatuur is. Wil men de tractor uitzetten, dan moet weer vroegtijdig overgeschakeld worden op benzine, om later weer te kunnen starten met een koude motor.

Constructietechniek[bewerken]

Wielen[bewerken]

Over het algemeen zijn de achterwielen groter dan de voorwielen (niet bij alle trekkers). Hierdoor kan een trekker zich beter voortbewegen over het veld. Door gebruik te maken van dubbellucht (twee paar achterwielen) kan de wieldruk verminderd worden. Hierdoor krijgt de trekker meer grip en zakt hij minder snel in de grond. Tegenwoordig wordt meer gebruikgemaakt van extra brede banden, tot zelfs een meter breed, om de druk te verminderen. Meer druk betekent diepere sporen en schade aan de grondstructuur of het gewas, wat zo veel mogelijk wordt vermeden. De banden hebben ook een tap, zodat ze een beter grip vertonen op de grondlaag.

Aankoppeling[bewerken]

Achter een tractor kan een wagen of landbouwwerktuig worden gekoppeld. De koppeling behoort zich lager dan de achteras te bevinden. Bevindt de koppeling zich hoger, dan bestaat het risico dat de tractor achteroverslaat wanneer de wagen blijft vastzitten, bijvoorbeeld achter een boomwortel. Veel boeren nemen echter het risico en kiezen een hogere koppeling, omdat er dan krachtiger getrokken kan worden.

Ophanging en aftakas[bewerken]

Achter de tractor kunnen allerlei landbouwwerktuigen worden gekoppeld waarmee geploegd, gezaaid, bemest en geoogst kan worden. Sinds de jaren zestig wordt hiervoor standaard een driepuntsophanging gebruikt, die hydraulisch in hoogte kan worden versteld; een uitvinding van Harry Ferguson. Werktuigen kunnen tevens door de motor van de tractor worden aangedreven, door ze te koppelen aan de aftakas aan de voor- of achterzijde. Ook bestaat de mogelijkheid om werktuigen hydraulisch te activeren.

Bij oudere tractoren wordt de aandrijving van de aftakas door middel van de enkelvoudige koppeling gelijktijdig met de aandrijving op de wielen ingeschakeld.

Tegenwoordig hebben tractoren een doordraaiende aftakas. Dat wil zeggen dat als men de dubbele koppeling laat opkomen, eerst de aftakas wordt aangedreven. De wielen worden pas aangedreven wanneer de koppeling wat verder opkomt. Het voordeel is dat het door de aftakas aangedreven werktuig al op toeren is voordat de tractor in beweging komt en dat de machine blijft doordraaien bij stoppen of van versnelling veranderen.

De aftakas heeft een vaste overbrengingsverhouding met de motor. Bij het optimale vermogen van de motor heeft de aftakas een gestandaardiseerd toerental van 540 omwentelingen per minuut. Soms is een tweede aftakas (of omschakelbare aftakas) beschikbaar met 1000 omwentelingen per minuut.

De meeste trekkers (oud en nieuw) hebben de mogelijkheid dat de aftakas niet in werking treedt wanneer de koppeling wordt losgelaten. Het inwerkingstellen van de aftakas gebeurt dan onafhankelijk van de koppeling door middel van een hendel , draaiknop of drukknop in de cabine van de trekker door middel van elektrische sturing. Hiermee kan men hem ook buiten werking stellen.

Versnellingsbak[bewerken]

Veel tractoren hebben meer versnellingen dan een auto. Dit is nodig om zo veel mogelijk kracht te kunnen produceren en toch met een op het werktuig aangepaste snelheid te kunnen rijden. Zodoende kan een tractor van zo'n 50 meter per uur tot zo'n 60 kilometer per uur rijden. Naast handgeschakelde transmissies komen ook (semi-)automatische transmissies voor, al dan niet traploos. Er bestaan ook zogenaamde "PowerShift"-transmissies, de naam kan bij elk merk verschillen. Bij de Massey Ferguson noemt men dit de Dyna. Daarbij kan men de versnellingsbak aanpassen via de computer van de tractor. Men kan dan van een semi-automatische naar een volledig automatische transmissie schakelen. Daar wordt geen koppelingspedaal meer toegepast. Alleen het gas- en het rempedaal.

Knikbesturing en vierwielbesturing[bewerken]

Naast de gewone besturing met stuurbekrachtiging zijn er ook tractoren met knikbesturing, die vooral in de bosbouw en wegenbouw worden gebruikt. Bij knikbesturing kan de tractor in het midden knikken (draaien), waardoor er zeer korte bochten genomen kunnen worden. Enkele merken kniktractoren zijn BCS en Pasquali.

Ook vierwielbesturing is mogelijk. Dit zijn machines met vier even grote wielen die alle aangedreven worden. Hierdoor krijgt men ook een kleinere draaicirkel. Voorbeelden hiervan zijn JCB Fasttrac, MB-trac van Mercedes en de werktuigendrager van Fendt. Tegenwoordig hebben de meeste merken deze techniek toegepast bij een of meer modellen.

Diversen[bewerken]

Moderne tractoren zijn voorzien van een rolbeugel of veiligheidscabine die de inzittende(n) beschermt wanneer de tractor kantelt (dit is een wettelijke verplichting). Zonder deze beveiliging kan iemand onder de tractor bekneld raken en door het gewicht ervan ernstig letsel oplopen.

Bepaalde technieken komen gewoon overeen met een auto. Zo heeft een trekker een koppelings-, een rem- en een gaspedaal. Veel trekkers hebben echter een rem die uit twee delen bestaat, waardoor het mogelijk is om een afzonderlijk wiel te remmen voor het maken van korte bochten of een slippend wiel af te remmen. Ook heeft een trekker een inschakelbaar differentieelslot (sperdifferentieel), om te zorgen dat de twee (of vier) wielen met gelijke snelheid moeten gaan draaien. Bij een ingeschakeld differentieelslot wordt de bestuurbaarheid negatief beïnvloed, daar de trekker bij voldoende grip rechtuit wil rijden. Om dit probleem op te lossen bestaat er nu ook een gelimiteerd slipdifferentieel.

Trekkers kennen behalve twee- ook vierwielaandrijving. Op het oog is dat vaak al te herkennen aan de voorbanden, die dan op de achterbanden lijken. Dit soort technieken vindt men ook terug in de 4x4-auto.

Voorschriften[bewerken]

  • Minimumleeftijden om een trekker te mogen besturen zijn nogal eens verwarrend.
  • Een persoon mag vanaf 16-jarige leeftijd een tractor besturen.
  • Een persoon mag vanaf 16-jarige leeftijd met een tractor werkzaamheden dan wel arbeid verrichten mits deze persoon in het bezit is van het Certificaat van Vakbekwaamheid (trekkercertificaat). Een trekker mag dus niet zonder certificaat bestuurd worden wanneer deze als landbouwvoertuig verzekerd is, wanneer de trekker op rode diesel loopt of enige affiniteit heeft met een bedrijf of instantie. Sinds 1 juni mogen tractors echter niet meer op rode diesel rijden.
  • Een persoon mag vanaf 18-jarige leeftijd ook zonder Certificaat van Vakbekwaamheid werkzaamheden dan wel arbeid verrichten met de trekker.

Nederlands kenteken[bewerken]

In bijna alle landen wordt een tractor als motorvoertuig beschouwd en zo geregistreerd. In Nederland wordt een tractor echter niet geregistreerd en hij heeft in Nederland dan ook meestal geen kenteken. Iemand die zijn bedrijf gedeeltelijk in het buitenland uitoefent, bijvoorbeeld een boer die grond in Duitsland of België heeft, kan daarvoor in Nederland een kenteken aanvragen. Dit kenteken bevat de letters GV (van Grensverkeer). Aan andere tractoren wordt geen GV-kenteken verstrekt, dus wie om een andere reden met de tractor naar het buitenland wil, zal in het buitenland een kenteken moeten aanvragen.

Invoering T-Rijbewijs[bewerken]

Met ingang van 1 juli 2015 zal in Nederland het T-Rijbewijs in werking gaan. Dit is een officieel rijbewijs dat behaald moet worden bij het CBR en vervangt het trekkercertificaat. In Belgie is dit het G-rijbewijs en kan behaalt worden vanaf 16 jarige leeftijd.

Soorten trekkers[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]