Shock

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het gelijknamige boek, zie Shock (boek).
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Beluister

(info)

Een shock is een acute levensbedreigende toestand waarbij de druk in de bloedvaten te laag is om de vitale lichaamsfuncties in stand te houden. De doorbloeding en dus de zuurstofvoorziening van het hart, de hersenen en andere organen komen hierdoor in het gedrang wat snel resulteert in het afsterven van cellen. De klassiek geneeskundige definitie van het begrip luidt: Shock is een syndroom, dat gekarakteriseerd wordt door een vermindering van de effectieve capillaire weefselperfusie, met daardoor een verstoring van het celmetabolisme.

Normaal is er een vaste verhouding in het lichaam tussen het volume van, en de inhoud in de bloedvaten. Bij een shock raakt deze verhouding verstoord.

Shock is een syndroom en kan verwijzen naar verscheidene aandoeningen. Naargelang de oorzaak verdelen we shock in hypovolemische, cardiogene, obstructieve en distributieve shock.

Emotionele of psychologische shock zoals vaak vermeld in nieuwsberichten over verkeersongevallen heeft niets met het medische begrip shock te maken: met het woord shock bedoelt men dan een (niet acuut levensbedreigende) mentale toestand na een traumatische gebeurtenis.

Soorten shock[bewerken]

Hypovolemische shock[bewerken]

Deze vorm van shock ontstaat door (bloed)volumeverlies. Oorzaken zijn:

  • Endogeen verlies (inwendige bloedingen)
  • Exogeen verlies (externe bloeding, brandwonden)

Cardiogene shock[bewerken]

Een cardiogene shock wordt veroorzaakt door een direct verminderde hartfunctie. Oorzaken kunnen worden onderverdeeld in intrinsieke (van het hart zelf) en extrinsieke (buiten het hart). Oorzaken zijn:

Distributieve shock[bewerken]

Een distributieve shock wordt veroorzaakt door een probleem in de verdeling van het bloed. De bloedvaten gaan te veel openstaan zodat er relatief te weinig vulling is van het vaatbed en de druk wegvalt.

Enkele voorbeelden:

  • Neurogene shock: bij een ruggenmerg- of hersenletsel, waardoor de neurologisch veroorzaakte vaatconstrictie (samenknijpen) wegvalt.
  • Anafylactische shock: bij een allergische reactie, waardoor door het vrijkomen van histamine a.g.v. mestceldegranulatie (allergische reactie), de vaten open gaan staan.
  • Septische shock: waarbij een bacterie in de bloedbaan aanleiding geeft tot prikkeling van de vaatwand, waardoor deze open gaat staan.

Obstructieve shock[bewerken]

Bij een obstructieve shock is er ergens in het lichaam een obstructie (verstopping) aanwezig. Als het bloed zich op een bepaalde plaats ophoopt is er op een andere plaats bloed tekort. Een obstructieve shock wordt veroorzaakt door twee hoofdoorzaken:

Symptomen[bewerken]

Het lichaam tracht het gebrek aan zuurstof te compenseren door enkele correctiemechanismen. Het hart pompt het bloed sneller rond, de ademhaling versnelt en de minder belangrijke organen zoals de huid krijgen minder bloed. Het lichaam reageert op het probleem en het slachtoffer wordt rusteloos en angstig.

  • Bewustzijn: De persoon is vaak angstig, verward, gespannen en gedesoriënteerd. Indien de situatie niet verbetert wordt hij door afnemende circulatie van de hersenen suffer en verwarder en zal hij uiteindelijk het bewustzijn verliezen.
  • Huid: Door de verminderde bloeddoorstroming ziet de huid er bleek of blauwachtig uit. De huid voelt vaak koud en klam aan maar is toch zweterig. Kenmerkend is dat het zweet niet terugkomt, indien dit wordt weggeveegd. De capillary refill is vertraagd.
  • Ademhaling: De ademhaling is versneld en kan oppervlakkig of luidruchtig zijn. In zeer ernstige gevallen kan de ademhaling vertragen door uitputting van het lichaam.
  • Pols: De pols is vaak zwak voelbaar en versneld. Bloeddrukmeting zal bij gevorderde shock een lage bloeddruk tonen.
  • Dalende urineproductie (oligurie of anurie): Door slechte circulatie is de bloedtoevoer naar de nieren verminderd. Hierdoor zal er minder urine geproduceerd worden

Eerste hulp[bewerken]

Een persoon die in shock is of dreigt te gaan heeft onmiddellijk medische hulp nodig. Als eerstehulpverlening wordt het volgende geadviseerd:

  • Verwittig steeds eerst de hulpdiensten.
  • Stel het slachtoffer gerust.
  • Vermijd drukte, spanning en bruuske bewegingen.
  • Breng de persoon in liggende toestand.
  • Breng de benen omhoog (uitgezonderd bij cardiogene shock).
  • Breng bij ernstige ademhalingsmoeilijkheden het bovenlichaam rechtop.
  • Voorkom afkoeling met een deken.
  • Voorkom oververhitting. Warm het slachtoffer nooit actief op. Door warmte treedt vaatverwijding op, waardoor de bloeddruk verder afneemt.
  • Geef nooit iets te eten of te drinken: De vitale organen (zoals de hersenen) krijgen meer bloed dan de minder vitale organen (zoals het maag-darmkanaal). Door de patiënt te laten eten blijft het voedsel in de maag en zal niet opgenomen worden door de darmen in het bloed. Met als gevolg dat de patiënt misselijk wordt en eventueel kan gaan braken. Tijdens braken kan braaksel in de longen terechtkomen (aspiratie).
  • Het geven van zuurstof met een hoge flow op een non-rebreathing masker om zuurstoftekort te bestrijden.
  • Inbrengen van een infuus: Bij een lage bloeddruk is het inbrengen van een infuus moeilijker dan bij een normale bloeddruk. Een patiënt moet namelijk 'gevuld' worden, om het circulerend vermogen op gang te houden.
  • Inbrengen van een blaaskatheter: om de urine-productie nauwkeurig te kunnen bijhouden. Het vasthouden van vocht kan een gevolg zijn van een circulatie stoornis.

Psychische shock[bewerken]

Bij een ongeval hoor je soms dat een slachtoffer in shock verkeert. Hiermee wordt bedoeld dat het slachtoffer psychologisch is aangedaan door het ongeval, bijvoorbeeld wanneer hij een ongeval heeft overleefd waarbij iemand anders om het leven is gekomen. Dit type shock mag dus niet verward worden met de medische betekenis van het woord shock en wordt in medische kringen gewoonlijk acute stressstoornis genoemd.

Bronnen, noten en/of referenties
  • AC Guyton, JE Hall. Medical Physiology 11th ed. Elsevier, Philadelphia (USA), 2006.
  • JA Korteweg e.a., Oranje Kruis boekje 24e druk, ThiemeMeulenhoff, Utrecht/Zutphen, 2003.
  • P Kumar, M Clark. Clinical Medicine, 6th ed. Elsevier, London (UK), 2005.
  • TG Rijkers, RHWM Derksen, CGM Kallenberg. Immunologie. Bohn Stafleu van Loghum, Houten, 2008.