Ambulance

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een ambulance uit de regio Gelderland-Zuid (2013)
Wagen van de Mobiele Urgentie Groep te Geel
Ambulance in Lausanne
Duitse operatiewagen (1957)

Een ambulance (ziekenwagen, ziekenauto) is een voertuig om medische hulpverleners te vervoeren naar een plaats waar behoefte is aan spoedeisende hulp en om slachtoffers of patiënten te vervoeren naar een ziekenhuis. Een ambulancedienst is een organisatie die ambulances met deskundige hulpverleners beschikbaar heeft en deze op afroep inzet.

Geschiedenis[bewerken]

Een ambulance was in het Nederlandse leger oorspronkelijk een met behulp van lichte paard-en-wagens verplaatsbaar veldhospitaal. De wagens werden ook gebruikt voor het vervoer van gewonden van het slagveld naar het achterland.

Uitrusting[bewerken]

Een ambulance is uitgerust met medische apparatuur en medicatie voor het verlenen van professionele eerste hulp.

Ambulances zijn uitgerust met ECG-apparatuur (om een zogenaamd hartfilmpje te maken), beademingsapparatuur, materialen voor ongevalsbehandelingen zoals (nek)spalken, enzovoorts. Daarnaast zijn allerhande medicijnen beschikbaar die noodzakelijk zijn om problemen met hart, longen en bloedvaten direct te behandelen. Alle Nederlandse ambulances hebben dezelfde apparatuur en medicijnen aan boord; de fabrikant van de apparatuur kan verschillen, maar de onderzoeks- en behandelmogelijkheden zijn gelijk.

Om de patiënten veilig te vervoeren beschikt iedere ambulance over een brancard, maar daarnaast heeft men ook de beschikking over een wervelplank waarmee een slachtoffer goed gefixeerd kan worden wanneer letsel aan de wervelkolom vermoed wordt.

De ambulance kan gezien worden als een rijdende spoedafdeling, waar een diagnose wordt gesteld en een behandeling wordt gestart. Doel van de behandeling is de patiënt stabiel te maken zodat deze veilig vervoerd kan worden naar een ziekenhuis waar de verdere behandeling en genezing kan plaatsvinden.

Vaak zal de ambulanceverpleegkundige de patiënt ter plekke behandelen, zodat vervoer naar een ziekenhuis niet nodig is. Niet alleen bespaart men hiermee kosten, maar neemt ook de druk af op de spoedafdelingen van ziekenhuizen.

Een ambulance kan ook worden gebruikt om patiënten van het ene naar het andere ziekenhuis te vervoeren. Dit gebeurt als een ander ziekenhuis beter gespecialiseerd is of als een ziekenhuis gesloten zal worden.

Bemanning[bewerken]

Er zijn verschillen tussen de personele bezetting van ambulances en de opleiding van de berijders in Nederland en België:

Nederland[bewerken]

Ambulancemotor in Arnhem

Alle ambulances in Nederland worden bemand door een ambulancechauffeur en een ambulanceverpleegkundige. De verpleegkundige heeft buiten de reguliere opleiding in het ziekenhuis diverse specialisatie-opleidingen gevolgd en gewerkt op ziekenhuisafdelingen als de intensive care (algemeen en/of cardiologie), anesthesie of een Eerste Hulp-afdeling. Alle ambulanceverpleegkundigen in Nederland dienen in bezit te zijn van het SOSA-certificaat, de opleiding voor ambulanceverpleegkundigen. De ambulancechauffeurs hebben eveneens een SOSA-opleiding gevolgd, maar deze is gericht op rijvaardigheid en -techniek en medisch assisterende handelingen.

Ambulanceverpleegkundigen werken met landelijke protocollen waarin is vastgelegd welke (be)handelingen bij welke diagnose kunnen worden toegepast. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld werkt men ook met protocollen, maar moet een arts in het ziekenhuis worden geraadpleegd alvorens men een medicament mag toedienen of een handeling mag uitvoeren. In Nederland mag iedere ambulanceverpleegkundige het protocol zonder overleg uitvoeren of er met goede reden van afwijken zonder overleg met een arts.

Ambulancepersoneel wordt regelmatig bijgeschoold. Dit gebeurt landelijk, iedere vijf jaar dienen alle verplichte landelijke en regionale bijscholingen te zijn bijgewoond anders verliest men de bevoegdheid. Ook dienen zowel de chauffeur als de verpleegkundige een praktijktoets positief af te ronden.

Door de overheid is door middel van de Wet (BIG) vastgelegd dat ambulanceverpleegkundigen in spoed eisende omstandigheden bevoegd zijn medische handelingen te verrichten die normaliter zijn voorbehouden aan een arts. Een ambulanceverpleegkundige is geen 'halve arts' maar een verpleegkundige met gespecialiseerde kennis en bevoegdheid op het gebied van acuut noodzakelijke medische hulpverlening.

België[bewerken]

De meeste ambulancediensten in België zijn gevestigd bij de brandweer en worden bemand door minimaal twee hulpverlener-ambulanciers. In sommige korpsen is dat een hulpverlener-ambulancier en een verpleegkundige.

Naast de brandweer hebben in bepaalde streken ook kruisverenigingen (Rode Kruis of Vlaamse Kruis), een ziekenhuis of een privédienst een machtiging van de FOD Volksgezondheid om een dienst te organiseren.

In België zijn alle ambulances (type 112) bemand met twee erkende ambulanciers erkend door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. Zij hebben minimaal een opleiding gevolgd van 120 uur theorie aan een provinciale school, met aansluitend een stageperiode van 40 uur op ziekenwagen en MUG. Ook verpleegkundigen met een Bijzondere Beroepstitel Spoedgevallenzorg en Intensieve Zorg mogen op een 112-ambulance rijden. Ambulanciers zijn bevoegd om met een AED te werken, om medicinale zuurstof toe te dienen en alle gewone EHBO-handelingen te verrichten. De verpleegkundigen mogen intuberen en een isotone oplossing toedienen. Andere geneeskundige handelingen mogen zij maar als een arts hen er opdracht toe geeft, door middel van zijn aanwezigheid, of door een "staand order" (een protocol dat beschrijft in welke situatie een verpleegkundige een bepaalde handeling mag doen).

Ambulance MIVA/PIT in België[bewerken]

MIVA staat voor Medische Interventieploeg Verpleegkundige Ambulancier. PIT voor Paramedisch Interventie Team. Het zijn beide dezelfde ambulances.

Een MIVA of PIT is een gewone ambulance van de dienst 112 waar minstens een verpleegkundige met Beroepstitel Spoed en Intensieve Zorg aanwezig is in de bemanning. Je kan het vergelijken met een ambulance zoals in Nederland. Ambulanciers hebben een beperktere bevoegdheid op gebied van medische handelingen. In bepaalde regio's zijn de aanrijtijden voor een MUG (met urgentiearts en -verpleegkundige) soms lang en werkt een MIVA of PIT dan als een tussenoplossing voor een MUG. De verpleegkundige van de ziekenwagen heeft bepaalde "staande orders" gekregen op gebied van medicatie en het uitvoeren van medische handelingen en kan, wanneer het nodig is, rechtstreeks advies vragen aan een urgentiearts van een spoedgevallendienst met wie de verpleegkundige in radiocontact staat.

MIVA's en PIT's zijn nu nog in een beginstadium, in de toekomst zullen waarschijnlijk meer PIT-ambulances in omloop komen. Een MIVA is voor het eerst gebruikt in het UZ Gasthuisberg in Leuven maar is intussen vervangen door een PIT.

Ambulances met twee ambulanciers zijn door hun grote verspreiding onder de brandweer gemiddeld na zes à zeven minuten ter plaatse. In vele sectoren is ook een MUG binnen de tien tot vijftien minuten ter plaatse waardoor er snel een urgentiearts en -verpleegkundige aanwezig zijn op de plaats van het incident.

Inzet[bewerken]

Nederland[bewerken]

Ambulances in Nederland kunnen ingezet worden met drie verschillende urgenties. Deze urgenties worden uitgegeven door de MeldKamer Ambulancezorg (MKA), voorheen Centrale Post Ambulancevervoer genoemd.

  • A1-urgentie: een spoedurgentie waarbij de ambulance binnen 15 minuten ter plaatse moet zijn. Er is dan sprake van een mogelijk levensbedreigende situatie. Bij deze urgentie wordt gereden met optische en akoestische signalen. Voorbeelden van spoedurgentie zijn onder meer een hartinfarct, ongevallen, reanimatie.
  • A2-urgentie: een spoedurgentie waarbij geen gebruik wordt gemaakt van optische en akoestische signalen. Deze urgentie wordt bijvoorbeeld uitgegeven wanneer er een huisarts aanwezig is die heeft geconstateerd dat de patiënt direct naar het ziekenhuis vervoerd moet worden, maar er is geen sprake van een direct levensbedreigende situatie.
  • B-urgentie: besteld vervoer. Met deze urgentie wordt gereden bij het vervoer van patiënten van bijvoorbeeld een ziekenhuis naar een verpleeghuis waarbij de patiënt niet met bijvoorbeeld een taxi verplaatst kan worden.

Als een ambulance gebruik maakt van de aanwezige optische en akoestische signalen is het een voorrangsvoertuig. Het overige verkeer moet dan voorrang geven en er kan bijvoorbeeld door rood worden gereden bij een verkeerslicht. In Nederland zijn de optische en akoestische signalen een tweetonige sirene en blauwe zwaailichten, in België is dit meestal een tweetonige sirene en blauwe zwaailichten. Vanaf 1 maart 2009 is het de bedoeling dat ambulances de uniforme tweetonige sirene gaan gebruiken, net als politie en brandweer.[1] Een ambulance is in Nederland duidelijk als (mogelijk) voorrangsvoertuig herkenbaar door de opvallende gele kleur en uniforme striping. Overigens zijn nog zeker niet alle ambulances in deze striping uitgevoerd. Ambulancediensten zijn vrij om het uiterlijk van hun voertuigen te kiezen, maar alleen ambulances met BZK-striping zijn vrijgesteld van BPM en wegenbelasting.

Niet iedere situatie vraagt om dezelfde inzet van ambulancezorg. De meeste Nederlandse ambulance zijn geschikt voor alle soorten vervoer. Naast de reguliere ambulances worden onder de noemer 'ambulance' verschillende speciale voertuigen ingezet.

  • Reguliere Ambulance: Geschikt voor alle ambulancehulpverlening en -vervoer.
  • MICU: De Mobile Intensive Care Unit is een grote ambulance, waarin achterin een speciaal ontwikkelde brancard met intensive care apparatuur kan worden geplaatst. Deze wordt gebruikt voor het vervoer van een intensive care patiënt, inclusief één of meerdere specialisten en verpleegkundigen.
  • PICU vervoer: Pediatrie Intensive Care (-Unit) vervoer, vervoer van kinderen voornamelijk tussen intensive care afdelingen van verschillende ziekenhuizen.
  • NICU vervoer: Neonatologie Intensive Care (-Unit)vervoer; vervoer van neonaten in couveuse.
  • Babylance: Vervoer van baby's welke niet in couveuse hoeven worden, maar wel met spoed vervoerd, bijv. naar ander (gespecialiseerder) ziekenhuis.
  • Adipeuze vervoer: Speciaal voertuig en brancard voor vervoer van "zwaarlijvige" personen, in de regel boven 140 kg.
In het centrum van Utrecht wordt op zaterdagen de ambulancefiets ingezet. Deze heeft dezelfde apparatuur en medicijnen als de ambulancemotor maar is op drukke plekken zoals winkelcentrum Hoog Catharijne sneller ter plaatse. Een ambulancefietser heeft geen sirene tot zijn beschikking, maar wel een fluit. Een ambulancefiets is goedkoper in exploitatie dan een normale ambulance of ambulancemotor
  • Rapid responder: Deze voertuigen zijn sneller ter plaatse en hebben de uitrusting die de ambulanceverpleegkundige normaliter mee naar binnen neemt (spoedkoffer, AED en zuurstof). Voorbeelden zijn de motorambulance, mono-lance en ambulance-fiets (vooral ingezet bij evenementen). Rapid responders worden bemand door één ambulanceverpleegkundige, die een aanvullende rijtraining heeft gehad.
  • MMT: Bij ernstige ongevallen wordt vaak een Mobiel Medisch Team gealarmeerd. Een MMT bestaat uit een medisch specialist, een gespecialiseerde verpleegkundige en een chauffeur of piloot. Dit team verleent specialistische zorg (aanvullend op de ambulancezorg) om de patiënt te stabiliseren op de plaats van het ongeval, zodat deze vervoerd kan worden. In Nederland zijn er in totaal 4 MMT's. Gestationeerd in Amsterdam, Rotterdam, Groningen en Nijmegen. Ieder MMT beschikt over een busje en over een helikopter, de traumahelikopter.
  • Gnk-C: Bij grote ongevallen en rampen kan het voorkomen dat de reguliere medische hulpverlening niet toereikend is. Er kan dan besloten worden de ambulancezorg uit te breiden door Geneeskundige Combinaties in te zetten. Deze bestaan uit professionele en vrijwillige hulpverleners die met een grote hoeveelheid materiaal ter plaatse kunnen komen om slachtoffers medisch te behandelen. Een Geneeskundige Combinatie wordt gevormd door een MMT, een AMBU-team en/of een SIGMA-team.
  • Huisartsenvervoer: Sommige huisartsenposten beschikken over huisartsenvervoer, waarbij de huisarts door een chauffeur in ambulanceuniform, snel ter plaatse kan worden gebracht. De huisartsenauto kent een beperkte uitrusting: een spoedkoffer en een AED.
  • Hulpambulance: In de regio's Haaglanden, Gelderland-zuid Twente en Zuid-Holland Zuid worden hulpambulances (ook wel B-Ambu's) ingezet. Deze wagens voor liggend ziekenvervoer worden alleen gebruikt bij niet urgent vervoer en kunnen daardoor eenvoudiger zijn uitgerust dan een normale ambulance. De bemanning bestaat uit een basis-verpleegkundige en een chauffeur. Met de proef wordt gekeken of de kosten van besteld vervoer kunnen worden gereduceerd.
  • Psychiatrisch vervoer: Onder de naam psycholance rijdt vanaf mei 2014 in Amsterdam een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige met chauffeur die het vervoer van personen met acute psychiatrische klachten voor hun rekening nemen.[2] Het idee komt uit Bergen in Noorwegen waar sinds 2005 een psychiatrische ambulance rijdt. Het Amsterdamse initiatief voor dit type vervoer komt van de politie die patiënten liever niet meer geboeid per politiewagen vervoerd. Men wil door het gebruik van een psycholance respect en professionele zorg in acute hulpsituaties bevorderen. In het verleden kende Amsterdam decennialang de rijdende psychiater die er op gericht was acute hulp te verlenen en zo opname te voorkomen.

België[bewerken]

In België moeten de ambulances ingezet in de Dringende Geneeskundige Hulpverlening (112) voldoen aan een aantal voorwaarden. Deze zijn zowel de uiterlijke kentekens (zoals de gele RAL 1016 kleur, de rode band met het '112' logo, ...) als de wettelijk verplichte inhoud, opgelegd door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. Zo wordt er gewaakt over de kwaliteit van de zorg. De dringende hulpverlening wordt uitgebaat door verschillende instanties, waaronder de brandweer, het Rode Kruis, ziekenhuizen, Civiele Bescherming en privédiensten. Zij hebben een licentie ontvangen die hen toelaat een '112' dienst te zijn. De voorwaarden daarvoor zijn dat er minimaal 2 hulpverlener-ambulanciers aanwezig zijn, dat de ambulance voldoet aan de wettelijke normen, dat de dienst 24 uur op 24 uur operationeel is en dat ze de wettelijk vastgelegde tarieven hanteren.

In het niet-dringend circuit zijn er veel spelers op de markt. Het Belgische Rode Kruis is een grote speler (dienst 105), vele kleinere privé-diensten vervolledigen het plaatje. Gezien er geen wetgeving bestaat over "besteld" ziekenvervoer kan de kwaliteit van het vervoer enorm hard verschillen van dienst tot dienst. Ook is niet gewaarborgd dat de ambulanciers hier enige medische vorming hebben. Bij het Rode Kruis heeft een ambulancier honderd uur opleiding, bij andere privé-ambulances mag men in sommige gevallen al blij zijn als de begeleider een EHBO-cursus gevolgd heeft. Een ambulance voor niet- dringend ziekenvervoer hoeft eigenlijk enkel een brancard te hebben. De opleiding van begeleiders en het aantal (ambulanciers per ziekenwagen) is niet wettelijk bepaald.

Vanwege de problematiek zijn er al enkele wetgevende initiatieven geweest op dit gebied. Het niet-dringend ziekenvervoer is gewestelijke materie in België. In Wallonië is er wetgeving rond het niet-dringend ziekenvervoer. In Vlaanderen is er op 30 april 2004 een decreet uitgevaardigd met betrekking tot het niet-dringend ziekenvervoer. Dit decreet is echter niet bindend; het gaat over een vrijblijvend kwaliteitslabel.[3]

De Hulpcentra 100/112 zijn de alarmcentrales voor dringende medische oproepen. In deze centrales worden de oproepen aangenomen en, als dat nodig is, de ambulance uitgestuurd die het snelste ter plaatse is. Deze is verplicht het slachtoffer naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis met een erkende spoedgevallendienst te brengen. Niet elk ziekenhuis beschikt over een erkende spoedgevallendienst, maar elk ziekenhuis heeft wel minstens een eerste hulppost. Indien nodig kan de ziekenwagen assistentie vragen van een MUG-team, de brandweer en/of de politie.

Ambulancedienst[bewerken]

Een ambulancedienst is een organisatie die ambulances met deskundige hulpverleners beschikbaar heeft en deze op afroep inzet.

RAV-regio's en ziekenhuizen in Nederland. Situatie 2008

Nederland[bewerken]

In Nederland is de Wet ambulancevervoer (1971) per 1 januari 2013 vervangen door de Tijdelijke Wet Ambulancezorg (Twaz). Als gevolg hiervan zijn 25 grote ambulanceregio's ingericht. Deze nieuwe organisaties worden Regionale Ambulance Voorziening (RAV) genoemd. De regio's sluiten precies aan, bij de bestaande 25 veiligheidsregio's, de regioindeling die brandweer en politie ook hanteren.

De vorming van RAV's beoogd een aantal voordelen te bereiken.

  • Er is per regio nog maar één MeldKamer Ambulancezorg (MKA), waarbij voorheen veel ambulancediensten een eigen meldkamer hadden. Binnen een RAV werken publieke en private ambulancediensten nauwer samenwerken. In enkele RAV's zijn de ambulancediensten ook gefuseerd tot één ambulancedienst.
  • Het totaal aantal meldkamers neemt nog verder af, doordat het totaal aantal regio's is teruggebracht naar 25.
  • De meldkamers worden doorgaans gezamenlijk gehuisvest met de meldkamers van de veiligheidsregio's (zogenaamde Gemeenschappelijke MeldKamers), ook dat levert een besparing op.

Aan het roepnummer op de ambulance kan worden gezien, bij welke RAV deze hoort. Het 1e en 2e cijfer is code van de regio, het 3e cijfer is groep waartoe de eenheid behoort en het 4e en 5e cijfer zijn het nummer van de eenheid. Voor het derde cijfer worden de volgende groepen onderscheidden: Ambulance (1), Piketvoertuig (2), Speciale ambulance of ambulancemotor (3), Hulpambulance overig (4), Staf, directie & logistiek (5), Internationale ambulance (6), Huisartsenvervoer (7), GHOR/MICU (8) en MMT (9).

Met de vorming van RAV's is vooruitgelopen op de nieuwe wet ambulancezorg die op 1 januari 2011 van kracht werd. Per veiligheidsregio wordt dan nog maar aan één ambulancedienst een vergunning verstrekt. De betreffende ambulancedienst verzorgt de ambulancezorg binnen de veiligheidsregio, maar moeten wel samenwerken omdat ze bij grote ongevallen en rampen grensoverschrijdend worden ingezet.

Aantallen en kengetallen[bewerken]

USR-Ambulance in Lausanne

Nederland[bewerken]

Onderstaande cijfers gelden voor Nederland eind 2003.

  • Ambulances: 750
  • Standplaatsen: 215
  • Ambulancediensten: 44
  • Meldkamers Ambulancezorg: 25
  • Ritten: 807.000, waarvan:
    • A1-ritten: 341.000
    • A2-ritten: 153.000
    • B-ritten: 313.000
  • Medewerkers: 3.300, waarvan:
    • Ambulanceverpleegkundigen: 1.400
    • Ambulancechauffeurs: 1.240
    • Meldkamer centralisten: 330
    • Overige personeelsleden: 330 (leiding, staf, enz.)
  • Budget circa € 293 miljoen

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties