Mobiel Medisch Team

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eurocopter EC-135

Het Mobiel Medisch Team (afgekort: MMT, ook wel traumateam genoemd) is in Nederland een team bestaande uit een drietal personen om dagelijks medische bijstand te verlenen. Een MMT werkt vanuit een van de elf traumacentra in Nederland. Alle elf MMT's kunnen beschikken over een voertuig, vier locaties beschikken ook over een helikopter (de zogenaamde traumahelikopter of Lifeliner). Deze helikopter wordt primair gebruikt voor het transport van personeel; patiënten worden alleen bij uiterste noodzaak per heli vervoerd.

Het team bestaat uit een arts (anesthesioloog of traumachirurg), een piloot en een verpleegkundige. De arts is opgeleid om eerste hulp te verlenen buiten het ziekenhuis in sterk uiteenlopende omstandigheden. Op deze manier hoeft meer uitgebreide behandeling, zoals alleen in een ziekenhuis gegeven kan worden, niet pas in het ziekenhuis gestart te worden.

In België is de Mobiele Urgentie Groep (MUG) een vergelijkbare eenheid. Daar bestaan zij grotendeels uit een urgentiearts en een verpleegkundige met een bijkomende beroepstitel in de Spoedgevallen en Intensieve Zorgen. Sommige ziekenhuizen bemannen hun MUG-wagen ook met een speciaal opgeleide MUG-chauffeur.

Functieverdeling bij een Mobiel Medisch Team[bewerken]

Amsterdam

Functie van de arts[bewerken]

De arts heeft de functie waar het binnen het MMT eigenlijk om draait: het aanvullen van de reguliere ambulancezorg met medisch-specialistische kennis en handelingen. De aanvulling vindt vooral plaats op gebied van de zogenaamde ABC instabiele patiënten; patiënten met een bedreigde luchtweg (Airway), ademhaling (Breathing) of bloedsomloop (Circulation). Wanneer een van deze vitale functies niet of verminderd aanwezig is, is het noodzakelijk dat deze zo snel mogelijk hersteld wordt (ofwel stabilisatie van vitale functies). Een 'MMT-arts' kan hier, met behulp van zijn/haar kennis en een aantal handelingen aan bijdragen. Ook als er sprake is van een langdurig beknelde patiënt kan de MMT-arts een meerwaarde voor de zorg aan de patiënt betekenen.

Een voorbeeld van die meerwaarde is 'intuberen' (het inbrengen van een buis in de luchtweg om te kunnen beademen). Binnen de reguliere ambulancezorg kan en mag een ambulanceverpleegkundige intuberen, maar uitsluitend als dit mogelijk is zonder medicatie. Als het niet mogelijk is zonder medicatie te intuberen, dan wordt er anesthesiologische medicatie (algehele anesthesie) aan een patiënt in kritische conditie en in de moeilijkst denkbare omstandigheden gegeven. In Nederland is besloten die handeling bij medisch specialisten te houden in verband met het risico op complicaties. Er wordt dus 'narcose gegeven', vandaar ook dat veel MMT-artsen een achtergrond binnen de anesthesiologie hebben. Andere handelingen die wel door de MMT-arts, maar niet door de ambulanceverpleegkundige gedaan worden zijn (onder andere) het inbrengen van een thoraxdrain (een siliconen slangetje dat wordt ingebracht in de borstholte om bloed en/of lucht weg te laten lopen zodat het slachtoffer weer beter kan ademen of worden beademd), het geven van bepaalde infuusvloeistoffen (om zwelling van de hersenen tegen te gaan en/of de bloedsomloop tijdelijk te ondersteunen) en als laatste is het mogelijk voor een MMT-arts om ter plaatse extremiteiten te amputeren mocht dit nodig zijn om het slachtoffer te bevrijden.

Functie van de verpleegkundige[bewerken]

De taken van de verpleegkundige vallen eigenlijk in twee delen uiteen:

Tijdens de vlucht in de helikopter heeft de verpleegkundige een ondersteunende vliegtechnische taak. De belangrijkste taak is de navigatie, maar alle verpleegkundigen zijn ook in het bezit van het RT-certificaat en mogen daartoe ook de communicatie met de luchtverkeersleiding overnemen. Daarnaast assisteren zij de vlieger bij het doorlopen van de checklists en de noodprocedures. Daartoe heeft hij/zij een aanvullende opleiding gevolgd en worden jaarlijks bijgeschoold en gecheckt. In tegenstelling tot de arts (die luchtvaarttechnisch slechts een passagier is) is de verpleegkundige dan ook een 'crew member'. Samen met de piloot zorgt de verpleegkundige ervoor dat het team zo snel mogelijk op de plaats van bestemming arriveert. De verpleegkundige wordt in luchtvaarttermen ook wel HEMS (Helicopter Emergency Medical Services) Crewmember genoemd. Wanneer de helikopter niet kan vliegen (door weersomstandigheden of door technische storingen) of als tijdens nachtelijke uren de ongevalslocatie in een bepaalde straal valt, gaat het MMT per auto naar het ongeval. De MMT's van Amsterdam en Groningen (LL1 en LL4) maken in dat geval gebruik van een ambulancechauffeur/HLO om het MMT voertuig te besturen. Bij de MMT's van Rotterdam en Nijmegen (LL2 en LL3) besturen de verpleegkundigen het voertuig. Zij hebben hiertoe een aanvullende rijopleiding gevolgd. De helikopterpiloot gaat over het algemeen niet mee wanneer het team gebruikmaakt van de auto.

Tijdens de behandeling assisteert de verpleegkundige de arts en vult samen met de arts de aanwezige ambulancebemanningen aan. De verpleegkundigen van het MMT zijn allen ambulance- of SEH-verpleegkundigen en hebben daarnaast ook een achtergrond binnen de anesthesie en/of IC. Dit betekent dat de verpleegkundige, net als de arts en de ambulancebemanning, ook buiten het MMT-werk vaak met 'vitaal bedreigde' patiënten te maken heeft.

Functie van de piloot[bewerken]

De piloot zorgt voor het besturen van de helikopter. Hij heeft veel vliegervaring opgedaan bij de marine, luchtmacht of (heel soms) in burgerlijke helikoptervluchten voordat hij met de traumahelikopter mag vliegen. Dit moet ook wel omdat het vliegen met de traumaheli veel druk met zich meebrengt. Vaak hoort de piloot ook pas in de helikopter waar de vlucht heen gaat en moet hij landen op plaatsen waar dit niet gebruikelijk is. De lifeliners 1, 2, 3 en 4 zijn 24 uur per dag inzetbaar en kunnen dus ook nachtvluchten maken. Ook dit eist natuurlijk veel van de piloot. Verder kan de piloot ondersteuning geven door allerlei zaken rondom het slachtoffer en het vervoer te regelen (net als een ambulancechauffeur). De piloot is verantwoordelijk voor de helikopter als het MMT op de plaats van een ongeval is. Aan boord van de helikopter is de piloot degene die de leiding heeft en hiermee ook de verantwoordelijkheid.[1]

Functie van de HLO[bewerken]

Een Helicopter Landing Officer (of Heli Landing Officier) assisteert bij de landing bij het ziekenhuis en is tevens chauffeur van het MMT-voertuig als het MMT dit voertuig gebruikt. Dit busje moet bestuurd worden door een ervaren ambulancechauffeur of een verpleegkundige die opgeleid is om met optische en akoestische signalen te rijden. Een HLO is zo'n chauffeur.

Wanneer het MMT uitrukt per helikopter zal iemand moeten instaan voor de veiligheid. Over het algemeen staan de helikopters op een vliegveld, maar wanneer een helikopter op een ziekenhuis landt dient men een HLO ter beschikking te hebben. Deze ambulancechauffeur heeft een extra opleiding gevolgd als brandwacht. Wanneer er tijdens de opstijg- of landingsprocedure iets mis gaat, kan hij of zij ingrijpen op de bijbehorende manier. Deze functie is te vergelijken met de vliegveldbrandweer.

Locatie MMT's[bewerken]

Traumacentra[bewerken]

In totaal zijn er 11 traumacentra in Nederland, te weten:

Helikopter-MMT's[bewerken]

De witte gedeelten worden onderhouden door België en Duitsland, de regio's van België en Duitsland die door de Nederlandse helikopters bediend worden zijn niet weergegeven.
Lifeliner 2

De afkortingen Lifeliner is LL

Standplaats Amsterdam
Lifeliner 1
(VUmc)
Rotterdam
Lifeliner 2
(Vliegveld R'dam)
Nijmegen
Lifeliner 3
(Vliegbasis Volkel)
Groningen
Lifeliner 4
(UMCG heliplatform)
Dekkende regio's Noord-Holland, Noord-Utrecht; Flevoland en Texel. Zeeland; Zuid-Holland, West-Brabant en Zuidwest Utrecht. Oost-Brabant, Gelderland, Noord-Limburg, Zuidoost-Utrecht Groningen, Friesland, Drenthe, Noord-Overijssel en Waddeneilanden (excl. Texel)
Kleur in kaartje: Groen Rood Geel Blauw
Helikopter EC-135 T2+ EC-135 T2+ EC-135 T2 EC-135 P2+
Roepnummer PH-HVB PH-MAA PH-ELP PH-MMT
Eigenaar ANWB ANWB ANWB ANWB i.s.m. ADAC
Squawk code 6221 6222 6223 6224
Oproepbaarheid De helikopters Lifeliner 1 (Amsterdam), Lifeliner 2 (Rotterdam), Lifeliner 3 (Volkel) en Lifeliner 4 (Groningen) zijn inmiddels 24 uur per dag inzetbaar, zover het weer het toestaat. Anders wordt gebruikgemaakt van het MMT-voertuig.

Bepaalde gebieden in Nederland liggen buiten het bereik van een Nederlandse traumahelikopter en maken daarom gebruik van buitenlandse helikopters. De regio Zuid-Limburg maakt gebruik van de Duitse helikopter "Christoph Europa 1" van de ADAC uit Würselen en een andere helikopter, "Christoph Europa 2" van de ADAC uit Rheine is inzetbaar in Twente. De Lifeliner 3, die vanuit Volkel (luchtmachtbasis) opereert, doet ook dienst in de regio rondom de Duitse plaats Kleef en de Lifeliner 4 (Groningen) is ook actief in het Duitse district Leer met onder andere het waddeneiland Borkum

Ook is het mogelijk dat een traumahelikopter naar een gebied binnen Nederland vliegt dat buiten de dekking valt. In dit geval is de voor die regio vliegende traumahelikopter bijvoorbeeld al ingezet voor een andere inzet binnen dat gebied of tijdelijk buiten dienst. Bij zeer ernstige incidenten worden soms ook meerdere traumahelikopters ingezet. Een voorbeeld hiervan is het ongeval met Turkish Airlines-vlucht 1951 op Schiphol in februari 2009. Daar waren 3 van de 4 Lifeliners actief.

Alle helikopters zijn eigendom van en worden ingezet door ANWB Medical Air Assistance. ANWB Medical Air Assistance is een 100% dochter van de ANWB. In totaal zijn er in Nederland 6 helikopters die als traumahelikopter kunnen worden ingezet. De traumahelikopters zijn niet gebonden aan een lifelinerstation of een regio. In verband met onderhoud en training wisselen de helikopters regelmatig van locatie. De vloot van ANWB Medical Air Assistance bestaat uit 6 helikopters van het type Eurocopter EC-135, met de registraties PH-EMS, PH-ELP, PH-ULP, PH-MAA, PH-HVB en PH-MMT. De reservehelikopters staan in principe gestald te Lelystad Airport.

Voertuigen[bewerken]

Als de helikopter niet kan vliegen, bijvoorbeeld door slecht weer, verplaatst het MMT zich met het MMT-voertuig. Het voertuig kan ook gebruikt worden als het MMT ingezet wordt op een plek waar de helikopter niet kan landen, zoals in een dichtbebouwde binnenstad.

In 2001 kregen de MMT's de beschikking over een Mercedes-Benz Vito die door het ministerie van Binnenlandse Zaken in bruikleen werd gegeven aan de traumacentra. Deze bus heeft vier zitplaatsen en een voorraad medische hulpmiddelen en medicatie. In 2010 hebben drie van de vier traumacentra met een helikopterteam de Vito vervangen door een voor eigen rekening aangeschafte Volvo XC90, het vierde centrum koos voor een Audi Q7.

Duitse ADAC-helikopter, ingezet bij een ernstig ongeval te Katwijk aan de Rijn, vlakbij voormalig Vliegkamp Valkenburg. De helikopter had kunnen landen op het nabije LUMC, maar de slachtoffers werden per ambulance vervoerd.

Het voertuig heeft grotendeels dezelfde uitrusting als de helikopter, zij het dat het voertuig van sommige dingen wat meer bij zich heeft. Dit kan nodig zijn bij heel grote ongevallen of rampen. Het MMT-voertuig is alleen ingericht voor het vervoer van de MMT-leden en het materiaal. Er zit geen brancard in waarmee een patiënt kan worden vervoerd, zoals bij een normale ambulance. Het MMT-voertuig is net als de helikopter uitgerust met een C2000-mobilofoon als onderdeel van het digitale communicatienetwerk voor de hulpdiensten.

Naast de verschillen in uitrusting is er ook een beperkt verschil in werkwijze. Zo heeft de chauffeur, in tegenstelling tot de piloot, ook een verpleegkundig-assisterende opleiding genoten. Hierdoor kan hij bij een inzet ook bepaalde medische handelingen verrichten. Er wordt altijd een ambulance tegelijk met het MMT opgeroepen. Omdat het MMT-voertuig geen patiënten mee kan nemen, gaat de MMT-arts vaak met de patiënt mee in de ambulance. Het MMT is dan tot de terugkomst van de arts niet voor andere oproepen inzetbaar.

Helikopters[bewerken]

Geschiedenis voor Nederland[bewerken]

De eerste proeven in Nederland met het vervoer van een verkeersslachtoffer per helikopter vonden al plaats in 1967. Van Rijksweg 12 naar het ziekenhuis Ope Dei te Woerden (tegenwoordig Hofpoort Ziekenhuis genoemd) en van Rijksweg 4a naar het Bronovoziekenhuis in Den Haag. De proeven werden georganiseerd door het tijdschrift "Rijdend Nederland" in samenwerking met de Koninklijke Landmacht, de chirurg van het Ope Dei Ziekenhuis, dr. J. Dijkstra en de staf van het Bronovoziekenhuis. De toekomstige rol die de helikopter in de eerste hulpverlening - jaren later - toebedeeld zou krijgen werd door deze proeven toen al zichtbaar gemaakt.

In 1995 organiseerden de ANWB en de GG&GD Amsterdam een proef met een helikopter voor spoedeisende medische hulpverlening. In 1998 heeft het ministerie van Volksgezondheid de verantwoordelijkheid overgenomen, en nu zijn in Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen en Groningen mobiele medische teams per helikopter actief. De helikopters vallen onder beheer van de ANWB en in Groningen berust de helikopter op een leasecontract bij de Duitse ADAC (zusterorganisatie van de ANWB in Duitsland) door de ANWB. In Zeeland kunnen helikopters vanuit België worden ingezet, en in het oosten van het land helikopters uit Duitsland.

Geschiedenis voor België (Vlaanderen)[bewerken]

Reeds in 1973 werden in Brugge testen uitgevoerd en vanaf 1974 werd op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid deze medische dienst verzekerd door "Heli-Hulp". Sinds 1986 wordt de MUG-helikopter ononderbroken uitgebaat door het Instituut voor Medische Dringende Hulpverlening te Brugge. Sinds 1998 is de MUG-helikopter West-Vlaanderen met basis te Brugge als enige helikopter in Vlaanderen erkend binnen het 100-systeem.

Huidig gebruik[bewerken]

De Nederlandse traumahelikopters zijn van het type EC-135, net als een deel van de Duitse ADAC-helikopters gefabriceerd door de firma Eurocopter. In het verleden waren Lifeliner 1 en 2 van het type Bölkow Bo 105. De lifeliner 3 was van het type MD902 Explorer. Vanwege gewijzigde Europese regelgeving zijn deze in 2004 vervangen door EC-135's. Sinds 1 februari 2006 is Lifeliner 3 uitgerust met nachtzichtapparatuur om ook 's nachts te kunnen vliegen. Sinds 2011 zijn alle lifeliners 24 uur per dag paraat.

Team in actie

Oproepcriteria[bewerken]

Binnen de oproepcriteria wordt onderscheid gemaakt tussen een:

  • Primaire oproep
  • Secundaire oproep

Bij een primaire oproep wordt vanuit de CPA (Centrale Post Ambulancevervoer), bij binnenkomst van de melding al bepaald dat inzet van het MMT noodzakelijk is.

Bij een secundaire oproep bepaalt een ter plaatse gekomen ambulance dat de inzet van het MMT alsnog noodzakelijk is.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken worden slachtoffers, ondanks de beschikbaarheid van een helikopter, vaak toch nog per ambulance vervoerd. De MMT-arts werkt dan nauw samen met de ambulanceverpleegkundige tijdens het transport naar het dichtstbijzijnde geschikte (berust op verschillende criteria) ziekenhuis. Dit heeft te maken met o.a. de toestand van het slachtoffer. Bijvoorbeeld: een slachtoffer met een pneumothorax (ingeklapte long) is niet luchttransportabel. De lagere luchtdruk in de lucht zorgt voor uitzetting van de thorax, waardoor de toestand verslechtert. Alleen wanneer significante tijdwinst behaald kan worden wordt een slachtoffer per helikopter vervoerd.

Primaire criteria[bewerken]

  • grootschalige ongevallen
  • trein- of vliegtuigongevallen (inclusief aanrijding door trein)
  • ongeval met meer dan een slachtoffer waarvan 1 overleden
  • uit voertuig geslingerd
  • aanrijding voetganger/fietser/motor met meer dan 30 km/uur
  • ongeval waarbij slachtoffer is overreden (kinderen!) door auto
  • ongeval met beknelling (verkeer/bedrijf)
  • val van hoogte (> 5 mtr)
  • verdrinking (incl. onder het ijs geraakt)
  • bedelving incl. hoofd en/of borst
  • ontploffing
  • ongeval met elektriciteit of blikseminslag
  • ongeval met blootstelling aan giftige stoffen
  • brand met rookvergiftiging/inhalatietrauma
  • ernstige brandwonden > 15% of 10% in combinatie met andere letsels
  • acuut bedreigde ademweg (hoofd/halstrauma, oedeem, opzwelling (allergie), corpus alienum (vreemd voorwerp in lichaamsdeel))
  • traumatische dwarslaesie
  • thoraxtrauma met respiratoire insufficiëntie
  • penetrerend letsel schedel, thorax of abdomen (buik) (oa schot/steekwonden)
  • open fracturen/crushletsel van bekken, bovenbeen of wervelkolom
  • traumatische amputatie (gedeelte) arm of been
  • niet te stelpen bloedingen met (dreigende) shock
  • auto te water
  • op basis van traumascore RTS<12 (Revised Trauma Score) en of GCS<9 of PTS (Pediatric TraumScore) = <10

Secundaire criteria[bewerken]

Wanneer het ambulancepersoneel ingreep van een arts ter plaatse noodzakelijk acht, wanneer zij zelf de patiënt wegens uiteenlopende letsels (bijvoorbeeld bij niet te stelpen bloedingen) niet stabiel kunnen krijgen en zo niet kunnen vervoeren, kunnen zij het MMT oproepen. Dit heet een Secundair Criterium.

Geneeskundige Combinatie[bewerken]

Bij het voorkomen van een groot ongeval of een ramp kan het MMT ingezet worden als onderdeel van een Geneeskundige Combinatie (Gnk-C). In een dergelijk geval werken zij samen met een zogenaamd AMBU-team en een SIGMA-team.

Kritiek[bewerken]

Al sinds het daadwerkelijk operationeel worden van de helikopter MMT's in Nederland, worden vanuit de medische wereld vraagtekens gezet bij de kosten-effectiviteit van deze vorm van hulpverlening voor een land als Nederland. Daar waar in andere landen sprake is van veel grotere afstanden tussen slachtoffer en traumacentrum, kent Nederland nauwelijks het probleem van grote afstanden of lange reistijden.

Daarnaast is het de vraag of de kosten per gewonnen levensjaar als gevolg van de inzet van een MMT in verhouding staan tot de kosten die de Gezondheidsraad voor een medische interventie als maximum heeft berekend en die op ongeveer €80.000 liggen. Ter illustratie: het MMT van traumaregio Oost kostte in 2002 € 2.750.000 en werd voor 385 patiënten ingezet waarvan 53 maal een verrichting werd gepleegd die alleen door een MMT-arts mag plaatsvinden. 52 patiënten overleden tijdens de MMT-behandeling of direct na aankomst in het ziekenhuis.

Recent onderzoek (dr.B. Gerritse, Proefschrift 2010 UMC St Radboud) liet zien dat de aanwezigheid van een MMT bij hulpverlening aan ernstig bedreigde kinderen een absolute meerwaarde heeft. Deze kinderen hebben een betere overlevingskans als er een traumahelikopter is ingezet. Ook het onderzoek van G. Giannakopoulos (Proefschrift 2012, VU) laat zien dat inzet van een MMT de overlevingskans kan verhogen.[2]

Trivia[bewerken]

  • Adri Burghout heeft een aantal jeugdboeken geschreven die gaan over Lifeliner 2 (soms komen andere Lifeliners aan bod). Meer informatie over de boekenserie staat in het artikel Lifeliner 2.
  • De registratienummers van de helikopters zijn zodanig gekozen dat ze te lezen zijn als afkortingen of een woord vormen:
  • PH-HVB staat voor Hulp Van Boven
  • PH-MAA staat voor Medical Air Assistance
  • PH-ELP lees als p-HELP
  • PH-MMT staat voor Mobiel Medisch Team
  • PH-EMS staat voor Emergency Medical Services
  • PH-ULP lees als p-HULP

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties